Grmbl. Zelie legde uit hoe ze de tijdsband doen in de geschiedenisles. Euh, werkelijksonderricht. Euh, wereldoriëntatie.
tot 800 voor Christus: oudste tijden
800 voor Christus tot 500 na Christus: de tijd van Grieken en Romeinen
500-1500: de tijd van burchten en steden
1500-1800: de tijd van vorsten en ontdekkingen
1800-1945: de tijd van de volkeren
A mixed bag, vind ik.
Okay, de term “oudste tijden”, tot daar aan toe — al snap ik niet wat er verkeerd is aan de term “prehistorie”. Maar “tot 800 voor Christus”? Waarom precies, als ik mag vragen? Omdat het het begin is van de Griekse stadstaten en van de Etrusken?
In mijn tijd was het “prehistorie”, de periode voor de geschreven geschiedenis. En was dat verschillend van plaats tot plaats in de wereld. En voor onze contreien, zo rond de Middellandse Zee, zou dat dan, oh, pakweg, Minos zijn of zo? De 37ste eeuw voor Christus of zo?
Akkoord dat het onze-contreien-centrisch is, maar 800-500, de tijd van Grieken en Romeinen? En de Etrusken dan? De Feniciërs? Carthago? Of, ik zeg maar iets, Egypte? En wie zegt dat de Romeinen er in 500 mee gekapt hebben? Byzantium heeft het toch nog duizend jaar langer uitgehouden? En was het niet dat ze het zelfs in het Westen niet echt door hadden dat het officieel gedaan was in 476?
In mijn tijd was dat de Oudheid, dacht ik. Van Kreta en Egypte over allerlei in Mesopotamië en Griekenland en Etrurië tot aan het officiële einde van het West-Romeinse Rijk.
En dan begonnen gewoon de Middeleeuwen. Die hier “de tijd van burchten en steden” heet. Euh ja. ‘t Is een naam zoals een andere, maar het is niet alsof er zowel vóór 500 als ná 1500 geen burchten of steden waren, toch?
Over de volgende twee ben ik wel meer tevreden. In mijn tijd was dat Nieuwe Tijden en Nieuwste Tijden, en ik weet eigenlijk niet wanneer of wat. “Vorsten en ontdekkingen”, dat dekt wel de lading van toenemende centralisatie en Europese expansie tussen 1500 en 1800, en “de tijd van de volkeren” is een fijne voor het ontstaan van de natiestaat en de uitwassen daarvan tussen 1800 en 1945.
Het is al jaren dat ik het zo’n beetje vanop afstand volg, de dingen die ze op school doen. Het is het eerste jaar dat het — bij Zelie dus, in het zesde — in het vaarwater begint te komen van wat mij eigenlijk wel interesseert, en waar ik mee wil zijn, en waar we gaan kunnen over discussiëren.
Wij-hijs!



Helemaal mee eens!
Dat is inderdaad de indeling die momenteel in het basisonderwijs wordt gehanteerd. In het secundair wordt het een andere indeling : http://dl.dropbox.com/u/219948/tijdsband.JPG
De afbakeningen in de tijd zijn altijd artificieel en voor discussie vatbaar.
Wat de benamingen betreft, die kunnen inderdaad soms wel wat beter.
Dat is om het in het basisonderwijs wat behapbaar te maken, hé. Dat komt wel goed in het secundair, niet?
Hoogstraten – 6de leerjaar – W.O. (onderdeel : tijd) : 4 periodes: Prehistorie – Middeleeuwen – Nieuwe Tijden en Onze tijd
En ik ben er best tevreden mee;)
Het is al gezegd, in het secundair is dat weer anders. En dat vind ik best spijtig, want het maakt de verwarring voor kinderen die niet zo intelligent zijn groter. Voor iemand die in het vijfde of zesde leerjaar zit, zouden best al de namen van het secundair onderwijs gebruikt worden. Jonger is beter ‘ridders en burchten’, ‘ontdekkingen’, omdat ze ze zich daar nog iets kunnen bij voorstellen.
Jaar na jaar ontdekken wij dat de kloof tussen lager en middelbaar onderwijs steeds groter wordt en dat komt niet omdat het lager of het middelbaar onderwijs slecht(er) werkt, maar vooral omdat er spijtig genoeg geen dialoog is en weining gekeken wordt naar de leerlijn.
Hou ons op de hoogte, razend interessant !