Archief voor de categorie 'Echt gebeurd'
maandag 24 september 2007 in Echt gebeurd. Permanente link | 6 reacties
- Oh, dokter Vuijlsteke? Kàn dat eigenlijk, dat iemand misselijk is van algemene pijn, of is dat maar een voosken dat oude mensen de kindjes wijsmaken?
- Haja, beste kijkbuiskinderen, dat is inderdaad geen grap: een mens kan effectief heeltegans misselijk zijn van de veralgemeende pijn. Niet leutig hoor, kindjes!
- Maar dokter, zou het dan niet beter zijn om vroeger te gaan slapen of wat?
- Neen, kindjes: soms heeft een mens zó veel pijn dat het gemakkelijker is om in de zetel te blijven zitten dan in bed te kruipen.
- Oh.
- Tjaha.
- …
- Dààg kindjes!
- Dag dokter!
vrijdag 12 mei 2006 in Echt gebeurd. Permanente link | Eén reactie
Ik zat vanavond op de trein rechttegenover een werkelijk mooie mevrouw. Niet oogverblindend flashy van hola beer, maar het zag er echt een lieve mevrouw uit, en zo ik al een type heb, dan helemaal mijn type.
Mocht ik al geen mevrouw en dergelijke hebben, en ware ik een mens die dergelijke dingen zou durven, ik zou de mevrouw rechttegenover mij gevraagd hebben wat ze ervan zou denken om samen iets te doen vanavond. Een glas drinken misschien op een terras. Of samen naar tv kijken, op elkaars schoot.
Maar ik heb al een zeer goeie mevrouw, en ik ben niet een mens die dergelijke dingen zou durven, en dus heb ik het gehouden op steelse blikken over mijn computerscherm.
En heel misschien droom ik vannacht wel over de echt wel heel mooie schouders van de mevrouw op de trein.
vrijdag 26 augustus 2005 in Echt gebeurd. Permanente link | 5 reacties
Gisterenavond, twintig voor elf, station Dampoort.
Ondergetekende stapt—als enige—van de trein. Op het hoofd een koptelefoon, in de hand een opengeklapte portable, rond de nek een Nikon-met-nieuwe-lens en op de rug mijn hele kapitaal aan fotomateriaal.
Bijna aan mijn fiets gekomen: vanuit de duisternis komen er vier mannen op mij afgestapt. Olijfkleurige mannen. Ze spreken luid. Gesticuleren druk.
Dié daar, lijkt er één te zeggen. Nee, lijkt een andere te zeggen. Houdt de eerste tegen. Toch wel, is de algemene consensus, en ze gaan met z’n vieren rond mij staan.
De kerel die het initiatief genomen had, zet een stap vooruit.
—Sprechen sie français?
—Euh… oui?
Volgt een verwarrend verhaal, in een welhaast onbegrijpelijke mengelmoes van Frans, Duits, Engels en wat ik aanneem Arabisch te zijn.
Dat er hier helemaal niets te zien is, en hoe kan dat? Is dit het station?
Jazeker, zeg ik, maar er zijn in Gent twéé stations.
Aha! Maar is dit het Hauptbahnhof? En stopt de trein uit Londen hier?
Want, blijkt, ‘s mans vrouw komt aan met de trein uit Londen, en ze hadden afgesproken aan het station om elf uur, en ze lopen al een half uur rond in de buurt, maar niemand wil ze helpen.
En of ik misschien weet waar dat andere station dan wel is, en uit welke richting de trein van Londen komt.
Ik heb ze uitgelegd waar Gent-Sint-Pieters ligt en hoe er per camionette te geraken.
Ze vielen praktisch over elkaar van dankbaarheid. De dutsen.
woensdag 24 augustus 2005 in Echt gebeurd. Permanente link | Geen reacties
Die ochtend op de trein:
Mogen wij ons ook excuseren voor de weinig toegankelijkheid van de toiletten? Wegens ruimingsproblemen zijn er maar twee toiletten beschikbaar. Wij excuseren ons daarvoor.
Beleefd zijn ze wel!
Geschreven al luisterend naar: Jimmy Radcliffe - The Look Of Love, disc 1 - (There Goes) The Forgotten Man
zaterdag 6 augustus 2005 in Echt gebeurd. Permanente link | Geen reacties
Daarnet bij Michel Peeters: bijna schaamtelijk.
Een koppel, ik schat ze ergens in de veertig. Ze kwamen kaas kopen. “Een paar stukken kaas, voor op een plateau, met wijn. Voor vijftien man.”
Waar ze precies aan gedacht hadden? Echt kenners waren het duidelijk niet, maar ze hadden wel de air van mensen die precies weten hoe ze personeel moesten behandelen.
“Ja, doe maar een paar wat stukken. Emmenthal. En jonge kaas, dat gaat meestal toch het rapste weg.”
Ze hadden gezegd dat het voor bij de wijn was, en als ze om emmenthal en “jonge kaas” vragen, dan zou ik denken dat het de bedoeling was die dingen in blokjes te snijden en daar tandenstokers in te steken. De dame achter de toog dacht blijkbaar hetzelfde, want ze vroeg of het de bedoeling was om allemaal vaste kazen te nemen, en of daar bijvoorbeeld ok iets pittigers mocht bijzitten, of een Appenzell of zo…
De man was completely out of his depth, en siste zijn vrouw iets toe in de zin van “Allez Myriam, zegt gij ook ekeer iets!” Op een toon van “…’t is tenslotte uw familie” of “…’t is tenslotte uw idee om een feest te geven”.
De vrouw gaf wat meer uitleg. Blijkt dat het wel degelijk een kaasschotel-ter-avondeten was. Maar dat er niet te veel moest zijn, want “te vieren hebben ze al taart gegeten, en dan eten ze te zessen al boterhammen”.
Boterhammen. Zucht.
‘t Moest dus wat vanalles zijn: “pakt ook maar een paar geitenkaaskes, en wat, euh, Camembert en dingen”.
Ondertussen was het aan mij. Ik had (hoera!) Den Baas zelf als bestelmens, en ‘t was dus snel afgelopen. Eerst een paar vaste waarden: Brie de Meaux, een goeie à point Camembert (‘t is Grand Normand geworden, de andere was niet echt rijp), en een stukje Vieux Lille.
En dan voor de rest van mijn budget: doe maar. Het is uiteindelijk geworden:
- een Pouligny, zo’n pyramide-achtige geitenkaas
- een stuk Comté de Fruitière, een vaste, fruitige kaas uit de Jura
- een Baragnaudes, zowat de beste roquefort die er is
- een Langres, een, ahem, karaktervolle kaas (slechte mensen zouden het een stinkkaas noemen) met een zachte korst, van het soort kaas dat in vershoudfolie moet gehouden worden of hij loopt helemaal uit
- een St. Félicien, zacht zoals een St. Marcellin, smeerbaar zelfs–van het genre dat ik het liefste eet op een toast
- een Tomme de Fédou, een vaste schapenkaas
Voor vanavond bij Els en Wim. Tussen de tajine en het dessert. Mmmmmmm.
Het verhaal in de kaaswinkel heeft trouwens een happy end: de winkel en de vriendelijkheid van de mensen erin moet invloed gehad hebben op het koppel, want op den duur kozen ze allerlei dingen zelf.
Bekeerde mensen, mag ik hopen.
Geschreven al luisterend naar: Johann Sebastian Bach - Concerto No. 6 BWV 1051 -I- ohne Satzbezeichnung
dinsdag 26 juli 2005 in Echt gebeurd. Permanente link | 13 reacties
Vanmorgen rond een uur of tien boodschappen gaan doen: eerst geld gaan halen aan de Vrijdagsmarkt en dan aan de andere hoek van de markt fruit gaan kopen.
Ze waren de kermis aan het afbreken, met veel lawaai en geklop—tot groot jolijt van Louis en Jan. Er waren ongetwijfeld veel schone foto’s te nemen ook, maar ik had mijn gerief niet bij, helaas.
Ik had Louis beloofd heel eventjes door het park te lopen, en om daar te geraken kwamen we voorbij de Vlasmarkt. In één woord: yeurgh. Gasten: als ge niet kunt drinken, drink dan niet. En als g’absoluut zat wilt worden: doet dat in stilte en valt er niemand mee lastig.
Aan het begin van de Bibliotheekstraat had ik prijs: zo’n lallende zottin die plots op volume 11 begon te kélen. Papa! Pa-paaaàà!
Met een pintglas in één hand en een halveliterblik in de andere hand, onvast voortstrompelend. En niet aflaten: pa-pààààà!! Ik wil ook uw kindje zijn! Pa! Pàà!
Behoorlijk vervelend. Ik ben blijven staan aan het park zelf, tot ze bijna op mij botste, en ik heb ze over mijn schouder toegesist ge maakt mijn kinderen bang—moest ik u zijn, ik zou nú terugkeren.
Even was het stil, maar toen we aan de overkant van het park waren en de Oudevest indraaiend was het weer zover: papatje! pa-pa-tche! hélaba! papa! mag kik uwe kleine niet zijn soms? pa-pàààààààà!!!
Ik begon er een slecht oog in te krijgen. Ik heb de buggy laten staan op de hoek, de straat overgestoken, en dat wijf, dat waarschijnlijk niet eens dertig was, met twee vingers op haar twee schouders tegengehouden. Ze bleef wat onstabiel staan, en dacht mij nog iets toe te moeten lallen in de zin van gij pijst dadde zoveel beter zijt omdat gij wel kinderen hebt, ewel, ik zal kik u keer wa zeggen hé…
Ik heb ze zo kwaad mogelijk aangekeken, en zo dreigend mogelijk gezegd blijf. van. mijn kinderen. wég. NU!
Ze strompelde wat onstabiel naar achter.
Het heeft niet geholpen: twee straten werder, toen we bijna aan onze deur waren, plots van aan de hoek van de straat: ela! papa! papaaaa! papaatje! ik zal u kinderen nekeer pootjelap doen! papaaaaaaaaa!!!! pootjelap!!!
Nu mogen ze veel doen, maar mijn kinderen, daar moeten ze afblijven. Ik ben er niet fier op: ik heb ze ons laten achtervolgen tot een eind voorbij onze deur, en dan heb ik ze aan de volgende hoek tegen de muur geplakt. Ze had haar bierglas niet meer in de hand, nog dat geluk. Ik had ze bij de staart in haar haar vast, en met mijn andere hand aan de keel gegrepen. Ik weet niet of haar voeten nog op de grond stonden, maar het zou goed kunnen van niet: zó kwaad was ik.
En dan heb ik ze op ijzig rustige toon nog eens duidelijk gemaakt dat ze best van mijn kinderen afblijft, als ze weet wat goed voor haar is.
Ik vrees dat ik er ook een hele reeks onbeleefdheden aan verbonden heb. Genre smerige stinkende teef en goor foorwijf en ook die goeie oude ‘t is niet omdat ge nijdig zijt dat iedereen u achter uw rug uitlacht voor uw gemeen pukkelgezicht, uw dik gat en uw uitgezakt lijf vol lelijke tatoeages, dat ge dat moet uitwerken op andere mensen.
Ik liep er al over na te denken van in het park, jazeker.
Ze is verwensingen brallend afgedropen. Bah.
donderdag 9 juni 2005 in Echt gebeurd. Permanente link | 75 reacties
Meneer >krchh< euuhhh, wacht hé >krkrrr< Ja! Allé ja. Euh. Meneer… Vuil?
– Vuijlsteke. Michel Vuijlsteke.
Jaja. Wacht hé… >krzzkrzzz< ja, meneer Vuil.
– Vuijlsteke.
Jaja. Vuil. U spreekt met An de telefonsite van de spaar>zrrtksch< en ik vraag u of ik u meneer Vuil vrijblijvend raad kan geven over spaarkrediet in het geval u weet dat >zrttttt< risicovolle en beursgebonden belegging niet in het wanneer zou dat u?
– Mevrouw. U hebt me een uur geleden ook al gebeld, met precies hetzelfde onbegrijpelijke verhaal. Ik heb u toen gezegd dat u morgen kon terugbellen als mijn vrouw er was. En het is Vuijlsteke.
Vuil? Teek? Euh, ja, ik ben An de telefoniste voor het mogelijk geïnteresseerd voor vrijblijvende raaadgeving.
– Mevrouw? U hébt me dat al verteld. En ik heb u ook al gezegd dat ik u geen antwoord kan geven. En u hebt een goed half uur ook al gebeld, zie ik op de telefoon. Kunt u me precies zeggen wat u wilt van mij?
Mijnheer, euh, Teker, ik ben An de telefoniste en ik zou graag een vrijblijvende afspraak…
– An. Kunt u even wachten? Ik heb ondertussen begrepen dat u een vrijblijvende afspraak wilt, en dat u met me wil spreken over sparen. Voor welk bedrijf belt u precies?
Ik ben An van de spaar raadgeving, en ik zou een vrijblijvende raadgeving willen voor het risico dat u loopt gebonden aan de beurs en cons>tskrchhsss<
– Ik vrees dat we een heel slechte verbinding hebben. Mag ik u gewoon vragen wat de uitkomst van dat gesprek zou zijn?
Euh, raad geven.
– En wat wilt u bekomen? Dat ik iets koop?
Nee, raadgeven, wij zijn enkel vrijblijvend.
– Merouw, dat geloof ik niet. Ik kan me niet inbeelden dat jullie een liefdadigheidsorganisatie zijn. Wat gebeurt er als ik jullie vrijblijvende raad opvolg?
Euh.
– Ga ik dan een krediet aan bij jullie bedrijf?
Eum. Ja, vrijblijvend.
– Mevrouw, zou het niet gemakkelijker geweest zijn als u in het begin gezegd had dat u me een spaarkrediet probeert te verkopen? Dan zouden wij elkaar veel tijd bespaard hebben, en wie weet uw verkoper ook een verplaatsing.
Jamaar, meneer Vuil het is een vrijblijvend raadgeving voor risicoloos…
– Het spijt me. Ik ben niet geïnteresseerd. En het is Vuijlsteke. Goeienavond. >klik<
maandag 6 juni 2005 in Echt gebeurd. Permanente link | 6 reacties
Het is altijd fijn als een telefoongesprek begint met “maak u niet ongerust, ‘t is niets ergs”.
Enfin, ‘t is dus niets ergs en niemand moet zich ongerust maken, maar mijn vader ligt in een hospitaal in Istanbul en hij wordt één dezer dagen onder volledige narcose geopereerd.
Hij heeft normaal zo’n ding zitten, en dat is ‘s nachts losgekomen, en hij heeft het ingeslikt. En ze moeten zo’n ding bijbestellen, en dat dan onder volledige verdoving terugsteken.
Hij kan nauwelijks meer spreken, hij moet helemaal verdoofd worden en geopereerd worden, het geheel zal in een Duits privé-hospitaal gebeuren in Istanbul, maar: alles is in orde. En er is niets om ons zorgen over te maken.
Ik vermoed dat hij wel al zal gedaan hebben waarvoor hij in Istanbul moest zijn (selecties, en spreken met ministers en zo), dus tout est pour le mieux dans le meilleur des mondes imaginables. Meet my dad, Master of Deadpan.
update: blijkbaar is het ding gisteren nog toegekomen, en stond hij erop dat ze hem gisterenavond nog zouden opereren, want hij had vandaag werk te doen. Voor zover ik begrepen heb, is hij gisteren om 22u geopereerd, en vanmorgen om 8 uur of zo rechtstreeks na het wakker worden uit narcose verder gaan werken.
Ahem.
update 2: Duits hospitaal, mijn voeten ja. Het heet “het Duits hospitaal”, en ik vermoed dat het ooit wel eens van Duitsers zal geweest zijn, maar het is gewoon een (bijzonder luxueus ogend) Turks hospitaal.
Niet dat daar iets mee mis is natuurlijk, en zoals mijn moeder zei: nog een enorm geluk dat dat nu gebeurd is, in een beschaafd land als Turkije. Binnen twee weken zit mijn vader nog eens in Albanië… een mens moet er niet aan denken 
vrijdag 1 april 2005 in Echt gebeurd. Permanente link | 3 reacties
Great stuff. De hele trein van Brugge naar Gent zit barstensvol, op drie plaatsen na in zo’n dubbele naar-elkaar-wijzende dinges net vóór mij, waar maar één van de vier zetels gebruikt blijkt.
Door een kerel, geschat mijn leeftijd, lang, mager, versleten beige baggy pants en khaki slobbertrui. Nu, ik schat hem midden de dertig, maar voor hetzelfde geld is hij ouder dan veertig—en nu de conducteur langskomt en de kerel een go-pass boven haalt: misschien is hij wel midden de twintig. (brr)
Het type Bez van Happy Mondays in het najaar van 1991. Maar dan stukken pokdaliger, en met flaporen, en met het gebit van Shane MacGowan in de zomer van 1989.
En o ja: hij ruikt erg naar vis. En hij is zo zat als een kanon. Hij zwijmelt, op de grens tussen in slaap vallen en wijdopengesperde ogen, met een verkreukeld halfleeg blikje Jupiler in de hand. Er ligt nog een blikje op het tafeltje naast hem, en eentje op de zetel, en voor zover ik kan zien minstens twee in het vuilbakje onder de tafel.
Daarnet, toen de conducteur net weg was, is hij rechtgestommeld, heeft hij een grote groene sporttas van het bagagerek geschoven, en haalde hij er een diepvrieszakje—I kid you not!—pillen van allerlei vormen en kleuren uit. Hij graaide er een paar uit, propte ze zo goed en zo kwaad mogelijk in zijn mond, spoelde ze met een net niet gemorste slok bier door, en zeeg weer in zijn stoel neer, de sportzak halfopen tussen zijn knieën en de zak pillen nog in de hand.
Terwijl ik dit schrijf kijk ik regelmatig eens recht voor mij uit, en dan gebeurt het dat hij me wat instabiel aankijkt. Soms duikt hij ook even uit mijn gezichtsveld, als hij—pillen ten spijt, of net niet—indommelt. Maar niet voor lang: dan schiet hij plots met een bijna archetypische pantomime-myoclonic jerk weer naar boven, bloeddoorlopen van oog en nystagmus very much in evidence.
…
Ondertussen zijn we aangekomen in Drongen, en probeert hij zichzelf knikkebollend en vingerknippend wakker te houden. Mijn trein stopt in Sint-Pieters. Ik denk niet dat ik wil weten wat zijn bestemming is.
vrijdag 25 juni 2004 in Echt gebeurd. Permanente link | Geen reacties
Het is verslavend, en al wist ik op voorhand dat ik er de rest van de dag en nacht slecht van zou zijn: ik ben vannamiddag weer naar het stadsarchief geweest.
Ik heb me door de rest van de geboortes van de parochies Sint-Pieters, Sint-Salvator, Sint-Baafs en Sint-Jacobs gewerkt, en ik ben begonnen aan de huwelijke van Sint-Pieters (de motherlode van alle Gilliets in Gent, lijkt het wel). Ha, dat vier schappen microfilms zo verslavend kunnen werken…
Voor de rest is het daar bijzonder fijn werken. Een fijne mengeling van oude rotten en studenten die duidelijk hun huiswerk moeten komen doen.
Vandaag zat links van mij een mens de hele namiddag te zuchten en te puffen op zestiende-eeuwse praktisch onleesbare aktes, rechts van mij zat een jongeman met een computer op zijn schoot uren aan een stuk staten van goed over te typen, ik heb een juffrouw getoond hoe ze de microfilms moest laden en hoe ze kon inzoomen en scherpstellen, de archivarissen liepen open en weer, Luc (van op het einde van de straat, onvolprezen auteur van stapels stukjes op de website van onze wijk) is langsgekomen, het opzoekwerk is uitstekend verlopen en de puzzelstukken beginnen in elkaar te passen: ik wou dat ik er alle dagen kon zitten.
En er was zelfs was kolder: een dame die speciaal uit Nederland afgezakt was. Ze kwam met veel misbaar binnen en vroeg een lijst van haar voorouders. Men haar gezegd dat haar voorouders uit Gent kwamen, vandaar.
De dame aan de balie legde met veel geduld uit dat het eigenlijk niet zo eenvoudig is, dat het Stadsarchief alleen stukken uit het Ancien Régime heeft, dus tot 1796, en dat je best begint bij de burgerlijke stand, die je bijvoorbeeld in Beveren-Waas kan gaan raadplegen, maar dat die ook maar tot eind de negentiende eeuw gaat, dus dat je best eerst zelf wat onderzoek doet bij familieleden en in je eigen doodsprentjes en zo.
Verontwaardiging. Consternatie. “Dan zou je dus echt wel tijd moeten uittrekken?”
Inderdaad: je moet er echt wat tijd voor maken.
Vertwijfeling. “Ja, thuis heb ik misschien wel wat dingetjes liggen, maar ik heb echt deze namiddag uitgetrokken…”
Tja, niet veel aan te doen, maar het archief is alle dagen open behalve maandag, dus…
Idee! “Kunt u me niet gewoon een lijst van de namen geven?”
Neen, dat kon niet echt.
Laatste poging: “Is dat dan ook toevallig via het internet te…?”
Nee, helaas. Het is echt wel allemaal artisanaal te doen.
Afdruipend: “Nou ja, niets aan te doen. Ik denk wel dat als je eenmaal bezig bent met graven, ja, dan kun je best wel een volledige dag uittrekken.”
En ik bedacht dat als je eenmaal bezig bent met graven, je eigenlijk de rest van je leven mag uittrekken. En dat dat nog niet garandeert dat je iets gedaan krijgt.
woensdag 9 juni 2004 in Echt gebeurd. Permanente link | 5 reacties
Daarnet: telefoon!
“Allo, euh… ja, euh… zijde gij content met uw leven?”
In een accent van hier in de buurt, ik schat een appartementsgebouw aan de Muide.
“Zijde gij niet geïnteresseerd in, euh, geld verdienen? Euh, meer geld verdienen of nu? Euh, allez, ‘k wil zeggen, verdiende gij genoeg geld?”
Ik zei die mens dat ik redelijk tevreden was met mijn leven en mijn inkomen (niemand zegt dat ik eerlijk moet zijn tegen pyramid scheme verkopers, toch?), maar hij bleef volhouden:
“Ah, euh, jah, euh. Zijde soms niet geïnteresseerd in nieuwe opportuniteiten met meer dan 80 klanten in 40.000 landen? Ik kan van thuis werken, euh, jah, allez jah, euh zijde niet geïnteresseerd om extra inkomen te verdienen op een eenvoudige manier?”
Hij was al zenuwachtig om mee te beginnen, en het was er niet op verbeterd—ik heb hem maar niet gevraagd hoe die tachtig klanten over al die landen verdeeld zaten, en ik heb moedig mijn lach ingehouden toen ik hem vroeg “op welke manier bijverdienen?”
“Ja, wel, euh. Ja. Euh. Bijverdienen. Verkooptegij graag?”
Ik moest hem teleurstellen: “ik hààt verkopen. En ik hààt verkopers.” Niet dat dat noodzakelijk honderd percent waar is, maar ik was eigenlijk vooral benieuwd naar de reactie.
“Ah. Ah. Euh. ja. Ah. Euh. Ja, wel, dat is. Euh. Ja, wel, ‘t is absoluut geen verkopen. Dus. Euh.”
De mens viel helemaal stil van teleurstelling. Een paar seconden stilte laten vallen, en hij kwam niet veel verder dan “euh”, terwijl bij hem thuis net zoals bij ons de season finale van The Gilmore Girls op TV was. Mijn goed hart dan maar laten spreken: “wat zou het dan wél zijn dat ik moet doen?”
“Ah ja! Euh! Ja! Wel! Euh, ik kan het niet aan de telefoon uitleggen. Kan ik eens langskomen en op minder dan een uur uitleggen hoe u van bij u thuis uit een handige, euh, kunt bijverdienste, euh, komen. ‘t Is te zeggen, euh. Zijt ge tevreden met uw levenskwaliteit?”
Aandoenlijk. Ik vraag hem of hij echt geen tipje van de sluiter kan oplichten. Of er ergens een folder van bestaat, of misschien een website of zo?
“Nee, maar kan ik u vragen of gij denkt dat ge wel genoeg vrije tijd hebt?”
Ik moest hem, helaas, teleurstellen. “Ik heb mijn rug gebroken en nu zit ik een paar maanden thuis, dus ja, ik heb wel genoeg vrije tijd. En ik denk niet dat ik zo geïnteresseerd ben in uw aanbod, sorry.”
Hij heeft zelfs niet meer de moeite gedaan.
“Euh. Allez ja, goeienavond meneer.”
Ik vraag mij af wie contenter was dat het gesprek afgelopen was.
woensdag 2 juni 2004 in Echt gebeurd. Permanente link | Geen reacties
Ik stapte de FNAC binnen met mijn vestzak vol euros. Eerst de verplichte ronde langs de DVD’s, over de computerboeken, langs de kabels, naar de muizen, via de complete systemen naar de iPods en de harddisken en cd/dvd-spelers, de spelletjes, de consoles, de serieuze software, de rekenmachines tot aan de PDA’s en GSMS; en dan recht naar beneden en naar rechts de fotografie in.
Even kijken of er nog een model in de vitrine stond, jawel, en dan naar de toog. Dat ik graag een Nikon D70 wou kopen. De kit. Met de 18-70. De meneer achter de toog keek even op zijn computer, jawel ze zijn nog in voorraad, maar “we hebben juist een nieuw systeem geïnstalleerd en de stock op de computer klopt niet met de stock in ‘t magazijn”.
Telefoontje naar het magazijn: helaas. Geen kit meer op voorraad. Ik probeer nog even of ze mij geen body en een eventueel betere lens kunnen aanraden, maar de man verzekert me dat de 18-70 die erbij zit echt wel de beste all-purpose lens is voor iemand die nog geen lenzen staan heeft.
Of ik kan bestellen? Uiteraard!
Maar zó vanzelfsprekend blijkt het niet te zijn: op het hele verdiep had nog niemand een bestelling geplaatst met het nieuwe systeem. Volgens de computer genoeg waren er nog acht op voorraad, dus was het volgens de computer niet nodig om een bestelling te plaatsen, en dus was er nergens een knop “bestellen”. Zoeken, duwen, trekken: niets. Ik suggereer om er tien te bestellen, en er dan negen te on-bestellen eens de computer voor de zot is gehouden.
No go: het systeem vraagt iets in de zin van “order forceren?” en weigert dan een bestelling te maken. Gelukkig was één van de programmeurs nog aanwezig, en ten einde raad hebben die mens dan maar laten komen. Uitleg. “Ah neen, bestelling, dat gebeurt niet meer op die manier,” een vreemde operatie met negatieve cijfers en veel handengezwaai, en de bestelling was geplaatst.
Jolijt! Of neen! Toch niet!
De volgende stap was dat ik met mijn ondertekend papiertje van de bestelling naar de kassa moest om een voorschot te betalen. Groot probleem. De kassa had ook nieuwe software gekregen, en die weigerde mijn 200 euro in ontvangst te nemen. Ze twijfelde tussen “klant moet nog 1200 euro betalen” en “FNAC moet aan klant 200 euro terugbetalen”. Het concept “voorschot” was haar blijkbaar niet bekend.
Ondertussen was een oudere dame al een goeie vijftien minuten achter mijn rug aan het mopperen (”ça fait près de vingt minutes qu’on attend ce type, grmlbmrblrmbl”), die werd altijd maar nerveuzer omdat ze dringend ergens moest zijn.
Ook ondertussen was een oudere meneer uitgebriede instructies aan het vragen voor zijn nieuwe point-and-shoot. Hilarisch:
- en dat “kaartje” van het “geheugen”, gaat dat dan in het toestel?
- ja meneer
- en hoe gaat dat daarin?
- het kan er maar op één manier in meneer, u zal dat wel zien
- jamaar kunt ge dat eens tonen hoe dat dat gaat?
- zal ik uw toestel dan uitpakken? het staat wel duidelijk in de handleiding hoor
- jaja, pak het toestel maar uit want ik weet niet hoe dat gaat
[vijf minuten en een berg documentatie, plastiek en kabeltjes later]
- zó meneer, zo steekt u de memory stick in de camera
- ah ok, bedankt, ge moogt het weer inpakken
[vijf minuten en ongetwijfeld veel binnensmonds gevloek later, alles weer in de doos gewurmd]
- zo meneer, u bent er helemaal klaar voor—alleen de nog de batterijtjes opladen en in de camera steken en u kan eraan beginnen
- ah ja? kunt g’eens tonen hoe die batterijen erin moeten?
Alla. Na één of andere voodoo-operatie, die de man aan de kassa ongetwijfeld niet meer gereproduceerd krijgt, was het alsnog in orde, kon ik op een papiertje mijn telefoonnummer en adres schrijven (het nieuwe systeem kent dat nog niet meneer) en kon ik met mijn papier naar huis. Nét op tijd dat de franstalige dame achter mij niet ontplofte.
Snel naar boven gegaan, nieuwe Pratchett gaan kopen en nieuwe Stephenson, en dan snel naar de kassa beneden.
Waar ze, juist, ook een nieuw systeem hadden natuurlijk, en waar het niet zo evident meer was om een factuur te maken. Want ik moest een factuurkaart hebben, en mijn lidkaart (geldig tot 20/6/2005, staat erop) was niet meer geldig, en had ik dan niet gezien dat er mij een nieuwe kaart was opgestuurd met een magneetstrip in plaats van een chip?
Neen, ik had dat niet gezien. Ik heb dan maar nog een papiertje ingevuld, en ze zullen me de factuur van twee hardcovers per post opsturen. En ik moet thuis nog eens zoeken naar mijn nieuw kaartje. En dan naar de balie gaan, en dan komt alles wel in orde. Want het nieuwe systeem, daar is alles in voorzien.
De techniek staat voor niets.
vrijdag 14 mei 2004 in Echt gebeurd. Permanente link | Geen reacties
Op het gevaar af niet begrepen te worden door mijn ontelbare fans uit de Jeugd Van Tegenwoordig: ik ben niet wars van een goed Beavis & Butthead-moment zo nu en dan. [sarcasme is mij ook niet vreemd, maar bon :)]
Van het genre grinikken als er “trekken” op een deur staat. Of van het kaliber “huh huh, g’hebt dees gezegd” als iemand “in dees serie is hij niet dood” zegt.
Ah, dees. Dees dees dees.
Ik herinner mij als was het gisteren dat ik op de trap naar boven op school, dertien jaar, van achter in het kruis getast werd met één hand, terwijl een arm zich rond mijn borstkas vleide en een stem in mijn oor fluisterde: “hebt gij al nekeer in uwen dees genepen? vinde gij dat ook zo’n fijn gevoel?”
Ahem.
Een klasgenootje, Stefaan D., van het type Blonde God. Net iets verder gevorderd in zijn puberteit en dermate zeker in zijn seksualiteit dat hij er grapjes mee dierf uit te halen. Dus neen, het was geen homo-erotische bedoening.
Als ik er zo over terugdenk, was de enige niet-hetero die ervoor uitkwam op school Sven Ornelis. En als ik er diep over nadenk, werd daar meer een potentieel probleem van gemaakt door bepaalde leraars dan door de scholieren zelf: zo kreeg één leraar godsdienst bijna een hysterie-aanval toen we met de honderd-dagen-viering de klas binnenkwamen—hij was bang dat we “iets met Sven zouden doen”.
Alla. Dat alles om te zeggen dat Sandra daarjuist “dees” gezegd heeft. Hrregh hurhur.
dinsdag 27 januari 2004 in Echt gebeurd. Permanente link | Geen reacties
We zaten vanmiddag in de Dampoort, kwestie van iets te eten.
De tafel naast ons aan de ene kant was gereserveerd, aan de andere kant zaten vier collega’s druk bezig. Het soort druk bezig waarbij polyfone ringtones en mission statements en sales targets en dies meer niet van de lucht zijn.
Een tijdje later namen acht collega’s, waaronder iemand die Van Televisie Bekend is, plaats aan de gereserveerde tafel.
Plots, de jongste van de vier naast ons (die met de polyfone ringtoon): “Eei! Ela! Elaba! Yo!” — naar de BV toe.
De BV draait zich beleefd om, met zo’n blik, van “oh shit, daar gaan we weer”.
“Yo! Costa! Costa! Ela! Weettet nog? Costa!!”
Houding van “what the fuck is going on” bij de BV.
“Costa?! ‘Frisco-wafels-ijsjes?’ Allez!! T-shirt!! Costa!!”
Beweging van “ah ja… nu dat ge’t zegt” (en ongetwijfeld ondertussen gedachte van “bloody hell, een figurant of zo zeker?”)
“Allez jong!! Costa! Wa doede gij ier? Drink g’iets?”
De BV was het tegen dan wellicht gróndig beu, en slonk weg richting zijn stoel, met een verontschuldigende glimlach naar zijn collega’s, en achtervolgd door steeds zwakker wordend van twee tafels verder: “Fruitsapke? Allez jong! Costa! Pintje?”
Na nog een paar keer “allez jong, echt geen fruitsapke?” werd het héél erg stil. Gelukkig werd de man gered door zijn (polyfoon ringtonende) GSM.
Al wie binnen hoorsafstand zat, was ondertussen stilletjes weggezakt van plaatsvervangende schaamte.
dinsdag 20 januari 2004 in Echt gebeurd. Permanente link | Geen reacties
O ja, dat was ik nog helemaal vergeten: de buschauffer vanmorgen suckte zwaar ass. Met een kwartier vertraging toegekomen, voortdurend starten/stoppen, twee haltes overgeslaan (onder meer die aan het einde van de Sint-Denijslaan, waar normaal de helft van de bus uitstapt), de deur niet opengedaan aan Sint-Pietersstation en weggereden zonder dat iemand erafkon, tot er luid protest kwam en hij een rondje heeft gedaan om terug te komen, bijna stilgevallen op de ring, enfin, ‘t was wreed in orde.
Aan de positieve kant: het was wel een moderne bus, met ruimte voor rolstoelen en alles.