Communie

Hey, dát was nog eens lang geleden: een stokje toegeworpen gekregen! Van Lilith zowaar!

Mijn eerste communie was in de kerk op het Sint-Pietersplein in Gent, met zang en alles erop en eraan. We zaten maar met zes in de klas waarvan dan nog  twee die moraal deden, dus deden we onze eerste communie met twee klassen samen.

Het leek wel erom gedaan, want we waren bijna allemaal twee aan twee: Michel en Michiel, Frank en Frank, dat soort dingen waar een beetje priester welluidende zinnen mee kan doen.

De liedjes, die moesten we repeteren in de klas. Ik ken ze nog altijd, vrees ik. Op de wijze van Home on the Range:

Ik bied u dit brood, ‘t is als gave niet groot
neem mezelf, neem mijn hart, mijn verstand.
Want in wijn en in brood kom ik los van de dood
reikt de hemel de aarde de hand.

Heer, heer neem het aan, neem mezelf
Neem mijn hart mijn verstand
Want in wijn en in brood
kom ik los van de dood
reikt de hemel de aarde de hand.

Ik bied u de wijn, die een teken moet zijn
Van een nieuw en een eeuwig verbond
Waarin gij hebt hersteld wat door zondig geweld
Ook in mij door het kwaad werd gewond

I shit you not. Zes jaar oud. “Wat door zondig geweld ook in mij door het kwaad werd gewond.” Trrrr.

En dan het uptempo – haal boven die tamboerijn – Bouwen aan een wereld:

Bouwen aan een wereld van rechtvaardigheid,
werken aan een wereld waar niets de mensen onderscheidt.

Uw hand in mijn hand: aIlen zult Gij leiden.
Uw Woord in mijn woord: alIen zult Gij troosten.
Uw liefde in mijn hart: aIles wordt nieuw.

Na de mis zijn we gaan eten, en ben ik erin geslaagd om ei zo na een mini-Switel-catastrofe te veroorzaken: met mijn hoofd boven een kaars gaan hangen en bijna in brand.

Er zijn ongetwijfeld ergens foto’s te vinden van die eerste communie, maar ik kan er mij geen herinneren. Ik weet wel nog dat ik een donkerblauwe blazer aanhad, en zo’n donkerblauw vloeren strikje. Geen strikdas, maar een cadeauverpakking-achtig strikje, negentiende-eeuws eigenlijk. Maar dan dus wel in blauw velours en met een rekker rond mijn nek.

Er was ook een resem aandenkens, zo van die bladwijzerachtige foto’s met “aandenken aan de eerste communie van ________ op __ / __ / 19 __” op de achterkant, die met de hand door mijn moeder ingevuld waren. Geen gepersonaliseerde bladwijzers zoals er nu zijn, maar gewoon uit de winkel: eentje met een foto van een ondergaande zon aan de zee, eentje met een paardebloemzaadbol op een achtergrond van groen gras, eentje met een vogel in de blauwe lucht.

Waar ik me wel heel erg levendig een foto van herinner, is van mijn plechtige communie. Of beter, van mijn vormsel.

Tegen dan geloofde ik er niet zo heel erg meer in, in heel dat kerkgedoe, maar hey, wat gaat een mens doen? Ik moest een jaar lang om de twee zaterdagen naar een mevrouw in het dorp die catechese gaf (ik vergat het ongeveer een keer op twee, ik was niet zeer populair bij die mevrouw denk ik) (het had er waarschijnlijk ook mee te maken dat het daar allemaal kinderen waren die elkaar kenden wegens samen op school zitten of gezeten hebben, en ik niet).

Oh, de drama’s: ik herinner mij ergens een tussenstopmis, voor ik weet niet meer welke okkasie, en dat we daar naartoe moesten maar dat we te laat waren, en dat ik dan achteraan de kerk zat, maar dat ik moest voorlezen – 1 Samuel 3:1-10, ik zal het nooit vergeten want ik kende het van buiten – en dat het zo vreselijk schaamtelijk was wegens tijd voor de eerste lezing, en dat de pastoor moest vragen “is Michel V… euh, Vuijlsteke aanwezig alstublieft?” en dat ik een lange roedenloop der schaamte tot aan het altaar moest doen.

Maar goed. Voor het vormsel zelf kregen we een tabbaard aangemeten: degelijke kwaliteit, houten kruis rond de nek, bruin touw als riem met zeven knopen erin, het had allemaal zijn symboliek maar ho maar dat ze ons daar iets over zouden vertellen: nee meneer, allerlei dingen over hoe de geest van god gelijk een frietvetvlek op marmer was, maar geen interessante dingen.

(Euh ja: er werd een blup frietvet op een stuk marmer gelekt, en week na week konden we dan in de catechese zien hoe die marmer voor altijd vernietigd was omdat dat frietvet er niet uit te krijgen is. Uiteindelijk een uitstekende versie voor deze tijden van de parabel van het mosterdzaad, die er niet om draait dat het mosterdzaadje het kleinste zaadje ter wereld is dat de grootste boom ter wereld wordt – een mosterdzaad is groot, en de mosterboom is een struik – maar wel dat mosterdstruiken smerig onkruid zijn, en eens ze in uw akkers staan, ze niet meer weg te krijgen zijn; net zoals de gedachte van Jezus over een radikaal egalitaire samenleving BUT I DIGRESS.)

Maar dus van mijn vormsel in de kerk, daar is wel een foto van. Met mijn meter die mijn grootmoeder was achter mij:

communie

9 Comments

Zeg uw gedacht

Navigatie

Vorige entry:

Volgende entry:

» homepagina, archief

Vriendjes

<insert standard disclaimer>

Alles wat hier staat is mijn eigen opinie. Het wordt niet nagelezen of goedgekeurd door mijn werkgever voor het on-line komt, en ik bied geen enkele garantie voor kwaliteit of correctheid.

Mijn werkgever is het niet noodzakelijk eens met wat ik schrijf, en het spreekt vanzelf dat hij dan ook op geen enkele wijze aansprakelijk kan zijn voor wat ik hier publiceer.