Gelezen: Lolita

dinsdag 24 februari 2015 in Boeken. Permanente link | 3 reacties

LolitaJaja, schaam op mij, ik had dit nog niet gelezen.

Um. Wat kan ik zeggen dat nog geen duizend keer vóór mij gezegd is, en beter, door mensen die er meer van weten dan ik?

Een meesterwerk. Bijna niet te bevatten dat Engels niet Nabokov’s moedertaal is. Een heel boek over een pedofiel en een twaalfjarig meisje, en hun uitdrukkelijk zeer seksuele relatie, zonder ook maar één vuil woord. Bij momenten hardoplachend grappig, bij momenten schrijnend triest, bij momenten verstillend pakkend. Volledig geschreven vanuit het standpunt van Humbert Humbert, een Europese émigré in de VS, sinds zijn jeugd geobsedeerd door “nymphets”, een bepaald soort prepuberale meisjes.

De man had een kleine erfenis opgedaan van een ver familielid, had zich gevestigd in een slaperig dorpje en was er op slag verliefd geworden op Dolores Haze, Lolita. Hij trouwt met haar moeder om er toch maar dicht bij te zijn, beschrijft minutieus wat hij doet om ze toch maar te kunnen aanraken, wat er van seconde tot tot seconde gebeurt als ze op zijn schoot kruipt, hoe onmogelijk zijn liefde wel is — en dan komt de moeder in een ongeluk om het leven.

De eerste avond dat hij alleen is met Lolita, geeft hij ze een slaapmiddel en denkt hij ze te kunnen bepotelen in haar slaap: blijkt dat ze nog wakker is, en verleidt zij hém. Waarna ze twee jaar lang de hele Verenigde Staten rondzwerven, van motel tot motel, van de ene naar de andere attractie.

Hij controleert al wat ze doet — geen contact met vreemden! — en geeft ze enkel zaken in ruil voor seksuele diensten: neen, géén gezonde relatie. Maar omdat alles vanuit één standpunt geschreven is, van een toegegeven zieke mens (niet alleen die pedofilie, ook allerlei depressies en achtervolgingswaanzin), is het absoluut niet duidelijk is wat de realiteit is. En is Lolita voor ons even mysterieus is als voor Humbert: in hoeverre is zij slachtoffer en prooi, in hoeverre controleert zij eigenlijk Humbert en heeft ze haar lot in eigen handen?

Had ik al gezegd dat het ongelooflijk mooi geschreven is? Het is sensueel mooi van taal, met woordspelingen en allusies en alliteraties en over-en-weer tussen Frans en Engels; het speelt met de vorm van het boek, dat als een dagboek begint en dan een soort biografie wordt en dan een huis clos-achtig ding, en dan een road movie en dan een actiefilm, en dat allemaal in een raamvertelling met een voorwoord van een fictief personage en een nawoord van de echte auteur, maar dat daarom niet noodzakelijk minder fictief zou zijn.

Al wie dit nog niet zou gelezen hebben: niet twijfelen.

Oh ja: ik ga graag eens kijken naar de één-ster-reviews op Amazon, voor de boeken die ik lees. Dit stuk uit een review van ene J. Cooper was voor hem een hoofdreden om het boek slecht te vinden. Ik kan begrijpen waarom, zelfs al ben ik het er 100% mee oneens. Voor de volledigheid en bij wijze van waarschuwing dus:

I was also irritated by the use of language. There’s a difference between writing with a large vocabulary and beating the reader over the head with it. I felt as though I was watching Nabokov doing verbal gymnastics when I had merely asked him to tell me a story. Though I was able to understand the English, despite the use of more complicated words than are needed, I cannot speak French and it is ridiculous to intersperse an English language book with French phrases. It’s a prime example of Nabokov’s arrogance. All of this hampers the flow of the book.

[van op Boeggn]

Gelezen: The Inimitable Jeeves

vrijdag 20 februari 2015 in Boeken. Permanente link | Eén reactie

InimitableIk ben niet zo erg als Stephen Marche, die dit boek honderd keer las, maar ik heb het zeker al een keer of zes zeven gelezen. En het is waar: het is als een perfect zittende zetel in een perfecte kamer op een perfect moment.

The Inimitable Jeeves lezen is ergens zijn waar het fijn verblijven is. Ik las het vóór ik de serie op tv zag, maar na de eerste drie minuten Jeeves & Wooster was het natuurlijk was het onmogelijk om mij Bertie Wooster als anders dan Hugh Laurie voor te stellen, en Jeeves als Stephen Fry.

En zo lees ik nu P.G. Wodehouse met een amalgaam van Fry & Laurie in Blackadder, in A Bit of Fry and Laurie en uiteraard in Jeeves & Wooster. Wat het allemaal nog aangenamer om lezen maakt.

Elf verhalen en verhaaltjes, waar Bingo Little, Wooster’s beste vriend, verliefd raakt op alles wat rondloopt, met onderhuidse conflicten over paarse kousen en rode cummerbunds tussen Wooster en Jeeves, tante Agatha die Wooster degelijk getrouwd wil zien, de oom van Bingo die hem geen geld wil geven en waar Wooster telkens moet tussenkomen, de twee neven van Wooster die vandalenstreken uithalen, enfin ja, elf verhalen waarin Jeeves altijd aan het langste eind trekt en Wooster niet.

En van ganser hart aangeraden. Om te lezen, te herlezen, en opnieuw te herlezen.

[van op Boeggn]

Gelezen: Ash: A Secret History

vrijdag 13 februari 2015 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

ash-a-secret-historyIk was nog aan het lezen in Outlander, toen ik plots zin had om Ash: A Secret History te herlezen. Het was al een tijd geleden, maar ik herinnerde me wel dat het een bijzonder goed einde had, en daar was ik na Outlander toch wat naar op op zoek.

Het boek werkt op twee verhalen: enerzijds is er de vertaling van een reeks vijftiende-eeuwse manuscripten, en anderzijds is er een raamvertelling in brieven naar elkaar van en naar de vertaler. Die van verbazing in verbazing valt: terwijl hij aan het vertalen is, lijkt het alsof de realiteit rond hem verandert. Waar hij in het begin gewoon een geactualiseerde vertaling van welbekende laat-middeleeuwse historische documenten aan het maken is, blijken die documenten plots hetzij verdwenen, hetzij geherclassificeerd als veel latere pastiche, of als fictie. En tegelijkertijd vinden archeologen artefacten uit het verhaal terug — dus het verhaal lijkt tegelijkertijd meer en minder “echt gebeurd” te zijn.

Het onderwerp van de documenten is Ash, een weesmeisje dat zich opwerkt tot condottiere van een behoorlijk groot huurlingenleger. Na een proloog over haar jeugd, komen we op het recent ontdekte “Fraxinus me fecit”-document uit, dat wellicht rond het einde van Ash’s leven moet geschreven geweest zijn, hetzij door Ash zelf, hetzij gedicteerd door haar.

Ash en haar compagnie worden ingehuurd om een missie uit te voeren voor de Graaf van Bourgondië, maar als ze in Italië toekomen blijkt er een invasie begonnen te zijn. Carthago, ‘t is te zeggen, de Visigothen die in Carthago een soort Romeins Rijk met Islamachtige invloeden maar dan Ariaans hebben opgebouwd, hebben twintig jaar lang gepland voor een grootschalige invasie van Europa. De leider van hun leger, de Faris, blijkt zo ongeveer een tweelingzus van Ash te zijn. Die, net zoals Ash, stemmen hoort die haar tactisch advies geven.

Stukje bij beetje komen we te weten dat het verhaal zich blijkbaar in een alternatieve realiteit afspeelt, waar niet alleen de Visigothen duizend jaar langer dan “bij ons” een going concern waren, maar waar Christus ook een Romeinse centurio was die Mithras aanbad (Christus Viridianus / Christus Imperator, zoon van Augustus, aan een boom genageld door Tiberius), waar Noord-Afrika tot pakweg 500 veel vruchtbaarder was dan bij ons, waar er een onbestemd iets mis ging waardoor er al eeuwen geen paus meer is in Rome, en waar mensen tot op zekere hoogte “mirakels” kunnen doen.

Het had even goed gewoon alternatieve geschiedenis kunnen zijn, maar het is meer dan dat: er zit een dosis science fiction in ook, en zowaar een beetje Star Warsachtig messianisme. Het had zonder gekund, ongetwijfeld; dat het er in zit, maakt er een speciaal boek van. En het maakt het einde mogelijk, dat ik zowat één van de meer voldoening schenkende eindes van een boek vond, en bij herlezing nog steeds vind.

[van op Boeggn]

Gelezen: Outlander

dinsdag 3 februari 2015 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

OutlanderIk was zeer te spreken over Outlander, de tv-serie: ik ben een totale push-over voor romantische series, en qua romantisch was Outlander bijzonder zéér romantisch te noemen.

Claire Beauchamp, een verpleegster van 28 op het einde van de Tweede Wereldoorlog, trekt met haar man, die ze op zes jaar tijd nauwelijks gezien heeft, naar de Highlands van Schotland voor een soort tweede huwelijksreis. Haar man, Frank Randall, heeft recent een passie voor genealogie opgedaan, en gaat op zoek naar gegevens over zijn verre voorouder, ene Jack Randall.

Op een ochtendlijke uitstap naar een plaatselijke cirkel met menhirs wordt Claire op de één of andere manier 200 jaar terug in de tijd gecatapulteerd. Ze komt er in een Schotland terecht waar de slag bij Culloden nog niet gebeurd is en de clans dus nog bestaan en macht hebben. En zowat de eerste persoon die ze ziet, ‘s nachts in het bos, is Jack Randall, die er precies uitziet zoals Frank Randall. Helaas: die blijkt zijn bijnaam van Black Jack ruimschoots te verdienen, wegens al meteen poging tot verkrachting.

Ze wordt gered door een bende Schotten, die niet goed weten wat te denken: is zij een spion? voor de Engelsen? de Fransen? Maar wat doet ze daar dan in het bos, alleen en gekleed in een soort licht nachthemd?

Claire bewijst snel dat ze nuttig kan zijn, met haar jarenlange ervaring van oorlogsverpleegster, en als ze haar gastheren ook nog eens waarschuwt dat er op een bepaalde plaats mogelijks een Engels garnizoen zou in een hinderlaag kunnen zitten (dat had Frank haar verteld, 200 jaar later), nemen ze ze mee naar het kasteel van hun clan. Alwaar ze al snel de lokale dokter wordt.

De tv-serie volgt het boek redelijk dicht, met soms heelder scènes letterlijk overgenomen, maar ik vind de serie tot nog toe beter dan het boek.

Het boek is, en we gaan daar niet lastig over doen, niet enorm ver van een stationsroman. Verhaal en wereld en personages okay, maar laat dat vooral niet te veel de al dan niet omfloerste seksscènes in de weg staan! Hoofdpijn? Slecht geslapen? Kom hier dat ik op uw tepels zuig! Bijna net vermoord? Tijd voor a roll in ze hay!

Waar het in het boek allemaal enorm vanzelfsprekend lijkt te gaan, toont de tv-serie veel beter hoe verwarrend het voor Claire allemaal is, en hoe onduidelijk — de mensen die Gaelic spreken rond haar, waar ze geen woord van begrijpt, hoe ze zich uitgesloten voelt, hoe ze zoekt naar motivaties voor zaken en niét meteen de juiste uitleg vindt: allemaal veel en veel beter in de serie. Die ook zijn tijd veel meer neemt dan het boek: acht afleveringen van een uur voor ongeveer de helft van het eerste boek.

Het heeft er ook mee te maken, denk ik, dat waar Sam Heughan (Jamie) helemaal precies zoals zijn karakter in het boek is, Catriona Balfe een andere Claire neerzet in de serie dan in het boek: meer geconflicteerd, meer genuanceerd, intelligenter. Ik heb de indruk dat Claire-in-het-boek 85% van haar hersenen kwijtgeraakt is als er een mogelijkheid is dat ze in bed kan duiken met Jamie: bij Claire-op-televisie heb ik die indruk nooit.

Ik denk dat ik even stop met de boeken. Er zijn nog zeker zeven vervolgboeken op Outlander, maar ik wacht even af wat de serie mij brengt.

 

[van op Boeggn]

Gelezen: The Black Count: Glory, Revolution, Betrayal, and the Real Count of Monte Cristo

zaterdag 31 januari 2015 in Boeken. Permanente link | Eén reactie

The Black CountAlexandre Dumas père, de schrijver van onder meer Le Comte de Monte-Cristo, was half zwart. Dat zat wel ergens in mijn onderbewustzijn, maar ik had nooit echt nagedacht over wat dat precies betekende.

Ik was er altijd van uitgegaan dat “Dumas grand-père” wel ergens een zwarte mevrouw zou gevonden hebben, in de kolonies of zo. Blijkt: niets van dat — het was de vader van de schrijver die zwart was! En meer nog: het leven van de man is nog boeiender dan dat van d’Artagnan en de graaf van Monte Christo samen!

Alex Dumas, de vader van Alexandre Dumas-de-schrijver, was de zoon van een weggelopen zoon van arme adel, die in het binnenland van Saint-Domingue (het latere Haïti) op de vlucht was voor de authoriteiten, en er met opeenvolgende (zwarte) vrouwen vier kinderen kreeg. Als zijn ouders en zijn oudere broer gestorven zijn, keert de vader van Alex terug naar Frankrijk. Het geld voor de oversteek haalt hij op door zijn vrouw en kinderen als slaven te verkopen. Alex koopt hij even later terug, maar de drie anderen zullen sterven als slaven.

Nog voor de Franse Revolutie was er al een beweging om slavernij af te schaffen (die op dat ogenblik niet eens met huidskleur vereenzelvigd was), en op het grondgebied van Frankrijk, precies op het moment dat Alex Dumas er terechtkomt, was het helemaal mogelijk voor een “kleurling” om een degelijk leven op te bouwen. Wat hij dan ook doet: hij blijkt een uitstekende paardrijder en zwaardvechter te zijn, en is helemaal aanvaard als aristocraat in Parijs van de jaren 1770.

En dan hertrouwt zijn vader, en gaat de geldkraan dicht. Alex Dumas gaat op zijn 24ste in het leger, als gewone voetsoldaat bij de dragonders. Waar hij aan sneltreinvaart carrière maakt: een paar jaar later is hij de facto leider van een regiment van een duizendtal “gens de couleur”, en dan baas van een heel leger, en dan van een nog groter leger, en dan is hij plots de hoogst geplaatste niet-blanke persoon in een Europees leger ooit, tot op vandaag.

Oh, en dat is nog maar het begin van de avonturen, want dan komt hij in het vizier van Napoleon, die jarenlang veel lager van positie was dan hem, maar nog steiler opmars maakt. En neen, het is blijkbaar echt géén goed idee om zonder al te veel omfloersingen uw gedacht te zeggen tegen Napoleon.

Lees het boek vooral zelf, maar in het kort: het verhaal van de Edmond Dantès, dat is eigenlijk het verhaal van Alex Dumas. Behalve dat het nog minder een happy end heeft.

[van op Boeggn]

Gelezen: The Last Ringbearer

vrijdag 23 januari 2015 in Boeken. Permanente link | Eén reactie

ringbearerEen andere vertelling van Lord of the Rings, dit. Het uitgangspunt is dat de geschiedenis geschreven wordt door de winnaars — en dat Lord of the Rings zoals neergeschreven door Tolkien niet veel meer is dan een na-de-feiten-verheerlijking van één zijde in een conflict dat veel ingewikkelder was dan simpelweg goed versus kwaad.

Een aantal zaken op voorhand: een “orc” is wat mensen uit het Gandalf-kamp de mensen van Mordor noemen, het is geen apart ras of zo. Dwergen bestaan niet, draken bestaan niet (al weet iedereen wel iemand wonen wiens grootvader draken zou gezien hebben), Sauron is gewoon Sauron IV, koning van Mordor. Mordor zelf is één van de grote beschavingen, op de rand van een industriële revolutie, en naast bijvoorbeeld de enorm belangrijke handelsnatie Umbar — terwijl Rohan en Gondor in vergelijking maar armetierige koninkrijkjes zijn, waarvan de heersers in middeleeuwse toestanden en bijgeloof leven.

Mordor zat met een ecologisch probleem: klimaatwijzigingen hadden het land uitgedroogd, en fouten in irrigatieplannen hadden de oppervlakte verzilt. Daardoor waren ze afhankelijk van handel voor hun overleven. Omdat hun groeiende cultuur van wetenschap en innovatie ze tot een bedreiging voor de Elfen maakte, zagen die laatste hun kans om de handelsroutes dicht te nijpen en zo Mordor in de tang te nemen.

Elfen zijn magische wezens, ‘t is te zeggen: de wereld van de Elfen is magisch, hun wereld was in contact met onze wereld, zij zijn naar hier gekomen. Ze zijn met niet veel, maar ze hebben veel macht, die ze bedreigd zien door de wetenschap-gebaseerde mensen van Mordor. Koppel dat met een imperialistische en oorlogsgezinde Gandalf, en het geeft een volledig ander beeld dan wat uit Lord of the Rings naar voor komt.

Aragorn is één van de dozijnen Dunedain uit het noorden, min of meer rovershoofdmannen die allemaal beweren af te stammen van een mythische koning Isildur. Hij wordt volledig gestuurd door de Elfen en Gandalf, krijgt instructies om Boromir te vermoorden en later Denethor, neemt zogezegd de macht over in Gondor maar is eigenlijk een pion van de échte machthebber, een drieduizend jaar oude Arwen die een relatie met Aragorn ziet als iets tussen pedofilie en bestialiteit.

De Nazgûl zijn een groep mensen uit Mordor, steeds wisselend maar altijd met negen, die hun leven geven om magie uit Mordor te houden en hun beschaving een kans te geven om zich te ontwikkelen zonder de invloed van elven. De Ring zelf is bijna irrelevant: het was niet meer dan een afleidingsmaneuver om Mordor tijd te geven, eens duidelijk was dat Gandalf en de elfen een Endlösung aan het voorbereiden waren, om een leger op te bouwen voor een soort preëmprieve blitzkrieg.

Wat mislukt: Aragorn sluit een pakt met het is niet duidelijk wie om ondode krijgers te leiden, Mordor wordt verslaan, de elven vallen Mordor binnen en houden er grote kuis. Al wie een opleiding heeft, wordt geëlimineerd, doodseskadadrons zuiveren het land van alles wat ook maar ruikt naar wetenschap.

Faramir en Éowyn worden een zijspoor gezet onder min of meer huisarrest in Ithilien, en de elven beginnen Umbar te infiltreren, met plannen om hun klauwen in Khand en Harad te slaan.

In die context komen we Haladin en Tzerlag tegen, twee orcs (een medicus en een soldaat) op de vlucht in Mordor. Ze redden Tangorn, een Gondoriaanse edelman die een genocide niet zag zitten, en samen doden ze Eloar, de zoon van een hooggeplaatste elf.

Waarop Haladin gecontacteerd wordt door een stervende Nazgûl, met een opdracht om de wereld van de elfen en die van de mensen van elkaar te scheiden.

Spannend, boeiend, jammer genoeg bij momenten echt niet zo goed vertaald uit het Russisch, maar: helemaal de moeite waard.

En ook: wegens copyrighthistories met de mensen van Tolkien, gratis on-line te vinden.

[van op Boeggn]

Gelezen: The Bone Clocks

zondag 18 januari 2015 in Boeken. Permanente link | 4 reacties

The Bone ClocksIk dacht: ik ga eens iets uit de hitparade lezen. The Bone Clocks stond in allerlei boekentoptiens over de hele wereld, en meer had ik niet nodig. Geen korte inhoud gelezen, geen reviews, gewoon kopen, open doen en lezen.

Het begint met een verhaal van Holly Sykes, een meisje dat wegloopt van huis, in 1984. ‘t Is al direct prijs, want zij is zowat even oud als mij, wat het allemaal veel dichter bracht dan ik gedacht had. Niet dat ik meegemaakt heb wat zij meemaakt, maar het had toch net iets meer een zekere “het had mij kunnen zijn” dan anders.

Shenanigans ensue, met vreemde personages die opduiken en vreemde dingen zeggen en doen — en hey! het is niet zomaar een fictieboek, het is zowaar iets met fantasy-achtige aspecten, of magie, of in alle geval iets anders dan realisme.

Einde van het 1984-verhaal, en we zitten in een heel andere context, een paar jaar later: Cambridge-rijkeluiszoontjes waaronder één particullier vicieus ventje. Holly komt terug, als dienster in een ski-resort. Leest als een trein, en heeft eigenlijk pas helemaal op het einde weer iets met dat fantasy-achtige te maken.

Weer flash forward naar 2004, Holly is getrouwd met oorlogsjournalist Ed Brubeck. Ze zijn op een huwelijksfeest, en gedoe over hoe Brubeck zou moeten kiezen tussen gezin en werk, en hoe hij niet kan vertellen wat hem overkomt in het buitenland. Ik vond het derde deel opnieuw erg goed geschreven, erg relateerbaar, en de fantasy komt er iéts vroeger dan het einde ter sprake, maar het las nog altijd als twee soorten boek, min of meer op elkaar geplakt.

Het gaat dan nog naar 2015, waar een schrijver-karakter op de proppen komt, en hoe verder in het boek, hoe meer de twee kanten van het verhaal in elkaar haken, hoe duidelijker alles dat onduidelijk was wordt, en hoe meer fantasy het wordt. Het boek zou kunnen opgehouden zijn met een groot gevecht en apotheose in 2025, maar er komt een zeer uitgebreid soort coda in 2048 bij. Dat het hele verhaal een beetje op losse schroeven zet, maar tegelijkertijd ook niet echt.

Ik weet het niet goed, eigenlijk. Ik heb het boek op twee nachten en een paar uur uitgelezen, mij geen moment verveeld, en ik dénk dat ik het wel een goed boek vond. Wat te zelfreferentieel bij momenten, soms voelde het wat truuk-achtig aan, maar al met al: content dat ik het gelezen heb. En dat ik misschien wel eens een paar van ‘s mans andere boeken zou opzoeken.

[van op Boeggn]

Gelezen: Business Adventures: Twelve Classic Tales from the World of Wall Street

donderdag 8 januari 2015 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

Ik vermoed dat zowat iedereen op het internet ondertussen wel zal gelezen hebben hoe dit een favoriet boek van Bill Gates is, en hoe hij het twintig jaar geleden kreeg van Warren Buffett, die het ook op zijn favorietenlijst had staan.

Kijk, een filmpje:

Ik moet daar eigenlijk niet zo enorm veel aan toevoegen: het is inderdaad een enorm boeiend, geestig, wijs boek. Uitstekend geschreven, ongemeen grappig, vol personages en bedrijven (corporations are people, my friend) met persoonlijkheid en diepgang, meer dan zeer zeer goed.

Kopen die handel, en wel nu meteen.

[van op Boeggn]

Gelezen: Ultima

vrijdag 19 december 2014 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

UltimaOh boy. Het vervolg op Proxima, en het combineert alles wat me stoorde aan dat eerste boek met een hele reeks andere akelige dingen.

Situatie: op Mercurius waren kernels gevonden, een soort oneindig-achtige energiebron. Een groep kolonisten werden naar Proxima Centauri gestuurd. Dan werd er een soort deur gevonden op Mercurius, die naar Proxima Centauri leidde. En dan, euh, gingen er mensen over en weer, en zo heel veel maakte het niet uit: een paar generaties later was er een soort wereldoorlog tussen China en de VN, en pats boem, Mercurius werd vernietigd en de tijd werd precies gereset, met een reeks mensen die op een planeet terechtkwamen waar ze in het Latijn begroet werden.

Einde van boek 1.

Boek 2 gaat verder op dat elan, opnieuw in een soort irritante accordeon-verhaalstijl. Nu eens wordt een verhaal dat op vier paragrafen kon verteld worden, uitgesmeerd over tientallen bladzijden en ettelijke dagen/weken verhaaltijd, dan weer wordt er in één zin over jaren of decennia gegaan.

Maar nog veel irritanter dan dat, en nóg irritanter dan de personages van bordkarton, is de manier waarop met alternatieve geschiedenis omgegaan word. Zonder veel van het verhaal te verklappen, worden er regelmatig nieuwe alternatieve geschiedenissen opgestart, en dat is a-bo-mi-na-bel slecht gedaan.

Op het einde van het eerste deel werden een aantal mensen verwelkomd op een random planeet in het universum ergens door Romeinen. Tot daar toe, dat het Westromeinse Rijk niet gevallen is. Tot daar toe dat dat is omdat Claudius overtuigd werd om niet Brittanië te veroveren maar Germania te onderwerpen. Okay dat de Aarde verdeeld wordt tussen het Romeins Rijk, de Chinezen en de Brikanti, een soort alliantie van Kelten en Vikings. Ik wil zelfs mijn disbelief zo ver suspenden dat de mensen in die alternatieve tijdslijn rond de jaren 1400 de ruimte in geraakten.

Maar niet okay dat die Romeinen 23 eeuwen na Caesar nog altijd klassiek Latijn spreken. Niét okay dat de hele maatschappij een karikatuur is van de late Republiek, compleet met geïdealiseerde cursus honorum, patriciërs en plebejers en slaven, met bijvoorbeeld Grieken die vooral “dokters” zijn. Niét okay dat er nog altijd klassieke legioenen zijn, die elke avond na hun dagtaak een kamp bouwen en vechten met gladius en pilum — zelfs als dat in de ruimte gebeurt. Niet okay dat de mensen in het echte leven geen computers, geen auto’s, geen gemechaniseerde vervoermiddelen, geen televisieschermen hebben maar alles doen met abacussen, paard en kar, en projectie van dia’s.

Want tegelijkertijd met dat voor-middeleeuws leven zouden we dan moeten geloven dat ze ook enorme schepen kunnen bouwen waar honderden mensen op een paar dagen tijd van Aarde naar Mars mee geraken, kunnen landen en weer opstijgen. Nee: nonsens.

En breek mij de bek niet open over wat de auteur doet met Inca’s, in nog een alternatieve tijdslijn. Alsof een melkwegomvattend rijk zou kunnen beheerd worden door letterlijke quipucamayocs met letterlijke quipu’s van letterlijk touw. Be-la-che-lijk. En enorm nefast voor het verhaal zelf.

Het verhaal zelf, dat écht geen overschot had. Dat samen te vatten was op die voormelde vier paragrafen, en dat enorm hard meh was.

Begin niet aan Proxima, en wie toch al door Proxima geraakt was: begin niet aan Ultima. Bleh.

[van op Boeggn]

Gelezen: House of Chains

zondag 14 december 2014 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

House of ChainsAls het op nietsdoenvakanties aankomst, zijn er wat mij betreft boekenleesvakanties en tv-kijkvakanties. Deze vakantie is een tv-kijkvakantie, veel boeken komen er dus niet aan te pas.

Wél deel vier van Malazan Book of the Fallen uitgelezen. In heel erg veel stukjes en beetjes, en dat was misschien niet zo enorm hard een goed idee: ‘t is naar Erikson-gewoonte complex, en alle vorige boeken moeten in uw hoofd zitten, en ge moogt geen moment de aandacht laten verslappen.

Ik had het boek tien of zo jaar geleden al gelezen, en dat hielp: het is bij momenten waarlijk schoon en ontroerend. Spannend? Niet aangehouden. Veel vaart? Ook niet echt voortdurend.

Zoals bij het vorige boek, en bij de volgende boeken, heeft het weinig of geen zin om zelfs maar te beginnen proberen in detail te vertellen waar het over gaat, wegens een dramatis personæ van ettelijke bladzijden lang, een behoorlijk complexe wereld, en een verhaal dat op verschillende continenten, in verschillende tijdsgewrichten en dimensies plaatsvindt.

Niet het beste boek van de reeks, maar niet overslaanbaar voor wie zoals ik de tien boeken wil (her)lezen. En zeer de moeite waard, voor wie zoals ik dit soort boeken graag leest.

[van op Boeggn]

Gelezen: Galápagos: A Novel

donderdag 27 november 2014 in Boeken. Permanente link | 3 reacties

GalapagosMisschien, dacht ik, heb ik gewoon een slecht boek genomen. Misschien was Mother Night, dat ik nog niet gelezen had, gewoon een minder werk van Vonnegut. Een jeugdzonde.

Mischien, dacht ik, moet ik gewoon eens een boek herlezen waar ik me van herinner dat ik het goed vond. Enter Galápagos, het boek waar ik een sprongetje van maakte toen ik zag het dat beschikbaar was bij de papierenboekenverhandelaar.

Het was al te lang geleden om me de details te herinneren, ik wist alleen nog de premisse: het verhaal wordt verteld door een geest, een miljoen jaar in de toekomst. De hele mensheid is uitgestorven behalve de afstammelingen van een aantal schipbreukelingen van een toeristencruise naar de Galápagos-eilanden, en die afstammelingen zien er na een miljoen jaar niet meer menselijk uit: eerder een soort zeehonden, met gestroomlijnde lichamen en flippers in de plaats van armen en handen.

In de onsterfelijke woorden van Mr. Horse:

Show, don’t tell” is blijkbaar niet aan de man besteed: het is bladzijde na bladzijde van saaie, saaie, saaie expositie. Ook hier wordt de moraal van het verhaal helemaal op voorhand gegeven (alles is de schuld van die verdomde grote hersenen van de mensen), en ook hier wordt die moraal er pagina na pagina in gestampt.

Tussen 1961 (Mother Night) en 1985 (Galápagos) heeft Vonnegut blijkbaar wel een bijscholingscursus “hoe maak ik mijn boeken nóg minder interessant” gevolgd: het hele boek door wordt er een asterisk gezet bij de personages die ergens in de volgende hoofdstukken gaan sterven.

Enfin ja, niet dat het veel uitmaakt, want de personages doen er niet toe. Iedereen gaat toch dood.

Een scholier zou er allerlei “interessante” thema’s in kunnen terugvinden, van parallellen met de Bijbel, het Aards Paradijs, Adam en Eva, yada yada. Op school zou er ongetwijfeld een “boeiende” discussie kunnen zijn met vragen over moraliteit, maatschappij, bla die bla. Een leraar zou mij wellicht kunnen uitleggen waar precies de “satire” in dit “satirisch meesterwerk” zit.

Ik zit niet op school. Ik vond dit een rotslecht, door en door slecht, inslecht boek.

 

[van op Boeggn]

Gelezen: Mother Night: A Novel

woensdag 26 november 2014 in Boeken. Permanente link | Eén reactie

Ik vond Kurt Vonnegut fantastisch goed toen op op school zat. Slaughterhouse Five, Sirens of Titan, Cat’s Cradle, het sprongetje van contentement dat ik maakte toen ik zag dat er nieuwe was, Galápagos.

En toen kwam ik vorige week dit filmpje van hem tegen:

En bedacht ik, tijd om die mens nog eens te herlezen.

Weeeeellllllll… you can’t go home again, zoals ze zeggen.

mother-nightIk had Mother Night dacht ik niet gelezen, maar het werd mij aangeraden, en dus hey waarom niet. In Mother Night schrijft Howard W. Campbell in een gevangeniscel in Israël, terwijl hij wacht op zijn proces wegens oorlogsmisdaden. Hij heeft veel misdaan waar iedereen van weet, als een soort hoofdpropagandist voor de Engelstalige wereld tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar hij heeft ook veel goede dingen gedaan waar bijna niemand van weet, door in zijn radio-uitzendingen gecodeerde boodschappen uit Duitsland naar de geallieerden te sturen.

Ik had Vonnegut gewoon dicht moeten laten, dan zou het bij een goede herinnering gebleven zijn. Het moet zijn dat ik een allergie heb opgedaan aan dit soort literatuur of zo, want ik werd al vanaf de eerste hoofdstukken (hoofdstukjes) kregelig. Die alleswetende verteller, die eindeloze metafictionele gimmicks van “ik zeg u op voorhand wat er gaat gebeuren, en zie, het gebeurt ook echt, neenee, kijk!, zie!, hiér gebeurt het”, ik word daar lastig van.

En oh kijk, we krijgen al helemaal in het begin een moraal mee: “We are what we pretend to be, so we must be careful about what we pretend to be.” Dankuwel, maar ik ben geen klein kind dat bij de hand geleid moet worden en alles van naaldje tot draadje uitgelegd moet krijgen. Oh wat nu? Krijg ik écht diezelfde moraal pagina na pagina er quasi letterlijk ingestampt? Ugh, nee. Nee bedankt.

De samenvatting staat hier. De wereld vind het wellicht een uitstekend boek, ik vond er niets aan en ik heb er spijt van dat ik het gelezen heb. (Sorry Iannis.)

[van op Boeggn]

Gelezen: The Skystone

dinsdag 25 november 2014 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

SkystoneMoh kijk nu, een reeks die ik ongetwijfeld al lang geleden graag gelezen had, maar waar ik nog nooit van gehoord had, terwijl het wel degelijk een reeks is die ik zou moeten kennen.

‘t Gaat over de vijfde eeuw, het einde van het Romeinse Rijk in het Westen, en meer specifiek over het einde van de Romeinen in Engeland. Met als vertrekpunt: als Koning Arthur en de Ronde Tafel en alles echt zouden gebeurd zijn, hoe zou dat dan realistisch in zijn werk kunnen gegaan zijn?

De verteller is Publius Varrus, primus pilus van Caius Britannicus, die zowat de laatste grote klassieke Romeinse Generaal in Engeland is. Varrus is een elitesoldaat en van vader op zoon een uitstekende smid, maar net zoals Britannicus beseft hij meer en meer dat hij eigenlijk in de eerste plaats een Brit is en geen Romein.

De skystone uit de titel is trouwens een ijzermeteoriet, waar ongetwijfeld in één van de volgende boeken Excalibur zal van gemaakt worden.

‘t Is niet alsof het literatuur is of zo, maar wel wijs.

[van op Boeggn]

Gelezen: Proxima

zaterdag 15 november 2014 in Boeken. Permanente link | Eén reactie

ProximaEen kat in een zak. Een kat in een verdomde zak. Kijk, dit is de blurb van het boek:

The very far future: The Galaxy is a drifting wreck of black holes, neutron stars, chill white dwarfs. The age of star formation is long past. Yet there is life here, feeding off the energies of the stellar remnants, and there is mind, a tremendous Galaxy-spanning intelligence each of whose thoughts lasts a hundred thousand years. And this mind cradles memories of a long-gone age when a more compact universe was full of light…The 27th century: Proxima Centauri, an undistinguished red dwarf star, is the nearest star to our sun – and (in this fiction), the nearest to host a world, Proxima IV, habitable by humans. But Proxima IV is unlike Earth in many ways. Huddling close to the warmth, orbiting in weeks, it keeps one face to its parent star at all times. The ‘substellar point’, with the star forever overhead, is a blasted desert, and the ‘antistellar point’ on the far side is under an ice cap in perpetual darkness. How would it be to live on such a world? Needle ships fall from Proxima IV’s sky. Yuri Jones, with 1000 others, is about to find out…PROXIMA tells the amazing tale of how we colonise a harsh new eden, and the secret we find there that will change our role in the Universe for ever.

Sounds pretty good, right? Stephen Baxter schrijft regelmatig wel eens een goed boek ook, dus ik dacht: kopen, en lezen, die handel. Ik dacht dat een hele tijd geleden, en tegen dat ik aan het boek geraakte was ik al lang de blurb hierboven vergeten, en was het bij “colonisatie van Proxima Centauri” gebleven.

Maar goed ook, want zelfs de naam van het personage is fout in de blurb: het is Yuri Eden. En alhoewel zowat alle elementen van de blurb terugkomen in het boek, ligt het accent helemaal anders.

Dat van die “tremendous Galaxy-spanning intelligence” komt maar heel even voor, heel cryptisch, in dacht ik één hoofdstukje van een paar paragrafen en dan nog hier en daar een kleine hints. Het grootste deel van de aktie speelt zich rond twee personages en twee plaatsen af. Yuri Eden (niet zijn echte naam) is een man van lang geleden, die 80 jaar ingevroren werd door zijn ouders en wakker werd in een radikaal veranderde politieke context: de “Age of Heroics” was voorbij, en in plaats van grote dure projecten te doen om te proberen allerlei zaken te veranderen of tegen te houden (de overhitting van de planeet met grote zonneschermen in de ruimte, bijvoorbeeld), wordt de tering naar de nering gezet en is er een soort status quo tussen VN aan de ene kant en China aan de andere.

De VN heeft het grootste deel van de Aarde, de maan, Venus en Mercurius, en China heeft een stuk Aarde en Mars en alles daar voorbij. China heeft duidelijk het overwicht dus — tot er op Mercurius een mysterieuze energiebron gevonden wordt, “kernels” die lijken mini-wormgaten te zijn die energie afgeven als ze op de juiste manier bestraald worden.

Op Mercurius woont Stef Kalinski, tweede hoofdpersonage. Zij is getuige van het vertrek van een schip naar Proxima Centauri, met aan boord Yuri Eden en een zootje van een paar tiental misdadigers en andere ongewensten, die op Proxima Centauri c gedumpt gaan worden om er een reeks kolonies te bouwen.

Daar had ik het al meteen lastig mee: akkoord dat het een parallel is met Australië en zo van lang geleden, maar waarom in ‘s hemelsnaam zou men de hoop van de mensheid, op de lange termijn, in handen leggen van een groep om allerlei verschillende redenen veroordeelde mensen? Die dan nog eens nul motivatie hebben, behalve “in leven blijven”?

Het resultaat is niet moeilijk te raden: de kolonisten worden in kleine groepjes gedumpt op verschillende zeer ver van elkaar verwijderde plaatsen op de nieuwe planeet, en alvast in de groep waar Yuri in zit, loopt het zeer snel zeer verkeerd. We volgen uitgebreid en in detail hoe ze hun wereld verkennen, wat ze leren, hoe het met de interpersoonlijke relaties zit (iedereen behalve Yuri zelf sneert voortdurend naar elkaar, zeer teleurstellend), en hoe ze uiteindelijk tot een min of meer stabiele situatie komen. Dan zijn we tién jaar later.

Oh ja, en dit was eigenlijk de derde expeditie naar Proxima Centauri: de eerste was een traditionele expeditie met één mens en een schip vol embryo’s (presumed lost) en de tweede was een soort Von Neumannachtige AI (Angelia, gebouwd door de vader van Stef Kalinski, presumed lost).

Ondertussen in het zonnestelsel ontstaan er steeds meer strubbelingen tussen de VN en China, die ook willen meegenieten van die kernels, en ontdekken mensen op Mercurius een soort luik in de grond. Onder de grond, miljarden jaar oud, en met een afdruk van menselijke handen erop. Stef legt er haar handen op, en hey presto! plots heeft ze een tweelingzus bij, en behalve Stef is er niemand die beseft dat die tweeling er niét altijd geweest is.

Daar zitten we denk ik aan ongeveer een derde van het boek, en wordt het allemaal intrigerend: er zijn aliens, er is iets dat luiken in de wereld plaatst, er wordt aan manipulatie van de realiteit gedaan, de robot die de kolonisten kregen om ze te voorzien van voedsel en recyclage blijkt bewustzijn en intelligente te hebben, we leren dat er drie massieve AI’s op Aarde zijn, minstens één van die (presumed lost)s zijn niet lost (presumably): fijn, dus.

…en dan lost het boek de verwachtingen niet echt in. Plots schiet de tijd tien jaar vooruit, en nog eens twintig, en dan besluiten een aantal mensen om een reis te maken en wordt die reis van meer dan twee jaar op een hoofdstuk afgewerkt: bijzonder oneven, allemaal.

En op Aarde gaat het allemaal ook in stroomversnellingen, en gebeuren er verschrikkelijke dingen zonder dat het echt zeer belangrijk aanvoelt (al is het dat wel, in het verhaal), en voor we het weten is het het (bijna karikaturaal Doctor Who-achtige) einde van het boek, en besef ik plots zeer hard: damned, dit was deel één, en ik ga het vervolg moeten lezen.

Nee, een kat in een zak dus. En ik ga het vervolg wel lezen, natuurlijk, maar ik ben niét content.

[van op Boeggn]

Gelezen: Le Comte de Monte-Cristo

zondag 9 november 2014 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

montecristoVraag mij niet waarom ik dit herlezen heb. Ik herinner me vaag dat ik het zeer indrukwekkend vond toen ik het een eeuw geleden las, en ik zal wel iets gedacht hebben als “in de rapte eens lezen, tussen twee andere dingen door”.

Ahem ja. Dit is een lang boek. Serieus: een te lang boek. En het is echt wel wijs om lezen, maar dan toch wel vooral als een tijdsdocument — want echt literatuur zou ik het niet durven noemen.

De personages zijn meer dan karikaturaal, het verhaal is bij momenten zó ongeloofwaardig dat het ongewild humoristisch wordt, en de voorafschaduwingen zijn zo voorafschaduwend, dat er bijzonder weinig verrassingen te rapen zijn.

In het kort: Edmond Dantès heeft alles om gelukkig te zijn: hij heeft een beetje geld gespaard, hij staat op het punt om kapitein van een schip te worden en hij staat op het punt te trouwen met de mooie Mercédès. Danglars, die met Dantès vaarde, is jaloers. Fernand, een visser, is verliefd op Mercédès.

De dag voor Dantès’ trouw schrijven Danglars en Fernand samen met de dronken Caderousse (een buurman die de vader van Dantès woekerrentes vraagt) een brief als zou Dantès een Bonapartist zijn (zéér not done in 1815). Dantès wordt gearresteerd op zijn verlovingsfeest, en ondervraagd door Villefort, de substituut van de procureur.

Villefort is een royalist, maar ziet in eerste instantie niets zwaars aan de hand met de loze beschuldiging , tot blijkt dat Dantès wel degelijk een brief op zich heeft: het was de stervenswens van zijn kapitein dat hij die brief zou bezorgen aan de Noirtier. Noirtier is een hardcore Bonapartist en — hier komt de clou! — de vader van Villefort, die Noirtier de Villefort geboren is.

Daarop smijt Villefort Dantès meteen in de gevangenis, zonder enige vorm van proces, in het Château d’If, de maximum security prison van die tijd, op een rots in de zee een paar kilometer voor de kust van Marseille. De brief zorgt ervoor dat Villefort op de hoogte is van de nakende terugkeer in Frankrijk van Napoleon en geeft Villefort meteen een zware promotie.

Dantès blijft jaren in eenzame opsluiting in het Château d’If, Ondertussen sterft de vader van Dantès, geraakt Fernand aan macht en geld door zowat iedereen voor wie hij ooit gewerkt heeft te verraden aan hun vijand, is Villefort na de tweede terugkeer van de monarchie na Waterloo procureur des konings, wordt Danglars een rijke bankier, en trouwt Fernand met Mercédès die het opgegeven heeft te wachten op Dantès.

Als Dantès op de rand van zelfmoord staat in de gevangenis, hoort hij lawaai dat blijkt een collega-gevangene te zijn, abbé Faria. Faria is belezen, intelligent, weet van geneeskunde en scheikunde af, leert Dantès talen en wetenschap, en samen reconstrueren ze hoe de vork in de steel zit met Danglars en Fernand en Caderousse en Villefort.

Tien (tien!) jaar na hun ontmoeting en veertien jaar na zijn gevangenzetting, slaagt Dantès erin te ontsnappen. Faria heeft hem vanalles geleerd, en ook en vooral verteld waar er een immense schat begraven ligt, op het eiland van Montecristo.

…en dan begint de wraak van Dantès. Eén voor één verschuift hij pionnen, tot hij uiteindelijk iedereen die hem gevangen gezet heeft, kapot heeft gemaakt. De zaken worden een beetje gecompliceerder omdat al die mensen getrouwd zijn en ook kinderen hebben: alleen daardoor is Dantès geen allesvernietigende wraakengel, maar enkel bijna-allesvernietigend.

Kluten en esbattementen, moord, vergiftiging, vermommingen, personages die blijken personages uit lang vervlogen verledens van elkaar te zijn, drama, melodrama, pathetiek, avontuur, duels, subterfuge: dit is geen boek, dit is een telenovela.

Zoals ik zei: wel leutig om lezen, maar dit is écht iets dat beter tot zijn recht komt in een tv-serie, denk ik.

[van op Boeggn]

Zoek

<insert standard disclaimer>

Alles wat hier staat is mijn eigen opinie. Het wordt niet nagelezen of goedgekeurd door mijn werkgever voor het on-line komt, en ik bied geen enkele garantie voor kwaliteit of correctheid.

Mijn werkgever is het niet noodzakelijk eens met wat ik schrijf, en het spreekt vanzelf dat hij dan ook op geen enkele wijze aansprakelijk kan zijn voor wat ik hier publiceer.

Ter info

Eén van mijn e-mailadressen is michel [at] zog punt org. Normaal gezien antwoord ik daar, buiten de kantooruren, onmiddellijk op.

Valideert, in principe: css & xhtml.
Gemaakt met WordPress.
Syndicatie: Entries (RSS) en commentaar (RSS).



ISSN 1780-1338