Ik moest gisteren eten maken, en zondag zijnde was er niets in huis.

’t Is te zeggen, Sandra had eendenborst gekocht en we hebben allerlei in de kast en de frigo zitten, maar voor de rest was er geen idee.

Ik dus de diepvries in, kijken wat ik allemaal kon gebruiken — en voor de honderdste keer op een zak vol duivenkarkassen gebotst. ErĀ was tijd genoeg, en het was al eens lang geleden, dus nog maar eens bruine saus gemaakt.

Een stuk of zes denk ik duivenkarkassen in de oven gestoken tot een bruin, gemengde groenten aangebakken, tijm en laurier en look en dingen bijgesmeten, tomatenpuree aangebakken in de groenten, karkassen bij de dingen gesmeten, water bijgedaan, een uur of drie op laten staan, door een chinees geduwd, in laten koken, sjalot gesnipperd, in de boter, whisky bijgekapt, geflambeerd, fond bijgesmeten, rap gemaakte puree van verse braambessen erbij, scheutje azijn voor de smaak: yum.

Ondertussen ook aardbeien-frambozenconfituur gemaakt, citroenconfituur en peertjes in siroop gedaan.

De twee eerste voor in de frigo, het laatste voor bij de eendenborst die tegen dan ook klaar was.

Koken is wijs.