Michel Vuijlsteke's weblog

Tales of Drudgery & Boredom.

Kleine kinderen zijn achterlijk

Kijk luistert: kleine kinderen zijn stom.

Oooh maar ze zijn zo schattig als het baby’s zijn!

Neen. Verkeerd. Baby’s zijn belachelijk. Koop een beenhesp, teken er ogen en een mond op, en voilà, een baby. Dat ligt daar te liggen, dat geeft nauwelijks feedback. Of neen, ’t is waar: het bleirt en er moet eten in hun hoofd geperst worden en het kakt en pist. Een beenhesp of een zak préparé is gemakkelijker, wat dat betreft.

Jamaar ze lachen zo schoon en ge krijgt er zoveel liefde van terug!

Ja, wel: koop u een warmwaterkruik en zet ze een pruik op. Of zo’n pop die lacht als ge in zijn buik stampt. Het is actie en reactie, dat lachen. Lach zelf, en de vleesklomp lacht terug. Reageer niet, en het bleirt tot het aandacht krijgt.

Oooooh maar als ze beginnen lopen en frazelen, en u zo’n stralende glimlach van liefde geven!

Och toe. Koop u een kattenjong, dat is tien keer schattiger, bloedt niet als het op de grond valt, en kakt na een paar weken in de kattenbak. Had ik al gezegd dat er ook geen geklooi is met flessen en groentenpap en fruitpap en glutenvrije nonsens en watnog? Een zak droogvoeding en een portie Whiskas op tijd en stond, punt uit.

Oh, en: communicatie. Kinderen beginnen te bleiren, en raad dan maar wat het is: te warm, te koud, honger, moeten boeren, moeten kakken, gekakt hebben, niet kunnen kakken, natte pamper, teveel gegeten, kolieken, boosaardigheid, de tijd van het jaar, de stand van de maan, anything goes. Katten? Staart in een vraagteken en/of kat ronkt: kat is content. Kat is onvindbaar: kat is niet content.

En als katten uw ding niet zijn, koop een hond. Dat gaat zitten en liggen en poten geven op commando. Okay, het is dom en het stinkt, maar in tegenstelling tot katten: ge moogt er kloppen op geven en ze zien u nog altijd graag.

Wat er ook van weze: kleine kinderen zijn nutteloos en vervelend.

*
* *

Kinderen die al kunnen spreken daarentegen!

En kinderen die naar school gaan en dingen leren en daarbij vragen hebben!

Als ik in mijn hele leven niets anders meer kan doen dan het kwartier dat we ’s morgens aan tafel spreken: ik zou er voor tekenen.

Vanmorgen had Louis een blad mee dat hij gisterenavond helemaal had volgeschreven, met allemaal Egyptische goden.

En toen vroeg hij waarom het soms Ra was en soms Re. En dan ging het erover dat we het niet zeker weten, en dat die naam misschien wel eerst Riddu of Liddo of zo was, en dan later misschien wel Re’e of zoiets, en dat de Romeinen en de Grieken er Re van maakten, en dat het zou kunnen uitgesproken worden als ofwel “ree” ofwel “rie”, en dat er mensen zijn die zeggen Ra eigenlijk maar een uitvinding is van de Engelsen in de negentiende eeuw.

En dan hadden we het over de ontcijfering van de hiërogliefen en de steen van Rosetta en Champollion, en over cartouches en Demotisch en PTOLMES en KLEOPATRA.

En dan ging het over ontcijferen van schriften in het algemeen, en keken we allemaal samen naar de discos van Phaistos.

En dan kwamen we op cijfers en tellen terecht, en ging het met Zelie over waarom sommige mensen in veelvouden van twaalf telden vroeger (hint: plooi de duim van één hand naar binnen, en tel het aantal vingerkootjes van de vier vingers die overblijven). En dan ging het over Romeinse cijfers, en nam ik een bezemsteel om te tonen hoe Romeinse cijfers eigenlijk tekens op een kerfstok waren.

En we zouden het nog over Lineair A kunnen gehad hebben of Rongorongo of het Voynich-manuscript, maar toen moest ik de trein gaan halen.

Kinderen die kunnen spreken en die vragen stellen: dát is wijs.

8 Comments

  1. Zo is dat. Maar ik zie ook de grote voordelen van baby’s en peuters: je kan ze te pas en te onpas als excuus inroepen om ergens niet naartoe te gaan, hoera. En als je dan tóch ergens verschijnt — met of zonder kindjes — dan moet je geen enkel gespreksonderwerp bedenken, je hoeft in feite zelfs geen interesses meer te hebben, laat staan hobby’s. Nee, baby’s zijn de max 🙂

  2. volgens mij is dat goed geregeld van de natuur: dat eerste jaar, dan zijt ge zo verliefd en over uw toeren op uw kind dat het niets moet kunnen om het fantastisch te vinden. En eens dat saai wordt, dan kunnen ze ineens vragen stellen en redeneren.

  3. Er komt een tijd dat je kinderen slimmer zijn dan je zelf bent. Dat zij je dingen kunnen uitleggen die je niet snapt. Bij ons is het al zover. Ook dat is wijs.

  4. over dat van die beenhesp ben ik het niet eens hoor: die kan bederven. Om van de américain nog maar te zwijgen

  5. Hela hela, kinders ook hoor. Laat dat eens een week of twee op de koer liggen jong.

  6. En jij kan op al die vragen antwoorden én spontaan nog een hele uitleg toevoegen?!!! Amai. Bij ons zijn die gesprekken lang zo interessant niet. Bij de eerste vraag had ik al moeten passen…

  7. Stoefer 😉

    Ik vind/vond mijn kinderen altijd wijs, maar in de peuterpuberteit toch net iets minder. Afgezien jong.
    Nu zijn ze wreed wijs.

  8. Volgens mij kent gij niks van opvoeden. Twee ganse weken eer uw kat zindelijk is?! Tsk.

Zeg uw gedacht