Enfin, ik zeg “Verjaardag!”, ik bedoel eigenlijk “Verjaardagsfeestje!”, want Jan is ondertussen al negen jaar en dertien dagen oud.
Enfin, ik zeg ”Verjaardagsfeestje!”, ik bedoel eigenlijk “Jan heeft een roedel kinderen uitgenodigd en dan ziet hij wel wat hij ermee doet om te spelen of zo en wij bakken pannenkoeken en dan kijken ze naar een film en dan blijven ze slapen en dat was het dan!”
Niet voor ons, de themafeestjes met zorgvuldig uitgewerkte kleurgecoördineerde godweetwats: gewoon, we zien wel.
En kijk, dat is helemaal gelukt, tot nog toe. Er is geplaystationed (FIFA 13 en Singstar), er is gevoetbald (op straat), er is verstoppertje gespeeld (in huis), ze hebben een poging gedaan tot weerwolfen (Zelie was verteller, en ‘t was geen groot succes qua spelen, maar wel qua leute maken, denk ik), er zijn pannenkoeken gegeten (veel), er is naar een film gekeken (Madagascar 3, en ‘t is dus niét evident om een hele kamer kinderen één film te laten kiezen), en er is tot een stuk in de nacht getetterd op de kamer — met zes! in! één! kamer! — ge beeldt u in dat dat goed verlopen is.
Alleen thuis met de kinderen vandaag: Sandra op de lappen.
Dat naar bed krijgen, da’s dan altijd zo ongeveer hetzelfde verhaal. Anna rond zeven uur, zonder al te veel protest (en woensdag nog wat minder protest dan anders, ze isdan eigenlijk nog niet zo lang pas terug van de zwemclub):
Jan, een uur later, onder luid protest – zelfs al ligt hij eigenlijk al een tijd stikkapot in de zetel:
Louis nog een uur later, in dit geval nadat zijn aflevering Doctor Who gedaan was:
En dan Zelie, op een uur dat zo ongeveer onderling overleg redelijk lijkt.
(behalve als ze zich ter elfder ure herinnerde dat ze nog iets voor school moest doen, dus, zoals vandaag)
Ik ben er ondertussen aan gewoon dat mijn dochter vraagt of ze bij een vriendin mag gaan en of een vriendin hier mag komen.
En tot daar dat dat op het laatste moment is, als de afspraken tussen haar en vriendinnen eigenlijk al gemaakt zijn.
Maar vandaag was het eventjes de overtreffende trap: of het een probleem zou zijn als haar vriendin en zussen en vader en moeder zouden langskomen om een gezelschapsspel te spelen.
Ik had net gepland om even weg te gaan, dus ik zei dat we het na afloop zouden bespreken dan.
Ik had er mij aan kunnen verwachten, dat ze mij een half uur later een sms stuurde, om te zeggen dat haar vriendin ondertussen bij ons thuis was. Naar Sandra, die ook niet thuis was, had ze tenminste een sms gestuurd om te zeggen dat haar vriendin bij ons thuis was, en of dat geen probleem was.
Een hele dag vrijaf genomen, vandaag, om de dochter moreel te ondersteunen bij het laten insteken van een apparaat.
Afgehaald op school, eerst een soepje gaan eten (veel anders lukte niet, met die getrokken tanden), een geforceerd geposeerde foto getrokken waar er een bordje stond “neem hier een foto” (toon uw tanden! uw tanden!), en dan naar de orthodontist getogen.
Daar was het allemaal teleurstellend vlug en pijnloos gedaan: tanden gepoetst met een soort polijstmiddel, zetel in, BDSM-mondstuk in, afzuiging in mond, tandglazuur voorbereid, lijm erop, blokjes erop, ijzerdraad erin, rekkers rond de blokjes, honderden en honderden en honderden euro’s in cash betaald, geforceerde glimlach bevolen (méér tanden! méér!), foto genomen en hopladiejee:
Volgende week nog een stuk doen, en dan twee jaar of zo aan een stuk geen appel of ribben kunen afkloven, vier keer per dag tanden poetsen, rondlopen met een halve ijzerwinkel in haar mond.
Ik maak er al negen jaar oudercontacten aan een stuk een sport van: zoeken naar de tekeningen en de werkjes van Louis. Er hangen altijd wel ergens dingen uit, binnen of buiten de klas, en meestal lukt het me redelijk goed om dat van Louis er meteen uit te pikken.
‘t Was vrijdag niet anders.
Dit was wat er zo’n beetje hing:
Een oefening met regelmatige veelhoeken, die ze dan mochten plaatsen op een blad en inkleuren. En dit was de tekening waarvan ik bijna zeker van was dat ze van Louis was:
In het achterhuis lag een hele zak vol foto’s, en dat was ook alweer een eeuw geleden dat ik er zo tegen gekomen was, wegens dat er hier eigenlijk nooit echt afgeprint meer is sinds het digitaal is.
Er lagen ook hier en daar filmrolletjes — geen idee of ik ze allemaal zelfs nog zou kunnen laten ontwikkelen, er zaten van die rare APS-dingen tussen.
Digitaal heeft dat ook een beetje, die serendipiteit van wat zou er hiér in kunnen zitten: verloren gelegde geheugenkaartjes waar geen mens nog weet wat er zou kunnen op staan. Zoals bijvoorbeeld deze, niet eens zo oude foto’s, gevonden op een kaartje dat tussen een boek zat in een zak in een doos:
Mijn twee fotomodellen.
(En okay, de foto’s zijn maar een paar dagen oud, maar ik heb ze echt wel gevonden op een plaats waar ik ze nooit verwacht had — dat komt van al dat verhuizen — en voor hetzelfde geld waren het er van jaren geleden.)
Hey, een nieuwe term gehoord gisteren op de inleiding voor het derde leerjaar: compacten.
Er zijn oefeningen, en die moeten gemaakt worden. De meeste kinderen moeten alle oefeningen maken. Zwakkere kinderen, daar gaat de redenering dat kwaliteit vaak beter is dan kwantiteit: liever tien oefeningen goed gemaakt dan dertig wegens tijdsdruk en paniek maar half en half — en dus krijgen zij een gecompacteerd pakket.
Maar wat ik wel bijzonder goed vind: kinderen die het allemaal al snappen en die geen baat hebben bij de elfendertigste keer dezelfde eenvoudige oefeningen, die moeten ze ook niet allemaal maken.
Daarnet was Zelie haar dagelijkse dosis van twintig of zo nieuwe Latijnse woordjes aan het overlopen. Vraag eens aan mij, zeg ik om te lachen.
Waarop ze mij overhoort, en blijkt dat ik gelijk achttien en een half van de twintig woorden nog wist.
Dat is dus verdorie meer dan ik ooit zou geweten hebben toen ik zelf in het tweede jaar Latijn zat.
Als ik met een half oog meevolg met Zelie en haar Latijnse woorden, dan ken ik het honderd procent van buiten: de zeshonderd woorden die ze vorig jaar moest kennen, daar moogt ge mij om het even wanneer een examen van geven, dat zal zowat perfect zijn.
Hoe erg is dat, jong.
Ik heb daarop gevloekt, bloed zweet en tranen toen ik die moest leren toen ik zo oud was als zij. En dat lukte maar niet en het lukte maar niet — en nu weet ik nog allemaal wat ik toen niet kon onthouden.
Ik kan dat verstaan, de nood om tijdens een voetbalmatch vanalles te roepen, maar tegelijkertijd heb ik er altijd al een hekel aan gehad, bij de matchen van Jan, dat er dan van overal instructies komen.
Breed spelen! Passen! Passen! Hij staat vrij! Dario zien! Dario zien!! De paal! Aan de paal!!
Neen, dan dit jaar: specifieke instructies van de trainer dat het niet mag, instructies geven. Hoera:
Ik zou met aandrang de ouders willen vragen het coachen van de spelers tijdens de wedstrijd aan de trainers over te laten. Wij maken op voorhand afspraken met onze spelers en sturen tijdens de match bij waar nodig. Als spelers dan ook nog eens hun ouders richtlijnen horen geven, geraken zij al snel het noorden kwijt. Dit kan leiden tot misverstanden op het veld. De spelers hebben op training al enkele dingen geleerd en als trainers willen wij zien in hoeverre ze die zaken toepassen in wedstrijden. SPELERS MOGEN FOUTEN MAKEN ! ! ! Belangrijk is dat ze uit die fouten leren. Door hen constant voor te kauwen wat ze wel en niet mogen doen, maken wij er geen kritisch denkende spelers van, maar Playstation-voetballers. Hoe ouder zij worden, hoe meer zij zullen moeten leren nadenken en minder richtlijnen de trainers tijdens de match zullen geven.
Zo is het maar net. Morgen thuismatch tegen Laarne-Kalken, en Jan speelt. We gaan zien wat we gaan zien.
Was er iets wijzer dan op het einde van de vakantie nieuw schoolgerief gaan halen? Een hele tafel vol nieuwe boeken en nieuw schrijfgerief en verse schriften? De belofte van een mogelijk nieuwe start, en wie weet dat het dit jaar wél goed zou lopen?
Zelie’s nieuwe schoolboeken zijn binnen, en jawel hoor: de trend die al jaren ingezet is in de lagere school zet zich lustig voort in het tweede jaar humaniora.
Kijk of ge’t ziet! Dit is haar boek voor wiskunde:
…en dit is aardrijkskunde:
…en hier is godsdienst:
Allemaal groot formaat, allemaal volledige kleurendruk, allemaal schandalig duur, en vooral: allemaal één keer bruikbaar.
Vroeger konden boeken doorverkocht worden: ik herinner mij boeken Latijn die volgens mij de oorlog in Korea nog meegemaakt hadden. Tegenwoordig: vergeet het.
Dat heet dan “werkboeken”, en om de zoveel bladzijden staat er eens een invuloefening.
Kan iemand mij uitleggen wat er verkeerd is met een apart schrift, of een ringmap met A4-papier waarop de oefeningen gemaakt worden? Behalve dan dat het te gemakkelijk is om tweedehands door te verkopen?
Stop de persen, hang halfstok die mast, laat weeklaagsters aanrukken en dat het uittrekken der haren beginne!
Mijn oudste dochter vroeg aan tafel of ik wist wat ze morgen zou kopen.
Nagellak? Oorringen? Een linkerkous? Een washandje? Zoethout? Fietsketting? Kanarievogel? Charles Bukowski? Een paraplu? Afstandbediening? Potloden? Knielappen? Afplakkers? Kurkentrekker? Bieslook? Italiaanse Lires? Een halve aflaat? Huis in Kaapstad? Kastanjes? Pofmouwen? Vijgen?
“Neen”, werd er oogrollend gezucht. “De Joepie.”
Waarna er mij terloops ook nog medegedeeld werd dat het nieuwe liedje van Justin Bieber mooi was. Of tof, of hip, of hoe ze dat tegenwoordig ook noemen.
We gaan dat hier, me dunkt, bijzonder hard in het oog moeten houden.
Alles wat hier staat is mijn eigen opinie. Het wordt niet nagelezen of goedgekeurd door mijn werkgever voor het on-line komt, en ik bied geen enkele garantie voor kwaliteit of correctheid.
Mijn werkgever is het niet noodzakelijk eens met wat ik schrijf, en het spreekt vanzelf dat hij dan ook op geen enkele wijze aansprakelijk kan zijn voor wat ik hier publiceer.
Ter info
Eén van mijn e-mailadressen is michel [at] zog punt org. Normaal gezien antwoord ik daar, buiten de kantooruren, onmiddellijk op.