Dag drie

Ja, érgens weet ik wel dat het waarschijnlijk geen goed idee is, zo in één keer van nooit een voet buiten zetten naar elke dag acht uur in de volle zon bovenop een berg op een eiland in de Middellandse Zee zitten, maar hey, ’t is niet alsof ik het voor de rest van mijn leven ga doen, toch? En ik zal het dan wel compenseren met de rest van het jaar in de schaduw te zitten, nem.

…want dat was het dus toch wel, vandaag. Een nieuw boek bij de hand (shlock, vrees ik: Trudi Canavan’s Priestess of the White–Crossan’s Birth of Christianity ligt op mijn nachtkastje, maar is op de reis naar hier na nog ongeopend gebleven), de ligzetel in de volle zon gedraaid, en hopla, vertrokken voor een voormiddag. En dan eten, en dan de hele namiddag ook.

Ik krijg wel beweging hoor: om het half uur of zo om verse drank is ruim voldoende als oefening, vind ik.

En er is altijd wel iets te doen rond het zwembad, daarmee dat mijn boek nog niet uit is.

Fascinerende paringsrituelen bijvoorbeeld, elke dag, tussen de geslachtsrijpe mannetjes en vrouwtjes: voornamelijk duw- en trekspelletjes. De meisjes doen alsof ze het niet door hebben dat de jongens het alleen maar doen om een excuus te hebben om aan hen te potelen, en gedogen het dat ze om de zoveel tijd redelijk out of the blue in het water geduwd worden.

De jongens proberen zo onopvallend mogelijk uit te blinken in, euh, rondhangen. En in het water springen.

En de meisjes hangen in trosjes van drie rond, en vergelijken notities. Redelijk ontluisterende notitities.

Ik steek het erop dat ik een zonnebril heb met glazen-met-voorschrift. Daardoor kan ik de dag in de volle zon doorbrengen zonder mijn ogen dicht te moeten nijpen, en kan ik dus–het is nog altijd onverklaard waarom–beter horen wat er rond mij gezegd wordt.

Dingen die een mens soms hoort in het openbaar: vreselijk. Vanmorgen zat er een meisje van misschien elf jaar aan de ontbijttafel te zeggen dat ze heimwee had, en dat ze het toch jammer vond dat het binnenkort weer school was. De vader, een geblokte gebroste roodverbrande Antwerpenaar van schat ik eind de twintig, die trouwens gisterenochtend de kat die langskwam aan tafel een mep gegeven had met Het Laatste Nieuws (ik kan het niet uitvinden, echt waar), zat languitachterover in zijn stoel, zo ver als lichamelijk mogelijk was van zijn dochter. Hij had er al de hele tijd dat wij er in de buurt zaten nog niets tegen gezegd, en hij antwoordde nu ook niet rechtstreeks. Wel aan de tafel naast hem, een koppel dat ergens tussen Brabant, Antwerpen en Limburg woonachtig moet geweest zijn: “Hoe dat zij durft te klagen! ze is al twee weken met haar moeder op vakantie geweest, en nu een week Kos! ze weet zij niet hoeveel dat dat lolleken mij hier kost zeker?! Neije joeng, ze moet zij niet klagen, ze krijgt al twee van alles: twee verjaardagen, twee kerstdagen, ze heeft zij niet te klagen!”

Ik had een glas Cola Light bij de hand om mijn plaatsvervangende schaamte mee door te spoelen: de voordelen van een all-in-formule.

Veel Vlamingen in het hotel, trouwens. Ik dénk dat het wel eens de best vertegenwoordigde taalgroep zou kunnen zijn. En dan wellicht in gelijke hoeveelheden Hollanders en Engelsmans. Daarna Duitsers, en er is ook minstens één Franstalig Belgische familie, en er lagen alvast gisteren nog een roedeltje Bulgaren te drijven in het zwembad.

Ook gisteren was er plots een hele sportploeg uit Bodrum toegekomen. Dat, of een improvisatietoneelgezelschap dat voor de lol allemaal t-shirts van FC Bodrum aangedaan had, natuurlijk. Maar vandaag lijken die alweer weg te zijn.

Verder, euh, ja, niet veel te vertellen hé, als een mens zo de hele dag niets gedaan heeft. Wakker rond halfnegen of zo, ontbijt iets na negen, en dan in de zetel. Een bladzijde of tweehonderd verder: gaan eten. Het eten was deze middag nóg iets Griekser dan gisteren:

kos

Met de wijzers van de klok, van linksonderaan te beginnen: gebakkene patatten met boter en look en kruiden (alle dagen een beetje anders, nog nooit slecht geweest), een soort groententaart met van dat filo-achtig deeg, pikante pasta met vlees en tomaat (een lokale specialiteit, beloofde het plakkaatje–in alle geval het eerste (licht) pikante op het menu sinds we hier zijn), pizza (eh ja), drie hamburgerachtige griekse dingen, en in het midden: vis in citroendink.

Zelie ziet er met de dag meer moe uit, Louis lijkt er precies wat door te komen, Jan gaat gelijk een stoomtrein door, en Anna is, euh, wisselvallig. Van het ene moment op het andere kan ze zich leggen bleiren (zoals vannamiddag, toen Sandra (en zij dus ook) uit het groot zwembad kwam), en op andere momenten is ze dan weer zo braaf als iets (zoals vanavond, toen ik ze in bed legde: twee kussen en een knuffel, en hopla vertrokken).

Maar het kan soms wel echt erg zijn met Anna. Het ene momen is ze normaal.

kos

Daarna wil ze iets hebben en vraagt ze het lief:

kos

En dan krijgt ze het niet en probeert ze te intimideren:

kos

De volgende stap is dan luid protest:

kos

En daarna is het wenen. Hard en lang.

Gelukkig heeft ze vooralsnog the attention span of a gnat, en is het enorm gemakkelijk ze af te leiden. Vanavond moest ze gaan slapen en ze had geen zin. Crisis afgewend in één twee drie: “Anna, gaan we langs het water lopen?” “Water lopen?” “Ja, kijk, het water in het zwembad is helemaal groen!” “Groene water! Kijk papa, groene water! Jan! Groene water Jan!”

kos

(mission accomplished)

Bij Zelie is het vooral denk ik de chloor in het zwembad die haar parten speelt. De eerste ochtend had ze compleet opgezwollen ogen–sindsdien doen we een douche net voor het avondeten.

kos

kos

Heel de dag zwembad begint zijn vruchten af te werpen: Louis durft, weliswaar met zwembandjes, terug in het diep. Hoera!

kos

En het was vandaag piratendag. De gezichtsververs zijn, vrees ik, niet zo goed als die in Bellewaerde, maar ze hebben toch hun best gedaan. En nee: de kinderen eten écht niet zoveel ijs, voor familie die zich zorgen zou maken.

kos

Na het avondeten zijn de kinderen nog even naar het entertainment voor de kleinste kinderen getrokken. Anna heeft meegedaan zoals de grote, natuurlijk:

kos

En dan had ik Louis nog beloofd een spelletje luchthockey te doen, dus zijn wij met ons getweeën naar daar aangezet. In het naar het luchthockey gaan moesten we langs de dranktent passeren, en ’t was daar ook al leutig. Ik vermoed dat we heel veel missen van het all-in-gevoel door daar niet tot ’s avonds laat de gratis drank te zitten consumeren. Al weet ik niet of ik me goed zou kunnen houden bij taferelen als dit:

kos

Waarbij de blonde deerne, ik schat ze, oh, vijftien of zo? (maar het kan ook dertien of veertien zijn) in de korte tijdsspanne dat ik er was twee vodka-batida’s binnensloeberde, en een derde bestelde. En dat het noch haar eerste, noch haar laatste zouden zijn, en dat de ober er alleen maar mee lachte, en dat de jongen die ernaast zat al in zijn spreekwoordelijke handen aan het wrijven was, dat kon ik zelfs zonder bril eigenlijk ook wel zien. Zucht. Ik word daar te oud voor, denk ik. Binnen een paar jaar zal Zelie ook die leeftijd zijn.

Maar goed. Het zijn er twee geworden, spelletjes luchthockey, en dan ben ik met Jan en Anna naar bed gegaan. Ze waren, zoals ik al zei, voorbeeldig braaf. We hebben de lange omweg genomen, en gesproken over bang zijn in het donker–dat ik dat ook ben, maar niet als zij er zijn. En dat er veel sterren waren. Maar dat dát, en dát geen sterren zijn maar planeten, en dat dat gelijk de aarde is en de maan, maar veel verder weg. En dat dáár, al die lichtjes daar ver, dat dat Turkije was, een ander land dan het land waar Kos in ligt (ik vrees dat ze landen en planeten en steden en eilanden en continenten helemaal door elkaar gooien, maar ze kunnen er maar iets van onthouden, en ik geloof er niet in om kleine kinderen als debielen te behandelen).

En we hebben naar drie verschillende soorten krekelgeluiden geluisterd, en samen kunnen constateren dat er géén spinnen meer in de badkamers zaten (vanmiddag zat er een drie keer zo grote beige variant van de kraamwebspin in de badkamer, zó mooi dat ik er voor het eerst deze vakantie spijt van had dat ik geen macrolenzen meehad). Enfin, Jan en Anna waren voorbeeldig, dus, en ze zijn op geen tijd en zonder redeneren of klagen gaan slapen.

Ah, en we zijn inderdaad naar de zonsondergang gaan kijken. Net voor het eten: een afslag van één van de weggetjes hier in het hotelterrein, en dan alsmaar rechtdoor voorbij de roestige implementen en de rubberen tubes op de grond, tot we op een heuvelrug kwamen. Ik heb ervan genoten, Sandra iets minder wegens geen lange broek aan (en dat het wel lijkt alsof alle planten op de bergen van Kos doornen hebben). Louis en Zelie en Jan vonden het ook wel wijs: er zaten inderdaad overal beesten–wantsen, krekels, sprinkhanen, libellen, grote mieren–en we hebben een mooie zonsondergang gezien.

kos

kos

kos

Met krekels op de achtergrond, en de geur van rozemarijn. En–hoe schoon is dat niet?–met nét voor de zon onderging een Grieks-orthodox gezongen avondgebed dat ons vanuit de vallei in de verte toe kwam waaien.

kos

Doe mee met de conversatie

6 reacties

  1. Prachtig om lezen..
    Al opgevallen trouwens dat mannen altijd met de benen open zitten en liggen, check de foto’s maar..
    Ongetwijfeld zal Michel daar ook een prachtige verklaring aan geven..

Laat een reactie achter

Zeg uw gedacht

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.