Michel Vuijlsteke's weblog

Tales of Drudgery & Boredom.

Categorie: Kinderen (pagina 1 van 28)

De resultaten, deel één

Vanmiddag getelefoneerd en gehoord dat Louis naar het volgende jaar mag — degelijke punten op een paar na, waar dan volgend jaar mits wat meer voorbereiding wel een mouw aan zal gepast worden — en deze avond was het dit:

Akoestiek die op niets trekt, maar ziet nu! Een diploma lagere school op zak!

Morgen is de laatste schooldag en weten we ook hoe het met Zelie zit. Ik heb helaselijk werk te doen, maar Sandra gaat met de kinderen (al de kinderen, ook de twee euh nieuwe kinderen) iets gaan doen in de stad. Pannenkoek eten of wafel of zo.

En dan is het vakantie, of hoe het bij normale mensen heet: twee maanden niet weten waar de kinderen geplaatst terwijl wij op het werk zitten. 🙂

(Ik zal dan wel ergens vakantie nemen, ik weet alleen nog niet juist wanneer. ’t Zal wel eens passen.)

De planning

We zijn weer een pleegkindjesvergadering en een pleegkindjesbespreking later, en we hebben wat duidelijker zicht op de pleegkindjestijdslijn.

Zoals het er nu naar uitziet: morgen komen ze voor de eerste keer een paar uur langs bij ons (we gaan pizza maken!), dit weekend komen ze eens een hele dag af, misschien doen we iets de laatste schooldag, de maandag daarop de hele dag bij ons, dan ga ik eens vrijdagnamiddag bij hen, de dinsdag daarop zij de hele dag bij ons, en dan van zaterdagochtend tot zondagavond (met een overnachting!), en de week daarna twee overnachtingen van zaterdag tot maandag, en dan zijn we eind juli en hebben we een afspraak om te zien hoe het ermee zit.

En als alles goed gaat, zou het zomaar kunnen dat ze vrijdag 29 juli naar ons verhuizen.

Yay!

Spannend

Wat zeg ik, “spannend”? Ik bedoel zeer zeer spannend.

Morgen hebben we een afspraak met Pleegzorg, om te bespreken wat de timing zal worden voor de kindjes. We hebben ze ondertussen al weken aan een stuk om de zoveel dagen eens gezien: op bezoek Sandra en ik, daarna op bezoek met Anna en Jan erbij, daarna met allevier de kinderen, en dan nog eens allevier, en ondertussen heb ik ze ook nog op school gezien en ben ik ermee naar de oogarts geweest in het hospitaal.

Ze kennen ons dus zo ongeveer wel. En deze week komen ze een eerste keer af, en gaan we samen pizza maken, en daarna is er een dansoptreden van Jan en Louis en komen ze ook mee.

Maar hoe het precies zit, daar gaat het morgen over.

Het oorspronkelijke plan, van een hele tijd geleden, was dat ze midden augustus zouden afkomen, maar als ze op twee weken tijd zowel een nieuw gezin als nieuwe school moeten verwerken, dan kan ik mij inbeelden dat dat een beetje veel is. Als het van ons afhangt, dan zouden we graag hebben dat ze ergens pakweg midden juli hier zouden zijn, dan heeft iedereen tijd om te acclimatiseren, kunnen er Gentse Feesten gedaan worden, kan de weg naar school verkend worden en de school zelf.

Want we gaan er hoedanook van uit dat ze na een tijdje, als ze beseffen “hey, dit is echt wel definitief“, plots helemaal zouden kunnen gaan flippen. Dat was bij al de andere kinderen ook zo, als ze naar de crèche gingen, en als ze naar school gingen. En dus hebben we dat liever niét allemaal samen ergens begin september.

Dus ja: spannend.

Diagnose: we weten het niet

Tiens dat doet raar. We hebben nu twee kindjes bij, maar ik weet niet of het wel koosjer is om ze bij naam te noemen. Ik vermoed van niet, en ik neem het zekere voor het onzekere en dus doe ik het niet.

En nu weet ik dus niet wat gedaan. Geen zooi in de zin van ‘dd’ en ‘ds’ (Amerikaanse mommyblogkutzooi voor ‘darling daughter’ en ‘darling son’). Geen artificiële vervlaamsingen van datzelfde — over mijn opstijvend lijk dat ik met akeligheden in de zin van “groot mannetje” of “kleine broer” of “liefste K” of iets dergelijks ga beginnen. Ik haat dat met een vurige passie *schudt machteloze vuist naar vrouwen die dat heel de tijd doen*.

‘Pleegkind A’ en ‘Pleegkind B’ klinkt honderd keer klinischer dan het voor mij aanvoelt, en schuilnamen of zo (‘Zoë sterretje fictieve naam en Arthur sterretje fictieve naam’) lijken ook zo knullig. Urgh. Ik ga misschien gewoon eens vragen of ik ze niet met toestemming van alle partijen bij hun echte naam mag noemen. En meteen ook of niemand er een probleem mee heeft dat ik af en toe eens een foto online zet. Serieus zeg.

MAAR IN IEDER GEVAL.

Vanmorgen dus naar de oogmeester gegaan met de twee. Het is allemaal niet zo eenvoudig, dus was het een oogmeester met meer diploma’s en specialismen dan gewoonlijk, in het hospitaal. Eén diagnose van “astygmatisme maar een bril lost het wel op en eigenlijk kon een gewone dokter u dat ook wel zeggen”, en één diagnose van “euh we weten het niet maar we gaan alvast een bril geven wie weet helpt het een beetje”.

astigmatism

Confronterend, als je op een paar maand tijd vier verschillende verhalen hebt gehoord, en ondertussen nog altijd niet weet wat er aan de hand is — maar vooral: confronterend dat ook de specialist niet weet wat er aan de hand is.

Er kan vanalles fout gaan bij het zicht, van problemen met het oog, de lens, het netvlies, de oogzenuw tot allerlei plaatsen in de hersenen. Oog en zo zien er normaal uit, maar toch loopt het helemaal niet goed, met dat zien. CVI, hoorde ik vorige week als diagnose nummer vier (na “10% zicht”, “ziet op 1 meter wat wij op 10 meter zien” en “ziet alles wazig”). Ik was content, niet met de diagnose (want CVI is niet om mee te lachen), maar wel met de zekerheid.

En kijk vandaag: terug naar een mengeling van de eerste drie diagnoses, want tegenwoordig, zei de dokter, wordt er al eens te snel naar een diagnose van CVI gegrepen als er problemen zijn maar niet meteen gevonden wordt waar ze aan gelegen zijn. En er is vorig jaar een hersenscan gebeurd en die zegt dat alles OK is met het gezichtscentrum, dus CVI is het wellicht niet.

Daar staat tegenover dat het er in het echt niet zo OK uitziet en dat de andere specialisten ter zake, van de begeleiding, wél tekenen zien van CVI. Het zou nog kunnen liggen aan het netvlies, en daar zijn ook testen voor, maar met zo’n jong kind moet dat onder volledige narcose en da’s toch wat zwaar. Volgend jaar zou het zonder narcose kunnen lukken, dus we zien dan wel.

Wat het ook is, ’t is niet alsof we ze minder graag gaan zien, maar ’t zou wel fijn zijn om er een betere uitleg aan te kunnen geven dan “we gaan dan volgend jaar nog eens een onderzoek doen”.

Ah well. Het is een wereld die open gaat, van GON-begeleiding en thuisbegeleiding en verslagen en opvolging allerlei.

Eén ding vind ik wel bijzoner goed: behalve de andere dingen is er ook astygmatisme, en alvast dat is met een bril op te lossen. Hoera!

Gezinsuitbreiding ten huize ons

logo pleegzorgIk denk dat de vraag gevallen moet zijn ergens in de eerste dagen of misschien zelfs uren dat Sandra en ik samen waren, in de nevelen der tijd toen de dieren nog spraken: Sandra vroeg of ik wel kinders wou hebben. Ik denk dat mijn antwoord toen een redelijk perplex “euh ja, waarom soms?” moet geweest zijn.

“Ofwel twee, ofwel vier”, zei Sandra, en ik had daar geen enkel probleem mee. En zie: er lopen er nu vier rond bij ons thuis.

Ik weet niet meer hoe of wanneer het precies voor het eerst ter sprake kwam, en wie het precies eerst zei, maar zeer zeer lang geleden hebben wij allebei gezegd dat als het moment er zou zijn, wij wel eens iets met pleegzorg zouden doen.

En dan was het ineens vluchtelingmiserie, en keken we rond ons en zagen we dat de kinderen groot genoeg waren, dat we al met al ruimte in ons huis en in ons hart hadden, en hebben we een mail gestuurd naar de Bevoegde Instanties, dat we wel mensen zouden willen opvangen als daar nood aan zou zijn.

In een eerste tijd kregen we een beleefd antwoord dat het fijn was dat we wilden helpen, en dat dergelijke initiatieven zeker goedbedoeld zijn, maar dat het belangrijk is dat de opvang van asielzoekers zeer goed wordt omkaderd, en dat Fedasil verantwoordelijk blijft voor de opvang van asielzoekers en dat ze daarvoor samenwerken met een aantal partners, en allerlei, en allerlei.

Maar zie: een paar weken later kregen we een mail van Pleegzorg Vlaanderen, dat er een infomoment was en dat we uitgenodigd waren. Een paar vijven en zessen later bleek dat het misschien minder evident was om niet-begleide minderjarige vluchtelingen op te vangen, maar dat er behalve hen ook nog zeer veel andere kinderen kunnen geholpen worden.

We hebben er eigenlijk niet over moeten discussiëren, en zo zaten we in de tweede helft van vorig jaar en begin dit jaar in een hele reeks vormingsavonden met een hele reeks andere mensen die ook aan een pleegzorgtraject dachten te beginnen.

Te leren over hechting en verlies en omgaan met allerlei, lange lange vragenlijsten in te vullen en later te bespreken, geïnterviewd te worden, de kinderen in de dingen te betrekken — tot we uiteindelijk weerhouden werden als pleeggezin.

Er zijn allerlei vormen van pleegzorg, van crisisopvang over intermittente hulp tot opvang van volwassenen, maar wat wij eerder zagen zitten was perspectiefbiedende pleegzorg, ’t is te zeggen permanente opvang, op langere termijn. En om de verhoudingen in het gezin wat te respecteren, van een kind jonger dan onze jongste.

Zeer kort door de bocht zijn er dan twee kanten: het kind en wat het nodig heeft, en het pleeggezin en wat het kan aanbieden. En dan wordt er een matching gedaan, waarbij de twee aan elkaar gekoppeld worden. En dan zijn er nog de geboorte-ouders als die nog in beeld zijn of anders een voogd, misschien begeleiding, eventueel nog een reeks andere betrokken personen en soms ook nog een jeugdrechter die moet akkoord gaan… lang verhaal kort: vanaf binnenkort zijn we met twee kinderen extra. Twee, want welk soort beul gaat een broer en een zus van 3,5 en 4,5 jaar uit elkaar trekken?

Pleegzorg is akkoord, de jeugdrechter is akkoord, de ouders zijn akkoord: de volgende stap is de ouders ontmoeten, en dan de kindjes, en dan eens op bezoek, en dan eens wat langer, en dan definitief. Dat zal dan in de zomer zijn, waarschijnlijk.

Ge moet ons niet zeggen dat het allemaal niet evident gaat zijn, maar sod it: dit voelt goed, en we kijken er allemaal samen naar uit.

Dat van die plaats in ons hart, dat was al geregeld. Nu nog de kringloopwinkel bellen om letterlijk plaats te maken in het huis.

Rapporten

Ziet:

gieter__70296_zoom

Zó fier ben ik op de kinderen. Zowel Louis als Zelie hebben een meer dan schitterend rapport. Derde jaar en vijfde jaar.

Niet dat het vanzelfsprekend of gemakkelijk was: ze hebben er voor moeten werken, en dat ze dat gedaan hebben, is nog wel waar ik het meest trots op ben.

Het concept ‘examens doen, en dan met een gerust hart het rapport afwachten’ is mij altijd vreemd geweest, maar met een beetje geluk zijn zij nu op weg voor de rest van hun studieloopbaan.

Ik kan niet in woorden uitdrukken hoe blij dat mij maakt.

Oh neen oh neen oh neen

Eén september! Kinderen naar school!

Zelie ligt nog in haar nest, die moet pas om elf uur of zo op school zijn. Jan en Anna zijn met Sandra naar school, en dat ziet er, voor zover ik op Facebook kan volgen, redelijk in orde uit:

Louis… die ging met mij meefietsen naar een nieuwe school. We rijden naast elkaar of vlak achter elkaar, alles in orde, ik zeg hem op een bepaald moment “normaal zouden we hier rechts afslaan maar er zijn nu werken, dus we gaan wat verder rechts afslaan”, hij zegt “OK”, ik sla rechts af, ik kijk achter mij: geen Louis te bekennen.

Ik heb Louis letterlijk 50 meter geleden nog gesproken, ik ben rechts afgeslaan, hij kon rechtdoor gegaan zijn of links afgeslaan. Ik keer meteen om, maar hij is in geen mijlen meer te zien.

AARGH.

Hij had nog een half uur om op school te zijn, en we waren op dat moment op 900 meter van de school. Normaal gezien zou het dus moeten lukken — hij is er al geweest en hij wist de algemene richting en hij is gewoon met de fiets te rijden en alles, maar toch: AAARGH.

Update: Hij was een straat verder naar rechts afgeslaan, ervan overtuigd dat we uit elkaar moesten gaan, en dan gewoon zelf proper op tijd op school geraakt. Alles in orde, dus.

Zucht.

’t Is bijna gedaan!

Ik zou kunnen zeggen dat het voorbijgevlogen is, de vakantie, maar dat zou gelogen zijn.

Ik kan mij nauwelijks nog voorstellen wat het was, school: zo lang geleden lijkt het. Maar morgen is dus de laatste dag grote vakantie.

Er zijn redelijk wat zaken anders dit jaar, ikben eens benieuwd hoe het allemaal uit zal draaien. En volgend jaar wordt nog spannender. En het jaar daarna nóg meer.

Tick tock. Tick tock.

Van wind en van water, van water en wind

Oooooo spannend.

Ziet, Anna al helemaal in de sfeer van de locatie:

Anna in Knokke

Ze is vandaag afgereisd naar Knokke-le-Zoute, waar door een samenloop van omstandigheden een plaatsje vrij gekomen was in een zeilkamp.

Niet dat ze dat al ooit gedaan had, en niet dat dat haar zou tegenhouden. Ik dacht eerst dat het in een optimist op een plas water zou zijn, maar bleek vanmorgen dat het catamarans op de echte zee zijn. Een week van huis, zowaar.

Ze kan uitstekend zwemmen, dus da’s toch al iets. 🙂

Oh, en wat ook Spannnnnnnend! is: Zelie begint morgen aan haar eerste kamp als (stagiair-)monitor. Iets voor zeer kleine kindjes, een moestuinkamp. Met allerlei dingen voor te bereiden en stageverslagen en godweetwatnogallemaal.

Oh, en ook spannend, maar ondertussen al achter de rug: er was vandaag een tjoetjoebers-bijeenkomst in Gent, en Zelie is er naartoegeweest, en ze staat met Zaka op de foto EN AL.

Oh, en niet spannend want ze doen dat gelijk heel de tijd: Jan gaat op voetbalkamp. En Louis speelt op de computer. 😀

Scouts, en: Anna is een alien

De kinders gaan op scoutskamp. Meer nog: de oudste twee zijn al op scoutskamp. Zelie is vanmorgen om halfacht vertrokken, Louis om negen uur. Zelie is op dit moment ergens tussen Boom en Hamont-Achel: zij gaat namelijk te voet naar het kamp. Honderd kilometer te voet, jawel.

Er zijn allerlei thema’s, maar het is niet helemaal gelukt om iedereen een kostuum te geven: Jan heeft niets speciaals en Zelie (‘reis naar Mars’) heeft een grijze t-shirt en grijze short. Louis (‘Game of Thrones’) heeft een indrukwekkende cape met bont en een zelfgetekende heraldische marter in de stijl van de wolf van de Starks:

…en Anna is een alien met overal ogen:

Ha! (Aan de naaimachine: Sandra, natuurlijk.)

Voorbij halfweg, denk ik

Het is hier al bijna elke dag “goed!” geweest bij de examens van de twee oudste, op een paar keer “mwa, min of meer” na.

En het fijne van de zaak is: geen flauw idee wat dat betekent. Voor hetzelfde geld is het uitstekend, voor hetzelfde geld zijn er halve drama’s gebeurd. En ik heb soms de indruk dat ik er meer mee inzit dan de kinderen zelf.

Zucht.

Kinderen op kamp

En het vreemdste van die twee oudste kinderen die op kamp zijn? Dat het om pakweg acht uur al stil is omdat iedereen gaan slapen is. Ik vind het soms wel lastig dat Zelie hier rondhangt tot een stuk in de nacht, en dat Louis stil (of niet zo stil) zit te lachen met Youtubefilmpjes in zijn koptelefoon, maar nu ze er niet zijn, mis ik ze eigenlijk wel.

Jan en Anna zijn meer dan content van hun danskamp: ze hebben vandaag jazz gedaan, en ook ballet denk ik: Jan was heel de tijd bezig van pas de bourrée, pas de bourrée.

Ook van Jan, trouwens: hij had gisteren beslist hoe hij de vakantie zou doorbrengen. Opstaan, een beetje naar tv kijken, dan trompet spelen, dan een beetje op de computer spelen, dan buiten spelen, dan nog een beetje trompet, en dan nog wat Playstation. Jan is zo raar, soms: hij speelt enorm goed voetbal, maar hij danst ook graag en goed, en nu hij met trompet begonnen is, hoor ik hem van dag tot dag enorme vooruitgang maken. En zijn leraar zegt dat hij een geboren trompetspeler is.

Kijk, min of meer chronologisch:

Ik denk dat dat nog wat gaat geven, Jan.

Shoppen shoppen shoppen

Als ge’t al een paar jaar na elkaar gedaan hebt, dan is dat een traditie hé?

Ik weet eigenlijk niet meer hoe lang het al is, maar het principe is het volgende: elk jaar nemen Anna’s meter (uit Aalst) en Anna’s peter (uit Brussel) haar mee op uitstap. Maanden op voorhand wordt dat gepland, en vandaag was de dag… tot vanmiddag: een accident met een vinger, en een meter die niet meer kon. Aaaa!

Het werd dus peter en mezelf. En in plaats van shoppen in Aalst, shoppen in Gent. We zijn naar Petit Zsa Zsa geweest (een oranjeachtig kleedje met appels op oooooh), en naar de speelgoedwinkel (lego), en dan naar de Cool Cat. Ik hield mijn hart vast dat het vieze t-shirts of fluo-gedoe zou worden, maar we zijn uiteindelijk met een goudkleurige lederen vest naar huis gegaan, swagggg als het ware.

A splendid time was had by all, en dedju dat Anna al serieus groot begint te worden.

Morgen misschien eens een fotoshoot doen voor Anna’s meter. 🙂

’t Is voorbij

’t Is voorbij, en ik begin nerveus te worden: de eerste humaniora-examens ooit voor Louis, en de eerste examens in de Tweede Graad voor Zelie. 

Het verschil tussen eerste en tweede graad (tussen twee humaniora en derde humaniora, dus) is toch wel groter dan ik het mij herinner: vooral dat er minder kleine ondervragingen zijn tussendoor, waardoor ze grotere gehelen moeten leren, en dat als er dan een slechte overhoring tussen zit, die punten moeilijker op te halen zijn. 

Ik zou eens moeten vragen of er veel verschil op de examens zit, maar ik had gelijk niet de indruk. 

Het is natuurlijk nog maar het eerste trimester, en zelfs als er iets aan de hand is, is er niet noodzakelijk iets érgs aan de hand, maar toch: ik ben helemaal nerveus in de plaats van de kinderen. 

Lessen in politiek

Ik herinner mij nog vijf jaar geleden, toen Zelie zich wou verkiesbaar stellen voor het leerlingenparlement op school. Hoe ze haar hersenen pijnigde om goede ideeën te vinden, dingen die ze zou kunnen doen en verwezenlijken die niet onrealistisch waren en die voor iedereen iets zouden kunnen betekenen. 

“Gezelschapsspelen tijdens de middagpauze” was één van haar voorstellen. Eén van haar andere voorstellen was denk ik iets met “één keer per maand vis ’s middags voor wie wil”. Needless to say dat ze niet verkozen raakte. De andere kandidaten hadden uiteraard al lang op voorhand gelobbyd en stemmen geronseld en gekonkelfoesd, en wat de voorstellen waren, deed er uiteindelijk bijna niet toe. 

Het waren als ik het mij goed herinner trouwens ook allemaal dingen zoals “frisdrankautomaten op de speelplaats” en “een week schoolreis”, die er nooit ofte nimmer ooit zouden doorkomen. Maar hey, met azijn vangt men geen vliegen en wat maakt het uit eens ze verkozen zijn, juist?

Needless to say dat het een bittere les was voor Zelie. 

Louis had geen zin om zich verkiesbaar te stellen, maar kijk nu: Jan wel. Ik moest mij voor de computer zetten en zijn instructies volgen voor het verkiezingsdrukwerk: zijn voorstellen zijn een fuif op het einde van elk trimester en een voetbaltoernooi. En zijn slogan, daar was hij ook al zeker van: Stem op Jan voor het beste schooljaar ooit! Op een rode achtergrond, ja, een rode. O ja, en niet gewoon “fuif”, maar “megacoole fuif”. Uh huh. 

Stem op Jan

Dié les heeft hij dan blijkbaar toch al geleerd. 

Oudere berichten

© 2016 Michel Vuijlsteke's weblog

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑