Michel Vuijlsteke's weblog

Tales of Drudgery & Boredom.

Tag: Boeken (pagina 1 van 17)

Gelezen: The Interdependency 1: The Collapsing Empire

John Scalzi
Tor Books, 2017, 336 blz.

Verdju.

Ik heb mij weer laten vangen, en mijn te-lezen-lijst-zonder-context heeft mij weer bij mijn pietje.

Ik zet er een titel op, die titel staat dan op mijn Kindle, en naar gelang ik andere boeken tegenkom, verschuift een titel naar boven of naar beneden. En zo kwam ik gisterenavond uit op The Collapsing Empire, waar ik absoluut niet meer van wist wat het precies was.

Het blijkt een boek van John Scalzi te zijn, waar ik onlangs — nee, scratch that — waar ik vijf jaar geleden Redshirts van las dat ik toen niet helemaal mis vond. Sympathieke kerel met veel respect voor andere sciencefiction, zo staat hij in mijn hoofd.

Blijkt het klassieke space opera te zijn. Niets verrassends, wel zeer onderhoudend. Fate of the universe stuff en personages die zó goed zijn in wat ze doen dat het griezelig wordt, en een beetje bijeengeraapte concepten van allerlei andere universa.

Niet dat ik daar iets tegen heb, het leest vlot en aangenaam. Maar wél lastig dat dit nog maar boek één is en dat boek twee nog meer dan een jaar op zich zal laten wachten. Grr.

Verhaal in het kort: we zijn tweeduizend of zo jaar later, mensen zijn verspreid over het universum, er is een complexe balans tussen de keizer, de verschillende grote huizen die elk hun monopolies hebben (van wapens over wijn tot citrusvruchten), het parlement en de Kerk. Er is maar één bewoonde planeet in The Interdependency, al de rest zijn habitats en ondergrondse basissen en (soms enorme) ruimtestations.

Er is geen sneller-dan-licht-reizen, maar de werelden zijn verbonden via een soort supersnelweg, de Flow. De Aarde zelf is niet verbonden met de Interdependency, de Flow die tot daar ging is er duizend of meer jaar geleden weggetrokken. De ene planeet die er wel is, is The End, een verloren gat negen maand via Flow verwijderd van de hoofdstad.

Op The End is er een rebellie, de oude keizer in de hoofdstad sterft en wordt onverwacht vervangen door zijn dochter, en een oude vriend van de keizer op The End heeft net bevestiging gekregen dat het Flow-netwerk helemaal aan het verdwijnen is.

Shenanigans, intriges, actie, humor en romantiek. Leutig.

[van op Boeggn ]

Gelezen: The Interdependency 1: The Collapsing Empire

John Scalzi

Tor Books, 2017, 336 blz.

Verdju.

Ik heb mij weer laten vangen, en mijn te-lezen-lijst-zonder-context heeft mij weer bij mijn pietje.

Ik zet er een titel op, die titel staat dan op mijn Kindle, en naar gelang ik andere boeken tegenkom, verschuift een titel naar boven of naar beneden. En zo kwam ik gisterenavond uit op The Collapsing Empire, waar ik absoluut niet meer van wist wat het precies was.

Het blijkt een boek van John Scalzi te zijn, waar ik onlangs — nee, scratch that — waar ik vijf jaar geleden Redshirts van las dat ik toen niet helemaal mis vond. Sympathieke kerel met veel respect voor andere sciencefiction, zo staat hij in mijn hoofd.

Blijkt het klassieke space opera te zijn. Niets verrassends, wel zeer onderhoudend. Fate of the universe stuff en personages die zó goed zijn in wat ze doen dat het griezelig wordt, en een beetje bijeengeraapte concepten van allerlei andere universa.

Niet dat ik daar iets tegen heb, het leest vlot en aangenaam. Maar wél lastig dat dit nog maar boek één is en dat boek twee nog meer dan een jaar op zich zal laten wachten. Grr.

Verhaal in het kort: we zijn tweeduizend of zo jaar later, mensen zijn verspreid over het universum, er is een complexe balans tussen de keizer, de verschillende grote huizen die elk hun monopolies hebben (van wapens over wijn tot citrusvruchten), het parlement en de Kerk. Er is maar één bewoonde planeet in The Interdependency, al de rest zijn habitats en ondergrondse basissen en (soms enorme) ruimtestations.

Er is geen sneller-dan-licht-reizen, maar de werelden zijn verbonden via een soort supersnelweg, de Flow. De Aarde zelf is niet verbonden met de Interdependency, de Flow die tot daar ging is er duizend of meer jaar geleden weggetrokken. De ene planeet die er wel is, is The End, een verloren gat negen maand via Flow verwijderd van de hoofdstad.

Op The End is er een rebellie, de oude keizer in de hoofdstad sterft en wordt onverwacht vervangen door zijn dochter, en een oude vriend van de keizer op The End heeft net bevestiging gekregen dat het Flow-netwerk helemaal aan het verdwijnen is.

Shenanigans, intriges, actie, humor en romantie. Leutig.

  1. Hidden Empire
  2. Star Wars: The Thrawn Trilogy 1: Heir to the Empire
  3. The Well of Ascension

[van op Boeggn ]

Gelezen: The Book of Strange New Things

Michel Faber
Hogarth, 2015, 5248 blz.

Peter is een ex-alcoholieker die parochiepriester geworden is, ergens in Engeland. We zijn ergens in de niet-zo-verre toekomst, en een soort mega-coporatie, USIC, doet allerlei.

Onder meer ook het uitbaten van een kolonie (maar noem het geen kolonie, noem het een “gemeenschap”) op een verre planeet, “in partnerschap” met een intelligent ras.

Peter en zijn vrouw doen, met vermoedelijk veel andere kandidaten, mee aan een selectieprocedure om Christen missionarissen te worden op die planeet, Oasis. Peter is geselecteerd, zijn vrouw niet.

(De reis er naartoe is niet zwaar uitgelegd, maar het duur niet lang, en er is een manier om e-mail-achtig in bijna-real-time te communiceren tussen Aarden en Oasis.)

Peter komt toe, en na een periode van acclimatiseren, gaat hij voor het eerst naar de dichtsbijzijndste stad van de aliens. Zijn teamgenoot deeld medicijnen uit, de inboorlingen (“Oasans”) geven er voedsel voor in de plaats, het wordt duidelijk dat Peter een priester is, en dan gebeurt dit:

The Oasan reached out one hand, and, with an unmistakably tender motion, stroked Peter’s cheek with the tip of a glove. ‘We pray Jeสีuสี for your coming,’ he said.

[…]

‘The book? You have the book?’ the Oasan repeated.

‘Uh . . . not on me right now,’ said Peter, chastising himself for leaving his Bible back at the base. ‘But yes, of course. Of course!’

The Oasan clapped his hands in a gesture of delight, or prayer, or both. ‘Comforรี่ and joy. Glad day. Come back สีoon, Peรี่er, oh very สีoon, สีooner than you can. Read for uสี the Book of สีรี่range New Thingสี, read and read and read unรี่il we underสีรี่and. In reward we give you . . . give you . . . ’ The Oasan trembled with the effort of finding adequate words, then threw his hands wide, as if to indicate everything under the sun.

Euh ja. Christelijke aliens. Met een vreemd ernstige devotie.

Ondertussen aan de andere kant van het heelal, zit Peter’s vrouw Beatrice alleen thuis met haar kat, en zoals ze hem schrijft:

Sometimes, I feel as though your leaving caused things to fall apart.

De wereld gaat om zeep: een tsunami hier, een vulkaan daar, grootwarenhuisketens gaan failliet, vuilnisophaling werkt niet meer — met de brief wordt de wanhoop van Bea groter, en Peter snapt het niet. Hij valt terug op platitudes (God zal bij u zijn, blijf bidden, dat soort zaken), maar daar heeft Bea geen nood aan. Hij slaagt er niet in te omschrijven wat er gebeurt, en eigenlijk: hij begrijpt niets van wat dan ook.

Hij begrijpt de Oasans niet — hij doet wel hard zijn best om hun taal te leren, maar zelfs dan –, hij bevat niet wat er op de Aarde gebeurt, hij is emotioneel doof voor Bea, en hij geraakt langzamerhand los van de hele wereld.

Het blijft voor iedereen onduidelijk wat motivaties van de Oasans zijn: ze hebben blijkbaar geëist dat er een nieuwe priester zou komen nadat de vorige verdween, tot en met een voedselembargo, maar ze zijn zó alien dat niemand er op of staart aan vindt. En het is ook heel lang onduidelijk wat USIC doet op Oasis, en wat de kleine gemeenschap die zichzelf nog het meest met het Vreemdelingenlegioen er precies moet doet.

En dat is allemaal nog maar aan de oppervlakte, want het zit vol taal en politiek en psychologie en diepgang. En ontroering, en spanning, en alles.

Een boek dat blijft plakken. Dokter, ik vermoed dat we hier met een geval van literatuur zitten.

[van op Boeggn ]

Gelezen: The Disaster Artist: My Life Inside The Room, the Greatest Bad Movie Ever Made

Greg Sestero & Tommy Bissell
Simon & Schuster, 2013, 288 blz.

Wie The Room nog niet gezien heeft: meteen doen. Het is een ervaring met meer dan veel Ed Wood-allures: een barslecht scenario (geschreven door Tommy Wiseau), geproduced door een producer die niet weet wat hij doet (Tommy Wiseau), met een hoofdacteur zonder aantoonbaar talent (Tommy Wiseau).

Niemand weet precies wie Tommy Wiseau is (is hij Pools? misschien), hoe oud hij is (hij zegt in de twintig, misschien is het in de zestig), waar zijn vele miljoenen vandaan komen (shady klerenverkoop? real estate?), en vooral: waarom hij dit allemaal doet. De film heeft miljoenen dollars gekost, hij heeft stapels gespendeerd aan promotie, en het is echt objectief uiterst slecht.

En dan dit boek lezen, en de film opnieuw bekijken met andere ogen.

Sestero is hoofdpersonage twee in de film, en al jaren Wiseau’s “beste vriend”, wat dat ook moge betekenen. Hij schrijft door elkaar twee verhalen in The Disaster Artist: zijn leven tot en met The Room en het verfilmen van The Room zelf. Naar het einde van het boek komt daar een derde verhaal tussen: het leven van Tommy Wiseau, voor zover Greg het naar beste oordeel en vermogen kan reconstrueren.

The Disaster Artist leest vreemd: het voelt aan als een niet-professioneel boek, als dat iets betekent. Het is duidelijk dat Sestero geen schrijver is, en ik weet niet in hoeverre co-schrijver Tom Bissell de pen zwaar vastrgehouden heeft, maar het klinkt alsof het één lang interview is. Het had gemakkelijk geweest om het allemaal in het belachelijke te trekken; dat is niet gebeurd.

Wiseau is een tiran, jazeker, en een charlatan en een controlefreak, maar tegelijk is er ook een meer dan een beetje onderhuids vreemde asexuele mancrush tussen hem en Greg Sestero. En is het duidelijk wat voor een gebroken en kwetsbaar persoon er onder het personage zit.

Ik ga dringend nog eens The Room moeten bekijken.

[van op Boeggn ]

Gelezen: Historische Grammatica van het Nederlands

Cor van Bree
Foris Publications, 1987, 335 blz.

Interesant om lezen, zeer zeker dat. De historische klank- en vormleer van het Nederlands, met eerst eene heel hoofdstuk over het Gotisch, wegens dat eht Gotisch nog zeer dicht bij het Gemeengermaans staat.

Ik heb veel bijgeleerd, maar op hier en daar een detail na, ben ik het ondertussen al allemaal vergeten.

En ik moet er niet aan denken wat het zou zijn om over deze leerstof een examen te moeten afleggen. Brrr.

Wél spijtig: het aller-allerlaatste dat besproken wordt,zijn de telwoorden. Er zou zich een oud twaalftallig stelsel kunnen weerspiegelen, zegt onze vriend Cor:

Zo betekenen elf en twaalf oorspronkelijk ‘één overblijvend’ en ‘twee overblijvend’ (got. aín-lif, twa-lif, met lif dat verband houdt met bileiban, ndl. blijven). En zo zijn de telwoorden voor ‘twintig’ t/m ‘zestig’ in het Got. gevormd met *tigus ‘tiental’ (twái tigjus enz.) maar die voor ‘zeventig’ enz. met tehund (70 = sibuntehund). Laatstgenoemde reeks wordt in het Osa. gevormd met een soort prefix ant-(ontstaan uit hund in de betekenis ‘tien’), waarvan we nog resten in het Ndl. terugvinden, in de t– van tachtig (in het Mnl. ook nog wel tseventich en tnegentich)

Dacht ik “yes, nu wordt het interessant”, en eindigt het boek drooggaweg:

Voor de afzonderlijke telwoorden zie de etymologische woordenboeken of Van Loey 1970.

Bleh.

[van op Boeggn ]

Gelezen: The Mountain Between Us

Charles Martin
Broadway Books, 2011, 336 blz.

Na wat zware kost dacht ik: tijd voor iets licht verteerbaars. En jawel: bijzonder licht verteerbaar, deze veredelde stationsroman.

Snel: als er zou moeten gevliegtuigcrashet worden in de bergen, en ge zijt met twee en één persoon heeft een zware beenbreuk, wat voor soort mens zou die andere moeten zijn om een beetje kans te maken op overleven? Als ge hadt gezegd “een dokter met specialisatie orthopedie en spoedgeneeskunde, die net terugkeert van een expeditie bergbeklimmen en dus al zijn overlevingsmateriaal nog bij zich heeft, en die een volleerde Eagle Scout was en recordhoudende sportman”, dan hadt ge goed geraden.

Ben Payne is namelijk dat alles, en hij weigert beeldschone taekwondo-één en al spieren-machtig getalenteerde schrijfster-met-enorm-gevoel-voor-humor Ashley Knox achter te laten.

Payne spreekt voortdurend met zijn vrouw (hij heeft een dictafoon mee, dat is persoonlijker dan voicemail of e-mail, zegt hij), en Knox moest eigenlijk de dag na de crash trouwen met haar überknappe-bijzonder-slimme-enorm-rijke verloofde, maar WAT GRAADT GIJ? ze beginnen gevoelens te hebben voor malkander.

Niet op een voorspelbare manier (’t is altijd dat), maar de MORANTIEK spat wel van de pagina’s. “Oeioei, dat zou wat geven als ze dat verfilmen”, was mijn gedacht de hele tijd en WAT GRAADT GIJ? het zal binnenkort een film zijn met Idris Elba en Kate Winslett.

Ge moet er u allemaal niet te veel van voorstellen, maar het is wel een zeer snel gelezen fijn tussendoortje. En ook wel een beetje spannend, een beetje, soms.

[van op Boeggn ]

Gelezen: Les bienveillantes

Jonathan Littell
Gallimard, 2006, 1408 blz.

Geen flauw idee hoe ik op dit boek uitgekomen ben, nee.

In een notendop: 1400 bladzijden, zonder paragrafen. Geschreven door een Amerikaan, als de autobiografie van een half-Duitse, half-Franse nazi. Die verliefd is op zijn tweelingzus, een kleine maar belangrijke rol had in de Einsatzgruppen en later in het beheer van de concentratiekampen, en die ergens in de tweede helft van het boek zijn moeder en pleegvader vermoordt, en dan achternagezeten wordt door twee politieagenten.

Niet dat het ook maar één moment een politieroman of zo is. Jonathan Littell kreeg er in 2006 tegelijk de Nobelprijs en de Oscar van de Franse literatuur voor: zowel de Grand Prix du roman de l’Académie française als de Prix Goncourt. En dat is het boek wel, literatuur.

De titel verwijst naar de Erinyen, de Griekse wraakgodinnen die het vooral hadden voor oudermoordenaars. Bij nader inzien blijkt het hele boek parallel te lopen aan de Oresteia, met Maximilien Aue als Orestes, een afwezige en wellicht oorlogsmisdadige vader als Agamemnon, de moeder die hier eigenlijk niets misdeed als Clytaemnestra, Thomas Hauser als Pylades, en zelfs een kort optreden voor een Helena (van Troje).

Aue heeft, Zelig- of Forrest Gump-gewijs, verdacht veel cruciale punten van de oorlog meegemaakt: de einsatzgruppen in Oekraïne en de Caucasus (incluis Babi Yar), Stalingrad, bezet Frankrijk, een stafpositie rechtstreeks onder Himmler, werkbezoeken in verschillende concetratiekampen (onder meer Auschwitz, jawel), de verbanning van de Joden uit Hongarije, de bezetting van Pommeren door het Rode Leger, de val van Berlijn, en zelfs één van de laatste dagen van Hitler in de Führerbunker.

Meesterlijk, denk ik, is wel een redelijke manier om het boek te omschrijven. Bijzonder goed gedocumenteerd, enorm ambitieus, niet voor de hand liggend, maar tegelijkertijd uiterst leesbaar. Natuurlijk is het bij momenten totaal onrealistisch — alleen al dat Aue op al die plaatsen in de oorlog geweest is, is weinig plausibel — en akkoord dat geen mens ter wereld spreekt zoals de personages in het boek, maar dat hoort erbij. Het zijn de memoires van een bijzonder onbetrouwbare verteller, en het is zeer bewust literair Frans.

Dat geeft dan bijvoorbeeld een dialoog tussen een Russische vroeger belangrijke maar wegens redenen gedemoveerde revolutionair, waar het over de merites van nationaal-socialisme versus communisme gaat. Met aan de ene kant Aue en aan de andere kant een man die al gemarteld was en na het gesprek zal geëxecuteerd worden, maar wat geen van beide tegenhoudt om ellenlange monologen af te steken en elkaar op het scherp van de intellectuele snee te bevechten. De communist beweert bijvoorbeeld dat de nazi’s alles gestolen hebben van de communisten:

Là où le Communisme vise une société sans classes, vous prêchez la Volksgemeinschaft, ce qui est au fond strictement la même chose, réduit à vos frontières. Là où Marx voyait le prolétaire comme le porteur de la vérité, vous avez décidé que la soi- disant race allemande est une race prolétaire, incarnation du Bien et de la moralité ; en conséquence, à la lutte des classes, vous avez substitué la guerre prolétarienne allemande contre les États capitalistes. En économie aussi vos idées ne sont que des déformations de nos valeurs. Je connais bien votre économie politique, car avant la guerre je traduisais pour le Parti des articles de vos journaux spécialisés. Là où Marx a posé une théorie de la valeur fondée sur le travail, votre Hitler déclare : Notre mark allemand, qui n’est pas soutenu par l’or, vaut plus que l’or. Cette phrase un peu obscure a été commentée par le bras droit de Goebbels, Dietrich, qui expliquait que le national-socialisme avait compris que la meilleure fondation d’une devise est la confiance dans les forces productives de la Nation et en la direction de l’État. Le résultat, c’est que l’argent, pour vous, est devenu un fétiche qui représente le pouvoir producteur de votre pays, donc une aberration totale. Vos relations avec vos grands capitalistes sont grossièrement hypocrites, surtout depuis les réformes du ministre Speer : vos responsables continuent à prôner la libre entreprise, mais vos industries sont toutes soumises à un plan et leurs profits sont limités à 6 %, l’État s’appropriant le reste en sus de la production.

En een paar pagain’s later, Aue over communisme:

Le problème n’est pas le peuple : ce sont vos dirigeants. Le Communisme est un masque plaqué sur le visage inchangé de la Russie. Votre Staline est un tsar, votre Politbüro des boyards ou des nobles avides et égoïstes, vos cadres du Parti les mêmes tchinovniki que ceux de Pierre ou de Nicolas. C’est le même autocratisme russe, la même insécurité permanente, la même paranoïa de l’étranger, la même incapacité fondamentale de gouverner correctement, la même substitution de la terreur au consensus commun, et donc au vrai pouvoir, la même corruption effrénée, sous d’autres formes, la même incompétence, la même ivrognerie. Lisez la correspondance de Kourbsky et Ivan, lisez Karamzine, lisez Custine. La donnée centrale de votre histoire n’a jamais été modifiée : l’humiliation, de père en fils. Depuis le début, mais surtout depuis les Mongols, tout vous humilie, et toute la politique de vos gouvernants consiste non pas à corriger cette humiliation et ses causes, mais à la cacher au reste du monde. Le Pétersbourg de Pierre n’est rien qu’un autre village à la Potemkine : ce n’est pas une fenêtre ouverte sur l’Europe, mais un décor de théâtre monté pour masquer à l’Occident toute la misère et la crasse sans fin qui s’étalent derrière. Or on ne peut humilier que les humiliables ; et à leur tour, il n’y a que les humiliés qui humilient. Les humiliés de 1917, de Staline au moujik, ne font depuis qu’infliger à d’autres leur peur et leur humiliation.

Vuurwerk. Leutig. Niet, denk ik, om aan één stuk door in één ruk uit te lezen: ik heb er een maand over gedaan, met hier een paar bladzijden en daar een paar tiental. Maar geen moment verveeld, geen moment spijt gehad, en met enorm veel plezier tot de allerlaatste zin gelezen.

Zeer aangeraden. Geen idee hoe overeind het blijft in vertaling, dat wel.

[van op Boeggn ]

Gelezen: The Making of Donald Trump

David Cay Johnston
Melville House, 2016, 288 blz.

In het kort:

Journalist volgt Trump al dertig jaar.
Journalist schrijft boek over Trump.
Lezer wordt depressief van boek.
The end.

Nee echt: om zeer, zeer depressief van te worden. Alles in dit boek is natrekbaar juist, met stapels bronnen erbij. En als zelfs maar een tiende waar zou zijn, zou deze man nooit maar in de buurt van het presidentschap mogen gekomen zijn.

Maar hey. Eén dezer zijn er tussentijdse verkiezingen in de VS, en dan is het gegarandeerd gedaan met Trump. Als het al niet vroeger gebeurt.

[van op Boeggn ]

Gelezen: Time Loves a Hero

Allen Steele
Open Road Media Sci-Fi & Fantasy, 2015, 340 blz.

Ik lees al graag eens over alternatieve geschiedenissen en tijdreizen. Daarom waarschijnlijk dat dit op mijn lijstje te lezen boeken stond. Ik weet niet meer precies hoe of wanneer het er op gekomen was, maar de toevalligheden van de zaken hadden ervoor gezorgd dat dit het volgende boek in de rij werd.

Het begint veelbelovend, meer als een kortverhaal dan iets anders, met tijdreizigers die voor zover ik begreep voor de leute gingen kijken hoe de ramp met de Hindenburg eigenlijk gebeurd was. (Niet dat we dat ondertussen niet redelijk goed weten, maar alla.)

En dan gebeurt die ramp niet. Ahem. Probleempje. Bij het terugkeren naar hun tijd, blijkt dat de Tweede Wereldoorlog niet is gebeurd zoals hij in onze tijdslijn gebeurd is. Volgen: nog wat reizen door de tijd, histories met mysterieuze “engelen” die interventies doen, veel in-jokes voor sciencefictionlezer (of eerder -schrijvers, denk ik eigenlijk), een hele reeks dingen te onwaarschijnlijk voor woorden, en uiteindelijk neen, niet echt een goed boek.

Wel onderhoudend en snel gelezen, en er zijn ongetwijfeld een paar degelijke aflevering van iets als Sliders uit te halen, of een hele reeks tienerboeken. Maar een beetje te mager om goed te zijn.

[van op Boeggn ]

Gelezen: Norse Mythology

Neil Gaiman
W. W. Norton & Company, 2017, 304 blz.

In het vierde leerjeer ontdekte ik tegelijk Edgar Allan Poe (nachtmerries, jaren lang, ik moet het u niet vertellen), de Vliegende Hollander en een dik boek met vlaamse volksvertellingen. In het vijfde en zesde leerjaar las ik alles wat er van Gustav Schwab en Onno Damsté te vinden was, en kon geen mens mij verslaan in nutteloze kennis van Griekse en Romeinse mythen en sagen. In het zesde leerjaar won ik de verkleedwedstrijd voor karnaval op school (ik was een zigeunerin, don’t ask), en mocht ik als prijs een boek kiezen. Ik koos, in dezelfde reeks als Schwab’s vertaalde magnum opus, een boek over Egyptische mythen en sagen.

Het heeft geduurd tot het eerste middelbaar dat ik de Germaanse kant van de zaken ontdekte, in een dik boek op zakformaat met zeer dun papier. De naam ben ik vergeten, maar het was iets in de zin van “encyclopedie van de wereldmythologie” — tienduizenden lemma’s, een korte omschrijving per god of figuur.

Ik zat in de studie op school en elk excuus om niet te studeren was goed, dus maakte ik — Hesiodus achterna — stambomen van mythologische systemen. Griekenland en Rome, dat lukte redelijk. Egypte was gemakkelijk. Maar dan kwam ik bij Odin en de zijnen terecht. Ik had geen overzicht gelezen zoals voor Griekenland/Rome of Egypte, en ik was verloren.

Ik dus op zoek naar meer, en gevonden in de bibliotheek. Geen idee meer wat het boek was en van wie, maar wat er wél bleef hangen, was dat het zó een totaal anders aanvoelende wereld was. De goden zijn niet zo onbereikbaar vreemd als Egyptische goden, niet zo verheven onbereikbaar als de Grieken in de boeken van Damsté en Schwab (ik had geen andere versies gelezen toen), maar veel menselijker. Thor is niet de slimste ter wereld (understatement). Loki is grappig maar ook zoals de schorpioen die niet anders kan dan slecht zijn. Odin lijkt verschillende personen te zijn in zijn verschillende vermommingen.

En dan zijn er de rare dingen: Heimdall met negen moeders, Loki die een merrie wordt en zqanger raakt, Loki’s kinderen de wereldslang Jormungandr, de Fenriswolf en Hel, met één gezonde en één rottende kant.

En van het hele begin af hangt voortdurend het einde boven het hoofd van alles. Ragnarok komt, in de toekomst. Odin zal opgegeten worden door Fenrir, Thor verslaat Jormungandr maar valt zelf dood, Freyr en Surtr doen elkaar dood, de zon dooft uit, de aarde wordt verzwolgen door de zee, de sterren verdwijnen alles staat in brand.

Maar niet alles en iedereen is dood. Er zijn twee mensen overgebleven, en er zijn nog een paar goden, en de hele wereld begint opnieuw.

Ik weet niet meer welk boek ik in 1982 vond in de bibliotheek. Ik heb sindsdien wel meer gelezen. Ergens in de bibliotheek staat een versie van Snorri Sturluson’s verzameld werk, en Noorse mythologie komt hier en daar terug in allerlei. Niet in het minst in Neil Gaiman’s Sandman en vooral American Gods, waar Odin en Loki (en Baldr, shh) hoofdrollen spelen.

De originele teksten zijn ondertussen allemaal online te vinden, maar wie een inleiding Noorse mythologie wil, moet niet verder kijken dan Neil Gaiman’s Norse Mythology.

Het begint zo:

Before the beginning there was nothing—no earth, no heavens, no stars, no sky: only the mist world, formless and shapeless, and the fire world, always burning.

To the north was Niflheim, the dark world. Here eleven poisonous rivers cut through the mist, each springing from the same well at the center of it all, the roaring maelstrom called Hvergelmir. Niflheim was colder than cold, and the murky mist that cloaked everything hung heavily. The skies were hidden by mist and the ground was clouded by the chilly fog.

To the south was Muspell. Muspell was fire. Everything there glowed and burned. Muspell was light where Niflheim was gray, molten lava where the mist world was frozen. The land was aflame with the roaring heat of a blacksmith’s fire; there was no solid earth, no sky. Nothing but sparks and spurting heat, molten rocks and burning embers.

In Muspell, at the edge of the flame, where the mist burns into light, where the land ends, stood Surtr, who existed before the gods. He stands there now. He holds a flaming sword, and the bubbling lava and the freezing mist are as one to him.
It is said that at Ragnarok, which is the end of the world, and only then, Surtr will leave his station. He will go forth from Muspell with his flaming sword and burn the world with fire, and one by one the gods will fall before him.

Hoe ongelooflijk goed is dat niet, jong. Allen daarheen!

[van op Boeggn ]

Gelezen: The Expanse 6: Babylon’s Ashes

James S.A. Corey
Orbit, 2016, 538 blz.

In real life kijken we ondertussen naar het tweede seizoen van The Expanse, maar dat is nu nog maar op weg naar het einde van het eerste boek van de boeken van The Expanse.

Boek vijf had zijn problemen, in die zin dat het meer een obligaat soort “vul de persoonlijkheidsgaten in” was op de achtergrond van een cataclysme van epische proporties.

Dit boek heeft ook zijn problemen, maar uiteindelijk kan ik ermee leven. Op een rij:

  • De slechterik van dienst is een soort Khadaffi-figuur, maar dan wel dom, haatdragend, en meer belachelijk dan imponerend.
  • De discrepantie tussen de afgrijselijkheid van wat er in het vorige boek op de achtergrond gebeurde en de reactie erop van alle protagonisten is enorm. Om de metafoor van vorige keer te hergebruiken: het is alsof iemand uit nijdigheid over een oud lief een hele grootstad heeft laten doormartelen en uitmoorden door teams met vleeshaken en vlammenwerpers, en dat geen van die mensen later eigenlijk zeer veel gewetens- of andere problemen heeft. En dat ze er zich van af kunnen maken met een “ey sorry hé gasten”, gevolgd door een “och ja, ik snap het ook wel dat het uw probleem niet was” door een paar overlevenden.
  • Een groot stuk van “vechten in de ruimte” heeft te maken met zwaartekracht. Zoals in: grote versnellingen kunnen overleven. Het is daarom dat de soldaten van Mars, zo hoorden we een paar boeken geleden, altijd in aardezwaartkracht trainen. Omdat ze anders in gelijk welk gevecht met de Aarde al van voor het begin in een slechtere positie zouden zitten.
    Wel, in dit boek moeten de Belters ruimtegevechten doen. En de Belters, die heel hun leven aan zo weinig zwaartekracht gewoon zijn dat ze zelfs niet op Aarde kunnen stappen, zouden dus eigenlijk al op voorhand moeten verloren zijn. Wat ze niet zijn. Dat is gewoon stom.

Maar dit terzijde, is het een degelijk boek. Eén van de dingen die de heren James S.A. Corey al sinds boek 2 doen, is alsmaar meer personages maken. Dat zorgt ervoor, zoals bij hun leermeester George R.R. Martin, dat we niet zal te zeker moeten zijn dat iedereen het zal overleven. Ik knip en plak een lijstje dat iemand op Goodreads maakte:

Holden is there, of course, and Corey manages to give him an arc, even this far into book six. And then we’ve also got POVs from Naomi, Amos, Alex, Bobbie (now a full member of the crew, yay!), Clarissa Mao (also now a crewmember), Avasarala (who breaks my heart), Michio Pa (the captain who can’t make up her mind which side she wants to work for), Fred Johnson, Anderson Dawes, Prax (haven’t seen him in a while), Naomi’s son (the little shit) Philip, Marko (the terrorist leader of the Free Navy), some random one-off chapters of people working on Medina Station, and the whole thing is bookended with a prologue and epilogue from our old friend Anna (the preacher from Abaddon’s Gate).

Een kleine twintig personages, en ze zijn allemaal individueel en herkenbaar. Da’s al een verdienste op zich: als niet-specialist heb ik de indruk dat het allemaal gelijk wat beter geschreven is dan zeker het vorige boek.

Hoedanook: er is een groot hoofdstuk afgesloten, en nu mag het eindelijk beginnen gaan over aliens, vind ik. Dit is het eerste boek waarbij ik niet meteen een idee heb waar het het volgende boek zou kunnen over gaan (zelfs al vergiste ik mij dan in wat het uiteindelijk werd), en da’s een goede zaak.

Ik hoor dat ze precies weten waar het naartoe gaat, en hoeveel boeken ze nog nodig hebben, en dat we echt wel meer gaan te weten komen over de diepere achtergronden van allerlei.

A la bonne heure. Laat deel zeven maar komen, ergens eind 2017.

[van op Boeggn ]

Gelezen: Shadows of Self

Brandon Sanderson
Tor Books, 2015, 383 blz.

Deel twee van de tweede Mistborn-trilogie.

De wereld van Mistborn (nog altijd maar één stad, eigenlijk) zit ondertussen in een soort negentiende eeuw, met een groeiende economie en alsmaar meer technologie, industrialisering en bijhorende sociale spanningen, politiek en corruptie, religieuze strubbelingen en terrorisme, the works. Het plan is nog altijd dat Wax zal trouwen, maar er gebeuren rare dingen. En het heeft te maken met wat er in de eerste trilogie gebeurde.

Er is niet veel over te zeggen zonder spoilers, maar het is wel aangeraden.

Ik heb het te traag gelezen om goed te zijn: veel te veel andere dingen te doen, veel te veel andere dingen te zien en te maken. In meer normale omstandigheden zou ik het op een dag of zo uitgelezen hebben, wegens goed geschreven en spannend en goed verhaal en zo.

[van op Boeggn ]

Gelezen: Outbound Flight

Timothy Zahn
Del Rey, 2007, 420 blz.

Prequel op een Star Wars-sequel in een universum dat niet meer canon is, maar daarom niet minder waard.

Timothy Zahn gaf ons Thrawn en een heel vervolg op Star Wars IV-V-VI dat uiteindelijk niet weerhouden werd door Disney. Dit speelt zich af tussen (horresco referens) III en IV. We komen Thrawn tegen als hij nog Commander Mitth’raw’nuruodo of the Chiss Ascendancy Fleet is, we zien Jorus C’baoth als hij nog niet Joruus is, en Palpatine als hij voor de buitenwereld nog iemand anders dan Darth Sidious is.

C’Baoth wil met groep Jedi op de Outbound Flight naar een ander sterrenstelsel vliegen, om –zucht– redenen komen Obi Wan en Anakin Skywalker ook in beeld, er wordt gehint naar de Yuuzhan Vong, tralala.

Ik vond het wijs een jonge Thrawn te zien, maar verder was het een vaag teleurstellend boek. Nutteloos hoe de eerste en de tweede trilogie er samen bijgesleurd werden, teleurstellend wat er uiteindelijk met de Outbound Flight gebeurde. Spijtig. Ik vermoed dat Zahn een beter boek had kunnen schrijven, als hij niet beperkt was geweest door de onderwerpen die hij moest coveren.

[van op Boeggn ]

Gelezen: The Alloy of Law [2]

Brandon Sanderson
Tor, 2011, 336 blz.

Ik herinner mij nog hoe ik de eerste Mistborn-boeken van Brandon Sanderson zeer goed vond, en hoe ik heet “wel raar maar wel wijs” vond toen hij er een western-achtig-steampunk-achtig boek bijschreef.

En dan was ik helemaal uit het oog verloren dat daar misschien wel nog eens een vervolg op zou kunnen komen, tot ik het toevallig in ergens een “aangeraden te lezen”-lijst te zien kreeg.

Ondertussen was ik al helemaal vergeten wat er gebeurd was in het boek, en had ik ook geen zin om alleen een korte inhoud te lezen, dus ben ik maar herbegonnen.

Mijn oorspronkelijke opinie blijft overeind: zeer degelijk boek. Al weet ik helemaal niet meer wat ik hiermee bedoelde:

En het blijft ook de wereld van Mistborn: helemaal op het einde van het boek krijgen we een glimps van oude bekenden uit de eerste trilogie, en dat opent dan weer allerlei deuren naar allerlei andere dingen.

Damned. Zou ik eigenlijk niet beter de oorspronkelijke trilogie opnieuw lezen? Zo blijft een mens bezig, natuurlijk.

[van op Boeggn ]

Gelezen: Medium Raw: A Bloody Valentine to the World of Food and the People Who Cook

Anthony Bourdain
Ecco, 2010, 281 blz.

Ik heb Kitchen Confidential graag gelezen, en ik zie die mens graag bezig op tv.

Medium Raw is een vervolg op Kitchen Confidential: nog altijd even stream of consciousness, maar wel van een volledig andere mens. Waar het eerste boek geschreven is door iemand die beseft dat hij ergens in de veertig is, en dat hij geboren is met alle mogelijke kansen en mogelijkheden, maar dat hij na een hele reeks verkeerde keuzes (gemakszucht, drugs, drank) eigenlijk in een doodlopende straat, is dit een boek van iemand die totaal onverwacht zijn wildste dromen kan waarmaken.

Hij werd een bekende Amerikaan, kreeg tv-programma’s, reisde de wereld af, werd vrienden met de grootste koks ter wereld. En ergens tussen dan en nu is heeft hij zijn leren vest aan de haak gehangen, heeft hij een gezin geticht, en is hij milder geworden. Op simmige vlakken, dan toch.

Bourdain is op zijn best als hij observeert, of het nu de ochtend van een visfileerder in een sterrenrestaustarant is, of die keer dat hij (post-beroemd-worden) het nadir had bereikt ergens in een subtropisch paradijs, en met een ‘rich bitch’ de wereld van échte rijke mensen zag.

En voor de rest meandert het. Meandert het zeer veel. Maar is het wel wijs om lezen.

[van op Boeggn ]

Oudere berichten

© 2017 Michel Vuijlsteke's weblog

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑