Van Kangoeroe

‘t Was ongemeen interessant van de kangoeroeklas vanavond.

Het begon met een theoretische verkenning van hoogdbegaafdheid, dan een overzicht van de initiatieven die de school (het Sint-Barbaracollege) neemt rond zorg, en dan een stuk over het specifieke zorgaanbod voor hoogbegaafden en de organisatie ervan.

En dan, zoals het jezuieten betaamt: ruimte voor kritische vragen. Maar, en dat siert hen, het was uitdrukkelijk een infosessie en geen vragenronde. Geen geneut over opportunitiet en hoe zouden we het doen, gewoon: zo gaan we het doen, en alle vragen zijn welkom, maar wij hebben het laatste woord.

Verfrissend, qu’ils ont au moins le courage de leurs convictions. Je weet dat het toch nooit voor iedereen goed zal zijn, en als je alles laat in vraag stellen, komt er niets van niets in huis. Dus vooruit met de geit.

Om te beginnen: wat is hoogbegaafdheid?

Ik had er eigenlijk nog niet bij stilgestaan, maar het heeft niet alleen met het IQ te maken. Voor de kangoeroeklas maken ze gebruik van het model van Mönks:

Hochbegabung umfasst mindestens folgende drei Persönlichkeitsmerkmale: hohe intellektuelle Fähigkeiten, Kreativität und Motivation. Außerdem ist für eine gesunde Entwicklung ein guter sozialer Austausch mit der Familie, der Schule und dem Freundeskreis unentbehrlich. Erst bei einem guten Zusammenspiel dieser sechs Faktoren kann sich Hochbegabung entwickeln und in besonderen Leistungen zum Ausdruck kommen.

In een mooi schemaatje:

Moenk

Dus het is niet genoeg dat een kind een IQ van meer dan 130 heeft, er moet ook motivatie zijn—willen bijleren—en creativiteit—een onconventionele kijk op de dingen, nonlineariteit, dat soort gerief.

En om een goed werkend hoogbegaafd kind te zijn, moet het geheel gekaderd zijn in een goed gezin, een begrijpende school, en moet er regelmatige en goede interactie zijn met een groep ontwikkelingsgelijken.

We kregen verder een kort overzicht van een aantal mogelijke vlaggen waaraan je zou kunnen vermoeden met zo’n kind te zitten: perfektionisme dat om kan slaan naar faalangst, het van zeer jong al stil staan bij existeniële vragen rond leven en dood, een overontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel (“het is niet eerlijk!”), hypergevoeligheid, een voortdurend bijzonder kritische ingesteldheid, en de klassiekers: taalontwikkeling, wuskundig inzicht, concentratiekracht, en een uitstekend langetermijngeheugen.

Allemaal mogelijke symptomen, geenszins definitief, en allemaal maar indicaties, maar toch: handig om weten dat “lastige kinderen” niet noodzakelijk allemaal lastig zijn omdat ze slecht opgevoed zijn :), maar dat het ook wel eens om hoogbegaafdheid zou kunnen gaan,. Waar één van de vervelendste aspecten de typische asynchrone ontwikkeling is, met kinderen die een kalenderleeftijd hebben van pakweg 9 jaar, een intellektuele leeftijd van misschien 14, maar een emotionele leeftijd van 6.

Afijn, verder naar een vijftal mogelijke prototypes van hoogbegaafden, en opnieuw niet iets te nemen of te laten, maar gewoon ruwe schetsen:

  1. De denker: ruime interesse, intellektueel zeer begaafd, divergent denkend, met een enorme leerhonger
  2. De specialist: intellectueel ook zeer begaafd, maar dan wel toegespitst op zeer geconcentreerde interesses
  3. De creatieve geest: gericht op creatief-productief denken, gekenmerkt door een grote soeplheid, een liefde voor risico’s, experimenten en subbelzinnigheid, vaak met een zeer positief zelfbeeld
  4. De sociale leidesfiguur: psychosociaal zeer begaafd, met de kunst om in één oogopslag een persoon te scannen, veel sociaal doorzicht, en vaak emotioneel zeer stabiel
  5. De kunstenaar: wel, eum, kunstenaars dus :)

En met die hele theoretische bagage in het achterhoofd: wat doet de school voor hoogbegaafde kinderen?

Er zijn ruwweg drie niveaus van zorg te onderscheiden, in een soort piramide:

Piramide

Te beginnen onderaan: meer prikkels geven op de klasvloer. Sint-Barbara gaat daar ongeveer zo ver als ze kunnen gaan. Er zijn plustaken voor taal en wiskunde, bij het zelfstandig werk (de nieuwe naam voor huiswerk, blijkbaar) zijn er de kerntaken die iedereen moet doen, maar daarnaast zijn er de buffertaken, die mogen gedaan worden door wie niet genoeg had aan de kerntaken. En in de avondstudie is er een gelijkaardig pakket verrijkingsdingen voor kinderen die zich zouden dreigen te vervelen.

De bovenkant van de piramide is dat er speciale scholen zouden gemaakt worden voor hoogbegaafden. Noch ik, noch Sint-Barbara, noch de meerdeheid van specialisten ter zake zijn daarvoor te vinden. Je krijgt een soort rarefied environment, met kinderen die los staan van de rest van de wereld, wat niet meteen een goed idee is. Ervaringsdeskundige spreekt.

Wat ons tot het middenste schuifje brengt: de kangoeroeklas. Franz Mönks’ model indachtig, worden de hoogbegaafde kinderen een paar uur per week uit de gewone klas gehaald en geconfronteerd met hun gelijken.

De prioriteit op Sint-Barbara is heel erg duidelijk profilactisch: om te voorkomen dat kinderen zich vervelen, om te voorkomen dat ze door verveling gedemotiveerd geraken, om te voorkomen dat ze de lagere school doorzeilen zonder iets moeten gedaan hebben en dat ze daardoor later in de problemen geraken.

Hun eigenlijke leerpakket wordt verzwaard: ze worden tijdens normale lesuren uit de klas gehaald, en ze gaan samen dingen gaan doen die niet eens altijd “leuke” activiteiten zijn. Het gaat er niet alleen om de verveling tegen te werken, maar ook dat hoogbegaafde kinderen er leren dingen tegen hun zin doen. Dingen die ze in de “gewone” klas wegens hun begaafdheid vaak gewoon niet hoeven te doen.

Hoe geraak je in zo’n kangoeroeklas? Aangenaam verrast door de manier waarop ze het probleem doordacht hadden op Sint-Barbara.

Het signaleren kan (uiteraard) door de ouders, maar ook door de klasleraar of het CLB (centrum voor leerlingenbegeleiding, in mijn tijd was dat nog het PMS, het Psycho-Medisch Sociaal Centrum). Dan volgt er een evaluatie door een multidisciplinair overlegteam van klaasleerkracht, taakleerkrachten, CLB en directeur.

Criteria om in de kangoeroeklas te mogen, zijn duidelijk:

  • de klasleraar moet motiveren of het kan voor de leerling
  • de ouders moeten akkoord zijn
  • het kind zelf wordt geconsulteerd
  • het kind moet op eigen houtje inhalen wat het mist van de reguliere leerstof
  • voor het IQ wordt een arbitrair cijfer van 130 of meer genomen, zoals gemeten door het CLB of een externe psycholoog, maar: het geheel van de factoren van Mönks worden beoordeeld door het multidisciplinair overleg, dus enkel IQ zonder motivatie én creativiteit is niet voldoende
  • het is de school die de fiale beslissing neemt, zonder enige verdere inspraak of beslissingsrecht voor de ouders

Praktisch:

  • er is een instapmoment eind september/begin oktober en een instapmoment na de krokusvakantie (voor kinderen van het eerste leerjaar kan het enkel na de krokusvakantie)
  • de klassen worden gehouden tijden zowel oefenlessen als instructielessen, maar niet tijden turn–, zwem–, muziek– en godsdienstlessen
  • het is géén vrijblijvend iets, en dus géén duiventil: er zijn in principe géén tussentijdse uitstapmomenten, eraan beginnen is verder doen, ook in principe over de jaren heen

Wat ze er precies gaan doen, staat nog niet helemaal vast, maar de school had alvast de volgende criteria voor kangoeroeklasactiviteiten:

  • ze moeten een beroep doen op creativiteit (divergent denken, analytisch vermogen, you name it)
  • het moet in principe gaan om open opdrachten, dus dingen met niet maar één juist antwoord—tenzij het om erg moeilijke gesloten opdrachten gaat :)
  • het zal gaan om taken met een hoog abstractieniveau
  • het is de bedoeling een onderzoekende houding te stimuleren en zelfreflectie uit te lokken
  • het is ook de bedoeling dat zowel de zelfstandigheid als de interactie met anderen gestimuleerd wordt

Heel erg belangrijk, en denk ik ook wel een goeie keuze van de school, is dat er enkel dingen zullen gedaan worden die een meerwaarde bieden ten opzichte van de reguliere leerstof, ‘t is te zeggen expliciet geen bijkomende taal- en wiskundelessen maar wel denkstrategieën en vaardigheden die ze later zullen kunnen gebruiken.

De reden daarachter is dat àls ze taal en wiskunde gaan doen, dat ze dan op die vakken nog verder vóór riskeren te geraken dan hun klasgenoten, en dat kan alleen maar de verveling (et caetera) in de hand werken.

Dus, in de praktijk, zouden mogelijke activiteiten kunnen zijn:

  • schaken, SuperLogo
  • Lego Technics, K’Nex
  • muzische activiteiten, animatiefilms maken
  • ervaringsleren, en dan specifiek wetenschappelijke proeven doen
  • PC-toepassingen
  • individuele projecten op basis van interesses
  • filosoferen

Die laatste was wel bijzonder interessant: een goed doordacht, pedagogisch verantwoord programma, vertrokken vanuit een vrijzinnige invalshoek en gepluraliseerd, gekoppeld aan hoogbegaafdheidsonderzoek in samenwerking met Tessa Kieboom, met de bedoeling evidenties te doorbreken om verrast te kunnen worden, emotioneel open te staan voor anderen, en te leren praten en luisteren.

En het zou kunnen gaan over pakweg “wat is kunst” of “waarom is er het getal nul” of “wat is goed en wat is slecht”. Dat alles, niet te vergeten, met kinderen van zes tot twaalf jaar, door elkaar.

Fascinating stuff, Mister Bond.

Meer informatie bij Hoogbegaafd Vlaanderen en het Sint-Barbaracollege.

8 Comments

Zeg uw gedacht

Navigatie

Vorige entry:

Volgende entry:

» homepagina, archief

Vriendjes

<insert standard disclaimer>

Alles wat hier staat is mijn eigen opinie. Het wordt niet nagelezen of goedgekeurd door mijn werkgever voor het on-line komt, en ik bied geen enkele garantie voor kwaliteit of correctheid.

Mijn werkgever is het niet noodzakelijk eens met wat ik schrijf, en het spreekt vanzelf dat hij dan ook op geen enkele wijze aansprakelijk kan zijn voor wat ik hier publiceer.