Er kwam vandaag op het werk een nieuwe klant langs, die opleiding moest krijgen.
Tot het moment zelf wist ik niet met hoeveel ze zouden zijn of in welke taal het te doen zou zijn — met één, en in het Frans, bleek.
Qu’à cela ne tienne: veel maakt het mij niet echt uit. Hoe meer mensen er zijn, hoe langer het duurt, da’s al. En waar het met twintig man drie uur zou kunnen geduurd hebben (zeggen wat ik ga doen, tonen dat ik het doe, zeggen dat ik het gedaan heb, kijken of iedereen nog mee is, vragen stellen om te zien of ze nog mee zijn, vragen om het eens zelf te doen, wachten op de onvermijdelijke vragen), was het hier op een uurtje gepiept. Inclusief koffie zetten.
Spijtig, vond ik eigenlijk.
Ik denk dat ik dat echt wel graag zou doen, les geven. Zelfs als het maar een miniem percentage van de leerlingen zou zijn die geïnteresseerd is.
Pietje Bell. En hoe moeilijk ik het ermee had dat hij ouder werd. Op zeven boeken van De Vrolijke Bende en straatondeugendheden journalist worden, naar Amerika gaan, terugkeren, trouwen en vader worden van drie zoons.
Voor de rest was het hier een raar weekend, met twee voetbaltoernooien van Jan en een optreden van Zelie en geen van alledrie drie activiteiten gezien maar thuis gebleven.
Van hot naar her op zaterdag, onverwachts in de zon buitenshuis op zondag.
Het leven is helemaal in slow motion gegaan, heb ik de indruk.
Ooooooh zo cuuuuute! Nephthys ligt in de rode zitzak te slapen, helemaal op een bolletje gedraaid! Snel, een foto pakken!
Kak. Ze besluit juist te geeuwen.
Even wachten tot ze weer in slaap suizelt… telefoon bovenhalen… voorzichtigjes in positie brengen…
Aaaugggh!! Cat from hell!
Derde poging, dan maar? Nah: ze is volledig wakker. En een beetje pissed, lijkt het wel:
Ze was vandaag helemaal in form, trouwens. Ik dacht tussen het van hot naar her rijden even een boek te lezen in de zetel — madam vond het een véél beter idee om zich zo ongeveer onder mijn kin te nestelen:
Wij hebben hier elke week gekeken naar The Voice Van Vlaanderen, en wat mij betreft mocht de finale tussen Paulien en Matthys gaan. Helaas: die twee stonden al in de halve finale tegen mekaar.
Ik las in de ontwerptekst van het Innesto-congres van de CD&V één van de dertig aanzetten van maatregelen om het onderwijs te versterken:
CD&V wil de duur van de zomervakantie inkorten van negen tot zes weken. Sterke zowel als minder sterke leerlingen hebben baat bij iets minder lang weg te blijven van de schoolbanken. De eerste groep mist uitdagingen. De tweede loopt een grote achterstand op tijdens de vakantie. Daarnaast schept een kortere zomervakantie ook meer ademruimte in de loop van het schooljaar (bv. voor stageperiodes, leerzorg, sport, extra verlofdagen tijdens het jaar).
…en mijn allereerste gedacht was: yeah right, dat leraars twee weken zomervakantie gaan willen afstaan.
Er stond plots een Hollander op mijn plankier. Hij brabbelde mij iets toe, ik begreep er geen knijt van.
- Puh-don mneejhr, ut-bell foowe?
- U zei? Het wat?
- Het bell fooh-e.
- Bel wat precies?
- Foor.
- (denkt frenetisch na) Ah, het Belfort!
- Jwel mneejhr, het bell foooowe.
- (Belfort, Belfort, kak, hoe geraak ik daar het snelst?) U gaat best hier de straat uit, dan links, dan rechts en de brug over het water, meteen links, en dan komt u er op uit.
Toeristen content maken met duidelijke richtingaanwijzingen, dat is mijn lang leven.
En dan denk ik even na, en pak ik meteen mijn hele boeltje in en verhuis ik naar binnen: ik realiseer me dat ik eigenlijk beter had gezegd u keert best terug, dan rechts, meteen weer links rechtdoor tot aan de kerk, en dan langs de kerk de Belfortstraat naar boven.
Dat dat de weg naar het Belfort was, en dat wat ik gezegd had de weg naar het Gravensteen was.
Niet expres gedaan! Maar wat willen ze ook, als ze mij aanspreken in een taal die ik nauwelijks begrijp! Zo een mens nerveus maken, het is eigenlijk hun eigen schuld! Serieus, kunnen ze geen telefoon met GPS of zo kopen, verdomme?
En nu moet ik heel de avond binnen zitten, voor het geval dat ze nog zouden terugkeren, dedju.
“Unsere Väter, unsere Mütter” ist ein TV-Hype ohne neue Erkenntnisse und mit einem zweifelhaften moralischen Unterton, den man trotz aller ernsthaften Versuche, den Opfern die Empathie der Zuschauer zu sichern, nicht überhören kann.
Er lautet, zusammengefasst: Wir Täter hatten’s auch nicht leicht.
Ah, the self-hating German, altijd leutig.
Be that as it may, ik vond het een wreed schone serie. En ik ben een beetje verliefd op Miriam Stein.
Louis had een aflevering van Game of Thrones gezien. Hoera! zei hij, die dwerg is gevangen genomen!
(Tyrion Lannister, gevangen genomen door Catelyn Stark terwijl hij van het noorden naar het zuiden aan het reizen was en zij van het zuiden naar het noorden.)
Waarom? vroeg ik. Omdat hij die jongen had proberen vermoorden. (Bran Stark, die lam in bed lag nadat Jaime Lannister hem van een toren had gekeild nadat Bran Jaime met zijn zus had zien vozen.)
En hoe weet Catelyn dat Tyrion de schuldige is? wou ik weten. Omdat die moordenaar de dolk van die dwerg had gebruikt.
Jamaar, als gij iemand zoudt willen laten vermoorden en het zou niet mogen uitgekomen dat gij het waart, zoudt gij dan uw dolk meegeven aan de moordenaar?
En hoe weet Catelyn dat het de dolk van Tyrion is? Ah, omdat Littlefinger het haar gezegd heeft? En hoe zou Littlefinger dat weten? En waarom zou hij dat aan Catelyn zeggen?
Ik voorzie nog menige fijne discussie, in de nabije toekomst. Over eer en ethiek en moreel gedrag en wat goed en verkeerd is, bijvoorbeeld: zijn de onbuigzame principes van de Starks echt zó goed? Als je ziet wat er Eddard en zijn familie overkomt omdat hij weigert aan realpolitik te doen? Als je ziet wat het gevolg van Robb’s houding ten opzicht van Rickard Karstark is?
En gegeven wat we weten: waarom zou het slecht zijn dat Jaime de koning vermoord heeft? Is Kingslayer en eeuwige schande wel een eerlijke beoordeling en een eerlijke straf voor wat hij deed (als zeventienjarige nota bene)?
Vingers heel, héél erg hard gekruisd dat hij de boeken wil lezen, als hij door het eerste seizoen is.
Helaba! Wat zegt mijn kalender? Het is verdorie al eind april! Dat wil zeggen dat ik nog eens recht heb op een aflevering Zelfbeklag Voor Gevorderden! Nog goed, want het werd een beetje nodig.
Zaterdag was het schoolfeest-slash-opendeurdag. Ik heb er een stuk van de namiddag rondgelopen, en dan ben ik zo snel als mogelijk naar huis gegaan, en in bed gaan liggen van de pijn en alles. Een paar uur later uit bed gekropen, en dan natuurlijk niet meer in slaap geraakt tot vér in de nacht.
Zondag geradbraakt opgestaan, maar ook: zondag was het communiefeest bij familie. We zijn er de hele namiddag geweest, en dan naar huis, en pillen beginnen pakken tegen de Specifieke Pijnen. Niet meteen naar bed, want ik had nog niet genoeg gedronken voor de pillen. En dan niet meer in slaap geraken, natuurlijk, ge ziet dat van hier.
Om twee uur dertig in slaap gesukkeld, om drie wakker, om vier uur wakker, om vijf uur wakker, en dan blijven liggen tot kwart voor zeven, en wakker met te voorspellen misselijkheid en alles. Nog wat pillen gepakt, omdat dat nu eenmaal moet, zelfs al zijn het de pillen die misselijk maken.
Vanmiddag nog eens pillen genomen, vanavond opnieuw, en kijk: ik kan bijna beginnen aan nog een nacht niet slapen.
En ondertussen gaat de wereld voorbij, en blijf ik stil staan. Misselijk in de zetel, misselijk in de bureaustoel, misselijk in bed. Moe, wakker, pijn, slapen, wakker, slapen, wakker, pillen, pijn, slapen, wakker, pillen. Lather, rinse & repeat.
En jazeker, dokter arts had dat al jaren geleden gezegd, dat het niet ging beteren en alleen maar ging slechteren, maar toch: zo. tegen. dat. dat. steekt. Alles is kapot, en het gaat alsmaar meer kapot. En dingen die vorig jaar nog werkten, doen dat nu niet meer, en volgend jaar zullen er dingen niet meer werken die nu wel nog min of meer dienst doen.
En voortdurend, en heel de tijd. Things fall apart; the centre cannot hold.
De eerste keer lezen is om te weten wat er gebeurt.
De tweede keer lezen is om te lezen wat er eigenlijk gebeurt.
De derde keer lezen is om te proberen zien waarom het gebeurt.
‘t Is maar om te zeggen dat het wel fijn is om A Song of Ice and Fire the herlezen, met alle theorieën in het achterhoofd. Ik ben aan mijn derde keer boek één bezig, en ik zie nu al overal bevestigingen van R+L=J, bijvoorbeeld (spoilers alhier!).
‘t Is in die mate dat ik het mij eigenlijk niet kan inbeelden dat ik het ooit niet gezien had.
Hoeveel ik dit stukje ook hoor, ik blijf het mateloos fascinerend vinden. In het hoofd van Hitler kunnen kijken: machtig.
Hoe bijvoorbeeld de oorlog had kunnen over geweest zijn als de Russen in 1940 de petroleumvelden van Roemenië hadden bezet. Hoe Hitler liever Frankrijk in 1939 had aangevallen, maar niet kon omdat de generaals bang waren van de regen.
De paus van de politieke correctheid, de mullah van de mainstream media, sossenvriend Desmet spreekt, en concludeert dan:
Gelukkig dat we hier nog partijen hebben om ons de echte waarheid te laten zien: dat België een van de slechtst geregeerde landen ter wereld is, en dat het hoog tijd is dat daar eindelijk iets aan gedaan wordt.
Volgens mij is dat sarcasmisch taalgebruik. Zo zijn ze dan wel weer, die slippendragers van het status quo.
Er zijn een hele reeks zaken die vroeger helemaal vanzelfsprekend waren, maar die ik mij nog maar moeilijk meer kan inbeelden. En omgekeerd ook: dingen die ik mij vroeger niet kon inbeelden, maar die nu helemaal vanzelfsprekend zijn.
Zo oud worden, bijvoorbeeld. In de buurt van 45 komen, dat is in de buurt van 50 komen, dat is in de buurt van bejaard komen.
Zo jong geweest zijn, bijvoorbeeld. Ik kan mij nog herinneren hoe het was toen ik twaalf was, of acht, of zeventien — maar 25? 33? Niet echt. Er is ergens een decennium zoef voorbijgevlogen.
Geen Engels kunnen begrijpen. Ik weet nog hoe ik elke keer aan mijn vader vroeg om de teksten te vertalen van de Engelse platen die hij opzette. En dat ik bladzijden en bladzijden liedjesteksten heb overgetypt, van Beatles en Neil Diamond, maar dat ik niet begreep wat er stond. Het heeft geduurd tot ik een zakwoordenboekje kreeg, en dat ik elk woord systematisch opzocht, en dan langzaam, langzaam, begon ik het te begrijpen.
Kinderen hebben, en werk. Er was ooit een tijd dat we met twee waren en in theorie overal naartoe hadden kunnen gaan en van alles hadden kunnen doen. Nu is het woekeren met vakantiedagen, en altijd rekening houden met. En ik kan het mij (bijna) niet meer anders inbeelden. Anders dromen, dat wel.
Naar de kerk gaan. Vroeger als ik klein was, deden we dat gewoon: mee met onze grootouders, naar de Voskenlaan (soms eens Gregoriaans!) of de Marathonlaan (modern!) (tot de kerk afbrandde) (dank u God) of Sint-Camillus (de anti-socialistische pastoor!) of Sint-Denijs (saai!). Of tijdens de vakantie gewoon zelf, op de fiets. In zwembroek en t-shirt achteraan de kerk.
Ik herinner mij dat ik daar in de tijd niet over nadacht, en dan dat ik er wel over nadacht, en dan dat het er gewoon niet meer van kwam, en dan dat ik er nog meer over nadacht en dat ik het bewust niet meer deed. Al lang geleden, ondertussen.
En nu kan ik er met mijn hoofd niet bij hoe mensen hun kinderen kunnen laten dopen, of trouwen voor de kerk, of een plechtige communie laten uitvoeren door hun kinderen, of iemand kerkelijk laten begraven, alleen maar voor de traditie.
Ik heb zo nog trouwen en dopen meegemaakt waar (op de priester en één of twee aanwezigen na) niemand in jaren nog naar de kerk was geweest — en dat het dus redelijk schaamlijk werd als mensen mij vreemd bekeken als ik een lof zij u Christus (voorhoofd, mond, hart) deed vóór de lezing uit het Evangelie en een wij danken God achteraf, en dat de priester bij het sursum corda zowaar nijdig werd dat niemand aanstalten maakte om met zijn hart bij de Heer te zijn.
Of, nog akeliger, vind ik, dat er dan dingen beloofd worden waarvan iedereen weet dat het niet zo zal zijn — zullen we beloven dit kind op te voeden in de geest van Jezus Christus in verbondenheid met de geloofsgemeenschap en de hele kerkgemeenschap? En de ouders, aflezend van een blaadje papier: “Ja, dat beloven wij.” Om dan geen voet meer in de kerk te zetten tot bij de volgende begrafenis.
Het was de bedoeling om te zeggen “ik kon me inbeelden dat ik hiermee zou kunnen geglimlacht hebben, niet dat ik het gedaan heb, maar ik wil toch even laten weten dat ik begrijp dat dit niet ernstig bedoeld was”, en dus stond er “:)”.
Het was de bedoeling om te zeggen “pfheh”, en dus stond er “lol”, wat niet betekent “grap”, maar eigenlijk “laughing out loud”, zelfs al is er uiteraard niet luidop gelachen, wat hadt ge gedacht.
Het was de bedoeling om te zeggen “één hoek van mijn mond moest even glimlachen”, en dus stond er “ROFL”, wat niet verwijst naar Rowlf op de Muppets, maar wel een afkorting is van “rolling on the floor laughing”, al was de persoon aan de andere kant uiteraard noch luidop aan het lachen, noch op de grond aan het rollen, laat staan dat hij het ene zou aan het doen zijn terwijl of wegens dat hij het andere deed.
ROFLOL111!1!!!elf!!
ROFLCOPTER!!!!!
Serieus:
(En laat mijn hoofd gerust met “iedereen weet wat er bedoeld wordt” en met “woorden en termen kunnen evolueren” en al. Ik wéét dat. Wil niet zeggen dat ik er in paroxismen van extase van moet gaan.)
Alles wat hier staat is mijn eigen opinie. Het wordt niet nagelezen of goedgekeurd door mijn werkgever voor het on-line komt, en ik bied geen enkele garantie voor kwaliteit of correctheid.
Mijn werkgever is het niet noodzakelijk eens met wat ik schrijf, en het spreekt vanzelf dat hij dan ook op geen enkele wijze aansprakelijk kan zijn voor wat ik hier publiceer.
Ter info
Eén van mijn e-mailadressen is michel [at] zog punt org. Normaal gezien antwoord ik daar, buiten de kantooruren, onmiddellijk op.