Verkeersgeagresseerd

donderdag 14 juni 2012 in Sonstiges. Permanente link | 63 reacties

De Visserij in Gent, de helft daarvan is al sinds een tijd een fietsstraat.

Fietsers komen eerst en auto’s worden gedoogd, zo staat het denk ik op het verkeersbord. Eenrichtingsverkeer voor auto’s, tweerichtingsverkeer voor fietsers, en de auto’s moeten maar achter de fietsers blijven rijden als ze echt in die straat moeten zijn.

Want in principe moeten enkel bewoners er zijn, en zou er geen doorgaand verkeer mogen zijn. In de praktijk is het (uiteraard) een sluipweg voor onverlaten die niet graag in al te lange files staan, maar zelfs dan nog: de mensen hebben het ondertussen wel door dat het een fietsstraat is, en dat ze geen wilde toeren moeten uithalen.

Auto’s rijden er door de band hoffelijk en traag.

visserij

En omgekeerd ook: fietsers mogen in het midden van de straat rijden, maar als de auto’s niet lastig doen, dan laten we ze natuurlijk gewoon doorrijden, ‘t is niet dat fietsers speciaal lastig moeten gaan doen omdat er toevallig een auto rijdt in iets dat eigenlijk een fietsstraat zou moeten zijn.

Behalve.

Behalve als ik er eentje van vér hoor aanstuiven, verkwistend gas geven en versnellen van verkeersdrempel naar verkeersdrempel. Dan ga ik in het midden van de weg rijden. Nee maar.

Ik doe het al een tijd elke dag minstens twee keer, dat traject, en ik heb er nog nooit een probleem gehad. Andere mensen wel, lees ik hier en dar, maar ik dus nog niet. Ja, die paar keer dat er een kraan over de hele weg stond en er niemand nog door kon – maar zelfs dan: de laatste keer met een wegblokkeren hebben de werkmensen mijn (zware) fiets gewoon over de hindernissen getild, en zelfs zonder dat ik ook maar iets gevraagd had.

*
*     *

Vandaag reden Zelie en ik samen naar huis (ze was op mijn werk komen studeren: namiddag vrij wegens morgen examen Latijn), en het was van dattum.

Normaal gezien rijd ik ergens tussen 25 en 30 per uur, maar met Zelie was het eerder 17-18 (ja, ik heb zo’n kilometerteller-snelheidsmeter-thermometer-computer op mijn stuur, en ja, ik kijk daar de hele tijd op). Rustig aan het rijden, en achter ons hoor ik plots een auto luidruchtig optrekken.

Mijn reactie: pal in het midden van de straat gaan rijden.

De auto achter ons begint te claxonneren.

Mijn reactie: vertragen naar 10 kilometer per uur.

En dan gebeurt het plots allemaal tegelijk: de auto achter mij trekt op, en probeert mij van de baan te rijden. Ik moet wel uitwijken, krijg een stamp van de autospiegel tegen mijn elleboog, de auto schaaft langs mij, en ik lig er haast onder. Ik probeer mij in evenwicht te houden, tegelijkertijd roep ik hem iets in de zin van “ey, zót"!” na, én zwenkt een mevrouw die van de andere kant kwam naar het midden van de straat, waardoor hij wel moét remmen of hij overrijdt haar.

Ik doe teken dat hij zijn venster naar beneden doet: aaahhhh… het typevoorbeeld.

Impeccabel gemanicuurd, donkergebruind van ongetwijfeld vele skivakanties en zeiltochten, zwart haar naar achteren gekamd en in de gel gestoken, lichtblauw gestreept hemd met witte kraag, bordeaux das, donkerblauw duur kostuum, gouden kettinkje rond de linkerpols (nonchalant op het lederen stuur van de donkergrijze BMW gedrapeerd), Blackberry in de rechterhand, op de achterbank een paar dossiers van cliënten en redelijk voor-de-advocaat-uitziende publicaties.

– Mijnheer, gij hebt hier dus wél geen voorrang hé. Dit is een fietsstraat, auto’s die hier niet moeten zijn, moeten hier helemaal niet doorrijden.

– JAMAAR ZIE GIJ DAN NIET DAT IK AAN HET PARKEREN WAS?

– Parkeren?

– Euh ik wil zeggen MANEUVREREN! ZIET GIJ DAN NIET DAT IK AAN HET MANEUVREREN WAS?

– Allemaal goed en wel meneer, maar ik heb hier voorrang op u. Als ik voor u rijd, dan moet gij mij niet proberen opzij duwen. Ziet ge dat rood op de weg? Dat wil zeggen dat het hier een fietspad is, en dat gij uw manieren te houden hebt.

(Ondertussen aan de andere kant van de auto, die mevrouw: Ge moogt dat niet doen hé meneer! Dat mag niet hé! Ge weet toch dat dat niet mag hé!)

– JA, wel, IK HEB HIER EEN AFSPRAAK IN DE STRAAT!

– Dat kan mij ook niet veel schelen. Gij hebt u aan de verkeersregels te houden, pipo.

Waarna hij wegstuift aan veel te snel per uur, voorbij wel tien parkeerplaatsen.

Ik rijd erachter en ik haal hem in aan het kruispunt. Hij staat te pinken om af te draaien. “Awel? Ik dacht dat g’een afspraak had in de straat?” roep ik in zijn achterraam, dat nog altijd open staat.

Hij zet aan, karikaturaal agressief, en ‘t is dan dat ik zie dat ik met mijn linkerrem een lange diepe kras in zijn carrosserie getrokken heb, van de helft van zijn voordeur over zijn achterdeur tot in zijn achterkwartier.

Tja.

Agressie

zaterdag 24 maart 2007 in Sonstiges. Permanente link | 53 reacties

‘t Was aan de ene kant wel grappig, en aan de andere kant ook wel behoorlijk zielig, maar aan de grijpende hand eigenlijk bijzonder angstaanjagend en levensgevaarlijk, gisteren.

De situatie: we (Bruno, Tessa, Sandra, Hans, Ilse, Henk, Teun, mezelf) hadden net gegeten (Pitta, Esra, lekker). Wij stonden in de Steendam geparkeerd en we zouden met onze auto met Bruno en Tessa erin die van Henk en Ilse volgen waar Teun en Hans, en de GPS in zaten. Wij stappen in, rijden tot aan de Joremaaie waar Henk geparkeed stond, we wachten even tot hij uit de parkeerplaats rijdt, duiden aan (met pinkers en al) dat we gaan vertrekken, en op het moment dat zij passeren, schuiven we in.

Een tiep achter ons was het daar niet mee eens. Wilde gebaren, klaxonneren, handen met vingers in de lucht, enfin, de verkeersagressor quoi. Wij met vier; hilarieteit! Omdat de situatie zo belachelijk is: een paar honderd meter verder zijn we voorbij de Dampoort, en de mens rijdt nog altijd woest achter ons. Steekt ons voorbij, begint de auto te bekogelen met alles wat los ligt in zijn voiture.

Stremt het verkeer een beetje, doet hij aanstalten om uit te stappen. Zet het verkeer weer aan, hij die deur weer dicht. Wij: de slappe lach—zo’n gedrag is bijna te karikaturaal voor woorden. Tot we plots echt stil staan, en de kerel echt uitstapt, met zijn vuist Sandra’s raam probeert in te rammen, en de hele flank van de auto in deuken probeert te schoppen.

Ahem. Niet zo fijn.

We moesten naar Antwerpen, en het zag er een broekventje uit dat met de auto van zijn papa op stap was, dus we waren er wel gerust in. Alhoewel: we namen de oprit van Gentbrugge, en tot aan de oprit bleef hij ons op de hielen zitten. Bumperplakken. Wij toch een beetje ongerust, zo’n dingen zijn echt niet aan te raden op een drukke baan.

Gelukkig hebben we GSMs en fototoestellen, dus ik geef mijn machine door aan Bruno op de achterbank, en die trekt een aantal foto’s van de achtervolger, een mens weet nooit wanneer hij bewijze nodig zal hebben.

En jawel hoor: de autostade op, en de kerel blijft ons achtervolgen, een paar auto’s achter ons.

Tot een paar kilometer verder, dat hij gelijk een gek optrekt, van het tweede naar het derde rijvak, en ons probeert te couperen op het tweede. Zo echt: remmen dicht, goed voor een kettingbotsing. Wij uitwijken, hij over drie rijvakken slalommend ons af proberen snijden. Op de autostrade naar Antwerpen. Om 19u.  Gelukkig zag de mens die net achter ons reed en bijna in ons gat zat, dat het het kalf vóór ons was—hij stond net vollen bak op zijn rem op het ogenblik at onze achterligger naar het derde rijvak was moeten zigzaggen om ons te ontwijken.

En gelukkig is onze achterligger, een Mercedes die we in feite niet genoeg kunnen bedanken, naast die gek gaan rijden, heeft hij hem op het eerste rijvak gedwongen, en uiteindelijk blijkbaar tot bedaren kunnen brengen.

Maar voor hetzelfde geld waren we dus vier verkeersagressie-weekenddoden: als de vent een long rifle in zijn auto had liggen, ben ik er zeker van dat we over kogelgaten spraken.

No kidding.

update: CSI zijn trouwens leugenaars, slechte foto’s die onderbelicht zijn en niet in focus, krijgt men met de computer ook niet echt in focus.

Vriendjes

Zoek

<insert standard disclaimer>

Alles wat hier staat is mijn eigen opinie. Het wordt niet nagelezen of goedgekeurd door mijn werkgever voor het on-line komt, en ik bied geen enkele garantie voor kwaliteit of correctheid.

Mijn werkgever is het niet noodzakelijk eens met wat ik schrijf, en het spreekt vanzelf dat hij dan ook op geen enkele wijze aansprakelijk kan zijn voor wat ik hier publiceer.

Ter info

Eén van mijn e-mailadressen is michel [at] zog punt org. Normaal gezien antwoord ik daar, buiten de kantooruren, onmiddellijk op.

Valideert, in principe: css & xhtml.
Gemaakt met WordPress.
Syndicatie: Entries (RSS) en commentaar (RSS).



ISSN 1780-1338