Jan had een dictee mee naar huis. Het was op een paar details na in orde — alteit in plaats van altijd, een punt vergeten op een i en op het einde van een zin, en hij had het laatste woord in de zin “Een haai eet nooit koeien” verkeerd geschreven:
Jan stond hier gisteren plots, met een nieuwe klak aan.
‘t Is wreed: voor hetzelfde geld was hij honderd jaar geleden geboren en zag hij er ongeveer hetzelfde uit. Vergelijk! Zijn achtergrootoom (°1918 +1930?) in 1923…
Zelie was op weekend met Anima Perla Musica, het koor en orkest van op school. Ik probeer ze al een eeuw deze te laten zingen:
Ik had het haar op weg naar het weekend nog eens gezegd, maar ze was het blijkbaar vergeten, want ik kreeg een sms om te vragen wat en hoe. Mijn hart zwol van trots:
Zo fantastisch goed! Er is weinig zo irritant als sms-taal! Leve mijn dochter!
(En wat dat koor betreft, ze zouden van mij ook deze mogen doen, bijvoorbeeld, ha!)
Het komt altijd op hetzelfde neer, daar niet van, maar het is zo ongelooflijk duidelijk uitgelegd: duidelijkheid, consistentie, regelmaat, empathie met de kinders, één front vormen, rustig blijven, geen discussies beginnen… Ha!
Ze zouden dat verplicht moeten maken, dat programma.
Ik ga absoluut niet zeggen dat het hier altijd perfect loopt, maar met vier kinders in huis: ik moet het mij niet inbeelden hoe het zou zijn als het hier in het honderd zou lopen zoals bij sommige van die voor-gezinnen.
Word to the wise: nooit in discussie gaan met vrouwen die routineus afkortingen gebruiken, als het op kinderen aankomt. Als er gesproken wordt over fv en bv, over ab en dergelijke: af-blij-ven.
In het algemeen ook: nooit zeggen dat mensen volgens u verkeerd bezig zijn met opvoeden, dat loopt gegarandeerd slecht af. Discussies over ingrediënten van groentenpap, over lengte van middagdutten, over al dan niet op straat spelen, over wandelen versus in de poussette zitten: niet-aan-beginnen. Laat staan over medische zaken, als er pakweg chiropraxie of homeopathie aan te pas komen
Ha! We hebben hier in lange tijd niet zoveel gelachen, dochter en ik.
Eerst naar de slechte televisie gekeken op Vitaya, en zo ongeveer overal dezelfde bedenkingen en opmerkingen gemaakt, meestal in koor zelfs. En als het niet in koor was, dan vulde het redelijk aan, zo van schaamtlijk! en ook wel zó hip… in 1985! en redelijk veel van stek! en alle keren als er ergens één van de RTL4-Hollanders “toch?” en “hè?” zei, deden we mee, enfin: wijs, dus.
En dan, naar aanleiding van een reclame ergens in een intermissie van één van de slechte programma’s: onszelf geregistreerd bij zo’n vind-een-nieuwe-partner-website. We hebben veel over mekaar geleerd, met die vragenlijst van wel driehonderd vragen, ‘k zweer het u. En ook redelijk over de grond liggen lachen (al vrees ik dat iedereen die op mijn profiel daar uitkomt, meteen weet wie het is die het ingevuld heeft — er zijn niet zoveel mensen die het over hun trekzetel hebben op het internet, namelijk).
Hey, en wie weet, misschien komt er wel een nieuwe mama uit! (Al zal ze dan wel met een zeer lastige en zeer veeleisende mens moeten overeen komen, ah ha!)
Ik was dus massa’s veel ongeruster dan iedereen, denk ik, maar ‘t was niet echt nodig: vier uitstekende rapporten, hoera!
Anna en Jan, we moeten daar ernstig over zijn, in het eerste en het tweede leerjaar, da’s nog niet echt écht. ‘t Is te zeggen: er zijn geen examens of zo, en ‘t is min of meer gewoon een rapport zoals er al een paar andere geweest zijn.
We waren er nogal gerust is: ‘t was al een tijd duidelijk dat Anna meer dan helemaal op haar plaats zit in het eerste leerjaar, zelfs al zit ze eigenlijk een jaar vóór. En Jan, die doet het ook traditioneel redelijk goed. Enfin, uitstekend zeer goed dus, stoef, stoef.
Louis, in het vijfde leerjaar — traditioneel het “moeilijkste”, zeggen ze — dat was al een beetje minder heel erg evident. Niet dat hij het slecht doet, verre van, maar ‘t is toch altijd wat spannend, in dat vijfde leerjaar, en ook al met echte examens en zo.
Geen nood: het was ook uitstekend goed. In de lagere school trekken we ons het attituderapport bijna meer aan dan de punten, en daar was het nog beter: Louis is zowaar met een erekaart naar huis gekomen, ik wist geeneens dat dat bestond: een echte kaart, getekend door zijn leraar en door de directeur, om te zeggen dat hij écht zijn best gedaan heeft.
Zelie, dat was dan weer het échte werk: allereerste examenperiode op de humaniora, en alles.
Ik weet wel dat ik gezegd had dat ik ze van bijzonder dichtbij zou begeleiden, maar uiteindelijk is het redelijk hands-off gebleven, en da’s misschien maar best ook. Zo weten we allemaal waar het op staat.
En waar het op staat, is: met weinig studeren is het gelukt om een (veel) meer dan (zeer) degelijk rapport te halen, met als uitschieter een aan het fenomaal grenzend resultaat voor of all things wiskunde.
Maar het kan beter, en het moet ook eigenlijk beter. Niet voor de punten — 65 of 75 of 85, ‘t is mij allemaal gelijk — wel omdat “bwofja, ‘t is goed genoeg denk ik” niét goed genoeg is.
Maar allez ju, geen gezever. ‘t Was allemaal uitstekend. Volgend semester een beetje meer regelmaat en een beetje meer volgehouden inspanning, en dan zijn we hopelijk vertrokken voor zes to-taal probleemloze jaren.
Voila zie, de eerste examenperiode van Zelie zit erop. We zullen vrijdag wel zien wat we zullen zien, zeker?
Ondertussen heeft ze vandaag de hele namiddag op de Kinect gespeeld op mijn werk, en dan is ze naar haar ballet gegaan, en zit ze nu op turntraining.
De bloederige treinstaking (grmbl) heeft haar plannen voor morgen en overmorgen in het water doen vallen, we zullen dus naar een vervangprogramma moeten zoeken.
Update: “Zelie is met een vriendin van het turnen mee naar huis.” Tja.
Man man man. Ik heb de cursus Nederlands van Zelie gezien. Wat een soep is die grammatica toch, en tegelijkertijd: hoe moet een kind dat in ‘s hemelsnaam uitgelegd krijgen?
Het voelt aan als een soort kunstmatig kader dat ooit eens op een platonisch ideaal van een taal gepast heeft, maar dat in het Nederlands gewoon geen enkele betekenis (laat staan relevantie) heeft.
Zwobbels, daar ging het onder meer over. En over hoe in “hij is dood” en “hij is gestorven” het woordje “is” twee verschillende dingen zijn. En over nog allemaal dingen waar ik al lang content van ben dat ik er nooit van mijn leven ooit nog mee in aanraking ben gekomen.
Ik ben zenuwachtiger dan Zelie. Ze heeft morgen haar eerste echte examen: Klassieke Studiën, ‘t is te zeggen Latijn.
Gisteren zat ze met zenuwen, vandaag was het blijkbaar over: thuisgekomen ‘s middags, haar woordjes herhaald, haar teksten nog eens gelezen, haar geschiedeniscultuurwhatever herbereken.
Jan was vandaag ook thuis — luchtaanhalingsteken ziekte luchtaanhalingsteken, ‘t zal de laatste keer zijn dedju, enfin: hij zat zeer rustig bij Zelie in het achterhuis te schrijven, en dan kwam hij plots naar mijn ziekbed. Met een klein stemmetje: Zelie vraagt of ze even mag pauzeren en een beetje dansen met mij.
Dat mocht, natuurlijk. En dan heeft ze nog wat verder gestudeerd, en dan heeft ze op een bepaald moment gezegd dat ze het kende.
Ik kreeg het niet over mijn hart om haar les op te vragen: tien keer liever dat ze met een goed gevoel naar bed gaat dan dat ik ze met allerlei twijfels opzadel.
Ze zag er zo rustig en vastberaden uit. Ik hoop zo hard dat ze het juist ingeschat heeft.
‘t Was helemaal verkeerd gegaan: er was een brief met een antwoordformulier. Het antwoordding was ingevuld en zo, en ondertekend en alles, maar ‘t is niet afgegeven geraakt.
En zo doet Zelie geen namiddagstudie op school tijdens de examens, zucht. Het zal hoogstpersoonlijke begeleiding van mij worden. Dat betekent dat ik haar cursussen ook moet kennen. Een dag op voorhand studeren zou genoeg moeten zijn, vermoed ik?
En dan opvragen en alles. Ik kijk er eigenlijk wel naar uit, eigenlijk.
Een tip! om de wereld beter te maken! Of zoniet beter, dan toch een beetje aangenamer. Of tenminste wat leutiger. Is het niet voor uw medemens, dan toch zeker voor uzelf.
Hier komt-ie!
Kies één iemand uit uw omgeving uit, en doe alsof hij of zij geen tanden heeft. Herhaal alles wat hij/zij zegt, maar vervang de essen door effen.
- Hola, tijd voor middageten. Wat denkt ge van een soepken met asperges?
- Een foepken met afpergeff? Super-idee!
En dan doen ze zo van huh en denken ze dat ze het verkeerd gehoord hebben, en dan zeggen ze iets in de zin van
- Moet ik nog iets meenemen? Fleske Cola Light?
- Oh, een flefken Coca, uitstekend, merci!
En dan kijken ze naar u met van die rare ogen, maar dat maakt niet uit, want ha, hoe wijs is het leven dan wel niet?
(Niet vergeten om dat morgenochtend tegen de kinderen te zeggen. En nog eens aandringen dat ze een boekje kopen om al mijn grappen en grappen in op te schrijven, dat ze die dan ook op school kunnen vertellen en de toast van de speelplaats te worden. Of de tooft van de fpeelplaatf — see what I did there?)
Alles wat hier staat is mijn eigen opinie. Het wordt niet nagelezen of goedgekeurd door mijn werkgever voor het on-line komt, en ik bied geen enkele garantie voor kwaliteit of correctheid.
Mijn werkgever is het niet noodzakelijk eens met wat ik schrijf, en het spreekt vanzelf dat hij dan ook op geen enkele wijze aansprakelijk kan zijn voor wat ik hier publiceer.
Ter info
Eén van mijn e-mailadressen is michel [at] zog punt org. Normaal gezien antwoord ik daar, buiten de kantooruren, onmiddellijk op.