Michel Vuijlsteke's weblog

Tales of Drudgery & Boredom.

Categorie: Sonstiges (pagina 2 van 450)

Oogmeester

Voilà, daar zijn we dan ook weer van af, voor dit jaar: het bezoek aan de oogmeester.

Alsof het allemaal nog niet erg genoeg was, is er ook een voorgeschiedenis van glaucoom in de familie — en dan nog eens van de ambetante soort, die niet noodzakelijk met verhoogde oogdruk te maken heeft.

20170803_133249

Duuusss was het vandaag het jaarlijkse bezoek aan de oogmeester. Ogen opmeten, bril opmeten, aan een hele batterij toestellen gekoppeld worden. Kijken of mijn gezichtsveld nog goed is (ja). Kijken of mijn ogen verslechterd zijn (niet noemenswaardig). Kijken of mijn gezichtszenuw minder goed werkt dan vorig jaar (nee, integendeel, al zijn het wellicht gewoon afrondingsfouten). Kijken of mijn oogdruk toch niet te hoog zou zijn (nee). Kijken of ik al een leesbril nodig heb (absoluut niet).

Allemaal goed dus, dit jaar. Hoera! 105 euroots betalen en we spreken er niet meer van!

(Wat niets verandert aan het feit dat ik wellicht blind zal worden. Als ik al zo lang leef.) 🙂

De negentiende eeuw, kzweertumaat

Het leven is soms een ponykamp. In het geval van Anna deze week, bijvoorbeeld. Wegens dat ze op ponykamp zit.

Op kamp, dat is terug in de tijd, vinden wij. We doen niet mee aan helicopterouders of op de hoogte blijven via GSM of Facebook of mail of zo: hardcore, kinderen op kamp is kinderen op kamp, als er iets heel erg aan de hand is horen we het wel, en anders horen we wel achteraf hoe het was.

Maar dus betekent dat wel dat we ideaal gezien een briefje of een kaartje sturen of zo.

Wat in negen van de tien gevallen niet lukt: postzegels! Wie heeft er tegenwoordig nog van die krengen in huis? En brieven schrijven op de eerste dag dat ze vertrekken om ervoor te zorgen dat ze na drie dagen een brief hebben, allemaal goed en wel, maar er is nog niets gebeurd dus er is nog niets te vertellen!

Ik had maandag een brief geschreven, maar geen postzegels gevonden thuis. Dinsdag waren er op het werk ook geen postzegels, en dan was ik vergeten om naar de winkel te gaan om postzegels. Vandaag waren er wél postzegels op het werk, en ik had een envelop van thuis mee.

Wat wil zeggen dat Anna mogelijks morgen? of overmorgen? op de laatste dag van haar kamp? drie brieven in één gaat krijgen.

Nu nog afwachten of wij een kaartje van haar krijgen.

Hoe zit het nu met die pleegkinderen?

Niet.

Zo zit het.

Ze zijn hier op het einde van het schooljaar vertrokken. En ik heb het tijdens de Gentse Feesten wat van mij af kunnen zetten, maar nu komt het helemaal terug; ik ben er kapot van. Ik kan er niet van slapen, en overdag zit ik regelmatig met tranen in de ogen wezenloos voor mij uit te staren, zo hard dat ik ze mis.

Het was objectief niet houdbaar, tussen pakweg november en mei: we konden ze geen moment alleen laten, zo ongeveer alles waar ze hun handen op konden krijgen, maakten ze kapot, voortdurend slaande ruzie met elkaar en met ons, Z. die ’s nacht uit haar bed sloop en messen of scharen verzamelde, haar kleren of haar kapot knipte, voortdurend conflict opzoeken en uitdagen, meer triestige anecdotes dan ge u kunt voorstellen.

Ergens in de lente had een gespecialiseerde psychologe aangeraden de kinderen niet meer in pleegzorg te laten en ze zelfs van elkaar te scheiden. Die mevrouw zei zelf dat ze nog maar zelden “zo’n erge gevallen” had meegemaakt. Hechtingsstoornis: ik kon er mij niets bij voorstellen. Nu wel.

Het is een bodemloos vat, waar liefde, aandacht, kwaad zijn, verdriet, redeneren, wat dan ook allemaal in verdwijnen. De manipulatie en het voortdurend uitspelen van de ene tegen de andere. De emotie die als een zaklamp aan- en afgezet kon worden.

Maar in juni vond ik dat het beter ging — veel beter zelfs. Of het tijdelijk was of niet, dat gaan we nu nooit weten natuurlijk: na een aantal noodkreten van ons en evaluaties allerhande, had de jeugdrechter toen al lang beslist dat ze weg moesten, voor het goed van ons en vooral van onze kinderen.

Het oorspronkelijke plan was zelfs dat ze de dag van de zitting zouden opgehaald worden op shool en dat was dan dat. ’t Is alleen omdat we gesmeekt hebben dat ze toch alstublieft hun schooljaar mochten uitdoen op een school waar ze zich enorm goed voelden, dat ze dat hebben kunnen doen.

Schrijnende toestanden trouwens, in die rechtszaal. ’t Schijnt dat ik met “zo’n bloedend hartje” het nooit lang zou uithouden in de jeugdzorg, volgens een van de aanwezige advokates. Ik dénk dat ik dat als een compliment opneem. Het moment dat ik ooit zo cynisch en kil word als wat ik daar gezien heb, heeft het allemaal niet zo enorm veel zin meer.

En ja, dan loopt een mens tegen de beperkingen van het systeem aan. De kinderen mochten bij ons blijven tot 30 juni, en daarna gingen ze, euh “ergens” naartoe. Waar precies naartoe, dat was niet duidelijk. Hoe we dat zouden aanbrengen, dat was ook niet duidelijk.

In de aanloop naar pleegzorg is er een volledig en duidelijk traject: eerst die maanden opleiding, dan de ouders leren kennen, dan eens een bezoekje van een half uur met ons twee en de kinderen, dan onze kinderen erbij, dan eens een uurtje of twee bij ons, dan eens een namiddag, dan eens een overnachting, dan eens twee overnachtingen, dan drie, en dan zijn we er. Met telkens reflectie en evaluatie, en zeer goede opvolging van ons en van de pleegkinderen.

Bij het beëindigen? Not so much. Alle lof voor de pleegzorgconsulente die ook maar kan doen wat binnen haar middelen ligt, maar van voorbereiding of zo was nul sprake. Ze gingen vrijdag 30 juni weggaan, en iedereen wou wachten tot we zeker wisten waar naartoe voor we de kinderen iets gingen zeggen.

Maar toen kwam juni en wisten we nog niets, en toen was het half juni, en toen was het de laatste schoolweek en wisten we nog altijd niets. En is de pleegzorgconsulente dan maar de woensdag vóór de vrijdag langsgekomen om aan te brengen dat ze naar een ander huisje zouden gaan. Zonder te specificeren.

Ik denk dat ze na afloop zei “ik denk dat ze het nog niet helemaal beseffen”. Nee, natuurlijk niet. Het was aangebracht als “we gaan naar een nieuw huisje”, niet als “jullie gaan Sandra en Michel en Zelie en Louis en Jan en Anna nooit meer zien”. Of als “we weten eigenlijk nog niet waar jullie naartoe gaan”. Of als “zeg overmorgen maar dag tegen je broer/zus, want misschien zie je elkaar heel lang niet meer”. Of als “weet je, al die verjaardagsfeestjes waar je op uitgenodigd bent tijdens de vakantie? die kindjes ga je nooit meer zien”.

De opties waren uiteraard beperkt: ideaal gezien een ander pleeggezin, oudere mensen met kinderenervaring zoals ons, maar zonder kinderen in huis die om aandacht concurreren. Dat zijn witte raven, en eigenlijk al op voorhand uitgesloten. Optie twee was een opvangtehuis, zoals waar ze zaten: alles volgeboekt tot minstens december. En, euh, dan zijn we er zo’n beetje. Er is ook nog crisisopvang, maar dat is voor maximaal een week of twee, en ’t is al helemaal moeilijk met een broer en een zus.

Uiteindelijk wisten we vrijdagnamiddag waar we ze naartoe moesten brengen. A. mochten we afzetten in de kinderafdeling van een hospitaal, waar hij tot nader order in een enorme kamer alleen zou verblijven. Z. gaf A. een knuffel in het hospitaal, en vor hetzelfde geld zou ze hem niet meer zien tot godweetwanneer. Z. mochten we naar een tehuis in Limburg voeren.

En dat was het dan.

Uw taak als pleegouder zit erop, merci, bedankt, salut en de kost.

 

Zo werkt dat natuurlijk niet. Die kinderen zitten in mijn hart. Ik zie ze graag. Tuurlijk was het soms (vaak) (meestal) om de muren op te lopen, maar dat verandert niets aan de zaak.

Ik zou vanalles geven om ze nog eens te kunnen vastpakken. Om ermee naar school te fietsen. De maandag en dinsdag eten voor te maken, en dan badkamer en verhaaltje en bed. Op straat te kunnen zitten terwijl A. van de ene kant naar de andere kant fietst en Z. tennist of voetbalt of basketbalt met dezelfde voetbal. Of zelfs voor de honderdste keer Piet Piraat en de Kleine Dino mee te moeten kijken.

Ik zou Z. zó enorm graag zien leren lezen. Ze begon dat al zelf te doen, en ze is zo verschrikkelijk intelligent, ik ben er zeker van dat ze het eerste leerjaar fantastisch gaat vinden.

Maar onze taak zit er dus op.

 

En het ergst van al: ik weet geeneens of zij ons missen. Ik vermoed van niet. Ze zijn een jaar bij ons geweest, da’s voor kinderen van 4 en 5 dus een significant deel van hun leven, maar het is zeer waarschijnlijk dat zij er veel minder van wakker liggen dan ik.

Want hoe erg het ook is om het te zeggen: het zijn twee kapotte kindjes. Ik geef grif toe dat ik het machtig onderschat had. Ze zijn kapot gemaakt in hun eerste levensjaar, het was niet merkbaar toen ze in een instelling zagen, en bij ons was het pas na een aantal maanden dat het te zien was. En dat het dan alsmaar erger werd. Serieus: lees dit eens van begin tot einde, en denk dan terug aan de psychologe met véél ervaring die ons zei dat dit bij de ergste gevallen waren die ze al gezien had. Al die symptomen hebben wij hier meegemaakt, maar naar de buitenwereld waren ze allebei altijd engeltjes.

Leg maar eens uit aan vrienden en familie waarom ge, moegetergd, na maanden, uitvliegt voor dingen die op het eerste zicht niets zijn om over uit te vliegen. Neem het van mij aan: het is onuitlegbaar.

 

 

Het is allemaal zo erg kak. Want natuurlijk kan het goed komen. Niemand is onherroepelijk verloren. Maar bij ons lukt het niet om het goed te krijgen. En omdat het bij ons niet lukt, en er realistisch gezien geen andere alternatieven zijn, zou het wel eens wél voor de rest van hun leven kunnen zijn.

En dat verdient niemand. En zéker Z. en A. niet, die ondanks alles fantastische kinderen zijn.

Ze blijven framen

Kijk nu, de kop in Het Laatste Nieuws over de solden in Gent:

solden

Ik begrijp daar uit dat de solden niet goed waren in Gent, maar dat het circulatieplan er niet in geslaagd is om ze totáál naar de kloten te helpen.

Oh hang on: we gaan het artikel anders eens lezen, wat denkt ge daar van?

Want wat zegt dat ons?

  • nationaal daalt de omzet met 2%, in Gent niet
  • op de eerste soldendag werd 15% meer verkocht dan vorig jaar
  • daarna werd er 2% minder verkocht, maar dat ligt aan betere verkoop tijdens het seizoen en aan het feit dat de winkeliers gewoon minder aanboden dan vorig jaar
  • in de populaire winkelstraten is géén daling van verkoop te merken, ondanks de staking van De Lijn tijdens het eerste soldenweekend

Pfeh. Whatever is next? “Gentse Feesten dan toch geen totáál bloedbad geworden”?

Komen en gaan

Jan is juist terug van zeilkamp (met een bruingebrand gezicht en handen, maar voor de rest wegens wetsuit helemaal melkwit, ha), en vandaag is Anna vertrokken naar paardrijkamp.

Nog vijf keer slapen, en dan is Zelie vertrokken voor twee weken Hongarije / Sziget. Ja, ’t vliegt wel voorbij, de zomer.

Persoonsverwarring

Awoert! De golfclub stuurt mij geen mails meer, gelijk. ’t Zou kunnen dat het zomerreces is, ’t zou kunnen dat de club eindelijk overgenomen is en dat er nieuwe mensen aan het roer zijn, ’t zou kunnen dat ze eindelijk gezien hebben dat ze jaren aan een stuk dingen naar een onbekende hebben gemaild.

Wat ik nu wel al een tijdje krijg, is mail van de Greater Seattle Soccer League, Over-60 division.

Het laatste nieuws: Ray Walton heeft een spier in zijn kuit verrokken, Mike C heeft een gedeeltelijke scheur van een pees in zijn biceps (“Due to a (*#@%) player at the Veterans Cup kicking me when I was on the ground”), maar Régis, Terry, John, Bruce en Alan zullen paraat zijn.

Eens kijken hoe lang die mensen denken dat ik écht Jim Bennet ben. 🙂

Als ge ’t zo bekijkt dan valt het nog mee, eigenlijk

  • 7335 kalenderdagen tussen vandaag en 27 augustus 2037
  • min 1048 zaterdagen, min 1048 zondagen
  • min 162 officiële vakantiedagen die tijdens de week vallen:
    13 keer wapenstilstand
    14 keer nationale feestdag
    15 keer Onze Lieve Vrouw hemelvaart, allerheiligen, Kerstdag, nieuwjaardag, 1 mei
    20 keer Paasmaandag, Pinkstermaandag en Onze Lieve Heer hemelvaart
  • blijft over: 5077 werkdagen
  • min 20 keer minimaal 21 vakantiedagen (nog een paar recupdagen voor de officiële feestdagen die tijdens het weekend vallen, maar hey, die laat ik er buiten — dat zal dan een aangename verrassing zijn tegen het einde)
  • blijft over: 4657 effektieve werkdagen

Ik hang dit aan mijn whiteboard, denk ik. En ik kleur maandag het eerste kotje.

todo

Als ge ’t zo bekijkt, is het niet zo lang meer tot mijn pensioen. 🙂

Dromen zijn bedrog

Gisterenavond was pas echt de omslag van Gentse Feestenmodus naar werkmodus: thuisgekomen van het werk, in mijn bed gaan liggen om 17u45, wakker geworden om te eten, weer in mijn bed gaan liggen om 19u30, wakker gemaakt om een filmpje op de tv te zetten, weer in mijn bed gaan liggen om 21u30, wakker geworden als Sandra kwam slapen, weer gaan slapen om 2u, wakker geworden om 5u45, weer gaan slapen tot 7u45.

En dromen! Dromen, ge hebt er geen gedacht van.

Dreams.jpg

De laatste paar keer dat ik sliep, was het één langgerekt verhaal. Iets met een Got Talent-achtige wedstrijd waar ik om onduidelijke redenen in verzeild was geraakt. Niet als deelnemer, maar als ik-weet-niet-wat.

Tijdens de opnames was ik aan het prutsen met een drumstel, en gaandeweg bleek dat ik er in slaagde om allerlei roffels te produceren. Dat was op de één of andere manier gefilmd geraakt, en na een onverwacht goede solo was ik naar de volgende ronde geraakt.

En dan was het het ene idee na het andere om dingen te doen voor het volgende optreden: iets met ballonnen, iets met kinderen, iets om te lachen, iets met muziek. Ongekende mogelijkheden, de wereld mijn oester, dat soort dingen.

Elk idee bracht er vijf nieuwe bij, en het was allemaal beangstigend en spannend wegens sprong in het onbekende, maar ik was er ook zeker van dat het zou lukken en dat het goed zou zijn.

Toch raar soms, dromen.

De heilige graal

Lang geleden waren er geen tabellen, en was alles te doen met <p> en <br />.

Toen waren er wel tabellen, en konden we prutsen met align en valign en colspan en rowspan, en met enorm zeer veel 1×1-beeldjes die we uitrekten om allerlei mee te doen.

En dan waren er <frame>s, en konden we allemaal dingen doen die nog geavanceerder waren dan <table>s.

En dan kwam css en waren tabellen en frames plots uit den boze, en moesten we alles doen met stapels en stapels <div>s, en was het prutsen en doen met floats en clearfixen.

Op den duur waren en tientallen en tientallen frameworks, en veel later was er flexbox, maar tegen dan volgde ik niet meer en behielp ik me met de “oude” css, wegens ook goed genoeg en met wat tabellen hier en daar doet het alles wat ik nodig heb, voor die paar keer dat ik nog eens iets zelf maak.

En nu is het er eindelijk: css grid. Eigenlijk gewoon terug tabellen, maar dan op een propere en handige manier.

Ik had er een tijdje geleden — toen Internet Explorer het concept introduceerde — al eens mee geprutst, maar tegenwoordig ziet het er echt wel degelijk uit.

De volgende keer dat ik nog eens iets typografisch moet doen, haal ik het boven.

Back to life

Back to reality, back to the here and now.

Ik heb dit jaar mijn fototoestel thuis gelaten, en misschien maar een stuk of vijf foto’s en een filmpje of drie gemaakt met mijn telefoon: ik wou hard proberen voor één keer mee te doen en niet met een boek en een fototoestel aan de kant te gaan zitten.

Gelukt, dacht ik zo. Maar dat maakt het er allemaal niet gemakkelijker op.

Ik dacht maandag dat het allemaal wel zou meevallen met dat zwart gat na de Gentse Feesten, maar tegen maandagavond begon het wel wat te steken, en we zijn nu dinsdag en het valt, euh, niet zo hard mee.

Ik heb dat vroeger ook nog meegemaakt, toen ik in lang vervlogen tijden dingen deed met het European Youth Parliament: tien dagen on top of the world, mensen leren kennen, dingen doen, relevant zijn, een verschil kunnen maken — en dan terug in een wereld waar het zeer moeilijk is om motivatie te vinden.

Niet dat het niet leutig is op mijn werk, maar vergeleken met Datakamp is het toch zeer hard niet Datakamp.

Datakamp: evaluatie

<vocoder aan> D a t a k a m p   2 0 1 7 .   U   w o r d t  g e v o l g d . <vocoder af>

20170717_205042

Ge kunt u niet inbeelden hoe ongelooflijk fantastisch cirQ is. We trekken allemaal aan één zeel, we trekken er ons niets van aan dat het eigenlijk allemaal onmogelijk zou zijn als ge er lang over na zoudt denken, en gewoon doen.

Twee presentatoren en video, tien dagen lang van 15u tot 24u quasi non-stop. Een redactieteam en regie daarachter. De mannen aan de Social Mediats. De mensen aan het geluid. De pleinmedewerkers. De ingang, de bar, het toilet, al wie iets deed van spel, de mensen achter de schermen, het eten… één groot mirakel, ge kunt dat niet anders noemen.

En ik ben zo ongeloofijk blij en trots dat ik heb mogen meedoen, ook dat kunt ge u niet inbeelden.

Datakamp dag 10: fini

Ik ben kapot, maar ’t was zo wijs.

Volgend jaar iets nieuws!

Datakamp dag 9: in de media

Ziet nu: in Holland op de tv:

En ook op de radio.

Oh, en ook nog dit, zomaar omdat het kan:

Geeuw

Ik moet nog zeker drie uur wakker blijven. Het is vijf na drie, ik ben vroeger dan anders naar huis gegaan van Datakamp, en ik kan nog niet gaan slapen wegens morgen (euh, straks) om halfzes een inteview met de Radio in Nederland.

Ik dénk dat het voor het programma ‘Start‘ is: “een andere kijk op de actualiteit, verdiept met persoonlijke verhalen, poezie en veel muziek”.

Ik denk ook dat ik eigenlijk niet had moeten positief antwoorden op de vraag. Ik zal morgen geen mens zijn.

En ik zou eigenlijk nog iets moeten programmeren voor de zotte shit die we morgen gaan doen, maar ik heb een leep idee: ik ga het niet programmeren, ik ga het in een mengeling van Power BI en Excel doen. Ah ha ha ha!

Dag 8 Datakamp: dipje

Met de nadruk op “-je”. ’t Was vandaag over ’t algemeen zoals altijd wreed wijs, maar ’t is gewoon dat er twee drie dingen gebeurd zijn die niet leutig zijn.

En dan is het gelijk twee weken op vakantie gaan en de laatste dag overvallen worden en beroofd: akkoord, dertien en een halve dag plezier, maar ’t is toch vooral dat laatste dat (in eerste instantie) blijft hangen.

Ik stond vandaag een halve dag aan de ingang, en dezelfde mens die gisteren en eergisteren ook al aanwezig was en een beuzak was, weigerde langs de uitgang naar buiten te gaan. Weigerde zijn bandje te scannen. Weigerde mee te spelen, of beter, had besloten het voor iedereen een beetje te verpesten — tot fysiek geweld toe. Als ik geen goeie reflexen had gehad, was minstens mijn bril en misschien mijn neuw kapot.

Akelige gast, die ook al eens een stoel niet heeft willen afgeven aan mij, en ook al eens een tafel niet heeft willen afgeven aan een collega. Stomme kleine dingen, maar ’t is de manier waarop: ge kunt zeggen “maar alleeeeez ik zou zooo graag die stoel houden want mijn vriendin is juist om drank”, en ge kunt gaan van “onnozel ventje, wie peist gij dat ge zijt, IK beslis hier wat ik doe, en gij hebt juist NIETS te zeggen”.

Op Datakamp spelen we een spel. Gelijk, we zijn acteurs die spelen dat we controleurs zijn of studiemeesters of agenten of wat dan ook. Natuurlijk is er geen politieverordening die ons toelaat iemand te dwingen om een stoel af te geven, maar serieus: ge speelt het spel als bezoeker van Datakamp ook een beetje méé, toch?

Of gelijk die andere gast die een premium-bandje aan had, en ik vraag “kunt u even inscannen alstublieft?” en hij zegt “fuck off, gast, ik heb betaald voor mijn bandje”. En als ik dan toch aandring en hij doet het (omdat zijn vriendin erbij stond, vermoed ik), en ik verlies hem een halve seconde uit het oog en dan vraag ik of hij zich ook aangemeld heeft op de computer en hij zegt “jaja”, en dan vraag ik of hij via mail of SMS gecontacteerd is en hij zegt al grijnzend “ge denkt toch niet dat ik dat écht gedaan heb, gast?”

Terwijl ze natuurlijk allemaal buiten duidelijk gehoord hebben dat dat de voorwaarde is om Premium te worden.

En dan blijven weigeren om mee te spelen, en nijdig worden. Waarop ik dan maar gewoon de schaar neem en zijn bandje doorknip. Serieus.

Maar bon.

Verder weinig klachten. Nog twee dagen. Morgen en overmorgen doen we zotte shit met de Premium VIPs.

Oudere berichten Nieuwere berichten

© 2017 Michel Vuijlsteke's weblog

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑