Papa

Kijk, de laatste foto die ik van mijn vader genomen heb, een paar weken geleden:

Papa

De vroegste herinnering die ik aan mijn vader heb, is dat hij laat thuiskomt. Mijn vader kwam altijd laat thuis. Ik lig al in bed, maar hij komt naar boven, en we babbelen. Al fluisterend, in het donker. Tot ik in slaap val — en soms, tot hij in slaap valt. In mijn hoofd lijkt het alsof we bijna elke avond gesprekken voerden. Over school, en verdriet, en schrijven, en zijn werk, en boeken; jaren aan een stuk, over vanalles en nog wat.

Een jaar of elf geleden is mijn vader voor het eerst geopereerd. Hij had het niet verwacht dat ze zijn twee stembanden eruit zouden halen, en dat hij nooit meer normaal zou kunnen spreken.

Hij vertelde ons dat hij na de operatie op zijn kamer lag, en dat er twee mensen van de steungroep voor getracheotomeerden langs kwamen—hij had zo’n gat in zijn keel—met folders en brochures: meneer, u moet begrijpen, ondanks uw vréselijke handicap, zou het tóch kunnen dat u op een bepaalde manier soms ooit toch nog een béétje een soort normaal leven zou kunnen leiden.

Ik denk niet dat ze in de geschiedenis van de steungroep al ooit ergens zo snel buiten gesmeten zijn. Met een handgeschreven briefje dan nog wel. Mijn vader moest geen medelijden hebben.

In plaats van maanden revalidatie te doen, heeft hij zichzelf opnieuw leren spreken. De operatie was midden december: hij heeft nieuwjaar thuis gevierd, en in januari was hij weer aan het werk.

‘s Morgens heel vroeg kreeg hij zijn chemotherapie en bestralingen, en dan om een uur of acht, halfnegen, nam hij de trein naar Brugge, en ging hij werken tot ‘s avonds laat. Dat is natuurlijk eigenlijk onmogelijk, al wie ervan wist, verklaarde hem gek — maar hij weigerde toe te geven. Hij heeft nooit een kik gegeven en hij heeft nooit geklaagd. Business as usual, end of story, geen discussie.

Mijn vader is de laatste tien jaar nooit blijven stil staan, zoals hij nooit is blijven stil staan. Hij heeft voor zijn werk de wereld afgereisd, soms op een week van Zuid-Amerika tot in Siberië via Bulgarije; hij heeft departementen voor Europese studies uit de grond gestampt van Sint-Petersburg tot Maleisië; projecten gestart en begeleid, contacten gelegd, en veel, véél mensenlevens veranderd.

*
*     *

Kanker is een smerig beest. Die dingen zijn nooit helemaal zwart-wit, maar hoe je ‘t ook draait of keert: mijn vader wist sinds ergens eind vorig jaar zéker dat hij de zomer niet zou halen.

Hij is niet gestopt met werken, natuurlijk: hij ging tot een paar weken geleden nog naar Brugge. Hij had onmenselijk veel pijn, hij zat letterlijk met zakken pijnstillers op de trein — maar hij heeft het nooit opgegeven. En toen hij stierf, was hij niet op ziekteverlof: hij had zijn vakantiedagen opgenomen.

Hij heeft het nooit opgegeven.

Heel soms zei hij het: dat hij al jaren met een zwaard van Damocles boven zijn hoofd leefde. En dan was dat half al lachend, en ik weet niet of er veel mensen beseften hoe ongelooflijk moeilijk hij het er eigenlijk mee had.

Wij zijn niet zo communicatief, qua gevoelens, in de familie Vuijlsteke. Mijn vader was in  veel opzichten voor ons allemaal een mysterie: we zagen elkaar doodgraag, maar we kenden elkaar niet echt.

Toen mijn grootmoeder stierf, stond op haar doodsbriefje iets wat er eigenlijk op dat van mijn vader had kunnen staan: we hadden elkaar nog zoveel te vertellen.

Er was nog immens veel te doen en te zeggen.

Hij was zijn doctoraat aan het herwerken, en ik ben er trots op dat ik hem daar (een beetje) heb kunnen bij helpen. Hij was opzoekingen aan het doen over familie in Rusland. Hij sprak er vorige maand zelfs nog over om met de hele familie een boot te huren en te gaan varen.

Vergis u niet: hij wist zeer goed wat er aan het gebeuren was, maar hij weigerde stil te staan. En hij dacht, zoals hij heel zijn leven al gedacht had, dat er meer tijd zou zijn. Dan eens. Later.

Het is hem heel zijn leven  gelukt om op het laatste moment, met al dan niet bovenmenselijke moeite, gedaan te krijgen wat er moest gedaan gekregen worden—een toespraak, een rapport, een boek, een artikel, de belastingen.

Deze keer niet meer.

Ik wil er geen sprookje van maken: de laatste maanden en weken was het voor mijn moeder, voor mijn broer en voor ons allemaal, maar vooral voor mijn vader, echt slecht. Hij had veel pijn en hij was aan het doodgaan en hij wist het, en helemaal op het einde besefte hij plots dat het sneller ging dan dat hij gedacht had, en dat hij geen tijd meer had. 

*
*     *

Mijn vader heeft elf jaar geleden kanker gekregen, en hij is zaterdag  gestorven. Ik ben ongelooflijk triestig dat hij dood is, maar ik ben opgelucht dat hij geen pijn meer heeft.

Mijn vader heeft elf jaar geleden kanker gekregen. Zelie is tien jaar. Ik kan niet zeggen hoe gelukkig ik ben dat mijn kinderen hun grootvader hebben gekend.

Mijn vader was gepassioneerd door honderd dingen: geschiedenis, taal, science fiction, politiek, muziek, discussie, reizen — maar ik heb hem nooit gelukkiger gezien dan met Zelie, Louis, Jan en Anna.

Als ze mij later zullen vragen wie hun grootvader was, dan zal ik heel erg gemeend zeggen wat ik nu soms al lachend zeg: mijn papa was superman. En hij zag jullie heel, heel graag. En hij hoopte dat jullie hem niet zouden vergeten.

Hij moest zich geen zorgen maken: wie mijn vader leerde kennen, vergat hem niet meer.

Papa, on ne t’oubliera jamais. 

*
*     *

Papa

Dr. Marc Vuijlsteke, geboren in Gent op 9 mei 1947, is overleden in Gent op 11 juli 2009.

57 Comments

Zeg uw gedacht

Navigatie

Vorige entry:

Volgende entry:

» homepagina, archief

Vriendjes

<insert standard disclaimer>

Alles wat hier staat is mijn eigen opinie. Het wordt niet nagelezen of goedgekeurd door mijn werkgever voor het on-line komt, en ik bied geen enkele garantie voor kwaliteit of correctheid.

Mijn werkgever is het niet noodzakelijk eens met wat ik schrijf, en het spreekt vanzelf dat hij dan ook op geen enkele wijze aansprakelijk kan zijn voor wat ik hier publiceer.