Science Fiction overload

Ik denk dat ik een overdosis Science Fiction moet gehad hebben. Jaar na jaar, van einde de jaren 1970 tot einde de jaren 1980, zal ik er niet ver naast zitten als ik gemiddeld een boek of vijf science fiction per week las.

Het hielp natuurlijk wel dat mijn vader een bibliotheek heeft/had met onder meer een afdeling science fiction waar geen stadsbibliotheek tegen op kan/kon, in zowel het Frans en het Engels als (minder) in het Nederlands.

Ik denk niet dat er in de jaren 1980 een boek van Meulenhoff SF was dat hij niet had, of Bruna of Prisma, en dat was dan nog enkel in het Nederlands. In het Frans was de collectie toen het meest compleet—de pockets van J’ai lu staan me het meest bij. Met de grote klassiekers, te beginnen met Asimov, Clarke, Dick, Anderson, Tiptree, Heinlein et les autres, met wat toen recent was, en met allerlei anthologieën waar ik vooral uitkeek naar elke nieuwe in de machtige Grande Anthologie de la science fiction (van Histoires d’extra-terrestres tot de laatste in 1983, Histoires de Sexe-Fiction).

Ik moet honderden en honderden SF-boeken gelezen hebben en ettelijke honderden (duizenden?) kortverhalen.

Nu ik er over nadenk, moet de overdosis gekomen zijn met, of all people, Philip K. Dick. Ik had uiteraard de meeste van zijn boeken al gelezen, van The Man in the High Castle tot de hele VALIS-weirdness.

En toen heb ik zijn kortverhalen gekocht. Ik zat aan de universiteit, het zal 1993 of zo geweest zijn. In de Fnac, van die grote pockets, een twee drie vier vijf, allemaal samen. Ik heb ze in één ruk van begin tot einde gelezen, en toen was het *burps* even des Guten zuviel.

De occasionele grote kleppers genre Iain M. Banks en Stephen Baxter las ik nog wel, en regelmatig van die lange dingen genre Saga of the Seven Suns, uit nostalgie de nieuwe Dune-boeken en zo, maar het is toch maar bij links en rechts dit en dat gebleven, jaren aan een stuk.

Net voor we naar Nederland vertrokken, ben ik bij de boekenboer— de Fnac in Gent, die tegenwoordig echt wel bijna helemaal niets meer heeft van SF en Fantasy en dergelijke — tegen Gardner Dozois’ vijfentwintigste Year’s Best Science Fiction aangelopen.

Ik heb vandaag de lange inleiding gelezen (blijkt dat mijn maat Graham Sleight die we al veel te lang niet meer gezien hebben écht wel golven maakt in de SF-wereld), en de eerste paar verhalen.

Ik ben weer helemaal verkocht: er is natuurlijk veel te zeggen voor het langere werk, de zorgvuldig opgebouwde werelden die ettelijke boeken meegaan, maar kortverhalen, een universum opgebouwd op tien bladzijden, maatschappijen en personages die maar één boek bestaan, daar is toch ook heel veel voor te zeggen.

Ik denk dat ik weer eens een aanzet doe om moderne Science Fiction te lezen, van auteurs die ik niet ken, as opposed to dingen van mensen die ik wel al lang ken.

Misschien begin ik best met de tips van Gardner Dozois.

Doe mee met de conversatie

11 reacties

  1. Nostalgie! Ik kocht nogal vaak de SF-bundels van Bruna. Mijn overdosis kwam van de usual suspects: Philip K. Dick, Robert Heinlein, Isaac Asimov en Arthur C. Clarke.
    Ze werden voorafgegaan door de klassieke -en minder klassieke- sprookjes, en gevolgd door Fantasy. Leuk, deze post ;o)

  2. Ben nu bezig in reeks The Golden Compass van Philip Pullman, al gelezen?

    Recentelijk heb ik ook de reeks (voorlopig nog maar 1 boek tellende, maar meer op komst) Johnny Mackintosh van Keith Mansfield gelezen. Niet volledig bedoeld voor volwassenen, maar volgens commentaren van recencenten wel goed.

  3. Mag ik het werk van Charles Stross aanbevelen? Accelerando is heerlijk. Hier zelfs als gratis (en legaal) e-book te vinden: http://www.accelerando.org/.

    Kort gezegd: de belevenissen van drie generaties kort voor, tijdens en nadat op Aarde de ‘singularity’ heeft plaatsgevonden (i.e. een exponentiële explosie van technologie). Boek barst van de ideeën, met o.a. A.I.’s, nanotechnologie, virtuele realiteiten en interstellaire reizen.

    De auteur heeft overigens nog een pak andere goede boeken geschreven, wat ik er zo cool aan vind is dat ze allemaal goed zijn maar toch niet zeer sterk op elkaar lijken qua wereld en thematiek, iets wat bij veel andere S.F. auteurs wel het geval is.

  4. Meteen maar even de eerste paragraaf copy-pasten:

    Manfred’s on the road again, making strangers rich.

    It’s a hot summer Tuesday, and he’s standing in the plaza in front of the Centraal Station with his eyeballs powered up and the sunlight jangling off the canal, motor scooters and kamikaze cyclists whizzing past and tourists chattering on every side. The square smells of water and dirt and hot metal and the fart-laden exhaust fumes of cold catalytic converters; the bells of trams ding in the background, and birds flock overhead. He glances up and grabs a pigeon, crops the shot, and squirts it at his weblog to show he’s arrived. The bandwidth is good here, he realizes; and it’s not just the bandwidth, it’s the whole scene. Amsterdam is making him feel wanted already, even though he’s fresh off the train from Schiphol: He’s infected with the dynamic optimism of another time zone, another city. If the mood holds, someone out there is going to become very rich indeed.

    He wonders who it’s going to be.

  5. Yep, Charlie Stross sluit ik me van harte bij aan, maar ook Ken MacLeod (de man die Iain Banks inspireerde om science fiction te schrijven), China Mieville, John Meaney, Neal Asher, Jon Cournay Grimwood, Jo Walton, John Barnes, Liz Williams, Mary Gentle, en nog zo veel anderen zijn aan te raden.

  6. Charlie Stross vind ik soms nogal vermoeiend om te lezen. Alastair Reynolds is misschien ook een naam die je kan onthouden.

Laat een reactie achter

Zeg uw gedacht

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.