Michel Vuijlsteke's weblog

Tales of Drudgery & Boredom.

Categorie: Boeken (pagina 1 van 20)

Gelezen: Norse Mythology

Neil Gaiman
W. W. Norton & Company, 2017, 304 blz.

In het vierde leerjeer ontdekte ik tegelijk Edgar Allan Poe (nachtmerries, jaren lang, ik moet het u niet vertellen), de Vliegende Hollander en een dik boek met vlaamse volksvertellingen. In het vijfde en zesde leerjaar las ik alles wat er van Gustav Schwab en Onno Damsté te vinden was, en kon geen mens mij verslaan in nutteloze kennis van Griekse en Romeinse mythen en sagen. In het zesde leerjaar won ik de verkleedwedstrijd voor karnaval op school (ik was een zigeunerin, don’t ask), en mocht ik als prijs een boek kiezen. Ik koos, in dezelfde reeks als Schwab’s vertaalde magnum opus, een boek over Egyptische mythen en sagen.

Het heeft geduurd tot het eerste middelbaar dat ik de Germaanse kant van de zaken ontdekte, in een dik boek op zakformaat met zeer dun papier. De naam ben ik vergeten, maar het was iets in de zin van “encyclopedie van de wereldmythologie” — tienduizenden lemma’s, een korte omschrijving per god of figuur.

Ik zat in de studie op school en elk excuus om niet te studeren was goed, dus maakte ik — Hesiodus achterna — stambomen van mythologische systemen. Griekenland en Rome, dat lukte redelijk. Egypte was gemakkelijk. Maar dan kwam ik bij Odin en de zijnen terecht. Ik had geen overzicht gelezen zoals voor Griekenland/Rome of Egypte, en ik was verloren.

Ik dus op zoek naar meer, en gevonden in de bibliotheek. Geen idee meer wat het boek was en van wie, maar wat er wél bleef hangen, was dat het zó een totaal anders aanvoelende wereld was. De goden zijn niet zo onbereikbaar vreemd als Egyptische goden, niet zo verheven onbereikbaar als de Grieken in de boeken van Damsté en Schwab (ik had geen andere versies gelezen toen), maar veel menselijker. Thor is niet de slimste ter wereld (understatement). Loki is grappig maar ook zoals de schorpioen die niet anders kan dan slecht zijn. Odin lijkt verschillende personen te zijn in zijn verschillende vermommingen.

En dan zijn er de rare dingen: Heimdall met negen moeders, Loki die een merrie wordt en zqanger raakt, Loki’s kinderen de wereldslang Jormungandr, de Fenriswolf en Hel, met één gezonde en één rottende kant.

En van het hele begin af hangt voortdurend het einde boven het hoofd van alles. Ragnarok komt, in de toekomst. Odin zal opgegeten worden door Fenrir, Thor verslaat Jormungandr maar valt zelf dood, Freyr en Surtr doen elkaar dood, de zon dooft uit, de aarde wordt verzwolgen door de zee, de sterren verdwijnen alles staat in brand.

Maar niet alles en iedereen is dood. Er zijn twee mensen overgebleven, en er zijn nog een paar goden, en de hele wereld begint opnieuw.

Ik weet niet meer welk boek ik in 1982 vond in de bibliotheek. Ik heb sindsdien wel meer gelezen. Ergens in de bibliotheek staat een versie van Snorri Sturluson’s verzameld werk, en Noorse mythologie komt hier en daar terug in allerlei. Niet in het minst in Neil Gaiman’s Sandman en vooral American Gods, waar Odin en Loki (en Baldr, shh) hoofdrollen spelen.

De originele teksten zijn ondertussen allemaal online te vinden, maar wie een inleiding Noorse mythologie wil, moet niet verder kijken dan Neil Gaiman’s Norse Mythology.

Het begint zo:

Before the beginning there was nothing—no earth, no heavens, no stars, no sky: only the mist world, formless and shapeless, and the fire world, always burning.

To the north was Niflheim, the dark world. Here eleven poisonous rivers cut through the mist, each springing from the same well at the center of it all, the roaring maelstrom called Hvergelmir. Niflheim was colder than cold, and the murky mist that cloaked everything hung heavily. The skies were hidden by mist and the ground was clouded by the chilly fog.

To the south was Muspell. Muspell was fire. Everything there glowed and burned. Muspell was light where Niflheim was gray, molten lava where the mist world was frozen. The land was aflame with the roaring heat of a blacksmith’s fire; there was no solid earth, no sky. Nothing but sparks and spurting heat, molten rocks and burning embers.

In Muspell, at the edge of the flame, where the mist burns into light, where the land ends, stood Surtr, who existed before the gods. He stands there now. He holds a flaming sword, and the bubbling lava and the freezing mist are as one to him.
It is said that at Ragnarok, which is the end of the world, and only then, Surtr will leave his station. He will go forth from Muspell with his flaming sword and burn the world with fire, and one by one the gods will fall before him.

Hoe ongelooflijk goed is dat niet, jong. Allen daarheen!

[van op Boeggn ]

Gelezen: The Expanse 6: Babylon’s Ashes

James S.A. Corey
Orbit, 2016, 538 blz.

In real life kijken we ondertussen naar het tweede seizoen van The Expanse, maar dat is nu nog maar op weg naar het einde van het eerste boek van de boeken van The Expanse.

Boek vijf had zijn problemen, in die zin dat het meer een obligaat soort “vul de persoonlijkheidsgaten in” was op de achtergrond van een cataclysme van epische proporties.

Dit boek heeft ook zijn problemen, maar uiteindelijk kan ik ermee leven. Op een rij:

  • De slechterik van dienst is een soort Khadaffi-figuur, maar dan wel dom, haatdragend, en meer belachelijk dan imponerend.
  • De discrepantie tussen de afgrijselijkheid van wat er in het vorige boek op de achtergrond gebeurde en de reactie erop van alle protagonisten is enorm. Om de metafoor van vorige keer te hergebruiken: het is alsof iemand uit nijdigheid over een oud lief een hele grootstad heeft laten doormartelen en uitmoorden door teams met vleeshaken en vlammenwerpers, en dat geen van die mensen later eigenlijk zeer veel gewetens- of andere problemen heeft. En dat ze er zich van af kunnen maken met een “ey sorry hé gasten”, gevolgd door een “och ja, ik snap het ook wel dat het uw probleem niet was” door een paar overlevenden.
  • Een groot stuk van “vechten in de ruimte” heeft te maken met zwaartekracht. Zoals in: grote versnellingen kunnen overleven. Het is daarom dat de soldaten van Mars, zo hoorden we een paar boeken geleden, altijd in aardezwaartkracht trainen. Omdat ze anders in gelijk welk gevecht met de Aarde al van voor het begin in een slechtere positie zouden zitten.
    Wel, in dit boek moeten de Belters ruimtegevechten doen. En de Belters, die heel hun leven aan zo weinig zwaartekracht gewoon zijn dat ze zelfs niet op Aarde kunnen stappen, zouden dus eigenlijk al op voorhand moeten verloren zijn. Wat ze niet zijn. Dat is gewoon stom.

Maar dit terzijde, is het een degelijk boek. Eén van de dingen die de heren James S.A. Corey al sinds boek 2 doen, is alsmaar meer personages maken. Dat zorgt ervoor, zoals bij hun leermeester George R.R. Martin, dat we niet zal te zeker moeten zijn dat iedereen het zal overleven. Ik knip en plak een lijstje dat iemand op Goodreads maakte:

Holden is there, of course, and Corey manages to give him an arc, even this far into book six. And then we’ve also got POVs from Naomi, Amos, Alex, Bobbie (now a full member of the crew, yay!), Clarissa Mao (also now a crewmember), Avasarala (who breaks my heart), Michio Pa (the captain who can’t make up her mind which side she wants to work for), Fred Johnson, Anderson Dawes, Prax (haven’t seen him in a while), Naomi’s son (the little shit) Philip, Marko (the terrorist leader of the Free Navy), some random one-off chapters of people working on Medina Station, and the whole thing is bookended with a prologue and epilogue from our old friend Anna (the preacher from Abaddon’s Gate).

Een kleine twintig personages, en ze zijn allemaal individueel en herkenbaar. Da’s al een verdienste op zich: als niet-specialist heb ik de indruk dat het allemaal gelijk wat beter geschreven is dan zeker het vorige boek.

Hoedanook: er is een groot hoofdstuk afgesloten, en nu mag het eindelijk beginnen gaan over aliens, vind ik. Dit is het eerste boek waarbij ik niet meteen een idee heb waar het het volgende boek zou kunnen over gaan (zelfs al vergiste ik mij dan in wat het uiteindelijk werd), en da’s een goede zaak.

Ik hoor dat ze precies weten waar het naartoe gaat, en hoeveel boeken ze nog nodig hebben, en dat we echt wel meer gaan te weten komen over de diepere achtergronden van allerlei.

A la bonne heure. Laat deel zeven maar komen, ergens eind 2017.

[van op Boeggn ]

Gelezen: Shadows of Self

Brandon Sanderson
Tor Books, 2015, 383 blz.

Deel twee van de tweede Mistborn-trilogie.

De wereld van Mistborn (nog altijd maar één stad, eigenlijk) zit ondertussen in een soort negentiende eeuw, met een groeiende economie en alsmaar meer technologie, industrialisering en bijhorende sociale spanningen, politiek en corruptie, religieuze strubbelingen en terrorisme, the works. Het plan is nog altijd dat Wax zal trouwen, maar er gebeuren rare dingen. En het heeft te maken met wat er in de eerste trilogie gebeurde.

Er is niet veel over te zeggen zonder spoilers, maar het is wel aangeraden.

Ik heb het te traag gelezen om goed te zijn: veel te veel andere dingen te doen, veel te veel andere dingen te zien en te maken. In meer normale omstandigheden zou ik het op een dag of zo uitgelezen hebben, wegens goed geschreven en spannend en goed verhaal en zo.

[van op Boeggn ]

Gelezen: Outbound Flight

Timothy Zahn
Del Rey, 2007, 420 blz.

Prequel op een Star Wars-sequel in een universum dat niet meer canon is, maar daarom niet minder waard.

Timothy Zahn gaf ons Thrawn en een heel vervolg op Star Wars IV-V-VI dat uiteindelijk niet weerhouden werd door Disney. Dit speelt zich af tussen (horresco referens) III en IV. We komen Thrawn tegen als hij nog Commander Mitth’raw’nuruodo of the Chiss Ascendancy Fleet is, we zien Jorus C’baoth als hij nog niet Joruus is, en Palpatine als hij voor de buitenwereld nog iemand anders dan Darth Sidious is.

C’Baoth wil met groep Jedi op de Outbound Flight naar een ander sterrenstelsel vliegen, om –zucht– redenen komen Obi Wan en Anakin Skywalker ook in beeld, er wordt gehint naar de Yuuzhan Vong, tralala.

Ik vond het wijs een jonge Thrawn te zien, maar verder was het een vaag teleurstellend boek. Nutteloos hoe de eerste en de tweede trilogie er samen bijgesleurd werden, teleurstellend wat er uiteindelijk met de Outbound Flight gebeurde. Spijtig. Ik vermoed dat Zahn een beter boek had kunnen schrijven, als hij niet beperkt was geweest door de onderwerpen die hij moest coveren.

[van op Boeggn ]

Gelezen: The Alloy of Law [2]

Brandon Sanderson
Tor, 2011, 336 blz.

Ik herinner mij nog hoe ik de eerste Mistborn-boeken van Brandon Sanderson zeer goed vond, en hoe ik heet “wel raar maar wel wijs” vond toen hij er een western-achtig-steampunk-achtig boek bijschreef.

En dan was ik helemaal uit het oog verloren dat daar misschien wel nog eens een vervolg op zou kunnen komen, tot ik het toevallig in ergens een “aangeraden te lezen”-lijst te zien kreeg.

Ondertussen was ik al helemaal vergeten wat er gebeurd was in het boek, en had ik ook geen zin om alleen een korte inhoud te lezen, dus ben ik maar herbegonnen.

Mijn oorspronkelijke opinie blijft overeind: zeer degelijk boek. Al weet ik helemaal niet meer wat ik hiermee bedoelde:

En het blijft ook de wereld van Mistborn: helemaal op het einde van het boek krijgen we een glimps van oude bekenden uit de eerste trilogie, en dat opent dan weer allerlei deuren naar allerlei andere dingen.

Damned. Zou ik eigenlijk niet beter de oorspronkelijke trilogie opnieuw lezen? Zo blijft een mens bezig, natuurlijk.

[van op Boeggn ]

Gelezen: Medium Raw: A Bloody Valentine to the World of Food and the People Who Cook

Anthony Bourdain
Ecco, 2010, 281 blz.

Ik heb Kitchen Confidential graag gelezen, en ik zie die mens graag bezig op tv.

Medium Raw is een vervolg op Kitchen Confidential: nog altijd even stream of consciousness, maar wel van een volledig andere mens. Waar het eerste boek geschreven is door iemand die beseft dat hij ergens in de veertig is, en dat hij geboren is met alle mogelijke kansen en mogelijkheden, maar dat hij na een hele reeks verkeerde keuzes (gemakszucht, drugs, drank) eigenlijk in een doodlopende straat, is dit een boek van iemand die totaal onverwacht zijn wildste dromen kan waarmaken.

Hij werd een bekende Amerikaan, kreeg tv-programma’s, reisde de wereld af, werd vrienden met de grootste koks ter wereld. En ergens tussen dan en nu is heeft hij zijn leren vest aan de haak gehangen, heeft hij een gezin geticht, en is hij milder geworden. Op simmige vlakken, dan toch.

Bourdain is op zijn best als hij observeert, of het nu de ochtend van een visfileerder in een sterrenrestaustarant is, of die keer dat hij (post-beroemd-worden) het nadir had bereikt ergens in een subtropisch paradijs, en met een ‘rich bitch’ de wereld van échte rijke mensen zag.

En voor de rest meandert het. Meandert het zeer veel. Maar is het wel wijs om lezen.

[van op Boeggn ]

Gelezen: Shards of Honor

Nee, ’t is nog niet echt écht begonnen wegens nog geen Miles Vorkosigan, maar het begint te komen: er zit toch al een Vorkosigan in. Het is dan wel de vader van het personage waar de meeste boeken over gaan, maar hey.

Cordelia Naismith woont op de planeet Beta, Aral Vorkosigan woont op een andere planeet, Barrayar. ’t Is niet dat er oorlog is tussen de twee, maar ze leven toch op gespannen voet. Naismith landt met haar schip op nog een andere planeet, wordt daar aangevallen. Vorkosigan bevindt zich ook op die planeet, maar blijkt snel dat hij het niet is die haar aangevallen heeft, maar wel een deel van zijn crew die tegen Vorkosigan aan het muiten geslagen was (duistere machinaties met interne politiek en Vorkosigan die van een nobele familie is maar geen vrienden heeft gemaakt).

Twee mensen op leeftijd (zij in de dertig, hij in de veertig), met elk een moeilijk relatieverleden en een sterk karakter: ’t is liefde op het eerste gezicht, al duurt het nog een beetje langer voor zij het ook toegeeft.

Maar geen wilde seksscènes, nee meneer: ’t is eer en beleefdheid en alles. Ter illustratie, een stuk van als Cordelia Naismith terug is op haar planeet (en Vorkosigan terug op de zijn, zonder dat ze ook maar één kus hebben uitgewisseld):

Cordelia’s mother laughed uncertainly. “He surely seems to have charmed you. What does he have, then? Conversation? Good looks?”

“I’m not sure. He mostly talks Barrayaran politics. He claims to have an aversion to them, but it sounds more like an obsession to me. He can’t leave them alone for five minutes. It’s like they’re in him.”

“Is that—a very interesting subject?”

“It’s awful,” said Cordelia frankly. “His bedtime stories can keep you awake for weeks.”

“It can’t be his looks,” sighed her mother. “I’ve seen a holovid of him in the news.”

“Oh, did you save it?” asked Cordelia, instantly interested. “Where is it?”

“I’m sure there’s something in the vid files,” her mother allowed, staring. “But really, Cordelia—your Reg Rosemont was ten times better looking.”

“I suppose he was,” Cordelia agreed, “by any objective standard.”

“So what does the man have, anyway?”

“I don’t know. The virtues of his vices, perhaps. Courage. Strength. Energy. He could run me into the ground any day. He has power over people. Not leadership, exactly, although there’s that too. They either worship him or hate his guts. The strangest man I ever met did both at the same time. But nobody falls asleep when he’s around.”

“And which category do you fall in, Cordelia?” asked her mother, bemused.

“Well, I don’t hate him. Can’t say as I worship him, either.” She paused a long time, and looked up to meet her mother’s eyes squarely. “But when he’s cut, I bleed.”

“Oh,” said her mother, whitely. Her mouth smiled, her eyes flinched, and she busied herself with unnecessary vigor in getting Cordelia’s meager belongings settled.

Ja, echt grote liefde, dus.

Volgen avontuur en romantiek en alles. En een opstapje naar het volgende boek. Them’s all good eats. Niets uitgesponnen zevering, gewoon rechttoe rechtaan, hop vooruit met de geit.

Fijn.

[van op Boeggn ]

Gelezen: Falling Free

falling-free-by-lois-mcmaster-bujoldLois McMaster Bujold
Baen, 1987, 320 blz.

Zo. Eindelijk begonnen aan Lois McMaster Bujold’s Vorkosigan-saga. Of eigenlijk toch niet: dit is het vierde boek dat ze schreef in de reeks, maar volgens interne chronologie is het het eerste. En ik weet niet meer hoe of waarom, maar ik heb besloten om ze in volgorde van interne chronologie te lezen, dus bij deze: een Vorkosigan-boek zonder Vorkosigan.

Het speelt zich bijna allemaal af op een ruimtestation waar een aantal wetenschappers een ras mensen hebben gemaakt dat perfect geschikt is voor leven in gewichtloosheid. De quaddies hebben vier armen, in de plaats van twee armen en twee benen. De oudste ervan is ondertussen 20 en ze zijn met een stuk of duizend, grotendeels kinderen. De oorspronkelijke leidinggevende wetenschapper is ondertussen ook gestorven, er is een ambtenaar (denk Eichmann was een ambtenaar) aan de macht, en die bekijkt de quaddies als niet meer dan inzetbare assets van zijn bedrijf.

Komt Leo Graf, een sympathieke ingenieur, aan boord om les te geven. Trekt die zich het lot van de kinderen aan. Volgt een spannende jeugdroman, met zeer slechte slechteriken en veel goede mensen, een beetje romantiek, gevechten, onwaarschijnlijke situaties: zeer leutig allemaal, op een zware ondergrond van suspension of disbelief, en zonder veel échte verrassingen.

[van op Boeggn ]

Gelezen: Lost Christianities: The Battles for Scripture and the Faiths We Never Knew

lostBart D. Ehrman
Oxford University Press, 2005, 320 blz.

Bon, drie Bart Ehrmanboeken later denk ik dat ik het wel ongeveer heb gehad.

Van de drie vond ik dit het interessantste. Het onderwerp is min of meer hetzelfde als de andere twee — het vroege Christendom — maar er wordt (een beetje) aandachtiger gekeken naar de alternatieven voor wat uiteindelijk de dominante vorm van het geloof geworden is.

Kort door de bocht:

  • er waren Christenen die Jezus als een Joodse Messias beschouwden, een vervollediging van het Oude Testament maar niet goddelijk (Ebionieten)
  • er waren Christenen die Jezus als de zoon van God beschouwden, maar dan wel van een andere God dan de God van het Oude Testament, en die het Oude Testament volledig verwierpen (Marcionieten)
  • er waren Christenen die geloofden dat er geheime kennis te rapen viel maar enkel voor een kleine groep geïnitieerden, en die daarbij allerlei systemen uitwerkten waarbij de God van het Oude Testament maar één uiting was van het Goddelijke, met aeonen en al dan niet gevallen demiurgen en 365 “goden” of toch niet enfin it’s complicated (Gnostiscisten)
  • er waren er die dachten dat Jezus door God verheven tot Zijn Zoon, hetzij bij zijn geboorte, bij zijn doopsel, bij zijn verrijzenis of bij zijn tenhemelopneming (allemaal soorten adoptionisme)
  • er waren er die dachten dat Jezus alleen maar leek een lichaam van vlees en bloed te hebben (docetisten)
  • er waren er die dachten dat Jezus altijd al bestaan had
  • er waren er die dachten dat er een Goddelijke Jezus was die in een menselijke Jezus is terechtgekomen en hem voor zijn dood weer heeft verlaten
  • er waren er die dachten dat er alleen een Goddelijke Jezus was
  • er waren er die dachten dat er alleen een menselijke Jezus was
  • (etc., etc., etc.)

En dan waren er de proto-orthodoxen. Orthodox en heterodox — ‘juiste’ gelovigen en ‘ketters’ — zijn geladen termen: ‘orthodox’ is gewoon de partij die, in het licht van de geschiedenis, ‘gewonnen’ heeft. En het is een vloeibaar gegeven: de winnaar van nu kan een paar iteraties later een verliezer geworden zijn. Pakweg een kerkvader als Origenes: een paar honderd jaar na zijn dood verketterd.

De proto-orthodoxen hebben hier en daar wat meegepikt en als dat leidde tot zeer moeilijk tegelijk in het hoofd te houden concepten, dan was dat maar zo.

Ja, het Oud Testament is waardevol en de jaloerse boze God van het Oude Testament is dezelfde als de liefdevolle God van het nieuw testament, maar neen, Jezus is niet Joods en Joden zijn te veroordelen. Ja, Jezus was een échte mens met een écht lichaam, en euh ja, hij was ook de zoon van God die altijd al bestaan heeft. Ja, God bestaat uit twee personen, euh nee, drié, en neen, dat zijn geen verschillende personen, of wacht.

Ehrman begint met een korte omschrijving van een aantal teksten die het niet gehaald hebben: het evangelie van Petrus (met ook een uitstapje richting apokalyps van Petrus), de handelingen van Thecla, het evangelie van Thomas, en de wellicht moderne vervalsing van het geheime evangelie van Marcus. Dan volgt een korte omschrijving (opnieuw, ja, niet enorm veel diepgang) van Ebionieten, Marcionieten, en Gnostische Christenen, waarop Ehrman de reactie van de proto-orthodoxen geeft, met onder meer de keuze waar er op strategische plaatsen teksten aangepast werden in reactie op andere opinies, en hoe welke boeken al dan niet in de officiële canon terechtkwamen.

Kort, snel te lezen, interessant, maar zoals gezegd: ik heb het een beetje gehad. Het is me een beetje te populairwetenschappelijk geschreven, en een beetje te weinig substantie. Zeker niet slecht, verre van, maar weinig controversieel en uiteindelijk meer een soort cursus voor een inleiding in het eerste jaar universiteit dan iets anders.

Van op Boeggn. Misschien verwant: How Jesus Became God: The Exaltation of a Jewish Preacher from GalileeThe Christ Myth Theory and Its ProblemsJames the Brother of Jesus: The Key to Unlocking the Secrets of Early Christianity and the Dead Sea ScrollsJesus and the WordGnostic John the BaptizerMisquoting Jesus: The Story Behind Who Changed the Bible and WhyThe Syro-Aramaic Reading of the Koran: A Contribution to the Decoding of the Language of the KoranThe Early History of God: Yahweh and the Other Deities in Ancient Israel

Gelezen: Misquoting Jesus: The Story Behind Who Changed the Bible and Why

misquotingjesusBart D. Ehrman
HarperOne, 2007, 242 blz.

Bart Ehrman geeft een korte introductie tekstkritiek van de Bijbel. Het begint met een kort overzicht can de verschillende geproduceerde soorten tekst (evangelies, brieven, apokalypsen, …), het vervolgt met een korte bespreking van de redenen waarom sommige mensen sommige dingen vervormden of toevoegden en het paradoxale gegeven dat de vroegste teksten vaak het meest van elkaar afwijken (ook omdat de copyisten geen professionals zijn).

Er staan interessante stukjes in over het hoe en waarom sommige (stukken van) brieven van Paulus niet van Paulus zijn, stukken Marcus zeker niet Marcus zijn (wie Marcus ook geweest was), dat soort zaken.

’t Is kort, ’t is weinig controversieel, ’t is interessant voor wie er nog nooit echt bij had stilgestaan. Het boek in zijn geheel hangt ook rond het verhaal van Bart Ehrman, die vertelt hoe hij van een hardcore gelovige christen via onderzoek en tekstkritiek een gewone gelovige werd en uiteindelijk ook dat niet meer.

Niet dat mij dat per se stoorde, maar het had er niet gemoeten.

Van op Boeggn. Misschien verwant: How Jesus Became God: The Exaltation of a Jewish Preacher from GalileeJesus and the WordJames the Brother of Jesus: The Key to Unlocking the Secrets of Early Christianity and the Dead Sea Scrolls Gnostic John the BaptizerThe Christ Myth Theory and Its Problems

“Kies bij de lectuuropdrachten zeker voor voldoende complexe boeken”

Zelie moest een test doen voor Nederlands (denk ik). Ik moest alleen het resultaat uitprinten, maar omdat ik ook graag eens een vragenlijst invul, vroeg ik haar de URL. ’t Is alhier te doen, en ik weet niet goed hoe ik de test moet omschrijven.

Raar, vooral, denk ik.

Mijn resultaat was:

Je antwoorden geven aan dat je niveau 4 bereikt hebt. Je bent dus duidelijk sterk geïnteresseerd in literatuur en je hebt al een heel aantal literaire inzichten verworven. Aangezien je in je vrije tijd al in contact kwam met volwassenenliteratuur, is de overgang naar de derde graad voor jou een stuk minder bruusk.

Niveau 4 is een zeer hoog niveau aan het begin van de derde graad. Zoals je kan lezen in je werkboek is niveau 4 het te verwachten eindniveau voor alle leerlingen aan het einde van de derde graad. Vanzelfsprekend kan dat niveau voor jou niet langer het streefdoel zijn. Jouw persoonlijke doelstelling voor de komende twee jaren is het nog verder verfijnen van je literaire competentie zodat je niveau 5 of 6 kan bereiken.

Zie dit als een persoonlijke uitdaging en kies bij de lectuuropdrachten zeker voor voldoende complexe boeken. Als je meer informatie wilt over het niveau waarop je je bevindt, kan je surfen naar de website lezenvoordelijst.nl. Je vindt daar een uitgebreide profielbeschrijving van jouw niveau en ook een heel aantal goede boeksuggesties.

Zelie had de ene keer vijf, de andere keer vier.

Maar serieus, wat voor vragen zijn dat? Om te beginnen gaat de vragenlijst ervan uit dat er alleen in het Nederlands gelezen wordt, terwijl Zelie (net zoals ik) véél meer in het Engels leest dan in het Nederlands.

En daarnaast: het is telkens zó transparant welke antwoorden ‘slecht’ en welke ‘goed’ zullen gerekend worden, terwijl ik het daar niet noodzakelijk zo eens mee ben. Pakweg deze:

Als ik naar de verfilming van een boek kijk, vind ik…

  1. de filmversie bijna altijd beter dan het boek; er is meer actie, de saaie beschrijvingen zijn weg, het verhaal gaat meer vooruit.
  2. de filmversie soms beter dan het boek en soms niet. Ik kan telkens een verklaring geven waarom dat zo is.
  3. het boek vaak beter dan de filmversie. Tijdens het kijken valt me altijd op waar de interpretatie van de regisseur verschilt van de mijne.
    Bepaalde weglatingen of toevoegingen ergeren me of ik heb bewondering voor sommige vondsten.
  4. het boek vaak beter dan de filmversie. Tijdens het kijken valt me altijd op waar de interpretatie van de regisseur verschilt van de mijne.
    Bepaalde weglatingen of toevoegingen ergeren me of ik heb bewondering voor sommige vondsten. Ik heb ook een erg uitgesproken mening over de verfilming en ik ga die mening vaak verdedigen t.o.v. andere mensen (medeleerlingen, vrienden, leerkracht, …)
  5. Het overkomt me zelden of nooit dat ik én het boek lees én de film kijk. Vaak moeten mensen me zelfs vertellen dat er een boek aan de basis lag van een bepaalde film.

Zucht. Ik vermoed dat 5 het allerslechtste is, dan 1, dan 2, dan 3  en van alle opties 4 de allerbeste.

Geen van de vijf opties zijn op mij van toepassing. Ik vind de vraag zoiets als

Als ik een cocktail drink op basis van een schilderij, vind ik…

  1. De cocktail altijd beter dan het schilderij: het smaakt beter, ik kan er zat van worden, het lest ook de dorst
  2. De cocktail soms beter dan het schilderij en soms niet. Ik kan telkens een verklaring geven waarom dat zo is.
  3. De cocktail vaak beter dan het schilderij. Tijdens het drinken valt me altijd op waar de interpretatie van de barman verschilt van de mijne.Bepaalde weglatingen of toevoegingen ergeren me of ik heb bewondering voor sommige vondsten.
  4. De cocktail vaak beter dan het schilderij. Tijdens het drinken valt me altijd op waar de interpretatie van de barman verschilt van de mijne.Bepaalde weglatingen of toevoegingen ergeren me of ik heb bewondering voor sommige vondsten. Ik heb ook een erg uitgesproken mening over de cocktail en ik ga die mening vaak verdedigen t.o.v. andere mensen (medeleerlingen, vrienden, leerkracht, …)
  5. Het overkomt me zelden of nooit dat ik én het schilderij bekijk én de film cocktail drink. Vaak moeten mensen me zelfs vertellen dat er een schilderij aan de basis lag van een bepaalde cocktail.

Nee serieus: natuurlijk zijn er boeken die beter zijn dan verfilmingen ervan. Net zoals er films zijn waarvan de novelisering beter is dan de film. En er films zijn die stukken beter zijn dan het boek, of noveliseringen van films die beter zijn de film.

Maar “beter” en “slechter” zijn niet noodzakelijk termen die betekenisvol zijn: een boek is iets anders dan een film is iets anders dan een graphic novel is iets anders dan een schilderij is iets anders dan een cocktail.

Of bij de vraag “Als ik een boek kies, dan is de dikte van het gekozen boek…”. Ik ga ervan uit dat “totaal niet belangrijk voor mij, zolang het een leuk boek is” als minder ‘goed’ gerekend wordt dan “belangrijk, in die zin dat ik snel/veel lees, waardoor ik graag dikkere boeken heb, omdat die voor mij een uitdaging bieden”.

Terwijl dat natuurlijk niet zo is. Het kan mij geen raap schelen of een boek 150 dan wel 1500 bladzijden is. Als het maar goed is. Wat niet noodzakelijk hetzelfde als “leuk” is, natuurlijk.

Of bij de vraag “Als we op school samen een boek lezen en bespreken…” — waar er meer gepolst wordt naar hoe onpopulair men graag wil zijn in de klas dan naar iets anders. Zeg nu zelf, wat is ‘beter’ en wat ‘slechter’?

  1. dan houd ik me afzijdig tijdens de discussie. Praten over boeken is zo mogelijk nog saaier dan lezen zelf.
  2. dan houd ik me vaak afzijdig tijdens de discussie. Tijdens het lezen had ik al moeite om het verhaal te volgen en in de klas halen ze er dan ook nog eens een hele hoop symbolen uit die ik zelfs niet opgemerkt heb.
  3. dan neem ik deel aan de discussie. Ik vertel vooral over mijn appreciatie van het boek en over de personages. Ik houd ervan om uit te leggen waarom een bepaald personage mijn lievelingspersonage is.
  4. dan neem ik deel aan de discussie. Ik probeer het verhaal mee te analyseren en reageer kritisch op interpretaties van klasgenoten. Hierbij gebruik ik de correcte literaire terminologie en kan ik mijn mening met argumentaten ondersteunen.
  5. dan neem ik deel aan de discussie. Ik probeer het verhaal mee te analyseren en bepaalde beslissingen van de auteur uit te leggen aan de anderen (bv. waarom de auteur hier een flashback gebruikt?).
  6. dan eindigt de discussie vaak in een kleine dialoog tussen de leerkracht en mij over bepaalde verhaaltechnische componenten. Ik ga graag heel diep in op bepaalde verhaaltechnische aspecten.

De optie “dan houd ik me afzijdig tijden de discussie. Mijn persoonlijke opinie geven is zo mogelijk nog akeliger dan gewoon moeten antwoorden op een vraag in de klas.” stond er niet bij.

Aargl nee. Hatelijke vragenlijst.

Gelezen: The Hallowed Hunt

id_hco2014mth06thhu_bLois McMaster Bujold
Harper Voyager, 2005, 423 blz.

Zo. Af van Robert Sawyer en zijn kartonnen personages. Terug bij McMaster Bujold en de wereld van de vijf goden.

Het boek begint als een detectiveverhaal naar wie de prins heeft vermoord, en zonder spoilers is er niet veel over te vertellen maar het was meer van hetzelfde als de vorige twee, en op een goede manier. Geen vervolg en geen prequel, maar deze keer een volledig nieuw verhaal.

Chronologisch speelt het zich af ergens vóór Curse of Chalion en Paladin of Souls, en geografisch op een andere plaats — niet meer in een soort Spaansachtig aandoend koninkrijk, maar in een meer Angelsaksisch aandoend koninkrijk, met antecedenten in een nog ouder tijdperk, waar mensen dierengeesten in zich hadden.

Fijn verhaal, fijne personages, proper afgesloten, zelfs al zou er waarschijnlijk nog heel veel uit te melken zijn.

En dan nu Vorkosigan.

Gelezen: Neanderthal Parallax 2-3

9780765326331Humans
Robert J. Sawyer
Tor Books, 2003, 352 blz.

Oh zucht. Ik herinnerde me tijdens dit boek waar ik de auteur van kende. Robert J. Sawyer was ook al verantwoordelijk voor het afgrijselijke Calculating God.

Dit boek werd genomineerd voor een Hugo. On-ge-loof-lijk. Ergens in het begin, na een paar verbijsterend slechte hoofdstukken, heb ik besloten het derde boek ook te lezen. Niet omdat ik wil weten waar het naartoe gaat (dat kan ik wel vermoeden, het derde boek heeft Hybrids, wohohohow), maar omdat dit leest als een soort slow-motion treinongeval.

Slecht. Maar echt slecht. En echt twijfelachtig van gedachtengoed. Een verkrachter letterlijk castreren? Niet alleen een goed idee, de persoon zelf wordt er ook gelukkiger van. Privacy? Voor mensen die iets te verbergen hebben. Mensen zijn slecht, neanderthalers zijn goed.

En slechte sexscènes.

Op naar het derde boek!

9780765326348Hybrids
Robert J. Sawyer
Tor Books, 2004, 400 blz.

Bon, goed. Goed, bon. ’t Is afgelopen.

In Hybrids, Ponter Boddit and his Homo sapiens lover, geneticist Mary Vaughan, are torn between two worlds, struggling to find a way to make their star-crossed relationship work. Aided by banned Neanderthal technology, they plan to conceive the first hybrid child, a symbol of hope for the joining of their two versions of reality.

But after an experiment shows that Mary’s religious faith – something completely absent in Neanderthals – is a quirk of the neurological wiring of Homo sapiens brains, Ponter and Mary must decide whether their child should be predisposed to atheism or belief. Meanwhile, as Mary’s Earth is dealing with a collapse of its planetary magnetic field, her boss, the enigmatic Jock Krieger, has turned envious eyes on the unspoiled Eden that is the Neanderthal world . . .

Urgh ja.

Neen, dit was niet goed. En het einde was niet goed. Het begin en het midden ook niet.

Er is een verhaaltje, maar ook hier is het meer een excuus om eindeloos te neuten over hoe alle mannen slecht zijn, eugenetica top is, godsdienst een letterlijke biologische fout en aargh.

Ik was beter gestopt na het eerste boek. Vermijden. Niet goed. Awoert.

Van op Boeggn. Misschien verwant: Calculating God Southern Bastards v2: GridironAnno DraculaThe Mechanical

Gelezen: Neanderthal Parallax 1: Hominids

hominidsRobert J. Sawyer
Tor Science Fiction, 2003, 444 blz.

Ik was vast van plan heel Lois McMaster Bujold te lezen, maar toen las ik een artikel over evolutie van mensen en daarin werd dit boek vermeld. De premisse leek mij interessant, en ik heb de aandachtsspanne van een mug, dus ha.

In een wereld waar homo sapiens het onderspit gedolven heeft en Neanderthalers niet, is een paar wetenschappers aan het werk met een quantumcomputer. Ponter, meer theoretisch aangelegd en Adikor, meer praktisch aangelegd, sturen er moeilijker en moeilijker problemen naar. Op een gegeven moment kan het universum het niet meer aan, wordt er een tunnel geopend naar een alternatieve realiteit, en wordt Ponter erdoor gezogen naar een parallelle wereld, waar op dezelfde plaats ook onderzoek gedaan wordt.

So far so good.

Idee leutig, begin leutig, maar dan gaat het redelijk snel bergaf. Eén verhaal volgt Ponter in onze wereld, en hoe hij kennis maakt met allerlei mensen. Een sexy Franse wetenschapster, een token zwarte medemenswetenschappen, een token native wetenschapper, en Mary Vaughan, love interest. Vaughn wordt trouwens al in het begin van het boek verkracht, en dat achtervolgt haar het hele boek. Goedkoop, vond ik, want veel persoonlijkheid krijgt ze niet.

Ik bleef lezen omdat ik hoopte dat er meer zou volgen (het boek heeft tenslotte ook een Hugo gewonnen), maar het bleef allemaal voornamelijk expositie, over hoe slecht onze wereld wel is in vergelijking met die van de neanderthalers: bij hen leven mannen en vrouwen apart, en komen mannen en vrouwen maar een paar dagen per maand samen. Daarbuiten heeft elke man een man-partner en elke vrouw een vrouw-partner. Om de tien jaar of zo mogen ze allemaal samen een kind maken, en dan komt er een nieuwe generatie in het leven.

Er is geen godsdienst, en dat maakt het grote verschil, volgens Sawyer. Dat, en het feit dat ze een grotere neus hebben en dus elkaars feromonen kunnen ruiken en bijna geen geheimen voor elkaar kunnen verbergen. Oh, en dat, en ook dat ze allemaal een ingebouwde artificieel intelligente computer hebben die al wat ze doen ergens opneemt, waardoor misdaad zo ongeveer onmogelijk te verbergen wordt. Oh, en als er een misdaad begaan wordt, dan wordt niet alleen de persoon die hem begaat maar ook alle mensen uit zijn familie gesteriliseerd. Eugenics wahey!

Contrasteer dat voortdurend met onze wereld, en laat het moraliseren een aanvang nemen.

Het is niet allemaal perfect in de andere wereld: daar wordt Adikor, de man-partner van Ponter, van moord beschuldigd. De quantumcomputer stond op een plaats waar de ingebouwde computers geen pnames konden doorsturen, en er is geen lichaam te vinden, dus de conclusie was snel getrokken.

Het loopt allemaal goed af, en tegen beter weten in, staan deel twee en drie ook op mijn Kindle.

Van op Boeggn. Misschien verwant: The MechanicalAsh: A Secret HistoryEr ist wieder daThe Atrocity Archives

Gelezen: Paladin of Souls

paladin-of-soulsLois McMaster Bujold
HarperTorch, 2005, 496 blz.

…en dat was onverwacht interessant. De krankzinnige vrouw uit het vorige boek, Ista, bleek niet krankzinnig maar wel behept met goddelijke interventiedingen. Nu dat uitgeklaard is, komt ze na jaren semi-opsluiting weer in de wereld. Veertig jaar, maar toch een soort coming-of-age-verhaal dus.

En opnieuw is het meer het innerlijke van de persoon dan de grote troepenbewegingen waar het om draait (al wordt er wel gevochten en zo, uiteraard).

Waar Curse of Chalion vol grote politiek zat, met intriges op het niveau van het hele koninkrijk, is dit een veel kleiner boek. Ista was getrouwd met een koning die nu dood is, haar kinderen zijn volwassen, ze was jaren gek verklaard, en ze heeft dus nooit een eigen leven gehad. Nu grijpt ze het excuus van een pelgrimstocht aan om een avontuur te beleven.

Er is geen zwart of wit, en er zijn geen eenvoudige antwoorden: zelfs de schlechte schlechterik is eigenlijk maar een mens die er het beste van probeert te maken (op een manier dat het eigenlijk helemaal niet gepermitteerd is, maar alla).

Ik heb er verrassend van genoten (andere mensen ook: Hugo en Nebula gewonnen), en ik vond het jammer dat, net zoals bij Curse of Chalion, het verhaal opnieuw helemaal afgesloten is.

Van op BoeggnMisschien verwant: The Curse of ChalionThe Vampire TapestryThe Bone ClocksUnknown: The Devil Made Flesh

Oudere berichten

© 2017 Michel Vuijlsteke's weblog

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑