Michel Vuijlsteke's weblog

Tales of Drudgery & Boredom.

Krak, oei

Ahaha. Het was nog eens lang geleden, maar mijn rug heeft het opgegeven vandaag.

Meestal wacht hij daarmee tot na de werkuren — dan zijg ik als een kapot Lego Technicsmodel in mijn trekzetel neer, om een paar uur later als een zak vol legoblokjes naar mijn bed te sijpelen. Maar gisteren tijdens het Zesde Zintuig schoot het in mijn rug en het is er vannacht niet meer uitgeschoten.

Van dat Zesde Zintuig trouwens: ik vind van mezelf dat ik het nog lang uitgehouden heb, om niet te kijken.

Tot de finale, om precies te zijn. Ene Jacqueline moest proberen raden wat er “gebeurd” was met iemand.

Ik werd al nerveus op voorhand van het gedoe: een entiteit had bezit genomen van haar lichaam, en ze werd er tout chose van. Bah.

Er werd haar op voorhand natuurlijk veel te veel informatie gegeven: dat ze naar een andere locatie zou moeten gaan om verder te doen, bijvoorbeeld. Niet moeilijk, als ze nu aan de rand van ene weg staat, dat ze dan gaat vermoeden dat het om een ontvoering of zoiets zou gaan.

Ach, en zo ging het maar door. Het ging verder met een serie cold readings in de kelder waar ze Körperwelten hadden staan (waarom? omdat ze het dan op de geesten van de overledenen zouden kunnen steken als het zou mislukken?), een cold reading die voor het overgrote deel faliekant mislukte, overigens.

Het deed me denken aan wat die mens onlangs nog zei: Het Zesde Zintuig is als een wedstrijd vliegen voor pinguïns — degene die het hoogste springt heeft gewonnen. Bah.

Het culmineerde in een trip naar het ex-Heizelstadium, waar één van de twee dames-finalisten er zó pal op zat, dat het niet anders kon dan dat ze geraden had waar ze precies stond — een paar weken meedraaien in dat circus en ze zal wel in de mot gehad hebben dat het een spectaculair iets moest zijn, en dan zijn er niet zoveel mogelijkheden: Switel, Gellingen, Heizeldrama.

Ach, ach.

Ik ga me nog wat opwinden in mijn trekzetel, bij het zuigen op een kommetje pijnstillers.

7 Comments

  1. Pas maar op dat een of andere entiteit geen bezit komt nemen van je (ook entiteiten worden niet graag uitgelachen en ik lees hier en daar dat ze behoorlijk wraaklustig zijn….)

  2. ‘Ik ga me nog wat opwinden in mijn trekzetel’. Klinkt kinky!

  3. In hoeveel bochten moet je jezelf op den duur draaien om het maar vooral niet te moeten geloven.

  4. Oh nee! Rund gelooft in kwakzalverij en paranormalerij!

    Hoeveel bochten? Welgeteld geen. Ik heb bewijzen nodig, geen “geloof”. Moet een mens ook “geloven” in de zwaartekracht of zo?

    Als er ook maar één van die zogezegd paranormaal behepte mensen écht paranormaal behept zou zijn, zou die meteen naar de Randi-stichting kunnen schrijven en een miljoen dollar kunnen krijgen.

  5. Paranormalerij bestaat niet om Randi te verbazen.

  6. En als indianenverhalen omtrent George Bush ons bereiken, dan wordt alle scepsis natuurlijk in de kast opgeborgen, want dat willen we graag wél geloven.

  7. Als mij een indianenverhaal bereikt dat Bush plots zou leviteren of telepathisch begaafd of kanker geneest met een pendel?

    Nee hoor.

    Maar het ene heeft natuurlijk niets met het andere te maken.

    Nu, ik had veel verwacht van u, maar niet dat gij het zweverige oorkaarsen-klankschalen-type waart.

    Veel plezier in cloud cuckoo land voor de rest. :)

Zeg uw gedacht