Michel Vuijlsteke's weblog

Tales of Drudgery & Boredom.

Month: november 2006 (page 1 of 8)

Het piekt

Mijn ogen doen tegenwoordig pijn ‘s morgens. Van te weinig te slapen, denk ik. Niet dat ik er mee in zit, het gaat zo tussen 6u30 en 7u wel over, maar tegenwoordig krijg ik het ook ‘s avonds.

Zoals nu bijvoorbeeld.

Moet ik met één oog dichtgeknepen naar Never Mind the Buzzcocks kijken (Love is like a butterflyyou put a PIN through it’s BACK!!).

Ik denk dat ik morgen maar eens een uur doorslaap op de trein. O ja, en ook: er meteen na Buzzccks in kruipen.

Slim wezen.

Zozo

Mag ik mutatis mutandis de gevoelens van Hugues tegenwoordig alhier echoën?

Het is op verscheidene vlakken bijzonder druk, maar ‘t is voor de rest wel bijzonder wijs.

Er zijn zo van de dingen die ik eigenlijk wel al jaren en jaren doe—analyse, vergaderen, presentaties—maar zo op een nieuw werk lijkt het allemaal wel de eerste keer.

Wat niet de eerste keer lijkt maar dat ook wel degelijk is: we doen op het werk wetenschappelijk onderzoek. Zo met methodologie en ontologie en doelstellingen en referenties en peer review en alles, met wie weet zicht op publicatie en congressen en alles. En als dàt niet wijs is, dan weet ik het ook niet.

Toch?

Gniffel

Gentlemen: set your egos to zelfrelativatie.

Een kerel naar mijn hart, meneer Brutin: een twee drie vier vijf zes.

En hij heeft goede smaak in vrouwen.

Oja, verder natuurlijk een doorzichtige aandachtshoer, daar niet van, daar niet van. 🙂

Ah ja, en ‘t schijnt dat internetgoeroe Wim van Wimpie’s Bar weer op smalband gegraakt is.

Zestien procent

All the hip kids are doing it!

Gay

Ik ben 84% hetero. Of 16% homo.

Allez dan. Channel 4 Gay-o-Meter, via onder meer Ine.

Mijmeringen

Zegt Peter Dedecker:

wat met mensen die niet *willen* nadenken? Mensen die zeggen “skip die uitleg maar, geef me wat nodig is om dit of dat te doen” en dan natuurlijk de volgende keer weer met hetzelfde probleem zitten. Mensen die er op voorhand van uitgaan dat het toch te moeilijk is voor hen.

Dat was inderdaad een issue: hoe van die experimentele constataties naar raadgevingen in de praktijk gaan.

Mijn eerste reflex is meestal dat ik mensen inderdaad eerst het kader wil schetsen, en dan pas stap voor stap wil werken—dus éérst een mental model (helpen) bouwen—maar dat willen “de mensen” meestal niet.

“Laat mijn hoofd gerust, dat interesseert mij allemaal niet, zeg mij gewoon hoe ik die rode ogen van mijn foto moet smurfen!”

In de praktijk is een richtlijn van “maak interfaces die moeilijker te gebruiken zijn zodat mensen een mental model moeten bouwen omdat anders de kost per operatie te hoog wordt”, natuurlijk geen optie.

Eén idee dat Payne had, was dat het wellicht de moeite loont om opleiding en gebruik van elkaar te scheiden, genre training wheels.

Een ander idee, vanzelfsprekend, is om te spelen op die homomorfismen: de mapping van de wereld van de applicatie naar die van de gebruiker en omgekeerd.

Het is een beetje de historie van de derdewereldmensen hé: geef ze een blik tonijn vs. leer ze vissen. Leer de mensen hoe kleur en lagen en watnog werken in Photoshop vs. geef ze een wizard om rode ogen te verwijderen.

Een beetje van de twee is nodig.

En dan is er nog het probleem van de kleine minderheid beginners en experten vs. de grote meerderheid “gewone” gebruiker.

En het probleem van tijdsdruk en satisficing, en hoe dàt in het verhaal past.

En het probleem van efficiëntie: het raakt gedaan omdat ik snel vijf pogingen heb ondernomen vs. het raakt gedaan omdat ik lang nagedacht heb en dan één poging heb ondernomen–maar die dan wel even lang duurt als zeven snelle pogingen.

En vooral, vooral, voor mij toch, mijn grootste opmerking: wat met creativiteit? De experimenten zijn eigenlijk allemaal redelijk eenvoudige modellen, waar eigenlijk weinig of geen creativiteit aan te pas komt. Welke lessen zijn er te trekken voor applicaties die dermate complex zijn dat er meer dan één mogelijke manier is om tot een goed resultaat te komen?

Hoe geraken mensen voorbij een locaal optimum in een HCI-context die ingewikkelder is dan stimulus-respons? 

Afijn, werk aan de winkel.

Dinsdag

…en opnieuw trouwens boterhammen die in de frigo blijven liggen zijn op het werk: ik was helemaal uit het oog verloren dat als er zo iemand uit Forn Parts komt, dat we daar ‘s middags mee gaan eten.

En dat er ‘s avonds na de lezing walking dinner is.

‘s Morgens hebben we trouwens de lezing in privé met iedereen van het werk gekregen: wijs! Interactiever, en meteen feedback en zo, en vooral voor de spreker een uitstekende manier om zijn presentatie een dry run te geven en te zien wat er werkt en niet, en hoe het zit met de timing.

Vandaar dat er meer dan een derde uit gehaald is, en dat het gestroomlijnder was dan het anders misschien was geweest, en dat het de avond zelf geheel precies op schema afgewerkt is geraakt.

Jawel: het is echt allemaal goed doordacht, daar bij ons op het werk. 🙂

Achteraf met een aantal van de aanwezige mensen gesproken, en ‘t is toch wel verbazingwekkend soms waar de conversaties over gaan en hoe ik die conversaties soms gemist heb de afgelopen jaren. Over Emacs en vi en LaTeX. Iemand die vroeg: “snel, welke functietoets om te printen in WordPerfect?” (shift-F7 natuurlijk!) (en F6 voor bold en alt-F4 om een blok te starten/eindigen — F12 bestond nog niet meneer! en een block moven dat kon via deleten en dan F1!) Een paar mensen die na een paar minuten conversatie op iets dat ik zei, “ja, ik lees uw weblog soms” antwoordden. Iemand die ik in een vorig vorig vorig leven tangentieel tegengekomen was.

Afijn. En voor de rest? Gepland, een PowerPoint begonnen, een wiki bepoteld, mijn rug overbelast, een document voorbereid, foto’s genomen voor de website van het werk, en afgesproken om iets vóór negen morgen voor een kick-off van een nieuw project.

En dan later morgen nog een nieuw project, en dan nog later morgen een briefing voor een meeting afmaken, en een mens mailen/bellen voor informatie voor nog een project, en dan nog, en dan nog, en nog, en nog, en nog.

Ook dàt was alweer een tijdje geleden, en ook dàt heb ik echt wel gemist. Schreef hij met een kamerbrede grijns.

Stephen Payne

‘t Was vandaag Lecture bij Namahn. Uit de uitnodiging, met een paar links eraan toegevoegd:

Stephen Payne is a psychologist interested in human-computer interaction (HCI), and more generally in problem solving and learning. He has recently moved to the University of Manchester, having spent 15 years as a professor of psychology at Cardiff University. He is on the editorial boards of Human-Computer Interaction and Behaviour and Information Technology and is papers co-chair for CHI 2007.

Enfin, niet gedutst dus. En een sympathieke meneer, bovendien.

De oorspronkelijke abstract zei dat het zou gaan over drie zaken, maar er zijn er uiteindelijk wegens tijdsgebrek maar twee overgebleven: een overzicht van wat mental models zijn, en een omschrijving van een aantal experimenten.

De relevantie van metal models voor HCI en UI-dinges is trouwens voor de hand liggend, en een snelle blik op de boekskes leert u dat bijvoorbeeld de heren Norman (hier bijvoorbeeld) en Cooper (heel hoofdstuk 2 van About Face begod) er dan ook gretig gebruik van maken.

Een mental model is een, euh, mentaal model dat iemand zich maakt van hoe iets werkt. Dat is redelijk voor de hand liggend, maar, ha!, de mannen zouden de mannen niet zijn als er geen onenigheid was over wat de termen eigenlijk eigenlijk betekenen en wat de implicaties van de betekenissen zijn, en watnog—wetenschappers, ik moet er u geen tekening bij maken.

Afijn, Payne heeft een elegant, arhem, model over hoe hij die modellen ziet: drie verklaringen als een set matroesjka’s, waarbij hij begint met één visie en er in twee stappen telkens meer theoretisch verklarende visies aan toevoegt.

Hij begint met een bijzonder eenvoudige manier om over mental models na te denken, bijna ethnologisch: “wat denken mensen over x?” Er is geen of praktisch geen poging om een theoretische verklaring op te bouwen, het gaat bijna zuiver om een omschrijving van de inducties van mensen uit eigen ervaring.

Zo in de zin van “als ik op de rem trap in mijn auto, dan gaat er een soort remblokje tegen de wielen waardoor die trager gaan draaien”, of “het internet is eigenlijk een soort systeem van buizen”.

De tweede schil is die waar mental models gezien worden als elementen in de problem space-hypothese: we zitten nu in een bepaalde state, we willen naar een bepaalde goal state, en om van hier naar daar te geraken gebruiken we operatoren om te veranderen van state naar state. Een mental model kan een reiziger in problem space een nieuwe set operatoren geven om te navigeren.

Klassiek voorbeeld, dat Payne ook aanhaalde, is dat van RPN (Halasz & Moran, 1983). Mensen worden RPN aangeleerd. Eén groep door een eenvoudige concordantie tussen infix-notatie en RPN (“X in infix is Y in RPN”), een andere groep door het concept van de stack en pushen en poppen uit te leggen. De twee groepen “kunnen” het na verloop van tijd even goed, maar de tweede groep heeft een mentaal model gekregen waarmee ze ook creatief problemen kunnen oplossen, terwijl voor de eerste die hele RPN een “black box” is, iets dat ze van buiten geleerd hebben zonder het te begrijpen.

[Alhoewel: ik zou zeggen dat iedereen die gematigd intelligent is op zichzelf een mentaal model van een stack infereert uit een half uurtje met zo’n toestel.]

Derde schil, die de meeste theoretische verklaringen probeert te geven: mental models als homomorfismen. U zei? Wel: de wereld enerzijds, het mentaal model anderzijds, en tussen de twee is een gelijke structuur. Door die gelijke structuur kan een mentaal model helpen problemen op te lossen. Voorbeeld: dat wij taal begrijpen is enkel mogelijk omdat wij daarbij een mentaal model opbouwen dat homomorf is met de echte wereld.  

En o ja, uiteraard: modellen kunnen gevormd worden door perceptie van de wereld, maar ook via representaties van de wereld, en ook via vermoed ik perceptie van representaties van representaties, et caetera ad infinitum.

‘t Komt er in HCI op neer om de representatie van de wereld door het toestel of de software in overeenstemming te brengen met de representatie van gebruikers/mensen, en Payne heeft een tijd op het concept van Yoked State Space gewerkt (problem space enerzijds, goal space anderzijds, mapping tussen de twee).

Dat doet hij nu niet meer. Niet dat hij niet meer gelooft in een poging tot strikte formalisatie van die dingen, maar dat hij tegenwoordig met andere zaken bezig is (time management over verscheidene activiteiten heen namelijk). Enfin, dat ge’t weet, quoi.

*
*    *

Dat was het eerste stuk van de lezing. Mentale modellen maken het mogelijk om betekenis aan handelingen te geven, en zijn in die zin het exacte tegengestelde van zinloos vanbuiten leren.

In het tweede deel deed Payne een aantal experimenten uit de doeken rond “leren”, onder de titel The theory of learning by not doing.

‘t Was al direkt van vette psychologen-onder-malkander-knipoog naar Learning by doing, en nog wat later was het van da ne stek maat naar Lucy Suchman zoals ze bij de kinderen op school zouden zeggen. Suchman voert aan dat mensen eigenlijk zeer weinig hun acties plannen, terwijl Payne zegt dat er echt wel een continuüm is van helemaal niet plannen tot wel degelijk veel plannen—anders zouden wij gewoon allemaal stimulus-respons-machines zijn, en ‘t is precies dat we dat niét zijn dat ons homo sapiens maakt.

En dan de experimenten zelf.

Eén: een schuifpuzzel in computersimulatie, zo’n ding met cijfers van 1 tot en met 8 en een open vakje. Alle cijfers moeten weer in volgorde geschoven worden van een random beginpositie.

Als het geen moeite kost om een blokje te verschuiven, bijvoorbeeld als het maar één toetsaanslag is, dan rommelen mensen maar wat aan, en komen ze na enorm veel pogingen uiteindelijk tot een resultaat.

Als het wel moeite kost om een blokje te verschuiven, bijvoorbeeld als ze moeten “move tile number 5 + <enter>” typen, dan denken de mensen meer na vóór ze iets doen, en komen ze met beduidend minder pogingen tot een resultaat.

En, belangrijker: als na een paar keer proberen de interface voor de twee groepen gelijkgeschakeld wordt (als ze bijvoorbeeld een echt fysiek ding in handen krijgen, of een voorstelling op de computer waar ze met de muis moeten klikken en schuiven), dan blijkt dat de groep die verplicht is geweest om na te denken, het in minder stappen blijft doen. Significant minder stappen.

Les: als de interface te gemakkelijk is, worden mensen niet verplicht na te denken en, presumably, een mentaal model te bouwen [al heeft Payne daar geen specifiek onderzoek naar gedaan], en leren ze minder goed dan als ze daar wel toe verplicht worden.

Learning by not doing, but learning instead by planning, als het ware.

[Pas op: ze leren het wel beter, maar dat wil niet noodzakelijk zeggen dat ze het efficiënter of sneller doen.]

Oei—de tijd ontbreekt me, ik moet morgen vroeg op.

Op een drafje: een tweede experiment deed iets met een digitaal uurwerk, maar de resultaten waren niet meteen enorm spectaculair te noemen. En een derde voorbeeld (iets met een afstandsbediening en instructies) vond ik iets minder elegant, mengde het plannen met informatieverwerking, en had nog minder duidelijke conclusies.

Al met al stukken interessanter dan de vogelvlucht-lezing van Don Norman gisteren, en als ik nog ergens tijd vind, zal ik er nóg meer over uitweiden. Ha!

Don

Mwja. Mwuh.

Vanavond gaan luisteren naar een lezing van Don Norman. Jazeker: de grote Don Norman, een derde tot de helft van de Nielsen Norman Group.

Hij parafraseerde er “Cautious Cars & Cantankerous Kitchens”, het eerste hoofdstuk van zijn nieuwe boek The Design of Future Things (Basic Books 2008), en hij parafraseerde er een stukje van het eerste hoofdstuk van Emotional Design: Why We Love (Or Hate) Everyday Things (zie ook Affect and machine design: Lessons for the development of autonomous machines), en ik vrees dat ik Mr. Horse moet parafraseren: no sir, I wasn’t impressed.

Ik had het me meer begeesterd voorgesteld, meer passioneel, minder amateuristisch. In ‘t echt is Don Norman, verrassing, helemaal niet zo’n fijne mens om naar te luisteren.

Maar goed. Maar bon. Enfin ja.

Ik zal het boek kopen als het uit is.

Pornograaf

Les bonnes âmes d’ici bas comptent ferme qu’à mon trépas Satan va venir embrocher ce mort mal embouché. Mais veuille le grand manitou pour qui le mot n’est rien du tout admettre en sa Jérusalem à l’heure blême… j’suis l’pornographe du phonographe blogosphère.

Blocked

Grinnik.

Doorgestuurd door David, die blijkbaar in de buurt van een vliegtuig zat. 🙂

Del.icio.us op 27 november 2006

Photosynth

Maar allez! Niemand had mij verteld dat Photosynth tegenwoordig uit te testen is!

Zo wijs maat… en nu wachten tot we zelf collecties kunnen maken. Yum.

Stemming

Michiel Hendryckx zegt ware woorden:

Voor ik verder ga, wil ik graag toch even reageren op enkele reacties. Het is nooit mijn bedoeling geweest om met deze blog een competitie te starten. Fotografie is geen olympische discipline. De beste, de mooiste, de grootste… daar doe ik niet aan mee.
Ik wil gewoon wat foto’s tonen die de krant niet hebben gehaald of die ik voor mijn plezier heb gemaakt. Soms zijn de foto’s ook niet meer dan een illustratie bij een gedachte. Zonder pretentie. Meer moet hier niet worden gezocht.

Ik heb wel al meer gezegd dat ik het vliegend schurft krijg van bepaalde soorten weblogs, maar ik denk dat ik daar maar eens van terugkom. Niet dat schurft, want dat bekruipt me nog altijd als ik sommige dingen tegenkom, maar wel dat veroordelen.

De leeftijd meneer. Ik word milder meneer. Il faut de tout pour faire une monde, mossieu.

En bij deze denk ik dat ik maar eens een plaatje opleg. Pierre Perret, u allen bekend van Le zizi (ô gué ô gué) en Les jolies colonies de vacances (youkaïdi aïdi aïda) en Elle avait des seins comme des violons (et moi j’en jouais comme du piston), schrijft naast grappige liedjes ook wel zeer mooie liedjes.

Sommige dingen die ik vroeger prachtig vond, zoals Lily, blijven wel overeind, maar en définitive toch wel heel erg vastgezogen in dat vaguely embarrassing erg nadrukkelijke jaren-70–geëngageerd-zijn.

458914

Niet zo met Mon p’tit loup, dat ongetwijfeld één van zijn allermooiste is. Houd hier maar eens uw tranen bij in… en het feit dat Perret—ondertussen ook al 73!–het live brengt, vals gezongen en met brekende stem, doet er niet in het minst iets van af.

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

T’en fais, pas mon p’tit loup,
C’est la vie, ne pleure pas.
T’oublieras, mon p’tit loup,
Ne pleur’ pas.

Je t’amèn’rai sécher tes larmes
Au vent des quat’ points cardinaux,
Respirer la violett’ à Parme
Et les épices à Colombo.
On verra le fleuve Amazon’
Et la vallée des Orchidées
Et les enfants qui se savonn’nt
Le ventre avec des fleurs coupées.

T’en fais, pas mon p’tit loup,
C’est la vie, ne pleure pas.
T’oublieras, mon p’tit loup,
Ne pleur’ pas.

Allons voir la terre d’Abraham.
C’est encore plus beau qu’on le dit.
Y a des Van Gogh à Amsterdam
Qui ressemblent à des incendies.
On goût’ra les harengs crus
Et on boira du vin d’Moselle.
J’te racont’rai l’succès qu’j’ai eu
Un jour en jouant Sganarelle.

T’en fais, pas mon p’tit loup,
C’est la vie, ne pleure pas.
T’oublieras, mon p’tit loup,
Ne pleur’ pas.

Je t’amèn’rai voir Liverpool
Et ses guirlandes de Haddock
Et des pays où y a des poul’s
Qui chant’nt aussi haut que les coqs.
Tous les livres les plus beaux,
De Colette et d’Marcel Aymé,
Ceux de Rab’lais ou d’Léautaud,
Je suis sûr qu’tu vas les aimer.

T’en fais, pas mon p’tit loup,
C’est la vie, ne pleure pas.
T’oublieras, mon p’tit loup,
Ne pleur’ pas.

J’t’apprendrai, à la Jamaïque
La pêche’ de nuit au lamparo
Et j’t’emmènerai faire un pique-nique
En haut du Kilimandjaro
Et tu grimperas sur mon dos
Pour voir le plafond d’la Sixtine.
On s’ra fasciné au Prado
Par les Goya ou les Menine.

T’en fais, pas mon p’tit loup,
C’est la vie, ne pleure pas.
T’oublieras, mon p’tit loup,
Ne pleur’ pas.

Connais-tu, en quadriphonie,
Le dernier tube de Mahler
Et les planteurs de Virginie
Qui ne savent pas qu’y a un hiver.
On en a des chos’s à voir
Jusqu’à la Louisiane en fait
Où y a des typ’s qui ont tous les soirs
Du désespoir plein la trompett’.

T’en fais pas, mon p’tit loup,
C’est la vie, ne pleur’ pas.
Oublie-les, les p’tits cons
Qui t’ont fait ça.
T’en fais pas, mon p’tit loup,
C’est la vie, ne pleur’ pas.
J’t’en supplie, mon p’tit loup,
Ne pleure pas.

Ach, misschien is het omdat ik ook kinderen heb. En ouder word. En alles.

Del.icio.us op 26 november 2006

Kalenders synchroniseren

Wia Wannes gevonden: The Holy Grail of Synchronization: How to synchronize Microsoft Outlook (multiple locations), Google Calendar, Gmail, iPod, and mobile phone with Funambol / ScheduleWorld.

Eens uitproberen zie.

update sync werkt perfect van gmail naar outlook en terug, maar ik moet nog zien hoe het in het echt werkt in de praktijk. Will keep posted.

Geschreven al luisterend naar: Tunes – Aja – Six Million Dollar Man

Hutsepot

Ik heb soms de neiging om in publiek dingen te beloven om mezelf te verplichten iets te doen dat er anders nooit van zou komen.

Toen we een tijdje geleden redactievergadering van Gentblogt hadden en Ilse er ons op wees dat het de Week van de Smaak was en of we daar niet iets zouden rond doen, hebben we allemaal beloofd één of meer artikelen te schrijven over eten.

‘t Is ondertussen al mooi geweest op Gentblogt—al de revue gepasseerd: Portobello’s met kruidenvulling, Gentse Waterzooi, Konijn met veel streekproducten, Risotto met varkensvlees, Choucroute (van Sandra! met foto’s van mij! :)), Gentse Mastellen (van, euh, min of meer toch, mijn neef Carlo!), Pompoensoep en Gentsche Mokken.

Morgen, als het in de planning van de planner van dienst past: hutsepot!

Ik heb uiterst goeie herinneringen aan de hutsepot van mijn grootmoeder, maar ik denk niet dat ik er de afgelopen twintig jaar zo nog gegeten heb, hutsepot.

Hutsepot is geen stoemp! Stoemp is uitstekend, maar hutsepot, dat zijn geen gestampte patatten, awoert!

Hutsepot is, voor mij toch, eerder een bouillon met wintergroenten en vlees erin. Veel vocht, grote stukken die wel zacht zijn maar niet tot moes gekookt. En geen shenanigans met exotische ingrediënten of zo. Eerlijke dingen van bij ons, hoera!

…maar, erm, ik had er geen flauw idee van hoe zo’n hutsepot klaar te maken. Geen enkel recept dat ik vond, leek op wat ik me herinnerde van toen ik klein was, dus ik heb maar iets geïmproviseerd. Zalig de onnozelen!

Eerst naar de slager. Onze vaste slager als we ons vlees niet in de Colruyt betrekken: Neyrinck, aan het Sluizeken. Gevraagd naar varkensstaarten en -oren en -poten, maar er waren alleen nog maar poten. Verder: spiering, en lamsribben, en lamsnek, en voor de kinderen wat worst, en een stuk runds-kweet-niet-meer-wat, enfin, een kleine vier kilo vlees van varken, lam en koe.

Ingrediënten voor hutsepot

Dan naar de groentenwinkel—Bayram, uiteraard—voor seasonal stuff: een stapel rapen, pastinaak, savooikool, grote ajuinen, een paar kilo patatten. Uiteindelijk had vanalles gekund natuurlijk, maar ik ben geen groot fan van prei in hutsepot dus dat kwam er zeker niet in. 

Alles samen op tafel gelegd: 31 euro ingrediënten. Een kleine tien kilo, schat ik. Géén geld!

305995485_a541bb77b5_b_d

Het klaarmaken zelf heeft niets om handen. Stap één: ajuin in grote stukken snijden en in de pot zo’n beetje laten stoven. Hoeveel ajuin? Euh, ‘k weet niet. Ik had er vier heel grote.  

Ajuin Ajuin

Het principe van het vlees in de hutsepot is eenvoudig-men-kan-niet-meer: al het vlees in de pot leggen, en dan gewoon bedekken met water. Ik moet eerlijk zijn en toegeven dat ik me niet herinner dat mijn grootmoeder varkenspoten in haar hutsepot deed, maar het leek me zó authentiek dat ik er niet aan kon weerstaan. Geef nu toe:

Varkenspoten en ajuin Vlees

Er ging nogal redelijk veel water in de pot, en dat was al meteen een beetje zo van oeps, ga ik wel genoeg plaats over hebben:

Vlees

O! Ja, wat ik er wel in wou maar in eerste instantie vergeten was: wortelen en verse spruiten. Ik heb er Sandra alsnog moeten om sturen. Ah ja, ik moest wel, want ik was ondertussen al bezig. 🙂

Toen ze terugkwam met the goods heb ik nog een laatsteminuut groepsfoto gedaan, minus het vlees en de ajuin die al stonden te sudderen:

Groenten

Kids these days weten van niets meer, maar in mijn tijd was een schuimspaan dus nog een schuimspaan. ‘t Is te zeggen: was een schuimspaan een ding dat gebruikt werd om het schuim van het eten te, arhem, spanen. Als er confituur gemaakt werd, dan moest het schuim daar van gehaald worden, en dat gebeurde met een lepel, maar als het vlees van de hutsepot op stond, dan werden de grote middelen bovengehaald, en was het van schuimspaantjen.

Zoals elk zichzelf respecterend gezin hebben wij ook een aantal van die dingen liggen, uiteraard. Maar zoals bij wellicht veel gezinnen, worden onze schuimspanen tegenwoordig voor allerlei nieuwlichterijen gebruikt—voedsel uit woks vissen, gnocchi en -achtige pastadinges uit het kookvocht halen, weettewel.

Maar goed, ik dus met schuimspaan in de aanslag, heelder visioenen van massa’s lichtbeige schuim met lui uit elkaar spattende vetblazen, dat ik dan bij bakken zou kunnen afromen… nee dus. Misschien was het vlees magerder dan het vlees in mijn herinnering, maar er kwam niet echt veel schuim op:

Vlees

Hey, bedenk ik net: misschien is het omdat ik er geen mergpijp in gedaan heb! Was dat niet, dat er mergpijp in hutsepot moet? En dat die er dan na verloop van tijd, zo als de hutsepot wat aan het afkoelen is, nog voor hij definitief verwarmd werd, uitgevist werd en het merg uitgelepeld op een boterham met veel peper en zout opgegeten werd? Djutoch, ‘t zal voor een volgende keer zijn!

Maar goed. In alle geval. Het vlees zat een klein uur in, en het volk was ondertussen al toegekomen (niet voor de hutsepot, die is voor morgen, maar wel voor de kaasschotel), dus ik ben aan de groenten begonnen. De savooikool in stukken:

Groenten

…en de rest gepeld en geschraapt en gekuist, en in grove stukken gesneden. Alles zo ongeveer een beetje dezelfde grootte, maar zo nauw steekt het natuurlijk niet. Mijn bedoeling was om niets (behalve de savooi uiteraard) te hebben dat tot moes kookt. Zacht ja, moes nee.

Na verloop van tijd had ik een halve tafel vol groenten, en zag het er minder en minder naar uit dat ik alles in de pot zou krijgen:

Groenten

Ter elfder ure trouwens nog beslist niet alle rapen erin te doen: alleen ongeveer evenveel rapen als aardappelen, zo’n kilo of drie.

Nu, euh, zelfs zonder alle rapen en mét veel duwen, was het inderdaad serieus potje-vol met al die groenten in de nochtans denk ik grootste pot van Le Creuset die er te vinden was:

305993801_5836598d24_b_d

…maar niet getreurd: er gewoon de wok omgekeerd op gezet, en rustig laten compacter worden. Uiteindelijk is een stuk van die groenten de savooikool, en dat reduceert tot praktisch niets meer. En die andere harde groenten, dat zet zich wel.

Inderdaad: een uurtje later was het allemaal wat ingezakt, en kon er een gewoon deksel op. Ik heb het dan nog een beetje laten staan tot alle groenten zacht genoeg naar mijn goesting waren, en dit is de toestand waarin de hutsepot de nacht ingaat:

Hutsepot

Ik heb er al een stuk raap en een stuk aardappel van binnengesmikkeld, en ik moet zeggen: het smaakt precies zoals ik het mij herinner van driekwartleven terug.

Morgenmiddag om 12u wordt het vuur weer zachtjes opgezet, en een half uurtje of zo later beginnen we te eten.

Joechei!

Older posts