Archief voor november 2011

 

I, for one, welcome our new robot overlords

dinsdag 1 november 2011 in Sonstiges. Permanente link | 4 reacties

Geef dat ding een kop en een Oostenrijks accent, en we zitten in James Cameronland:

BigDog was al redelijk vies, dit is nog een eind meer in die richting. Arhem.

Gelijk een kaarsken

woensdag 2 november 2011 in Sonstiges. Permanente link | Geen reacties

Ik was het al helemaal vergeten, maar er moest vanavond gedode uitgegaan worden!

En ik zit al in mijn peignoir in de trekzetel!

En er is niets gereserveerd!

En het is zo moeilijk om uit mijn zetel te komen eens ik er in gaan zitten ben!

En ik ging juist heel de avond boeken lezen!

Maar alla. A la guerre comme à la guerre.

Update 23u15: Everything went better than expected, ha. Gaan eten bij de El Cheapo turk, nog pousse-café aangeboden gekregen en alles, en dan vroeg trug naar huis. Een avond deprimo doen tegen mekaar: altijd een goed idee.

Passie

donderdag 3 november 2011 in Sonstiges. Permanente link | 2 reacties

Is er iets schoners dan een mens die gevonden heeft wat zijn passie is, en die er helemaal voor gaat?

[via]

Van die weken

vrijdag 4 november 2011 in Echt gebeurd. Permanente link | Geen reacties

Geen idee hoe het bij u was, maar het was bij mij een wreed rare week.

De kinderen op vakantie, een dinsdag ertussenuit, de andere dagen een kwartier later opstaan dan anders, het winteruur dat het allemaal nog een uur later deed lijken, en dan ‘s avonds dat het leek alsof ik een uur later gewerkt had… weird.

En er zijn rare dingen gebeurd deze week, jongens toch. Sommige mensen: ge vraagt u af waar ze zitten met hun gedachten. Zo van besef van vreemde culturen, bijvoorbeeld: dat het misschien een gemak is om te kijken wanneer er officiële feestdagen zijn in een land voorleer ge u kwaad maakt.

Het was ook de week dat ik in extremis nee gezegd heb op iets dat misschien wel wijs zou kunnen geweest zijn. Ik was er redelijk van overtuigd dat de modaliteiten zó zouden zijn, maar ze bleken zus te zijn. En plots ging het van “hey, ‘t kost mij geld en tijd, maar ‘t is misschien wel wijs en ik doe graag de mensen een plezier” naar “hey, ‘t kost mij geld en tijd en last, en, euh, waarom deed ik dit ook alweer?”

En ik ben ook beginnen lezen in nog een boek dat aangeraden werd, en ik heb na 18% al een groeiende hekel aan zowel auteur als onderwerp, dat belooft. Ik ga denk ik geen boeken meer lezen die andere mensen aanraden.

Het was ook de week, overigens, dat het helemaal tot mij doordrong dat het nog zeker meer dan twintig jaar is voor ik op pensioen kan gaan, en dat ik dat eigenlijk helemaal niet zie zitten.

Mac kaka

zaterdag 5 november 2011 in Computers en dingen. Permanente link | 29 reacties

Okay, da’s dus nu ongeveer anderhalf jaar dat ik zowat exclusief op Mac werk. En het begint mij meer dan veel tegen te steken, eigenlijk.

Ik heb een laptop met een 2 GHz Intel Core i7 erin. Dat is, omgerekend, onnoemelijk veel processor. Gelijk in: een paar jaar geleden waren er in de hele wereld geen computers te vinden met zoveel poer. Laat staan in een laptop.

Dat is meer processor, vermoed ik, dan er aan boord van twintig ruimteveren zaten, genoeg professor om een eskadron Eurofighters in de lucht te houden, ongeveer hetzelfde als wat er nodig is om een vliegdekschip te beheren.

En dan start ik mijn computer op, zet ik een webbrowser open met een stuk of wat tabs — OK, een tien- twintigtal, shoot me — en valt de computer op zijn gat. Begint te blazen als een stofzuiger, gaat zo traag als een mug in een pot honing.

Flash? In meer dan één tab? MBWAHAHAHA.

Backup is bezig? En ge wilt tegelijkertijd Photoshop gebruiken? MPFFFFHHRRGGG.

Een grote file kopiëren? En dan nog één? En nog één? En ge wilt nog iets anders doen op diezelfde computer? You’re kidding, right?

Wacht, wat hoor ik u zeggen? Een film renderen in och here iMovie, of een reeks foto’s exporteren met Lightroom, en gij wil uw computer voor iets anders gebruiken dan om een ei op te bakken?

Nee serieus: draai of keer het gelijk ge wilt, zo’n Mac dat kan nog altijd geen multitasking aan. Het gaat om met zijn geheugen en met zijn processor gelijk een hond die een blok gestold frietvet met spek erin voorgeschoteld krijgt.

En interface? Don’t get me started.

Windows 7, ondertussen twee en een half jaar oud, is mijlen eleganter, sneller, handiger dan die hoop inconsistenties die ze Mac OSX Lion noemen.

De software? Web browsers zijn hetzelfde. Oh, behalve dat ze op Windows min of meer werken. Lightroom, Photoshop, alles wat Adobe is: idemdito. Utilities? Dropbox doet hetzelfde, Evernote ook, en gebruik ik nog iets?

Office-software? Pages en Numbers en Keynote zijn, sorry: brol. Goed voor al wie in de rapte eens iets wil doen, en met wat moeite zijn er propere dingen uit te halen. ‘t Is te zeggen: propere dingen die niet de ingebouwde templates zijn. Maar wie er degelijke dingen mee kan maken die niet de ingebouwde templates zijn, die kan dat ook, maar dan tien keer gemakkelijker met Microsoft Office.

Wat gebruik ik nog? Ah ja, een text editor. Textmate is blijven steken in 2006. Om te bloggen? Ecto is het beste dat er te vinden is, maar lijkt prehistorisch in vergelijking met Live Writer.

Muziek? iTunes, hoor ik u zeggen? Een tien jaar oude mobilette met ondertussen twee sidecars, een overdekte laadbak, een extra verdieping met een kippenhok, en een aanhangwagen waarin een keukenrobot en een frietketel. Windows Media Player, in vergelijking, is een mirakel van elegantie.

Games? Don’t get me started.

De hardware is degelijker, daar geef ik u gelijk. Er zijn niet veel niet-Apples die even stevig aanvoelen als mijn Macbook Pro en die even elegant zijn tegelijk.

Alhoewel: mijn vorige computer bleek plots een kapotte trackpad te hebben, mijn computer nu heeft een gebarsten scherm wegens waarschijnlijk verkeerd vastgepakt of verkeerd naar gekeken, en ik denk dat mijn batterij al een paar weken naar de zak is — ze laadt gewoon niet meer op:

Screen Shot 2011-11-05 at 21.05.37.png

Urgh.

Ik heb het even helemaal gehad met Apple.

De gemakkelijkste taart ter wereld. Beloofd.

zondag 6 november 2011 in Food and Drink. Permanente link | 3 reacties

Nodig

Bananen, suiker, boter, bladerdeeg. Een vuurvaste schotel, bijvoorbeeld eentje zoals deze.

Ik had een soeplepel of vijf zachte boter, een soeplepel of zes suiker en vijf bananen nodig.

Werkwijze

  • Verwarm de over voor op 200 graden.
  • Bedek de bodem met boter, een paar millimeter dik, naar goesting.
  • Doe daarboven een laagje suiker, een paar millimeter dik, naar goesting.
  • Leg daarboven allemaal schijfjes banaan, in een spiraalachtig iets, een beetje overlappend.
  • Leg daarboven een lap bladerdeeg en duw stevig aan.
  • Steek het geheel 25 minuten in de oven.

Uit de oven halen en omkeren op een bord, dat geeft dan iets als dit:

Tarte tatin met bananen

Mierenzoet, een bananen-tarte tatin. Ideaal lauw op te eten met een bol ijscrème, wij hebben er een bolletje zelfgemaakt bananen-citroen-roomijs bijgesmeten.

iPhone kaka

maandag 7 november 2011 in Computers en dingen. Permanente link | 18 reacties

Vanmorgen opgestaan, naar mijn werk gereden, mijn koptelefoon in mijn oren gestoken: tiens, daar komt gelijk minder geluid uit dan anders? Mijn koptelefoon zal weer kapot zijn zeker?

Vanmidag nog eens naar mijn telefoon geluisterd: tiens, dat is gelijk nog een beetje stiller?

Vanavond naar huis gereden, koptelefoon ingestoken: maar allez, dat is nu gelijk nog stiller? Ik hoor het gelijk bijna niet meer?

Allez hop, andere koptelefoon. Nog altijd hetzelfde . Telefoon herstart: nog altijd hetzelfde.

Grmbl. Zoeken op de interwebs dan maar? Ik geef naïefgewijs in “iphone suddenly very quiet“: hopla, resultaten en veux-tu en voilà. Oplossingen? Oh, vanalles.

De standaardoplossing voor problemen met gerief van Apple is natuurlijk het onvermijdelijke “alles uitwissen en herbeginnen”, maar ik heb ook al gelezen dat ik eens een andere ringtone zou moeten instellen, of met naalden in mijn telefoon zou moeten zitten, of dat ik hard zou moeten duwen op de rechteronderkant van de telefoon, of nog een resem andere dingen.

Redelijk duidelijk: het probleem komt meer dan veel voor, het ligt wellicht aan veel verschillende mogelijke dingen, en het wordt niet echt opgelost.

Ik ga naar de instellingen van de telefoon, en ik doe daar een reset. De telefoon zegt mij dat er niets gaat verloren gaan, ik ben er redelijk gerust in.

Oh, leutig: opgelost! De telefoon herstart, en check it out ik zit in het setupscherm. En ik kan niet verder zonder dat ik de telefoon aan iTunes vastslurf. Ik doe dat, en check it out iTunes begint van de telefoon die net leeggemaakt is, een back-up naar de computer te maken, in plaats van een restore van de computer.

Telefoon leeg, leutig.

Dan alsnog een rectoren RESTORE! autocorrect KAKA gedaan (een gemak dat ik nog back-ups van back-ups had), en check it out: drie en een half uur later heb ik… een telefoon met een nog altijd even stille koptelefoon als deze morgen.

Kak.

En ook wel: fuck. Wat nu? Het is niet alleen de koptelefoonuitgang, het is ook de gewone speaker en het volume van telefoongesprekken. En nee, er staat geen maximumvolume ingesteld. Ik zal er maar van uitgaan dat er ergens iets aan het geluidssysteem van de telefoon is zeker?

Kak, kak, kak.

Balen/Leut

dinsdag 8 november 2011 in Televisie. Permanente link | 11 reacties

Telenet heeft een stapel mensen in Leut een digicorderder gegeven (en, vermoed ik, een abonnement op digitale televisie). En in Balen hebben ze een stapel mensen hun digicassetterecorder afgepakt.

Vergis ik mij daarin, of horen we tegenwoordig alleen nog van de mensen in Leut? Hoe veel fantastischer hun leven wel niet geworden is, nu ze niets meer moeten missen op tv? Nu ze hun leven niet meer op pauze moeten zetten voor de televisie, maar hun televisie op pauze kunnen zetten voor het leven?

(En we gaan er dan even aan voorbij dat het alleen maar betekent dat ze hun leven in uitgesteld relais verspillen aan de Komen Etens en de Grey’s Anatomies van deze wereld.)

Ik dénk dat we niets meer van Balen horen, omdat die mensen na een week of twee aanpassing gemerkt hebben dat ze eigenlijk veel gelukkiger zijn zonder hun digidinges en hun dito tv.

Terug naar het ritme van de middeleeuwen: het nieuws zien, Hoger Lager, en dan Dallas. En als er bezoek was, dan zat iedereen rond Hoger Lager, of dan miste iedereen Hoger Lager. Moest er naar het toilet gegaan worden, dan werd er gewacht tot een stil moment in de aflevering of in de film, en dan was het van “vertellen wat er gebeurd is hé”.

Of misschien hebben ze in Balen wel ontdekt dat het leven zonder televisie tout court ook fantastisch kan zijn.

Lezen ze daar boeken, spelen ze gezelschapsspelen, komen buren bij buren op bezoek.

Vind ik leuk

woensdag 9 november 2011 in Kinderen. Permanente link | 18 reacties

Zelie, luid protesterend in de zetel: op school zeggen er dat zij op iemand is, en iemand op haar, maar ‘t is niet waar.

Hoezodat, vraag ik, wie zegt dat soms?

Iedereen, zegt Zelie. Kijk, hier op Facebook.

En dan stuurt ze mij een link door. Naar een pagina die ik niet kan bekijken wegens geen vriend natuurlijk van die vriendin van Zelie.

Geef uw computer eens door, dat ik dat kan zien, zeg ik tegen Zelie.

Waarop ze mij haar computer doorgeeft, die open staat op de Facebookpagina waar haar vriendin zegt dat Zelie op die jongen is.

Ik doe uiteraard het enige dat ik kan doen: op de Like-knop duwen naast die bewering.

MWOE HA HA HA.

Come together

donderdag 10 november 2011 in Werk. Permanente link | Geen reacties

‘t Was wijs vandaag op het werk: er is op een uur of twee of zo tijd een ontwerp op een backend gezet.

Zo’n beetje het begin van de culminatie van een tijd werk. En dat het werkte, toch voor een groot stuk, en dat het vanaf nu eigenlijk het laatste lange rechte stuk is, een beetje.

Yay!

Kokeneten

vrijdag 11 november 2011 in Food and Drink. Permanente link | 3 reacties

Ik was van corvee, vandaag, om de kinderen naar en van school te doen, en eten te maken.

Ik had er niet zo enorm veel goesting in, ‘t is dus plantrekkerij geworden. Presenting… het menu van de dag!

Ingrediënten

  • Men neme gebakken patatten met rozemarijn die in de diepvries zaten.
  • Men neme erwten die in de diepvries zaten.
  • Men neme kaaskroketten die in de diepvries zaten.

Werkwijze

  • Frituurolie opwarmen tot 180 graden.
  • Aardappelen in een pan doen met een beetje olie, een kwartier of zo opwarmen tot weer krokant.
  • Een pot water met een beetje suiker laten koken (ja, ik was zelfs te leeg om zoals anders wat ajuin te laten karamelliseren), erwten in smijten, laten opkoken en dan met een deksel erop, op een zacht vuur, een minuut of zes laten doordoen.
  • Garnaalkroketten een minuut fo vier vijf in het frietvet doen.
  • Erwten afgieten, klont boter in doen, op smaak brengen met peper en zout.
  • Opdienen.
  • Klaar!

Ik heb geen klachten gehad.

Een ijsje

vrijdag 11 november 2011 in Sonstiges. Permanente link | Eén reactie

Een ijsje gemaakt vandaag!

Nodig

  • vier tassen water
  • twee tassen suiker
  • anderhalve tas limoensap
  • zeste van twee limoenen
  • een kleine tas tequila
  • een kleine tas triple sec

Werkwijze

  • water en suiker in een pan doen, suiker doen smelten op een zacht vuur
  • siroop doen koken
  • laten afkoelen, limoensap, zeste, en drank bij siroop doen
  • nog laten afkoelen, en dan in de frigo laten koud worden een uur of twee
  • in de ijsmachine kappen
  • hey presto klaar!

Margaritasorbet!

Schrikkelijk lekker, enorm verfrissend, en (vrees ik) redelijk verraderlijk.

And a-questin’ we go, yo dee do

zaterdag 12 november 2011 in Games. Permanente link | Geen reacties

Ik vraag mij af hoe ontelbaar veel manjaren er de afgelopen twee dagen zijn verdaan aan Skyrim.

Iemand? Iemand?

(En bij deze laat ik u, ik was juist de afgelopen, oh, twaalf of zo uur, hard bezig zombies dood te doen.)

Damned

zondag 13 november 2011 in Echt gebeurd. Permanente link | Eén reactie

We internet-kennen elkaar al een jaar of tien. Niet dat we elkaar al ooit gezien hebben: ik ken hem van wat hij schrijft en van één pasfotootje, dat waarschijnlijk ondertussen ook al tien jaar oud is.

Ik denk, als we in dezelfde stad of hetzelfde land hadden geleefd, dat het bijna onvermijdelijk zou geweest zijn dat we elkaar voortdurend tegen het lijf zouden gelopen hebben. En wie weet vrienden waren geworden. En dat mijn Sandra een vriendin van zijn Sandra.

Ik had bijna een week mijn rss feeds niet meer gelezen, en ik heb het gemist: zij is overleden.

Het was niet onverwacht, het ging al een tijd niet goed. Maar toen hij het zei, was ik er dagen niet goed van.

En nu is ze er niet meer. Vaarwel, Sandra die ik nooit gekend heb en toch wel.

Zieligheid geherdefinieerd

zondag 13 november 2011 in Kinderen. Permanente link | Eén reactie

Oh here den duts: Anna heeft moeten spagen. Om zo ongeveer kwart voor elf of zo: haar bed onder het overgeefsel, haar pyjama onder, haar haar .

Ik heb Anna gewassen, Sandra heeft het bed ververst.

En dan was Anna weer niet goed, en heeft Sandra haar haar nog maar eens gewassen – deze keer mét shampoo.

En dan was het halftwaalf, lag Anna in de zetel bij Sandra, en moest ze weer overgeven.

Zucht.

(Ik heb er ook van, trouwens, al sinds gisterenavond: ik dacht eerst dat het bewegingsziekte was van Skyrim, maar ‘t was dat dus niet.)

Kommer en kwel

maandag 14 november 2011 in Sonstiges. Permanente link | 9 reacties

Jan is de enige die nog rechtstaat.

Anna ziek en in bed, Louis ziek en in de zetel, ik kapotte rug en in de zetel, Sandra met Zelie naar de dokter wegens iets kapot aan de arm van Zelie.

En dan staat Louis plots recht, wandelt rustig naar de trap, gaat de trap naar boven, komt op de overloop, en… projectiel-overgeeft in de boekenkast met alle kinderboeken. En dan de vloer onder. En dan het toilet onder.

En ik kan me niet bukken.

Joy.

Hak slash

dinsdag 15 november 2011 in Games. Permanente link | 4 reacties

Ik heb dat nooit graag gedaan, spelletjes waarbij er real-time vanalles moest beslist worden en gedaan worden.

Niet voor mij, de Calls of Duties en gelijkaardige. Die dingen zijn bijna alleen leutig als het met andere echte mensen te spelen is, en dan is het meestal van

Ik kom binnen, ik ben mijn gerief wat aan het goed steken, ik kijk een beetje rond… plets, dood. Okay, deze keer gaan ze mij niet… plets, dood. Damned, de volg… plets, dood. Plets, dood. Kaboem, dood. Snukt, dood. Plof, dood. Snikt, dood. Dood, dood, dood.

Keer op keer op keer op keer. Pas op, ik ben helemaal voor zinloze agressie, maar het punt is: het is niet meer geestig. En er is geen enkele manier waarop ik ooit goed genoeg zal worden om het wel geestig te maken, op die dingen.

Ook wel omdat ik geen enkele goesting heb om er tijd in te investeren, maar toch. En nee, ‘t heeft er geeneens mee te maken dat ik een oudere mens ben: er zijn stapels oudere mensen die dat soort dingen graag spelen .

Skyrim, dat is mijn soort spel. ‘t Is gelijk een rollenspel, maar dan zonder die vervelende andere mensen. ‘t Is gelijk vechten, maar ik kan pauzeren tijdens het slaan en beuken, en nadenken wat en hoe.

De eerste dag dag ik het had, heb ik er 19 uur mee gespeeld, en het leek alsof ik er maar een paar uur mee bezig was. Leve single player games, yay!

En als het dan nog zo opgebouwd is dat ik rond kan lopen waar en hoe ik wil: dubbel yay!

(Ik denk dat ik nog maar eens een koptelefoon opzet en een paar uur speel.)

Spotify: muziek in de wolken

woensdag 16 november 2011 in Music. Permanente link | 6 reacties

Ik kreeg ergens midden september een mailtje van Spotify, dat mijn account nu ook actief was in België. Hu, dacht ik, wat is dat nu? Ik had een eeuw geleden, ergens begin 2009, een Spotify-account gemaakt. In België kon het niet, dus deed ik alsof ik in Londen woonde, en dat lukte.

En dan moest ik via een proxy gaan om Spotify te gebruiken, want hij rook dat ik al langer dan twee weken “in het buitenland” zat.

Pas op: ik vond het zo goed, dat ik wou betalen, maar dat lukte niet: mijn kredietkaart was Belgisch, dus zeiden de mannen ho maar. Wegens in België doen wij geen zaken.

Ik was het eerlijk gezegd al wat vergeten, Spotify, toen ik die mail kreeg in september: de niet-premiumdienst, waar ik met kunstgepen nog aan kon, die zat vol vervelende reclameboodschappen. En dus stond die ook niet meer op.

Kijk nu: nu ook Spotify in België. (Wie vandaag op Facebook of op de Twitters zat, zal het ongetwijfeld al weten: ik denk dat zowat heel België gecarpetbombardeerd werd met Spotify-nieuws.)

Ik kreeg via de mensen van Enchanté van Spotify een maand gratis premium, en dat is fijn, maar ze hadden mij eigenlijk zelfs niet moeten omkopen, want ik ga met mijn ogen dicht meteen zo’n abonnement nemen.

Het concept: volkomen legaal zowat alle muziek ter wereld kunnen beluisteren. Op computer, op telefoon, op iPad, op iPod, op televisie, op Sonos. On-line, maar ook off-line.

Vanmiddag ging het even over Gainsbourg aan tafel. Hopla, het volledige werk van mijnheer Serge is te beluisteren. Goesting om nog eens Madama Butterfly te horen? Keuze uit stapels versies. Zou ik eens die met Callas opleggen? Of die van Karajan met Pavarotti? Las ik daar in de Humo op het toilet een interview met Hugh Laurie, en bedacht ik dat ik eigenlijk nog eens zijn plaat zou willen opleggen? Hopla, ‘t is maar een zoekopdracht verwijderd.

Wil ik dat allemaal beluisteren op mijn telefoon terwijl ik naar huis fiets? Ik kan kiezen tussen over het internet luisteren, of downloaden naar de telefoon.

Zijn er dingen die ik thuis op de computer staan heb maar Spotify heeft ze niet? Dan kan ik die gewoon uploaden en vanaf dan overal ter wereld beluisteren.

‘t Is magisch, serieus waar. Een even grote verandering in muziek luisteren als Kindle en consorten was voor boeken.

Allez ju: download een testversie, rap. (En stoor u niet aan de slechte vertalingen op de website soms, ze zijn nog maar juist van start gegaan in België.)

Motorisch geheugen

donderdag 17 november 2011 in Games. Permanente link | 3 reacties

Ik ga u zeggen wanneer ge teveel van een een spelletje aan het spelen zijt: als de wereld rond u verandert.

Het moet ergens 1978 geweest zijn, denk ik. Groot evenement: Jan heeft een Atari 2600 gekocht! En hij heeft er Pac-Man op, en Combat! Wij kenden Pac-Man van het Luna Park, maar in een huis gewoon! En zonder te moeten betalen!

We zaten met de hele familie rond de televisie, elk om beurt spelen. Niet het welluidend rubberachtige wocka-wocka van de arcade-versie, maar wel een soort metaalachtig duint duintduint. En geesten die vies flikkerden, een kleurenschema dat pijn deed aan de ogen, en een joystick die slecht in de hand lag.

Uúúúúren gespeeld. Tot onze vingers verkrampt waren en we blauwe plekken hadden in onze handpalmen. En tot alles in de hele wereld in een raster leek te zitten, en tot de letters in mijn boeken er als rechthoekige op te vreten pillen uitzagen, en ik hallucineerde dat ik ze in doolhofrichting aan het lezen was.

Wel: hetzelfde een beetje met Skyrim, vrees ik.

Mijn vingers zetten zich spontaan in ZQSD, ik wil de frigo opendoen met E, documenten sluiten met tab. Spooky.

Oh, en ik ben ondertussen goed bezig in de Thieves Guild. En aan het twijfelen tussen een carrière als tank en als ranged-achtige wizard-achtige dinges.

Een leutig verhaaltje

vrijdag 18 november 2011 in Music. Permanente link | Geen reacties

Waar zo’n Spotify allemaal niet goed voor is!

Een van de platen van mijn vader waar ik thuis veel en graag naar luisterde, was The Well Below the Valley, van Planxty.

Dat zijn dan dingen waar ik al driekwartmensenleven naar luister, maar waar ik nog nooit echt naar geluisterd had. Tot daarnet, dus. En wat een fijn verhaaltje, de titelsong. Er zit een jong meisje aan een bron, er komt een meneer voorbij, die vraagt om te drinken:

A gentleman was passing by
He asked for a drink as he got dry
At the well below below the valley

Me cup is full up to the brim
If I were to stoop I might fall in

If your true love was passing by
You’d fill him a drink as he got dry

She swore by grass, she swore by corn
That her true love had never been born

He said, Young maid, you’re swearing wrong
For six fine children you had born

If you be a man of noble fame
You’ll tell to me the father o’ them

There’s two of them by your Uncle Dan
Another two by your brother John
Another two by your Father dear
At the well below the valley

If you be a man of noble esteem
You’ll tell to me what has happened to them

There’s two buried ‘neath the stable door
Another two near the kitchen door
Another two buried beneath the well
At the well below the valley

Hoezee! Een opbeurend Iers verhaaltje, zowaar, van incest en kindermoord.

En dan (we leven in de 25ste eeuw! dat staat allemaal op de interwebs!) blijkt dat Christy Moore zijn mosterd haalde bij de versie die John Reilly — een Ierse traveller die nog stapels oude liedjes kende — zong, en dat die versie gewoon ook te beluisteren is:

Magisch.

Vuile Walen!

zaterdag 19 november 2011 in Internet, Politiek. Permanente link | 3 reacties

Alles wat er mis is met het politieke discours op het internet, in één reactie samengevat.

Dit stond op Knack.be:

De Belgische Rijksdienst voor Pensioenen heeft al tientallen klachten binnengekregen van boze ex-dwangarbeiders of hun nabestaanden. Het Duitse parlement heeft in het najaar van 2010 een wet goedgekeurd waarin staat dat pensioenen van dwangarbeiders met 17 % worden belast. De belasting geldt met terugwerkende kracht tot en met 2005.

Belgische dwangarbeiders uit de jaren veertig of hun weduwen hebben de afgelopen weken een brief gekregen van een belastingkantoor in de Duitse deelstaat Brandenburg waarin staat dat ze de belastingen moeten betalen. Voor velen lopen de kosten tot in de honderden euro, maar de FOD Financiën zegt niets te kunnen doen voor deze mensen.

Senator Ahmed Laaouej (PS) vraagt Minister van Financiën Didier Reynders om “onmiddellijk” onderhandelingen aan te knopen met de Duitse autoriteiten om de situatie een halt toe te roepen. “De minister moet onmiddellijk contact leggen met de Duitse autoriteiten. En ik zou ook graag weten of de Belgische regering vooraf op de hoogte is gebracht van de beslissing van Duitsland”, aldus Laaouej.

En dit is de reactie van ene “janmetdepet”:

Reynders gaat de Duitsers eens de les spellen? Als je geld verdient betaal je ook hier belastingen. Hier in België zelfs meer dan 17%, eerder 170%. Zou Reynders misschien ook eens met Mobutu willen gaan praten over een regeling voor al die Congolezen die destijds voor Leopold 2 “gewerkt” hebben op zijn rubber plantages? Ik vind wel belachelijk dat het met terugwerkende kracht gebeurd.

Ik zou het moeten gewoon zijn, ondertussen, maar ik word er elke keer opnieuw misselijk van.

En ik had eigenlijk ook nog een resem andere reactie op dat ene artikel kunnen nemen als voorbeeld. De eerste reactie op de pagina was deze:

De staat is er NIET om je te helpen…wel on ZOVEEL mogelijk geld uit je zakken te kloppen…en de Oscar gaat naar: de Socialisten !!!

Voor zover ik zie is deze reactie er eentje die alleen op het “(PS)” in het artikel reageert, en die voor de rest niets gelezen heeft. De reactie eronder heeft zelfs het artikel niet moeten lezen, die kon gewoon op de eerste reactie voortborduren:

De ware aard van het beestje is nog niet gestorven. Socialisme … het kent werkelijk geen schaamte.

Urgh.

Hitler

zondag 20 november 2011 in Sonstiges. Permanente link | 5 reacties

Fascinerend. Absoluut fascinerend. Hitler in — voor zover men weet — het enige geluidsdocument waar hij in zijn gewone spreekstem spreekt.

En hoe hij de oorlog het liefst vroeger was begonnen, maar dat zijn leger een mooiweerleger was… en dan beseffen wat er hem nog te wachten stond aan het Oostfront.

Brr. Rillingen.

Een eigen huis, een plek onder de zon

maandag 21 november 2011 in Games. Permanente link | Geen reacties

De halve wereld is gered.

Ik heb twee dutsen mee op sleeptouw genomen die niet liever willen dan naar hun tempel geraken, maar ze zijn mij veel te gemakkelijk om mij te helpen de andere helft van de wereld te redden.

Ik ben een hoge pief in de Dievengilde, ik ben Archmage, ik ben op weg om een degelijke postie te hebben als moordenaar, tralala.

Als ik goesting heb om in stijl te logeren, blijf ik slapen in de universiteit, alwaar ik mijn eigen duplex-met-binnenhuis-serre heb. En ik heb ook een buitenverblijf, dat ik ondertussen helemaal naar mijn goesting ingericht heb, met een boekenkast vol boeken, een keuken vol eten, een laboratorium vol ingrediënten en een paard op stal.

Yay Skyrim!

(En dan nu naar bed wegens morgen werk te doen op mijn ander werk.)

Bleh Decroo

maandag 21 november 2011 in Current Affairs. Permanente link | 30 reacties

De PS heeft tweemaal zoveel stemmen als u gehaald en is een heel eind in uw richting opgeschoven. Hoever moeten ze nog gaan? “Het gaat mij niet zozeer om partijen”, zegt Alexander Decroo.

Iedereen zegt A, u zegt B. Staat u dan niet geïsoleerd? “Het gaat niet om geïsoleerd staan.”

Zal u dan twee maal de stekker eruit getrokken hebben? “Het gaat niet om de stekker eruit te trekken.”

En allemaal met dat tut tut-mondje. Ik heb sinds maanden niet meer oveel goesting gehad om iemand door de televisie te sleuren.

Arrogant klein kind.

Een tijdje met een Windows 7 Phone

dinsdag 22 november 2011 in Computers en dingen. Permanente link | 12 reacties

Ha! Ik zei dat ik mijn iPhone kaka vond, en daar schreef Kris Decoodt van Microsoft als reactie op of ik niet eens een Windows Phone wou proberen.

Het ding is vandaag toegekomen, een HTC Radar met Windows laatste versie erop.

IMG_1083

Ze hebben daar bij HTC voor de doos zeer goed gekeken naar Apple, maar voor de rest: wohohow, hal-lo 21ste eeuw!

De telefoon voelt aangenamer in de hand dan een iPhone 4 (waar een mens zijn vingers praktisch aan snijdt als er geen hoes rond zit), en de interface, zo op het allereerste gezicht: yes.

Na een paar uut gebruik: ik vind het een eind beter dan iOS. Het voelt aan alsof ik in de 21ste eeuw zit, en terugkeren naar iPhone is als terugkeren naar een interface van een paar jaar oud, die even goed een webpagina zou kunenn zijn.

Het zit in de kleine details, zoals als ik in een lijst zit en scroll: dat is een plezier, de items drukken een beetje in waar ik er met mijn vinger op duw, en het doet niet alleen een beetje bounce op het einde, het drukt de lijst ook een beetje samen.

Afijn. Ik ga er een week of zo exclusief mee rondlopen.

Was er maar een mogelijkheid om mijn microsimkaartje in die HTC te krijgen, die nog met grote simkaarten werkt.

Street view!

woensdag 23 november 2011 in Sonstiges. Permanente link | 8 reacties

Moh, ik had dat helemaal niet zien passeren, maar de mannen van Google zijn met hun street view-gedoe in Gent geweest, en de foto’s staan eindelijk online.

Kijk, onze straat!


Grotere kaart weergeven

Comedy Casino Festival

woensdag 23 november 2011 in Sonstiges. Permanente link | 2 reacties

Is dat mijn gedacht, of komt er gelijk serieus minder volk naar comedy, tegenwoordig?

‘t Schijnt was het vorige jaren op de koppen lopen, en nu was er gelijk geen kat.

Comedy Casino Critisch

donderdag 24 november 2011 in Sonstiges. Permanente link | 3 reacties

Ik denk dat ik teveel echt grappige dingen gezien heb. Concurrentie met de hele wereld via internet, dat is dodelijk, denk ik, voor veel comedians. “Oh, een stukje over enkele kousen? Eens kijken welke richting het uitgaat… Meh, al vele keren beter gedaan elders, sorry.”

Grappig blijft grappig, natuurlijk. Zelfs al kunnen we collectief de “oei oei ik ben te dik aan het worden”-routine (compleet met voedsel in navel en huidplooien) bijna voorspellen en opzeggen, Xander De Rycke die zijn kruis omschrijft als “Walter Van Beirendonck met een curryworst in zijn mond”, dat is gewoon leutig.

En de mens die net een derde kind gekregen heeft, daar is het voorspelbaar van dat hij manieren gaat opsommen die hij heeft om aan het huis te ontsnappen, maar een auto met een plakkerige achterbank vol rozijnen en kruimels, dat blijft overeind, als materiaal. De lach van herkenning, weetwel.

Ach: ik denk dat ik te kritisch ben. Als er een grap gemaakt wordt over Do They Know It’s Christmas bijvoorbeeld, okay, tot daar aan toe. Dat wil denk ik vooral zeggen dat de mens die de grap maakt niet beseft dat de meerderheid van de mensen in zijn publiek niet eens geboren waren ten tijde van Band Aid.

Ik werd al wat nijdig van als het duidelijk werd dat dat materiaal van meer dan vijftien jaar geleden aangepast werd aan het post-nine-eleven-tijdperk. Okay, de Ethiopiërs hebben geen boodschap aan Do They Know It’s Christmas, maar daar zijn toch zeker enkele tientallen manieren om er een draai aan te geven?

Zo van “Do they know it’s christmas? ik denk dat de consensus in Ethiopië is dat ze liever zouden weten of er vandeweek eten zal zijn. En dat ze dan daarna eens gaan zoeken naar de kerstballen”, of een andere manier om te spelen met het contrast “weten ze daar wel dat het kerstmis is” / “ze hebben gewoon geen vreten”.

Neen, de grap was “Do they know it’s Christmas? They’re fucking muslims, the fuck to they care about Christmas!” GNYAAAARGHHHH. Neen, Ethiopië heeft een grote christelijke meerderheid. En in die tijd was er ook nog een relatief grote minderheid joden.

Afijn.

Om maar te zeggen: als comedian is het een gemak dat ge regelmatig eens uw materiaal tegen het licht houdt. Gelijk, als er maar vijf krantenkoppen zouden zijn in Belgische kranten, dan is één van die krantenkoppen nu al ongeveer een maand niét meer “Khadaffi nog altijd niet gevonden”. Of nog, in dezelfde set: de krantencommentaren devolueren al hele tijd niét meer naar “‘T IS ALLEMAAL DE SCHULD VAN DE MAKAKKEN” — dat is tegenwoordig een combinatie van Di Rupo PS profitariaat HOERnalisten walenbuiten.

Bij momenten wel gelachen, daar niet van.

Onder meer met de manier waarop Sean Locke en Jason Rouse hun publiek compleet verkeerd inschatten. Locke dacht grappen te moeten maken over Michael Jackson — euh, srsly?

En Jason Rouse had het in zijn sketch over kinderen martelen, sex met zijn grootmoeder, sex met gehandicapten, tralala. Vaak zeer grappig, maar meestal, als hij het over geloof had, lachte niet echt veel volk. ‘t Was schattig: hij ging ervan uit dat dat was omdat wij geshockeerd waren, zo van “oh la la, een non fistfucken daar konden ze nog mee lachen maar een kwinkslag over de here jezes is een brug te ver”.

Terwijl wij allemaal waren van euh, srsly? wij zijn wel wat meer gewoon dan dat, op dat vlak.

Anne McCaffrey

donderdag 24 november 2011 in Boeken. Permanente link | 2 reacties

Ik dacht eerst gedorie ja, Anne McCaffrey, waar is de tijd?

Maar een paar tellen later dacht ik terug aan de jaren 1980, en toen kreeg ik plots een klop.

Het was al een eeuw geleden, maar natuurlijk dat ik al Anne McCaffrey’s boeken gelezen heb. Dragonriders of Pern en Ship Who Sang: ik lééfde in die werelden.

De zestienjarige hopeloos romantische geek in mij huilt tranen met tuiten.

Venstertjes!

donderdag 24 november 2011 in Sonstiges. Permanente link | 4 reacties

Er zijn er die er helemaal tegen zijn, tegen de stadshal op het Emile Braunplein. Ik niet. Ik kom er elke dag twee keer voorbij, en ik ben nu al een grote fan.

Als de stellingen weg zullen zijn en alles afgewerkt zal zijn, en het groen groen zal zijn en de bomen bebladerd en de bloemen in bloei: dat wordt een prachtig kloppend hart tussen de drie torens.

Ze waren al een tijdje bezig aan de zijmuur aan de ene kant, en vanmorgen zag ik dat ze aan de andere kant bezig waren. Vanavond, hoera! zag ik dat ze aan één van de vier kanten van het dak begonnen waren. En dat ze, zo ongelooflijk wijs, de binnenkant wat verlicht hadden:

Het dak!

Het is maar een klein stukje dat al afgewerkt is, maar ik vind het magisch schoon. Een zwevend schip van kleine lichtjes.

ddg

vrijdag 25 november 2011 in Internet. Permanente link | 5 reacties

Hey moet ge nu wat weten? Ik ben nu al een week of drie overgeschakeld op duckduckgo voor mijn zoeken op het internet.

En neen, ik mis Google niet. En ik heb gelijk de indruk dat ik dingen vind die ik met Google niet vond, met al die spam die bovenaan stond altijd.

De comedy-hype

zaterdag 26 november 2011 in Sonstiges. Permanente link | 8 reacties

Ik heb maar een half woord nodig om lastig te lopen, en kijk, hier loop ik dubbel lastig van:

xander

xander2

De eerste keer dat ik de man zag, schreef ik dit:

De zaal was een beetje stil en het was soms sleuren en trekken om door het optreden te geraken, maar op geen enkel moment viel dat echt zwaar op. Net nerveus genoeg om on edge te zijn, net ervaren genoeg om rust uit te stralen, en uitstekend materiaal. Naadloos van horror naar VTM en terug. Chinezen, De Lijn en de NMBS, en de parallellen tussen een oudemensenhome en het amfibieëngebouw in de zoo: droog, maar niet cynisch, had ik genoteerd.

Wat ik daar precies mee bedoelde, weet ik niet meer precies, maar in alle geval: Xander De Rycke, afkomstig uit Zelzate en—begod—geëmigreerd naar Zeeland, negentien herfsten oud, en dat we er nog veel van gaan horen.

En de laatste keer dat ik hem zag, schreef ik dit:

Ik heb tegenwoordig minder en minder geduld met comedy: ik heb altijd van knip daar nu toch eens in verdorie en ook wel van steek daar verdomme toch eens watvaart in dedju hoe is dat mogelijk .

Xander op Comedy Casino was zoals het eigenlijk altijd zou moeten zijn: een paar jaar samengebald op minder dan een half uur. Minder dan een half uur, dat dan wel zeer degelijk is.

Ik vermoed dat mijnheer De Rycke het in zijn tweet dus heeft over die ene keer dat ik Lang leve HT&D schreef, niet over al de andere keren dat ik meer dan positief was over hem.

Die ene keer dat ik bullshit callde toen hij vanop de eenzame hoogte van zijn och here, wat, 23 jaar? 22? 24? eventjes ging poneren dat schrijf allemaal op beste kindjes, “ik ben de maat van alle comedy, en ik alleen zal bepalen wat grappig is”.

Of toch, dat is de conclusie die ik toen trok als hij de mening van Walter Capiau als “de laatste zucht van een stervende dinosaurus” omschreef, en zei dat Geert Hoste niets met comedy te maken heeft.

opinion

Zijn twitterdinges waar ik daarnet tegen liep, was er eentje in de nasleep van het Comedy Casino Festival, vorige week. Ik knip en plak even van op de website, want wie weet hoe lang blijft die website nog op het internet staan?

Comedy Casino festival is hèt festival voor stand-up comedy. Liefhebbers krijgen de keuze uit nationale en internationale comedians, in verschillende zalen van het ICC te Gent die op ieders lachspieren zullen werken. Zoals op ieder festival is het uiteraard onmogelijk om alle acts op de verschillende podia, tegelijkertijd te kunnen zien, u zal dus moeten kiezen. Aan de hand van de affiche en het programmaschema, kunt u uw hoogstpersoonlijke favoriete comedy-avond samenstellen. Zit de zaal van uw keuze op een bepaald moment van de avond helaas vol? Geen nood: er staat genoeg komisch talent op de andere podia om u een hilarische avond te garanderen.

Ik ga voorbij aan de tekst zelf (“hilarische avond”? zalen van het ICC die op de lachspieren gaan werken? was hier de copywriter van de boerinnenbond –- no direspect – aan het werk of zo?), ik ga er ook aan voorbij dat ze blijkbaar die tekst geschreven hebben toen er nog meer dan twee zalen voorzien waren (“op de andere podia”).

‘t Is gewoon dat wie drie uur comedy van voor de meeste mensen onbekende comedians als een “festival” omschrijft, laat staan “hét festival”, niet moet komen zagen als mensen vinden dat dat toch een béétje hoog gegrepen is.

Toen ik woensdag toekwam, vroeg ik me af of ik niet op de verkeerde dag was gekomen. Het ICC was verlaten. De roltrap naar boven genomen, door een zaal vol tafeltjes en catering die achteraf gezien wellicht niet echt nodig was (als elke comedian een bak of twee bier, een paar flessen cola en een doos wijn had meegenomen, was er ruim genoeg voor alle aanwezigen), en via een resem security naar de Banketzaal geraakt.

In de Banketzaal (veel te breed, een soort geïmproviseerd groot salon net voor het podium, afgrijselijk slechte akoestiek) deed nobele onbekende presentator Bas Birker verwoede pogingen om het gezellig te maken terwijl mensen af en aan liepen en hun voetstappen weergalmden, in de Casinozaal  een verdiep lager (goed formaat, goede akoestiek) was Piv Huvliv zijn eigen relaxte en sympathieke zelve.

Ik heb, boven, Thomas Smith gezien van aan de zijkant. Sympathieke kerel, geen schaterlach, maar dat hoeft ook niet: goede set. Enfin, toch wat ik ervan begrepen heb, want voor de mensen die niet récht voor het podium stonden was het alsof ze door een bivakmuts van rijstpap aan het luisteren waren. 

Raf Coppens begon er al meteen aan zoals ik hem al meer gezien heb: nijdig en negatief. En niet op een goede manier: het kwam op mij over alsof hij zo duidelijk mogelijk probeerde te maken dat hij daar niet graag stond, dat hij niets had voorbereid, en dat hij vooral zeer kwaad is dat de mensen om Geert Hoste wél lachen en om hem niet, en dat hij nochtans even slechte grappen maakt. Mensen die één slechte imitatie van een sportpresentator van een andere slechte imitatie van een sportpresentator kunnen onderscheiden, vonden het ongetwijfeld dolletjes, dat wel.

Weggelopen, dus, naar Han Solo (ik had het programma niet bij, anders was ik er meteen naartoe gegaan). Ik vond het stukje dat ik gezien heb, zoals bijna altijd, goed. Spijtig dat ik niet alles gezien heb.

Daarna Xander De Rycke gezien, en jawel, ik vond het goed. Voorspelbaar, schreef ik, maar dat wil niet zeggen slecht:

Grappig blijft grappig, natuurlijk. Zelfs al kunnen we collectief de “oei oei ik ben te dik aan het worden”-routine (compleet met voedsel in navel en huidplooien) bijna voorspellen en opzeggen, Xander De Rycke die zijn kruis omschrijft als “Walter Van Beirendonck met een curryworst in zijn mond”, dat is gewoon leutig.

Als ik er toch negatief over moét doen, en dat wil ik niet want ik vind het een sympathieke mens en een goede comedian, dan zou ik zeggen dat hij er bij momenten té nonchalant stond. Dat ik soms de indruk kreeg dat hij een ingestudeerd tekstje vanbuiten aan het opzeggen was. Wat natuurlijk het geval is, dat weet ik ook, maar het lag er soms te dik op. Maar dat is detailkritiek, want het was wel goed en grappig, en hij had de mensen mee, en hij bewijst nog maar eens waarom hij daar ergens vanboven staat.

Terug naar de andere zaal gegaan, en het einde van Bart Cannaerts gezien. Niet mijn soort humor – ik persoonlijk vond het allemaal dingen die ik andere mensen elders veel beter had zien doen. Had ik notities genomen, ik zou u in detail kunnen gezegd hebben wat ik er minder aan vond, maar ik was er niet gekomen voor een bespreking, en dus heb ik dat niet gedaan, en dus kan ik dat niet doen.

Gaan zitten voor Bob MacLaren. Een mens uit Nieuw-Zeeland die tegenwoordig in Holland woont: over smaken valt niet te twisten. Geschikte vent, dacht ik op het moment zelf. Twee dagen later –die ontbrekende notities weer– kan ik me niet meer herinneren waar hij het allemaal over had. Of nee, toch: iets met kinderboerderijen, blijkbaar hebben ze die in Amsterdam in elke wijk. Ik heb een béétje gelachen, niet veel. Ik had de indruk dat hij er lang over gedaan had om, als mens van de andere kant van de aarkloot, voeling te krijgen met zijn nieuw publiek in Amsterdam, maar Amsterdam is niet het Comedy Casino Festival in Gent, en het liep wat stroef, vond ik.

Sean Lock was goed, en bij momenten hilarisch (die keer met die vos die aan het overgeven was! ik kwam haast niet bij!). Dingen die al gehoord had, maar dat maakte niet uit. Hij had ook het probleem van MacLaren, dat hij grappen maakte die in zijn eigen land wellicht zouden werken, maar die het hier niet deden. Hij eindigde (of deed alsof hij zou eindigen) met iets met Michael Jackson, maar dat liep faliekant af. En dus deed hij maar een ding met oude comedians, hoe die de grofste dingen konden zeggen als ze erna maar een liedje brachten: tranen van het lachen, maar misschien ook wel omdat ik het mij helemaal kan voorstellen, met Bernard Manning en de machtige Les Dawson in het achterhoofd.

Jason Rouse was, zoals ik zei, vaak bijzonder grappig. Niet om de grofheid (nonnen fistfucken, eigen grootmoeders betalen voor sex, tralalal), ook niet omdat het onverwacht was (zowat alles wat hij zei, staat op YouTube), maar wel (vond ik) om de absurditeit van het geheel. En de manier waarop het opgebouwd was.

Voor wie het gemist heeft, dit was het optreden, zo voor een goede 90%. Materiaal van minstens een paar jaar geleden, jawel, maar goed is goed:

Dat dat was het dan, mijn idee over comedy Casino. Lock en Rouse vond ik de beste, Raf Coppens en Bart Cannaerts irriteerden mij. Nauwelijks te omschrijven als “een soort van haatbrief tegenover de Vlaamse Comedy”, zoals ene Anke meende te moeten omschrijven wat ik er donderdag over schreef. Al met al was het geen hoogvlieger, maar ik vond het ook niet spijtig dat ik geweest was.

En ik heb geen flauw idee wat de recensie in De Morgen zei, waar Xander De Rycke het over heeft in zijn blogpost.

Ik vermoéd dat de meneer of mevrouw van De Morgen zal geconstateerd hebben dat er weinig volk was (en dat was zo), en daaruit zal besloten hebben dat de hype een beetje over is. Ge kunt er niet naast kijken, een paar jaar geleden was het al “Vlaamse comedy” wat de klok sloeg, en was het op zo’n Comedy Casino-festival over de koppen lopen, nu was het dat niet.

Dat er minder volk is gekomen, is niet de schuld van de mensen die kwamen optreden. En zelfs al wordt er tegenwoordig minder spel over gemaakt dan in 2008, er zijn minstens evenveel mensen die goed zijn en goed bezig. Dat er minder volk komt, is honderd procent op het conto te schrijven van de organisatoren.

Allez jong, zijt eens serieus: wat voor affiche was dat?

Ik weet het niet echt, maar ik schat dat één Vlaming op honderd méér dan Raf Coppens en misschien Nigel Williams, en zeer misschien Xander De Rycke. Al de rest? Nobele onbekenden, vermoed ik.

Dat heeft niets met een waardeoordeel te maken: er zijn veel mensen veel bekender die ik persoonlijk veel minder goed vind, en er zijn ongetwijfeld ook wel mensen die niémand kent, die misschien wel beter zijn.

Het is niet met “jamaar ik vind dat hij echt wel  bij de betere comedians in Nederland is” dat ge volk trekt. Zonder dat ik ook maar één van de betrokken personen ken, is mijn indruk van het Comedy Casino Festival 2011 dat ze daar bij 3keys niet zozeer een Festival hebben samengesteld, als wel zeer hard gezocht naar mensen die écht niets anders te doen hadden die avond, of die geen excuus vonden om niet af te komen.

In de beste stuurlui-die-aan-wal-staan-traditie, heb ik natuurlijk ook ideeën over hoe ik dat anders zou aanpakken. Die buitenlanders buiten kieperen, bijvoorbeeld.  Dat kost geld, en dat is wijs voor wie ze kent, maar als we ze willen zien, zullen we wel op tv of op YouTube kijken in plaats van een dik kwartier naar iemand te zitten kijken die geen enkele voeling heeft met zijn publiek.

Maak er een dag van in het ICC, of zelfs twee dagen. Met activiteiten en films en allerlei. Oude knarren uitnodigen zoals, welja, Walter Capiau, of totaal onhippe mensen genre Jacques Vermeire – niét om ze uit te lachen, maar omdat ze gewoon ook grappig kunnen zijn. Met kleine kamertjes voor intieme voorstellingen, en grote ruimtes voor grote voorstellingen.

En ook eens iets anders dan alleen zuivere stand up comedy: ik zou het fantastisch vinden, bijvoorbeeld, om een sessie YouTube-comedy voor gevorderden te zien. Iets in de zin van Comedy Connections, maar dan van stand up: waar komen ideeën vandaan, wie is er (onterecht) vergeten, waar zitten er mensen die we met de beste wil van de wereld niet zouden leren kennen hebben?

Enfin bon, op de laatste twee edities afgaand, kan ik me inbeelden dat het volgend jaar niet echt meer aan de orde zal zijn om naar een invulling van Comedy Csino Festival 2012 te zoeken. Da’s dan alweer een probleem minder.

(En Xander: ja ik zie u nog altijd graag spelen, en ja ik vind u ne wijzen die goeie comedy doet, zelfs al denkt gij van niet. Trr. Diva’s!)

Doe eens een poging

zondag 27 november 2011 in Sonstiges. Permanente link | 3 reacties

Ik weet het wel, imitation is the sincerest form of flattery en zo, maareuh jongens…

ikduimgent.png

Ik duim Gent? Met zo’n Facebookduimpje? En een lelijk font? Tsss. Ik vond het origineel beter. En dat van de ossen vorige keer:

vanhartegent.jpg

Wie is de volgende? Ik bokshandschoen / vuilblik Gent? Ik Vlaanderen Gent? Ik, euh mossel Gent?

(En ben ik trouwens de enige die het relatief vies vind dat er op die website van de OpenVLD niet alleen foto’s met de tag #ikduimgent staan, maar ook gewoon alle foto’s met de tag #gent?)

Vloek

maandag 28 november 2011 in Werk. Permanente link | Geen reacties

Grmbl. Prutsen en doen. Prutsen aan de json om dan een bijkomende <div> rond een tabel te zetten, en dan alsnog verdomme een <div> tussen moeten voegen om wat spatiëring te doen. En dan verdomme alsnog een hack moeten doen om een uitzondering op een uitzondering op een uitzondering te doen voor een stuk dat anders is dan een stuk dat anders is dan een stuk dat anders is dan normaal.

Gnyaargh. Morgen, denk ik, kijk ik er nog eens met frisse ogen naar, want ik kan daar dus niet echt tegen, tegen zo’n vieze dingen.

Mbleh. Op de pixel moet het just zijn, dedju.

Uit de spamfilter

maandag 28 november 2011 in Sonstiges. Permanente link | Geen reacties

Enfin bon, ‘t is niet echt spam, denk ik. Ik dénk dat iemand mij ingeschreven heeft op een nieuwsbrief die mij eigenlijk niet interesseert. Ik blijf mij maand na maand niet uitschrijven, want zeg nu zelf:

Screen Shot 2011-11-28 at 21.36.59.png

Ik weet alvast wat gedaan als mijn paard last heeft van slapeloosheid!

Alstublieft, geen dank, dankuwel merci

maandag 28 november 2011 in Kinderen. Permanente link | 8 reacties

Een tip! om de wereld beter te maken! Of zoniet beter, dan toch een beetje aangenamer. Of tenminste wat leutiger. Is het niet voor uw medemens, dan toch zeker voor uzelf.

Hier komt-ie!

Kies één iemand uit uw omgeving uit, en doe alsof hij of zij geen tanden heeft. Herhaal alles wat hij/zij zegt, maar vervang de essen door effen.

- Hola, tijd voor middageten. Wat denkt ge van een soepken met asperges?

- Een foepken met afpergeff? Super-idee!

En dan doen ze zo van huh en denken ze dat ze het verkeerd gehoord hebben, en dan zeggen ze iets in de zin van

- Moet ik nog iets meenemen? Fleske Cola Light?

- Oh, een flefken Coca, uitstekend, merci!

En dan kijken ze naar u met van die rare ogen, maar dat maakt niet uit, want ha, hoe wijs is het leven dan wel niet?

(Niet vergeten om dat morgenochtend tegen de kinderen te zeggen. En nog eens aandringen dat ze een boekje kopen om al mijn grappen en grappen in op te schrijven, dat ze die dan ook op school kunnen vertellen en de toast van de speelplaats te worden. Of de tooft van de fpeelplaatf — see what I did there?)

Pascal bloody Smet

dinsdag 29 november 2011 in Sonstiges. Permanente link | 25 reacties

Wij hebben een roedel kinderen die naar school gaan, en ik denk niet dat ik al één iemand tegengekomen ben die Pascal Smet een goede Minister van Onderwijs vindt.

Dat bespaart op de verkeerde dingen, dat legt regels op die het werk alleen maar lastiger maken, dat heeft de visie van een pannenkoek — wat is er daar aan te doen, eigenlijk, aan een minister die de ene na de andere achterlijke beslissing neemt? Het laatste dat ik las, was dat Smet dit zei:

Vanaf de tweede graad kan een vierde taal naar keuze aangeboden worden, als daar een draagvlak voor is: een gedragen vraag en een gegarandeerde kwaliteit op het vlak van aanbod. Hier komen alle Europese talen en de belangrijkste talen van de BRIC-landen voor in aanmerking, dus ook Chinees, Russisch en Hindi.

…met andere woorden: als uw zoon of dochter een vierde taal wil studeren na Nederlands, Frans, en Engels, dan is er de keuze tussen Bulgaars, Chinees, Deens, Duits, Estisch, Fins, Grieks, Hindi, Hongaars, Iers, Italiaans, Lets, Litouws, Maltees, Nederlands, Pools, Portugees, Roemeens, Russisch, Sloveens, Slowaaks, Spaans, Tsjechisch en Zweeds.

Turks en Arabisch: daar is geen draagvlak voor, dus schrijf dat maar op uw buik. Leer nog een beetje Maltees of Estisch of zo.

‘t Is maar een detail natuurlijk, en wie weet is het niet eens zo bedoeld. Maar ‘t is wel indicatief.

Ik vermoed dat hij er redelijk gerust in is, dat er niet te veel man naar zal kraaien: ah ja, als alleen de mensen uit het onderwijs zelf klagen, wie gelooft die mensen nog? Ze klagen over alles en iedereen, en zij zijn gedorie de mensen met drie maand vakantie elk jaar en dan nog eens alle schoolvakanties mee!

Niemand gelooft de mensen uit het onderwijs want ze klagen toch over alles zonder daar reden toe te hebben, en daarbij komt: wat kunnen ze doen? Staken? Ha! En dan zitten alle ouders van Vlaanderen met hun kinderen thuis of zo?

Terwijl het nochtans zo gemakkelijk zou zijn: een harde algemene onderwijsstaking, nu! Of, pakweg, na de examens, in januari. Naar het model van een betaalstaking, met ouders en leerlingen samen: leerlingen kunnen nog naar school komen, maar er wordt geen les gegeven.

Of alleen ludieke les. Films kijken, boeken lezen, spelletjes spelen. En de leraars die geen les geven: naar de Wetstraat. Occupy Law Street! Iedereen content!

No Such Thing as Silence: John Cage’s 4’33″

woensdag 30 november 2011 in Boeken. Permanente link | 16 reacties

Om het een beetje te situeren: ik heb het voorrecht gehad om in de loop van de jaren 1990 een hele resem Grote Meneers van de conceptuele kunst van zeer dichtbij mee te maken, met als hoogtepunt vermoed ik die keer dat ik twee weken met Joseph Kosuth in zijn loft in New York doorgebracht heb. Met alle bijhorende dingen overigen, van openingen in het MoMA en nachtelijke tequilafeestjes met de New Yorkse avant garde –denk David Byrne en Debbie Harry en een resem kunstenaars die ge niet kent– en alles erop en eraan. Bij het licht van public access porno op de keukentelevisie, in een enorme loft aan Houston & Broadway, met Warhols, Duchamps, Rauschenbergs en watnogs aan de muur.

kosuth

De mensen zelf zijn charmant, sympathiek, intelligent, aangenaam, al wat ge wilt. Kosuth, bijvoorbeeld: schat van een kerel. Intelligent, grappig, sympathiek.

De kunstenaars, of toch de meerderheid van de mensen die ik toen leerde kennen, die heb ik niet graag. Of nee, wacht: die veracht ik. “Haten” is het niet, het is niet dat ik er kwaad op ben of zo. Het is wel dat ik moeilijk in woorden kan uitdrukken hoe visceraal ik ze degoutant vind.

Ha, hoor ik u zeggen, dat is dan toch een verdienste: als ze dergelijke gevoelens bij u kunnen oproepen, dan moet er toch wel iéts van aan zijn, van hun kunst?

Wel, tja, als het dat is, dan wel, ja.

433Het is niet dat ik dogmatisch tégen ben hoor, want ik blijf proberen begrijpen. Als een kind dat niet graag olijven at maar er altijd nam, als een volwassene die eigenlijk niet graag whisky dronk maar het wou leren. Het is alleen maar dat hoe meer ik van die mensen probeer door te vragen en te begrijpen , hoe meer ik op een gat vol niéts stoot. Dóór een muur van theorie, over een slotgracht van cirkelredeneringen, bovenop een toren van tautologieën: een rookgordijn van lege woorden.

“Jamaar, ‘t is kunst, ge moet dat niet proberen begrijpen, laat dat gewoon op u afkomen en zie wat het u doet”? Tarara. Zij zijn de eersten om hun ding volledig te onderbouwen met theoretische constructies en verrechtvaardigingen. Hier geen hart, geen nieren, zeggen ze. Intellect en context hier, zeggen ze.

Ik vind tot nader order: het is geen kunst, het zijn kunstjes. Gimmicks. Die alleen “kunst” worden omdat een kunstenaar zegt dat het kunst is. En waarom is het een kunstenaar? Omdat hij kunst maakt, natuurlijk.

En ja, zeer zeker, dat is met de grove borstel en dat veralgemeent: er zijn ook dingen die ik goed vind, uiteraard. Maar toch.

John Cage kende ik natuurlijk wel, uit Gödel, Escher, Bach in de tijd. Ik vond het een sympathieke peer, ik dacht iets in de zin van dada en surrealisme, en toen ik las dat Bruno het boek van Kyle Gann over John Cage’s meest beroemde stuk goed vond — “Fenomenaal goed, een absolute aanrader voor iedereen die ietwat in hedendaagse muziek (klassiek en/of geïmproviseerd) geïnteresseerd is”, dacht ik: ik grijp mijn kans.

Weeeelllllll… not so much.

Ik bespaar u Kyle Gann’s boek: John Cage is een componist, 4’33” is een stuk dat hij gecomponeerd heeft, waartijdens een muzikant gedurende vier minuten en drieëndertig seconden géén piano speelt. Het kan ook met andere instrumenten, het kan ook met meer dan één muzikant. Het punt: het publiek gedurende ten minste vier en een halve minuut doen realiseren dat er ook in de stilte (die eigenlijk niet bestaat) muziek te vinden is. In het geluid van de regen en de wind, in het kuchen van uw buur, in een voorbijrijdende auto.

Ge gaat mij niet horen zeggen dat dat belachelijk is, want het is het niet. Kijk en luister:

Euh ja, interessant, zeer zeker. Iedereen zou van tijd tot tijd eens een 4’33” moeten doen. Dat was serieus en zonder enige ironie bedoeld, voor wie twijfels zou hebben.

  

Waar John Cage zijn leven mee gevuld heeft, blijkbaar, is twee kunstjes. Het eerste was dat hij een piano “prepareerde”, ‘t is te zeggen, er overal gerief in stak — bouten, draad, ballen, kommen soep, I don’t know — zodat het tegelijk een piano en een percussieinstrument werd. Zijn Sonatas & Interludes: ik ga niet zeggen dat ik het elke maand opzet, maar ik ga er graag wel eens voor zitten.

Zijn tweede kunstje was “muziek” maken met random getallen: laten afhangen van een kop-of-munt of deze noot dan wel gene noot gespeeld zal worden, hoe lang ze zal zijn, hoe luid, etc. Omdat er toen nog geen computers waren om het een mens gemakkelijk te maken, deed hij het met allerlei vreemde systemen, met de I Ching en allerlei tabellen en dingen. Die 4’33″ is ook zo gemaakt, behalve dat hij in zijn tabellen geen muzieknoten opzocht, maar wel pauzes. Inderdaad: hij heeft niet gewoon “zwijg stil gedurende x tijd” op zijn partituur geschreven, hij heeft zich een tijdje bezig gehouden met een muntstuk en een reeks tabellen, om allerlei stiltes na mekaar te zetten.

Hey, als dat is wat die mens gelukkig maakte: wie ben ik om het hem te beknibbelen. Stop met uw ogen te rollen, gij daar.

Maar in ‘s hemelsnaam, brave mensen: schrijf er dan zo geen akelige boeken over. En noem het wat het is, een aardigheidje, een Spielerei, een gedachtenexperiment, een koan, Zen. Maak er geen universele waarheid van, en spendeer niet heel uw leven om te verdedigen waarom dat kunstje (haal boven de grote K) “Kunst” is.

Ik heb mij van begin tot eind van Kyle Gann’s boek geërgerd aan de vanzelfsprekende humorloze arrogantie van zowat iedereen (op Satie na) in het verhaal.

Die keer dat Cage poneert dat er sinds Beethoven maar één vernieuwing in de muziektheorie is geweest. Die ene nieuwe idee? Dat de tijdsduur het belangrijkste is in geluid:

It is very simple. If you consider that sound is characterized by its pitch, its loudness, its timbre, and its duration, and that silence, which is the opposite and, therefore, the necessary partner of sound, is characterized only by its duration, you will be drawn to the conclusion that of the four characteristics of the material of music, duration, that is, time length, is the most fundamental. It took a Satie and a Webern to rediscover this musical truth, which, by means of musicology, we learn was evident to some musicians in our Middle Ages, and to all musicians at all times … in the Orient.

Euh, wacht, neen? Als hij er nu eens van uit zou gaan dat er niet zoiets is als een binair “stilte vs. geluid”, maar wel een glijdende schaal van onhoorbaar naar hoorbaar, dan valt heel zijn redenering in duigen. En dat is een even valabel uitgangspunt als het zijne. En dan hebben we het nog niet over dat puberale “de wijzen in het Oosten wisten dat allemaal maar wij zijn dat vergeten” — please.

Niet alleen Cage komt arrogant over, zonder ooit de minste twijfel poneert hij absolute waarheden die blijkbaar geslikt worden door zijn trawanten, en als iemand ze niet slikt, zijn het meteen Beotiërs en “establishment”: ook de auteur van dit panegyrisch gedoe schrijft alsof Cage en alleen Cage ten allen tijde de waarheid in pacht had. Heeft hij het over Luigi Russolo, die iets zegt dat Cage jaren later ook zegt, dan schrijft Gann dat Russolo’s bewering “foreshadows Cage’s with remarkable specificity” — tot hij zijn eigen zin herleest, vermoed ik, en er alsnog “(or perhaps more accurately, Cage echoed the idea)” aan toevoegt (mijn italiek). Of die keer dat hij schrijft dat de woorden van de dertiende-eeuwse mysticus Meester Eckhardt, waar Cage van gelezen had, “anticipate similar passages that Cage would write”. Serieus, gast.

rauschenberg

Het boek is een lange aaneenschakeling van “mogelijke invloeden” op Cage’s 4’33”: ik onthoud eruit dat de gedachte van een stil “muziekstuk” in de lucht hing, en dat Cage op een bepaald moment een paar keer teveel gezien had dat collega’s iets dergelijks deden — specifiek de witte doeken van Robert Rauschenberg — en dat hij het dan maar gedaan heeft. Niet dat hij de eerste was, verre van, maar zijn “voorgangers” in het maken van muziek die alleen stilte was, waren novelty records, grapjes, om er de zot mee te houden, en dus geen (daar is die K weer) “Kunst”.

En als hij het dan eenmaal gedaan heeft, net zoals zoveer andere dingen blijkbaar in zijn leven, onderbouwt en verdedigt hij het met een samenraapsel van name-dropping en verkeerd begrepen antecedenten. Gann: “Cage was one of the great name-droppers in twentieth-century music. Sometimes he did no more than drop them.”

En keer op keer lezen we dat Cage X “gestudeerd” had (zen, Meester Eckhardt, Coomaraswamy, …) terwijl hij wellicht bedoelde “min of meer vluchtig gelezen”, en terwijl hij zeker bedoelde dat Cage er gewoon in las wat hij erin wou lezen:

Throughout his writings, Cage collects authors to buttress his views on music and life but often projects his own meanings into them, taking what views he needs and transforming them to fit into his own context.

Gann waarschuwt ons in het begin dat hij alleen maar een samenvatting zal maken van wat er aan Cage-onderzoek leeft tegenwoordig en dat hij niets nieuws zal brengen. Hij doet minder dan hij belooft, en ook meer.

Minder, want ik ben geen iota wijzer geworden over de mens Cage (wat dreef hem? wat dacht hij? hoe was hij?), over de componist Cage (keer op keer zeggen dat er kritiek was maar dan daar niet verder op ingaan, in ‘s hemelnaam jong), en ook over 4’33” zelf weet ik niet meer (een boek vol mogelijke inspiratiebronnen “maar niemand weet het zeker”, pfff).

Hij doet ook meer dan hij beloofd had, want dit boek is er helemaal op zijn eentje in geslaagd om een componist die ik met een glimlach in mijn hoofd had zitten — van in de tijd dat hij voorkwam in Gödel, Escher, Bach — te veranderen in een onhebbelijke, betweterige, arrogante, akelige kerel zonder enig gevoel voor zelfrelativering of humor.

Gann had beter een paar keer vier minuten en drieëndertig seconden gezwegen, in plaats van dit boekje te plegen. En ik had het beter niet gelezen.

gann

[Oh, en: dit is het eerste boek waarvoor ik mijn geld teruggevraagd heb bij Amazon. De paperback zou mij $11.42 gekost hebben; de Kindle-versie was $15.62, en bevatte geen enkel beeld. En nergens werd dat op voorhand gezegd. Amazon, needless to say, heeft zonder de minste opmerking terugbetaald.]

Gelezen in november 2011

woensdag 30 november 2011 in Boeken. Permanente link | 6 reacties

Ik was helemaal goed begonnen, deze maand, met lezen. En toen was het plots 11 november en kwam Skyrim uit, en ben ik helemaal stil gevallen. Ik heb, zegt mijn computer mij, 84 uur Skyrim gespeeld. En dus is er in de tweede helft van de maand van boeken lezen niet zo vreselijk veel in huis gekomen.

Afijn. Gelezen deze maand (zie ook augustus 2011, september 2011, oktober 2011), in volgorde…

Truth: Red, White and Black [1/11]
Robert Morales (tekst) – Kyle Baker (beeld)
7 x 24 blz. (januari – juli 2003)

truth

Indrukwekkend. In de canonieke Captain America-geschiedenis is het Abraham Erskine die Steve Rogers het supersoldaatserum toediende, maar oorspronkelijk was het ene Dr. Josef Reinstein.

En als ze ons dat verbergen, in de woorden van de ene na de andere Het Laatste Nieuws-commentaarder, WAT HOUDEN ZE NOG VERBORGEN??

De manier waarop de zwarte medemens in de Amerika behandeld werd in de tweede wereldoorlog, ‘t is niet allemaal zo proper. Als we er al iets van horen, dan is het met hoera-verhalen genre de Tuskegee Airmen, maar door de band was het diep en vernederend racisme wat de klok sloeg. Zwarte verpleegsters –als ze al aanvaard werden als verpleegster– mochten alleen zwarten verzorgen, zwarte soldaten die wilden vechten voor Amerika moesten in “negerbataljons” zitten, enfin: geen schone pagina in de Amerikaanse geschiedenis.

Morales vertrekt niet van de gedachte achter de Tuskegee Airmen, maar wel van die achter het Tuskegee Experiment: die keer dat de Amerikaanse regering tussen 1932 en 1972 — jawel, veertig jaar lang — tegen arme zwarten in Alabama zei dat ze gratis gezondheidszorg kregen, maar dat ze eigenlijk een jarenlange studie over syfilis voerden. En dat ze dus een paar honderd mensen tientallen jaren lang niet behandelden (terwijl penicilline sinds de jaren 1940 syfilis perfect kon genezen).

Oh, en houd in het achterhoofd ook dat Nazi-Duitsland alleen maar bewonderend kon kijken naar het lichtende voorbeeld van de Amerikaanse ideeën over eugenetica en verplichte lobomotieën en verplicht steriliseren van gehandicapten, “zwakzinnigen” (wat dat ook moge geweest zijn) en andere ongewenste sujetten.

In Truth: Red White and Black werken de VS en Duitsland samen aan een supersoldaatserum, tot ze — om begrijpelijke redenen — elk huns weegs gaan einde de jaren 1930.

Zo’n serum, dat van gewone mensen supermensen maakt, ge ziet van hier op wie dat ze dat gaan uittesten, in de VS. Juist: op zwarte medemensen. En ge ziet van hier dat dat serum niet van de eerste keer werkt, en dat er dus stapels slachtoffers en verschrikkelijk verminkten en watnog vallen.

Lang verhaal kort: de eerste Captain America was zwart. ‘t Is geen opgewekt verhaal, maar ‘t is wel een goed boek.

.°.

Headache [1/11]
Lisa Joy (tekst) – Jim Fern (beeld) – Oscar Manuel Martin (kleur)

headache

What the actual fuck? Dit kwam van harte aangeraden, onder meer door Jonathan Nolan (The Dark Knight), maar het bleek gewoon puberale fanfic te zijn.

Om snel te vergeten.

.°.

Revolver [1/11]
Matt Kindt (tekst en beeld)
194 blz. (2010)

revolver

Aangeraden. Sam werkt op de redactie van een krant, heeft een halve relatie met een collega, haat zijn werk, leeft niet zo’n aangenaam leven.

De volgende dag wordt hij wakker en blijkt de hele wereld om zeep te zijn: burgeroorlog, dirty bombs, de helft van de mensen dood wegens vogelpest en godweetwatnogallemaal.

De volgende dag wordt hij wakker en is hij weer waar hij was. En de dag daarna weer in de apokalyps, en de dag daarna weer in de sleur.

Hij houdt zijn herinneringen en kan ze gebruiken — die keer dat hij in de ene wereld een boot ziet liggen aan het water, kan hij die boot terugvinden in de andere wereld en er een legerblokkade mee omzeilien.

‘t Klinkt allemaal avonturenromanachtig, misschien, maar ‘t is meer een verkenning van wat dat doet met een mens, en hoe hij met realiteit omgaat en wat nu eigenlijk realiteit is, en dingen, en spel.

Inception-achtig, maar dan met twee realiteiten in plaats van met dromen binnen dromen.

Zeer goed, vond ik.

.°.

Bulles Bleues. Souvenirs heureux. Récits [2/11]
Maurice Maeterlinck
236 blz. (1948)

Er verscheen onlangs een Nederlandse vertaling van, en ik dacht: ik lees het origineel. Jeugdherinneringen van een bekende Gentenaar, dat zou misschien wel eens wijs kunnen zijn.

Het is 2011 en er is het internet, het origineel uit 1948 was dus niet echt moeilijk te vinden. Alhier stond een (weliswaar niet al te best ge-OCR-de, maar kom) volledige versie. De pagina in Instapaper getrokken om het toch een beetje aantrekkelijker om lezen te maken, en ik was vertrokken.

Charmant, grappig, ontroerend en vaak heel veel van alledrie tegelijk — neem bijvoorbeeld deze, onder het kopje “La premère maîtresse”, toen Maeterlinck net afgezwaaid was van het Sint-Barbaracollege:

Notre première étreinte eut lieu dans un jardin public, sur un banc rustique. J’étais insuffisamment documenté en sorte que je perdis pas mal de temps à ne savoir que faire. J’eus l’impression qu’elle était moins innocente que moi et qu’elle pratiquait le fameux wait and see, qui valut aux Anglais plus de défaites que de victoires. Mais il est évident que ces tâtonnements et ces tergiversations n’avaient guère augmenté mon prestige. Sans compter qu’un soir, j’eus l’idée saugrenue et désastreuse de lui réciter des vers que j’avais écrits en son honneur. Elle m’écouta avec stupéfaction et je me sentis couler à pic.

Ha, ik kan het mij zo inbeelden — de grote dichter, achttien jaar, en zijn maîtresse, zestien.

Het is ook een document van een tijdperk dat niet meer terugkomt, en van een soort mens dat niet meer bestaat, denk ik: ze waren zo rijk dat ze niets meer hoefden te doen de rest van hun leven, en er worden huizen verbouwd, erfenissen gedaan, huizen gekocht, pachten en huurgelden geïnd, heelder rollen gouden munten gegeven als cadeaus, gouvernantes en kokkinnen en bedienden aangenomen en weer ontslagen alsof het niets was:

On avait décidé que nous apprendrions l’anglais et l’allemand outre le français qui était notre langue maternelle, sans parler du flamand réservé pour les rapports avec les domestiques. On engage donc une gouvernante anglaise. Nous subissons avec ennui les premières leçons. Comme la gouvernante était jolie, au bout de deux mois, ma mère soupçonneuse et assez inquiète la renvoie. Elle est remplacée par une Allemande plus épaisse. Nous oublions rapidement ce que nous savions d’anglais et nous nous mettons à l’allemand. L’Allemande dure aussi deux mois; mais renaissent les soupçons de ma mère à cause du jeune et trop frais visage de la fraulein qui est également congédiée. On rengage une Anglaise, choisie à dessein parmi les moins alléchantes. Mon père lui trouve tous les défauts et finit par obtenir qu’on la remercie ; nous repassons par une Allemande, puis par une troisième Anglaise et ainsi de suite. Nous mélangeons l’allemand et l’anglais dans une sorte de sabir incompréhensible.

We gaan er even aan voorbij dat het ook een periode was van industriële revolutie en diepe miserie en bijhorende strijd en (socialistische) overwinningen: voor Maeterlinck was het gewoon zijn gouden kindertijd.

En dan nog gezien van een bijna onmetelijke afstand — hij schreef dit helemaal op het einde van zijn leven, zeventig of tachtig jaar na de feiten. Daar had hij dit trouwens over te zeggen, en ‘t is tegelijkertijd waar wat Maurice zegt, en schoon gezegd wat Maurice zegt:

On parvient assez facilement à discipliner ce qui reste dans notre mémoire; et le bonheur ou le malheur de notre existence dépend de cette discipline. Il ne faut pas croire que nos souvenirs soient immuables. Ils changent d’aspect selon nos années. Ils s’élèvent et se purifient selon que notre existence s’élève et se purifie, selon ce que nous avons fait, pensé ou subi. Si j’avais fixé les miens le jour qui les vit naître, je ne les reconnaîtrais plus.

Si je les avais écrits il y a vingt, trente ou quarante ans, les faits qui forment leur squelette seraient peut-être ce qu ‘ils furent, mais ils n ‘auraient plus la même chair, ils ne se baigneraient plus dans la même atmosphère, ils n’auraient plus la même couleur et leur choix même eût été différent.

Les souvenirs sont les traces incertaines et fugaces que nous laissent nos jours. Que chacun recueille les siens, ils ne rempliront pas le creux de la main; mais ce qui reste de poussière est le seul trésor que nous voudrions arracher à la mort et emporter avec nous dans un autre séjour; nous croyons que les années qui prolongent nos misères ou nos joies augmentent leur nombre. Je crois plutôt que ceux que nous acquérons ne compensent pas ceux que nous perdons. A mesure que nous avançons en âge, ce qui nous advient n’a plus le temps de se transformer en souvenir. Le centenaire qui n’est qu’un enfant au prix de l’éternité n’a que ce qu’il avait avant sa vieillesse et ce qu’il pourrait se rappeler ne prend plus la peine de naître.

Les véritables souvenirs, les seuls qui survivent, les seuls qui ne vieillissent pas, les seuls qui soient enracinés, sont les souvenirs de l’enfance et de la première jeunesse. Jusqu ‘à la fin de nos jours, ils gardent la grâce, l’innocence, le velouté de leur naissance et ceux qui naissent contrefaits, malpropres, malheureux ou stupides tombent dans les ténèbres où ils rejoignent les souvenirs de l’âge mûr qui méritent rarement d’être recueillis.

‘t Is niet allemaal koek en ei of zeemzoeterige nostalgie: Maeterlinck kan nogal redelijk giftig zijn ook, bijvoorbeeld als hij het over smartlappen heeft (“Rien ne peut donner une idée de l’ineptie des chansons populaires qui, à cette époque, empuantissaient la France et la Belgique. Je ne sais pourquoi ma mémoire a gardé le souvenir de ces ignominies ; mais voici quelques échantillons nauséabonds qui survivent dans ce musée d’horreurs”), of over zijn oom Hector die voormelde smartlappen zong, of over zijn neef Désiré die drie Breughels had hangen maar er alle blote achterwerken uitgesneden had, of over de toekomstige echtegenoot van zijn nicht Louise (“Le jeune marié était aussi nul que possible”).

Het leest echt als een boek van iemand die zich van niets of niemand nog moet of wil aantrekken, en ‘t staat vol dingen die ik zou willen knippenplakken. Allez, nog eentje, over zijn zus:

Elle épousa un homme qu’elle n’aimait pas, un sinistre dévot qui portait autant de médailles bénites, en cuivre, en plomb, en argent, autant de scapulaires que le roi Louis XI dont il avait le caractère fouineur, soupçonneux, cruel et rancunier, mais nullement l’intelligence, car il était aussi borné qu’une huître et par-dessus le marché magistrat.

Enfin, elle obtint un divorce difficile et reporta, sur le fils qu’elle lui donna, tout l’amour qu’elle n’avait pas eu pour son mari. Elle adora en lui tout ce qu’elle avait abominé dans son conjoint.

Right on, Maurice.

.°.

Lovestruck [3/11]
Dennis Hopeless (tekst) – Kevin Mellon (beeld)
192 blz. (2011)

lovestruck

Hé tiens, het tweede boek deze maand over Griekse goden.

Een heel andere aanpak, dit: fotografe wordt gerecruteerd om voor Cupido te werken. Cupido blijkt zakenmanverkopermanipulatortype te zijn.

Mbwaja. Ik ben er ternauwernaud door geraakt, ‘t was mij allemaal wat ver van mijn bed. Ettelijke mijlen beter dan Headache, dat natuurlijk wel. Maar absoluut niet mijn tas thee.

.°.

Walk In [4/11]
Jeff Parker (tekst) – Ashish Padlekar (beeld) – Sheetal Tanaji Patil (kleur)
6 nummers (december 2006 – mei 2007)

walkin

Murf. Ook al niet mijn goesting. Dave Stewart’s Walk In, is de naam eigenlijk, en het leest als niet veel meer dan een droom van de meneer van ex-Eurythmics, die een klein beetje uitgesponnen is.

Het begint degelijk, maar het wordt redelijk snel redelijk cliché en redelijk bleh.  

.°.

Storming Paradise [4/11]
Chuck Dixon (tekst), Butch Guice (beeld)
6 nummers (september 2008 – augustus 2009)

stormingparadise

Ik lees heel graag counterfactuals en althist. Van de grootste shlock tot de meest serieuze alternatieve militaire geschiedenis. Ik was content met Storming Paradise.

Wat als de eerste VS-atoombomproef mislukt was, en alle atoomgeleerden en al wie met Trinity te maken had, de lucht was ingevlogen? Wat als de VS geen andere keus hadden dan een invasie van Japan? Wat als Keizer Hirohito ondanks monsterachtig veel mensenlevens zou blijven weigeren om te capituleren?

Storming Paradise verkent die vragen. Niet dat het een volledige alternatieve geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog wil zijn: het zijn een paar vignetten, en het eindigt ook een beetje in medias res.

Hoedanook: mooi. Ik heb ervan genoten.

.°.

No Such Thing As Silence: John Cage’s 4’33” [5/11]
Kyle Gann
272 blz. (2010)

No sir, I didn’t like it.

.°.

50 Girls 50 [5/11]
Doug Murray en Frank Cho (tekst) – Axel Medellin (beeld) – Nikos Koutsis (kleur)
4 nummers (juni – september 2011)

girls

Ik ben door de band geen lastige mens, als het op blote madams aankomt. Er mag er al eens eentje meer door mijn comics lopen, dat stoort mij niet. Ik suspend mijn disbelief met graagte als ze mij vragen om bijvoorbeeld te geloven dat een ijzeren bustier gemakkelijker is om slechteriken mee te bevechten dan een pullover, of dat al die vrouwelijke superhelden echt liever in hun onderbroek en soutien rondlopen.

We moeten daar eerlijk in zijn: vrouwen krijgen al genoeg, als het op kunst en literatuur aankomt, en ge hoort mij ook niet klagen als er weer eens een wijvenfilm op televisie is, of als ze nog eens een film met George Clooney maken.

Pas op, ik ben helemaal voor de vrouwenbewegingen en zo hoor, en als ik zou willen, dan zou ik voor de volle honderd procent één van die nieuwe mannen kunnen zijn en alles. Serieus: als ik tegelijkertijd een boek heb om te lezen, geraak ik zelfs zonder buitensporig hoorbaar oogrollen door een aflevering van Grey’s Anatomy.

Maar.

Il ne faut pas pousser bobonne dans les orties: 50 Girls 50 is er een beetje over. Het verhaaltje is opgehangen aan een overbevolkte aarde in de niet zo enorm verre toekomst. Er is een hyperdrive-wormhole-dink uitgevonden, maar o ramp blijkbaar kunnen alleen vrouwen met (I kid you not) XXX-syndroom zonder problemen door de wormgaten geraken.

Er worden 10 schepen met vrouwen aan boord op weg naar de sterren gezet; de eerste reeks 50 Girls 50 volgt één van de schepen als het op de terugweg is naar de aarde. Blijkt dat het wormgat terug niet werkt, en dat ze op een andere planeet terugkomen, namelijk.

Okay, tot daar aan toe. Ook tot daar aan toe dat alle vrouwen aan boord van het schip aan het schoonheidsideaal van de auteurs beantwoorden, daar is ons een verklaring voor beloofd.

Maar als ze in het eerste verhaal met twee op een planeet landen, en die planeet blijkt de kledij van de meisjes op te lossen, tot er op het einde helemaal niets van overblijft, en dat is allemaal met een ergerlijk gebrek aan humor gedaan? Gnn.

En als het vrouwelijk vlees dan ook nog eens niet eens goed getekend is? Ik bedoel, Serpieri of Manara zou ik een saaie en ongeloofwaardige breicursus in comicvorm vergeven omdat ze zo schoon tekenen, maar zelfs al leggen de auteurs van 50 Girls 50 redelijk expliciet uit dat ze hard gezocht hebben naar nét de juiste artiest… euh, nee. Hier, om de afbeelding hierboven goed te maken, eentje van Druuna:

Druuna

Ik heb de vier nummers uitgelezen, in het belang van de wetenschap en in de hoop dat het beter zou worden. Ik zie glimpen van mogelijkheden, hier en daar, dat zeker. Maar ik ben dan ook een onverbeterlijke positivo in dergelijke zaken.

De auteurs beloven ons dat ze alles zullen uitleggen in de vervolgen. Ik vréés dat ze niet meer de kans zullen krijgen om er een vervolg aan te breien.

.°.

Bone [8/11]
Jeff Smith (tekst en beeld) – Steve Hamaker (kleur)
Negen delen, 1439 blz. (kleur: 2004-2009, oorspronkelijk zw/w: 1991-2004)

Het lijkt nog het meest op Lord of the Rings, denk ik. Het begint als bijna een kinderverhaal, en dan is er plots een queeste, en komen er meer en meer dingen bij kijken. En dan wordt er van de ene kant van de wereld naar de andere kant getrokken in verschillende groepen die elkaar dan weer tegenkomen, en er zijn allerlei rassen, en grote legers en gevechten, helden en slechteriken. En de wereld voelt écht aan, zoals bij Tolkien.

Oh, en het is het ene moment hilarisch grappig, en dan weer enorm spannend, en dan weer ontroerend. Het is fantastisch getekend, de karakters blijven u een heel leven bij: dit staat ergens helemaal boven mijn lijst van must read comics.

Hier, ter illustratie, twee pagina’s (klik voor detail) met twee van de meest fantastische personages van het boek (de monsters, voor de duidelijkheid):

bone

bone

Eén van die dingen die eminent leesbaar zijn voor om het even wie vanaf pakweg 10 jaar of zo.

Ik had een paar delen in zwart-wit, en dan had ik de zwart-wit omnibusversie gekocht (1332 pagina’s in één volume, ‘k zweer ‘t u, dat is niét leutig om overal naar mee te sleuren). Deze versie is de (machtig goede) kleurenversie die bij Scholastic is uitgegeven. Negen delen, met correcties, aanvullingen en wijzigingen.

Van méér dan ganser harte aangeraden.

.°.

Bone: Tall Tales [8/11]
Jeff Smith en Tom Sniegoski (tekst) – Jeff Smith (beeld) – Steve Hamaker (kleur)
126 blz. (2010)

talltales

Prequel vermomd als verhaaltjes verteld door Funny Bone, die met Bartleby en drie scouts op kamp gaat.

Leutig, maar niet essentieel.

.°.

Miracleman
1-2: Alan Moore (tekst) – Garry Leach (beeld)
3-10: Alan Moore (tekst) – Alan Davis (beeld) – Ron Courtney (kleur)
11-16: Alan Moore (tekst) – John Totleben (beeld) – Sam Parsons (kleur)
17 – 25.5 Neil Gaiman (tekst) – Mark Buckingham (beeld) – Sam Parsons (kleur)

miracleman

Het moest er eens van komen: Miracleman is één van die klassiekers waar iedereen het over heeft, ik had er al veel over gehoord, ik denk dat ik zo ongeveer al de rest van het werk van de heren Moore en Gaiman al gelezen had, ik wist van de hele controverse af.

Maar ik had Miracleman zelf dus nog niet achter de kiezen.

En daar dacht ik snel even komaf mee te maken.

Dat was buiten Alan Moore, Esq. gerekend. Miracleman, voor wie het verhaal niet kent, is een Brits jaren-1950-afkooksel van Captain Marvel. ‘t Is te zeggen: eerst was er Captain Marvel, en toen was die er niet meer en maakte Mick Anglo Marvelman. Marvelman liep een paar honderd nummers lang tussen 1954 en 1963, en hield er dan met stille trom mee op.

In 1982 nam Alan Moore de draad weer op. En hoe. Het begint met een nummer van de jaren stillekes, met typische mannekensboekskespraat. En dan plots zoomt Moore in op Miracleman’s oog, met een citaat van Nietszche.

En dan zijn we in de jaren 1980 en weet Michael Moran al twintig jaar niet meer dat hij ooit Miracleman was.

En dan komt hij dat plots te weten, en zijn we plots van tekst genre “Holy macaroni! It looks like I got here just in time!” naar tekst genre (Miracleman die niet weet wat hij precies is) “Like a kite that has lost its war with the wind, I hang crucified upon the sky… Suspended between the soil and the stars, between heaven and earth, between the angels and the apes.”

Yup, right.

‘t Zijn pagina’s die niét op tien seconden te lezen zijn. Tekst en beeld moeten aandachtig gelezen worden — Moore’s aandacht voor detail is legendarisch, soms komt het op individuele lijntjes in individuele kadertjes aan.

Ik begin the lezen, en ik denk, okay, het gaat dié richting uit. Geef het een nummer of tien twintig en we zien hoe het evolueert. En dan zitten we plots ergens in nummer 7-8-9, en denk ik, oh… kaaaayyyy… is dit de richting dat het uitgaat? Hoe gaat hij dat volhouden?

En dan is het nummer 15 en bloederige hel, wat de neuk was dat? En dan is het nummer 16, en is het verhaal klaar, af, finito.

En dan houdt Alan Moore ermee op, en neemt getver Neil Gaiman over. Dat is een beetje alsof Picasso deel één van een reeks schilderijen maakt, en dan de verfborstels aan Rembrandt geeft.

Moore was typisch Moore: hij had zich op het einde zo’n beetje vastgereden, denk ik. En dan komt Gaiman typisch Gaiman zijn: hij vat het op als een drieluik, en vertelt daarbinnen verhalen. En Gaiman is een uitstekende verhalenverteller.

In het eerste luik, The Golden Age, neemt hij even afstand van de personages die we tot dan toe kenden, en kijkt hij naar de mensen die leven in de wereld die de hoofdpersonages gemaakt hebben: het voelt bij momenten erg Sandman aan.

Luik twee richt de schijnwerper weer op Miracleman en de zijnen. Het ziet er allemaal veelbelovend uit en… dan is het gedaan.

De uitgever, Eclipse, gaat failliet. Bleh. Meer details op de wikipediats, maar voorlopig het wel gedaan, ja.

Crap.

(En props voor man aan de beelden Mark Buckingham, trouwens, die stijlen mengt met stijlen, plots met Duits expressionisme naar boven komt, en echt wel uitstekend werk doet.)

.°.

Fun Home, A Family Tragicomic [10/11]
Alison Bechdel
240 blz. (2006)

funhome

Alison is lesbisch, haar vader is een homo die in de kast zit en die valt voor jonge jongens. Die vindt hij op zijn ene werk — als leraar Engels op een middelbare school. Zijn ander werk: begrafenisondernemer. Zijn derde werk: zijn huis restaureren. Maniakaal. En dan pleegt hij zelfmoord, of loopt hij onder een camion per ongeluk, enfin, ‘t is niet duidelijk.

Oh, en het is allemaal echt gebeurd: Fun Home is een autobiografie.

Het is ook bijzonder uitstekend. Meer moet daar niet over gezegd worden. Aangeraden.

.°.

The League of Extraordinary Gentlemen, Century: 1969 [10/11]
Alan Moore (tekst) – Kevin O’Neill (beeld) – Ben Dimagmaliw (kleur)
82 blz. (2011)

league

Urgh. Een brug te ver, denk ik. Of misschien lees ik het beter in één trok met deel een en deel (binnenkort, vermoed ik) drie. Want zo alleen en in isolatie: ik vond er niet te veel aan. ‘t Heeft er misschien ook mee te maken dat ik hallucinerende Moore niet zo leutig vind, en dat er weer eens een heel stuk hallucinerende Moore in zit.

Aan de andere kant: het is 1969, what did I expect?

.°.

A Sickness in the Family [11/11]
Denise Mina (tekst) – Antonio Fuso (beeld)
190 blz. (2010)

sickness

Ik wist niet welk genre het was, en dat maakte het spannend. Ik dacht eerst, oh, weer zo’n deprimerend echt gebeurd verhaal. En dan dacht ik, oh, ‘t is horror. En toen kwam het einde en wist ik welk genre het echt was.

Ik had het niet beter kunnen treffen dan het op deze manier te lezen, achteraf bekeken.

Een fijn boek, of het nu biografie, horror, of wat dan ook was. Aanrader, maar probeer de achterflap niet te lezen als g’er aan begint.

.°.

Manuscrit trouvé à Saragosse [27/11, maar ik heb er natuurlijk geen 16 dagen over gedaan -- damn you, Skyrim!]
Jean Potocki
321 blz. (1805)

Het stond al jaren en jaren op mijn lijstje van “boeken zeker dan nog eens te herlezen wegens bloederige hel, elf jaar is misschien nog een beetje te jong voor dit”, en kijk zie, het is er van gekomen. Jan Potocki schrijft over een mens die rondreist in en andere mensen tegen komt, die dan verhalen vertellen en aan wie hij verhalen vertelt, en dan blijken de mensen in de verhalen zelf ook mensen tegen te komen die verhalen vertellen en aan wie zij verhalen vertellen, en voor ge het weet zitten we twee of drie niveaus diep in de vertelling, en is het niet meteen meer duidelijk wie wat tegen wie aan het vertellen is.

Maar: wel wijs. Zigeuners en spoken en vampiers en Moorse prinsessen en sex en geesten en moorden en vechten en alles!

.°.

Morning Glories [28/11]
Nick Spencer (tekst) – Joe Eisma (beeld)
14 nummers tot nog toe (augustus 2010 – nu)

morning

‘t Is gelijk The Prisoner maar dan met scholieren! En geesten! Of dingen! Veel gehyped, en met reden: degelijk geschreven, prachtig getekend, en omdat het een comic is en geen pakweg, oh, tv-serie gelijk X-Files, is er een kans dat het tot einders voldoening tot een degelijk einde gebracht zal worden.

Ik had het begin al een tijd geleden gelezen, en ik dacht “ik been even bij met de stand van zaken nu”, maar uiteindelijk heb ik het maar helemaal opnieuw gelezen.

.°.

Gaudí in Manhattan [29/11]
Carlos Ruiz Zafón (vert. Nelleke Geel)
Uitg. Signature, 2007

Zafón schrijft over die keer dat ze Gaudí gevraagd hadden om een wolkenkrabber te bouwen op Manhattan.

- ¿Sabe usted lo que es un rascacielos?

[mens begint over wolkenkrabbers te spreken]

- Bobadas, atajó Gaudí. Un rascacielos no es más que una catedral para gente que en vez de creer en Dios cree en el dinero.

In het Nederlands werd dat “Flauwekul,” onderbrak Gaudí me. “Een wolkenkrabbers is niets anders dan een kathedraal voor mensen die in plaats van God, geloven in geld.” — geen idee waarom, maar dat zinnetje kwam zo gekunsteld over, dat ik van de weerslag maar verder gelezen heb in het Spaans. ‘t Is niet lang, en er voor moeilijke woorden is er Google Translate.

En het bespaart u zinnen die pijn aan het hart doen, zoals wanneer

Supe entonces que dedicaría mi vida a continuar la obra de mi maestro, consciente de que, tarde o temprano, habría de entregar las riendas a otros, y ellos, a su vez, harían lo propio.

vertaald wordt als “in het besef dat ik vroeg of laat het stokje aan andere zou moeten doorgeven”. Het stokje, jongens, jongens, jongens.

Voor de rest: dit was niet echt een boek te noemen: 16 kleine pagina’s, groot gedrukt met veel interlinie, aangevuld met een aantal mooie foto’s. Wel goesting gekregen om nog wat Zafón te lezen. In een Engelse of Franse vertaling, denk ik.

.°.

The Traveler [29/11]
Mark Waid & Tom Peyer (tekst) – Chad Hardin (beeld) – Blond & Chris Beckett (kleur)
12 numbers (november 2010 – )

traveler

‘t Is met reizen in de tijd en met allerlei verschillende versies van mensen, en uiteindelijk zit er wel belofte in, maar ik ben toch niet honderd procent overtuigd. Ik heb de indruk dat er meer in zat.

.°.

Alien Liaison. The Ultimate Secret [30/11]
Timothy Good
Arrow Books, 1992 (247 blz.)

Geschreven een jaar vóór The X-Files uitkwam, en geschreven vóór er websites bestonden: state of the art in UFO-research anno 1992.

Het heeft alles: greys, cattle mutilation, anal probes, ontvoeringen, nordics, NORAD, Groom Lake, Roswell, cover-ups, yada yada.

Afijn: nonsens, dus. Maar wel een mooi overzicht van die state of the art in 1992. Dat wel.

(Trouwens: het is me een mysterie waar dit boek vandaan komt. Ik kreeg het per Taxipost opgestuurd, samen met een boek van Pascal (de Fransoos, niet de programmeertaal) en het boekje van Zafón hierboven. Geen afzender, geen boodschap. Ik heb aandachtig gezocht naar aanwijzingen, maar geen gevonden.)

.°.

Starborn [30/11]
Chris Roberson (tekst) – Khari Randolph & Matteo Scalera (beeld) – Mitch Gerads (kleur)
12 nummers, maart – oktober 2011

starborn

Benjamin Warner zou heel graag een succesvolle SF-schrijver zijn. Hij heeft sinds zijn jeugd een wereld gebouwd in zijn hoofd, waar zijn verhalen zich afspelen.

En dan, hullep, blijkt dat hij niet Benjamin Warner is, maar iemand anders. En dan blijkt dat hij niet is wie hij dacht dat hij is: “Wait a minute. I’m not the spacefaring adventurer. I’m not the hero come to rescue the space princess. I’m the son of space Hitler.

Dit was het laatste dat ik deze maand las, en het kon moeilijk meer passend zijn: een mooi verhaaltje, met avontuur en (belofte van) romantiek, en Space Opera van de zuiverste soort — en met een happy end. As happy an end as they come.

Het soort verhaal dat u als kind aan het dromen zet. Hoera!

Navigatie

» homepagina, archief

Vriendjes

Zoek

<insert standard disclaimer>

Alles wat hier staat is mijn eigen opinie. Het wordt niet nagelezen of goedgekeurd door mijn werkgever voor het on-line komt, en ik bied geen enkele garantie voor kwaliteit of correctheid.

Mijn werkgever is het niet noodzakelijk eens met wat ik schrijf, en het spreekt vanzelf dat hij dan ook op geen enkele wijze aansprakelijk kan zijn voor wat ik hier publiceer.

Ter info

Eén van mijn e-mailadressen is michel [at] zog punt org. Normaal gezien antwoord ik daar, buiten de kantooruren, onmiddellijk op.

Valideert, in principe: css & xhtml.
Gemaakt met WordPress.
Syndicatie: Entries (RSS) en commentaar (RSS).



ISSN 1780-1338