Naar bed, en morgen (zometeen) terug naar het werk. Ik zou soms geld betalen om mijn werk te mogen doen, maar ik zou toch geen neen zeggen tegen full-time thuis zitten, verdorie.
Niet dat ik niets zou zitten doen, natuurlijk: ik kan me niet inbeelden dat ik ook maar één dag onproductief zou doorbrengen.
Ach, en van alle plannen die ik had voor deze vakantie, is er gewoon praktisch niets in huis gekomen. Jammer, maar helaas.
Volgende keer beter.
Morgen alvast voor het eerst in een maand mijn werkcomputer nog eens aanzetten, en mijn GSM in gang zwengelen, en dingen.
Ideal for powering satellite phones, members of expeditions worldwide pack the SolarRoll in place of expensive extra batteries that don’t offer much relief in the form of weight.
Ter herinnering—dit was de toestand de nacht voor we op reis gingen:
En toen we terugkwamen, zag het er zo uit:
De radiator is weg en er is een centraal blok in de plaats gekomen, de dingen tegen de ene muur zijn bijna allemaal weg of verhuisd (de afwasmachine naar het centraal blok, de droogkast naar onder de trap, alleen de wasmachine blijft voorlopig staan tot er een afloop is onder de trap).
Tegen de muur staan allemaal grote ladenkasten, links en rechts van het vuur. Links van het vuur zal over de hele lengte een werkvlak komen in ammelinium, en op het centraal blok ook. Daar komt ook een reuzengrote aluminiumenen afwasbak, die helemaal naadloos in het werkblad zal zitten.
Tegen de muur, daar komen tot boven aan het plafond nog kasten, die ongeveer de helft van de diepte van het werkvlak zullen hebben:
Dus: een helft van het werkblad zal afsluitbaar zijn in een kast. Ik weet niet meer precies hoe (schuifdeuren of een rolluik), maar het principe is in alle geval dat we de broodsnijmachine, de koffiezetmachine, de broodroostermachine en andere dingen kunnen wegschuiven uit het zicht als we dat willen. En dat we de kast open kunnen laten staan en een groot werkvlak hebben.
Een tweede groot werkvlak, want het centraal blok is dus wel degelijk redelijk massief groot—dat ding linksachter is de afwasmachine, om een beetje een idee van schaal te geven:
En overal zitten lades. Soms groot, dat er vijftig of meer kilo in mag, soms klein, soms hoog, soms laag. Soms gewoon open, en soms met vakjes voor indelingen. Zoals hierboven een speciaal ding om snijmessen veilig in op te bergen, of hieronder een speciaal ding om kruidenpotjes in te steken:
Of een speciale uitneemlade met handvaten om ontbijtgerief in te steken:
Fijne gadgets, dat wel, en voor de klasseermens in mij is het zeker leutig, maar het is ook gewoon een bittere noodzaak: de keuken, en de kasten daar, zullen zo ongeveer de enige opbergruimte zijn in het hele huis. We hebben geen kelder, en we hebben geen voorraadkamer of zo: alles moet daar.
En dus vandaag: een plaats voor bestek, een plaats voor voorraad, een plaats voor kruiden, een plaats voor boekentassen en sportgerief van de kinderen, een plaats voor het kuisgerief, voor de kattenbakvulling, voor de potten en pannen, voor de drank, voor het eten, voor…
Inderdaad. Messen en kookutensielen onder het hoofdwerkvlak, ontbijtgerief naast de tafel, kruiden naast het vuur, dat soort zaken.
Voor de rest: het water—warm en koud—is omgeleid en de afvoeren zitten klaar onder het centraal blok. En de dingen zitten klaar voor de radiator en zo.
Dat was het werk van vorige week maandag tot donderdag. Vrijdag was er geen werk in ons huis, enkel in het atelier, en vandaag is er dit bijgekomen:
…een eerste stuk van de kasten tegen de muur van het vuur. (Heh, “de muur van het vuur”.) In die kast komt de microgolfover en de stoomoven, trouwens:
En lách daar niet mee, het is Sandra die malgré zo’n oven wou. Zoiets als mijn vader die een bibliotheek moest en zou hebben, en mijn moeder die een kelder moest en zou hebben. En ik die lichtjes in willekeurige kleurtjes moest en zou hebben.
(Alhoewel, die stoomover gaat dus wel degelijk veel gebruikt worden, want wij stomen denk ik zo ongeveer al onze groenten.)
Het begint dus echt wel vorm aan te nemen.
Hoera!
(And on a related note: we hebben vanaf donderdag iemand die ons gaat helpen het huis te kuisen, driedubbel hoera!)
We hope you’re enjoying the Spore Creature Creator. When you pre-ordered from EA Store you received a code to get £4.99 off the full game of Spore. If you haven’t already redeemed that code, come to EA Store now and not only will you get your £4.99 off the price of the full game, but you can now pre-load!
That means that you can start downloading Spore immediately, and when the game releases on the 5th September, it only takes about half an hour to complete the download and you can be in the game ahead of the rest!
Click here to visit EA Store and use your code: xxxx
Zoeken in de pagina geeft u bovenaan rechts een mooi zoekdoosje, met ernaast hoeveel zoekresultaten, waar je zit en waar naartoe (2 of 18, pijltje naar boven, pijltje naar onder). Tegelijkertijd worden de zoektermen aangeduid in de tekst, én staat in de scrollbar ook aangeduid waar er allemaal zoekresultaten staan in een lange pagina:
Een leuke foutboodschap als het crasht—gepikt van Sad Mac, maar hey, beter goed pikken dan slecht zelf maken:
Informatie voor nerds! Geef als adres about:stats in, en hopla:
Rechtermuisknop op het icoontje van de browser, en kies Task manager:
Individueel alle taken (ook Flash!) af te sluiten. En onderaan: “Stats for nerds” (ook via about:memory te vinden):
Nog voor nerds: klik om het even waar en dan Inspect element, en kijk, ‘t is een ingebouwde Firebug!
Een speciale porno-modus incognito-modus, waar niets bewaard wordt of doorgestuurd wordt (let op het ventje links van de tab):
Een hele reeks tabs opengedaan vanuit deze tab? Zo gelijk een krakzinnige middlstemuisknop gedaan overal? “Close tabs opened by this tab”:
Ik zou gisteren thuis werken. In de ochtend vroeg kwam onze nieuwe hulp in het huishouden (ja, ‘t is een knullige naam, maar ik vind “kuisvrouw” gelijk nogal denigrerend) en ik moest thuis zijn om de deur open te doen, en dan zou ik ergens in de loop van de dag een foto moeten nemen van mezel, afdrukken en een nieuwe identiteitskaart gaan bestellen.
En de rest van de dag werken en schrijven.
Maar ‘t is dus bijna helemaal mislukt. Oh, er is wel gewerkt en geschreven, daar niet van, maar niet genoeg. Het zal inhaalwerk worden dit weekend, niets aan te doen.
Zo’n nieuwe kuisvrouw, ik schat een jaar of vijf nadat de vorige wegging, dat is dus niét ideaal om te zitten en te werken: ik heb uit eerlijke schaamte meegedaan, zoveel ik kon. En uitgelegd waar wat moet staan en zo.
Maar de kinderkamers en de overloop boven en de toiletten en de badkamer en de living zijn alvast proper. Opgeruimd nog niet helemaal, maar wel proper.
Opruimen is voor later, als er kasten zullen staan.
(en nu zit ik op de trein naar Leuven, trouwens: ik heb gelijk geen tijd meer om op het internet te zitten)
Het meest interessante, voor mij, aan die nieuwe D90, is dat er filmpjes mee kunnen gemaakt worden.
Vijf minuten “maar”, zegt men. En autofocus werkt niet, zegt men. Leuk om mee te spelen, hoor ik kwatongen op de internets beweren, maar ‘t is toch geen écht videocamera.
Wel… laat het mij even anders stellen.
Vijf minuten
Hoeveel shots in films zijn langer dan vijf minuten?
OK, OK, de openingsscène van The Player, en Rope en er zijn er nog wel. Maar u en ik zijn geen Roberten Altman of Alfredsen Hitchcock, en in een film gemaakt door u en ik?
Ja, een optreden is er niet in één stuk mee te filmen, en een lange monoloog of een hele reisreportage in één take zal ook niet gaan.
Ik zit er niet mee.
Focusproblemen?
Autofocus werkt min of mee zoals de LiveView-autofocus op recente Nikons werkt: ofwel één keer in het begin de focus zetten, ofwel manueel focussen tijdens het filmen.
Zo ongeveer het meest vervelende aan de Canon HF10 die ik heb, is dat ik moeilijk of niet manueel kan focussen. Ik zou er naar uitkijken om manueel te mogen focussen, eigenlijk.
Controle
…maar ‘t is meer dan dat: niet alleen focus kan manueel. Zowat alle instellingen van de fotocamera zijn ook in te stellen om films mee te maken. Diafragma, ISO, you name it.
Lenzen!!
…en het aller– allerbelangrijkste: lenzen! Ik zou een filmpje of een stuk film kunnen maken met mijn 10.5mm f/2.8, helemaal in fisheye. Of met mijn 80–400, waarmee ik schrikkelijk kan inzoomen. Of met mijn 18–200 VR, die van breedhoek naar tele gaat. Of met een echte breedhoek gelijk mijn 12–24. Of, of, of: met mijn 18–200 macro-ding!
HD
Oh, en had ik al gezegd dat die D90 films maakt in HD-formaat. HD! Formaat!
Ik hoop stiekem op een firmware upgrade of zo voor mijn D300. ‘t Zal er wel niet van komen, maar ‘t zou toch fantastisch zijn.
Het is altijd al een beetje huilen geweest, met een klak op, de support van Telenet.
Maar dit slaat toch wel alles.
Na 1 minuut en 51 seconden menu doorlopen te hebben, waar de highlight wel de vraag was of ik aan een enquête wou deelnemen over de support call, en dat ze me later zouden terugbellen, en dat ik op één moest duwen als ik dat wou, en op twee als ik dat niet wou), kreeg ik dit te horen:
Wegens de drukte loopt de wachttijd op. Gelieve ons op een ander moment opnieuw te contacteren. Alvast onze excuses.
Ik ben dus bereid om een half uur aan de telefoon te hangen als het moet, maar nee.
Wat denken ze? Dat ik nu niet meer ga terugbellen? Tarara. Ik blijf, zoals vermoed ik zowat iedereen die die boodschap krijgt, bellen tot ze me binnen laten. Qua contraproductieve strategie kan dat wel tellen, me dunkt.
update: een paar keer teruggebeld, en dan naar de dienst om een bijkomende bestelling te plaatsen gevraagd (nummertje zeven in plaats van nummertje drie). Dat gaf na veertien minuten een antwoord. Leuk!
update update: een half uurtje later, opvolgtelefoon van Telenet. Dat ze gemerkt hebben dat ik heb proberen binnenraken, en of het nu allemaal opgelost was. En of de juffrouw aan de telefoon eventueel nog zou kunnen helpen?
Neen dus: alles is opgelost geraakt. Niet noodzakelijk naar mijn grote voldoening (een bijkomende aansluiting voor digitale tv kost nog eens 50 euro opstartkost), maar bon: de support heeft zijn werk gedaan. Goed gedaan, zelfs, in acht genomen dat ik erop stond om een vrijdag rond vijf uur te bellen.
Het is vroeger wel ooit anders geweest, maar ik heb geen klagen meer. Weird hé, wat een beetje nazorg kan doen?
Eergisteren is de eerste kastdeur in onze keuken opgehangen.
Gisteren belde de mevrouw van de vergruizelaar. Of het in orde was dat ze nu woensdag zouden langskomen om dat ding in de pompsteen te steken.
Vandaag om een nieuwe (electronische, eindelijk) identiteitskaart gegaan. En Anna is voor het eerst gaan turnen (ze is gevallen, zegt ze).
Morgen ontmantel ik een paar computers, en zet ik mijn hoek van de living klaar om opgekuist te worden.
In de loop van volgende week komen de andere kastdeuren in de keuken.
Alles komt dichterbij, en ik heb de indruk dat het de laatste twee-drie dagen mij allemaal wat aan het voorbij gaan is. Ik dénk dat ik een soort omgekeerde jetlag van de vakantie heb.
The very idea of translating a story like Gilgamesh for apes seems so tantalizing that I don’t think it can be done: somebody would have done it already and we would know about it. But I do present this version of Gilgamesh in the good faith that some day, many generations from now, some ape will enjoy the experience of meeting Gilgamesh.
At the moment, perhaps, this story will appear to them like the Jabberwocky poem appeared to Alice (in Wonderland): “Somehow it seems to fill my head with ideas–only I don’t exactly know what they are! However, SOMEBODY killed SOMETHING: that’s clear, at any rate–”.
(Here are Gilgamesh and Enkidu.)
Enkidu is Come-ing
Gilgamesh is Big. Gilgamesh has nest in house. If Gilgamesh groom it hurt.
Enkidu has nest outdoors. Enkidu wash(es) in River. Gilgamesh fight like Enkidu.
Gilgamesh said, orang-utan go see Enkidu. Enkidu groom(s) orang-utan. Enkidu wrong ! Enkidu wrong !
Enkidu has new feel-ing. Enkidu not happy in outdoors. Enkidu go-to house Gilgamesh.
Enkidu said, Gilgamesh groom not hurt. Enkidu and Gilgamesh hug and play.
Into the Forest!
In sleep Gilgamesh look in(side) Gilgamesh. Today we go into forest. Gilgamesh need forest-stick.
Gilgamesh big house many bedroom make. Enkidu said, we not go there. Monster has nest in forest.
Enkidu is scared. Gilgamesh is not scared. Gilgamesh has knife.
Gilgamesh and Enkidu go into forest. Later Later Later Later Gilgamesh and Enkidu are midway
Later Later Later Later. Now Gilgamesh and Enkidu see forest. Make nest up green hilltop.
Sleep, quiet night. Then Gilgamesh make noise. Big NOISE.
Gilgamesh broken Forest-stick. Noise come in ear monster. Monster is not happy.
Monster chase Gilgamesh and Enkidu. Monster said, Keep-Away. Monster said, this is my forest.
Monster said, you are bad ! Gilgamesh wait and see. Gilgamesh has hello head.
Monster now thinks different. Monster said, I not need forest. Gilgamesh take monster back house?
Gilgamesh said, yes. Enkidu said, monster pretend, monster has mask, monster not good.
Monster is monster, said Gilgamesh. Gilgamesh bite hurt monster. Enkidu bite hurt monster.
Gilgamesh and Enkidu go back house. Many forest-stick in backpack. Good!
The Water-Blanket.
In sleep-talk I am show many tomorrow-s. The Outdoors is sick.
Tomorrow the wash-ing water come and hide many thing-s down water and the rain is the medicine.
Sleep-talk said, you make house into turtle-piece that bubbles up water-blanket.
You wait in turtle-piece. Get many food and drink. Take clay color bird-s.
If night gone, bird go goodbye. If night come, bird come hello. The same for many time.
Then surprise! Bird not come back. bird can sit.
Gone is the water-blanket. Yesterday different today different tomorrow.
Tomorrow is the paper we draw today and we need try think and do and make and talk different, if not, water-blanket come back.
Het klaart een beetje op, langzamerhand, beetje bij beetje, in ons huis.
Er is uiterlijk niet zo veel veranderd aan de keuken—in het atelier worden er naarstig deuren en handvaten en dingen gemaakt. Maar we kunnen de afwas al doen in de afwasbak (en hoe: de hele grillplaat, en het is geen kleine grillplaat, kan er in één keer in, en ze zou er eigenlijk twee of drie keer in kunnen).
En ik weet waar het bestek ligt, ondertussen, en de messen, en de scharen en de kloppers.
Boven begint het ook wat te klaren: de ene computer is opzij gezet, de andere computer wordt tussen vannacht en woensdag tot op het bot ontmanteld: enkel nog de doos zelf, twee monitors, klavier, muis, geluid, en het minimum aan harddisken. De rest gaat even in storage tot later.
In het achterhuis, waar ik deze namiddag in een vlammende colère naartoe gevlucht was—de kinderen konden echt geen moment stil zijn en ik had echt werk te doen, stapelt alles zich ondertussen wel verder op, het wordt er meer dan onoverzichtelijk.
Maar goed.
Ik heb er goede hoop op dat we ergens tussen morgennacht en donderdagochtend onze slaapkamer ook onder handen zouden kunnen nemen, dan kan onze Poolse Tornado er ook eens door gaan.
En dan, o ja, was ik dat even uit het oog vergeten: woensdag staan ze hier om onze vergruizelaar in te bouwen. En donderdag of vrijdag staat de meneer met de pneumatische drilhamerboor hier om onze muur in te smijten en nieuwe poutrellen te steken en dingen.
Gaat onze trap meekomen met de meneer met de boordrilpneumatiek? Gaan we donderdagavond in ons eigen bed kunnen slapen? Gaat het bouwstof tot op het tweede verdiep hangen? Zullen we volgend weekend misschien al een bijna afgewerkte keuken hebben?
Ik, ik heb de ruimte rond mijn computer opgeruimd en opgekuist. De tafel, de computer, de vloer. Draden, draden, draden, en nog eens draden. Alles opvolgen, ontwarren, labelen, en dan weer in de zetel gaan zitten omdat ik mij eigenlijk niet mag bukken.
En dan weer verder aan de kant zetten, en vegen met het vuilblik, en nog wat draden ontwarren. En alle harddisken in een kastje zetten, bij elkaar.
Drie overbodige netwerkkabels, drie overbodige coaxkabels, twee overbodige verdeelschakelaars, een (zeer voorlopig) overbodige USB-hub, één onbekende transfo, een stuk of wat mystery-draden, en heel, heel veel stof later: ik ben er redelijk fier op.
Nee serieus: als dit typische chiro-leden zijn, dan komen mijn kinderen daar niet in de buurt van.
Akelige amorfe aliens. Brr.
update …maar of het nu amorfe aliens zijn of niet: ter redactie bereikt ons zonet het nieuws dat het spandoek hierboven, dat in al zijn vier op tien meter plastieken grootte aan de Dampoort hing, laffelijk gestolen is geworden.
Alle tips om het ding terug te vinden — de vergroting van afplakkerformaat naar maga-ding kon dan al beter, het zijn toch geen manieren om zo’n dingen van jeugdbewegingen te gaan stelen.
Gisterenavond een kleine drie uur uitleg gekregen over het hoe, het wat en het waarom van het vierde leerjaar.
Ik herinner me mijn vierde leerjaar, en de school waar ik in zat, en daar is eigenlijk maar één ding op te zeggen: ik wou dat ik op de school van Zelie in 2008 had gezeten en niet op de school waar ik zat in 1979.
Miljaar daar is over nagedacht, en die mensen zijn eigenlijk serieus goed bezig, tegenwoordig. Met zeer veel aandacht voor wie het meer of minder goed doet (ik ben de lagere school doorsparteld zonder de tafels van vermenigvuldiging of zinsontleding ooit te leren en niemand die er ook maar naar gefloten heeft — en we zaten maar met zes in de klas!), met zelfstandig werk (hadden wij niet), met meer stimulerende somplex-taken voor als het zelfstandig werk af zou zijn (het was in principe allemaal stimulerend op mijn school, maar eigenlijk dus niet), met zorgleerkrachten, met een voortdurende opvolging en terugkoppeling (één leraar voor zo ongeveer alle vakken is een enorm voordeel: wij hadden één leraar per vak), met… manneken.
Veel gesakker op de maximumkosten voor schooluitgaven, dat wel: 60 euro per jaar, daar kunnen ze niet echt veel mee doen blijkbaar. Ook al omdat daar ook bijvoorbeeld alle materiaal en dingen als een theaterbezoek (3 euro) of zelfs zwemmen (18 euro per jaar!) in zitten.
Maar voor de rest: het belooft wijs te worden, in de klas van Zelie. De meester is een filmmakende medemens, en hij gaat dit jaar alles wat muzische vorming is, en daar zit blijkbaar voordracht en dans en muziek en tekenen en dergelijke ook in, in één groot project steken: ze gaan met de klas een speelfilm maken. Met decors en kostuums en dansjes en liedjes en een plot en montage, en vanalles.
En moeilijk dat sommige dingen me lijken: zo hebben ze een blinde kaart van België te leren. Ik herinner me van die stempels, met daarop de hoofdsteden van de provincies (het waren er toen nog negen!), en de Maas, de Leie en de Schelde, en wat bijrivieren. Zij hebben dat ook, maar in plaats van negen stippen op de kaart zijn het er tot 42!
En ze hebben computers (allemaal tweedehands van ouders, hoe gaan die dingen?) waarop oefeningen gedaan worden, en ze doen allerlei projecten, oh, en vanaf dit jaar zijn er expliciete technologie-lessen voor de hele lagere school: eindelijk een begin van herwaardering van technisch en beroepsonderwijs.
En het is vanaf deze week al verkiezingscampagne voor het leerlingenparlement. Zelie heeft alvast vanavond achter de computer gezeten en een kiesprogramma en letters en kleuren en teksten gekozen:
Ze ziet het niet echt zitten, want blijkbaar zijn er veel meer jongens dan meisjes, en volgens wat ze zeggen stemmen alle jongens op jongens, en zijn er meisjes die nu al gezegd hebben dat ze zeker op een jongen gaan stemmen… ha, klinkt bekend.
Valsspelerij ook, vind ze het: er zijn veel kandidaten die dingen beloven waarvan “iedereen” al weet dat het niet kan. Langere speeltijden, bijvoorbeeld. Of meer klasuitstappen. Of voetballijnen op de speelplaats.
Ach, we shall see. ‘t Zal in alle geval een mooie les zijn.
En ja: ik heb me ingehouden en ik heb haar geen truken van de foor aan de hand gedaan of zo. Het moet plezant blijven.
Morgenavond zullen we waarschijnlijk een vergruizelaar in onze pompbak hebben.
En misschien hangt heel ons huis onder het bouwstof en kunnen we niet naar boven wegens dat de trap afgebroken is en een muur ingesmeten.
Misschien is het pas donderdag of vrijdag dat dat gebeurt. En misschien gebeurt het maar in schuifjes en niet in één keer.
Ik zit er vreemd genoeg helemaal niet mee in: het is dat ik mij helemaal veilig voel bij de mensen die onze keuken doen en bij de architect en dat ik ervan overtuigd ben dat het allemaal in orde komt.
Maar misschien dat we het dan toch eens vragen. Al was het maar om te weten of we in de loop van deze of volgende week één of meer dagen bij mijn ouders doorbrengen of niet.
‘t Is altijd dat gemak, als we dat weten. En zij ook, natuurlijk.
Oh ja, en voor de rest: elke dag komen er meer deurtjes aan de kasten in de keuken. En langzamerhand krijgen de dingen hun plaats. Zeer langzamerhand.
De volgende grote stappen in de keuken, eens de muur ingesmeten is en er een nieuwe trap in zit: kasten tegen de muur, electriciteit, dampkap, uitkisting venster, chauffage, verlichting aan het plafond en de werkbladen en de vloer. En afwerking, muren, plafond, balken.
Onlangs was er iets te doen in de stad. Ik zou gegaan zijn, maar toen kon ik niet wegens dingen te doen. Ik was er niet, maar mijn fototoestel wel. In de handen van iemand die nog nooit vanzeleven mijn fototoestel of de lens erop in handen had gehad.
De foto’s, vrees ik, waren, euh, voor verbetering vatbaar. Nee, ik ben te positief: ze waren écht niet goed. De fotograaf zei dat ook, en hij had gelijk.
En toch, toen de foto’s ter beschikking gesteld werden van het publiek, waren de commentaren redelijk unaniem lovend.
Wel, kijk, ik ben daar ook een beetje content van. Niet één foto waar niet hard aan gesleurd is, aan curves en effecten en contrast en exposure en witbalans geduwd en getrokken. Niet één van de hele reeks is niet gecropt en gedraaid, het staat bol van de verloopfilters en de weggecloonde hoofden of handen, er is noise geremoved dat het geen naam heeft… het zwaardere werk, quoi.
De twee foto’s waar ik het meest content over ben, zijn een compleet overbelichte foto die niet alleen de hele Lightroom-panoplie over zich heeft gekregen, maar dan nog eens helemaal van kleur bijgewerkt is. En een foto die lijkt alsof hij zo bedoeld is, maar eigenlijk niet meer dan een kleine hoek van een veel grotere foto is, waar voor de rest één grote overbelichte vlek op stond waar een verlicht podium kon vermoed worden.
Zou dat eigenlijk geen mooi onderwerp voor een wedstrijd zijn? Een reeks van pakweg vijfitg slechte foto’s — objectief slechte foto’s, gewoon een fototoestel in handen van een willekeurig persoon geven en zeggen “kijk niet door de zoeker, loop wat rond en draai wat aan de knoppen en trek kom de minuut of zo een willekeurige foto” — ergens in raw-formaat ter beschikking stellen, en dan vragen aan vrijwilligers om er een raaks van vijf uit te puren?
Ik zou Photoshop verbieden: dus geen montages of dergelijke. Enkel Lightroom of Adobe Camera Raw of Aperture en dergelijke. Croppen, curves, kleurencorrectie et c’est tout.
Ik kan niet écht klarinet of saxofoon spelen, ik kan niet écht schaken of bridgen of pokeren of dergelijke, ik kan niet écht tekenen of schilderen, ik kan niet écht al die dingen die ik eigenlijk wel graag écht zou kunnen.
Dat heeft misschien wel wat met talent te maken, maar ik vermoed dat het daar niet echt zo enorm veel mee te maken heeft: mits oefening en volharding kan vermoed ik zowat iedereen op competente wijze een muziekinstrument bespelen, of schaken, of tekenen.
Maar dat het er dan van moet komen, en ik ben nu al zo oud, en hoeveel tijd gaat daar niet in kruipen, en hoe belachelijk gaat dat niet zijn, en dingen, en dingen. En dus leg ik er mij maar bij neer dat ik kan doen alsof ik geluid uit een instrument krijg, dat ik de spelregels van honderd spelen ken en voorlopig nog weerwerk kan bieden tegen mijn kinderen, en dat ik genoeg kan tekenen om Pictionary te spelen en interfaces te schetsen.
Niet langer!
Muziek zal dan voor later eens zijn, ooit, misschien, dan eens. En als de kinderne blijven schaken, kan ik misschien meedoen, van tijd tot tijd. Maar van dat tekenen: op het werk hebben we sinds vandaag elke week les! Tekenles gewoon!
De eerste les: ‘t was wa schaamtelijk, maat. De dame die de les geeft, deelde potloden uit, en we kregen meteen een opdracht: teken een portret. Begin maar. Kies maar iemand uit. U heeft een half uur.
Slik.
Ik kan dus niét tekenen hé. Portretten, da’s voor mij zo ongeveer het moeilijkste dat ik mij kan inbeelden, en we mochten dáár mee beginnen. Een half uur wordt plots heel, heel lang.
Na een half uur: OK, sla uw blad maar om, en teken een hand. Niet zomaar welke hand, uw hand. Een half uur: go!
En na dat half uur: leg wat voorwerpen voor u, en teken een stilleven. Een half uur aan een stuk. Probeer er zoveer mogelijk realisme in te leggen.
Ahem.
En toen dát gedaan was: niets geen evaluatie of zo, of tips, of wat dan ook. Dat we onze tekeningen moesten nemen, en erbij schrijven wat we voelden toen we ze maakten. En dat we ze niet mochten weggooien.
En toen was het plots sneltekenen: soms een minuut, soms maar tien seconden om een voorwerp te tekenen, of een mens, of een stuk van de bibliotheek, of iets naar keuze. En opnieuw, met iets anders. En opnieuw. En opnieuw. En we wisten niet op voorhand hoeveel tijd we kregen, dus we moesten zo snel mogelijk de essentie proberen vatten, en dan in de overgebleven tijd eventueel, eventueel verfijnen. Twintig seconden. Tien. Een minuut. Twee minuten. Acht seconden. Dertig. En opnieuw, en opnieuw.
En toen was het gedaan.
Alles bijhouden, was de boodschap. En blijven tekenen. Geen huiswerk, maar teken wanneer het u uitkomt. Liefst niet naar model maar uit het hoofd. Uitgevonden dingen mogen ook. En tot volgende week.
Ik voelde mij gelijk een klein kind op de schoolbanken: zo moeilijk! Dat sneltekenen ging nog: de korte pijn, en als het niet lukt better luck next drawing. Maar zo een half uur op een blad zitten puren en er iets proberen op zetten: miljaar.
Fantastisch, vind ik het. Mijn tekeningen trekken op niets, en het kan me niet schelen: ik heb de indruk dat het zelfs na drie keer een half uur al vlotter ging. En met elke week les zit er een structuur in, en het is in het verlengde van het werk dus ik moet niet door nacht en nevel naar de één of andere school met allemaal vreemden.
De volgende lessen zijn trouwens een eind gestructureerder: ik vermoed dat het de bedoeling was om vandaag (1) een baseline te leggen, dat we binnen X tijd kunnen terugkijken en zien waar we vandaan komen, (2) de kans geven aan de mevrouw om ons te observeren en te zien waar we staan, en (3) het zo genant en moeilijk te maken dat alleen de echt gemotiveerde mensen overblijven.
Ik werk tegenwoordig bijna de hele dag bijna de hele week op plaatsen waar er geen internet is.
Of tenminste, ‘t is te zeggen, op plaatsen waar er een zeer, zéér beperkt internetaanbod is. Geen Gentblogt, om zo maar iets te zeggen. Maar ook geen GMail, en geen webmail van het werk.
En wil het toeval dat ik ondertussen stukje bij beetje mijn werkcomputer aan het herinstalleren ben in de achtergrond, dus dat ik ook via die computer geen toegang meer heb tot het interweb.
Dat allemaal samen maakt dat ik de afgelopen twee of zo dagen sinds letterlijk jaren niet meer zo afgesloten ben geweest van het internet.
Het was vergadering van Gentblogt. En daarna zou er nog een glas gedronken worden. Het is uiteindelijk geëindigd met heel veel jenevers en een eigenlijk wel zeer sympathieke Braziliaanse mevrouw die eigenlijk maar een beetje in de wind was, in Trefpunt, zo rond halfvier.
En straks werken. Nog een geluk dat het vrijdag is en dat ik zaterdag kan uitslapen.
Oh. Of het zou moeten zijn dat we zaterdag met de hele familie en met David en Charlotte en hun kinderen, en al, en al, naar Planckendael gaan, natuurlijk.
Het lijkt alsof het een tijdje stil is geweest in de keuken, maar dat is maar een indruk. Want sinds vorige keer zijn er overal kastjes en deuren bijgekomen, is er links en rechts wat aan de electriciteit gedaan, is de vergruizelaar geplaatst, is er een gat gemaakt voor electriciteit en televisie, en is het hele centrale blok terug ingekist.
Oh, en vandaag:
…de muur ingesmeten. En paaltjes gezet (ik ben er zeker van dat er een technische term voor bestaat — poutrellen, vermoed ik, zelfs al staan ze recht?) aan de twee kanten van het stuk muur dat er nog staat.
Fantastisch zicht, eigenlijk, zo van op de trap naar beneden gezien, en ook wel wijs dat de mensen die de vloer gelegd hebben, hem aan de twee kanten van de trap (die tot vandaag dus al honderden jaren door een muur gescheiden waren) gelijk gelegd hebben van stroken in de breedte:
‘t Was in alle geval bricolage, de manier waarop het huis in elkaar gezet is. Blijkt, bijvoorbeeld, dat de funderingen een eindje verder dan de steunmuur zitten. Dat zal wel al een paar honderd jaar zo zijn en het is nog niet ingezakt, maar toch. Nu staan er nog een paar extra stutten — we gaan het allemaal een weekje laten zichzelf zetten, en dan zien we wel:
Ondertussen is dit voorlopig de toestand (bij valavond en zonder licht, jaja, ik weet het):
Next up: nog meer kastdeuren, handvaten aan de lades, afwerking en bekisting rond het uitgekapte stuk muur, een nieuwe trap, muren en plafond schilderen, en het hele stuk muur rond het vuur doen.
Dat ene stuk muur is nu nog helemaal leeg, maar daar komen van onder tot boven nog kasten, en een dampkap, en een verdoken kast achter andere kasten, en dingen:
Geen idee in welke volgorde dat allemaal gaat gebeuren, maar het begint te korten.
(en dan de living, en er wordt ook nog een deurgat met de helft verkleind, en allemaal deuren gestoken, en dan het achterhuis, en dan de badkamer, en dan de slaapkamer, en de douche, en de tuin)
Er zit een luchtschakelaar bij, die dan vermoed ik ergens in de muur of onder de gootsteen of zo zal ingewerkt zitten. Ergens waar de kinderen er niet aan kunnen.
“Concullega’s” zat plots in mijn hoofd toen ik deze aan de rechterkant van mijn weblog zag staan blinken:
Akkoord, er zijn ongetwijfeld nog akeliger woorden, maar ik kan er niet meteen op komen.
Human Interface Group begod! Dat zijn dus mensen die voor een deel gelijkaardig werk doen als Namahn doet (waar ik werk). En, grappig, de twee bedrijven bestaan ook precies even lang. ‘t Is te zeggen, als ik het goed begrepen heb, zijn ze door dezelfde mensen opgericht die dan elk huns weegs gegaan zijn.
Zo jong dat iedereen nog was. En lees eens na hoe veel uit dat artikel eigenlijk nog altijd van toepassing is, en hoe bij het rechte eind iedereen het wel had, daar in bijna-twintig-jaar-geleden-land?
Ik vind dat dus fascinerend: over al die jaren heen al die verschillende connecties, en dat dat dan samenkomt in een jobadvertentie op een persoonlijk weblog.
Human Intergroup Face is trouwens de naam die een klant (niet kwaadwillig maar gewoon van eerlijk niet kunnen onthouden) van ons steevast gaf aan HIG, toen die in het kader van een project dat wij deden een opleiding zouden geven — ik lag telkens in een deuk, maar nu kan ik er niet anders aan denken, aan HIG dan als Human Intergroup Face, ‘t is proper.
Encyclopedia of Life, daar ben ik al een tijdje op aan het wachten. Er zullen binnenkort ook foto’s van gewone mensen aan toegevoegd kunnen worden, zeggen ze al denk ik ruim een jaar.
Sinds vandaag kan het ook in het echt: via Flickr. Hoe?
Zorg ervoor dat hij een licentie heeft die verspreiding toelaat: ofwel public domain, ofwel één van de Creative Commons-lecties CC-BY, CC-BY-NC, CC-BY-SA of CC-BY-NC-SA.
Hij had, net zoals Zelie, op het einde van het eerste leerjaar AVI 7, maar waar Zelie naar AVI 5 gezakt was toen ze begon aan het tweede leerjaar, is Louis dus eentje gestegen.
…dat wil dus wel zeggen dat hij binnen zes weken AVI 9 zou moeten halen. Zo werkt het namelijk: om de zes weken moeten ze een niveau hoger proberen halen.
We zijn vandaag naar Planckendael geweest. Het was er koud en nat en vooral: donker, en ik ben vertrokken met de verkeerde lens waardoor er veel te veel ruis op de foto’s zit.
Bah.
Still: we hebben goudkopleeuwaapjes van, gelijk, men kan niet dichter gezien: ze kwam zowaar op ons gekropen begod. En de otters werden net losgelaten om te eten, en dat was ook wel fantastisch om zien.
Toen we terugkwamen van Planckendael, wij met ons gezessen, Sandra’s vader, de broer van Sandra en zijn vrouw en hun twee kinderen, zouden we nog iets gaan eten.
In Mechelen, dat leek wel het dichtste bij.
Eten met elf op zaterdagavond, zonder reserveren, dat leek me niet echt zo’n strak plan: in Gent kan ik me niet inbeelden dat het gemakkelijk zou gaan. Maar alla. Mechelen is Gent niet, dus wie wist?
Wij geparkeerd aan de rand van de stad, en dan zu Fuß op zoek naar iets dat open was. Schets mijn verbazing: in Mechelen op zaterdagavond is er blijkbaar niet echt veel te doen, en zeker niet veel open. We hebben zeker twintig minuten moeten wandelen voor we een resto-achtig iets tegenkwamen, in de Onzelievevrouwstraat.
En dan zijn we met elf binnengestuikt in zo’n snackbarachtig iets: het zat er bijna leeg, op vier man na. Helaas: die vier man zaten allemaal te roken.
In een eetgelegenheid.
Over mijn dood lijk dat we in 2008 nog gaan zitten eten in een rookhol: wij met ons ge-elven weer naar buiten, en verder.
Tot aan de Korenmarkt (tiens, ze hebben dat daar ook!), waar we in Martinique zijn binnengestommeld. Er zat ook al bijna niemand. Misschien trekken de mensen de stad pas uren en uren later in? Geen idee, maar het gevolg was in alle geval dat we allemaal tesamen konden zitten.
Rustige plaats. Aangename stoelen. En vooral: lekker gegeten—het meest opvallende was waarschijnlijk wel Sandra’s sla met foie gras en vanalles:
Iedereen content naar huis gegaan.
Alleen Jan had het lastig: hij heeft sinds een tijdje waarschijnlijk de één of andere muilplaag, spruw, candidiasis, whatever. Iets genetisch: Sandra heeft er soms ook last van, en haar vader ook al. En we hadden er niet tegen mee. Wat het voor den duts vreselijk pijnlijk maakte om te eten, och here.
(note to self: niet vergeten extra tyrothicine lidocaïne in te slaan)
Nephthys woont al iets meer dan een jaar bij ons, en Osiris is er een paar maand geleden bijgekomen.
Het boterde niet direkt honderd procent tussen die twee, vrees ik. Blazen en grommen en vechten en dingen: ik dacht dat het maar een paar dagen of ten hoogste een week of twee zou duren, maar het blijft maar duren.
Na al die tijd is het nog altijd geen grote liefde, maar ze slagen er toch meer en meer in om samen in hetzelfde huis rond te lopen zonder vreselijke drama’s: vannacht hebben ze zelfs samen op ons bed geslapen, bijna naast elkaar.
Succes!
Het helpt ook niet dat Nephthys een tijd ziek gelopen heeft met de één of andere interne ontsteking waarvoor ze allemaal inspuitingen en antibiotica moest krijgen: dan was ze helemaal teruggetrokken en ambetant.
Maar toen we terugkwamen van op reis en we ze meteen bij de veearts binnestaken om geknipt te worden, kwam ze helemaal opgekikkerd terug.
Ze was wel een beetje verminkt. De veearts had nog nooit een kat meegemaakt die zich zo nijdig tegen de tralies van haar kooi bleef gooien om te proberen ontsnappen, en onder haar ogen waar twee rauwe en bloedende plekken van waar ze het vel helemaal kapot had gemaakt.
Ondertussen is het wel al aan het genezen, gelukkig maar. Ik zat er even mee in dat het zo zou blijven.
En ook ondertussen heb ik de indruk dat het allemaal wat aan het beteren is, dus, op het overeenkomen-front met Osiris.
Die trouwens ook serieus groter aan het worden is:
Oh, ik heb er zó een hekel aan. Het begint pijn te doen net als ik ga slapen, en dan denk ik, het zal wel over gaan, en dan zijn we een half uur later en is het niet over.
En dan is het zoeken naar twee soorten pijnstillers, en dan vind ik ze niet meteen, en drie kwartier later heb ik vier pillen van drie verschillende merken binnen en weet ik dat het nog een uur of meer kan duren voor ze beginnen werken en daf ik morgen een wrak zal zijn.