jkmj enige hond waarom? okay dan stop niet altijd herhalen stop ermee pestkop ): HOMO piemel verontschuldigt u mij voor mijn banaal gedrag neen niet doen joshua
Kerstman jkmj zijn pietje is te klein HOHOHO ik ben de kerstman HOHOOH ik ben gaylord
jkmj je verpest het
Kerstman HOHOHOHOHO ik heb het wel gedaan Piemels
jkmj ik heb andere reclame dan jou
Kerstman Ik verpest het niet HOHOHOH Echt waar ?
jkmj hoi hoe gaat het?
Kerstman Ben jij een lulhond ? HOHOHOH kerstman
lulhond kan je niet lezen mss
Kerstman COEWL !!!!!!!b &é’# @ { @ #{#|’é”"‘”é”!!”é(!”‘!(§’ Een echte lulhond , ik wel jou dood doen Want je stinkt als een aap en een fraab die samen een drol hebben gegeten KERSTMAN hohohhohohofhdjdihfhdsfdihndfldfsg Laten we spammen
lulhond he is gedaan doei lul de kerstman mekker aargh
Kerstman ROFL Hoelang is jouw papa zijn lul ?
abcdefghijklmnopqrstu [x1900] (!)
Hoe in ‘s hemelsnaam moet een spamfilter dààr iets aan doen, als een koppel spijbelende tieners (I can only surmise) de comments van een weblog als persoonlijke tsjètboks gaan gebruiken?
‘t Is echt wel bij iedereen dat het tegenwoordig permanent september is. Bij Luc Van Braekel kwam zonet deze reactie op een entry over de schade na de tsunami van 2004:
Comment from [boohj : liezielove@hotmail.com] — super erg maatj echt op de laatste foto , amai ik zou daar toch ni zoo graag willen staan znn ! veel beterschap!!
Sur Eldiz, notre but est de créer un média féminin, c’est à dire pour les femmes par les femmes. Eldiz a donc été créé uniquement par des filles et vous pourrez les découvrir l’une après l’autre dans le billet qui sera consacré à chacune.
Nous sommes lassées des mags féminins qui ne nous ressemblent pas, lassées des mags généralistes du web qui n’évoquent jamais les sujets qui nous intéressent mais regorgent de filles à poitrines généreuses et de grosses bagnoles. Nous n’avons rien contre les filles à poitrines généreuses, ni contre les grosses bagnoles, Eldiz est juste un plus et, si vous voulez participer, vous êtes toutes et tous les bienvenus !
Toupie, toupie, gelijk de mens in Frère Boudin zou gezegd hebben. Niemand zal mij beletten om dat allemaal ook aandachtig te lezen. Ik lees graag van vrouwen, ha! ha!
(En hoe spijtig dat er van Frère Boudin precies maar twee albums verschenen zijn, trouwens, en hoe vreemd dat het nu al sinds gisteren in mijn hoofd zit—van op restaurant omdat er iets met cèpes was, en dat Frère Boudin’s specialiteit omelette aux morilles is, the mind is a weird thing, I kid you not.)
Het moet gezegd dat het er vreselijk wijs uitziet, met wiki en alles, en dat het een fijne hoop dames klinkt te zijn. Was ik een vrouw, had ik een sociaal leven, en schreef ik graag in ‘t Frans, ik zou het wel weten.
*denkt na* zouden wij ook niet iets kunnen doen met zo’n publieke MediaWiki-wiki? hm.
Mwaha! Schaam op mij, nu pas ontdekt maar wel al meteen fan: Georgina Verbaan.
‘t Is te zeggen, de naam zei me wel iets van de roddelblaadjes, maar de actrice had ik nog niet aan het werk gezien. Mevrouw Verbaan heeft hetzelfde voorgehad als Véronique De Kock indertijd: met een mammografie moeten bewijzen dat haar ta-ta’s wel degelijk geen plastiekenen waren.
Verheugd heb ik heden ochtend vernomen uitverkozen te zijn tot winnaar van De Gouden Ui in de categorie Slechtste Actrice. Ik vermoed dat dit welverdiend is maar ben hier niet geheel zeker van omdat ik de film Joyride zelf niet heb kunnen uitkijken. Dat jullie dat wel hebben gedaan verdiend een pluim, dus bij deze; Chapeau!
[…]
Georgina Verbaan (winnaar Break-Out! Award 2002 in de catagorie Slechtste Kapsel en De Gouden Ui 2005 in de catagorie Slechtste Actrice)
Voor ik verder ga, wil ik graag toch even reageren op enkele reacties. Het is nooit mijn bedoeling geweest om met deze blog een competitie te starten. Fotografie is geen olympische discipline. De beste, de mooiste, de grootste… daar doe ik niet aan mee. Ik wil gewoon wat foto’s tonen die de krant niet hebben gehaald of die ik voor mijn plezier heb gemaakt. Soms zijn de foto’s ook niet meer dan een illustratie bij een gedachte. Zonder pretentie. Meer moet hier niet worden gezocht.
Ik heb wel al meer gezegd dat ik het vliegend schurft krijg van bepaalde soorten weblogs, maar ik denk dat ik daar maar eens van terugkom. Niet dat schurft, want dat bekruipt me nog altijd als ik sommige dingen tegenkom, maar wel dat veroordelen.
De leeftijd meneer. Ik word milder meneer. Il faut de tout pour faire une monde, mossieu.
En bij deze denk ik dat ik maar eens een plaatje opleg. Pierre Perret, u allen bekend van Le zizi (ô gué ô gué) en Les jolies colonies de vacances (youkaïdi aïdi aïda) en Elle avait des seins comme des violons (et moi j’en jouais comme du piston), schrijft naast grappige liedjes ook wel zeer mooie liedjes.
Sommige dingen die ik vroeger prachtig vond, zoals Lily, blijven wel overeind, maar en définitive toch wel heel erg vastgezogen in dat vaguely embarrassing erg nadrukkelijke jaren-70–geëngageerd-zijn.
Niet zo met Mon p’tit loup, dat ongetwijfeld één van zijn allermooiste is. Houd hier maar eens uw tranen bij in… en het feit dat Perret—ondertussen ook al 73!–het live brengt, vals gezongen en met brekende stem, doet er niet in het minst iets van af.
T’en fais, pas mon p’tit loup, C’est la vie, ne pleure pas. T’oublieras, mon p’tit loup, Ne pleur’ pas.
Je t’amèn’rai sécher tes larmes Au vent des quat’ points cardinaux, Respirer la violett’ à Parme Et les épices à Colombo. On verra le fleuve Amazon’ Et la vallée des Orchidées Et les enfants qui se savonn’nt Le ventre avec des fleurs coupées.
T’en fais, pas mon p’tit loup, C’est la vie, ne pleure pas. T’oublieras, mon p’tit loup, Ne pleur’ pas.
Allons voir la terre d’Abraham. C’est encore plus beau qu’on le dit. Y a des Van Gogh à Amsterdam Qui ressemblent à des incendies. On goût’ra les harengs crus Et on boira du vin d’Moselle. J’te racont’rai l’succès qu’j’ai eu Un jour en jouant Sganarelle.
T’en fais, pas mon p’tit loup, C’est la vie, ne pleure pas. T’oublieras, mon p’tit loup, Ne pleur’ pas.
Je t’amèn’rai voir Liverpool Et ses guirlandes de Haddock Et des pays où y a des poul’s Qui chant’nt aussi haut que les coqs. Tous les livres les plus beaux, De Colette et d’Marcel Aymé, Ceux de Rab’lais ou d’Léautaud, Je suis sûr qu’tu vas les aimer.
T’en fais, pas mon p’tit loup, C’est la vie, ne pleure pas. T’oublieras, mon p’tit loup, Ne pleur’ pas.
J’t’apprendrai, à la Jamaïque La pêche’ de nuit au lamparo Et j’t’emmènerai faire un pique-nique En haut du Kilimandjaro Et tu grimperas sur mon dos Pour voir le plafond d’la Sixtine. On s’ra fasciné au Prado Par les Goya ou les Menine.
T’en fais, pas mon p’tit loup, C’est la vie, ne pleure pas. T’oublieras, mon p’tit loup, Ne pleur’ pas.
Connais-tu, en quadriphonie, Le dernier tube de Mahler Et les planteurs de Virginie Qui ne savent pas qu’y a un hiver. On en a des chos’s à voir Jusqu’à la Louisiane en fait Où y a des typ’s qui ont tous les soirs Du désespoir plein la trompett’.
T’en fais pas, mon p’tit loup, C’est la vie, ne pleur’ pas. Oublie-les, les p’tits cons Qui t’ont fait ça. T’en fais pas, mon p’tit loup, C’est la vie, ne pleur’ pas. J’t’en supplie, mon p’tit loup, Ne pleure pas.
Ach, misschien is het omdat ik ook kinderen heb. En ouder word. En alles.
Soms moet één ster uitdoven opdat een nieuwe zou kunnen blinken aan het firmament… een zaak van this town ain’t big enough for the both of us misschien?
Ik neem voorlopig even afstand van de ‘blogosfeer’. Ik hoop dat ik ook een beetje heb kunnen bijdragen in de keuze van jullie wegen, of in het “begrijpen” van die “ene weg”..
…en het Radiofonisch Instituut Decroubele begin het zijne. Een paar eerste kennismakingen met het wereldwijde tinternet waren er al op Gentblogt—waar een artikel over voetbal bijvoorbeeld ooit alsdus afgesloten werd:
Afijn, op dan maar naar een hyperspannend competitieslot! Op naar een Gentse scherprechter zonder weerga! Bradaboem! Op naar zweet, kluiten aarde, vlokken gras, slijm en vloek! Bommen en granaten! Op naar de eerlijke competitie, wars van Chinezen en gefoefel! Vrooaarr! Op naar meer! En beter! Kadzjing! (vrij naar Tom Lanoye, Hergé, Jean Graton en de cymbalen van Sint-Cecilia)
Triestige apen. Meer kan een mens niet zeggen. Het wordt me al een tijd droef te moede als ik de commentaren lees bij Koen Fillet, en het wordt er verdomme niet beter op.
Ik denk dat ik een lezer van het eerste uur ben, en ik reken mezelf wel bij de mensen die tussen de regels doorhadden dat het niet meer zou lukken (anders hadden we wel meer gedetailleerde grafieken en verhalen gehoord, zoals maanden geleden). Ik ben er dan ook enorm zwaar van overtuigd dat van al die negatieve commentaarspuiers praktisch geen enkele van het weblog had gehoord vóór sommigen er een heisa van gemaakt hadden.
De media over de media over de weblogs over de weblogs over de radio over de televisie over de media, zoals Steven zei.
Maar hola!
Koen Fillet, een jaar geleden buiten adem van de trap op te lopen, heeft de twintig kilometer van Brussel gelopen! Vier man zijn nog verder gegaan en hebben de marathon van New York gelopen! Stapels (stàpels) mensen zijn het afgelopen jaar aan sport beginnen doen!
Heelder mensenlevens zijn veranderd, kan ik me inbeelden. Dàt telt. En da’s alles wat telt.
Die nay-sayers: aanstellers allemaal. Hypocrieten. Triestige tiepen, professionele klagers—wat gaat hun geneut uithalen, denken ze?
Niets van die fuckers aantrekken, iedereen. Nee maar.
En qua versie van de standaard disclaimer, ook wel helemaal in orde:
By the way… op deze weblog kan je mijn leven volgen, of toch die dingen die ik vatbaar vind voor publicatie. Mocht u hierdoor in enigerlei mate misleid worden dan is dat geenszins mijn bedoeling. Mensen die me echt kennen zullen hier en daar wel iets begrijpen dat er niet staat. De anderen begrijpen dan misschen weer niet altijd wat er wel staat. Het gaat hier niet om een online dagboek, maar wel om mijn verhaal. Take it or leave it.
Was het een echt weblog geweest, ik had het gelezen via de RSS-feed of via een trackback, maar nu moest het wachten tot ik er toevallig voorbij kwam naar aanleiding van Gentblogt.
behoeft een website van een bescheiden politicus, die regelmatig eens een artikeltje/blog schrijft, écht een RSS feed? Mijn zoektocht langs een pak andere websites/dagboeken/weblogs van politici leert me dat het niet écht nodig is. Vooral omdat ik het zelf niet kan installeren (shame on me!), en het laten doen kost me al gauw meer dan € 100.
Een schande, dat mensen geld vragen om een weblog op te zetten. Even de proef op de som nemen hoe lang dat moet duren…
1. Domeinnaam
Ik heb meer Dreamhost-accounts dan ik een stok naar kan schudden, dus deze stap is eenvoudig.
kies het domein dat ik net aanmaakte, vul een database-naam in (janroegiersdb, waarom niet?)
klik “install it for me now”
Totale tijd: 24 seconden. Of nee: het is wachten tot Dreamhost de install ook echt doet. Ik heb hier 234 seconden moeten wachten, maar toen had ik een werkende WordPress staan.
3. Wat inhoud invullen
Knippenplak. Ik neem de drie recentste artikels op de bestaande website, en hopla:
Totale tijd: 6 minuten. Omdat ik wat vieze HTML uit de knippenplak-artikels heb moeten verwijderen.
OK. Goed. Was dit een engelstalige weblog, dan zou het bij deze al bijna gedaan zijn. Maar het is een nederlandstalige weblog, dus er moet wat gelocaliseerd worden.
4. Localisatie
Voor het gemak, en om tijd te winnen, denk ik dat ik ga vertrekken van het standaardthema van WordPress zoals alhier vertaald naar het Nederlands. Ik installeer meteen ook de Nederlandse .mo-file voor de beheersinterface, de interface-termen zoals “reageer” en “reactie versturen” en de dag- en maandnamen en dergelijke.
Kubrick-nl downloaden en uploaden naar /wp-content/themes/
localisatiefile downloaden en uploaden naar /wp-includes/languages/
in de WordPress-opties het datumformaat aanpassen naar l j F Y (zaterdag 2 september 2006 ipv september 2, 2006)
Totale tijd: een minuut of vier.
Bon. We hebben nu dus een weblog dat volledig werkt en functioneel is, in het Nederlands. Tijd om het uitzicht aan te passen.
5. Template
Ik ga het me gemakkelijk maken, en gewoon de bestaande HTML van de bestaande website rond de artikels gooien. Ik voorzie dat ik hier het meeste tijd mee ga verdoen. Top chrono.
Om te beginnen: naar de bestaande website gaan, view source, copy-paste naar een teksteditor. En dan lokaal bewaren en opendoen, en zien wat er van overeind blijft:
Bon, al met al valt dat nog mee. Eens kijken wat er gebeurt als ik alle src en href die nu relatief zijn, absoluut maak en laat verwijzen naar de oude site…
Check-it-out! helemaal perfect! Minder dan vijf minuten search & replace, en het werkt gelijk een lierken.
Blijkt dat alle “weblogtekst” in één tabelcel staat, <td rowspan=”3″ valign=”top” class=”hoofdtekst”>. Een gemak. Dus in principe, als ik alles wat daarvóór staat vóór de WordPress-loop zet, en wat erna staat nà de WordPress-loop, dan zou dat al min of meer moeten werken. Eens kijken wat er gebeurt als ik de inhoud van die <td> vervang door Lorem ipsums… en inderdaad:
Op naar WordPress. Eerste taak: De brol van rond de artikels wegsmurfen. De homepagina van een wordpress-site met de standaard-template ziet er eigenlijk zo uit:
Kijk ik naar de huidige website en de opgekuiste html-file die ik heb, dan ziet die er zo uit:
Rood ga ik in de header steken, groen (ook nog een stuk onderaan de pagina, uiteraard) komt in de footer, en paars komt in de sidebar. Eens naiefgewijs proberen zonder al te veel te kijken…
Pfeh. ‘t Is bijna te gemakkelijk. Het duurt langer om het neer te schrijven dan om het te doen:
Hier is de sidebar nog een statische HTML-kopie van wat er op de originele website stond. Tijd om daar de echte lijst van laatste artikels in te smurfen:
in plaats van de enorm ingewikkelde tabel die er stond. Een klein likje css, en het ziet er precies uit zoals het er op de oude website uitzag:
Voilà. Een WordPress-weblog in de layout van de website. Integratie? Tja, ofwel steek je de rest van de site in WordPress (handig als die vaak moet veranderen en je had er nog geen CMS voor), ofwel doe je een hutselarij met bijvoorbeeld een subdomein, http://blog.teenoftander.
Totale tijd verstreken: een dik uur. Deze entry met screenshots schrijven incluis.
En om op de originele vraag te antwoorden:
behoeft een website van een bescheiden politicus, die regelmatig eens een artikeltje/blog schrijft, écht een RSS feed? Mijn zoektocht langs een pak andere websites/dagboeken/weblogs van politici leert me dat het niet écht nodig is.
Nee, uiteraard niet. Uiteraard niet. Maar waarom het moeilijk doen als het gemakkelijk kan? Als je een website maakt en je hebt (een deel van) je inhoud al in min of meer een weblogachtige vorm, waarom dan niet WordPress of iets dergelijks gebruiken als eenvoudig CMS, met vorige-volgende op je inhoud, en een kalender eventueel, en categorieën, en dat lezers via RSS op de hoogte kunnen blijven, en dat er de mogelijkheid is om in de toekomst te posten, en automatisch te weten wie er naar u linkt, en commentaar toe te laten (mét voorafgaandelijke goedkeuring en als het moet niet noodzakelijk op de website verschijnend, etc. etc.).
Nee, ik zie WordPress in deze echt meer als een eenvoudig CMS dan noodzakelijk als een weblog, en ‘t is maar in tweede instantie dat ik het een lovenswaardige zaak zou vinden als er wat echte weblogs zouden zijn van politici. Vooral als ze interessante dingen te vertellen.
C’est facile, c’est pas cher, et ça peut rapporter gros.
De bedoeling? Voor zover ik het begrepen heb: weblogs, maar dan voor mensen die normaal gezien geen weblog zouden beginnen. Mena Trott zei er een tijd geleden over dat het iets is dat ze eigenlijk voor haar eigen moeder maakte.
Vandaar: nadruk op gebruiksvriendelijkheid, en op privacy ook: wat je erop schrijft is niet noodzakelijk zichtbaar door iedereen. Je kan dingen schrijven die enkel voor familie zichtbaar zijn, of enkel voor vrienden, of voor iedereen.
Een vriendelijke omgeving, als het ware.
Ik heb nog vier uitnodigingen op overschot. Iemand? Iemand?
Alles wat hier staat is mijn eigen opinie. Het wordt niet nagelezen of goedgekeurd door mijn werkgever voor het on-line komt, en ik bied geen enkele garantie voor kwaliteit of correctheid.
Mijn werkgever is het niet noodzakelijk eens met wat ik schrijf, en het spreekt vanzelf dat hij dan ook op geen enkele wijze aansprakelijk kan zijn voor wat ik hier publiceer.
Ter info
Eén van mijn e-mailadressen is michel [at] zog punt org. Normaal gezien antwoord ik daar, buiten de kantooruren, onmiddellijk op.