Michel Vuijlsteke's weblog

Tales of Drudgery & Boredom.

Categorie: Werk (pagina 1 van 15)

Privacy en data en GDPR en dingen

Privacy en spel, altijd leutig.

Al van zo lang ik mij kan herinneren, ben ik zot van persoonlijke data verzamelen. Data in het algemeen, maar persoonlijke data nog veel meer: daar kan een mens dan gemiddelden van trekken, trends in zien, grafieken trekken, mensen manipuleren en indelen zonder er ooit mee te moeten interageren in het echt, vat krijgen op menselijke relaties en eigenschappen zonder te moeten spreken, euh, hang on, wacht, ’t is niet alsof ik een autist ben of zo hé.

Klaslijsten, alumniverenigingen, CRM-systemen, databases allerlei, genealogie: het komt allemaal neer op persoonsgegevens die kunnen gemanipuleerd worden. Wijs!

De leutigheid is dat we dat op het werk ook doen. Op veel grotere schaal en grotendeels anoniemer, maar we doen het wel.

En in de sector beweegt er vanalles. Een fijn rapport om te lezen is dat van Citi over ePrivacy en Data Protection: Who Watches the Watchers? — How Regulation Could Alter The Path of Innovation.

De twee dingen waar het over gaan, zijn

  1. De General Data Protection Regulation (GDPR), die vanaf 25 mei 2018 van kracht wordt en allerlei hefbomen terug in handen van de gewone mens geven — met allerlei nieuwe rechten en plichten voor iedereen van boven tot onder, met boetes tot 4% van de omzet of 20 miljoen euro, met allerlei nieuwe verplichte processen en veranderingen en vanalles;
  2. En ePrivacy, dat een Europese verordening moet worden die samen met GDPR van kracht wordt, waar specifiek ingezoomd wordt op de privacy van electronische communicatie, waar de boetes en het concept van “consent” van GDPR worden overgenomen.

Spoilers: ePrivacy en GDPR zullen zwaar impact hebben op de risk/reward van persoonlijke-gegevensgebruik, en allerlei mensen zullen hun manier van omgaan met data grondig moeten aanpassen.

europe-2021308_640

Een jaar of tien geleden was er bijna niets van dataprotectie, op zwakke pogingen van Europa na, tegenwoordig heeft zowat elk land zijn eigen regels op allerlei mogelijke manieren. Het interessante van GDPR is dat het de zaken horizontaal aanpakt, ’t is te zeggen, niet specifiek voor één industrie of één context. En aangezien er tegenwoordig miljarden verdiend worden door bedrijven die niets anders doen dan persoonlijke gegevens tegen betaling versluizen, kunt g’u inbeelden dat er enorm veel gevolgen zullen zijn.

GDPR probeert een evenwicht te vinden tussen enerzijds de bescherming van persoonlijke data, en anderzijds de mogelijkheid om persoonlijke data vlot te laten doorstromen tussen partijen.

Vlotte doorstroming tussen partijen binnen de Europese Unie, welteverstaan. Wat enorme opportuniteiten kan creëren hier, maar dat het wat moeilijker maakt als het over data van en naar buiten de EU gaat (hallo, Google en Facebook!). Er is wel sinds de jaren 2000 een concept van “dit land doet het goed genoeg naar onze goesting”, maar de grootste landen die daaronder vallen zijn Canada en Argentinië. Niet, voor de duidelijkheid, de VS, China, Rusland, Brazilië.

GDPR heeft dus wel degelijk globale ambities: als een organisatie van de buiten de EU data wil verwerken in de EU, of diensten wil aanbieden gebaseerd op persoonlijke data, dan gaan ze zich aan GDPR moeten houden. Zélfs als ze geen zetel of fysieke aanwezigheid in de EU hebben.

Y2K-resize

Er zijn redelijk wat bedrijven in de VS die denkden dat het allemaal zo geen vaart zal lopen, en dat die GDPR een beetje zoals Y2K zal zijn: veel geblaat, iedereen bang maken, en als puntje bij paaltje komt allemaal zo geen groot probleem. Die bedrijven denken dan “als we maar tonen dat we ons best aan het doen zijn, en in de richting van compliance op aan schuiven zijn, zal het wel allemaal koelen zonder blazen”.

Neen dus. GDPR gaat op 25 mei 2018 van kracht, er zit al een transitieperiode van twee jaar ingebouwd, en dus zal er geen geleidelijke overgangsperiode zijn, geen vriendelijke waarschuwingen of opgestoken vingers. Ga ervan uit dat het tegen 24 mei 2018 allemaal in orde moet zijn. Niet dat het een totaal star en onrealistisch ding is: GDPR doet aan risk-based regulation (zie bijvoorbeeld hier), en pakweg gezondheidsverwante data zal bijvoorbeeld veel strenger behandeld worden dan pakweg aankoopgedrag van wc-papier.

Maar als het fout gaat, zijn de boetes dus echt niet van de poes: tot 20 miljoen euro of 4% van de globale jaarlijkse omzet, welk van de twee het grootst is — voor Google zou dat tegen de vier miljard dollar kunnen zijn.

Concreet moet er heel wat veranderen, want GDPR geeft de mensen veel meer rechten wat hun persoonlijke gegevens betreft. Zij kunnen bijvoorbeeld eisen dat ze gratis hun eigen gegevens kunnen inkijken, dat al hun persoonlijke gegevens verwijderd worden, dat ze al hun gegevens in een “portable format” kunnen krijgen. Er moeten allerlei processen opgezet worden, bijvoorbeeld om te identificeren wanneer er ingebroken is in persoonlijke gegevens, en hoe de overheid én de mensen daarvan op de hoogte gesteld zullen worden.

En dus voor de duidelijkheid: dat geldt dus wel degelijk voor alle data van mensen in de EU, of die nu bij Google in de VS of Amazon in Indië of Facebook in Madagascar staat of waar dan ook. En voor iedereen, van KMO tot multinational over lokale overheid, zowel intern als extern. Bovendien is de definitie van “persoonlijke gegevens” redelijk los, ook cookies en IP-adressen (het internetadres van uw computer) vallen er bijvoorbeeld onder.

Binnenkort is het nog één jaar, en er moet nog veel gebeuren. Al wie bijvoorbeeld nu een contract getekend heeft met kleine letters: akkoord dat de kleine letters de letter van de wet volgden op het moment van ondertekenen — maar het is niet gezegd dat ze ook GDPR volgen. Moeten alle “terms and conditions” aangepast worden? En alle contracten hertekend? Dat is nog grotendeels open voor discussie.

En soms is het trouwens nu al te laat: voor veel openbare aanbestedingen — zeker in de sector waar ik werk, software die specifiek dingen met persoonsgegevens doet — wordt er nu al gevraagd dat men GDPR compliant is.

Paradoxaal genoeg zullen het trouwens vaak de kleinere organisaties zijn die het moeilijker hebben: het vraagt eigenlijk nieuwe bedrijfscultuur, met niet alleen transparantie maar ook een voortdurende dialoog met de personen waarvan gegevens gebruikt worden, met onder meer een “designated data protection officer” die zowel tussen organisatie en regulator als tussen organisatie en gewone mens zal staan.

on-the-internet-nobody-knows-youre-a-dog-meme-1

Komt daarbij dat de manier van omgaan met persoonsgegevens zelfs binnen Europa zeer verschillend is, en dat GDPR is in die zin redelijk Duits. In Duitsland staan ze heel ver met aller wat privacy betreft. Elders is dat absoluut niet het geval, en het wordt onvermijdelijk een beetje een schok voor heel Europa om plots met Duits-achtige regulatoren oog in oog te zaan — zowel qua flexibiliteit als qua strengheid.

(Okay, de regulator zal nog wel nationaal zijn, maar GDPR is Europees, en om te vermijden dat er door bedrijven een regulator-shopping zou gedaan worden met verstigingen in verschillende landen, is er voorzien dat zaken uiteindelijk zelfs door alle regulatoren zullen kunnen behandeld worden.)

Best wel boeiend eigenlijk, als een mens er bij stilstaat: GDPR zit te paard tussen aardrijkskunde en realiteit. De wetgeving is regionaal (Europees) in een wereld die de facto globaal en landenloos is, maar is toepassing van zodra er ook maar één Europese persoon opgepikt wordt.

De Europese aanpak is ook diametraal tegengesteld aan die van de VS: in de VS worden er per  sector (banken, verzekeringen, overheid, …) tegels gemaakt, en GDPR is zoals gezegd volledig horizontaal.

Geen idee hoe dat allemaal gaat uitdraaien. Veel spanningen, vermoedt men. En het maakt het allemaal niet gemakkelijker voor mensen die globaal zaken doen — wat tegenwoordig zowat iedereen kan zijn.

Flanders_automobile_advertisement_(from_Netherlands)

Op het werk maken wij software die het gedrag (bijvoorbeeld lezen, klikken, een aankoopo doen, een knop duwen, een filmpje bekijken, iets liken of delen, …) meet van mensen (met een bepaald profiel) op een bepaalde plaats (met bepaalde eigenschappen) op het internet ‘een pagina, een app, iets mobiel, een video, …). Door dat te meten, kunnen we voorspellen dat er in de toekomst bepaalde profielen bepaalde gedragingen op bepaalde plaatsen zullen uitvoeren. Na het meten, kunnen we ook eventueel meteen reageren, en bijvoorbeeld de gelezen pagina of app aanpassen, er iets insteken, een mail of sms sturen, tralala.

Door dat allemaal te doen, kunnen we allerlei fijne zaken doen voor onze klanten — betaalmuren verschuiven voor sommige profielen, artikelvolgordes aanpassen, menu-opties al dan niet tonen, … maar realistisch is de meest voorkomende use case voor onze software het beheren en uitleveren van reclame.

Ge ziet van hier dat wij al een tijd van zeer dicht met GDPR en ePrivacy bezig zijn: het is zowat onze core business.

Lang geleden was er al de cookiewetgeving, maar serieus: dat was compleet naast de kwestie, om allerlei redenen. Niet in het minst omdat cookies lang niet de enige manier zijn om mensen te tracken, en dat er niet veel bijt aan de regel was. Het enige gevolg was dat er overal lastige popups en boodschappen stonden van “klik hier om ons cookies te laten zetten” — terwijl ondertussen natuurlijk Google en Facebook al lang hun eigen gerief hadden gedeponeerd, en er niemand van wakker lag.

Er wordt tegenwoordig wel geschermd met het verschil tussen “first party” cookies (informatie beheerd door bijvoorbeeld een krant zelf) en “third party” cookies (informatie beheerd door bijvoorbeeld de adverteerder, of een ad server, of een DMP), maar dat is eigenlijk vaak naast de kwestie: wij kunnen bijvoorbeeld perfect een first party cookie zetten terwijl we eigenlijk een externe partij zijn, en iets als Google Analytics zet een third party cookie terwijl de informatie in principe voor eigen intern gebruik is (al zal Google er wel iets mee doen, natuurlijk; de dagen van don’t be evil zijn al een hele tijd geleden).

’t Is te vroeg om al conclusies te trekken, maar we moeten daar eerlijk in zijn: als GDPR er komt, is het potentieel de doodsteek voor al wat reclame op het internet is. Transparantie en keuze in handen geven van de gewone bezoeker is waar GDPR om draait, en advertenties zijn daar zowat het omgekeerde van.

Veel ruimte voor innovatie, dus. Wij zijn alvast vragende partij, ha!

Leve Powerpoint!

Ik zal het nooit begrijpen: mensen die Powerpoint vervloeken.

Wanezever.

Powerpoint is een tool gelijk een ander, waarmee magisch goede dingen kunnen gemaakt worden, en afgrijselijk slechte dingen. Klagen over Powerpoint omdat iets lelijk of onduidelijk is, is gelijk klagen over de tekstverwerker omdat het boek slecht is.

Met Powerpoint maakt ge’t zo eenvoudig of ingewikkeld als ge wilt, en als nodig is. Dit bijvoorbeeld is maar een paar kleuren, met in het echt (niet op de GIF hieronder) een klein beetje zó subtiele animatie dat het bijna niet zichtbaar is:

Nee serieus, it’s a poor workman who blames his tools.

Het enige, en dat is echt wel het enige, dat mij tegensteekt in Powerpoint, da’s dat als ik een hele reeks dingen geselecteerd heb en ik doe shift-pijltje, dat dat geen veelvoud van gewoon pijltje doet, maar de objecten allemaal aan de twee kanten van grootte doet veranderen. Grr.

Kapotmakerken

Ik krijg veel dingen kapot. Dingen kapot maken is wijs.

Pas op, ik kan mij inbeelden dat het vervelend is, iets bouwen tot het klaar is, en dan zeggen van “hier, test eens” — om het mij dan op een halve minuut reddeloos kapot te zien krijgen. ’t Is nochtans niet dat ik onmogelijke dingen doe: gewoon zoveel mogelijk combinaties van dingen door elkaar proberen, tot er iets gebeurt dat ik niet verwacht. En dan herproberen en opnieuw proberen en nog eens, om er zeker van te zijn of het altijd kapot gaat dan wel of het soms kapot gaat, en of het herhaalbaar kapot gaat dan wel op het eerste zicht niet herhaalbaar.

En dan op zoek gaan naar manieren om het herhaalbaar kapot te maken. Zonder al te veel vooronderstellingen — just the facts, ma’am — er is weinig zo irritant als een bugmelding in de zin van “X werkt niet omdat Y en dus Z”.

En dan de grens tussen bugs en irritaties en muggenziften. En wat eraan te doen: moet het onmiddellijk gerepareerd worden? Kan het wachten? Blokkeert het een release?

En het eeuwige gevecht tussen nieuwe features en oude dingen polijsten of beter doen werken. Tussen enerzijds “als ge iets doet, moet het ook zo goed mogelijk gedaan zijn” en anderzijds le mieux est l’ennemi du bien. Tussen de polish die het verschil maakt en nodeloze gold-plating.

Ah, dingen maken en dingen kapotmaken, altijd wijs.

Toiletetiquette, vervolg

Het was al lang geleden, maar het blijft brandend actueel: toiletetiquette. 

Drie toiletten op het werk, naast elkaar. Een aantal basisregels, ongeveer in volgorde van belangrijkheid.

Wc een

Niet goed: de deur is gesloten.
Iets beter: de deur is open of op een kier.
Reden: als de deur toe is, zou het kunnen dat er iemand achter zit. Dan moet er geklopt worden en gesproken met iemand die op het toilet zit. Brrr. 

Wc twee

Niet goed: er brandt licht.
Iets beter: het licht is uit.
Reden: als er nog licht brandt, is het toilet recent gebruikt. Okay, alle toiletten zijn recent gebruikt, maar toch. Brrr, een warme bril.

Wc drie

Niet goed: toilet naast een gesloten deur.
Iets beter: toilet niet naast een gesloten deur.
Reden: als de deur toe is, zou het kunnen dat er iemand achter zit. En dan zit ik op het toilet naast iemand die op het toilet zit, brrr.

Wc vier

Niet goed: toilet in het midden.
Iets beter: toilet niet in het midden.
Reden: in het midden is er twee keer zoveel kans dat er iemand naast u op het toilet komt zitten, brrr.

Met drie deuren is het altijd beter om aan de buitenkant te zitten. Tenzij de middelste deur gesloten is, en dan zitten we met een probleem. 

Het wordt allemaal een beetje complexer als er combinaties zijn, natuurlijk: er is maar één deur meer open, aan de zijkant, maar het licht brandt… arghh het dilemma!

(Oh ja: regel nul is natuurlijk dat als er iemand naar de buurt van het toilet aan het gaan is of er net vandaan komt, dat er dan een compleet andere reden was om in de buurt van de toiletten te zijn.)

Eerste werkdag

Hoe gaat dat, vakantie?

Eerste dag vakantie: vieren dat het vakantie is door tot een stuk in de nacht op te blijven. Opstaan ergens om negen uur in plaats van om zeven uur of halfzeven. En vanaf dag twee van de vakantie: in een routine vallen van opblijven tot het licht is, en dan slapen tot elftwaalféén uur.

Woensdag thuisgekomen van twee weken Karnavel Der Lichaamstypen op het strand van Oostduinkerke, en uiteraard niet op tijd in bed geraakt. Het moet vijf of zes uur geweest zijn als ik uiteindelijk mijn ogen dichtdeed.

Donderdagochtent: wekker om 7u10, pikkende en tranende ogen, laptoptas niet gevonden, op de fiets gesukkeld, een quasi lege stad doorgesjokt, mezelf voortdurend vervloekend dat ik mijn zonnebril niet gevonden had, geconstateerd dat het vocht in mijn kruis er was wegens dat mijn vers gewassen broek nog niet droog was, net niet gepanikeerd wegens code van tuinhek en de alarminstallatie bijna vergeten, toegekomen op het werk, gezien dat mijn bureau ingewisseld is voor een bureau dat half zo lang is, de computer in gang gesleurd, en mail beginnen inhalen.

Collega’s komen één voor één toe: Ron, Ben, Andrew, Pieter, Stefan.

Mij afgevraagd wanneer wie nu eigenlijk allemaal terug komt uit vakantie: kalender opengetrokken.

En geconstateerd dat ik niet donderdag 20 16 augustus maar maandag 24 20 augustus mijn eerste werkdag heb.

Gnnnnnnnnnn.

Poppy

Nooit zo opgelucht geweest om een hond te zien in mijn hele leven: vandaag was Poppy, de kapotte hond van Tim, voor het eerst op het werk sinds we verhuisd zijn.

Poppy

Ze is al heel haar leven kapot, wegens oorlogstrauma in ex-Joegoslavië, maar met haar zestien of zo jaar was ze ook redelijk doof geworden, en ze ziet helemaal niet zo goed meer en tot overmaat van ramp had ze een tijdje geleden iets aneurysme-achtigs gedaan waardoor ze helemaal onstabiel liep.

Ze kon de trap niet meer op, en ze zag er absoluut niet zo goed uit, nee.

Ik dierf het dan ook niet vragen, hoe het ermee was, toen Tim na een paar weken vakantie terug op het bureau kwam.

Maar kijk: vandaag was ze er, Poppy.

Nog altijd een beetje wobbelig, en ze is meer dan een paar keer met haar hoofd tegen de venster gelopen, maar ze zag er beter uit dan ze er in maanden heeft uitgezien.

Hoera!

Qua blast from the past…

Gut gut gut. 

Van lang geleden! Ik heb ergens één van de vroegere versies van de website-maak-tak van Netpoint teruggevonden. En ge moogt zeggen wat ge wilt, maar ik vind dat het eigenlijk nog wel in orde is, om gemaakt geweest te zijn in februari 2005 1995.

idea.png

En nee, ’t is niet de állervroegste versie, want die had gewoon géén referenties, en die zag er ook helemaal anders uit. Er is nog één spoortje van, op een oude versie van de referentie-pagina, maar ik vrees dat ze verdwenen is in de natuur. 

Ik ben wel content dat ik de prijslijst teruggevonden heb. Indicatieve prijzenlijst, staat er nogal nadrukkelijk: eigenlijk was dat vooral omdat we geen flauw idee hadden wat we aan het doen waren. 

Geert (nu de baas van boek.be, zwaai zwaai!) en Kris (die net vandaag de publieksprijs voor de mooiste boekcover van het jaar gewonnen heeft, zwaai zwaai!) kwamen helemaal uit de prepresswereld, Bruno (alhier, zwaai zwaai) en ik kwamen uit de, euh, academische wereld, en het world wide web bestond och here een paar maand. 

Dus geen mens die een idee had hoe we geld moesten vragen voor websites. 

De logische keuze voor de mensen-uit-de-prepress was om een website als een publicatie te beschouwen, een boekje of een brochure, en dus geld te vragen per pagina. (Eén andere optie, waar we wat later voor gegaan zijn, was om in navolging van de andere partner in Netpoint die in software zat, een website te bekijken als een soort softwarepakket met inbegrepen modules en optionele uitbreidingen.) (Een derde optie, die we beter hadden genomen, was om “de website” te zien als een onderdeel van een dienst die “communicatie” heet, en dus te factureren als consultants. En het maken van de site zelf uit te besteden aan html-apen terwijl we zelf het geld raapten om de mensen te zeggen wat ze nu eigenlijk met zo’n site moesten doen. :)) 

In een zelfde beweging heb ik een versie van de website van Arno teruggevonden. Ook lang niet de eerste versie, en jammer genoeg ook niet de allerlaatste, want die stond echt wel barstensvol allerlei. Verloren, reddeloos verloren. So it goes. 

It’s alive!

Ik heb tien jaar gewerkt bij Netpoint. Enfin ja, ’t is ingewikkelder dan dat.

Netpoint was eerst een soort merknaam van Griffo NV en Impakt NV, en ik werkte bij Griffo, in de afdeling Internet. Dan ben ik bij Impakt gaan werken voor Netpoint, eventjes, en dan was Netpoint een eigen NV, en dan is Netpoint overgenomen door Unit 4 en was ik algemeen directeur, en dan zou Netpoint gaan samenwerken met Amercom, en zelfs al is dat er nooit van gekomen, Netpoint NV is in september 2002 wel Amercom België NV geworden.

En toen was de website weg. Ik heb het altijd al jammer gevonden dat die site uit de prehistorie van het internet niet meer bestond. En toen, weet ge’t nog?, heb ik met een zwaar hart mijn mailadres-sinds-1995 afgesloten.

En dat was dat. Begin 2005 heb ik, met een minder dan zwaar hart, Amercom vaarwel gezegd. En dus ook Netpoint.

*
*     *

Voor altijd, dacht ik.

Maar hey, kijk: na jaren en jaren moeten ze het domein niet meer hebben, daar in ‘Olland. En heb ik het weer. En kan ik weer mail krijgen en sturen met michel@netpoint.be, en is het domein netpoint.be in het algemeen ook terug onder de levenden.

Ik ga eens heel hard in mijn archieven zoeken naar oude websites van midden de jaren 1990, en dan zet ik die gewoon keihard terug op het internet.

no shit

Staan er nu al op: de homepagina van Netpoint anno 1995, de Engelstalige versie van de Jean De Castro-site, een site (maar niet de oudste, grrr) van de Blauwe Maandag Compagnie, (enkel) de homepagina van onze eigen website-maak-dinges, Griffo-IDeA.

En een paar prijspagina’s: 1500 euro setup en 2500 euro per maand voor een 256 Kbps verbinding met het internet! (Of voor wie dat niet kon betalen: 37 euro per maand voor een 28.8K-modemverbinding, maximum 10 uur te gebruiken, en 4.5 euro per bijkomend uur). Of hosting: 87 euro per maand voor 5 megabyte diskruimte en 12 euro per extra megabyte ruimte — maar niet voor onbeperkt verkeer, meneer! Inbegrepen in de kost waren 5000 hits per maand, maar voor 50.000 hits was het al 371 euro per maand. En pas op: hits, niet visits. Een html-pagina met vier icoontjes erop die één keer bezocht werd, dat was vijf hits hé.

*
*     *

Het was trouwens wel grappig: vanmorgen heb ik de MX record op netpoint.be verzet zodat ik opnieuw mail kan ontvangen op michel@netpoint.be, op een Google Apps-ding.  Het eerste dat ik binnenkreeg, na de standaard “welkom bij Google”-mails? Klik voor detail:

no shit

Serieus. Bijna negen jaar aan een stuk heeft dat e-mailadres niet gewerkt, en nog kreeg ik daar om de godweethoeveel dagen mails van die mensen op?

Trrr.

En hoe was het nog, op het weekend met het werk?

Een beeld zeg meer dan duizend woorden.

passion max

[foto door Sven!]

Weekend!

Er wordt op het huis gepast, de kinders zitten in totaal denk ik bij zeven verschillende mensen, en wij zitten met mijn werk in Dardennen.

Kokeneten en niets doen, dat was het plan zowat. Lijkt nog redelijk te lukken, ja.

The dangerous office

The dangerous office: if it ain’t one thing it’s another. At the crack of dawn when you get in the spiders are all dry ‘n’ scratchy… the damp things where the pipes leaked through the ceiling… the switch things with the sharp little edges that can stab your back when you’re not looking… the wet puddles in the garage that you step in… they can all be DANGEROUS.

Sometimes the heater can hurt you (if you stand too close to it wearing your long black coat). And the stuff in the fridge has a mind of its own. So be very careful in the dangerous office. When the night time has fallen, and the spider are crawlin’ in the office of danger you can feel like a stranger.

…euh, maar parafrases apart: ’t was een rare dag op het werk vandaag. Ze zijn naast ons een gebouw aan het afsmijten, en dat is dus c-r-e-e-p-y.

Een heel gebouw — vijf of zo ex-industrieelachtig erfgoedachtige loftachtige verdiepingen — dat bradaboemgewijs infrasoon op zijn grondvesten davert: dat is niet zo leutig. Gelijk een lichte aardbeving, maar dan heel de tijd.

En dan ging Tim met de hond even naar beneden, en bleef begot de lift vastzitten toen hij een halve meter naar beneden was geraakt.

Een hele tijd later stapte de liftreparatieman buiten, en het zou kunnen dat ik mij vergis, maar ik denk dat ik hem iets hoorde mompelen van “levensgevaarlijk”. Niet dat ik mij zorgen maak: vooraleer een lift naar beneden stort, moet het hele gebouw al instorten. Maar ’t zal dus voorlopig geen lift zijn: hij is dood en begraven. Snirf.

Vloek

Grmbl. Prutsen en doen. Prutsen aan de json om dan een bijkomende <div> rond een tabel te zetten, en dan alsnog verdomme een <div> tussen moeten voegen om wat spatiëring te doen. En dan verdomme alsnog een hack moeten doen om een uitzondering op een uitzondering op een uitzondering te doen voor een stuk dat anders is dan een stuk dat anders is dan een stuk dat anders is dan normaal.

Gnyaargh. Morgen, denk ik, kijk ik er nog eens met frisse ogen naar, want ik kan daar dus niet echt tegen, tegen zo’n vieze dingen.

Mbleh. Op de pixel moet het just zijn, dedju.

Come together

’t Was wijs vandaag op het werk: er is op een uur of twee of zo tijd een ontwerp op een backend gezet.

Zo’n beetje het begin van de culminatie van een tijd werk. En dat het werkte, toch voor een groot stuk, en dat het vanaf nu eigenlijk het laatste lange rechte stuk is, een beetje.

Yay!

Een grote stap: ingeschreven bij de VDAB

Ik belde vanmorgen naar de meneer van de VDAB om mij in te schrijven.

Dat gaat tegenwoordig ook aan de telefoon, namelijk: rijksregisternummer, achternaam (met i en dan j, jawel), voornaam, geboortedatum, postcode, straatnaam, nummer (neen, geen bus, gewoon het nummer). Wat ik gestudeerd heb, of ik nu aan het werk ben.

En dan krijg ik een dossiernummer, en kan ik me met mijn rijksregisternummer en een voorlopig wachtwoord aanmelden bij Mijn VDAB.

Ze vragen meteen om mijn profiel te vervolledigen, ik heb dat dan maar gedaan. Ik heb bureauticakennis, geef ik ze mee. Zeer goede kennis van de bureauticapakketten Lotus 123, Frontpage, Lotus Notes, MS-Office, en Internet: dat weten ze dan ook weer.

Er zijn ettelijke vacatures voor mijn profiel — ik heb dan ook aangegeven dat ik me mondeling en schriftelijk kan behelpen in het Frans, Engels en Nederlands, dat ik zeer goed efficiënte opzoekingen op inter- en intranet kan maken, en dat ik Elektronische post (e-mail, post die via elektronische werg wordt verzonden) zeer vlot kan hanteren.

Ik zou administratieve duizendpoot in Waasmunster kunnen worden, of multifunctioneel bediende bij een marketingdatabedrijf in Gent 9000, of nog tig andere beroepen.

Ik heb mijn inschrijvingsbewijs als werkzoekende, en ik heb daar een papier van: “dit attest werd afgeleverd op maandag 24 oktober 2011 om 13:42”.

Jammer, dat wel. Het allereerste (verplichte) veld op de (verplichte) profielaanvulpagina was dit:

Screen Shot 2011-10-24 at 13.24.43.png

Ik had daar graag een bijkomende optie bij gezien, iets in de zin van “Ik ben niet werkloos en ik ben ook nog nooit werkloos geweest en ik zoek ook geen nieuw werk meer nog ik ben zeer content te werken waar ik werk maar ze hebben mij gezegd dat ik een VDAB-profiel moet aanmaken opdat mijn werkgever zou kunnen aanspraak maken op de Vlaamse Ondersteuningspremie voor gehandicapten en dat was het eigenlijk dankuzeer”.

Gn.

Ze zijn zo lief, meneer

Vrijdag geen werk wegens zieke Anna:

Anna, ziek en juist wakker

Maar morgen wel weer werk! Bij de fijne collega’s waar ik daarnet nog een reeks foto’s van op mijn fotomathilde vond!

Ze kunnen zo goed vergaderen!

Zogezegd bezig

Ze zijn zo ondersteunend van het werk van hun collega’s!

Collega's die werk van andere collega's hard kunnen waarderen

Hun brainstorms leiden tot positieve resultaten!

Tomcat kaka

Ze zijn zo fotogeniek!

Fijne collega Jan

Tee hee. 🙂

Oudere berichten

© 2017 Michel Vuijlsteke's weblog

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑