Gramschap

Vanmorgen rond een uur of tien boodschappen gaan doen: eerst geld gaan halen aan de Vrijdagsmarkt en dan aan de andere hoek van de markt fruit gaan kopen.

Ze waren de kermis aan het afbreken, met veel lawaai en geklop—tot groot jolijt van Louis en Jan. Er waren ongetwijfeld veel schone foto’s te nemen ook, maar ik had mijn gerief niet bij, helaas.

Ik had Louis beloofd heel eventjes door het park te lopen, en om daar te geraken kwamen we voorbij de Vlasmarkt. In één woord: yeurgh. Gasten: als ge niet kunt drinken, drink dan niet. En als g’absoluut zat wilt worden: doet dat in stilte en valt er niemand mee lastig.

Aan het begin van de Bibliotheekstraat had ik prijs: zo’n lallende zottin die plots op volume 11 begon te kélen. Papa! Pa-paaaàà!

Met een pintglas in één hand en een halveliterblik in de andere hand, onvast voortstrompelend. En niet aflaten: pa-pààààà!! Ik wil ook uw kindje zijn! Pa! Pàà!

Behoorlijk vervelend. Ik ben blijven staan aan het park zelf, tot ze bijna op mij botste, en ik heb ze over mijn schouder toegesist ge maakt mijn kinderen bang—moest ik u zijn, ik zou nú terugkeren.

Even was het stil, maar toen we aan de overkant van het park waren en de Oudevest indraaiend was het weer zover: papatje! pa-pa-tche! hélaba! papa! mag kik uwe kleine niet zijn soms? pa-pàààààààà!!!

Ik begon er een slecht oog in te krijgen. Ik heb de buggy laten staan op de hoek, de straat overgestoken, en dat wijf, dat waarschijnlijk niet eens dertig was, met twee vingers op haar twee schouders tegengehouden. Ze bleef wat onstabiel staan, en dacht mij nog iets toe te moeten lallen in de zin van gij pijst dadde zoveel beter zijt omdat gij wel kinderen hebt, ewel, ik zal kik u keer wa zeggen hé…

Ik heb ze zo kwaad mogelijk aangekeken, en zo dreigend mogelijk gezegd blijf. van. mijn kinderen. wég. NU!

Ze strompelde wat onstabiel naar achter.

Het heeft niet geholpen: twee straten werder, toen we bijna aan onze deur waren, plots van aan de hoek van de straat: ela! papa! papaaaa! papaatje! ik zal u kinderen nekeer pootjelap doen! papaaaaaaaaa!!!! pootjelap!!!

Nu mogen ze veel doen, maar mijn kinderen, daar moeten ze afblijven. Ik ben er niet fier op: ik heb ze ons laten achtervolgen tot een eind voorbij onze deur, en dan heb ik ze aan de volgende hoek tegen de muur geplakt. Ze had haar bierglas niet meer in de hand, nog dat geluk. Ik had ze bij de staart in haar haar vast, en met mijn andere hand aan de keel gegrepen. Ik weet niet of haar voeten nog op de grond stonden, maar het zou goed kunnen van niet: zó kwaad was ik.

En dan heb ik ze op ijzig rustige toon nog eens duidelijk gemaakt dat ze best van mijn kinderen afblijft, als ze weet wat goed voor haar is.

Ik vrees dat ik er ook een hele reeks onbeleefdheden aan verbonden heb. Genre smerige stinkende teef en goor foorwijf en ook die goeie oude ‘t is niet omdat ge nijdig zijt dat iedereen u achter uw rug uitlacht voor uw gemeen pukkelgezicht, uw dik gat en uw uitgezakt lijf vol lelijke tatoeages, dat ge dat moet uitwerken op andere mensen.

Ik liep er al over na te denken van in het park, jazeker.

Ze is verwensingen brallend afgedropen. Bah.

13 Comments

Zeg uw gedacht

Navigatie

Vorige entry:

Volgende entry:

» homepagina, archief

Vriendjes

<insert standard disclaimer>

Alles wat hier staat is mijn eigen opinie. Het wordt niet nagelezen of goedgekeurd door mijn werkgever voor het on-line komt, en ik bied geen enkele garantie voor kwaliteit of correctheid.

Mijn werkgever is het niet noodzakelijk eens met wat ik schrijf, en het spreekt vanzelf dat hij dan ook op geen enkele wijze aansprakelijk kan zijn voor wat ik hier publiceer.