Archief voor de categorie 'Boeken'

 

Gelezen: The Master and Margarita

woensdag 29 april 2015 in Boeken. Permanente link | 2 reacties

master-and-margaritaHebt ge dat ook soms, zo van die halve paniekaanvallen van “aargh al die klassiekers die ik eigenlijk zou moeten gelezen hebben maar die ik nog niet gelezen heb”?

Ik anders wel, om de zoveel tijd. En als een boek omschreven wordt als “Many critics consider it to be one of the best novels of the 20th century, as well as the foremost of Soviet satires”, dan is dat voor mij voldoende om op de lijst ‘dan eens te lezen, dan’ gezet te worden.

Het valt niet altijd mee, van die boeken die enorm goed gevonden worden, maar deze keer wel. Er staat meer dan een mens wil weten op de Wikipediats; het punt is: ik heb het graag gelezen, het verhaal van de Duivel die naar de USSR komt, verweven met het verhaal van Pontius Pilatus en zijn schuldgevoel.

Ik ben content dat ik nog naar de Sovjetunie gegaan ben vóór het einde van het communisme: dat maakt dat ik er mij alsnog wat meer in kan inleven, de histories van buitenlands geld en achterdocht en verlinking.

Neen, leutig boek. Oh, en goed ook, veronderstel ik.

[van op Boeggn]

Gelezen: Wandering Earth

woensdag 22 april 2015 in Boeken. Permanente link | 2 reacties

wandering earthSnel, wat hebben deze drie fragmenten met elkaar gemeen?

“Standing under the summit of a tall, white mountain, she declared that this new kingdom would be known as ‘Realm of the White Mountain’,” he said grandly.

“Our civilization, let’s just call her ‘the God Civilization’, existed long before Earth was born.”

It had become the Curse 2.0. The original creator of the Curse 1.0 now became known as “Curse Progenitor” and the IT-archeologist who update the code was tagged as “Curse Upgrader”.

Drie keer schoolvoorbeelden van waar ik me toch redelijk aan gestoord heb in Wandering Earth, een verhalenbundel van Cixin Liu: expositie, expositie, expositie, en “deze gebeurtenis/persoon/ding, die de naam ‘gebeurtenis/persoon/ding X’ kreeg, …”.

Akkoord dat dat tweede typisch Chinees is, waarschijnlijk omdat er dan in de plaats van ‘gebeurtenis/persoon/ding X’ een ideogram staat dat de gebeurtenis/persoon/ding aanduidt in de rest van het verhaal en dat zonder die uitleggende context niet te begrijpen zou geweest zijn, maar het komt te veel voor, en te nadrukkelijk. Zowat alles wordt omschreven, en dan ‘genoemd’. Ik denk dat een goede vertaler dat zou achterwege gelaten hebben.

Blijft over: expositie, expositie, expositie. Cixin Liu schrijft sciencefiction met wetenschap van de jaren-nu, maar verhaaltechnisch voelt het allemaal zeer amateuristisch aan. Show, don’t tell is niet aan hem besteed: is er bijvoorbeeld een ruimteschip op weg naar de Aarde om de planeet op te vreten, dan komt er eerst een gezant van een al opgegeten planeet (die ettelijke pagina’s lang alles wat er met zijn planeet gebeurde van naaldje tot draadje uitlegt), en dan een gezant van het ras dat de Aarde zal verwoesten (die naar de Verenigde Naties trekt, en daar nog eens ettelijke pagina’s aan een stuk het verhaal over doet).

De verhalen zelf vind ik ook, mja, oubollig. Een reuzengroot ruimteschip komt aan, één man zwemt (!) naar waar het ruimteschip zweeft, krijgt in ik-weet-niet-hoe-lange lap tekst een volledige geschiedenis van de samenleving van het ruimteschip, en dat is dat. Een virus begint onschuldig en eindigt als een beschavingseindigende artificiële intelligentie. Een soort fabel van technologische mieren en technologische dinosaurussen, die eindigt in wat al van het begin doorgetelefoneerd was: de uitroeiing van de dinosaurussen 65 miljoen jaar geleden.

Zucht ja: doorgetelefoneerde verhalen. Ik had soms de indruk dat ik een slechte Aster Berkhof aan het lezen was die een oude Asimov aan het navertellen was in een De Beste Vlaamse SF Van Het Jaar 1979-bundel.

Niet dat de ideeën slecht zijn, verre van. Maar ik persoonlijk zou de helft van de verhalen in Wandering Earth laten vallen, en de andere helft ofwel tien keer korter in een “hier, dit zou nog eens een idee zijn voor een wijs boek”-powerpoint gezet hebben, ofwel tien keer langer in een “hier, een volledige wereld die we samen aan de hand van een aantal personages gaan ontdekken” geschreven hebben. En niet met telkens die ellendige alwetende verteller die letterlijk vertelt in de richting van een luisteraar in het verhaal, zonder de minste interactie.

Neen. Niet content.

Ik ben er met te veel verwachtingen aan begonnen, vrees ik. Ik zou dit heel graag gelezen hebben in 1979, ongetwijfeld. Maar anno 2015 is het me te gemakkelijk en te oppervlakkig.

[van op Boeggn]

Gelezen: Pnin

donderdag 9 april 2015 in Boeken. Permanente link | 2 reacties

PninIk zit al sinds gisteren met Pnin in mijn hoofd. Arme Pnin.

Pnin is een karikatuur van een mens, kaal, te gespierd bovenlijf, dunne beentjes, vrouwelijke voeten. Pnin spreekt een vreemd soort Engels, vol Russische constructies, en Franse en Duitse klanken. Pnin wordt geleefd, door zijn ex-vrouw, door zijn collega’s aan de universiteit.

His life was a constant war with insensate objects that fell apart, or attacked him, or refused to function, or viciously got themselves lost as soon as they entered the sphere of his existence. Pnin is belachelijk, en hij beseft het zelf niet.

Aan de oppervlakte is dat de indruk. Het boek is een reeks vignetten, die in schuifjes gepubliceerd werden in The New Yorker, en dan aan elkaar geschakeld werden voor het boek: Pnin neemt de verkeerde trein, Pnin huurt een kamer, Pnin komt zijn ex-vrouw tegen, Pnin is op bezoek bij andere Russische émigrés, Pnin geeft een feest.

Een reeks bijzonder grappige vignetten — die Pnin toch! is telkens de ondertoon — maar gaandeweg lijkt het alsof er een zeer ongelijke strijd aan de gang is. Pnin wordt door de verteller neergezet als een karikatuur, maar door de kieren van het verhaal komt er een andere mens tevoorschijn, en wordt het alsmaar duidelijker dat de verteller niet erg te vertrouwen is.

De verteller is een smeerlap, die ik verdenk van een afrekening met Pnin. Waar Humbert Humbert uit Lolita achter zijn zelfopgebouwde façade een sléchte mens is,  blijkt Pnin een in-goede mens te zijn.

Zijn ex-vrouw zadelt hem op met haar zoon uit een tweede huwelijk, en Pnin doet zijn uiterste best om hem te helpen: ontroerend, hoe hij voor zijn eerste bezoek een boek gaat kopen en een voetbal, en als dan blijkt dat de zoon niet graag voetbalt, loopt hij snel naar boven, steekt hij de voetbal weg en geeft hij hem geld in de plaats. De verteller gebruikt de episode als een illustratie om nog eens door te drukken hoe onhandig Pnin wel is (hij breekt half de kamer af terwijl hij die voetbal wegsteekt), maar wat blijft hangen, is de ontroering.

Hij is ook niet zo’n kluns als de verteller hem neerzet: als hij bij zijn Russische vrienden is, is hij plots geen belachelijke nar meer, maar een geliefde, gesofisticeerde en zelfs sportieve man, helemaal in zijn element.

En door en achter alles heen is Pnin ook een dieptragisch figuur, zelfs al blijft hij fundamenteel optimistisch van inborst: zijn eerste grote liefde kwam om in een concentratiekamp (en daar is hij nog altijd niet over); hij trouwde met een vrouw waar hij stapelverliefd op was, maar die hem niet graag zag (en hij is er nog altijd verliefd op).

Een zeer vreemd boek: ik heb enorm veel moeten lachen toen ik het las, en achteraf bleef vooral een vaag gevoel van droevige nostalgie achter.

Ik lees dat Pnin even terugkomt als professor in Nabokov’s Pale Fire. Ik weet al wat op mijn leeslijst te zetten.

En als Pnin nog niet op uw “te lezen”-lijst stond: doen, en wel meteen.

[van op Boeggn]

Gelezen: The Three-Body Problem

zondag 5 april 2015 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

Three BodyIk lees niet graag vertaalde boeken. Als een vertaler niet heel, héél goed is, kan die zelfs een uitstekend boek kapotmaken.

Het is hoedanook al moeilijk om een goede vertaling te maken, maar een boek uit een volledig andere cultuur vertalen, brengt nog een resem andere problemen met zich mee. The Three-Body Problem (三體) is deel één in een trilogie van China’s wellicht meest bekende sciencefictionschrijver, en we kunnen er korte metten mee maken: ik vind het alvast zeer goed vertaald.

Soms is er in de tekst zelf ingegrepen (met instemming van de auteur), en er zijn soms voetnoten nodig om de specifieke context uit te leggen, en de vertaling balanceert tussen vlot Engels en toch ergens de nodige vervreemding van een niet-Engels origineel. Zeer fijn.

Twee hoofdpersonages in het verhaal: Ye Wenjie, astrofysicus en dochter van een tijdens de Culturele Revoluytie geëxecuteerde wetenschapper, en Wang Miao, een onderzoeker in nanotechnologie.

Ye wordt eind de jaren 1960 verbannen naar een houtkapgebied. Ze raakt er gedegouteerd van de vernietiging van de natuur, leest The Silent Spring, dat haar vriend Bai Mulin naar het Engels aan het vertalen was, en ondersteunt hem als hij een vlammende brief naar Beijing stuurt over de ecologische gevolgen van de ontbossing.

De regering is niet zo opgezet met de brief, en Bai steekt het helemaal op Ye. Die normaal gezien in de gevangenis zou vliegen (of erger), maar met haar wetenschappelijke achtergrond krijgt ze de keuze: gevangenis, of de rest van haar leven in een supergeheime wetenschappelijke basis. Redelijk teleurgesteld in de mensheid, kiest ze redelijk vanzelfsprekend het tweede.

In de nabije toekomst plegen een hele reeks vooraanstaande wetenschappers en onderzoekers zelfmoord. Wang Miao raakt in het onderzoek betrokken: blijkt dat een game een belangrijke rol speelt. The Three-Body Problem, een soort simulatie van een beschaving op een planeet die nu eens gewone dagen en seizoenen kent, en dan weer chaotische periodes van onvoorspelbare zonsopgang en -ondergang, met soms volledige verbranding of bevriezing van de planeet tot gevolg.

Terwijl Wang het spel speelt en alsmaar verder raakt — uiteindelijk komt hij er achter dat het om een planeet in een systeem met drie sterren gaat — blijkt dat er iets mis is met een aantal natuurwetten op Aarde. En ziet Wang plots een countdown op foto’s die hij neemt. En iets later, ziet hij diezelfde countdown in zijn gezichtsveld. En wordt hem gevraagd om te stoppen met zijn onderzoek in nanotechnologie; door wie precies: niet duidelijk.

Een fijn boek van klassieke harde sciencefiction. Het was al heel lang geleden dat ik er nog zo eentje gelezen had.

Wachten op de vertaling van deel twee en drie, verdorie. Met aliens en al!

[van op Boeggn]

Gelezen: Hollow City

maandag 30 maart 2015 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

Hollow CityIk was content van boek één, en aangezien het eindigt met een cliffhanger en er al een vervolg was: in de rapte ook gelezen.

Voor ongeduldige mensen: ja, dit is ook goed, en getverdimme ja, dit eindigt ook met een cliffhanger, en neen, hier is nog géén vervolg op.

Bespaar u de frustratie dus en wacht tot deel drie uit is, of het zou moeten zijn dat dat van hetzelfde hemd een neusdoek is, enfin, ge doet natuurlijk wat ge wilt.

Opnieuw hetzelfde concept, van een verhaal opgehangen aan gevonden oude foto’s. De peculiar children uit boek één zijn hun Miss Peregrine kwijt, ‘t is te zeggen, ze is veranderd in een vogel (wat normaal is want zij kan dat) maar ze kan niet meer terug veranderen (wat niet normaal is). Om haar te genezen hebben ze maar een paar dagen om van het ene eind van het land naar Londen te gaan, wat in 1940 niet evident is. Cue zigeuners, avonturen, Jacob die ontdekt wat hij allemaal kan doen met zijn peculiariteit, moeilijke beslissingen, onverwachte wendingen, slechte slechteriken, liefde, zelfopoffering, dood, the works. 

Nu ik op voorhand wist dat het echt oude foto’s en dat het verhaal bij wijze van spreken rond de foto’s geschreven is in plaats van foto’s ter illustratie van het verhaal, had ik soms de indruk dat het wat bij de haren getrokken was: zo van “oh ja, er komt een zeer magere man in voor die niet veel bij te dragen heeft aan het verhaal, maar dat is gewoon omdat de auteur een wijze foto van een zeer magere man had liggen”.

Behalve dat: spannend, onderhoudend, en mijn dertig of vijfendertig jaar jongere ik zou dit ook nog zeer graag gelezen hebben.

[van op Boeggn]

Gelezen: Miss Peregrine’s Home for Peculiar Children

vrijdag 27 maart 2015 in Boeken. Permanente link | 9 reacties

Miss PeregrineRansom Riggs had een hele reeks weirde foto’s verzameld, en dacht die uit te geven in een prentenboek. En dan zei iemand bij de uitgever dat het misschien wel leutig zou zijn om een verhaal bij de foto’s te hebben, en voor ge ‘t weet is er Miss Peregrine’s Home for Peculiar Children: een avonturenboek over een jongen die zijn grootvader verliest.

De grootvader vertelde zijn kleinzoon over zijn jeugd lang geleden, in een tehuis met allemaal vreemde kinderen, maar het klonk allemaal als wilde verhalen en sprookjes, en het is pas als de grootvader (ondertussen heel oud, en iedereen denkt dat hij een vijs verloren is) gedood wordt door wat de mensen zeggen wilde honden geweest te zijn, maar waar zowel grootvader als kleinzoon een soort wezen met tentakels als tongen gezien hebben, dat de kleinzoon er weer in gelooft.

Of niet. Want: volgen lange therapiesessies voor de kleinzoon, en natuurlijk kan het geen écht monster geweest zijn.

En dan puzzelt de kleinzoon de laatste woorden van zijn grootvader bij mekaar, nadat hij een boek erft waar een brief in zit, en gaat hij op zoek naar het tehuis.

Een schoon klein boekje, vond ik. En spannend ook. En ik had er geen flauw idee van dat het échte (hier en daar minimaal aangepaste) foto’s zijn in het boek, ik dacht dat het speciaal gemaakte foto’s waren. Toen ik dat uiteindelijk doorhad, ben ik nog eens herbegonnen, en het boek voelde meteen helemaal anders aan.

Aangeraden voor jong en oud, en het zou me verbazen als hier geen film of tv-reeks van komt.

Misschien verwant:

  1. Children in Heat
  2. House of Chains 
  3. Fun Home, A Family Tragicomic

[van op Boeggn]

Gelezen: Midnight Tides

donderdag 26 maart 2015 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

Midnight TidesDit is waar ik bij mijn eerste doorlezing een tijd gestopt was met The Malazan Book of the Fallen, denk ik. Erikson maakt het een mens ook niet gemakkelijk: deel vijf van de reeks heeft weinig of niets te maken met de eerste vijf delen, en het is pas ergens zeer diep in het boek (hoofdstuk 12, rond het midden) dat duidelijk wordt hoe de omgeving van het boek past in de wereld — dat “the Errant” een collectieve naam voor de Forkrul Assail is, dat er ook hier massieve ruzie was tussen T’Lan Imass en Jaghut, en dat het hier allemaal gaat om de nazaten van Tiste Edur en een nieuw volk, de Letherii.

En gedoe met the Crippled God, en dat Hood blijkbaar geen plaats heeft op Lether, en zoals bijna altijd Elder Gods die zich voordoen als gewone mensen.

Oh, en een krijger die met zijn broers er op uit wordt gestuurd om een magisch zwaard te vinden voor zijn koning, maar dan blijkt dat de jongere broer het kwestieuze zwaard aanraakt — wat hij expliciet niet mocht doen — en dan wordt die jongste zoon op gruwelijke wijze onsterfelijk (thanks, Crippled God!) en kroont hij zichzelf keizer.

En nog allemaal andere onsterfelijke of ondode karakters, waaronder één die echt niet liever wil dan enorm griezelig zijn en mensen bang maken, en zeer graag lange nagels zou kopen en puntige tanden.

Om te zeggen dat het bij momenten zeer grappig is, en bij momenten zeer pakkend, maar ik heb het moeilijk gehad, en het heeft lang geduurd eer het uit was. Er zitten stukken in die vintage Erikson zijn en zeer aangenaam om lezen, maar ik had meer dan eens het oncomfortabele gevoel dat hij gewoon moeilijk aan het doen was om moeilijk te doen.

Boek zes en zeven zijn hier een rechtstreeks vervolg op, dat maakte ze voor zover ik me herinner ook minder lastig. Serieus: een reeks schrijven en dan op het einde van boek vier alles in medias res laten staan, en een volledig ander verhaal beginnen in boek vijf. Trr.

[van op Boeggn]

Gelezen: A Song for Arbonne

dinsdag 24 maart 2015 in Boeken. Permanente link | 2 reacties

ArbonneAl sinds Lord of the Rings en zijn Hey dol! merry dol! ring a dong dillo! Ring a dong! hop along! Fal lal the willow! Tom Bom, jolly Tom, Tom Bombadillo! heb ik een gloeiende hekel aan gezang en poëzie in fictieboeken.

Dat trekt meestal op niets, dat is meestal zo cringe als maar kan zijn, en ik sla het dan ook meestal gewoon in één beweging over. Zelfs als ik het eigenlijk wellicht niet zou moeten doen, wegens belangrijk voor het plot en allerlei.

In een audioboek is er helaas niet onderuit te komen.

Het was al een tijd geleden dat ik Song for Arbonne gelezen had: ‘t is fantasy, maar voor mensen die eens wat anders willen dan de zoveelste op Angelsaksische archetypes gebaseerde dinges. De Provence in de hoge middeleeuwen — denk troubadours, trouvères, hoofse liefde, doe er een scheut echo’s van de Albigenzische kruistochten bij en hey presto.

Fijne personages, fijne wereld, maar bij het herlezen (herbeluisteren) viel me vooral op hoe enorm kort het verhaal is, en hoe weinig er eigenlijk maar gebeurt. Een stuk of vier vijf set pieces en dat is dat: in een coverblurb schrijft de San Francisco Chronicle “Elegant, sweeping and colorful… one of those books you wish would never end”, en daarin heeft de recensent gelijk.

Het boek eindigt namelijk op het moment dat ik het graag had zien beginnen: een jongste zoon die net tegen zijn vader en zijn rechtmatige koning gevochten heeft, zijn oudere broer verloren is, en nu zelf koning wordt van een land dat op gruwelijke wijze oorlog aan het voeren was (met martelingen en verkrachtingen). Een hoofdpersonage dat nu dus met de gebakken peren van de faits accomplis van niet alleen deze laatste maar ook de vorige oorlog zit.

Maar bon.

Fijn boek voor wie zich graag eens vervoerd ziet naar een alternatieve versie van de pakweg 12de eeuw, op een wereld met twee manen waar mensen zowel een God als een Godin aanbidden; maar die voor de rest Zuid-Frankrijk had kunnen zijn.

Neem die poëzie en in het audioboek het zingen (oh God, het zingen) er dan maar bij, ‘t valt uiteindelijk allemaal mee.

[van op Boeggn]

Laat die medaille voor moed en zelfopoffering maar aanrukken

dinsdag 17 maart 2015 in Boeken, Film. Permanente link | Geen reacties

Uren en uren en uren aan een stuk, twee lange films na elkaar, in een zaal vol tienermeisjes naar Divergent en Insurgent zitten kijken.

Serieus, als dat geen eeuwige dankbaarheid van mijn dochter waard is: ik weet het niet.

Gelukkig was de film gelijk wat beter dan het boek. Het verhaal blijft met haken en ogen aan mekaar hangen natuurlijk, maar we zijn gelukkig van het oeverloos geëmmer en de schrijvelarij van mevrouw Roth verlost. En door het in de film allemaal nog veel oppervlakkiger te maken, worden die haken en ogen van de boeken ook wat verdoezeld.

Oh, en door dezelfde acteurs te gebruiken in de eerste en de tweede film, gedragen de personages zich ook meer consistent, en zijn ze ook van elkaar te onderscheiden als ze spreken — wat ook al niet van de boeken kan gezegd worden.

Gelezen: Lolita

dinsdag 24 februari 2015 in Boeken. Permanente link | 7 reacties

LolitaJaja, schaam op mij, ik had dit nog niet gelezen.

Um. Wat kan ik zeggen dat nog geen duizend keer vóór mij gezegd is, en beter, door mensen die er meer van weten dan ik?

Een meesterwerk. Bijna niet te bevatten dat Engels niet Nabokov’s moedertaal is. Een heel boek over een pedofiel en een twaalfjarig meisje, en hun uitdrukkelijk zeer seksuele relatie, zonder ook maar één vuil woord. Bij momenten hardoplachend grappig, bij momenten schrijnend triest, bij momenten verstillend pakkend. Volledig geschreven vanuit het standpunt van Humbert Humbert, een Europese émigré in de VS, sinds zijn jeugd geobsedeerd door “nymphets”, een bepaald soort prepuberale meisjes.

De man had een kleine erfenis opgedaan van een ver familielid, had zich gevestigd in een slaperig dorpje en was er op slag verliefd geworden op Dolores Haze, Lolita. Hij trouwt met haar moeder om er toch maar dicht bij te zijn, beschrijft minutieus wat hij doet om ze toch maar te kunnen aanraken, wat er van seconde tot tot seconde gebeurt als ze op zijn schoot kruipt, hoe onmogelijk zijn liefde wel is — en dan komt de moeder in een ongeluk om het leven.

De eerste avond dat hij alleen is met Lolita, geeft hij ze een slaapmiddel en denkt hij ze te kunnen bepotelen in haar slaap: blijkt dat ze nog wakker is, en verleidt zij hém. Waarna ze twee jaar lang de hele Verenigde Staten rondzwerven, van motel tot motel, van de ene naar de andere attractie.

Hij controleert al wat ze doet — geen contact met vreemden! — en geeft ze enkel zaken in ruil voor seksuele diensten: neen, géén gezonde relatie. Maar omdat alles vanuit één standpunt geschreven is, van een toegegeven zieke mens (niet alleen die pedofilie, ook allerlei depressies en achtervolgingswaanzin), is het absoluut niet duidelijk is wat de realiteit is. En is Lolita voor ons even mysterieus is als voor Humbert: in hoeverre is zij slachtoffer en prooi, in hoeverre controleert zij eigenlijk Humbert en heeft ze haar lot in eigen handen?

Had ik al gezegd dat het ongelooflijk mooi geschreven is? Het is sensueel mooi van taal, met woordspelingen en allusies en alliteraties en over-en-weer tussen Frans en Engels; het speelt met de vorm van het boek, dat als een dagboek begint en dan een soort biografie wordt en dan een huis clos-achtig ding, en dan een road movie en dan een actiefilm, en dat allemaal in een raamvertelling met een voorwoord van een fictief personage en een nawoord van de echte auteur, maar dat daarom niet noodzakelijk minder fictief zou zijn.

Al wie dit nog niet zou gelezen hebben: niet twijfelen.

Oh ja: ik ga graag eens kijken naar de één-ster-reviews op Amazon, voor de boeken die ik lees. Dit stuk uit een review van ene J. Cooper was voor hem een hoofdreden om het boek slecht te vinden. Ik kan begrijpen waarom, zelfs al ben ik het er 100% mee oneens. Voor de volledigheid en bij wijze van waarschuwing dus:

I was also irritated by the use of language. There’s a difference between writing with a large vocabulary and beating the reader over the head with it. I felt as though I was watching Nabokov doing verbal gymnastics when I had merely asked him to tell me a story. Though I was able to understand the English, despite the use of more complicated words than are needed, I cannot speak French and it is ridiculous to intersperse an English language book with French phrases. It’s a prime example of Nabokov’s arrogance. All of this hampers the flow of the book.

[van op Boeggn]

Gelezen: The Inimitable Jeeves

vrijdag 20 februari 2015 in Boeken. Permanente link | Eén reactie

InimitableIk ben niet zo erg als Stephen Marche, die dit boek honderd keer las, maar ik heb het zeker al een keer of zes zeven gelezen. En het is waar: het is als een perfect zittende zetel in een perfecte kamer op een perfect moment.

The Inimitable Jeeves lezen is ergens zijn waar het fijn verblijven is. Ik las het vóór ik de serie op tv zag, maar na de eerste drie minuten Jeeves & Wooster was het natuurlijk was het onmogelijk om mij Bertie Wooster als anders dan Hugh Laurie voor te stellen, en Jeeves als Stephen Fry.

En zo lees ik nu P.G. Wodehouse met een amalgaam van Fry & Laurie in Blackadder, in A Bit of Fry and Laurie en uiteraard in Jeeves & Wooster. Wat het allemaal nog aangenamer om lezen maakt.

Elf verhalen en verhaaltjes, waar Bingo Little, Wooster’s beste vriend, verliefd raakt op alles wat rondloopt, met onderhuidse conflicten over paarse kousen en rode cummerbunds tussen Wooster en Jeeves, tante Agatha die Wooster degelijk getrouwd wil zien, de oom van Bingo die hem geen geld wil geven en waar Wooster telkens moet tussenkomen, de twee neven van Wooster die vandalenstreken uithalen, enfin ja, elf verhalen waarin Jeeves altijd aan het langste eind trekt en Wooster niet.

En van ganser hart aangeraden. Om te lezen, te herlezen, en opnieuw te herlezen.

[van op Boeggn]

Gelezen: James the Brother of Jesus: The Key to Unlocking the Secrets of Early Christianity and the Dead Sea Scrolls

zaterdag 14 februari 2015 in Boeken. Permanente link | 6 reacties

James-the-Brother-of-JesusJames the Brother of Jesus is een rampologisch slecht geschreven boek. Ik heb er mij in de loop van twee maand doorgeworsteld, met de moed der wanhoop. In het Engels klinkt het beter, vind ik: I slogged my way through Eisenman.

Het is om te beginnen vier of vijf keer te lang, en het verliest ook telkens hoofd- en bijzaak uit het oog. De man schrijft, en herhaalt, en vult een beetje aan, en herhaalt opnieuw, en zegt dat hij herhaalt, en vult nog een beetje aan, en zegt dat hij gaat herhalen, en herhaalt dan dat hij aan het herhalen is, en vult dan nog een beetje aan, en… you get the drift.

Ondanks dat is het enorm boeiend en interessant.

De centrale thesis van het boek is zowat onweerlegbaar, op basis van al tweeduizend jaar bekende documenten aangevuld met recent ontdekte documenten: de allerbelangrijkste figuur van het vroege christendom was Jacobus, en de overgrote meerderheid van hoe het vroege Christendom en de figuur van Jezus voorgesteld wordt, is zo ongeveer hetomgekeerde van hoe het in het echt was. En dat is heel erg bewust gedaan: de brieven van Paulus, de handelingen van de apostelen en de evangelies proberen Jacobus en de zijnen uit de geschiedenis weg te wissen, en waar ze overblijven, worden ze als kinderachtige idioten voorgesteld, of worden hen diametraal tegengestelde gedachten en daden toegeschreven dan degene die ze hadden en deden.

Ze waren met vier, de zonen van Cleophas en Maryam: Jakob, Simon, Judas en Joshua. Vurige Joden, onderworpen aan de wil van God, nationalisten. Ze zien met lede ogen het onrecht rond hen, dat Israël geregeerd en overheerst wordt door vreemdelingen, dat de geboden van God niet meer gevolgd worden. Ze weigeren zich daar bij neer te leggen. Ze leven naar de Wet van God, en ze prediken revolutie tegen de vreemdelingen en een terugkeer naar het rechte pad.

Zij zijn de Essenen, de sicarii, de gemeenschap van Qumran, de mensen van de Dode Zeerollen. Een extreem-religieuze vorm van Jodendom, met nadruk op zuiverheid. Ze baden meermaals per dag, het zijn asceten (het ideaal is geheelonthouding van vlees, wijn, en sex), ze verwachten het einde van de tijden, en ze hebben een viscerale afkeer van vreemdelingen.

Ze leven in een periode waar hun land geregeerd wordt door niet-Joden, die in het begin nog een soort half-legitimisering hebben wegens getrouwd met de laatste afstammelingen van de Maccabeeërs, maar als die allemaal afgemaakt zijn, zijn er echtscheidingen, trouwen nichten en neven: anathema, voor een religieuze Jood. Het (hoge)priesterschap van de Tempel in Jeruzalem valt in handen van mensen die de eer niet waard zijn, de (niet-Joodse) heersers bouwen zelfs een terras aan hun paleis waar ze kunnen neerkijken op de offers in de tempel.

Joshua predikt revolutie. Vreemdelingen buiten! Het koninkrijk van God is nabij! Het einde van de tijden komt! Luister naar de Wet, dat is de enige manier om deze wereld beter te maken!

Joshua is niet de enige: Israël in de eerste eeuw is een broedhaard van revolutionaire en religieuze agitatie — Yohanan, die ze de Doper noemen, zegt gelijkaardige dingen, en het is niet gezegd dat Joshua niet een tijd een volgeling van de Doper was. Wat er ook van weze: de woorden van Joshua vallen in vruchtbare grond, revolutie brouwt, gemoederen raken verhit.

En dan: drama. Joshua wordt gearresteerd en geëxecuteerd. Einde van het verhaal? Neen: begin van het verhaal.

Het gaat in het boek van Eisenman niet of nauwelijks over Jezus. Het gereconstrueerde verhaal begint net na de dood van Jezus, op het moment dat zijn opvolger moet gekozen worden:

15 In die dagen stond Petrus op te midden van de broeders – er was een groep bijeen van ongeveer honderdtwintig personen – en hij zei: 16 ‘Broeders! Het schriftwoord moest in vervulling gaan, dat de heilige Geest bij monde van David tevoren heeft gesproken met het oog op Judas, de gids van hen die Jezus arresteerden. 17 Immers, hij werd tot onze kring gerekend en had deel aan onze taak. 18 Hij kocht een stuk grond van het loon voor zijn misdaad, viel voorover en barstte open, zodat zijn ingewanden naar buiten puilden. 19 Dit is bekend geworden bij alle inwoners van Jeruzalem en daarom heet dat stuk grond in hun taal Akeldama, dat wil zeggen: bloedgrond. 20 Want in het Boek van de Psalmen staat geschreven:
Zijn landgoed moet worden tot een eenzaam oord,
en niemand mag er wonen;
en ook:
Iemand anders moet zijn ambt overnemen.
21 Daarom moet er van de mannen die steeds met ons zijn opgetrokken, al die tijd dat de Heer Jezus onder ons verkeerde, 22 vanaf het begin, vanaf de doop van Johannes, tot de dag waarop Hij van ons is weggenomen, van hen dus moet er één samen met ons getuige worden van zijn opstanding.’ 23 Ze stelden er twee voor: Jozef Barsabbas, bijgenaamd Justus, en Mattias. 24 Ze spraken dit gebed uit: ‘Heer, U die het hart van alle mensen kent, wijs aan wie van deze twee U hebt uitgekozen 25 om in ons apostolisch werk de plaats in te nemen die Judas heeft verlaten om zijn eigen weg te gaan.’ 26 Daarop lieten ze hen loten, en het lot viel op Mattias, en zo werd hij aan de elf apostelen toegevoegd. (Hand. 1, 15-26, Willibrordvertaling)

Wat hier eigenlijk gebeurd is, volgens Eisenman (en er is niet echt een speld tussen te krijgen), is dat Jakob (James, Jacobus) Jezus opvolgde, net zoals een kalief Mohammed opvolgde.

Hij wordt een soort oppositie-hogepriester. Die wél alle precepten van zuiverheid volgt, die wél de juiste kalender volgt, die niét akkoord is met overheersing door vreemde luizen. Jacobus en de zijnen zijn revolutionairen, guerrilla’s, agitatoren. Ze herlezen de bijbel en vinden er allerlei apocalyptische voorspellingen in. Ze kijken rond hen, en ze zien dat ze in een wereld leven die aan zijn einde aan het komen is, die op de rand van een finaal gevecht tussen goed en kwaad staat, zij zijn de soldaten van de eerste linie, de Herodessen en de Romeinen van deze wereld zijn de tegenstanders.

De familie van Jezus was enorm veel belangrijker was dan hoe ze in het Nieuwe Testament voorgesteld wordt.

De vervorming begint als ideologische aanduidingen als “de Nazoreër”, “de Galileër”, “desicarios” (=de zeloot) werden omgevormd tot geografische: “van Nazareth” (zelfs al was Nazareth een niet-bestaand dorp in het begin van de 1ste eeuw), “van Galilea”, “Iscariot”. Dat Judas, de broer van Jezus, tot de verrader van Jezus wordt omgevormd. Dat de familie van Jezus altijd opgevoerd wordt als “ongelovigen”, dat herhaald wordt dat enkel wie gelooft in Christus zijn echte familie is.

En het gaat dieper dan dat. Het moet iedereen die de bijbel leest toch al ooit opgevallen zijn: de apostelen in de evangelies, wat voor triestige simpelaards zijn dat niet? Ze vertrouwen niet op de Heer om de storm te doen bedaren, ze vallen in slaap als ze moeten bidden en waken, ze begrijpen niets van wat hij zegt, Judas verraadt hem, ze ontkennen dat ze Jezus kennen (Petrus tot drie maal toe begot!), ze geloven zelfs niet in de Heer zelfs als hij verrezen is.

Niet moeilijk: de apostelen in de evangelies zijn grotendeels of volledig een vervorming van de drie broers van Jezus. Simon de Zeloot en Simon Petrus zijn Simon. Jakobus de Meerdere en Jakobus de zoon van Alpheus zijn Jakobus (Alpheus is een misschrijving voor Cleophas). Mattheus is elders ook wel Levi, zoon van Alpheus (opnieuw).  Andreas, de broer van Simon Petrus? “Andreas” is gewoon de Griekse vertaling van “Adam”, “man”.

Of, misschien wel het duidelijkst van al en het meest schrijnend: Thomas.

Wij kennen Thomas van één ding: dat hij “ongelovige Thomas” was. Hij wordt ook wel Judas Thomas Didymus genoemd in de Bijbel. En volg dan even mee. “Thomas” is Aramees voor “Tweeling”, “Didymus” is Grieks voor “tweeling”, met andere woorden: “Judas Tweeling Tweeling” is Judas Iscariot is Judas Sicarios, is Judas de sicarios, ‘t is te zeggen Judas de Zeloot, de broer van Simon de Zeloot en de (tweeling)broer van Jezus.

Het is moeilijk om geen sympathie te voelen voor de gemeenschap van Jacobus, vreemd aan onze wereld als ze zijn. Zo ongeveer al waar ze voor stonden is op zijn kop gezet. Ze zagen het gebeuren, ze waren erbij als het gebeurde, en ze kookten ongetwijfeld van machteloze woede.

En waarom?

Het heeft allemaal met Paulus te maken. Een grondig moderne man, een spin doctor eerste klas, opportunist, machiavellistisch, geeft zelf toe de kap altijd naar de wind te zetten en álles te doen om zijn gelijk te halen.

Op een bepaald moment “bekeert” hij zich tot het Christendom. Niet tot de zienswijze van Jakobus en Qumran, maar een vreemd nieuw iets. Met elementen van mysterie-cultussen van Osiris en Bacchus en Mythras erbij. Waar niet gesproken wordt over de historische figuur van Joshua bar Cleophas, maar over een mythische Jezus de Christus. Geen woord over zuiverheid, maar samen eten en drinken met Grieken en Romeinen en slaven en vrouwen. Besnijdenis? De Wet volgen? Niet nodig! Geen sectaire Jezus voor wie goede daden belangrijk zijn hier op aarde en die tegen de Romeinen was, maar een soort Heiland in de Hemel, voor wie niet gehandeld moet worden maar waar moet in geloofd worden, en die totaal a-politiek is (“geef aan Caesar wat aan Caesar behoort”).

Paul zegt zelf dat hij nooit Jezus gezien heeft, maar dat hij zijn mandaat rechtstreeks van de Hemel gekregen heeft. Hij denigreert voortdurend de mensen die Jezus wél gekend hebben: “de laatste zullen de eerste zijn”, zegt hij, en dan heel expliciet “ik ben de laatste”.

Zijn afkomst is niet helemaal duidelijk, maar van wat hij zelf schrijft, blijkt dat hij enorm goeie banden heeft met de Herodianen, net de heersers in Israël waar Jacobus het absoluut niet voor heeft. Dat hij goeie banden heeft tot in de keizerlijke familie in Rome. Dat hij, net zoals Josephus, de Romeinen voortdurend naar de mond praat. En dat hij het niet heeft voor “de Joden”.

Dat hoeft niet eens zelfhaat te zijn: Paulus noemt zichzelf nergens een Jood. Hij noemt zich een farizeeër, een Romeins staatsburger, “van het zaad van Abraham”: de kans is groot dat hij, net zoals de Herodessen, een Edomiet was.

In de Dode Zeerollen wordt gesproken over een Teacher of Righteousness: dat was Jacobus. Over een Wicked Priest: Ananus, de hogepriester die Jacobus lynchte, en over een Spouter of Lies: Paulus.

Die alles omkeerde. En er enorm plezier in moet gehad hebben. De Essenen/Jacobus leggen de nadruk op zuiverheid? Hopla, Jezus Christus is vrienden met tollenaars en hoeren. De Essenen/Jacobus tegen de Romeinen en strikt Israëlitisch? Hierzie: de episode met de Romeinse soldaat in Mattheus 8:5-13, en de parabel van de Goede Samaritaan, beter dan om het even welke “echte Jood”. De Romeinse centurio Cornelius in Caesarea stond bekend om zijn schrikbewind en hoe hij genocide en marteling deed? Tadam! We sturen Petrus naar zijn huis in Handelingen 10, en hij wordt de meest sympathieke Romein ooit! De Essenen zijn asceten die geen wijn drinken? Ha, en als we nu eens Jezus water in wijn zouden laten veranderen? Ha! Ha! Ha!

Kunnen we er niet onderuit om familie van Jezus te vernoemen? Dan maken we er een oom van, een tante, een neef in plaats van een vader, een zus, een broer — en komen we tot echt compleet belachelijke constructies als de aanwezige vrouwen bij de kruisiging van Jezus in Johannes 19:25: Maria de moeder van Jezus en haar zus, Maria de vrouw van Cleophas. Maria de zus van Maria — yeah right.

Na het boek van Eisenman is er weinig discussie mogelijk over de Hellenisatie van het Christendom door Paulus, en over hoe de “echte” eerste Christenen knarsetandend, machteloos woedend, met lede ogen allemaal konden zien hoe alles waar ze voor vochten en waar ze voor staan door Paulus omgekeerd, verkracht, genullifieerd werd.

Vies, vies, vies. Schrijnend ontroerend, ook, hoe alien die “echte” vroege Christenen ook mochten zijn: het is het gevoel dat elk gepest kind heeft als zijn pester schaamteloos liegt tegen de leraar, en alles precies verwringt dat het het omgekeerde is van wat er echt gebeurd is. En niets aan te doen, want de pester is gehaaider, gewiekster, en iedereen vindt hem sympathieker.

Oh en ook: dat dit de rechtstreekse oorzaak reden is voor het antisemitisme dat in het Christendom ingebakken zit.

Oh, en ook: dat het Christendom van Jacobus niet uitgestorven is. Zij noemden het niet Christendom, in de tijd, maar De Weg (van God). Hun erfgenamen noemen het Overgave (aan God): Islam.

Er zit in het wetenschappelijk onderzoek en het boek van Eisenman stof voor een epische geschiedenis van het vroege Christendom. Iemand zou hier een serie in een aflevering of twintig van moeten maken, voor op televisie.

Gelezen: Ash: A Secret History

vrijdag 13 februari 2015 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

ash-a-secret-historyIk was nog aan het lezen in Outlander, toen ik plots zin had om Ash: A Secret History te herlezen. Het was al een tijd geleden, maar ik herinnerde me wel dat het een bijzonder goed einde had, en daar was ik na Outlander toch wat naar op op zoek.

Het boek werkt op twee verhalen: enerzijds is er de vertaling van een reeks vijftiende-eeuwse manuscripten, en anderzijds is er een raamvertelling in brieven naar elkaar van en naar de vertaler. Die van verbazing in verbazing valt: terwijl hij aan het vertalen is, lijkt het alsof de realiteit rond hem verandert. Waar hij in het begin gewoon een geactualiseerde vertaling van welbekende laat-middeleeuwse historische documenten aan het maken is, blijken die documenten plots hetzij verdwenen, hetzij geherclassificeerd als veel latere pastiche, of als fictie. En tegelijkertijd vinden archeologen artefacten uit het verhaal terug — dus het verhaal lijkt tegelijkertijd meer en minder “echt gebeurd” te zijn.

Het onderwerp van de documenten is Ash, een weesmeisje dat zich opwerkt tot condottiere van een behoorlijk groot huurlingenleger. Na een proloog over haar jeugd, komen we op het recent ontdekte “Fraxinus me fecit”-document uit, dat wellicht rond het einde van Ash’s leven moet geschreven geweest zijn, hetzij door Ash zelf, hetzij gedicteerd door haar.

Ash en haar compagnie worden ingehuurd om een missie uit te voeren voor de Graaf van Bourgondië, maar als ze in Italië toekomen blijkt er een invasie begonnen te zijn. Carthago, ‘t is te zeggen, de Visigothen die in Carthago een soort Romeins Rijk met Islamachtige invloeden maar dan Ariaans hebben opgebouwd, hebben twintig jaar lang gepland voor een grootschalige invasie van Europa. De leider van hun leger, de Faris, blijkt zo ongeveer een tweelingzus van Ash te zijn. Die, net zoals Ash, stemmen hoort die haar tactisch advies geven.

Stukje bij beetje komen we te weten dat het verhaal zich blijkbaar in een alternatieve realiteit afspeelt, waar niet alleen de Visigothen duizend jaar langer dan “bij ons” een going concern waren, maar waar Christus ook een Romeinse centurio was die Mithras aanbad (Christus Viridianus / Christus Imperator, zoon van Augustus, aan een boom genageld door Tiberius), waar Noord-Afrika tot pakweg 500 veel vruchtbaarder was dan bij ons, waar er een onbestemd iets mis ging waardoor er al eeuwen geen paus meer is in Rome, en waar mensen tot op zekere hoogte “mirakels” kunnen doen.

Het had even goed gewoon alternatieve geschiedenis kunnen zijn, maar het is meer dan dat: er zit een dosis science fiction in ook, en zowaar een beetje Star Warsachtig messianisme. Het had zonder gekund, ongetwijfeld; dat het er in zit, maakt er een speciaal boek van. En het maakt het einde mogelijk, dat ik zowat één van de meer voldoening schenkende eindes van een boek vond, en bij herlezing nog steeds vind.

[van op Boeggn]

Gelezen: Outlander

dinsdag 3 februari 2015 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

OutlanderIk was zeer te spreken over Outlander, de tv-serie: ik ben een totale push-over voor romantische series, en qua romantisch was Outlander bijzonder zéér romantisch te noemen.

Claire Beauchamp, een verpleegster van 28 op het einde van de Tweede Wereldoorlog, trekt met haar man, die ze op zes jaar tijd nauwelijks gezien heeft, naar de Highlands van Schotland voor een soort tweede huwelijksreis. Haar man, Frank Randall, heeft recent een passie voor genealogie opgedaan, en gaat op zoek naar gegevens over zijn verre voorouder, ene Jack Randall.

Op een ochtendlijke uitstap naar een plaatselijke cirkel met menhirs wordt Claire op de één of andere manier 200 jaar terug in de tijd gecatapulteerd. Ze komt er in een Schotland terecht waar de slag bij Culloden nog niet gebeurd is en de clans dus nog bestaan en macht hebben. En zowat de eerste persoon die ze ziet, ‘s nachts in het bos, is Jack Randall, die er precies uitziet zoals Frank Randall. Helaas: die blijkt zijn bijnaam van Black Jack ruimschoots te verdienen, wegens al meteen poging tot verkrachting.

Ze wordt gered door een bende Schotten, die niet goed weten wat te denken: is zij een spion? voor de Engelsen? de Fransen? Maar wat doet ze daar dan in het bos, alleen en gekleed in een soort licht nachthemd?

Claire bewijst snel dat ze nuttig kan zijn, met haar jarenlange ervaring van oorlogsverpleegster, en als ze haar gastheren ook nog eens waarschuwt dat er op een bepaalde plaats mogelijks een Engels garnizoen zou in een hinderlaag kunnen zitten (dat had Frank haar verteld, 200 jaar later), nemen ze ze mee naar het kasteel van hun clan. Alwaar ze al snel de lokale dokter wordt.

De tv-serie volgt het boek redelijk dicht, met soms heelder scènes letterlijk overgenomen, maar ik vind de serie tot nog toe beter dan het boek.

Het boek is, en we gaan daar niet lastig over doen, niet enorm ver van een stationsroman. Verhaal en wereld en personages okay, maar laat dat vooral niet te veel de al dan niet omfloerste seksscènes in de weg staan! Hoofdpijn? Slecht geslapen? Kom hier dat ik op uw tepels zuig! Bijna net vermoord? Tijd voor a roll in ze hay!

Waar het in het boek allemaal enorm vanzelfsprekend lijkt te gaan, toont de tv-serie veel beter hoe verwarrend het voor Claire allemaal is, en hoe onduidelijk — de mensen die Gaelic spreken rond haar, waar ze geen woord van begrijpt, hoe ze zich uitgesloten voelt, hoe ze zoekt naar motivaties voor zaken en niét meteen de juiste uitleg vindt: allemaal veel en veel beter in de serie. Die ook zijn tijd veel meer neemt dan het boek: acht afleveringen van een uur voor ongeveer de helft van het eerste boek.

Het heeft er ook mee te maken, denk ik, dat waar Sam Heughan (Jamie) helemaal precies zoals zijn karakter in het boek is, Catriona Balfe een andere Claire neerzet in de serie dan in het boek: meer geconflicteerd, meer genuanceerd, intelligenter. Ik heb de indruk dat Claire-in-het-boek 85% van haar hersenen kwijtgeraakt is als er een mogelijkheid is dat ze in bed kan duiken met Jamie: bij Claire-op-televisie heb ik die indruk nooit.

Ik denk dat ik even stop met de boeken. Er zijn nog zeker zeven vervolgboeken op Outlander, maar ik wacht even af wat de serie mij brengt.

 

[van op Boeggn]

Gelezen: The Black Count: Glory, Revolution, Betrayal, and the Real Count of Monte Cristo

zaterdag 31 januari 2015 in Boeken. Permanente link | Eén reactie

The Black CountAlexandre Dumas père, de schrijver van onder meer Le Comte de Monte-Cristo, was half zwart. Dat zat wel ergens in mijn onderbewustzijn, maar ik had nooit echt nagedacht over wat dat precies betekende.

Ik was er altijd van uitgegaan dat “Dumas grand-père” wel ergens een zwarte mevrouw zou gevonden hebben, in de kolonies of zo. Blijkt: niets van dat — het was de vader van de schrijver die zwart was! En meer nog: het leven van de man is nog boeiender dan dat van d’Artagnan en de graaf van Monte Christo samen!

Alex Dumas, de vader van Alexandre Dumas-de-schrijver, was de zoon van een weggelopen zoon van arme adel, die in het binnenland van Saint-Domingue (het latere Haïti) op de vlucht was voor de authoriteiten, en er met opeenvolgende (zwarte) vrouwen vier kinderen kreeg. Als zijn ouders en zijn oudere broer gestorven zijn, keert de vader van Alex terug naar Frankrijk. Het geld voor de oversteek haalt hij op door zijn vrouw en kinderen als slaven te verkopen. Alex koopt hij even later terug, maar de drie anderen zullen sterven als slaven.

Nog voor de Franse Revolutie was er al een beweging om slavernij af te schaffen (die op dat ogenblik niet eens met huidskleur vereenzelvigd was), en op het grondgebied van Frankrijk, precies op het moment dat Alex Dumas er terechtkomt, was het helemaal mogelijk voor een “kleurling” om een degelijk leven op te bouwen. Wat hij dan ook doet: hij blijkt een uitstekende paardrijder en zwaardvechter te zijn, en is helemaal aanvaard als aristocraat in Parijs van de jaren 1770.

En dan hertrouwt zijn vader, en gaat de geldkraan dicht. Alex Dumas gaat op zijn 24ste in het leger, als gewone voetsoldaat bij de dragonders. Waar hij aan sneltreinvaart carrière maakt: een paar jaar later is hij de facto leider van een regiment van een duizendtal “gens de couleur”, en dan baas van een heel leger, en dan van een nog groter leger, en dan is hij plots de hoogst geplaatste niet-blanke persoon in een Europees leger ooit, tot op vandaag.

Oh, en dat is nog maar het begin van de avonturen, want dan komt hij in het vizier van Napoleon, die jarenlang veel lager van positie was dan hem, maar nog steiler opmars maakt. En neen, het is blijkbaar echt géén goed idee om zonder al te veel omfloersingen uw gedacht te zeggen tegen Napoleon.

Lees het boek vooral zelf, maar in het kort: het verhaal van de Edmond Dantès, dat is eigenlijk het verhaal van Alex Dumas. Behalve dat het nog minder een happy end heeft.

[van op Boeggn]

Zoek

<insert standard disclaimer>

Alles wat hier staat is mijn eigen opinie. Het wordt niet nagelezen of goedgekeurd door mijn werkgever voor het on-line komt, en ik bied geen enkele garantie voor kwaliteit of correctheid.

Mijn werkgever is het niet noodzakelijk eens met wat ik schrijf, en het spreekt vanzelf dat hij dan ook op geen enkele wijze aansprakelijk kan zijn voor wat ik hier publiceer.

Ter info

Eén van mijn e-mailadressen is michel [at] zog punt org. Normaal gezien antwoord ik daar, buiten de kantooruren, onmiddellijk op.

Valideert, in principe: css & xhtml.
Gemaakt met WordPress.
Syndicatie: Entries (RSS) en commentaar (RSS).



ISSN 1780-1338