Gelezen: Wheel of Time 10: Crossroads of Twilight

Crossroads of TwilightOkay, vervolg van vervolg van vervolg (van vervolg, etc.). Deel tién. En nog maar eens honderden bladzijden van, euh, niet erg veel actie, deze keer de pro-versie: echt helemaal niets. Ik denk dat het ondertussen bijna drieduizend bladzijden geleden is dat het écht vooruit ging. Zei ik dat er beterschap kwam? Helaas, neen.

Een hele reeks hoofdstukken met Mat en de vrouw waar hij verliefd op moet worden terwijl hij nog altijd op de vlucht is voor de Seanchan. Een hele reeks hoofdstukken met Perrin die nog altijd een reeks mensen moet bevrijden. Egwene is nog altijd op weg naar de White Tower.

Um. Waar had ik het nog niet over gehad? 

Aha! De spanking-fetish van Robert Jordan. Om de één of andere reden worden vrouwen voortdurend lijfelijk gestraft. Over de knie, kleren uit, haarborstel of zweep erop. Goed, een mens schrijft natuurlijk wat hij wil in zijn vrije tijd, maar toch, naar mijn smaak: ofwel beperkt men het tot een vermelding om de pakweg paar honderd bladzijden (in plaats van om de tien bladzijden), ofwel doet men meteen een A.N. Roquelaure, en mag het er helemaal over en in geuren en kleuren.

Maar het equivalent van “oooh Matron! she’ll be in for such a switching!” begint op den duur ernstig tegen te steken. Vooral: Jordan steekt moeite in omschrijvingen van allerlei verschillende culturen (enfin ja, hij doet zijn best), maar hoe het ook uitdraait, of het nu the Kin of Aes Sedai of Sea Peoples of wie dan ook is — allemaal hebben ze lijfstraffen voor vrouwen, liefst nog eens naakt.

Het viel andermaal niet zo op (les livres se suivent et se ressemblent), maar ik denk dat dit het nadir van de plotontwikkeling bereikte: niets, niets, niets, of toch bijna niets. Geen slechteriken, of het zouden de snuitkevers in het graan moeten zijn, geen karakterontwikkeling, en als ik op het gevoel moet afgaan, zijn er maar een dag of vier vijf voorbijgegaan op 800 ofzo bladzijde.

Zucht. Het zou nu toch wel eens mogen beginnen vooruit gaan, vind ik. 

(Als bonus: een knip en plak extract van een Amazon review, dat de vinger niet op maar in de zwerende wonde legt:)

Phone Rep: “Hello, this is ****, representing Bigelow Tea and other fine beverages. How may I help you?”

Caller: “Well, see, I have this problem with my tea…”

P: “Which variety of tea are you having the problem with?”

C: “Bigelow Blueberry Blast.”

P: “Alright…what seems to be the problem?”

C: “See, there was this one batch of tea I brewed for myself one morning. I brewed it into a gleaming silver pitcher with a matching silver ropework tray and a set of three silver cups, each with its own saucer that was engraved around the perimeter with tiny flowers. I had bought the set in Saldea. Oh, the Sea-folk porcelain is wonderful, but I’m prone to breaking it. Anyway, I poured myself a cup of tea. There were piping hot scones in a silver bowl on the tray next to the tray that held the tea. The basket was covered with a white embroidered cloth slashed with blue silk, much like my dress. Oh, the neckline is a bit too low-cut for some of my acquaintances, who prefer good stout woolens to that Arad Domai silk that clings to the body in such a way as to leave very little to the imagination. So, as I was eating a scone and drinking my cup of tea, the steam from each rising and intertwining together like dueling serpents, I noticed a peculiar taste in the tea: it was cool and refreshing, with a hint of mint. Of course, I thought nothing of it. Giving my earlobe a tug and my braid a pull, I remembered the idiocy of every one of my male friends, indeed every male I have ever come into contact with, or ever will for that matter. The lot of woolheads can never compete with the superior logic and rock-solid reasoning that every female in the known universe possesses. It’s no wonder we all behave the same.”

P: “Um…what was your problem with the tea?”

C: “Oh yes, I’m sorry. After I had consumed the tea, I placed the cup on the silver ropework tray and covered the gleaming silver basket of scones again with the white embroidered cloth slashed with bands of blue silk, much like my dress. I remembered the stout man in the streets of Tar Valon: a vendor of sausages he was. Though I know I will never see him again, I felt it necessary to familiarize myself with every aspect of his appearance and personal history. He was a short, stout man with black hair that was beginning to grey at the temples, slicked back on his head in the manner of warriors, though it was obvious he was not one. He wore brown shoes of stained leather that rustled softly against the dirt of the streets, kicking up clouds of dust that lingered in the air even after he had passed. His pants were of stiff wool, dyed green and patched in many places. He wore a leather jerkin over a soiled white peasant’s shirt, the cuffs of his sleeves rolled up and out of his way. Around his neck was a silver chain with a medallion attached to it that bore the image of a bear. He spoke with a gruff voice…”

P: “The TEA, ma’am.”

C: “Well you don’t have to be rude about it. I was only filling you in on the relevant details.”

P: “I don’t have all day, ma’am.”

C: “You do remind me of a lad I once knew, back when I used to frequent the palace in Camelyn…”

P: “Look, we’ll send you a case of Blueberry tea, alright?”

C: “Oh…alright then, I suppose that will do nicely.”

P: “Do you have any other problems?”

C: “Well, there is this one other problem I have, but it’s not with your tea. The other day, I was pouring myself a goblet of spiced wine. Only the wine had grown cold after being left on the windowsill for whatever reason. So I siezed hold of saidar. It was pure rapture…like opening all of my petals to the sun, for I am a flower. It was like floating in a river that tore along with great speed: resist it and you would be consumed by it. So I accepted it and was consumed by the sweet joy. I sent a tiny thread of fire into the pitcher to warm the wine. Soon, steam rose from the pitcher of gold, sunlight rebounding on the inset gems. I removed the pitcher from the stark Cairheinien plinth of the finest marble and poured myself a glass. But the use of saidar had turned the spices bitter…”

*CLICK*

C: “Hello? Hello? Wool-headed sheep-herder…”

Huilen van het lachen. Of lachen van het huilen, ik wil er van af zijn. Bij de tienduizend bladzijden al. Ik ben er bijna van af.

[van op Boeggn]

Elders over misschien hetzelfde

19.12.2014: Gelezen: Ultima | 14.12.2014: Gelezen: House of Chains | 27.11.2014: Gelezen: Galápagos: A Novel | 26.11.2014: Gelezen: Mother Night: A Novel | 25.11.2014: Gelezen: The Skystone | 15.11.2014: Gelezen: Proxima | 09.11.2014: Gelezen: Le Comte de Monte-Cristo | 20.10.2014: Gelezen: Memories of Ice | 12.10.2014: Gelezen: Kitchen Confidential: Adventures in the Culinary Underbelly | 01.10.2014: Gelezen: Deadhouse Gates

Zeg uw gedacht

Vriendjes

<insert standard disclaimer>

Alles wat hier staat is mijn eigen opinie. Het wordt niet nagelezen of goedgekeurd door mijn werkgever voor het on-line komt, en ik bied geen enkele garantie voor kwaliteit of correctheid.

Mijn werkgever is het niet noodzakelijk eens met wat ik schrijf, en het spreekt vanzelf dat hij dan ook op geen enkele wijze aansprakelijk kan zijn voor wat ik hier publiceer.