Er is één ding dat mij zwaar van het hart moet over de schoolfeesten op het Sint-Barbaracollege: al onze kinderen kijken er elk jaar weer naar uit om geschminkt te worden, en elk jaar is het resultaat bleh.
Zelie wil altijd een prinses zijn maar ze komt er jaar na jaar uit als Crack Whore Magazine Centrefold of the Year 1978: blauwe oogschaduw tot aan de haarlijn, rouge tot in haar oren.
Louis wil nu eens een tijger, dan weer een draak, dan weer een slang zijn, en hij komt er uit als iets dat mits genoeg medicatie in het hoofd van de argeloze kijker, eventueel zou kunnen omschreven worden als iets dat erop lijkt.
Kijk, het verschil tussen mensen die hun vak kennen, en mensen die die nog veel bij te leren hebben:
Dat was vorige zomer in Bellewaerde. Gepiept op schat ik dertig seconden, overigens. Dit was gisteren:
Jan bovenaan is, euh, denk ik, een spinnenweb, en Louis is een slang, schijnt het.
Ik weet het wel, you get what you pay for, en ik wéét dat de kinderen zelf het allemaal wreed wijs vinden, en ik besef natuurlijk dat de mensen ook maar hun best doen, maar toch: ik loop liever niet met kinderen over straat waar ik me bijna voor moet schamen.
Beesten: deze namiddag zag ik op één van die “ho ho kijk eens we proberen te shockeren”-programma’s op één van die zenders voor het jonge volkje (Jim? TMF?) dat ze zo’n enorm grote kakkerlak in een microgolfoven staken en mensen lieten gokken hoe lang het zou duren eer het beestje ontplofte (9 seconden).
Dat vind ik vies. Ik leer mijn kinderen dat ze geen enkel beest nutteloos mogen pijn of dood doen. Goed, ik weet dat ik niet veel medestanders heb in mijn sympathie voor alle beesten, maar toch. Een spin in huis: buiten zetten als dat echt moet, niét opzuigen met de stofzuiger. Muggen zijn vies en die sla je gewoon dood, maar je trekt ze geen poten of vleugels uit. En als er een naakte slak zit, is het hoegenaamd niet nodig om dat beest met zout te bestrooien—gewoon buiten zetten (aan de straatkant, welteverstaan, niet in de tuin) is ook al lang goed. Of als buiten een droge hete straat is waar het beest toch zou doodgaan, dan zet je gewoon je hiel op het beest, dat het meteen dood is.
[Hetzelfde met honden trouwens: ja, ze zijn vies en ze stinken, maar dat is geen reden om ze pakweg met gloeiende breinaalden in de ribben te poken.]
Big Brother: ik heb er eigenlijk zelfs geen moment aan gedacht om er dit jaar naar te kijken. Soms, ‘s avonds laat, kom ik er toevallig voorbij, en dan zap ik meteen weg: saaie televisie lijkt het me, met allerlei onsympathieke mensen die ook niet weten wat gedaan.
Er zat een zwangere vrouw in, en een Griekse kapper, en een Gentse homo. Geen idee of ze er nog in zitten. Ik heb iets gezien van twee verdiepingen, of twee huizen of zo. Geen idee wat daar mee aan de hand is/was.
Hype-televisie, weet Mark Uytterhoeven, is niet meer van deze tijd. Zullen we het daar maar op steken?
Een tijd geleden las ik dat ze elkaar zweepslagen moesten geven. Welbesteekt, denk ik dan.
Maar: wat leest mijn lodderig oog? Dat er tegenwoordig op Big Brother begod kippen gemarteld worden? Eikes! En dat het niet de eerste keer is: dat ze ook al geklooid hebben met duiven, en konijnen, dat ze de één of andere proef met tarantula’s twee dooie spinnen en beesten met gebroken poten tot gevolg had?
Luister, ik draag schoenen die van koeienlijken gemaakt zijn en ik probeer elke dag minstens iets binnen te krijgen dat ooit ergens in de wei dartelde dan wel op stal stond, maar dat wil niet zeggen dat ik vóór dierenmishandeling ben. Nee, ‘t is redelijk vies op VTM. En alhoewel ik zwaar tegen fundamentalisten genre ALF ben, zou ik wel eens durven de E-mailactie bij Biteback aanraden.
De dag dat ze een manier vinden om reuzengrote vaten permanent doorgroeiende genetisch gemanipuleerde naakte slakken te maken, zonder zenuwstelsel maar zuiver biefstuksmakende of beenhespgetextureerde spier, is de dag dat ik daarop overschakel.
O, en wat zie ik op VIPs? Sylvie Melody is getrouwd met een Marokkaan? Als dat niet schoon is!
Akkoord, ‘t is 1/8 aan f/1.4, met de hand vastgehouden op een bed in een donkere kamer, dus ik verwacht niet meteen dat het haarscherp zou zijn, en er zit al niet veel detail in de midden van dat gezicht waar een autofocus houvast aan heeft, maar toch: het zag er allemaal véél te flou uit naar mijn zin.
En dan zijn er foto’s zoals deze (klik voor 100%):
Opnieuw f/1.4 (not a peep, Noels!) en opnieuw véél te weinig scherp naar mijn zin. Ik slaagde er maar niet in, leek het wel, om scherpe foto’s uit die camera te krijgen. Ik zat er serieus mee in dat ik met backfocus-problemen zat.
Vandaag dus maar een testpagina uitgeprint en gefotografeerd. Ondanks de minder dan ideale omstandigheden (te donker), zijn de resultaten voor de Sigma 30 mm f/1.4 relatief bemoedigend te noemen. Crops aan 100% geven me dit:
Als ik dat vergelijk met wat de pagina noemt “as good as it gets”…
…dan ziet dat er redelijk in orde uit.
Nee, ik vrees dat ik tegen de grenzen van de lens aanloop. En dat ik dringend eens zal werk moeten maken van betere belichting en zo—de flash laten bekijken, want die doet vaak maar raar—als ik nog veel foto’s van kleine kinderen binnenshuis wil maken.
Waar de geschreven pers allemaal niet goed voor is…
Bij het bekijken van een foto in het Laatste Nieuws maak ik me de bedenking dat ik dringend naar de kapper moet, en dat ik dat luizig hemd nooit meer mag aandoen als er getuigen bij zijn:
En toen ik gisteren een foto moest opsturen voor een artikel, er zo meteen geen vond (ik ben niet de enige met het probleem), en dan maar naar de lift in de gang getrokken ben (de enige plaats met een spiegel die geen WC is) om een zefpetrèt te trekken, bleek nogmaals dat ik mega-dringend naar de kapper moet, en dat ik het luizige hemd dat ik die dag aanhad ook nooit meer mag aandoen als er mensen in de buurt zijn.
Uit miserie dan maar mijn mantel en mijn sjaal aangetrokken om een foto te maken (hemd gecamoufleerd, weetuwel), maar toen bleek—eheu!—dat mijn bril ergens een deuk moet gekregen hebben, waardoor hij tegenwoordig scheef op mijn hoofd staat:
Fotografie confronteert. Daar zit ongetwijfeld een les is. Naast, uiteraard, hyper-dringend een afspraak maken met de coiffeur.
De commissie Binnenlandse Aangelegenheden van het Vlaams Parlement keurde gisteren een resolutie goed dat de Vlaamse regering vraagt de Franse benaming van een veertigtal Vlaamse gemeenten te schrappen. Voortaan mag er dus niet langer worden gesproken over Anvers, Courtrai, La Panne of Hal. In de officiële briefwisseling of op wegaanduidingen zou alleen de Nederlandse naam overblijven. [via]
Wat wil dat nu zeggen? Komt er dan bij ons ook alleen Liège en Mons? Of blijven wij Luik en Bergen zeggen?
En geldt dat alleen voor steden in België? Dus Aix-la-Chapelle en Parijs mag nog? Of gaat de nachttrein tegenwoordig naar Санкт-Петербу́ргen Magyarország?
Gaan we dan ook een Europees Edict laten uitvaardigen dat ze niet meer mogen spreken van Entre les tours de Bruges et Gand, en dat Brel ge-retconned wordt naar Entre les tours de Brugge et Gent?
En wat doen we dan met Brussel? Tweetalig dan maar? De negentien gemeenten, in twee talen? De rand, in het Nederlands? Of alleen daar waar er faciliteiten zijn? Of net niet? En wat met Voeren? Komen? Waasten?
Dat is toch één van de dingen die de charme van België maken? Eigenbrakel en Renaix en zo?
Ik heb indertijd nog dingen gemaakt met Inform 6. En, euh, meer dan twintig jaar geleden dingen gemaakt met The Quill.
Met “dingen” bedoel ik dan wat men nu Interactive Fiction noemt, en indertijd Adventure Games. Of, nadat er ook point & click-dingen waren zoals de King’s/Police/Space Quests: Text Adventures.
Werelden bouwen is wijs, zelfs al zit er niemand anders in. En met Inform 7 wordt het wel heel erg eenvoudig. Natural language programming! Hoera! Kijk, dit is de broncode:
“House”
by Michel Vuijlsteke
Section 1 – Setting things up
The player is wearing a bathrobe and some slippers.
The description of the bathrobe is “It’s a dark blue striped bathrobe with deep pockets.” The description of the slippers is “They’re pretty threadbare slippers.”
The bathrobe is the player’s holdall.
Section 2 – Ground floor
The Hallway is a room. “You are in a dark and narrow hallway. Heavy oak beams loom overhead. A rickety door, all wood and metal and jingly glass bits, leads outside. [if the curtains are not in the room]A doorway leads east [otherwise]Gray curtains hang down from the ceiling on the east wall[end if] and a large brown wardrobe looms against the west wall.”
The front door, some beams, some curtains and a wardrobe are scenery in the hallway.
The wardrobe is closed and openable. It contains a dark green overcoat. The overcoat is wearable. The description of the overcoat is “The coat is a dark green ankle-length affair, shiny in patches and with its lining hanging out.”
The front door is south of the hallway and north of the street. The front door is a lockable and unlocked door. “[if open]The front door is open, gently swaying in the wind. [otherwise]The front door is shut.”
A door-mat and a white desk are in the hallway. A small brass key unlocks the front door. The white desk is pushable between rooms.
Instead of taking the desk, say “You can barely lift the desk, let alone carry it. You may be able to push it around though.” Instead of taking the door-mat, say “Ugh! It’s all muddy!” Instead of taking the front door, say “The door may be rickety, but it’s still surprisingly well attached to the door jamb.” Instead of taking the beams, say “You can’t quite reach the beams.” Instead of taking the curtains: say “You tug on the curtains. They practically fall apart in your hands, revealing a dark room behind them.”, remove the curtains from play.
The Street is a room. “You are standing in the middle of an empty, weirdly modern street running through muddy fields. Sand crunches underfoot. The only house in the street that doesn’t have its doors and windows boarded is a drooping affair to the north.”
Some sand is scenery in the street. Instead of taking the sand, say “You consider pocketing a handful of damp sand but think better of it.”
The house is scenery in the street. The description of the house is “The house looks like a mediaeval affair hidden behind peeling nineteenth century plasterwork. It has quite obviously seen better times. There’s a rickety door and a window with half-drawn blinds on the ground floor.”
The window is scenery in the street. “The window is gray with caked on dust.”
The street is outside of the hallway.
En dat geeft dan bijvoorbeeld dit:
House An Interactive Fiction by Michel Vuijlsteke Release 1 / Serial number 060503 / Inform 7 build 3K27 (I6/v6.31 lib 6/10N) SD
Hallway You are in a dark and narrow hallway. Heavy oak beams loom overhead. A rickety door, all wood and metal and jingly glass bits, leads outside.
Gray curtains hang down from the ceiling on the east wall and a large brown wardrobe looms against the west wall.
You can see a door-mat and a white desk here.
>look at myself As good-looking as ever.
>inventory You are carrying: a bathrobe (being worn and open but empty) some slippers (being worn)
>examine bathrobe It’s a dark blue striped bathrobe with deep pockets.
>put slippers in bathrobe (first taking them off) You put the slippers into the bathrobe.
>look in wardrobe You can’t see inside, since the wardrobe is closed.
>open it You open the wardrobe, revealing a dark green overcoat.
>wear overcoat (first taking the dark green overcoat) You put on the dark green overcoat.
>open door You open the front door.
>examine door The front door is open, gently swaying in the wind.
>go out
Street You are standing in the middle of an empty, weirdly modern street running through muddy fields. Sand crunches underfoot.
The only house in the street that doesn’t have its doors and windows boarded is a drooping affair to the north.
>get sand You consider pocketing a handful of damp sand but think better of it.
>look at the window The window is gray with caked on dust.
>n Hallway You can see a door-mat and a white desk here.
>get door-mat Ugh! It’s all muddy!
>get desk You can barely lift the desk, let alone carry it. You may be able to push it around though.
>look Hallway You are in a dark and narrow hallway. Heavy oak beams loom overhead. A rickety door, all wood and metal and jingly glass bits, leads outside.
Gray curtains hang down from the ceiling on the east wall and a large brown wardrobe looms against the west wall.
You can see a door-mat and a white desk here.
>get curtains You tug on the curtains. They practically fall apart in your hands, revealing a dark room behind them.
>get beams You can’t quite reach the beams.
>get desk You can barely lift the desk, let alone carry it. You may be able to push it around though.
Een uurtje werk, twee kamers en het begin van een puzzel (het bureau verplaatsen tot onder de balk, wie weet zit daar wel iets in!), en ik heb er serieus goesting in om er aan verder te doen.
Ach, wereldliteratuur it ain’t, en ik ben hoedanook niet van plan om dergelijke dingen op de wereld los te laten, maar het is ongelooflijk wijs om te prutsen, en Inform 7 is echt machtig.
Slechte mensen gaan zeggen dat het er wel heel erg roze uitziet, en ik weet ook wel dat het minofmeer een standaardtemplate is op een standaard-Typo 3 en dat zowat alle individuele elementen pikkendief zijn van elders, maar het werkt.
Goeie, goeie website. Bravo, wie hem ook gemaakt heeft.
Tangentieel naar aanleiding van Asfaltkonijn’s “extreem 2.0”-opmerking:
Het heeft niets te maken met technologie of design en alles met mensen. Er is niets nieuws onder de zon, er is alleen kritische massa. Tags zijn gewoon trefwoorden. Een vol voetbalstadium zal nooit een Rembrandt schilderen.
Ik ga er ooit eens een dun boekje over moeten schrijven denk ik, die hele web 2.0 komt me tot hier (duidt een plaats ruwweg 20 centimeter boven het topje van zijn hoofd aan).
…en toen vroeg ik me af waarom ik zo er ambetant van loop van heel die web 2.0-achtige toestanden en hoe de term door allerlei mensen op allerlei manieren gebruikt wordt.
Want enfin, eigenlijk: wat kan het mij schelen? Als marketeers dat op één manier willen begrijpen en ontwerpers op een andere en psychologen op een derde en voor mijn part hondenfokkers op nóg een andere manier: waarom zou ik mij daar moeten over opwinden, juist?
En waarom reageer ik dan zo pinnig als er mensen zeggen dat iets web 2.0 is? Ik denk dat ik er achter ben. En het heeft alles te maken met idealisme en compromissen sluiten en de manier waarop de wereld in mekaar zit en dat het niet eerlijk is. En ik ga nog eens mijn gedachten op orde zetten en zo, maar alvast: doet allemaal wat gij niet laten kunt!
We waren de hele avond alleen thuis, Louis en Zelie en Jan bij mijn ouders.
Een fijn etentje & een fijn openingetje van een tentoonstellinkje met meneer Volume12 en meneer Huugendruug.
En dan een beetje naar televisie kijken, en dan naar bedje, en morgen gezond weer op voor een interviewtje.
En hopen dat het allemaal een beetje beter gaat met de rugpijnen en zo. En proberen scheduling conflicts te resolven voor maandag: een database-consultancy-opdracht (ha!) combineren met de maandelijkse Gentblogt-vergadering.
En dan ook nog tijd vinden voor twee rapporten en een briefing.
Halfnegen en alles was stil in huis. Ik schoot wakker en ik voelde meteen aan mijn water dat er iets aan de hand was. Maar wàt?
Juist: geen kinderen die lawaai maken. Voor één keer niet gewekt tijdens het weekend omdat Zelie en/of Louis aan het bed staan om te vragen of ze naar TV mogen kijken.
Het deed toch maar raar.
Vanmorgen dan een kleine twee uur interview gedaan over Google Talk—’t is ook eens wat anders dan telefoon of e-mail—en daarna naar mijn ouders afgezakt om de kinderen te gaan ophalen.
En nu weer thuis. Eten. En dan naar de Colruyt, waar we vanmorgen niet meer geraakt zijn. En dan misschien terug naar mijn ouders. En dan naar huis. En dan morgen verjaardagsfeestje. En dan zit het weekend erop.
Had ik al gezegd dat ik dringend meer uren op een dag zou willen? En meer dagen in de week, vooral dan in het weekend?
In ieder geval: op het moment is het redelijk moeilijk te vergeten dat de kinderen weer in huis zijn. Ze zijn vanmorgen blijkbaar om kwart voor zes opgestaan, en dat is er duidelijk aan te merken: ze zijn o-ver-ver-moeid. Voor het minste wenen, voor het minste drama, niets lukt, kwaad op de werled en lastig.
Jan heeft daarnet denk ik een half uur staan wenen, Louis weigert op te ruimen, enfin: ze zullen hun rust kunnen gebruiken over de middag.
Een blitzbezoek aan mijn ouders (of beter, aan mijn moeder en mijn broer, mijn vader zit waarschijnlijk weer ergens godweetwaar in den vreemde– deze voormiddag om de kinderen te gaan ophalen, en van de okkasie gebruik gemaakt om de macrolens op mijn fotomathilde te vijzen en een paar struiken af te gaan.
Mijn tweedefavoriete spin tegengekomen, een Marpissa muscosa:
En de planten zaten ook vol met vieze snuitkevers. Geen idee wat het precies zijn, die dingen zijn ook niet te identificeren voor mensen zoals u en ik die er niets van afweten, misschien een Phyllobius, misschien ook een Polydrusus:
Maar dus geen speciale nieuwe beesten. Vliegen, ja:
En mijn numero uno favoriete spin—Pisaura mirabilis, daar heb ik er zelfs twee van gezien, al was er maar één die lang genoeg stil zat om te fotograferen. Misschien omdat ze twee poten kwijt geraakt was en dat er ondertussen maar één aan het bijgroeien was:
In de stad leven is wijs, maar een tuin hebben die al volwassen genoeg is om een echt ecosysteem te hebben, daar is toch ook iets voor te zeggen.
We zouden per okkasie eens moeten spreken met iemand die ons zou kunnen zeggen wat we moeten aanvangen met die stadstuin van ons.
De laatste plaat van Jacques Brel voor hij stierf, Les Marquises. Louis Armstrong die We Have All the Time in the World zingt, een paar maand voor hij sterft.
En, even ontroerend bijna: The Shootist, de laatste film van John Wayne. Met onder meer ook Lauren Bacall en James Stewart.
Over een oude man, John Books, een dinosaurus lang voorbij zijn top, die kanker heeft, weet dat hij gaat sterven, en die probeert op een gepaste manier afscheid te nemen door nog één keer de held te zijn. Gespeeld door een oude man, John Wayne, een dinosaurus lang voorbij zijn top, die kanker heeft, weet dat hij gaat sterven, en die probeert op een gepaste manier afscheid te nemen door nog één keer een goeie film te maken.
En zowel Books als Wayne slagen in hun opzet.
Shone, schone film. Op dit eigenste ogenblik op BBC.
Moment van zelfrelativatie van de week. De bankdirecteur van dienst, die Vanoudenhoven advies moest geven over de munt van Robland: “Dienen overstap naar VT4 heeft u toch geen windeieren gelegd hé?”
Voor de rest was het geen verkeerde aflevering. Mocht dit op een pakweg zaterdagavond uitgezonden worden en met minder (pogingen tot) hype, het zou al heel wat minder erg zijn.
2.a. A condition of dullness or drowsiness; dumps, low spirits, depression
1811Morning Herald 13 Apr. in Spirit Pub. Jrnls. (1812) XV. 175, I am now in the doldrums; but when I get better, I will send you [etc.]. 1835 MARRYAT Jac. Faithf. xi, ‘Come, father, old Dictionary is in the doldrums; rouse him up with another stave.’ 1862Athenæum 30 Aug. 266 A glass of brandy-and-water is a panacea for the doldrums. 1886 C. KEENE Let. in G. S. Layard Life xi. (1892) 363 The great thing is to evade ‘the Doldrums’.
Ook wel een beetje met hoop geïmpliceerd hoor, wegens de vólgende betekenis:
2.b. The condition of a ship in which, either from calms, or from baffling winds, she makes no headway; a becalmed state.
1824 BYRON Island II. xxi, From the bluff head where I watch’d to-day, I saw her in the doldrums; for the wind Was light and baffling. 1833 MARRYAT P. Simple xliii, As we ran along the coast, I perceived a vessel under the high land in what the sailors called the doldrums; this is, almost becalmed, or her sails flapping about in every direction with the eddying winds. 1883Times (weekly ed.) 16 Feb. 10 The ship of State has escaped the tornado, but seems becalmed in a kind of political and financial doldrums. 1895 SIR T. SUTHERLAND in Westm. Gaz. 11 July 1/3 At the present moment the trade appears to be in the doldrums.
Want als je in de equatoriale stiltegordel zit, wil dat meteen ook zeggen dat je er eventueel weer uit kunt geraken.
Op de lagere school las ik enorm graag boeken over wetenschap. Ik herinner me niet dat we op school een echte bibliotheek hadden, alleen kasten tegen de achtermuren, waar dan boeken in zaten. In het eerste en tweede leerjaar (we zaten samen in de klas) waren dat dingen van Dick Bruna en Annie M.G. Schmidt, in het vijfde en zesde waren er geen boeken meer en moesten we naar de “echte” bibliotheek gaan—of in mijn geval, de ettelijke (tien)duizenden boeken van mijn ouders.
Maar wat waarschijnlijk mijn leesgewoonten en interesses grotendeels gevormd heeft, is de boekenplank van het derde en vierde leerjaar, waar ik de hand van meneer Van Vossel, leraar-biologie-extraordinaire, in vermoedde. Alle Jongens en Wetenschap-boeken (die we thuis ook hadden, daar niet van, maar toch, schietkatoen! vliegtuigen uit balsa! chemie! science fiction!), en stapels jaren-60 Time/Life-boeken (apen! leeuwen! tijgers! dinosaurussen!), en boeken over gekken als Konrad Lorenz en Thor Heyerdahl.
Konrad Lorenz met zijn pijp, zijn vreemd hoedje en zijn ganzen, maar vooral: Thor Heyerdahl.
Heyerdahl in de jungle op zoek naar geschikte bomen. Heyerdahl en de walvishaai. Heyerdahl met de slappe lach om de nietigheid van de Kon-Tiki als hij zijn drijvende wereld vanop een vlot op afstand bekijkt. Heyerdahl en het onherroepelijk zompiger wordend balsa. Heyerdahl met zijn baard en zijn aan het psychotisch grenzende blik als hij op Raroia toekomt.
En dus ook: Heyerdahl en the doldrums. Windstil, de vrees dat het allemaal slecht zou kunnen aflopen, maar ook de bijna-zekerheid dat het niet slecht zal aflopen.
* * *
Dat alles om te zeggen: ‘t is wat windstil in mijn leven. En ik heb een paar jaar geleden geleerd dat het geen goed idee is om veel te schrijven op weblogs als het niet allemaal naar wens verloopt in het leven.
En dus vandaar dat het hier wat stil is en nog wel een tijdje zal zijn. Maar zoals de mens zei: all things move toward their end.
Jazeker: all things move toward their end—on that you can be sure.
Het internet heeft een hele dag platgelegen bij ons thuis.
Er komt een verdachte geur en een piepgeluid uit de buurt van de kabelmodem, en er branden geen lichtjes op de modem.
Telefoon naar de klantendienst: het zou de voeding van de modem zijn, en ze gaan een nieuwe opsturen per Taxipost.
Nu ik weet dat het de voeding is, heb ik er nog eens extraspeciaal aan gefrunnikt, en er de draad nog eens extraspeciaal diep in geduwd tot het piepgeluid begon te tstokken en dan gedraaid en gewrikt tot het min of meer stil bleef, en dan de draad in die positie met plakband vastgezet.
Waardoor ik weer netwerk heb, maar geen idee hoe lang nog.
voormelde verwerkte foto’s op Flickr zetten en Tuinsafari en/of Garden Safari, na het nodige opzoekwerk om eventuele onbekende soldaten te identificeren
een stukje schrijven voor voormeld project over de activiteiten in het Grravensteen
(1), dat was gisterenavond, maar het was maar anderhalf uur of zo, terwijl ik er eigenlijk gemakkelijk een halve of een hele dag, of eigenlijk een paar dagen aan een stuk over had kunnen en willen spreken.
In casu ging het over een groot CRM-achtig iets dat moet gecreëerd worden vertrekkende van een hele hoop verschillende databases en databasetjes, van fichenbakken over Outlook-contacten en Excel tot Access en Act!-achtige toestanden, met de hele migratie en het hele change management en de hele UI en IA van de finale applicatie en alles erop en eraan.
Met andere woorden, één van die concurrentievervalsende consultancy-dinges die ik graag doe: gratis ende voor niets dingen gaan doen waar ik zonder valse bescheidenheid wel goed in ben, en waar andere mensen veel geld voor vragen. En die ik o-zo-bloody-graag méér zou doen.
(2) was letterlijk maar twee e-mailtjes vandaag, bijzonder summier en vrees ik weinig to the point bij gebrek aan interlocuteur aan de andere kant van de e-mail. Bijzonder spijtig vind ik dat, maar goed, budgetten zijn budgetten en uiteindelijk is het mijn project niet — één van de redenen dat ik er geen geld voor wil vragen trouwens: dergelijke dingen zijn niet te combineren met mijn huidig werk.
(3) is gisteren maar half gelukt wegens geen tijd genoeg gehad (enkel ‘s avonds thuis in het weekend, en dan op weg naar en van het werk op de trein, dat is niet echt genoeg), en vandaag is het ook niet gelukt om het af te maken, om dezelfde reden: geen tijd.
(4) was maar een uurtje of zo, af en aan, terwijl we bij mijn ouders zaten (verjaardag van mijn vader! hoera!)
(5) ben ik aan begonnen, maar zal vanavond niet lukken wegens geen tijd.
(6) zal niet lukken wegens geen tijd.
(7) zal niet lukken wegens geen tijd.
(8) niet gelukt wegens teveel rugpijn
(9) niet gelukt wegens (8) niet gelukt, en eigenlijk nog maar goed ook, want anders was het toch niet gelukt wegens geen tijd.
O ja, dat waren trouwens alleen maar de dingen die ik heel erg graag wou doen. Daarnaast zijn er ook nog een waslijst dingen die ik misschien niet zo enorm graag doe, maar die eigenlijk ook zouden moeten gebeuren. Een website of twee maken voor verschillende mensen. Een rapport schrijven voor een usability study. Kaartjes ontwerpen en afdrukken.
En dan zijn er dingen die niet dringend zijn, die niet hoeven, maar die ik zou willen doen: boeken lezen, films bekijken, genealogie doen, opzoekingen, internationalisatie van Genbox , betatesten van een aantal applicaties, programmeren, spelletjes spelen en in het algemeen dingen bijleren.
En daar helemaal naast: het huis moet opgekuist, plannen voor verbouwing moeten gemaakt, een nieuwe trekzetel moet gekocht, de computer moet opgekuist, de boeken en de dvd’s en de muziek moet geïnventariseerd, de tuin moet opgekuist, de klimplanten ingebonden, bloemen en planten geplant, … aaaargh!
Een patroon tekent zich af, vrees ik. Meer-uren-in-de-dag! Zesendertig-uren-dag-nu!
Zonet, bij het afsluiten van Newsnight (alweer een fijne aflevering, met onder meer een wel bijzonder cringe-worthy interview met de ambassadeur van de VS in Groot-Brittanië—eikes wat een vieze vent was dat):
…and for those of you experiencing withdrawal symptoms, there is always Newsnight, the podcast.
En toen voegde hij daar onder zijn adem iets aan toe dat verdacht veel leek op
Jajaja, ‘t was vandaag een dag waar allerlei dingen over te schrijven zouden kunnen zijn. Maar zoals me wel meer overkomt de laatste tijd, discretion being the better part of valour en zo… enfin ja.
Allerlei dingen te doen ook, zeer weinig waarover ik iets in ‘t openbaar kwijt wil.
O ja, behalve dat ik tegen dit weekend toch wel ons bedankingskaartje voor alle schone cadeaus en milde giften en gelukwensen wil af hebben.
En dat het serieus begint te korten dat ons kookvuur moet gaan toekomen, en dat we dus moeten beginnen serieus plannen voor afvoer en dampkappen en dergelijke.
En, natuurlijk, dat alles wat een paar dagen geleden moest gedaan zijn ook nog altijd te doen is.
Nóg beesten van dinsdag, en wel: spinnen en spinachtigen. Bekijk ze zeker ook eens in ‘t groot, er ziten een paar o zo schattige oogjes tussen!
Het zat relatief vol van krabspinnen in de brandnetels en het onkruid. Gewoon aan het rondkijken:
…of insekten aan het verorberen:
…of zelfs andere spinnen aan het opvreten:
Schattige spinnetjes. En die óógjes!
En van schattig en ogen gesproken: geef toe, veel schattiger dan dit mannetjes-Marpissa muscosatje worden toch echt niet gemaakt:
Of het zou moeten zijn dat ik nog eens een zebraspinnetje in de smiezen krijg. Helaas zijn die door de band véél sneller weg dan zo’n Marpissa, én zijn ze ook nog eens maar een derde zo groot, waardoor het wel erg moeilijk wordt om een goeie foto te maken met het materiaal dat ik maar heb.
En trouwens, op de plaats waar soms wel eens zebraspinnetjes te vinden zijn, zat dit vreemd meisje:
Spinnen, dat is genoegzaam geweten, zitten overal, en toen Jan zoals altijd afkwam met zijn plastieken stoeltjes, bleek dat in één van de stoeltjes wel drie van deze spinnetjes zaten:
Alledrie mooi verborgen in een holletje, schattig!
En dit was wel één van de dikste kogelachtige spinnen die ik in lange tijd gezien had:
En kijk, een hooiwagen met korte pootjes:
Alleen spijtig dat ik geen determinatiegidsen bij de hand heb, ze zien er nochtans allemaal redelijk bekend uit.
Hm. Een jonge extreem-rechtse schutter die eerst een Turkse vrouw neerschiet, en dan een zwarte vrouw die op een (blank) meisje van twee aan het passen was.
De eerste overleeft het, de twee laatste niet. Ik vraag me af wat Paul Beliën ervan zal maken.
Gokje op demonisering? En één gek typeert niet een hele beweging?
Kch, ik ben ongezond aan het eten tegenwoordig, ‘t is niet meer proper.
Op een typische werkdag ziet mijn dagmenu er zó uit:
‘s morgens (6u50): een koek genre Prince of iets dergelijks.
‘s middags (11u45): één of twee droge koeken genre Grany.
‘s avonds: ofwel om 16u58 een panizza met mozarela, tomaat en pesto uit de Panos ofwel rond 18u30 een paar boterhammen met garnaalsla / krabsla / americain / …
later (20u30): een appel en een koek.
Nu, ik krijg niet genoeg calorieën binnen om ervan te verdikken of zo, maar ‘t is écht niet gezond.
Dringend tijd om mijn leven te beteren. Vanaf vandaag:
‘s morgens een toast en yoghurt
‘s middags een paar boterhammen met kaas en een blad sla of zo
Ik droom ondertussen al jaren van de dag dat ik al mijn boeken weer ga kunnen in rekken zetten en klasseren, als de schier eindeloze verbouwingen hier gedaan zullen zijn.
Nu liggen ze verspreid over het huis, op en in kasten, in grote en kleine kartonnen dozen (al dan niet bananendozen, al dan niet van Chiquita), overal en nergens, en vooral: ongeklasseerd.
Ik ben vrees ik lichtjes dwangneurotisch als het op klasseren aankomt—geen slechte eigenschap voor iemand die professioneel met databases en structuren bezig is, houd ik mezelf dan voor.
Mijn CD’s, vóór ik ze allemaal in de computer geript had, stonden alfabetisch op hoofduitvoerder en dan op datum van eerste verschijning. Naam of achternaam, naar gelang: ABBA, Alan Parsons’ Project, The Beatles, Beck, Morissey, Mojo Nixon, Pink Floyd, … Klassiek stond ertussen op componist. Verzamelplaten stonden achteraan alfabetisch op naam van de compilatie, klassiek met meer dan één componist op naam van uitvoerder of dirigent. Easy-peasy.
DVD’s: ook niet moeilijk. Specifieke kinderdingen vooraan zonder klassement (hopeloos namelijk, ze halen ze zelf uit), en de rest op titel. Behalve dat dat klassement nu al een paar maand niet meer gevolgd wordt, en dus alles door elkaar staat. Maar goed, eenvoudig rechtgetrokken.
Boeken, dat was pas een ander paar mouwen. Ik heb er niet zó veel—een paar duizend schat ik—maar toch genoeg dat ik me niet kan veroorloven om op elke boekenplank genoeg hoogte en diepte te voorzien voor alle mogelijke formaten.
Dus had ik in mijn vorige bibliotheek de overgrote meerderheid van de planken op pockets voorzien, en stonden alle hardcovers en grotere boeken samen achteraan. En alle boeken alfabetisch op auteur en daarbinnen op datum van eerste publicatie, uiteraard. En alle comics en graphic novels stonden tussen de gewone boeken, in de mate van het mogelijke. En alle naslagwerken stonden samen. En alle computerwerken ook. En ook alle handleidingen. En de tijdschriften, in dozen, natuurlijk. En de echt grote boeken op grootte op de bovenste planken.
Drie utilities heb ik waar ik echt bijzonder tevreden van ben, en die me nog zeer regelmatig verrassen met nuttige nieuwe features.
Avant Browser, mijn hoofdbrowser op het werk, doet sinds een paar versies iets handigs met zijn tabs: terwijl de pagina laadt, verschijnt er een progress bar in de tab, en als de pagina-inhoud in een tab veranderd is en je hebt die nog niet gezien, dan wordt de titel onderlijnd. Handig.
FeedDemon, mijn feedreader, heeft ook weer een nieuwe versie uit, met onder meer een fix voor deze bug die mij al een tijd het leven zuur maakte:
Fixed: When the IE7 beta is installed, selecting “Open in new tab” from the context menu in FeedDemon’s browser opens the page in a new tab and a new window
En ik heb net een ongelooflijk handig iets ontdekt in Directory Opus, mijn Explorer/Verkenner-vervanger: als je een beeld in je clipboard staan hebt en je doet ctrl-V in een Directory Opus-venster, dan schrijft hij het beeld weg in die directory. Idemditto met tekst, daar maakt hij dan een tekstfile van. On-ge-bloederig-loof-lijk handig.
Toen ik gisteren thuiskwam, was er niemand in de keuken.
Dat is raar, want meestal zijn de kinderen dan net aan het eten. Het was verdacht stil, ook. Geen Sandra of Anna te zien, geen Zelie of Jan of Louis aan het spelen op straat of in de gang of in de keuken.
Sandra was Anna’s pamper aan het vervangen, bleek. En de drie oudste zaten op de koer op het gras te eten. Doodbraaf, elke bladluis en elke loopkever aanwijzend, elke mier uit de weg blazend en elk vliegend lieveheersbeestje met de vinger volgend.
En aan het eten zonder te smossen of ruzie te maken, echt door– en doorbraaf. Betere kinderen, soms, denk ik is het niet mogelijk te hebben.
OK, Louis zat met zijn voeten in zijn bord en Jan was de mieren eerder aan het doodduwen dan ze uit de weg te zetten, en later op de avond en vannacht hebben ze alledrie hun schade ingehaald qua minder goed gedrag, maar toch. ‘t Zijn zo zoetjes!
Ik zat vanavond op de trein rechttegenover een werkelijk mooie mevrouw. Niet oogverblindend flashy van hola beer, maar het zag er echt een lieve mevrouw uit, en zo ik al een type heb, dan helemaal mijn type.
Mocht ik al geen mevrouw en dergelijke hebben, en ware ik een mens die dergelijke dingen zou durven, ik zou de mevrouw rechttegenover mij gevraagd hebben wat ze ervan zou denken om samen iets te doen vanavond. Een glas drinken misschien op een terras. Of samen naar tv kijken, op elkaars schoot.
Maar ik heb al een zeer goeie mevrouw, en ik ben niet een mens die dergelijke dingen zou durven, en dus heb ik het gehouden op steelse blikken over mijn computerscherm.
En heel misschien droom ik vannacht wel over de echt wel heel mooie schouders van de mevrouw op de trein.
Jawel hoor, ‘t is demonisering geworden. Even de letterlijke woorden bekijken, want een en ander is wel indicatief voor dit soort tekstjes:
[1] Following Hans Van Themsche’s killing spree, however, his aunt is guilty by association, and so is the entire party. [2] The Belgian government has strongly condemned the shootings, describing them as an extreme form of racism. [3] Guilty, too, is this website because the writer of this article happens to be married to another VB member of parliament.
Eigenlijk is het Beliën zelf die [1] en [3] poneert, als een soort “men zegt”. Met [2] tussen [1] en [3], is de implicatie als je alles samen leest, dat de regering het Vlaams Vlok demoniseert omwille van familiebanden. Grappig, nee?
Maar goed, Beliën klaagt dat er tegen de tante van de jongen een publiek proces aan de gang is. Niet veel van gemerkt, zelfs in de meest linkse media die ik volg, moet ik zeggen—en dat de vader van de jongen óók een militant is van diezelfde partij, vermeldt Belgiën trouwens, wellicht voor het gemak van de discussie, even niet.
En dan klaagt Beliën al op voorhand dat Brusselsjournal, het on-line blaadje waar hij voor schrijft, ook in éénzelfde adem beschuldigd zal worden, enkel en alleen omdat Beliën getrouwd is met Alexandra Colen.
Nu, als ik Paul Beliën zou willen op iets aanspreken in deze, dan is het niet op zijn huwelijk met mevrouw Colen. Nee, ik zou het met hem willen hebben over de voortdurende sluipende haatzaaierij—islamofascisten nog aan toe!—en vooral over dat ene stukje van hem, Geef Ons Wapens. Met onder meer fijne typeringen als
De roofdieren hebben tanden en klauwen. De roofdieren hebben messen. Van kleinsaf hebben ze tijdens het jaarlijkse offerfeest geleerd hoe ze warmbloedige kuddedieren moeten kelen. Wij worden misselijk wanneer we bloed zien, maar zij niet. Zij zijn getraind, zij zijn gewapend. Wij mogen niet eens een pepperspray op zak hebben. Zij hebben knip- en slagersmessen en ze weten hoe ze die moeten gebruiken.
Hetzelfde stukje waarin Beliën voor eens en voor altijd duidelijk maakt waar de partij van zijn vrouw eigenlijk voor staat:
[…] dat het “xenofobe” Vlaams Belang slechts een vierde van de Vlaamse stemmen haalt, en geen 75 procent […] betekent dat slechts een vierde van de Vlamingen komaf wil maken met de roofdieren die rond de Vlaamse kudde zwerven […]
Leuk om weten.
En dan naar het einde van dat stukje staat het zwart op wit:
In een democratische staat moet de overheid de burgers beschermen tegen de roofdieren. Indien de staat deze functie niet meer kan of wil uitoefenen, hebben de burgers het recht zichzelf te bewapenen. […] Nood breekt wet. […] [B]esef dat niemand ons zal verdedigen als wij het zelf niet doen. Wie op de politie(k) rekent voor bescherming, is zo goed als dood.
Natuurlijk is er geen redelijk mens die zal beweren dat het artikeltje van Beliën of die hele Brusselsjournal ook maar iets te maken heeft met “The Antwerp Massacre” zoals ze het zelf noemen. Dat is teveel eer, zóveel lezers hebben ze vrees ik echt niet in de internaten in Roeselare.
Nee, rechtstreeks hebben ze er niets mee te maken. Maar onrechtstreeks des te meer. Zoals Geert Lambert het zei gisteren:
Dit is blind racisme, geïnspireerd door de brede maatschappelijke goedkeuring van racistische praat. […] Natuurlijk is de gemiddelde VB-kiezer geen neonazistische gek. Maar de agressieve skinheads krijgen wel het gevoel dat hun gedachtegoed gedeeld, of tenminste getolereerd wordt door een miljoen Vlamingen.
Annemans en Van Hecke, die tegenwoordig overal op televisie verschijnen (Dewinter: not so much, heb ik de indruk—hoe zou dàt komen?), blijven erop hameren dat hun partij hoegenaamd niet racistisch is. En dat de mensen moeten beseffen dat er “aan beide kanten” problemen zijn.
Zelf niet beseffend wellicht dat het precies dàt is waarin ze aantoonbaar racistisch zijn. Het is niet zo dat er twee “kanten” zijn, allochtonen versus autochtonen, blank versus zwart, katholiek versus goddeloos. Dàt is precies waar ze de bocht uitgaan: het systematisch vereenvoudigen van allerlei problemen tot “wij” versus “zij”.
* * *
Beliën zelf? Die haalt ondertussen zijn beste o tempora, o mores boven om de schietpartij te kaderen. ‘t Is allemaal de schuld van de abortus– en euthanasiewetgeving, en van “satanische muziek”:
Van Themsche’s killing spree is indicative of a society where young people have lost all respect for human life. Is it a coincidence that this should happen in a society that has lost respect for human life itself? Belgium has a very liberal abortion law and wants to extend its euthanasia legislation to minors and to the senile elderly […] They listen to Satanic and “goth” music, dress in black, shave their heads and write in farewell letters that “heaven does not exist.” Having lost faith in heaven, they then decide to turn the world into hell.
Satanische muziek op het kleinseminarie in Roeselare, ze zullen het graag horen. Of misschien ligt het wel aan de slechte opvoeding van de jongen?
Nochtans, met een vader die militeert voor de juiste partij, de enige partij die nog respect voor familie en zeden heeft…
Ik ga straks nog eens foto’s van aardige beesten posten. Ik had dinsdagnacht echt zin om alle foto’s van vorige dinsdagmiddag in één grote entry te steken. Ik heb me echt moeten tegenhouden, en dat deed me nadenken.
Ik denk dat ik er na al die tijd definitief achter ben waarom ik een weblog heb. Voor Nicodemus is het omdat hij altijd al plakboeken bijgehouden heeft en een weblog nu eenmaal een überplakboek is, voor mij is het omdat ik voortdurend kijk eens! wijs hé? wil doen.
Zo ben ik, vrees ik: ‘t is niet dat ik wil stoefen of zo, maar gewoon dat ik iedereen vanalles wil toenen en uitleggen.
Ik heb dat vrees ik al mijn hele leven gehad, en met vanalles. Boeken, computers, speelgoed, brol: van zodra ik het gekocht heb of gekregen, heb ik de neiging om dat aan iedereen te willen tonen. Kijk: wijs hé?
Van zodra ik iets geleerd heb of begrepen, wil ik dat ook meteen aan mijn hele omgeving doorgeven: zeg weet gij eigenlijk waarom X? En op de bijna onvermijdelijke “euh, nee” die daarop volgt, komt er een even onvermijdelijke uitleg. Met op het einde: wijs hé?
Het vervelendste is dat waarschijnlijk wel met muziek: luister eens: wijs hé? Of met films en televisiedingen—kijk eens! wijs hé? jamaar, kijken hé!— want daar duurt het echt wel heel lang dat de mensen moeten kijken als het wijs is. En ik word er dan lastig van als de mensen niet met genoeg aandacht kijken.
Kinderen zijn in deze overigens een fantastische zaak: van zodra ze lang genoeg geconcentreerd kunnen blijven en tot vermoed ik hun puberteit, heb ik gewoon een eindeloos vat dat ik kan opvullen met nutteloze, maar wel bijzonder wijze gegevens.
Ik vrees trouwens dat ik nu al dezelfde neiging in Zelie herken, als ze mij vraagt om iets te bekijken op televisie bijvoorbeeld dat zij al gezien heeft. En dat ze dan blijft zeggen kijk! jamaar papa: kijken hé! En dan blijft zij niet naar de televisie kijken, maar voortdurend van de televisie nar mijn gezicht, om toch maar te controleren of ik met de nodige volle aandacht naar televisie aan het kijken ben, en dat ik er toch maar geen seconde van mis.
He he. Dat doet deugd. Zó voor de hand liggend! En als ze mij nu in het vervolg vragen waarom ik een weblog heb, weet ik een antwoord! Hoera!
‘t Is weer weekend, ik ga er moeten op uit trekken om nieuwe foto’s te maken. Dit zijn de laatste van vorige dinsdag.
Ik was er al een tijd naar op zoek, en uiteindelijk toch nog gevonden: diplura.
Geen echte insekten, maar wel zes poten. In tegenstelling tot dit miljoenpootje met een wit hoofd en rode stippen op de zijkant, mijn hoofd eraf als het geen Blaniulus guttulatus is:
Let hierboven ook op het werkelijk minuskuul klein pissebedje. Hieronder een iets groter maar toch nog mini-formaat pissebedje (een millimeter of drie), naast nog zo’n oerinsekt:
Ook in dezelfde buurt als bovenstaande, springstaarten! Kleintjes als deze…
…en iets grotere (Orchesella cincta?) als deze:
En behalve dat, een primeur: sex! Twee snuitkevers:
En nog een primeur, mijn eerste foto ooit van een gele mier:
Helaas ook wel viezere beesten. Bladluizen bijvoorbeeld, yuk. In het mos, met vieze rooie oogjes:
Of in de zilverberk, vies grijs:
Ook, zoals altijd, een portie onbekenden en mysteries. Deze rare dingen die met vele tientallen rondkrioelen in een ton water bijvoorbeeld:
Larves van ‘t één of ‘t ander, ongetwijfeld. Muggen, misschien. Maar geen idee wat of hoe.
En een turquoise eitje-op-een-steeltje. Misschien van een gasvlieg, maar misschien ook niet.
Maar God is niet Jezus hé. Die zit binnen in Jezus.
Een weet je hoe de Heilige Geest uitgebeeld wordt? Als een gouden duif.
Of ze wist wat de Heilige Geest dan wel precies is? Nee. Maar ze zou het aan de meester vragen.
Nu, ik vermoed dat haar meester geen cursus pneumatologie gaat geven, maar ik vraag me toch af wat hij er over zal zeggen. Wat hij erover kàn zeggen, behalve dat de Heilige Geest uitgebeeld wordt als een duif.
En dat kadert allemaal binnen het hoofdstuk Godsdienst en Kinderen, en Hoe Ermee Om Te Gaan.
We zijn er dit jaar nog min of meer van gespaard gebleven—op de school van Zelie wordt de eerste communie pas in het tweede leerjaar gedaan—maar volgend jaar gaan we dus een aantal Knopen Moeten Doorhakken.
Voilà zie, de kogel is door de kerk. De nieuwe trekzetel is uitgekozen.
Op dit ogenblik heb ik een jaren-stillekes tweede– of derdehandse La-Z-Boy in blauwe fluweelachtige stof:
Eén optie was om een gelijkaardig model te kopen, misschien gemotoriseerd:
…maar die dingen zijn hondslelijk, en lomp, en ze zitten vol met mechaniek die kapot kan gaan.
En had ik al gezegd dat ze lelijk zijn?
Enfin, ‘t is dus een ander model geworden. In rechtstaande toestand:
…en in neerliggende toestand:
In alle geval wordt het hetzelfde materiaal en dezelfde kleur als hierboven, maar ik ben er nog niet helemaal uit of het het model zonder armleuningen wordt, of dat mét:
Ik ga er nog een beetje in gaan liggen denk ik voor ik de knoop doorhak.
Maar in ieder geval wordt het een model met een opblaasbare lendensteun en een tafeltje opzij.
Op een mailinglijst, ik zal ze maar niet bij naam noemen maar het volstaat te zeggen dat het allemaal eigenlijk deftige mensen zijn, werd de vraag gesteld wat de installatie van UV-verlichting in toiletten te maken heeft met drugspreventie.
Op geen tijd kwamen daar een stapel antwoorden op—dat het te maken heeft met de aders niet meer vinden en zo.
‘t is proper. Dat wij dat allemaal weten, ‘t is proper.
Pauli Beliën c.s. hebben de bewuste tekst waar Beliën allochtonen (met noordafrikaanse trekken presumably) gelijkstelt met roofdieren en autochtonen met kuddedieren, en waarin hij zegt dat die roofdieren messen hebben, dat ze van kleinsaf tijdens het jaarlijkse offerfeest geleerd hebben hoe ze warmbloedige kuddedieren moeten kelen, dat wij misselijk worden wanneer we bloed zien, maar zij niet, dat zij getraind en zij gewapend zijn, en dat burgers het recht hebben zichzelf te bewapenen, nood breekt wet, geef ons wapens—die tekst dus, verwijderd op vraag van het Centrum voor Gelijkheid voor Kansen en voor Racismebestrijding (CGKR).
I dunno.
Is dat niet teveel eer voor zo’n over the top tekstje? Was er iemand in België die dat ernstig nam?
Vreemd genoeg komt er nog een vraag bij van de hand van de auteur: hij vraagt alle publicaties die zelfs maar passages uit zijn weblog-entry citeren, die citaten te verwijderen. En hij dreigt met twee zaken: inbreuk op het auteursrecht, en dat mensen die stukjes citeren volgens het CGKR medeschuldig zouden worden aan het “aanzetten tot geweld jegens een groep wegens de nationale of etnische afstamming.”
Dat lijkt me zeer vreemd, maar ik ben wel geïntrigeerd.
Ad 1: bestaat er in België niet zoiets als citaatrecht? Waarbij je in een eigen publicatie, mits bronvermelding, stukken uit een andere publicatie mag citeren?
Ad 2: Stel dat ik iets zeg als
Wanneer X zegt “ik roep op om alle negers met frietvet te overgieten”, dan ben ik het daar helemaal niet mee eens.
…ben ik dan aanklaagbaar? Of is dat enkel als ik schrijf dat ik het eens ben met wat X zegt?
Enfin, IANAL natuurlijk, maar me dunkt heeft de heer Beliën geen been om bij wijze van spreken op te staan.
De ontwerper is Svein Asbjørnsen, de naam van het beestje is volgens de enen Modi Contura 20.00 en volgens de anderen gewoon Contura 2000, en het ding zit in de Fjord-collectie van Hjellegjerde.
Fabrikant (Hjellegjerde dus) en materiaal (roodachtig leder, zoals hierboven) liggen al vast. Dat er een tafeltje op de zijkant komt, ligt ook vast:
Alsook dat het niet het model wordt met de helemaal platte hoofdsteun:
…maar wel een model met een hoofdsteun met rechtopzetbare zijkant:
Het enige discussiepunt is nog of het een strak model 2000 wordt dan wel een minder strak maar (misschien) comfortabeler model 2010.
En hoeveel het kost? Veel. Een dik maandloon, pakweg. Maar het is dan ook de plaats waar ik zo ongeveer 90% van mijn wakende uren thuis in doorbreng.
‘t Was zondag feest in Nederland, voor de verjaardag van kleine Louis. Niet onze Louis, maar Louis van de broer van Sandra.
Een mens zou dan eigenlijk heel de dag kunnen rondlopen met een fototoestel in de hand, maar daar had ik geen zin in. En het eten was trouwens veel te lekker. Dus zijn het maar een paar foto’s geworden in plaats van een hele stapel.
Het wordt met het feest hallucinanter hoeveel kinderen er eigenlijk wel in de familie zijn—en binnenkort komt er nog eentje bij bij Katrien, en straks zal onze Anna ook al kunnen rondlopen!
Alhoewel… voor onze generatie voorzie ik geen tien kinderen meer, denk ik.
Ik heb tegen beter weten in—normaal gezien houd ik betasoftware ver van mijn computer—Windows Media Player 11 geïnstalleerd.
Een groot gemak van properteit en snelheid en zo.
En ook: fijne overzichtjes.
1288 uur muziek waar het jaartal niet bijstaat, en voor de rest:
jaren ’20: 9 uur jaren ’30: 5 uur jaren ’40: 9 uur jaren ’50: 72 uur jaren ’60: 159 uur jaren ’70: 230 uur jaren ’80: 466 uur jaren ’90: 1215 uur jaren ’00: 858 uur
Tee hee. Wat me echt verbaasde, is de top tien van het aantal uur muziek per jaar:
Ooit als eens het gevoel gehad om er een schop in te willen geven? Een sloophamer te nemen en de computers, de tafels, de deuren en muren mee te bewerken?
Zo het gevoel van tegen een bierkaai te moeten vechten om iets te mogen vràgen, en als je dan uiteindelijk de vraag gesteld krijgt, dat blijkt dat je net zo goed in een babylonisch-assyrisch dialekt had kunnen spreken?
Zo een situatie waar de discussie niet eens gaat over hoe we een huis gaan bouwen, maar waar blijkt dat terwijl één partij eigenlijk een plan voor een huis in gedachten heeft, een andere meer te vinden is voor een nieuwe fietsketting, een CD van Willeke Alberti en een maaltijd in een chinees restaurant?
Zo zin hebben om de deur achter je rug dicht te trekken, de sleutels aan de receptie achter te laten, gewoon naar huis te gaan en nooit meer terug te komen?
Zo een gevoel van what the drat zit ik hier eigenlijk te doén?
Van hoe is dat in ‘s hemelsnaam mógelijk?
Van aaargh?
Ooit al eens dat gevoel gehad? Ja? Wel: ik sympathiseer.
NB uiteraard zijn dit allemaal hypothetische vragen, zomaar los in het wilde weg gevraagd. Autofictie, weetuwel.
Ik kwam vanavond in de krantenwinkel in het station in Brugge, en daar lag een krant met op de voorpagina een grote foto van dat meisje dat vermoord is geraakt.
Waterlanders waren mijn deel.
Ik moet er niet aan dénken, Jan is ook ongeveer dezelfde leeftijd, dat een gek… ugh. Nee. Begone, foul thoughts!
De nummer acht op de lijst van Gentse sossen, de vice-voorzitter van Gentblogt, en de dame achter Loperken-Lena-Lienwag, heeft een nieuw politiek weblog: Lien Braeckevelt. Allen daarheen! In de RSS-lezer, en constructief commentaar geven! En volgen, op de voet, tot aan en voorbij de verkiezingen!
We gaan niet zeggen dat de campagne van start is gegaan, maar, euh, toch een beetje.
En geen moment te vroeg: ik kijk er ernstig naar uit om meer van de mens-achter-de-kandidaat te weten te komen. Ja, ik weet het, zo’n vaart zal het wel allemaal niet lopen, propaganda blijft propaganda, maar toch: een gunstige evolutie, weblogs in de politiek.
Op voorwaarde dat het échte weblogs zijn natuurlijk, compleet met commentaar en RSS-feed en zo. En dat het echte politieke weblogs zijn. Want eigenlijk, de mens achter de kandidaat interesseert me minder dan de politicus achter de mens. Allemaal goed en wel dat het sympathieke kerels dan wel meisjes zijn, met een al dan niet bloeiend uitgangsleven, met vrienden en kennissen, proper op hun persoon, lief voor kinderen en huisdieren, maarre: I want to know what makes them tick.
En een blik achter het magische gordijn, als dat even kan: achter de spin doctors. Maar daar houd ik mijn adem niet in, zó naief ben ik ook weer niet.
Bladluizen, het blijven vieze beesten. Gelukkig zijn er regelmatig eens die ten prooi vallen aan sluipwespen ha ha ha!
Er zijn ongetwijfeld entomologen die een specialisatie gemaakt hebben van de studie van bladluizen, en eigenlijk zou het me wel eens interesseren een determinatiegids te hebben voor die viezerds. [De bladluizen, niet de entomologen, dat spreekt.]
Maar zoals het er nu naar uitziet, zijn er wel veel studies over schadelijkheid van die beesten, en ook wel over genetica, en over parthogenese, maar geen handige gids om me te zeggen wat wat is.
Dus, euh, voor zover ik weet zijn dit twee soorten bladluis:
En dit is dan wellicht nog een derde soort bladluis:
…maar wat er ook van weze, dit is het soort levende bladluis dat ik het liefst zie:
Bladluizen die op het punt staan opgevreten te worden door een lieveheersbeestje dat er aan zit te komen.
Een Harmonia axyridis, veelkleurig aziatisch lieverheersbeest, hax voor de vrienden:
Hap snak, yummy. Dooie bladluizen, hoera.
Volgende keer probeer ik zo’n lieveheersbeest in aktie te fotograferen.
Maar als er mij iemand 134.000 dollar voor zou geven, zou ik toch twee keer nadenken:
Test zelf op Leapfish—alleen voor wie niet het geduld heeft te wachten tot lijstenman het voor u doet, natuurlijk. [o, en de muziek die aan spelen is, is echt zuiver honderd procent toevallig toepasselijk]
Ten dele, want waar hij zegt “het slechte links”, had even goed kunnen staan “de fundamentalistische X” of “de extreem-Y”. Groepen en groupuscules als de partij van Filip Dewinter of het ALF of noem maar op, hebben als enige bestaansredenen dat ze zich afkeren van en afzetten tegen.
…en daar zit meteen ook het probleem. Een paar jaar na het Egmontpakt, als de toekomstige zelfverklaarde grootste partij van Vlaanderen nog een zootje fascistoïde ongeregeld was, ja, dàn kon je ze alsdus behandelen.
En als die partij binnen pakweg 30 jaar nog bestaat, en dan wellicht helemaal ter rechterzijde ingehaald, afgegleden naar een pure separatistische partij, of een groot-nederlandse partij, of iets dergelijks, ja, dàn kun je ze behandelen als andere partijen.
Maar nu zitten we tussen de twee, en daar wringt het. Geen VMO meer, en nog geen werkbaar maatschappelijk project. En vooral: een hele reeks mensen in de rangen die gewoon fout zijn.
Maar niet noodzakelijk allemaal “mestkevers”, om in de sfeer te blijven. Wat aan te vangen met al die ex-mandarrissen die uit misnoegdheid over het nepotisme nu op eigen lijsten staan in de gemeenteraadsverkiezingen? Mensen die pakweg Leefbaar Roeselare oprichten, of Zelzaats Belang? Moeten die ook op de zwarte lijst komen? Zijn die plots wél OK als ze geen gevolg meer moeten geven aan de oekazen van Van Hecke?
En wat bijvoorbeeld met mensen als een Alexandra Colen, die het wellicht lang niet eens is met alles wat de verzamelde partijtop denkt of zegt? Die zich wellicht beter thuis zou voelen in een meer Christelijke (met hoofdletter) partij, maar waarvoor de CD&V misschien te Belgisch is, en teveel naar het centrum opgeschoven?
Het lijkt mij duidelijk dat één partij behandeld wordt als een uitzondering, en dat die daardoor slapend rijk wordt. Ik hoop dat daar langzamerhand kentering in komt. In de vroege jaren 80, als het niet meer was dan een zootje ongeregeld met ambitie, waren radikale stappen misschien nuttig geweest. Nu: (al lang) niet meer.
Ik weet ook niet meteen het het wél “moet” hoor. Maar in ieder geval niet zoals (pdw) het doet. Ik vermoed dat het probleem zichzelf oplost op de lange termijn. Met opvoeding, verenigingsleven, en het verstrijken van de jaren.
Demoniseren, in hokjes steken, veralgemeningen, ongenuanceerd zwartwit denken is koren op de molen van mensen die leven van eenvoudige tegenstellingen.
En behalve dat: trollen, op het internet of daarbuiten, voedert men niet.
Nee, Van de Lanotte is een slimme mens, meneer (pdw). Slimmer dan u.
Jaja, en zo blijven we bezig natuurlijk. “Ik ga niet zeggen dat ik ook eens in de schijnwerpers wil staan, maar ik zou toch graag ook eens in de schijnwerpers willen staan”. Sorry, maar dat leest voor mij hetzelfde als “niet dat ik wil zeggen dat ik u een lelijk wijf vind met een gezicht om stront op te sorteren, maar, euh, …”
Circle the wagons! Group think! Allen daarheen!
Uh huh.
Laten we nu eens buiten beschouwing laten dat het over jongens ging. Zó verlicht zijn we toch hé? Dus dat dat commentaartje van “rabiate homo”—of was het “militante homo”?—in de krant er minder toe doet.
En als we dan eens heel eerlijk, weldenkende volwassenen onder malkander, diep nadenken over de gemiddelde smaak in vrouwen van de gemiddelde man… laten we het zo stellen: ik zou de modellen op de catwalk die géén achttien zijn, niet te eten willen geven. Of pakweg zo’n Maria Sharapova, die is proftennis gaan spelen als ze veertien was. Ze is net één jaar meerderjarig.
En is de gemiddelde man dan een pedofiel?
Meh. In de gazet zegt de advokaat van die Tom: “het gaat om pornobeelden van jongens die bijna meerderjarig waren of leken”.
Kijk, als het zou gaan om een viezerd die geld geeft aan mannen die kinderen uitbuiten, ja. Maar instinctief voel je toch ook wel aan dat er een verschil is tussen:
iemand die porno van het internet haalt waar zeventienjarige jongens tussen zitten
iemand die zeventienjarige jongens probeert te versieren
iemand die porno van het internet haalt waar zesjarige jongens verkracht worden
Ik zou ze eigenlijk allemaal op mijn tuinsafari-site moeten zetten, ééntje per dag. Ik neem in alle geval genoeg foto’s van klein grut om daar elke dag van het jaar een nieuwe foto op te zetten.
Maar het is daar een manueel onderhouden site, en gemakkelijk is anders, als je er niet al je tijd in wil/kan steken.
Ik zou ze ook op mijn (iets) recentere garden safari-wiki kunnen zetten, maardat is toch eigenlijk ook wel veel werk, en ik ken er niet genoeg van om met authoriteit te spreken.
Ach ja. Dan zet ik ze maar hier.
Kijk, ik denk dat dit wel eens een volwassen vorm van zo’n vies spuugbeest zou kunnen zijn. Schuimcicades zijn dat, van die vieze vochtige amorfe dingen die in het midden van zo’n shuimprop zitten op planten.
Dat beest had ik nog niet voor de lens gehad. Deze daarentegen wel al, een snuitkevertje:
En uiteraard ook pissebedden:
En een Haplophilus subterraneus—compostduizendpoot voor u en ik:
En een hooiwagen van een onbekend merk:
Enfin ja, min of meer de verwachte oogst voor een half uurtje zonder veel inspanning op een koude en niet-zonnige dag.
Dit weekend, als het warm is en de zon schijnt, verwacht ik meer en beter.
Bij ons op de koer begint het er trouwens ook op te trekken qua spinnekoppen: overal zit het vól kleine kruisspinnetjes. Dat belooft voor binnenkort.
Oeioei, problemen met de micro, met de lengte van het kleed, met het kniegedoe, Geena Lisa bereidt ons alvast voor op het ergste.
Intronummer: omigod omigod. Allemaal eurovisienummers uit het verleden, opgevoerd door in Griekse goden verklede mensen. Een camp-Hermes in sloggi zwevend, kariatiden die Making Your Mind Up zingen. A ba ni bi door Hephaistos, I kid you not. Dzjingis Khan door een bende can-can dansende hoplieten. Een kruising tussen de Venus van Boticelli en een pauw die Diva zingt. Drie Ronettes die uit Griekse vazen komen gekropen en Waterloo doen. Ruslana gecovered door amazones (geen borsten te zien, afgekapt of niet).
Maria Menopauzos, noem Bart Peeters Maria Menounos, de presentatrice.
En de heren Peeters en Vermeulen drammen door alle presentatiegemekker, da’s wel anders dan op BBC, waar ik normaal gezien kijk.
[1] André uit Armenië, een kruising tussen Sertab en Ruslana Light, doet Without Your Love. Armeense operette-SM met en tafel en elastieken, schijnt het.
Ah kijk zie, ‘t is Igor de Witte Magiër. Oe-e-oe-e-oe-e zingt hij. Ik ben niet overtuigd. ‘t Is te zeggen, mocht hij beter zingen, misschien. Maar hij zingt slecht. En ik verdenk hem ervan zijn haar te verven. En het is inderdaad gelijk Ruslana. Nah.
[2] Mariana Popova, Let Me Cry. Bulgarije. Een schoon meisken, maar ze heeft gelijk kroetjes op haar armen, what’s up with that? En zingt ze daar van Hare Krishna? Ze klinkt in ieder geval alsof ze er niet graag bij is, den duts.
IEEEEEUW! Een meneer met een zwaar geval van constipatie, die in een vat peroxide gevallen is bij zijn geboorte! Wég van mijn netvlies! Wég!
‘t Is allemaal ontaard in roepen en tieren. Allemaal mijn ding niet.
[3] Anzej Degan, Mister Nobody, Slovenië. O. Onfortuinlijke kapselkeuze voor iemand met flaporen. Kijk eens aan, vier dames, goed voorzien van oren en poten.
Wel een leuk muziekje, ik ben altijd gewonnen voor een one thousand and one strings-thema, en space-effecten genre moog en dingen kunnen er bij mij ook altijd in. En wat dan nog als het gepikt is van Phantom of the Opera?
Yep. Doorgaan naar de finale, die meneer.
[4] Andorra, Sense Tu, door ene Jenny.
Poten: present. Oren: present. Fijn om zien dat de heroïnehoertjes-look blijkbaar out is. De hoeren-look an sich is dan weer wel nog altijd in.
Helaba—dat liedje ken ik! Maar waar precies van? Geen idee. Het refrein komt me enorm bekend voor… Yep, gevonden. Life of Brian: het refrein is precies hetzelfde als het liedje Brian.
[5]Wit-Rusland, Polina Smolova, Mum.
Eikes, dat is zo ongeveer de meest degoutante costumage die ik gezien heb tot nog toe. Pofmouwen, een soort vleeskleurige bef onder een zeer diep uitgesneden zwartrode V, en dan een soort hotpants met een negentiende-eeuws oostenrijks-hongaars fantasietje erop.
Het liedje zelf? Run of the mill, slecht, en ze vormen een piramide, die bijna in elkaar stuikt, en dan een vals einde, enfin, niet goed.
[6] Albanië stuurt ene Luiz Eljji of zo.
Die meneer zingt dat met een zeker enthousiasme. En hij heeft twee plezante nonkels megenomen, die voor de okkasie een potsken opgezet hebben. De ene heeft een rok aangetrokken, de andere heeft een opblaasbaar varken mee. En dan staan er ook nog drie kozijns wat lusteloos te backingvocallen.
Mja. Niet mijn tas koffie. Maar wel een sympathieke meneer.
[7] België! Je t’adore! Kate Ryan! Hoera!
O, mooi gespeel met die micro’s. Tja, wij kennen het nummer natuurlijk tegoed om nog objectief te zijn hé. Schoon kleedseken, vind ik wel.
De choreografie… niet slecht. Ik heb heel de tijd mijn hart vastgehouden, want met die hoge hakken en dat lang kleed, jamaar, niet evident hoor.
De beeldregie: op niets trekkend. Weggezoomd wanneer het niet moest, en pannen wanneer het niet moest. Mf.
[8] Brian Kennedy. Ierland. Every Song Is A Cry For Love. De meneer die zingt zong nog samen met Van Morisson, ‘t schijnt .
Oh. My. Zo slecht maat. Me-lig!
[9]Cyprus. Why do the Angels Cry. De mevrouw ziet er niet al te Cypriotisch uit, maar bon.
Tiens ze doet een Mariah *geeuw* Carey-achtig iets. Met van die armbewegingen als was het weer 1912. En roepen en tieren dat het geen naam heeft.
Bah, slècht.
[10] Sévérine Ferrer doet La Coco Danse voor Monaco.
Oooo zo’n schattig meisje!
Slecht gezongen en zo hoor, maar van mij mag ze doorgaan omdat ze zo sympathiek is. Subjectief, moi? Nah. En ze heeft voor elk wat wils mee: ook schone meneers in het dansen en zo.
Hmm… alhoewel, nu ik het wat langer moet aanhoren: laat maar zitten, ‘t ziet er een madam met kapsones uit. Laat ze maar achterblijven.
[11] Macedonië voor u en ik, FYROM voor de mannen van de politieke correctheid. Elena Ristaki of zoiets?
Hey kijk, een zwartharige Daisy Duke. Maar dan in het gemeen in plaats van lief.
Euh, is dat ook niet een liedje dat al langer bestaat? Of beter, een stuk of drie liedjes die al bestonden die in elkaar gedraaid zijn?
O ja: fashion tip mevrouw: van die riempjes aan uw schoenen boven uw enkels zorgen er alleen maar voor dat uw benen er uit gaan zien als worstjes die eindigen op twintig centimeter van de grond. Niet meer doen.
En een lang avondkleed zou beter gepast hebben.
[12] Polen. Ich Troje. Follow my Heart.
Oei, een mevrouw die geparasiteerd is door een gouden vlinder! En een mevrouw met een tam harlekijnmasker-onna-stick!
Er doet een meneer iets in parlando over gasolina, maar dan komt er zo’n vent met groen haar en twee tabouretjes op zijn schouders kreunend zingen met die vlindermevrouw, en dat steekt toch wel tegen.
Pff. Het lijkt wel een half uur te duren.
[13] Dima Bilan uit Rusland zingt Never Let You Go.
Pffff. Saai.
Hé kijk er zit een dame in die piano. Of toch minstens een damestorso.
[14] Sibel Tusun. Süper star. Turkije.
Een meisken met alvast een schoon silhouet. Maar ze blijkt gewoon een hele menagerie op haar lijf getatoueerd te hebben.
Ik ben er een beetje bang van, van die mevrouw. En nu doet ze een speech in het Turks, ik snap er niets van. En ze doet ook wat buikdans, maar het kostuum leent er zich niet toe. En ze krijst I Wanna Hear You en ze heeft aardige knieën en er is iets met haar oksels en, enfin, met de woorden van Walter De Buck: wa vieze madam es da.
Ik denk dat het misschien wel een meneer zou kunnen zijn.
[15] Oekraïne. Show me Your Love, Tina Karol.
Tiens, ze heeft hetzelfde model benen als Ruslana. En ze heeft ook weer datzelfde nummer meegenomen of zo?
Touwtjesspringen, en derwishen met tafelkleedsekes als rok, we zullen het ngo allemaal gezien hebben.
Nummer: euh ja, minutenlang hetzelfde hé. Niet mijn ding. En schudden dat die madam doet!
[16] Lordi! Finland!Hard Rock Halleluja!
Voelen zich verwant met Animal van The Muppets, joechei. Respect!
Dat hoédje op de zanger!! Hoera! Fan-tas-tisch! Doorgaan! Wat zeg ik? Winnen!
Die vleugels! Die labrys! YEAH! Een vlammenwerpende gitaar! WIN-NEN!!
[Hey, wat horen we? Katrien was gewoon vergeten met haar knie te draaien!]
[17] Holland. Treble, Amambanda.
Allez jongens, de hippies, was dat niet lang geleden?
Nah, ik geloof er niet in. Ze staan een beetje gemaakt vrolijk te doen. En dat taaltje, zelfs als het een echte taal zou blijken te zijn: bleh.
Rap terug naar huis.
[18] Litouwen. LT United. We are the winners of Eurovision.
Een zeker Pas De Deux-gehalte. Maar lang niet zo goed. Ik mag hopen dat ze er zelf content van zijn. Ik vind het in ieder geval niet ver genoeg erover om opnieuw grappig te worden.
[19] Nonstop, Coisas de nada. Portugal.
Oeps. Zo slecht. Lelijke costuums, slecht gezongen. Waterloo-achtig, ergens, ook. Wannabe.
Maar die ene met haar rood haar heeft wel mooie benen.
[20] Karola, Zweden, Invincible.
Bwoafja. Vendelzwaaiers op de achtergrond, en ze heeft een chi-rho op heur arm staan. ‘t Zegt mij allemaal niet al te veel.
[21] Estland. Sandra. Through My Window.
O. Oei.
Slecht gezongen. Maar ze heeft wel stevige borsten kunnen kopen, blijkbaar. En dat is nu toch wel al de derde op rij met een ABBA-sampletje zeker?
‘t Is ook niet omdat het Griekenland is dat ze allemaal in peplum moeten komen hé.
[22] Hari Mata Hari. Bosnië-Herzegovina. Layla.
Een schoon vioolken om te beginnen, schone gitaar. Schoon gezongen. Rustig. Schone samenzang. Schone trekzak. Eenvoudig.
O ja: naar mijn goesting.
Schone madam onder de trekzak, zie ik nu ook.
Mag nummer twee worden na Lordi.
[23] IJsland. Silvia Night. Congratulations.
Augusta Eva doet een parodie, en ze wordt al meteen uitgejouwd.
Hmnee. Het werkt niet.
* * *
Voor mij: 1. Lordi! 2. Hari Mata Hari 3. Slovenië. En uiteraard ook Kate Ryan in de topdrie. Ergens.
Maar allez, nu gaat die presentator ook nog iets zingen. Zo’n beetje de macho uithangen. Met al die knopen van zijn hemd open. Afijn ja.
Hola, en nóg een intermissie. Volksdansen en alles, jaja, Riverdance met bouzouki. Komaan, de resultaten.
Tiens, ze geven een preview van de landen die nu al in de finale zitten: gene vetten. Las Ketchup doet dat grappig, dat wel. En Daz Sampson met kinderkoor klinkt ook wijs, zo op het eerste gehoor. Maar voor de rest: mnah.
Twee uur geslapen—halfvijf tot halfzeven—en dan nog een kwartier in bed liggen lummelen.
Weinig slaap, daar kan ik tot mijn eigen verbazing eigenlijk redelijk goed tegen. Ik kan gerust een paar dagen aan een stuk weinig of niet slapen zonder daar al te veel negatieve gevolgen van te ondervinden. Behalve dat ik de neiging krijg om meer en meer sarcastisch, om niet te zeggen onbegrijpelijk-slash-absurd te worden. Maar het lukt allemaal wel nog.
Nee, ‘t is van iets anders dat het lastiger is vandaag. Vijf voor zeven beneden, dus geen tijd gehad om de kinderen mee aan te kleden. Wel nog net genoeg tijd om een meloen te ontpitten en in partjes te snijden voor Louis en Zelie op school.
De fiets is al een tijdje in technische panne wegens pneu crevé, te zwaar om alleen in de koffer van de auto te steken dus het is wachten tot er nog eens een sterke manspersoon in de buurt is om er mee naar de velomaker te gaan, en dan gaat dat alleen op zaterdag maar dan zijn er duzend andere dingen te doen, hoe gaat dat?
Ik dus naar de bushalte geschuifeld, pijnlijke rug weetuwel, aangezet om een paar minuten na zeven en net op tijd om bus 3 te zien wegrijden zodat ik moest wachten op de volgende die maar aan de Dampoort toekwam om negentien na zeven of zoiets, waardoor ik me dus, met pijnlijke rug en alles, toch moest haasten om de trein van 7u23 te halen, waardoor ik mezelf nog meer pijn gedaan heb.
Op de trein een zo comfortabel mogelijke positie gezocht en gekeken naar het einde van de laatste aflevering van Lost (span-nend!) en het begin van de laatste aflevering van The Daily Show (grap-pig!).
Helaas, toegekomen in Brugge was het weer van dat: bus 11 (één van de weinige die nét aan mijn werk stopt in plaats van op de Markt) stond vertrekkensklaar, dus ik heb me weer mogen haasten. Oei. Ai.
Enfin ja, aan klagen geen gebrek. Gelukkig dat het weekend lonkt.
Vanavond iets vroeger ophouden wegens oudercontact op school bij Louis (‘t zal nodig zijn, die jongen vertelt ons nooit méér dan “ik weet het niet” als we vragen hoe het was). Morgen de nieuwe trekzetel degelijk gaan uittesten en meteen ook bestellen. Morgen ook, weather permitting, nieuwe beestenfoto’s nemen.
En morgenavond in Goed Gezelschap naar Eurovisie kijken. Met alle ledematen gekruist voor de mannen van Lordi, uiteraard.
Dus aan de ene kant zitten er allemaal zenuwen gekneld tussen beenfragmenten in mijn ruggenmerg en dergelijke, en dat doet pijn.
Maar aan de andere kant is er ook het feit dat er zenuwen zijn die voortdurend gestimuleerd worden, en die hebben daar een eigen reactie op.
En dié pijn, die niet in rechtsreeks verband te brengen is met een fysiologisch iets, een soort spookpijn of meta-pijn zo u wilt, wel, dààr bestaan ook gespecialiseerde pijnstillers voor.
Dingen die ook voorgeschreven worden in geval van epilepsie. Die dat frenetisch afvuren van zenuwimpulsen kalmeren. Zodat de pijn er nog wel is, maar op de achtergrond.
Probleempje daarbij: één van de belangrijke nevenwerkingen is dat het problemen riskeert te geven met urineretentie. En laat dat nu eens precies iets zijn waar ik helemaal geen nood aan had.
Enfin goed: het worden dus bezoeken aan de pijnkliniek en aan de uroloog, en dan moeten die twee het maar met elkaar uitvechten. En ondertussen moet ik een pijndagboek bijhouden.
– Hoe was het op school? – Goed. – En wat heb je allemaal gedaan? – Ik weet het niet meer.
Louis, daar komen we niets van te weten.
Tot gisteren. Ik vroeg hoe het was geweest op school en hij zei “goed”. Ik bereidde me al voor op de normale vervolgvraag, en dan op de traditionele rigmarole om er alsnog iets uit te krijgen—
– Heb je vandaag… olifanten opgegeten? – Nee. – Heb je vandaag… een kameel gevonden in de zandbak? – Nee!
Met een beetje geluk schiet hij dan in de lach en zegt hij één of twee dingen die hij wél gedaan heef.
Maar nee dus. Na “goed” kwam er geen einde aan: hij vertelde van naaldje tot draadje wat hij allemaal gedaan had.
Sandra en ik zaten met open mond vooraan in de auto. Hij overliep zijn hele dag van ‘s morgens tot ‘s avond, geuren en kleuren, een epos, er kwam maar geen einde aan.
En dàt is dus ook typisch voor Louis: ofwel doet hij het niet, ofwel doet hij het uitstekend.
Tellen: hij weigerde tot drie te tellen, tot hij plots tot verder dan tien kon tellen. Tekenen: “ik kan dat niet”, tot hij plots perfect kan tekenen, mooier dan Zelie.
Bon, met dat alles in het achterhoofd: gisteren naar het oudercontact in de tweede kleuterklas op school. Bij Zelie is zo’n oudercontact niet echt nodig, zij vertelt gewoon alles wat er gebeurt en we kunnen ze redelijk goed opvolgen van dag tot dag—de ruzies in de klas, wat ze graag doet of niet graag doet, wat ze bijleert. Louis: not so much.
Wat blijkt? De juf had een heel blad met OK’s. Louis is meer dan mee met de rest van de klas, ‘t is te zeggen, hij is vóór op de meeste. Hij is enorm nieuwsgierig, een grote boekenworm, hij heeft uitstekend ruimtelijk inzicht en hij analyseert vanalles om het zelf te maken, hij is bijzonder taalvaardig, is zeer goed qua wiskundig inzicht, enzoverder, enzovoort.
Hij ligt ook goed in de groep, zoals dat heet. Al heeft hij soms wel hoogoplopende (zuiver verbale) ruzie met andere kindjes die ook taalvaardig genoeg zijn, en waar beide kanten dan weigeren toe te geven. Als hij dan blijft ongelijk krijgen, maakt hij er een enorm drama van, hysterische huilbuien en zo.
Dat vond ik zelf verrassend: ik dacht dat hij dié kuren voor thuis hield.
Maar hij is is wel overgevoelig, ‘t schijnt. Zegt de juf dat het wellicht is omdat hij heel veel in zich opneemt, veel meer dan andere kinderen, maar dat hij nog niet het kritisch apparaat heeft om alles helemaal juist in te schatten.
En zo schiet hij bijvoorbeeld in paniek als hij ergens ook maar een beetje bloedt.
En behalve dat: hij spreekt de “r” nog altijd niet uit, niet meteen om ons zorgen over te maken, maar de juf ging het toch nog eens aan eht CLB vragen. En hij weigert pertinent om zijn potlood goed vast te houden, daar gaan we serieus moeten op letten.
O ja, en het zou de juf niet verbazen dat hij binnenkort zal blijken te kunnen lezen zonder dat we het hem geleerd hebben. Wil het toeval dat hij nu net met een blaadje naar mij kwam en wees naar een letter E: “dat is een letter van Emilie”. En toen zocht hij een blad, en toen kwam hij bij mij op mijn schoot zitten, en toen deed hij dit:
…en dan schreef hij er zijn eigen naam naast. En dan moest ik op de computer Lucas en Robin schrijven, en dan schreef hij dat ook op het blaadje.
“En als ik terugkom van de turnles, dan schrijf ik Saskia op”.
Uh huh. Zouden ze daar op school iets hebben tegen broer én zus in de kangoeroeklas?
update: een dik uur later, toen hij terugkwam van het turnen, waren zijn allereerste woorden “en nu ga ik dus Saskia schrijven”.
Het is gelogen dat ik teveel gedronken heb vanavond.
Het zijn kwatongen die zouden zeggen dat ik tot halfvijf ‘s ochtend aan de toog zou gehangen hebben.
Overdrijvers zijn het, en commeren. Awoert!
Nee. We zijn vanavond (gisterenavond) naar een avondje geweest alwaar Griekse mezze geserveerd werden, waarna we in (goed) gezelschap naar het Eurovisiesonggebeuren gekeken hebben, waartijdens Sandra met Anna naar huis gegaan is, en ik nog enkele uren doorgebracht heb in voormeld goed gezelschap.
Toevallig tot halfvijf ‘s ochtends—de geverderde smeerlappen waren aan hun optreden begonnen toen we huiswaarts toogden—en toevallig is daarbij meer dan één pint binnengegoten.
Maar alles is beschaafd gebleven, er zijn geen brokken gemaakt, en iedereen is moe maar voldaan huiswaarts gekeerd.
Um. Behalve D., die zijn madam E. nog moest opzoeken in de Charlatan.
O ja, en ik vrees dat ik vanavond net een paar keer teveel een Death Metal “Huaaaargghhhhggggghhhrrrrr” ten beste gegeven heb (leve Lordi!), en ik vrees dat ik daardoor voor morgen mijn stem kwijt ben.
‘t Was gisterenavond eten met allemaal mensen, en omdat Anna nog net een beetje te jong is om bij een babysitter of bij mijn ouders achter te blijven, was ze mee.
Ze heeft zich redelijk voorbeeldig gedragen, en ze is uren aan een stuk van arm naar arm gegaan. De ene na de andere vrouw ging de halve zaal rond, om te paraderen met een kind dat geeneens het hunne was, proper was dat allemaal.
Ik vind persoonlijk dat Anna er de laatste paar weken niet op vermooid is, met dat ze nu serieus wat aan het verdikken is, en dat ze soms geen kin meer lijkt te hebben, en dat ze wat uitslag had en zo… maar als ik ze zo op de armen van die Vreemde Vrouwen zag, smolt ik toch wel weg.
Drie weken aan een stuk zie ik er en lukt het me niet om er een foto van te nemen.
Dit weekend was het niet anders, of toch om mee te beginnen. Donker, geen zon, regenachtig, en vooral: veel te veel wind.
Een stuk of drie gezien in de brandnetels, maar nooit één die lang genoeg bleef stil zitten. Eén gezien in de haag die bleef stil zitten, maar ze zat te hoog. En dan zat er één stil op een clematis, binnen handbereik en was het windstil, maar de kaart van mijn fototoestel zat vol.
Uieindelijk, met de deskundige hulp van Meneer Mijn Broer, alsnogeen paar foto’s! Hoera! Van een paar vrouwtjes, en ook van een mannetje:
‘t Is niet dat er niets gebeurt, ‘t is dat ik het te druk heb. Gelukkig zijn het niet enkel dingen die me tegensteken!
Vandaag bijvoorbeeld op het werk een Word-document opgekuist. Eigenlijk is dat iets dat ik enorm graag doe. ‘t Is iets dat een een beetje gelijk een kruiswoordraadsel of een Sudoku is: het kan met wat opletten niet verkeerd aflopen, het is moeilijk in het begin en wordt dan gemakkelijker, er zijn altijd wel een paar moeilijke punten die enorm plezier doen als ze opgelost geraken, en uiteindelijk blijft er een ordentelijk proper eindproduct over.
Het begint met een mess van wel tachtig stijlen en kleuren en lettertypes door elkaar, dan wordt het eerst allemaal nóg viezer dan het al was, terwijl stijlen naar generische stijlen overgezet worden, en dan klaart het langzamerhand allemaal op.
Mijn eerste stap is meestal om terug structuur in het document te krijgen, door headline numbering op outline numbered te zetten, en dan overal tot in dit geval niveau 5 headlines toe te passen. En daar dan een inhoudsopgave van te maken, en dan verder te gaan van daar.
Uiteindelijk is het een kwestie van niet in paniek te raken terwijl het hele document in duigen lijkt te vallen.
Enfin, ‘t heeft uiteindelijk een paar uur geduurd denk ik, maar ‘t is allemaal in orde gekomen. Een paar Visio charts erin, voorpagina, inhoudsopgave, een paar secties met verschillende header/footers, schone lettertypes, hey presto.
‘t Enige dat vreemd deed, is dat ik er niet in slaagde om in de footer het totaal aantal pagina’s in deze sectie —as opposed to in het hele document— te krijgen. Maar goed, dan kwam er gewoon “Page x” in plaats van “Page x of y”.
Engels is zó’n fijne taal. Er is geen betere taal om op subtiele wijze dingen duidelijk te maken.
Neem een situatie waar iemand minutenlang zijn verhaal met veel vuur en verve aan het verdedigen is. Vol overtuiging, passie, emotie. Luister aandachtig. Als ze gedaan hebben, leun dan achterover, trek een ernstig gezicht, laat een seconde of vijf verstrijken, en zeg dan met diepe stem:
Quite.
Of een situatie waar iemand met enorm veel drive zit uit te leggen wat we moeten doen: “and then we’ll do this! and then we’ll do that!” — zo helemaal van “we gààn ervoor! laten we er samen een fantàstisch iets van maken! let’s make this happen, guys!!”
Laat opnieuw een korte pauze van enkele seconden vallen, zorg ervoor dat de ogen van de vergadertafel op u gericht zijn, vol verwachting om een verlossend want beslissend woord, en zeg dan met sepulchrale stem:
Imagine you ran a narrative report on a person in your genealogy database and you got this as a result:
Basilius Franciscus Gilliet, son of Benedictus (Benoit) and Françoise Ferdinande (Springael) Gilliet, was born on 20 December 1818 in the rue des Ecuries in Gent. Witnesses to the birth declaration were Basil Van Loo and Joseph Verschaffel. Basilius married Maria Ludovica Massaux before 1848. Basilius had a daughter before 1848. He had a son Julien Gilliet abt 1848. Basilius had a daughter Octavia Gilliet on 10 August 1850 in Gent. Basilius was employed as a lithograph in December 1850. He witnessed the birth of Marcellus Gilliet on 12 December 1850 in Gent. Basilius had a son Petrus Constantinus Gilliet there on 28 June 1862. Basilius died in Gent on 23 December 1890. Witnesses to the death were Petrus and Isidorus Campens.
Pretty good, right? Well, no. Not really.
In fact, pretty much all of this information is almost useless if you don’t know where it came from. You need to be able to check the data, and you need to know how reliable it is.
You may very well have different versions of the same story: a death certificate that says someone was born about 1812 and a marriage certificate that says the same person was born about 1807. How do you handle this? Easy—just enter all you discover in Genbox, and add source information for each thing you enter.
Let’s take a typical example. I’m looking for information about Basilius Gilliet and I have a copy of a birth certificate of a Marcellus Gilliet:
The certificate is dated 12 December 1850 and Basilius is mentioned as a witness. The certificate says that he’s thirty-two years old (“Basilius Gilliet, oud twee en dertig jaren”), so we can conclude he was probably born about 1818.
Here’s how we enter this information in Genbox (we’ll pretend we’re not interested in Marcellus Gilliet and only in Basilius for now).
Create a new person
Assuming Basilius Gilliet was not present in the database, add a new person. Click the Individual form or select View | Individual in the menu, then hit CTRL-N to add a new individual and fill in what you now about Basilius (his name, sex, and birth date—about 1818):
Generate an idividual report for this person (Reports | Individual | Basic > Make Report) and you’ll get this, short and to the point:
Basilius Gilliet was born abt 1818.
Next we’ll flesh this out.
Documenting the event
Double click the “Birth” event. You’ll be taken to the “Events” tab for Basilius Gilliet:
There’s a great number of things we can enter here, amongst others:
the birth date
the birthplace (and a local place, like a hospital or a street in a town)
the child’s father
the child’s mother
any number of witnesses to the birth
Next to each of the data items you can enter you’ll find a button—plus one extra button (circled) next to the name of the event:
You can choose to individually document everything, or you can choose to add sources to the entire event. Or you can choose a mixture of the two.
Create a source record
We’ve got a source that tells us when the person was born and nothing else, so we’re just going to add a source to the birth date. Click the button next to the date field; this will take you to a form where you can select the source from a list or create a new one:
The source is where you got the information. In this case we got the information (Basilius’ birth circa 1818) from birth certificate (“geboorteakte”) #3600, which is part of the Gent birth records for 1850, which are part of the civil records of the city of Gent.
There are many ways you could enter this information. This is one way to go about it.
First we’ll enter the name of the source:
Click “add new” and Genbox will open two new windows—a Citation form and a Source form:
We’ll first flesh out the source and then turn to the citation.
The source type is a Birth Certificate (City Level); the rest is a matter of filling in the blanks and making sure you have enough information to be able to locate the actual source (microfilm, photocopy, book, …) if you ever needed to. And if you have an image of the source—as we have—you can add it to the source record too:
If you want to go the extra mile, you can move on to the Evidence tab and add a transcript of the document:
That’s it for now. We’ll close the source window and turn our attention to the Citation window.
Citations
The citation window is where the source we created is connected to Basilius’ birth date.
The Assertion tab holds information about the thing you’re documenting. Note that you can have more than one citation for a given assertion. In that case you’ll have more than one source listed on the Assertion tab, like so:
In our example, there’s just the one source for the date of the birth event for the individual Basilius Gilliet:
Double click the source on the Assertion tab to go to the Cited Sources tab:
This is where you see how the source (Marcellus’ birth certificate) relates to the assertion.
In our case the source is quite specific: just one birth certificate, identified by year and number, so you don’t need to fill in the “where in source” field. Some alternative ways to go about things:
if you’ve defined the source as…
enter this in “where in source”
Gent Civil Records
Birth Records 1850, #3600
Gent Birth Records
1850, #3600
Gent Birth Records 1850
#3600
As for the other fields on the form:
Lead text is where you can optionally put a short introduction to the citation.
Annotation: is where you can optionally put another short text which will appear at the end of the citation. Use it to put an appreciation of the source, or any other, well, annotations.
Support level for assertion indicates how well the source supports the assertion, ranging from Primary and Direct Support (indicating the source was an eye witness, or that the source specifically talks about the event) to Direct Conflict (indicating the source says something completely different than the assertion). Do not leave the support level set to “Undetermined”!
Credibility: how much you think the source should be believed.
the box under the Credibility drop-down: a new field since 3.1.11, named “Rationale”. This is to store text that briefly explains why you believe the cited source is relevant to the current assertion. It is for your own personal research purposes, and does not normally appear on output reports. You can store here the reasons why you assigned a low/high support level or low/high credibility, or the facts extracted from the source that you think make your case, or personal reminders of work yet to be performed.
An example:
If you’ve entered a transcript of the source, you can optionally move on to the third tab (Excerpts). You’ll see the transcript you entered before:
Locate the bit in the text that supports the assertion, select it and click the “Mark” button. The relevant part of the transcript will be highlighted:
One last thing: go back to the Assertion tab, and decide with all you’ve just entered about the source in the back of your mind just how sure you are of the assertion. We’re going for “probable conclusion”:
Note that if there’s more than one source you have to take into account the combination of all the sources.
Now, to put it all together, take a look at the Formatting tab to see what the citation will look like in a report:
…or to see what it will look like in the contect of a “real” report, click the preview button on Basilius’ birth event:
If we do the same for all the different assertions in the statement, we can get something like this:
Basilius Franciscus Gilliet[1], zoon van Benedictus (Benoit) en Françoise Ferdinande (Springael) Gilliet , werd op 20 december 1818 geboren in Gent[2]. Hij trouwde met Maria Ludovica Massaux[3]. Basilius kreeg een dochter Gilliet . Basilius kreeg ca. 1848 een zoon Julien Gilliet[4]. Basilius kreeg op 10 augustus 1850 in Gent een dochter Octavia Gilliet . Getuige: Joachim Benedictus Gilliet[5]. Basilius was in december 1850 steendrukker[6]. Hij was getuige bij de geboorte van Marcellus Gilliet op 12 december 1850 in Gent[7]. Basilius kreeg in Gent op 28 juni 1862 een zoon, Petrus Constantinus Gilliet[8]. Basilius overleed daar op 23 december 1890. Getuigen: Petrus Constantinus Gilliet en Isidorus Campens[9].
1. Burgerlijke Stand Ledeberg, BS/G 789746 Petrus Constantinus Gilliet.
2. Burgerlijke Stand Gent, Tienjarige tabel geboorten 1811-1820; Rijksarchief, Beveren; “Basil François Gilliet, né avant hier à huit heures du matin” geboorteakte Basil François Gilliet, BS/G Gent, 22 december 1818, nr. 354, Rijksarchief, Beveren.
3. “Basilius Franciscus Gilliet… Maria Ludovica Massaux… zijne huisvrouw” geboorteakte Petrus Constantinus Gilliet, BS/G Ledeberg, 30 juni 1862, Rijksarchief, Beveren.
4. Huwelijksakte Petrus Constatinus Gilliet & Juliana Joanna Vandenbossche, BS/H Gent, 1 mei 1897, Rijksarchief, Beveren.
5. Geboorteakte Octavia Gilliet, BS/G Gent, 12 augustus 1850, nr. 2388, Rijksarchief, Beveren.
6. Geboorteakte Marcellus Gilliet, BS/G Gent, 12 december 1850, nr. 3600, Rijksarchief, Beveren.
7. Ibid.
8. Burgerlijke Stand Geboorten Ledeberg: geboortes Ledeberg 30 juni 1862.
9. Ibid; Burgelijke Stand Huwelijken Gent: huwelijk Petrus Constatinus Gilliet & Juliana Joanna Vandenbossche, 1 mei 1897, Rijksarchief, Beveren; Geboortakte Basil François Gilliet: geboortes Gent 22 december 1818; Overlijdensakte, Burgerlijke Stand Overlijdens Gent, 1890, nr. 3918, Rijksarchief, Beveren.
Niemand stelt zich vragen bij het vakmanschap en de expertise van een goede plakker. Waarom denken zovelen dan ineens zoveel van webtechnologie en tinternet te kennen?
Wel, inderdaad. Als een goeie metselaar kan zeggen “sorry jongens, maar we hebben écht een vensterbank nodig of we gaan vochtproblemen hebben”, waarom kan een websitemaker dat dan mutatis mutandis niet zeggen?
Waarom moeten er altijd eindeloze discussies zijn?
Mag ik écht geen knipperende advertentie op de homepagina zetten?NEE. Kunnen we niet een paar kleine uitzonderingen maken, hier, hier, en daar? NEE. Moeten we écht consistent zijn van departement tot departement?JA. Waarom mag het algemene logo niet weg op mijn pagina?DAAROM.
En, zou een nóg minder geduldige mens dan mij daar aan toe durven voegen, laat mijn hoofd gerust dat ik mij met nuttiger dingen kan bezighouden!
Misschien moet ik in het vervolg bij dingen die ik schrijf er maar meteen bij zetten “neen, dit heeft geen betrekking op u — u daar, die zich aangesproken voelt”.
Ik ben op elk gegeven ogenblik op het werk met pakweg tien verschillende dingen bezig, en na het werk met een resem consultancy-achtige zaken, en met het project, én met dingen die ik voor mezelf doe, en met allerlei vrijwilligerswerk.
Dus als ik me ergens over opwind, dan is dat zeer vaak ofwel een amalgaam van verschillende zaken, ofwel iets dat ik uitgevonden heb maar dat zou kunnen gebeurd zijn, ofwel iets dat al een eeuwigheid geleden gebeurd is en dat ik nu, in tempore non suspecto, uit mijn legioen drafts opvis.
Dat ge ‘t maar weet hé. Als Brusselmans dat mag, mag ik dat ook, nè.
Ik had al meer dan een jaar een geldsom op mijn bankrekening staan, die te gebruiken was voor “dingen voor mijn rug”.
Verbouwingen, hadden we gedacht, of een zetel of zo, of een orthopedisch bed.
Ik koop dan misschien wel enorm graag dingen, maar het geld ook echt uitgeven, dàt doe ik niet graag. En dus bleef dat geld maar staan, want enorm dringend noodzakelijk was het ook niet: de trekzetel werkte nog, het bed was niet kapot, en mits over en weer gaan in het midden van de nacht, lukte het allemaal wel om de nacht door te komen.
Helaas: onlangs heeft mijn trekzetel de geest gegeven, en parallel daarmee heb ik de laatste tijd echt meer en meer pijn aan mijn rug.
En dus hebben we onlangs van ons hart een steen gemaakt en een nieuwe trekzetel gekocht.
Deze, maar dan in rood (“tabasco”) leer, en met een luchtpompje in de lendenen voor extra steun, en een bijzettafeltje, en een voet in geborsteld aluminium:
Wij dus naar de winkel zaterdag. Sandra was presentabel, maar mijn broer en ik waren alletwee in luizige modus—ik bijvoorbeeld met mijn verslaten lange zwarte mantel en mijn grijze “I’m not handicapped, I’m just lazy” t-shirt aan. En daarnaast liepen we daar ook met onze vier kinderen in marginale armoezaaiermodus, met snotneuzen en zo.
Ik ga niet zeggen dat de verkopers ons niet graag zagen komen, maar ik had toch de indruk dat ze niet over grond rolden van contentement. Sjieke winkel, dure scandinavische meubels, afschrikkingseffect en zo.
Enfin, ik houd daar een verkoper tegen, en ik zeg dat ik graag een stoel zou willen kopen.
– Ah, zo’n kniestoeltje misschien?
…en we zijn al helemaal op weg naar de El Relatively Cheapo-afdeling, waar zo van die Stokke-scharminkels staan.
– Neenee, ik had eerder gedacht aan zo’n stoel van Hjellegjerde, een Contura 20.10 in Tabasco leer, met rechtopstaande hoofdsteun, en een bijzettafeltje.
Ik kan mij vergissen, want het was eigenlijk al een vriendelijke verkoper om mee te beginnen, maar ik had de indruk dat hij ineens nog een fractie vriendelijker werd.
Enfin, zetel gekocht—meteen met één aankoop al recht op de GKK, de Grote Klant Korting. Ik denk dat mijn broer had laten vallen dat ik problemen met mijn rug had, en die verkoper zegt langs zijn neus weg dat als ik ooit nog een bed zou kopen, dat ik dan eens zou moeten kijken naar de bedden die er staan, dààr, kijk maar.
Wij daar naartoe, kort overlegd, en dan op zoek naar nog een verkoper:
– Meneer, ik zou graag zo twee bedden met afstandsbediening kopen.
Het was een andere verkoper, en ik denk dat hij me niet goed begrepen had: hij deed zo’n wegwerpbeweging van “een momentje”. Ook hier vrees ik dat onze luizigheid ons wel eens parten zou kunnen gespeeld hebben. Wij in een zetel gaan zitten, een minuutje of tien wachten tot de meneer terug was.
En dan herhaald: dat ik graag twee exemplaren had gekocht van dat bed, dàt daar, jazeker, het duurste bed dat ze in de hele winkel staan hadden.
Opnieuw een nauwelijks merkbare “o, zó zit het!”, en tegen dan kwam de eerste verkoper langs: of hij ons niet verder kon helpen, want hij “kende ons”. Neenee, zei de tweede verkoper, hij kende meneer ook—en dat was niet eens gelogen: hij had ons vorige week geholpen.
Enfin, we zijn dus ook een bed rijker. Met matras en alles, en met een afstandsbediening en zo. Een bed dat uiteindelijk in identiek dezelfde positie als een trekzetel te krijgen is, zodat ik hopelijk binnen een aantal weken gewoon in de slaapkamer kan blijven als mijn rug mij ‘s nachts parten speelt.
En we zijn een bed, een trekzetel en een kookvuur rijker, maar de bankrekening staat helemaal plat.
Ik moest van Sandra foto’s nemen van onze vierde om bij een tekst over wassen te zetten.
Niet simpel.
Of beter: wél simpel. Anna lag prins(es)heerlijk op haar rug in het bad, helemaal relax, beentjes in de lucht in een bodempje lauw water. In een (min of meer, ‘t heeft betere decennia meegemaakt) wit bad, dus niet zo enorm moeilijk om foto’s te nemen die mooi kunnen zijn.
Maar: niet simpel om op het internet te zetten. Ik bedoel, dit is geen enkel probleem:
(is ‘t trouwens geen schatje? en al gemerkt dat haar ogen nu waarschijnlijk wel definitief donkerblauw blijken te zijn?)
…maar ik heb al reacties van viezerds gekregen op andere badfoto’s, en een mens houdt zich dan wel wat in. Dus ‘t worden foto’s voor het off-line familiealbum. Om ze binnen een jaar of tien mee de grond in te doen zinken.
Of om boven te halen als ze binnen, euh, pakweg negentien jaar met haar eerste lief toekomt.
Ik was redelijk ondersteboven van Firefly, de SF-serie van Joss Whedon, de meneer van Buffy en Angel, en ik keek er enorm naar uit om Serenity te zien.
Vorige week was het mijn broers verjaardag, dus wat doet een mens dan? DVD’s kopen natuurlijk! Serenity zat er ook tussen, maar blijkt dat mijn broer gewoon Firefly zelf nog niet gezien had, dus ik heb de film dan maar tijdelijk geconfisceerd en in schuifjes bekeken op de trein.
Zoals een goed boek, dat ik dan zo lang mogelijk laat duren door het bijvoorbeeld alleen maar op de bus te lezen, of op het toilet, of in bed—in plaats van het van begin tot einde uit te lezen op een dag of zo, slaag ik er dan in om het plezier te rekken over soms wéken.
Met goeie films komt het er op neer dat ik ze in stukjes van twintig minuten bekijk, op de trein van en naar het werk.
Serenity: vanmorgen op de trein en op de bus naar het werk er het laatste half uur van gezien. Uitstekend.
Ik kan niet inschatten of de film begrijpelijk is voor wie Firefly niet gezien heeft. Ik vermoed van wel, maar ik zou toch niet aanraden om er naar te kijken zonder de veertien afleveringen van de tv-serie eerste te bekijken: de film wordt er alleen maar beter van.
Het contrast met sommige andere films *kuch*Star Wars*kuch* kan niet groter zijn: geen grote namen, geen groot budget, geen extrasuperdeluxe speciale effecten, maar daarentegen wel: een goed verhaal, goed geacteerd, functionele speciale effecten die hun werk doen en nooit de film overheeersen, geen karikaturen maar échte personages, geen speelgoed maar échte ruimteschepen/wapens/locaties. Een goeie, goeie film.
En wat er een goeie, goeie Science Fiction-film van maakt: een fantastische wereld. Geen Star Trek-utopie, geen (sorry!) Blader Runner-dystopie, maar gewoon een echte, realistische, goed uitgedachte, werkende wereld, met helden en slechteriken die ook maar hun werk en/of hun best doen, met een backstory waar geen belachelijke kunstgrepen uitgevoerd worden (Matrix, iemand?) , met een verleden, een heden en een toekomst, en met vooral eindeloos ruimte voor méér.
Het is een ware schande dat Serenity afgevoerd is na een pilot en dertien afleveringen. Het liep er al helemaal in het begin mee mis: ze hebben de tweede aflevering vóór de pilot getoond, waardoor iedereen er zo’n beetje in het midden van de actie in viel, en veel mensen afhaakten.
Het is ook geen eenvoudige serie: negen hoofdkarakters, alle details tellen, intelligente dialoog, … Het is niet noodzakelijk maar het helpt ook als je je iets kunt voorstellen bij de Amerikaanse burgeroorlog en niet bang bent van filosofie: zo is de laatste (veertiende) episode zwaar gebaseerd op La nausée!
Ik geef grif toe dat ik ook afgehaakt heb na één aflevering, toen ik ze oorspronkelijk in (toen nog slechte) kwaliteit van het internet geplukt had, en dat ik er pas met de DVD-box weer helemaal in geraakt ben, en dan nog na een mislukte poging waar ik in slaap gevallen ben tijdens de pilot. Mijn excuus voor het eerste: zeer slechte kwaliteit, en voor het tweede: heel erg moe.
Ik heb het dan een tijdje laten liggen, om er dan eerder per toeval weer aan te beginnen en na een halve aflevering helemaal hooked te zijn. En het is inderdaad echt waar enorm de moeite waard: de enige reden waarom ik soms wens dat ik het niet gezien had, is dat ik nu voortdurend met gedachten van what if? zit. Wat als ze nu eens een volledig seizoen hadden mogen maken? Wat als de televisiebazen niet zo ongeduldig waren geweest? Wat als ze de afleveringen op een redelijk uur, en zonder ze telkens te verleggen voor sportwedstrijden hadden uitgezonden? En wat als ze ze in volgorde hadden getoond? Nu zijn ze op tv uitgezonden in de volgorde 2–3–6–7–8–4–5–9–10–14–1 en dan respectievelijk zes, zeven, en acht maand later: 11–12–13!
[En kan de mens die mijn DVD-doos van Serenity in zijn bezit heeft, mij die eens terug geven? Ik weet niet meer aan wie ik ze uitgeleend had, en ik zou ze liever geen tweede keer moeten kopen.]
En zo moet ik toch nog geld uitgeven, zelfs al is het eigenlijk op: de computer thuis is kapot.
Hij staat open en het is niet noemenswaardig warm in de living, en trouwens alle vier de ventilatoren draaien normaal en de computer voelt nergens warm aan, maar toch…
Tegen dat de computer van een koude start (18 uur uitgestaan) in Windows geraakt is, op zo’n 35 seconden, zegt mijn temperatuurverklikprogramma dat de “processor zone” al 98 °C warm is. En een minuut of vijf later zou de processor rond de 110 °C laten optekenen. En nog een paar minten later doet de computer een automatische shutdown.
Thermal Event, heet het in het opstartscherm.
Kapotte temperatuursensor, heet dat in mijn boekje. En ook wel, binnensteken in de winkel. Grr.
Zaman Daily Editor-in-Chief Ekrem Dumanli reminded Prime Minister Verhofstadt of his historical speech at the College of Europe in Bruges in 18 November 2002.
Dat er nog eens iemand zegt dat het weer geen effect heeft op het gemoed!
Ik moet mezelf tegenhouden om niet iedereen af te snauwen, en het lijkt wel alsof de mensen in de min of meer wijde omgeving hetzelfde moeten doen—met wisselend succes overigens.
In mijn geval worden de zaken nog eens bemoeilijkt door computerproblemen: niets zo vervelend als van mijn mailbox afgesneden te zijn, van mijn digitale foto’s, van mijn databases, mijn teksten, mijn precies naar mijn hand geconfigureerde computer… vies.
Nog een geluk dat FeedDemon propere synchronisatie doet, anders was ik van mijn rss feeds afgesneden ook.
Eén dezer gaan we toch eens werk moeten maken van een betere indeling van onze living… het is voor het ogenblik eigenlijk vooral een soort vuilbak, en wel om vier redenen:
Toen de schilder de kinderkamers is komen doen, heeft hij de bedden uit elkaar gevezen, en die staan nog altijd in uit elkaar gevezen toestand. De grote laden die onder de bedden zitten, liggen nu in de living.Dringend tijd om die bedden weer in elkaar te steken.
Ik zit in mijn trekzetel met een computer vóór mij, en die staat gewoon in het midden van de living, met alle draden vandien—niet geholpen door het feit dat de printer hier ook staat, en de scanner, en drie monitors, en nog een extra computer, en externe harddisken, en een hub, en allerlei. Dringend tijd om de computersituatie weer in orde te krijgen: grootste hoop van de computers in het achterhuis, netwerk in orde, en misschien een laptop en één of twee grote schermen hier boven.
Kleertjes en gerief voor Anna en andere kindjes, in dozen verspreid. Hm.
De boekenplanken plakken nog altijd aan de verkeerde muur. Ze moeten daar weg, en vervangen worden door planken aan de andere kant van de kamer. Boeken gaan er niet echt meer staan, of het zou moeten zijn maximum een paar honderd: het worden vooral DVD’s (de CD’s worden methodisch geript en op het netwerk gezet, de originelen zitten in dozen in het achterhuis).
Ik word ouder. Ja, iedereen wordt ouder, maar ik word echt ouder.
Ik begin slechter te zien: niet dat ik een bril nodig heb, maar ik zet mijn 21-inch monitor die op een halve meter van mij staat, niet meer op 1600×1200 maar op 1280×1024.
Mijn vel begint lost te laten in mijn gezicht en op mijn handen.
Ik verlies haar waar ik er vroeger had—op mijn hoofd—en tegelijkertijd groeit er haar waar er eigenlijk helemaal geen hoort te groeien—in mijn neus en op mijn rug, om zo maar iets te zeggen. Nog een geluk dat ik er nog geen in mijn oren heb.
En ‘t is hoegenaamd niet dat ik er mee in zit, echt waar niet. Ik kan er alleen maar wat om lachen, en de aftakeling met een zekere meewarigheid zo’n beetje documenteren voor later. Ik kan mij inbeelden dat er mensen zijn die zich daar wel zorgen om maken. Om het getal van de leeftijd zelf: die allerlei drama’s maken over “tram drie” en “tram vier”. Of om de uiterlijke tekenen: rimpels, of haar verliezen. Nah, kan me niet schelen.
Nee, waar ik mee inzit, is dat er altijd maar minder en minder tijd is. De tijd zoeft voorbij, en als het dan eens weekend is, gaat dat nóg sneller voorbij dan een gewone doordeweekse dag.
Ik ben vandaag in de Fnac gepasseerd, en ik heb er drie boeken gekocht. Drie. Die ik op geen weken ga uitgelezen krijgen, weet ik nu al. Vroeger kreeg ik een boek per dag uit.
Ik ben bezig aan php-prutserijen voor het project, onoverkomelijk moeilijk is het allemaal niet, maar ik word telkenmale geconfronteerd met dingen als Ultimate Tag Warrior die ik dan gebruik wegens toch al bestaand, maar die ik eigenlijk liefst opnieuw zou willen maken wegens eigenlijk helemaal niet zo goed gemaakt. Ja, ik zou het zelf beter kunnen. Maar nee, ik heb er geen tijd voor.
Ik heb vele honderden foto’s van beesten staan, en elke week komen er tientallen bij. Ik zou die echt dringend willen op het internet krijgen, op een min of meer gestructureerde manier.
Ik kreeg vrijdag een mail om te vragen of ik niet alstublieft wat verder zou willen betatesten aan een programma waar ik tot vorig jaar zwaar aan beta getest heb, maar de laatste maanden niet meer.
Geen tijd, geen tijd, geen tijd.
En hoe ouder ik word, hoe minder tijd er over is om tijd te maken. Ik word me er meer en meer van bewust dat het leven een zandloper is, en dat hoe ik het ook draai of keer, er altijd maar minder bovenaan zit en altijd maar meer onderaan.
Al de dingen die ik wou doen en die ik, realistisch, niet meer zal doen. Al de dingen die ik wil doen, en die, realistisch gezien, langs de kant zullen blijven liggen terwijl andere dingen moeten gedaan worden. Al de dingen die ik wil leren maar die ik vijf of tien jaar geleden, toen het nog kon, had moeten leren.
Ach ja. Het is nog niet voorbij natuurlijk. Er kan nog wel het één en het ander. Vijfendertig jaar is nog niet helemaal opgebruikt. Nog twintig jaar en ik kan op prepensioen, nee?
Quand j’arrive dans un café
Moi c’est recta une bière comptoir
Un paquet de Saint-Michel
Et cent balles au trek billard
Alleï c’est quoi l’ambiance ici !
On s’croirait dans un corbillard
Je suis zat comme un camion
J’ai déjà bu comme une passoire
M’enfin un peu les gars
On est quand même ici pour boire
C’est pas un monastère
Potverdeke on est dans un bar
Refrain
Allez Roger scheille arrangé
Vollenbak par terre
On a rien d’autre à faire
Tous avec Roger, complètement beurrés
Archiplein remplis de bière jusqu’à quand c’qu’on nous enterre
Un p’tit tour dans les coulisses
Une bonne petite pisse
Serrer la main du musicien
Dire bonjour au père de mon fils Aïe ouille quelle histoire
La moitié dans mon falzar
Retour sur la piste
Bon, je remballe ma saucisse
Solo !
(Refrain)
Je commence une farandole
En avant tout le café
Prêts ! Jugez aux vestiaires
On est pas des constipés
Allez, tournée générale
Pour ceux qui savent encore marcher
Maintenant, c’est parti
On buvera jusqu’à midi
Oh boy oh boy oh boy. Niet het allerbeste idee dat ik gehad heb de afgelopen tijd, met koorts en een keel/oor-ontsteking naar het werk terten.
Ik heb eventjes geprobeerd om mijn gedachten bij elkaar te rapen en echt werk te verzetten, maar met een hoofd dat tot appelmoes gereduceerd is, en de wereld aan het andere eind van een lange lange kartonnen koker is dat niet evident.
Gelukkig zijn er nog stapels dingen te doen waar niks nul geen nadenken voor nodig is: de computers allebei opkuisen bijvoorbeeld, en klaarzetten voor een nieuwe install. Allerlei werkgerelateerde en persoonlijke crud van meer dan een jaar samenrapen, rationaliseren en archiveren waar nodig. Daar komt weinig creativiteit aan te pas, vooral veel wachten.
Zo dood of een heel erg dooie pier. Het meesterplan om de computers helemaal op te kuisen heeft tot iets voor zes vanavond geduurd, zodat ik pas een half uurtje thuis ben.
Aan de ene kant: de computer is quasi opgekuist, het is alleen nog maar kwestie van een verse roll-out te doen en hij is weer maagdelijk blank en klaar om CS2 en rommel op de installeren.
Aan de andere kant: een vuilblik groot genoeg om mij mee op te scheppen, iemand? Morgen wordt het geen werk voor bibi, no sir. Beetje overdaan vandaag, ja meneer.
Aan de derde kant: de computer is binnen bij de computerboer, morgen is de meneer die er van af weet terug, en zal hij er zijn expertenoog op smijten. En dan wordt alles gerepareerd, en met den enen wordt er een nieuwe, grotere harddisk ingestoken.
Dan kan ik weer herbeginnen met goeie voornemens om de computer proper georganiseerd te houden. Tot de volgende keer dat alles weer vol staat, natuurlijk.
What happens when you build your biceps up to 28 inches? Greg Valentino, the “most hated man in bodybuilding” could curl 300 pounds. Then his biceps popped (youtube).
Larves van zweefvliegen? Geen idee. Larves van insecten in ieder geval.
Met verschoning voor de slechte kwaliteit, maar mijn fototoestel weigerde op iets anders te focuseren dan de bomen in de reflectie. En ik heb hier geen filmediteerprogramma op de portable staan.
Kan iemand mij eens uitleggen, en ik bedoel dat heel ernstig en niet om te lachen, waarom de muziek in den uitgang altijd maar luider wordt gezet naarmate de avond vordert?
Ik kan mij daar dood aan ergeren, voor die weinige keren dat ik ergens naartoe ga ‘s avonds. De muziek begint op pakweg volume 10, wordt dan naar 15 verzet als het echt goed begint te lopen, en dan tegen dat het volk begin weg te druppelen, gaat die muziek naar 20!
En dan staan we daar, in het café of de zaal, met nog vijftig man over waar er twee uur geleden driehonderd waren, en met de muziek nog luider dan daarnet. En dan moet er geroépen worden naar elkaar, ik bedoel, dat is toch voor niemand plezant?
Waarom moet dat zo luid? Akkoord, in zo’n disco-achtig iets, waar het doel van de avond dansen is, ja, dan misschien. Maar in een café-achtige zaak? Een feestje voor een verjaardag of een gelijkaardige gelegenheid, of gewoon een doordeweekse vrijdag of zaterdag? Dan komen de mensen daar toch gewoon om te spreken met mekaar—toch zeker later op de avond?
En als dan heel de ruimte vol staat met groepjes mensen die zich de keel schor aan het roepen zijn, twee aan twee want als derde persoon zonder oogcontact en klaar zicht op de lippen kun je het toch niet volgen, dan zou je toch verwachten dat zo’n stuk platendraaier een hint kan vatten, en dat die de muziek naar een normaler volume terugbrengt?
Bon, OK, en als we nu eens een image hosting dienst zouden opstarten? Zoiets waar mensen beelden kunnen uploaden die ze dan kunnen gebruiken op hun eigen websites, of in forums en zo.
En laten we dan ook meteen dit doen:
maak het gratis
maak het anoniem, zonder sign-up
zonder enige vorm van reclame
zonder uploadbeperkingen
zonder bandbreedtebeperkingen
zonder beeldgroottebeperkingen
Kan iemand me zeggen hoe daar geld uit te halen is? Of kost bandbreedte tegenwoordig echt niets meer?
De volgende stap? Een video-hostingdienst, gratis zoals Google Video en Youtube, maar dan in hoge kwaliteit. En zonder beperkingen op lengte. En anoniem. In een plaats waar copyrights niet gelden.
Als een mens geveld door ziekte en koorts voor de beeldbuis gekluisterd zit, en als het al niet zo erg goe dlukt om te concentreren, dan komen sommige programma’s wel heel erg vreemd over.
Zoals die vreemde irriterende spelletjes-met-domme-opdrachten die onlangs op één geparodieerd werden.
Op VT4 heeft zonet een meisje, Vicky denk ik, een minuut of vijf moeten volpraten terwijl haar computer niet mee wou en de opdracht van een spelletje niet wou tonen.
Een heel mooi blond meisje, dat er heel erg sympathiek en vriendelijk uitziet, en dat na de nachtmerrie waar ze nu in gevangen zit, alleen maar een betere toekomst tegemoet kan.
Ik heb er eigenlijk vooral medelijden mee: ik kan me niet inbeelden dat ze enorm veel betaald worden, en het ziet er enorm frustrerend om doen uit: uren aan een stuk vol staat lullen om een opdracht die eigenlijk op dertig seconden op te lossen is, en waar op een minuut echt alles over verteld is.
Deze keer: vul het ontbrekende woord aan—
. . . . T A P . . . . F L E S J E . . . . K R A T
Gniii!
Het begint een beetje weird, en dan wordt het meer en meer wanhopig, smeken, bidden, bel nu! Je kan 5000 euro winnen! Bel me! Laat me niet staan! Ik wil geld weggeven! Je kan 5000 euro winnen! Win 5000 euro! Bel nu! Bel! Laat mij niet in de steek!
En dan na (o toeval) precies drie kwartier, net voor ze een nieuw spel gaan beginnen, belt er een dame, zegt die uiteraard de juiste oplossing (“bier”)… maar dan komt er plots een kluis, en moeten er viercijfers gegeven worden!
Hu? Daar was helemaal geen sprake van?
Bon, die dame geeft na enige verwarring vier cijfers, die blijken niet juist te zijn, en, euh, niets geen vijfduizend euro: honderd euro, “omdat ze het woord juist had”.
Be-drieg-ten-boel!
Maar het blijft wel een sympathiek meisje, en ik blijf er wel medelijden mee hebben.
Soms vraagt een mens zich af… Neem nu deze, Wridea.
Alles erop en eraan, mooi design, he-le-maal Webtweepuntnul tot zelfs de “beta” die ondertussen toch wel de rigueur is in het logo:
Wat doét het precies? Glad you asked. Je hebt “pagina’s”, en op die pagina’s kan de “ideeën” zetten, die een “categorie” kunnen hebben.
De ideeën bestaan uit een titel en een tekst (zonder layout). Ideën verschijnen in alfabetische volgorde op de pagina’s, en krijgen afhankelijk van de categorie een ander kleurtje op de pagina.
En-dat-is-het.
Dus je kan iets doen in de zin van:
Werk
Idee 1 (categorie A)
Idee 2 (categorie B)
Idee 3 (categorie A)
Hobbyproject
Idee 4 (categorie C)
Idee 5 (categorie A)
Persoonlijke dingen
…
Rangschikking van de ideeën? Alfabetisch. Wil je er een deadline aan verbinden? Euh, doe maar: in de titel of in de tekst, zoek zelf maar een systeem. Wat als een idee niet meer actueel is? Deleten hé. En als je het niet meer wil overal zien maar wel nog wil houden? Euh, hernoemen naar “ZZZZ Oude Titel”?
Hoe het werkt in de praktijk? Een slechter mens zou zeggen “het trekt op den hond zijn kloten”. Ik zou iets in de zin van “het is voor verbetering vatbaar” opperen. Het ziet er allemaal goed uit natuurlijk:
…meer afgeronde hoeken dan je een kat naar kan gooien, en tabs, en subtiele effecten en alles, maar in het gebruik: nope.
Die kunstmatige onderverdeling tussen die twee doosjes: bleh. Klik op “pages”, en je krijgt een lijst van pagina’s. Klik op een paginanaam en je kan de paginanaam editeren, maar dat moet wel in het doosje links. Ook de werking is me niet geheel duidelijk: klik op “ideas” en ik krijg een lege pagina te zien. Ik moet in de dropdown linksboven één van mijn pagina’s selecteren om ideeën te zien te krijgen. Er gebeuren vreemde dingen als ik alle categorieën verwijder.
Eigenlijk: waar zijn die mensen hun gedachten? Als ze toch ajaxgewijs bezig zijn, waarom dan niet meteen de hele hap te doen? Klik op een categorie en je kan de categorienaam editeren, klik op het idee en je kan het meteen editeren in-page, versleep de ideeën om ze te rangschikken, en zo verder en zo voorts?
Oh, kijk, dààr staat het:
Wridea has been developed in 7 days. This free service is for helping people to organize their ideas, to-do’s, shopping lists, projects, milestones and other similar things easily.
Ontwikkeld op zeven dagen, alsof dat iets is om trots op te zijn. Oh, I see. Een paragraaf erboven:
Wridea is brought to you by Octeth Technologies, a company which is serving to ten thousands of users world wide with its most popular PHP email marketing application, oemPro.
‘t Is gewoon een reclameboodschapje. Oef. Ik dacht even dat dit ernstig bedoeld was. Gelukkig niet. Pfff.
Niet eens de moeite waard om me over op te winden dus.
Patrick Janssens wil liever burgemeester zijn dan socialist. Siegfried Bracke stelt hem de juiste vraag: “mag ik zeggen dat het aan u niet te zien zal zijn dat u een socialist bent?”
Gevaarlijke dinges, vieze dinges, vind ik dat.
Janssens mag dan misschien wel zeggen dat hij een burgemeester voor alle Antwerpenaren wil zijn, dat hij over alle partijgrenzen heen wil werken, dat hij niet dogmatisch een partijpolitiek programma wil aanhangen maar dat hij eigenlijk bruggen wil bouwen tussen Antwerpenaren en partijen van goeie wil, maar…
Een andere interpretatie is dat hij zich per se wil vastklauwen op het Schoon Verdiep. Dat de macht hem naar het hoofd is gestegen is. Dat hij er geen probleem van maakt om al zijn principes te verloochenen, als hij maar baas mag blijven. Dat hij beschaamd is om socialist te zijn.
Nee: il faut avoir le courage de ses convictions, mon cher.
Ik ben hier waarschijnlijk hopeloos naief in, maar in mijn hoofd is er nog altijd een duidelijk verschil tussen de Grote Ideeën van de verschillende partijen. Als men voor liberalen stemt, dan stemt men voor minder regels en meer persoonlijke verantwoordelijkheid. Socialisten en christendemocraten zijn niet inwisselbaar. Voor mij zijn er nog grote maatschappelijke projecten, en maakt het wel degelijk een verschil voor wie ik stem.
Ik zou nooit ofte nimmer stemmen voor een persoon op een andere partij dan de partij waar ik achter sta, zelfs al vind ik dat die persoon persoonlijk de zaken goed zou doen. Want draai of keer het zoals je wilt, maar tot nader order werken we nog altijd in een partijensysteem.
Zelfs het grootste stemmenkanon betekent niets zonder de partij erachter. (voeg uw eigen parafrase van Spock’s “The needs of the many outweigh the needs of the few, or the one” in)
Nee: ik heb een partij waar ik achter sta, en binnen dié partij ga ik op zoek naar mensen waarvan ik denk/vind/vermoed dat ze het goed gaan doen. Vroeger, toen ik nog niet zo goed geïnformeerd was als nu, was dat dan consequent de eerste vrouw/allochtoon/allochtone vrouw, omdat ik vond dat er wel eens een signaal mocht gegeven worden. Nu zal dat de persoon worden die me het meeste overtuigt.
Ik weet het niet zeker, maar ik vermoed dat als een Sas Van Rouveroij of Daniël Termont hier in Gent plots zou beschaamd lijken dat hij een liberaal respectievelijk socialist is, hij niet meer de helft van de stemmen haalt die hij anders zou gekregen hebben.
Het allerbeste van de heruitzendingen van Monty Python’s Flying Circus op Canvas?
Dat ze in zo ongelooflijk geoeie kwaliteit uitgezonden worden. Ik herinner ze mij op Nederland in de tijd, en op BBC, en ook op Ka2 of VT4 in de beginmaanden. Op Nederland en BBC leken het wel achtste-generatie-VHS-cassettes, en de meest recente had ik op een zwartwit-televisie gezien.
Wat me het meest opvalt? De parallellen met The Goon Show, die ik pas sinds een jaar of tien ken. Op een paar uitzonderingen na, zou zowat alles overeind blijven staan als het op de radio zou uitgezonden worden.
De opdracht van het spelletje op VTM, gepresenteerd in een afgrijselijk decor door een klier van een kerel, een zeker Gino Van Droogenbroeck, is
TACHTIG – TWAALF, x TWEE, + TIEN, – VIJFTIG
Is dat een woordpuzzel of zoiets? Of is het een wiskundige opdracht? Als het wiskunde is, kan je er toch niet naast zitten? 80–12=68, 68×2=136, 136+10=146, 146–50=96?
Er worden de meest uiteenlopende antwoorden gegeven, en 96 is al twee keer gezegd en verkeerd gerekend.
Of moet het 80–12×2+10–50 zijn, en dan dus 80–24+10–50 zijn?
Of is het een taalspelletje? Moeten de letters vervangen worden door cijfers? Die komma’s zijn van betekenis, maar hoe? Moet je dan zeggen “68, maal twee, tien, min vijftig”?
Ik blijf kijken tot de oplossing komt, hoezeer die Gino ook op mijn zenuwen werkt. Getver dat is een akelig vervelende kerel.
update anderhalf uur later: NIETS! Geen antwoord! Hij geeft het door naar morgen!Aaaaarrghh!!!
‘t Is schijnt het écht niet om te lachen, puntje 7.3 van het programma van de NVD in Nederland:
Iedere wijk en ieder klein dorp krijgen twee Bromsnorren. Deze agenten wonen in hun werkgebied en hebben afwisselend dienst. Ze zijn bekeurings- en arrestatiebevoegd. Ook kunnen ze burgers uit hun gebied adviseren en zonodig doorverwijzen. Het persoonlijk leren kennen van de buurtbewoners door de Bromsnorren is belangrijk, want zo weten zij wat er in de wijk of het dorp speelt. Een Bromsnor mag te allen tijde een ‘sheriffster’ opdoen en zodoende bevoegd optreden.
Zoals bij veel partijprogramma’s staan er ook bij de NVD interessante dingen in, maar er staan ook wel pareltjes in:
8.9 Een gevangene mag een klein huisdier (celdier) houden. Dit gaat niet op voor gevangenen die een dier hebben mishandeld. Geschikte dieren zijn bijvoorbeeld cavia’s en hamsters.
…en dan staan er ronduit, erm, controversiële zaken in ook, zoals deze puntjes:
9.2 Jongeren mogen vanaf twaalf jaar seksuele contacten aangaan.
9.4 Pornografie mag overdag worden uitgezonden.
(“gewelddadige porno” moet wel tot ‘s avonds beperkt worden)
9.5 Vanaf zestien jaar mag men in een pornoproductie verschijnen. De NVD wil op den duur dat jongeren vanaf het moment dat zij seksuele contacten mogen aangaan, ook in een pornoproductie mogen verschijnen als zij dit graag willen.
9.6 De leeftijdsgrens vanaf welke men zich mag prostitueren wordt zestien jaar.
9.7 Iedereen mag buiten naakt rondlopen. Er zijn geen gegronde redenen om dit niet toe te staan. Wegens de hygiëne moeten naaktlopers wel een handdoek gebruiken als zij gaan zitten op openbare zitplaatsen in bijvoorbeeld parken of op stations.
9.10 Seksuele contacten met dieren blijven legaal. Seksuele mishandeling van dieren blijft strafbaar.
…om dan doodleuk verder te gaan met de hoofdstukken onderwijs, lesinhoud, vluchtelingen en asielzoekers, media, etc., en in schoonheid te eindigen met hoofdstuk 20, “Overige zaken”, die blijkbaar nergens anders in te delen waren, zo onder meer:
20.2 Boksen onder de zestien jaar mag alleen met hoofdbescherming.
20.5 Iedereen krijgt vijf extra vrije dagen per jaar.
20.7 Het downloaden van muziek en speelfilms door particulieren wordt legaal.
20.11 De tekst “God zij met ons” moet verdwijnen van de 2-euromunt.
Allemaal leuk en zo, maar ik heb toch zo’n vermoeden dat ze op hun hoofstuk negen gaan afgerekend worden.
‘t Mag dan misschien wel allemaal bedriegtenboel zijn, maar dat neemt niet weg dat ik een kleine crush op Vicky Jolling, van Cinco, het belspelletje op VT4 en VijfTV, aan het kweken ben
Late roepingen zijn de beste, gaat het gezegde. En als er nog zo geen gezegd bestond, zou het uitgevonden mogen worden.
Ik had van Steely Dan alleen nog maar vaag gehoord in den Ummo en via kwisvragen (dildo, weetuwel), toen ik mijn eerste plaat ervan kocht, in New York ergens midden de jaren 90. De naam van de plaat ben ik vergeten—ik heb mijn geripte CD’s ook al niet bij de hand—maar ‘t was een dubbelaar met live-materiaal en alternatieve versies. Tesamen gekocht met met Zappa’s ook dubbele live-plaat The Best Band You Never Heard in Your Life.
Ik zou kunnen zeggen dat ik er meteen verliefd op werd, maar dat zou gelogen zijn. Ja, de plaat een paar keer beluisterd, maar ik vond het niet meteen om elke week op te zetten.
En toen kocht ik een jaar of zo later, omdat ik de doos er zo mooi uit vond zien, de vier-cd-box Citizen Steely Dan.
Manneken! Weken, màànden aan een stuk hebben die CD’s op repeat gestaan! Goddelijke muziek! Mijn reactie was typisch een overreactie: alles zoeken wat ik ook maar ergens kon vonden van Steely Dan, maar ook van Fagen en Becker apart. En toen Two Against Nature uitkwam: ongeloof, verbazing, bliss.
Daarmee werd Steely Dan numer zoveel in de rij “dingen definitief ontdekt via verzamelboxen in de Fnac”, samen met AC/DC en Randy Newman en, in zekere zin, Bob Dylan.
Kwààd op mezelf. Een wee, zinkend gevoel, zo van oh… feck—alweer.
Ik typ veel te snel, ik heb de neiging om eigenlijk noch naar mijn handen noch naar mijn monitor te kijken, waardoor ik dus meestal noch volg wat ik schrijf, noch zie wat ik aan het doen ben.
En de automatismen van de programma’s die ik gebruik, vooral dan e-mail en instant messaging, zitten er zó diep in, dat ik praktisch altijd al op (ctrl-)enter geduwd heb als ik alsnog het getypte begin na te lezen.
En dan is het meestal zover: mijn boodschap is verstuurd met afgrijselijke typfouten erin. De meest voorkomende:
Alles wat hier staat is mijn eigen opinie. Het wordt niet nagelezen of goedgekeurd door mijn werkgever voor het on-line komt, en ik bied geen enkele garantie voor kwaliteit of correctheid.
Mijn werkgever is het niet noodzakelijk eens met wat ik schrijf, en het spreekt vanzelf dat hij dan ook op geen enkele wijze aansprakelijk kan zijn voor wat ik hier publiceer.
Ter info
Eén van mijn e-mailadressen is michel [at] zog punt org. Normaal gezien antwoord ik daar, buiten de kantooruren, onmiddellijk op.