Michel Vuijlsteke's weblog

Tales of Drudgery & Boredom.

Month: augustus 2013 (page 1 of 3)

Gelezen: The Last Firewall

Gedomme, dat ik dit eerst gelezen heb, en niet de voorgangers. Nu ben ik helemaal gespoilerd voor Avogadro Corp: The Singularity Is Closer Than It Appears en A.I. Apocalypse. Spijtig, want er gebeuren allemaal dingen in die ik graag had gelezen: een jaar zonder internet, het ontstaan van artificiële intelligentie (emergent, niet gecreëerd), en alles. Ah well. Ik heb ze toch maar gekocht en op de leeslijst gezet.

Ik moest bij The Last Firewall regelmatig denken aan The Turing Option: Harry Harrison en Marvin Minsky (dé! Marvin! Minsky!) die in 1993 een boek schreven over 2023, met artificiële intelligentie en een mens-machine-interface en alles. De ideeën waren dacht ik interessant, maar voor zover ik het mij herinner, trok The Turing Option zelfs in de jaren 1990 al op niet veel, en toen konden de technologievoorspellingen nog min of meer plausibel overkomen. Ik vermoed dat het nu totaal onleesbaar is geworden: de ideeën waren zo ongeveer het enige dat de moeite waard waren, want de personages en het verhaal waren al helemaal banaal.

In The Last Firewall komen dingen terug die elders ook al gezien zijn, natuurlijjk. In The Turing Option zat bijvoorbeeld ook iemand die alleen kan gered kon worden door deels machine te worden en een robot met een fractal architectuur. Hier en daar zag ik gelijk verwijzingen naar Battlestar Galactica. En ik herkende veel William Gibson, of toch William Gibson zoals ik mij hem herinner van toen ik hem bijna dertig jaar geleden las.

In het kort: we zijn ergens tussen nu en The Caves of Steel. Er zijn AI’s, die bewustzijn en persoonlijkheid hebben, maar die geen volwaardige burgers zijn. Ze krijgen een klasse naargelang hun “rekencapaciteit” (I-II-III-IV-…), en mogen pas een klasse hoger gaan als hun “reputatie” goed genoeg is. Asimov’s wetten bleken onhaalbaar onpraktisch, en dus werken ze met sociale controle en reputatiepunten, die te verdienen zijn door goede werken te doen en in het algemeen een constructief lid van de maatschappij te zijn. Aan de mensen-kant: althans in de Verenigde Staten moeten mensen niet meer werken. AI’s en robots doen al het werk, en mensen kunnen, als ze dat willen, gewoon geld van de staat krijgen en in hun vrije tijd om het even wat doen.

Dat zo’n situatie rijp is voor mogelijke conflicten: nogal duidelijk.

De meerderheid van de mensen hebben neurale implants waarmee ze op het net gaan en met elkaar communiceren en alles. Het hoofdpersonage, Catherine Matthews, is voor zover we weten uniek: zij kreeg als baby zo’n implant, en kan er dingen mee doen die andere mensen niet kunnen. Voeg daaraan toe dat ze heel haar leven allerlei Oosterse gevechtssporten en meditatie en zo doet: ‘t is plots Neo meets Lisbeth Salander. Die op een avond een robot die aangevallen werd, redt, maar daarbij twee mensen dood doet en op de vlucht slaat.

En oh ja, ondertussen waren er honderden ogenschijnlijk random gekozen doden in de hele VS. En is er een anti-AI-partij die gevaarlijk wordt.

Nee, behalve degelijke korte-termijn-science fiction is het gewoon ook een aangenaam boek om te lezen: fijne personages, een spannend verhaal, actie, en alles. En voor géén geld: kopen, dus.

[van op Boeggn]

Dix ans de garantie sur CHAQUE cheveu implanté

Ik kreeg dit als voorfilmpje bij een ander filmpje op Youtube. Machtig!

Awkward

Er zijn een paar vriendinnen van Zelie op logement. Ze zitten allemaal samen in het achterhuis. 

Conversatie:

Screen Shot 2013 08 29 at 21 46 52

Ahem ja. 

Armed & dangerous

In het kader van keuken en dingen, en ook wel van zaken die al twee maand geleden besteld waren en pas eergisteren op de post gedaan door de leverancier (zucht):

Mes!

Ah ha! Een mes! Nee, wat zeg ik? Twee messen:

Mes!

En met mijn naam erop, zelfs:

Mes!

(Er konden verdorie maar 15 karakters op.)

Gelezen: The Fuller Memorandum

Geen overduidelijke pastiche meer, zoals The Atrocity Archives en The Jennifer Morgue, maar gewoon een echt boek met echte personages die al eens geïntroduceerd werden. Op de wijze van een spionagethriller van Anthony Price.

Eens kijken hoe dat zit met de chronologie… yep, ‘t is wat ik dacht: er zitten een paar jaar voelbaar kwaliteitsverschil tussen dit en de voorganger.

Nog altijd geen grote literatuur, maar wel allemaal wat volwassener, had ik de indruk.

Bob Howard wordt op een ogenschijnlijk eenvoudige opdracht gestuurd, er valt een onverwachte dode waardoor er een intern onderzoek tegen hem start, zijn vrouw komt wat getraumatiseerd terug uit Amsterdam, en zijn baas verdwijnt op mysterieuze wijze. En ‘t is allemaal in het kader van CASE NIGHTMARE GREEN, het einde van de wereld dat er zeker aan zit te komen maar ‘t is nog niet zeker wanneer maar ‘t is wél zeker dat het er echt aan komt.

Er is niet zo enorm veel te vertellen over het verhaal zonder het allemaal te spoilen, dus eum: wie het vorige goed vond, zal dit ook goed vinden.

En voor de zekerheid: niét te lezen zonder de eerste twee gelezen te hebben, ook, wegens dat het allemaal op elkaar volgt en in elkaar haakt.

[van op Boeggn]

Zo’n zuigding

We komen denk ik ondertussen redelijk dicht bij het punt dat het écht moeilijk wordt om nog dingen te vinden die we zouden kunnen kopen voor in de keuken. 

Zo’n sous-videspel is op komst, en nu heb ik er alvast bij gekregen voor mijn verjaardag:

Jawel, zo’n zuigding. Ik had geen biefstuk of zo bij de hand, of iets anders dat dringend vacuüm verpakt moest worden, en dan maar een koppel tomaten gepakt. Ha!

Laat maar komen Grietje!

Hoera, hoezee, holadiejee, nog een jaar erbij, tralala!

Heelwelmerci voor alles, iedereen. En al. 

Er waren ongetwijfeld ook allemaal dingen waar ik een Ongezouten Mening over zou moeten hebben (bbqr, kloutparty, miley cyrus en al), maar de meningen kunnen allemaal den boom in. 

Gelezen: Wireless

Ik was al Stross aan het lezen, en ik heb nog altijd last van mijn DFW-indigestie, dus dacht ik: een bundel van zeer tot minder kortverhalen, dat kan er wel door.

Wel: a mixed bag. Om te beginnen: zeer content van het hele boek, ik voelde mij direct dertig jaar jonger. Er zaten een aantal verhalen in die ik bijzonder graag las, hier en daar dingen die ik maar ho-hum vond, en één verhaal dat ik absoluut haatte.

 

In de doos met het etiket “goed tot uitstekend”:

  • Missile Gap, de hele mensheid uit de Koude Oorlog gelicht, naar elders en later verhuisd en bestudeerd als waren het mieren
  • A Colder War: ‘t is geen Laundry Files, ‘t is een paar tonen deprimerender en nog meer Lovecraft — hoera!
  • Snowball’s Chance, een pact-met-de-duivelverhaal een paar tiental jaar in de toekomst
  • Palimpsest, dat zowel in het grotere (het hele universum wordt geëngineerd!) als in het kleine (intermenselijke relaties) uitstekend is, en dat tijdreizen en paradoxen en alles doet

In de doos met het etiket “urgh”:

  • Unwirer, samen met Cory Doctorow geschreven. Ongetwijfeld een sympathieke mens, maar zijn schtick over vrijheid en alles werkt zó hard op de zenuwen! Dat in combinatie met miljaar zo serieus allemaal en de voor de hand liggende problemen met een zéér nabije toekomst die in 2003 of zo geschreven werd.

In de doos met “gho ja”:

  • Down on the farm: Laundry maar niet zo goed, vond ik.
  • Maxos: een goed idee, maar dat is het dan wel
  • Trunk and Disorderly: P.G. Wodehouse als hij A Princess of Mars zou schrijven. Achtig. Leuk, maar niet echt hilarisch.

[van op Boeggn]

Kat

Dáár dient het internet voor:

Kevin Spacey zegt het zoals het is

Ja, vierdubbel ja. Het gaat op voor alles: muziek, boeken, comics, televisie, films: geef ons inhoud wanneer we willen, hoe we willen, voor een redelijke prijs — en we gaan ervoor betalen.

En ook: labels worden alsmaar irrelevanter. 

Ach ja, ’t is binnenkort toch weekend

Ik was wat moe vanavond en ik dacht: vroeg in bed.

Na het eten en gedoe dus, nog wat zooi regelen en hoppa, tram 4 bedde binnen om kwart na negen.

Maar dan moest de cake van Zelie uit de oven. En dan kwamen de voetballers thuis. En dan moest ik nog Breaking Bad zien. En dan stond er nog ergens iets verkeerd op het internet.

aaargh

En dan was die cake zowat afgekoeld en heb ik bij wijze van verrassing voor Zelie hem helemaal in het roze geglazuurd (een heel pak bloemsuiker, wat voedselkleurstof, een paar lepeltjes appelsap, mengen, spatelen).

Alla. Binnenkort weekend.

Goed bezig!

Sandra was met Jan naar voetbal. Ik kom thuis: Louis zit een uitgebreide wereld te maken in Towns, Anna heeft vleesbrood gemaakt dat klaar is om in de oven te steken, en Zelie had al een citroentaart gemaakt en was bezig aan een cake.

Ik heb nog wat eiwit geklopt, kleurstof door de tweede batch cakedeeg van Zelie gedraaid (cake met kleur is altijd wijs), vlees in de over gestoken, en dan later wat patatten gebakken, en voilà: klaar met eten maken.

En nu nog een stuk van die citroentaart. ’t Leven is gemakkelijk, soms.

20130822-210011.jpg

Het zag er misschien niet uit, maar ’t was wel lekker.

The gates have opened

Ik herinner mij in de afgelopen pakweg twintig jaar veel periodes dat het moeilijk was om volk te vinden, en dat plaatsingsbureaus en interimdinges en headhunters en zo grote sier konden maken. En ik herinner mij ook periodes zoals nu: dat het lijkt alsof er ergens iemand een grote emmer mensen op de arbeidsmarkt heeft uitgegoten. 

Het is wreed tegenwoordig: de ene na de andere sollicitant, op het werk. Van binnen- en buitenland, van 18 tot ouder dan zelfs mij, van geen ervaring tot ervaring up the wazoo, van geen diploma tot summa cum laude in allerlei, van zelfverzekerd tot nerveus, van communicatief tot teruggetrokken. 

Vanalles, dus.

Spannend, allemaal nieuwe collega’s krijgen. 

Zork, kind of

Het waren drie avonturiers, en ze waren elkaar tegengekomen toen ze de enige kamer moesten delen in de enige herberg van een onooglijk klein dorp aan de voet van de bergen. Louis was een elf en Jan een dwerg en Anna een tovenaar.

Het hele dorp gonsde van de geruchten. De zwarte magiër aan de andere kant van het bos was gestorven, of neen, hij was veranderd in een hagedis, of neen, hij was grootvizier geworden bij de Sultan van Zardestan, of het is niet helemaal duidelijk maar wat zeker is: hij is niet thuis, en zijn deur staat open, dat had de dorpshouthakker met zijn eigen ogen gezien. 

Of hij was binnen gegaan? Gek! Iedereen weet dat er een enorme schat in de kelder ligt, maar hij was wel slimmer dan zonder uitnodiging in het huis van een tovenaar binnen te gaan. 

Neen, hij had zijn oudste zoon naar binnen gestuurd. En dat was het probleem: de zoon ging binnen, de vader bleef op een veilige afstand staan, ze riepen wat over en weer (“en? ziet g’iets?” “euh nee, ’t is hier donker” “en nu?” “ja, er staat hier een lamp, momentje” “en? en?” “ik zie gelijk een trap naar boven, ik ga eens kijken” “en wat zegt dat daar?” “ah verdomme, mijn lamp gaat uit, wacht een momen—“) en toen werd het stil in het huis. En kwam de zoon niet meer tevoorschijn. 

Dat was eergisteren. Nu is het dorp bijeengestroomd in de gelagzaal en is het debat: wie durft het aan om de zoon van de houthakker te gaan zoeken? Wie gaat op onderzoek uit om te zien wat er met de zwarte magiër is gebeurd? En wie gaat op zoek naar die schat? 

Veel bedremmelde gezichten, veel voetengeschuifel en gekijk naar het plafond en de vloer, maar niemand die iets zegt. Tot Jan, die al een beetje teveel gedronken had, van aan de toog roept “Ik! Ik en mijn twee goede vrienden en mede-avonturiers, euh, Clovis en, euh, Dingske”.

 

…en zo bevinden ze zich de volgende dag bij valavond aan de rand van het bos, met voor hen een prachtig onderhouden grasveld rond een klein wit huis. Voor het huis staat een postbus. 

Louis vindt het verdacht, hij zegt: “ik haal mijn boog boven en ik schiet erop los”. Tsuk, tsuk, tsuk, tsuk, tsuk: vijf pijlen zitten tot voorbij de punt vast in de muur van het huis.

“Ik neem mijn zwaard in de hand en ik beklim de muur!” Louis steekt zijn boog weg, bekijkt beteuterd zijn twee overgebleven pijlen, haalt zijn zwaard uit zijn rugzak, en stormt op de muur af. Het is wat moeilijk, met een zwaard in één hand, maar hij geraakt toch naar boven via de klimop die tegen de muur hangt… tot hij ongeveer een meter of drie hoog is, en hij naar beneden valt, recht op zijn elleboog. Oei, zwaardvechten zal iets moeilijker zijn, met een verzwikte arm.

Jan wil al meteen met zijn bijl de muur te lijf gaan, maar ze beseffen dat het zo niet zal lukken: tijd om wat beter te plannen. Ze kijk eerst eens heel aandachtig naar het huis. Dat heeft een gelijkvloers en een eerste verdieping. Het is zo’n vijf meter breed, en het ziet er even diep uit. Als ze goed kijken: wat er eerst als een volledig witte muur uitzag onder de klimop, blijkt een stenen muur te zijn met een venster op het eerste verdiep. Het venster moet heel lang geleden dichtgetimmerd of dichtgemetst zijn, en dan is de hele muur overkalkt. En nog eens. En nog eens. En nog eens. Alsof iemand dat venster zéker weg wou. 

En is dat nu haar inbeelding of is het echt? Anna hoort precies gekraak of gepiep achter het venster. 

Ze besluiten de omgeving te verkennen: Anna zal voorzichtig de linkerkant van het huis bekijken, Louis sluipt rond aan de andere kant. En Jan, die zal ondertussen zijn bijl scherpen: sluipen is niet zijn beste eigenschap. 

Ho! Louis ziet een deur! En ze staat op een kier! Hij is een elf en kan heel goed zien: als hij zijn uiterste best doet, ziet hij in het duister achter de deur één… twee… vier… vijf geel-rode lichtpuntjes. Het lijken wel ogen van een vogel of een kat, maar natuurlijk heeft geen enkele vogel vijf ogen. 

 

Ik zie dat eigenlijk al helemaal zitten, Dungeons & Dragons spelen met de kinders. 

Z

Ik sloeg mijn browser open en kijkt nu, het is zowaar Adhese op de televisie!

Older posts