Zucht. Ik had Sword of Truth al een eeuwigheid geleden gekocht, misschien een jaar of tien geleden zelfs, maar de kelk altijd aan mij laten voorbijgaan. Een overdosis fantasy-shlock, weetwel.
Onlangs kwam ik het boek tegen, op zoek naar een snelle hap voor tijdens een lange rit. Ik ben licht allergisch geworden aan mega-series sinds de laatste kweetniethoeveel boeken van Wheel of Time, maar er stond nergens op de cover “part one in the epic teenoftander series”, dus ik meegenomen en begonnen.
Tegen de helft van het boek wist ik het wel, dat ik het vlaggen had. Maar zó slecht was het niet, en dus naar de Fnac om de rest van de serie.
Gisteren heb ik in bed de laatste bladzijden van het eerste boek uitgelezen, en dacht ik te beginnen aan het tweede. Te lui om op de flappagina’s te kijken, en dus op het interweb gaan kijken.
Gni! Ulp! Nee!
Er zijn verdorie elf! boeken in de serie, en geen zes zoals ik dacht. En het elfde en laatste boek moet verdorie nog verschijnen!
Zucht. Ik ga er aan beginnen. Maar niet met de volle goesting, want ik kan me zó al inbeelden dat het na het eerste boek stijl naar beneden gaat. En ik moet er nog vier bijkopen.
Ik herinner me als de dag van gisteren dat Anansi Boys geboren werd, en de barensweeën van America Gods. En het ziet er naar uit dat het weer zo ver is:
So I wrote a short story called “The Witch’s Headstone”, which will probably be chapter 4 or 5 of the book.
And today I finished writing Chapter One of The Graveyard Book, and it’s a real book. I know it’s a real book because there are all sorts of things I don’t quite know yet, and I can’t wait to find them out.
Happiness.
Happiness indeed. Een nieuw boek van Neil Gaiman. Joy.
Zuiver toevallig, op de cover afgaand en het aantal pagina’s gedeeld door de prijs, jàren geleden een omnibus-editie van de Illuminatus!-trilogie opgepikt, en ik was meteen zo verloren als een contactlens in een stofzuigerzak.
Ik heb al ‘s mans boeken die ik maar ergens kon vinden, meteen gekocht. Te beginnen met Schrödinger’s Cat en de Historical Illuminatus-boeken, maar daarna eigenlijk vanalles, ook de oeverloze boeken over peyote-visoenen en gerief. Wilson paste perfect in het rijtje dingen-die-me-toen zwaar bezig hielden: samenzweringen, verborgen geschiedenis (of waar dacht u dat ik het Albania for King Zog Committee vandaan had?), occultisme, Aleister Crowley, facsimile uitvoeringen van de Malleus Maleficarum en grimoires allerhande, enfin, een welgekomen aanvulling.
Robert Anton Wilson is aan het doodgaan. Dat is spijtig, maar zo gaat het nu eenmaal.
Ik mag hopen dat als het mijn tijd is om te gaan, ik er op dezelfde manier mee om kan gaan:
Various medical authorities swarm in and out of here predicting I have between two days and two months to live. I think they are guessing. I remain cheerful and unimpressed. I look forward without dogmatic optimism but without dread. I love you all and I deeply implore you to keep the lasagna flying.
Please pardon my levity, I don’t see how to take death seriously. It seems absurd.
Rage, rage, against the dying of the light indeed. En voor wie zich zou afvragen waar de titel van zijn weblog-entry op slaat… ik had het een jaar of vier geleden ook al eens gepost alhier, maar bis repetita en zo:
Dat is dus wel degelijk Dylan Thomas zelf, dames en heres, die zijn wellicht bekendste gedicht leest. Haal boven dat kiekenvlees!
Voilà, uit. Helemaal tegen mijn principes in, heb ik een boek-voor-onderweg verder gelezen thuis.
Ik leg mezelf uit: uit ervaring geleerd dat de beste manier om langer van boeken te genieten, is om voor elke gelegehnehid een verschillend boek te hebben. En dus heb ik een boek voor onderweg, van en naar het station. En een boek voor beneden, en voor in de living, en voor het toilet boven, en voor de slaapkamer, en voor op het werk.
Dat zorgt ervoor dat ik langer over een boek doe, dat het minder lijkt alsof ik geld geef voor dingen die eigenlijk niet lang meegaan. Maar goed. De laatste honderd of zo bladzijden thuis gelezen, want anders zou het zeker helemaal uit geweest zijn morgen vóór ik op het perron zou gestaan hebben om naar huis te gaan. En zo met twee boeken aanzetten, da’s ook een beetje stom.
Hunters of Dune is boek 7a van de Dune-heptalogie waarvan iedereen dacht dat ze op de cliffhanger van Chapterhouse Dune geëindigd was, met het overlijden van Frank Herbert. Niet slecht, al vind ik het heel erg spijtig van de deus ex machina op het einde. Een béétje bij het haar getrokken: shades of R. Daneel Olivaw, shudder boo hiss, al is het gelukkig lang niet zó erg.
Ondanks dat: ik kijk uit naar het vervolg. Tleilaxu, en Bene Gesserit, en Joden (begod!), en de elementen uit de prequels, en hoe zat het precies met dat Golden Path, en vanalles en nog wat. Te verschijnen in augustus 2007.
En morgen een nieuw boek vinden voor onderweg. Star Wars Republic Commando: Hard Contact denk ik dat het wordt. Dringend tijd om nog eens in het Star Wars universum te duiken.
Eén keer per maand koop ik nog boeken op het internet.
De oogst deze maand zal volgens de winkel helaas pas toekomen na kerstmis, maar niet getreurd: de bibliotheek op het werk bevat zo ongeveer het belangrijkste van wat er op het vakgebied van het verschijnt, zodat ik alleen nog maar de dingen ga kopen die ik echt echt zelf wil hebben.
En er komen ook regelmatig nieuwe boeken bij, dus ik ga zeker niet zonder vallen.
Omdat ik tegenwoordig wel eens mijn legersimulator boven durf te halen, en daar altijd genadeloos in de pan gehakt word, en omdat het al lang geleden is dat ik mijn bibliotheek aangevuld heb met militaire geschiedenis: tijd om achtergrondlectuur te kopen over mijn favoriete legers. David Nicolle over Romano Byzantine Armies 4th-9th Century en Ian Heath over Byzantine Armies 886-1118 en Byzantine Armies 1118-1461. Telkens prachtig geïllustreerd door Angus McBride.
Oh, en om het af te leren, iets in het vakgebied: Mike Kuniavsky’s, Observing The User Experience. Geen idee of het goed is, en ik had eigenlijk moeten kijken of het niet in de bibliotheek zit (wellicht wel), maar bon, impulse buy. Shoot me.
Beikes, wat een slechte vertaling van Jabberwocky in vrienden van de poëzie daarnet.
Alfred Kossmann en C. Reedijk waagden zich in 1947 aan een hertaling, onder de titel Wauwelwok:
‘t Wier bradig, en de spiramants Bedroorden slendig in het zwiets: Hoe klarm waren de ooiefants, Bij ‘t bluifen der beriets.
‘Twas brillig, and the slithy toves Did gyre and gimble in the wabe: All mimsy were the borogoves, And the mome raths outgrabe.
Spiramants, zijn dat nu echt “slithy toves”? Slithy, da’s slimy en lithe, en die gyre and gimble, dat geeft toch een indruk van rondtollen, nee? “Bedroorden slendig”, dat roept bij mij een zeker laissez-faire berusten op.
“Helemaal A waren de B, en de C deden D”, da’s hoe het eindigt in het origineel van de eerste strofe. In de vertaling lijkt het er zelfs niet op. Ik weet wel dat het geen vertaling kan zijn, maar toch een béétje erop lijken mag wel, nee?
Pas op de Wauwelwok, mijn kind! Zo scherp getand, van klauw zo wreed! Zorg dat Tsjoep-Tsjoep je nimmer vindt, Vermijd de Barbeleet.
“Beware the Jabberwock, my son! The jaws that bite, the claws that catch! Beware the Jubjub bird, and shun The frumious Bandersnatch!”
To jabber, het actieve ingrediënt daarin is snelheid. Snel, frenetisch, herhaald, onbegrijpbaar. Wauwelen is ook onbegrijpbaar, maar het heeft een slome connotatie. Een jabberwock is een beest dat je van ver hoort aankomen, met verschrikkelijke klauwen, en vleugels, en een lange nek en poten, en dat griezelig klinkt, zoals een bende apen in de verte in de jungle.
Een wauwelwok is een beest dat zijn slachtoffers doodt door verveling.
Tsjoep-Tsjoep. Goeie help. Om te beginnen: het klinkt veel te scherp. Jubjub bird is het origineel. Dat klinkt donker, een sinistere vogel, die misschien vanuit het struikgewas opduikt en met een stompe bek vreselijke wonden slaat in des mensens kuiten. Tsjoep-Tsjoep is een clown die uit een circus ontsnapt is.
Zelfde laken een wambuis voor frumious Bandersnatch. Frumious. Frumious! Een bandersnatch, dat is een beest dat dingen weggrist. Dingen zoals ogen, of buikspieren, of bovenbenen. In vertaling wordt die frumious Bandersnatch een “barbeleet”.
Uh huh. Een vis, quoi.
De rest is al evenzeer om bij te huilen:
Hij nam zijn gnijpend zwaard ter hand: Lang zocht hij naar den aarts-schavoest Maar nam rust in lommers lust Op een tumtumboomknoest.
En toen hij zat in diep gedenk, Kwam Wauwelwok met vlammend oog, Dwars door het bos met zwalpse zwenk, Sluw borbelend wijl hij vloog.
Eén, twee! Hup twee. En door en door Ging kler de kling toen krissekruis. Hij sloeg hem dood en blodd’rig rood Bracht hij het tronie thuis.
Hebt gij versnaggeld Wauwelwok? Kom aan mijn hart, o jokkejeugd! O, heerlijkheid, fantabeltijd! Hij knorkelde van vreugd.
‘t Wier bradig, en de spiramants Bedroorden slendig in het zwiets: Hoe klarm waren de ooiefants, Bij ‘t bluifen der beriets.
Jokkegeugd? Aargh.
In Douglas Hofstadter’s Gödel, Escher, Bach stond er een heel hoofdstuk over vertalingen van Jabberwocky. Spijtig dat de man geen Nederlands kon, of het had er meteen bij kunnen staat als voorbeeld hoe het niet moet.
Nee, deze versie is dan toch iets beter:
Il brilgue: les tôves lubricilleux Se gyrent en vrillant dans le guave. Enmîmés sont les gougebosqueux Et le mômerade horsgrave.
«Garde-toi du Jaseroque, mon fils! La gueule qui mord; la griffe qui prend! Garde-toi de l’oiseau Jube, évite Le frumieux Band-à-prend!»
Son glaive vorpal en main il va- T-à la recherche du fauve manscant; Puis arrivé à l’arbre Té-Té, Il y reste, réfléchissant.
Pendant qu’il pense, tout uffusé, Le Jaseroque, à l’oeil flambant, Vient siblant par le bois tullegeais, Et burbule en venant.
Un deux, un deux, par le milieu, Le glaive vorpal fait pat-à-pan! La bête défaite, avec sa tête, Il rentre gallomphant.
«As-tu tué le Jaseroque? Viens à mon coeur, fils rayonnais! Ô Jour frabbejeais! Calleau! Callai!» Il cortule dans sa joie.
Il brilgue: les tôves lubricilleux Se gyrent en vrillant dans le guave. Enmîmés sont les gougebosqueux Et le mômerade horsgrave.
Pockets, of hardcovers. Gelijmd, ingebonden, met een bladwijzer. Op glanzend papier, op gerecycleerd papier, op bijbelpapier. Met grote letters, kleine letters, boeken!
Hoera boeken!
…en kijk eens wat er vandaag toegekomen is, helemaal uit de Verenigde S van A?
Whee! Absolute Sandman, part I!
Kwaliteitspapier, ingebonden in leer, voor het overgrote deel helemaal opnieuw ingekleurd… Oh baby.
Sla het open op om het even welke pagina, en het blijft openliggen op die pagina. Zoals het een goed ingebonden boek betaamt. En er zit een bladwijzer in. En de cover is helemaal echt ge-embossed. Mmmm.
Zo voos als een werkelijk zeer voor konijn, zo zit ik hier.
Ik heb buitengemeen goed geslapen vannacht, eens ik in slaap geraakte. Geen idee waarom, maar ik heb daar zo’n beetje liggen myoclonisch doen van zowat halftwaalf (vroeg gaan slapen wegens kapot) tot misschien wel één uur. En hoe goed een mens daarna dan ook slaapt, vijf uur slapen blijft toch maar vijf uur slapen.
Normaal gezien slaap ik een half uurtje op de trein en dommel ik een minuut of tien in de bus naar het werk en ben ik dan weer goed tot het half uur slapen op de de treinrit naar huis.
Maar! Ik ben nu aan een dermate goed boek bezig dat het mij niet gelukt is.
En dus zit ik hier nu zo voos als een voos konijn. Bzzzrr. Ik doe normaal niet mee aan middagpauzes, maar ik denk dat ik nu toch een half uurtje met de deur toe in de zetel ga liggen.
Toen ik toekwam op mijn werk had ik nog een pagina of tien te lezen in Judas Unchained. En toen was er plots ene uur opleiding voor nieuwe telefoons die we hebben:
Toen ik terugkwam in mijn bureau, bleek dat er geen netwerk meer zat in het gat in de muur waar mijn netwerkkabel uitkwam. Ik wist stomgaweg niet dat er aan de andere kant van het bureau nog een gat was waar al netwerk in toekwam, dus zat ik een tijd technisch werkloos.
En dus heb ik Judas Unchained uitgelezen.
Ach ja.
‘t Is niet slecht, maar ‘t is ook lang niet goed hé. Traag begin, decent midden, vissenstaart op het einde. Allerlei interessante dingen (Cat! Sifen!) waar geen antwoord op gegeven wordt. Alleen hélemaal op het einde, bladzijde 1250 of zo, was er nog een balonnetje, een kier naar een interessante afwikkeling in een nieuwe serie. Maar behalve dat: heelder subplots zijn gewoon aan mij voorbijgegaan, en he boek had gerust een goeie 900 pagina’s korten kunnen zijn.
Maar qua ppc (pagina’s per cent) is het wel een goeie zaak, uiteraard.
Next up: Houellebecq. I’m *so* looking forward to this.
De eerste vijftig pagina’s heb ik gelezen toen ik het toegekregen heb.
Ik lees boeken in vlagen. En genres boeken in vlagen ook.
Ik lees voortdurend science fiction en fantasy, maar voor de rest heb ik zo van die periodes, die ik vroeger redelijk goed kon reconstrueren aan de hand van mijn boekendatabase, maar sinds die voor geen centimeter meer klopt wegens noch de oudere boeken noch de nieuwere boeken er in gestoken en van de boeken die ik heb geen kwart eigenlijk in de database…
Tengwoordig lees ik al een paar maanden vooral vakliteratuur. Van usability en interfaces en requirements en documentatie en zo. Maar ik kom daarvoor uit een hele periode van alternatieve geschiedenis, zowel voor de leute (genre Turtledove) als meer serieuze dingen; en ik had rond 1998–99 een hele periode van “militaire geschiedenis”: Clausewitz, Theodore Ayrault Dodge, Sun Tzu natuurlijk, Hans Delbruck (die van de hersenen in Young Frankenstein!), die dingen. En ook een hele periode wetenschap: Dawkins, en Gould, en Feynman en Darwin uiteraard (al staat het machtigeThe Expression of Emotion in Man and Animals zie ik ook niet in mijn database), en stapels andere, en dan heb ik een hele periode (auto)biografieën gehad: Churchill en Schechter’s biografie van Erdös en die van Feynman en van Gandhi en een stuk of wat van Hitler (Bullock, Kershaw, …) en Mussolini, en Pius XII, en Tolkien en Lenin en Markus Wolf en Mao en…
Maar biografieën van science fiction-schrijvers, daar had ik er nog geen van gelezen. Ik heb mijn eerste net besteld: die van James Tiptree, Jr.
Omdat James Tiptree, Jr. een ongelooflijk goeie auteur is—lees Her Smoke Rose Up Forever en val rustig omver—en omdat ik zoals de rest van de wereld zeer lang niet wist dat James Tiptree, Jr. eigenlijk Alice Sheldon was, en omdat dat mij zwaar fascineert.
“Absolute Sandman” collects the first 20 issues of Neil Gaiman’s groundbreaking series, with 18 of the 20 stories completely re-colored. As can be seen by the example shown, the new colors look spectacular. The hardcover volume will be released in November. Wayne joked that new “Sandman” projects will depend on how well the $99 volume sells.
Ik droom ondertussen al jaren van de dag dat ik al mijn boeken weer ga kunnen in rekken zetten en klasseren, als de schier eindeloze verbouwingen hier gedaan zullen zijn.
Nu liggen ze verspreid over het huis, op en in kasten, in grote en kleine kartonnen dozen (al dan niet bananendozen, al dan niet van Chiquita), overal en nergens, en vooral: ongeklasseerd.
Ik ben vrees ik lichtjes dwangneurotisch als het op klasseren aankomt—geen slechte eigenschap voor iemand die professioneel met databases en structuren bezig is, houd ik mezelf dan voor.
Mijn CD’s, vóór ik ze allemaal in de computer geript had, stonden alfabetisch op hoofduitvoerder en dan op datum van eerste verschijning. Naam of achternaam, naar gelang: ABBA, Alan Parsons’ Project, The Beatles, Beck, Morissey, Mojo Nixon, Pink Floyd, … Klassiek stond ertussen op componist. Verzamelplaten stonden achteraan alfabetisch op naam van de compilatie, klassiek met meer dan één componist op naam van uitvoerder of dirigent. Easy-peasy.
DVD’s: ook niet moeilijk. Specifieke kinderdingen vooraan zonder klassement (hopeloos namelijk, ze halen ze zelf uit), en de rest op titel. Behalve dat dat klassement nu al een paar maand niet meer gevolgd wordt, en dus alles door elkaar staat. Maar goed, eenvoudig rechtgetrokken.
Boeken, dat was pas een ander paar mouwen. Ik heb er niet zó veel—een paar duizend schat ik—maar toch genoeg dat ik me niet kan veroorloven om op elke boekenplank genoeg hoogte en diepte te voorzien voor alle mogelijke formaten.
Dus had ik in mijn vorige bibliotheek de overgrote meerderheid van de planken op pockets voorzien, en stonden alle hardcovers en grotere boeken samen achteraan. En alle boeken alfabetisch op auteur en daarbinnen op datum van eerste publicatie, uiteraard. En alle comics en graphic novels stonden tussen de gewone boeken, in de mate van het mogelijke. En alle naslagwerken stonden samen. En alle computerwerken ook. En ook alle handleidingen. En de tijdschriften, in dozen, natuurlijk. En de echt grote boeken op grootte op de bovenste planken.
Alles wat hier staat is mijn eigen opinie. Het wordt niet nagelezen of goedgekeurd door mijn werkgever voor het on-line komt, en ik bied geen enkele garantie voor kwaliteit of correctheid.
Mijn werkgever is het niet noodzakelijk eens met wat ik schrijf, en het spreekt vanzelf dat hij dan ook op geen enkele wijze aansprakelijk kan zijn voor wat ik hier publiceer.
Ter info
Eén van mijn e-mailadressen is michel [at] zog punt org. Normaal gezien antwoord ik daar, buiten de kantooruren, onmiddellijk op.