Gelezen: Le manichéisme

dinsdag 26 mei 2015 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

ManichéismeSnel! Wat zegt u “manicheïsme”? Iets met gnostisch gedoe, iets met dualisme, iets rond Perzië in de derde eeuw, gesticht door Mani, en veel verder kwam ik ook niet echt.

Een mens kan dan Wikipedia en andere navlooien, maar als het kan: altijd een goed idee om er een Que sais-je? tegen aan te smijten. Dat is handig en beknopt (128 bladzijden, niet meer, niet minder), dat is goedkoop, dat is meestal redelijk state of the art, en dat is wat men noemt ‘haute vulgarisation': het behandelt zijn lezers niet gelijk kleine kinderen.

Bij mijn ouders stonden er hele reeksen van die ik enorm graag las (hello, compendium aan nutteloze feiten in mijn hoofd); Le manichéisme is boek nummer 1940 van de ondertussen meer dan 4000.

Tardieu houdt het sec: een biografie van Mani, een overzicht van zijn werken, de organisatie van de Kerk, een overzicht van de theologische mythologie. Zeer opvallend: géén nadruk op het gnostische en het dualisme waar manicheïsme later min of meer sysnoniem van werd, maar wel op de manier waarop Mani tot zijn wereldbeeld kwam, en op de rijke inhoud en esthetiek.

Enorm boeiend, hoe Mani uit een joods-christelijke sekte, met enorm veel invloeden van overal — van boeddhisme tot zoroastrisme, van apokriefen uit Oud en Nieuw Testament — een volledig eigen godsdienst maakt. Met een volledig en zeer zorgvuldig uitgedokterd systeem van rangen en standen, van ritussen en gebruiken.

Een godsdienst om alle bestaande godsdiensten te vervolledigen, waar Mani zelf de sluitsteen van de profeten is. Met nadruk op ascese, eerlijkheid, en schoonheid. Hij vond een prachtig schrift uit om zijn boeken in te schrijven, hij tekende en schilderde, zijn mythes zijn meer poëzie dan theologie.

En hij had enorm veel succes: van Noord-Afrika (Augustinus was eerst een manicheïst!) en Rome tot in China waren er bloeiende Kerken van Mani.

Tardieu gaat niet verder dan een beknopte tijdlijn van het manicheïsme na Mani, en ik had ook graag meer voetnoten gehad in plaats van een (toegegeven, degelijke) bibliografie op het einde, maar behalve dat: zeker meer dan de moeite waard voor een regenachtige namiddag ergens.

[van op Boeggn]

Gelezen: Jonathan Strange & Mr. Norrell

vrijdag 22 mei 2015 in Boeken. Permanente link | 3 reacties

strangeHet boek speelt zich af in een alternatieve versie van onze wereld, waar magie bestond en nu (begin de jaren 1800) bijna helemaal verdwenen is. Er zijn nog wel tovenaars, maar het zijn theoretische tovenaars, die ongeveer evenveel met magie te maken hebben als vrijmetselaars met mortel. Praktische tovenaars bestaan niet meer, of dat denken de meeste mensen tenminste.

Een paar honderd jaar geleden verdween John Uskglass, The Raven King, die 300 jaar lang Koning was van Noord-Engeland, de Elfenwereld en een Derde Wereld (misschien wel een stuk van de Hel, misschien iets anders) — en met hem verdween langzaamaan de echte magie uit de wereld.

Tot nu: Mr. Norrell, een vreemde eenzaat met een enorme bibliotheek, heeft zichzelf over tientallen jaren magie geleerd. En niet veel later inspireert hij Jonathan Strange, in uitzicht en karakter zowat zijn volledig tegenbeeld.

Norrell verhuist naar Londen en begint er voor de regering te werken, en Jonathan Strange wordt zijn leerling. Volgen avonturen in de Napoleontische oorlogen, esbattementen met ontvoeringen door elfen, eeuwenoude voorspellingen die uit lijken te komen, en voortdurend op de achtergrond: The Raven King.

Norrell wil hem het liefst doen vergeten door de wereld, Strange het omgekeerde, maar hoedanook: over en onder en achter alles lijkt John Uskglass te zitten.

Meer dan de moeite waard. Er is tegenwoordig een tv-reeks van, die op het eerste zicht van de eerste aflevering redelijk dicht bij het origineel zit. Kijken!

En behalve dat: dit is een boek dat ik nu al voor de derde keer lees, en voor de derde keer zou ik willen dat het nog niet gedaan was. Een debuutroman, maar wat voor één. Wellicht niet voor iedereen (het komt op het allereerst gezicht wat oubollig over, en met voetnoten die soms hele bladzijden lang zijn), maar ik vind het fantastisch goed.

[van op Boeggn]

Gelezen: The Master and Margarita

woensdag 29 april 2015 in Boeken. Permanente link | 2 reacties

master-and-margaritaHebt ge dat ook soms, zo van die halve paniekaanvallen van “aargh al die klassiekers die ik eigenlijk zou moeten gelezen hebben maar die ik nog niet gelezen heb”?

Ik anders wel, om de zoveel tijd. En als een boek omschreven wordt als “Many critics consider it to be one of the best novels of the 20th century, as well as the foremost of Soviet satires”, dan is dat voor mij voldoende om op de lijst ‘dan eens te lezen, dan’ gezet te worden.

Het valt niet altijd mee, van die boeken die enorm goed gevonden worden, maar deze keer wel. Er staat meer dan een mens wil weten op de Wikipediats; het punt is: ik heb het graag gelezen, het verhaal van de Duivel die naar de USSR komt, verweven met het verhaal van Pontius Pilatus en zijn schuldgevoel.

Ik ben content dat ik nog naar de Sovjetunie gegaan ben vóór het einde van het communisme: dat maakt dat ik er mij alsnog wat meer in kan inleven, de histories van buitenlands geld en achterdocht en verlinking.

Neen, leutig boek. Oh, en goed ook, veronderstel ik.

[van op Boeggn]

Gelezen: Wandering Earth

woensdag 22 april 2015 in Boeken. Permanente link | 2 reacties

wandering earthSnel, wat hebben deze drie fragmenten met elkaar gemeen?

“Standing under the summit of a tall, white mountain, she declared that this new kingdom would be known as ‘Realm of the White Mountain’,” he said grandly.

“Our civilization, let’s just call her ‘the God Civilization’, existed long before Earth was born.”

It had become the Curse 2.0. The original creator of the Curse 1.0 now became known as “Curse Progenitor” and the IT-archeologist who update the code was tagged as “Curse Upgrader”.

Drie keer schoolvoorbeelden van waar ik me toch redelijk aan gestoord heb in Wandering Earth, een verhalenbundel van Cixin Liu: expositie, expositie, expositie, en “deze gebeurtenis/persoon/ding, die de naam ‘gebeurtenis/persoon/ding X’ kreeg, …”.

Akkoord dat dat tweede typisch Chinees is, waarschijnlijk omdat er dan in de plaats van ‘gebeurtenis/persoon/ding X’ een ideogram staat dat de gebeurtenis/persoon/ding aanduidt in de rest van het verhaal en dat zonder die uitleggende context niet te begrijpen zou geweest zijn, maar het komt te veel voor, en te nadrukkelijk. Zowat alles wordt omschreven, en dan ‘genoemd’. Ik denk dat een goede vertaler dat zou achterwege gelaten hebben.

Blijft over: expositie, expositie, expositie. Cixin Liu schrijft sciencefiction met wetenschap van de jaren-nu, maar verhaaltechnisch voelt het allemaal zeer amateuristisch aan. Show, don’t tell is niet aan hem besteed: is er bijvoorbeeld een ruimteschip op weg naar de Aarde om de planeet op te vreten, dan komt er eerst een gezant van een al opgegeten planeet (die ettelijke pagina’s lang alles wat er met zijn planeet gebeurde van naaldje tot draadje uitlegt), en dan een gezant van het ras dat de Aarde zal verwoesten (die naar de Verenigde Naties trekt, en daar nog eens ettelijke pagina’s aan een stuk het verhaal over doet).

De verhalen zelf vind ik ook, mja, oubollig. Een reuzengroot ruimteschip komt aan, één man zwemt (!) naar waar het ruimteschip zweeft, krijgt in ik-weet-niet-hoe-lange lap tekst een volledige geschiedenis van de samenleving van het ruimteschip, en dat is dat. Een virus begint onschuldig en eindigt als een beschavingseindigende artificiële intelligentie. Een soort fabel van technologische mieren en technologische dinosaurussen, die eindigt in wat al van het begin doorgetelefoneerd was: de uitroeiing van de dinosaurussen 65 miljoen jaar geleden.

Zucht ja: doorgetelefoneerde verhalen. Ik had soms de indruk dat ik een slechte Aster Berkhof aan het lezen was die een oude Asimov aan het navertellen was in een De Beste Vlaamse SF Van Het Jaar 1979-bundel.

Niet dat de ideeën slecht zijn, verre van. Maar ik persoonlijk zou de helft van de verhalen in Wandering Earth laten vallen, en de andere helft ofwel tien keer korter in een “hier, dit zou nog eens een idee zijn voor een wijs boek”-powerpoint gezet hebben, ofwel tien keer langer in een “hier, een volledige wereld die we samen aan de hand van een aantal personages gaan ontdekken” geschreven hebben. En niet met telkens die ellendige alwetende verteller die letterlijk vertelt in de richting van een luisteraar in het verhaal, zonder de minste interactie.

Neen. Niet content.

Ik ben er met te veel verwachtingen aan begonnen, vrees ik. Ik zou dit heel graag gelezen hebben in 1979, ongetwijfeld. Maar anno 2015 is het me te gemakkelijk en te oppervlakkig.

[van op Boeggn]

Gelezen: Pnin

donderdag 9 april 2015 in Boeken. Permanente link | 2 reacties

PninIk zit al sinds gisteren met Pnin in mijn hoofd. Arme Pnin.

Pnin is een karikatuur van een mens, kaal, te gespierd bovenlijf, dunne beentjes, vrouwelijke voeten. Pnin spreekt een vreemd soort Engels, vol Russische constructies, en Franse en Duitse klanken. Pnin wordt geleefd, door zijn ex-vrouw, door zijn collega’s aan de universiteit.

His life was a constant war with insensate objects that fell apart, or attacked him, or refused to function, or viciously got themselves lost as soon as they entered the sphere of his existence. Pnin is belachelijk, en hij beseft het zelf niet.

Aan de oppervlakte is dat de indruk. Het boek is een reeks vignetten, die in schuifjes gepubliceerd werden in The New Yorker, en dan aan elkaar geschakeld werden voor het boek: Pnin neemt de verkeerde trein, Pnin huurt een kamer, Pnin komt zijn ex-vrouw tegen, Pnin is op bezoek bij andere Russische émigrés, Pnin geeft een feest.

Een reeks bijzonder grappige vignetten — die Pnin toch! is telkens de ondertoon — maar gaandeweg lijkt het alsof er een zeer ongelijke strijd aan de gang is. Pnin wordt door de verteller neergezet als een karikatuur, maar door de kieren van het verhaal komt er een andere mens tevoorschijn, en wordt het alsmaar duidelijker dat de verteller niet erg te vertrouwen is.

De verteller is een smeerlap, die ik verdenk van een afrekening met Pnin. Waar Humbert Humbert uit Lolita achter zijn zelfopgebouwde façade een sléchte mens is,  blijkt Pnin een in-goede mens te zijn.

Zijn ex-vrouw zadelt hem op met haar zoon uit een tweede huwelijk, en Pnin doet zijn uiterste best om hem te helpen: ontroerend, hoe hij voor zijn eerste bezoek een boek gaat kopen en een voetbal, en als dan blijkt dat de zoon niet graag voetbalt, loopt hij snel naar boven, steekt hij de voetbal weg en geeft hij hem geld in de plaats. De verteller gebruikt de episode als een illustratie om nog eens door te drukken hoe onhandig Pnin wel is (hij breekt half de kamer af terwijl hij die voetbal wegsteekt), maar wat blijft hangen, is de ontroering.

Hij is ook niet zo’n kluns als de verteller hem neerzet: als hij bij zijn Russische vrienden is, is hij plots geen belachelijke nar meer, maar een geliefde, gesofisticeerde en zelfs sportieve man, helemaal in zijn element.

En door en achter alles heen is Pnin ook een dieptragisch figuur, zelfs al blijft hij fundamenteel optimistisch van inborst: zijn eerste grote liefde kwam om in een concentratiekamp (en daar is hij nog altijd niet over); hij trouwde met een vrouw waar hij stapelverliefd op was, maar die hem niet graag zag (en hij is er nog altijd verliefd op).

Een zeer vreemd boek: ik heb enorm veel moeten lachen toen ik het las, en achteraf bleef vooral een vaag gevoel van droevige nostalgie achter.

Ik lees dat Pnin even terugkomt als professor in Nabokov’s Pale Fire. Ik weet al wat op mijn leeslijst te zetten.

En als Pnin nog niet op uw “te lezen”-lijst stond: doen, en wel meteen.

[van op Boeggn]

Gelezen: The Three-Body Problem

zondag 5 april 2015 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

Three BodyIk lees niet graag vertaalde boeken. Als een vertaler niet heel, héél goed is, kan die zelfs een uitstekend boek kapotmaken.

Het is hoedanook al moeilijk om een goede vertaling te maken, maar een boek uit een volledig andere cultuur vertalen, brengt nog een resem andere problemen met zich mee. The Three-Body Problem (三體) is deel één in een trilogie van China’s wellicht meest bekende sciencefictionschrijver, en we kunnen er korte metten mee maken: ik vind het alvast zeer goed vertaald.

Soms is er in de tekst zelf ingegrepen (met instemming van de auteur), en er zijn soms voetnoten nodig om de specifieke context uit te leggen, en de vertaling balanceert tussen vlot Engels en toch ergens de nodige vervreemding van een niet-Engels origineel. Zeer fijn.

Twee hoofdpersonages in het verhaal: Ye Wenjie, astrofysicus en dochter van een tijdens de Culturele Revoluytie geëxecuteerde wetenschapper, en Wang Miao, een onderzoeker in nanotechnologie.

Ye wordt eind de jaren 1960 verbannen naar een houtkapgebied. Ze raakt er gedegouteerd van de vernietiging van de natuur, leest The Silent Spring, dat haar vriend Bai Mulin naar het Engels aan het vertalen was, en ondersteunt hem als hij een vlammende brief naar Beijing stuurt over de ecologische gevolgen van de ontbossing.

De regering is niet zo opgezet met de brief, en Bai steekt het helemaal op Ye. Die normaal gezien in de gevangenis zou vliegen (of erger), maar met haar wetenschappelijke achtergrond krijgt ze de keuze: gevangenis, of de rest van haar leven in een supergeheime wetenschappelijke basis. Redelijk teleurgesteld in de mensheid, kiest ze redelijk vanzelfsprekend het tweede.

In de nabije toekomst plegen een hele reeks vooraanstaande wetenschappers en onderzoekers zelfmoord. Wang Miao raakt in het onderzoek betrokken: blijkt dat een game een belangrijke rol speelt. The Three-Body Problem, een soort simulatie van een beschaving op een planeet die nu eens gewone dagen en seizoenen kent, en dan weer chaotische periodes van onvoorspelbare zonsopgang en -ondergang, met soms volledige verbranding of bevriezing van de planeet tot gevolg.

Terwijl Wang het spel speelt en alsmaar verder raakt — uiteindelijk komt hij er achter dat het om een planeet in een systeem met drie sterren gaat — blijkt dat er iets mis is met een aantal natuurwetten op Aarde. En ziet Wang plots een countdown op foto’s die hij neemt. En iets later, ziet hij diezelfde countdown in zijn gezichtsveld. En wordt hem gevraagd om te stoppen met zijn onderzoek in nanotechnologie; door wie precies: niet duidelijk.

Een fijn boek van klassieke harde sciencefiction. Het was al heel lang geleden dat ik er nog zo eentje gelezen had.

Wachten op de vertaling van deel twee en drie, verdorie. Met aliens en al!

[van op Boeggn]

Gelezen: Hollow City

maandag 30 maart 2015 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

Hollow CityIk was content van boek één, en aangezien het eindigt met een cliffhanger en er al een vervolg was: in de rapte ook gelezen.

Voor ongeduldige mensen: ja, dit is ook goed, en getverdimme ja, dit eindigt ook met een cliffhanger, en neen, hier is nog géén vervolg op.

Bespaar u de frustratie dus en wacht tot deel drie uit is, of het zou moeten zijn dat dat van hetzelfde hemd een neusdoek is, enfin, ge doet natuurlijk wat ge wilt.

Opnieuw hetzelfde concept, van een verhaal opgehangen aan gevonden oude foto’s. De peculiar children uit boek één zijn hun Miss Peregrine kwijt, ‘t is te zeggen, ze is veranderd in een vogel (wat normaal is want zij kan dat) maar ze kan niet meer terug veranderen (wat niet normaal is). Om haar te genezen hebben ze maar een paar dagen om van het ene eind van het land naar Londen te gaan, wat in 1940 niet evident is. Cue zigeuners, avonturen, Jacob die ontdekt wat hij allemaal kan doen met zijn peculiariteit, moeilijke beslissingen, onverwachte wendingen, slechte slechteriken, liefde, zelfopoffering, dood, the works. 

Nu ik op voorhand wist dat het echt oude foto’s en dat het verhaal bij wijze van spreken rond de foto’s geschreven is in plaats van foto’s ter illustratie van het verhaal, had ik soms de indruk dat het wat bij de haren getrokken was: zo van “oh ja, er komt een zeer magere man in voor die niet veel bij te dragen heeft aan het verhaal, maar dat is gewoon omdat de auteur een wijze foto van een zeer magere man had liggen”.

Behalve dat: spannend, onderhoudend, en mijn dertig of vijfendertig jaar jongere ik zou dit ook nog zeer graag gelezen hebben.

[van op Boeggn]

Gelezen: Midnight Tides

donderdag 26 maart 2015 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

Midnight TidesDit is waar ik bij mijn eerste doorlezing een tijd gestopt was met The Malazan Book of the Fallen, denk ik. Erikson maakt het een mens ook niet gemakkelijk: deel vijf van de reeks heeft weinig of niets te maken met de eerste vijf delen, en het is pas ergens zeer diep in het boek (hoofdstuk 12, rond het midden) dat duidelijk wordt hoe de omgeving van het boek past in de wereld — dat “the Errant” een collectieve naam voor de Forkrul Assail is, dat er ook hier massieve ruzie was tussen T’Lan Imass en Jaghut, en dat het hier allemaal gaat om de nazaten van Tiste Edur en een nieuw volk, de Letherii.

En gedoe met the Crippled God, en dat Hood blijkbaar geen plaats heeft op Lether, en zoals bijna altijd Elder Gods die zich voordoen als gewone mensen.

Oh, en een krijger die met zijn broers er op uit wordt gestuurd om een magisch zwaard te vinden voor zijn koning, maar dan blijkt dat de jongere broer het kwestieuze zwaard aanraakt — wat hij expliciet niet mocht doen — en dan wordt die jongste zoon op gruwelijke wijze onsterfelijk (thanks, Crippled God!) en kroont hij zichzelf keizer.

En nog allemaal andere onsterfelijke of ondode karakters, waaronder één die echt niet liever wil dan enorm griezelig zijn en mensen bang maken, en zeer graag lange nagels zou kopen en puntige tanden.

Om te zeggen dat het bij momenten zeer grappig is, en bij momenten zeer pakkend, maar ik heb het moeilijk gehad, en het heeft lang geduurd eer het uit was. Er zitten stukken in die vintage Erikson zijn en zeer aangenaam om lezen, maar ik had meer dan eens het oncomfortabele gevoel dat hij gewoon moeilijk aan het doen was om moeilijk te doen.

Boek zes en zeven zijn hier een rechtstreeks vervolg op, dat maakte ze voor zover ik me herinner ook minder lastig. Serieus: een reeks schrijven en dan op het einde van boek vier alles in medias res laten staan, en een volledig ander verhaal beginnen in boek vijf. Trr.

[van op Boeggn]

Gelezen: A Song for Arbonne

dinsdag 24 maart 2015 in Boeken. Permanente link | 2 reacties

ArbonneAl sinds Lord of the Rings en zijn Hey dol! merry dol! ring a dong dillo! Ring a dong! hop along! Fal lal the willow! Tom Bom, jolly Tom, Tom Bombadillo! heb ik een gloeiende hekel aan gezang en poëzie in fictieboeken.

Dat trekt meestal op niets, dat is meestal zo cringe als maar kan zijn, en ik sla het dan ook meestal gewoon in één beweging over. Zelfs als ik het eigenlijk wellicht niet zou moeten doen, wegens belangrijk voor het plot en allerlei.

In een audioboek is er helaas niet onderuit te komen.

Het was al een tijd geleden dat ik Song for Arbonne gelezen had: ‘t is fantasy, maar voor mensen die eens wat anders willen dan de zoveelste op Angelsaksische archetypes gebaseerde dinges. De Provence in de hoge middeleeuwen — denk troubadours, trouvères, hoofse liefde, doe er een scheut echo’s van de Albigenzische kruistochten bij en hey presto.

Fijne personages, fijne wereld, maar bij het herlezen (herbeluisteren) viel me vooral op hoe enorm kort het verhaal is, en hoe weinig er eigenlijk maar gebeurt. Een stuk of vier vijf set pieces en dat is dat: in een coverblurb schrijft de San Francisco Chronicle “Elegant, sweeping and colorful… one of those books you wish would never end”, en daarin heeft de recensent gelijk.

Het boek eindigt namelijk op het moment dat ik het graag had zien beginnen: een jongste zoon die net tegen zijn vader en zijn rechtmatige koning gevochten heeft, zijn oudere broer verloren is, en nu zelf koning wordt van een land dat op gruwelijke wijze oorlog aan het voeren was (met martelingen en verkrachtingen). Een hoofdpersonage dat nu dus met de gebakken peren van de faits accomplis van niet alleen deze laatste maar ook de vorige oorlog zit.

Maar bon.

Fijn boek voor wie zich graag eens vervoerd ziet naar een alternatieve versie van de pakweg 12de eeuw, op een wereld met twee manen waar mensen zowel een God als een Godin aanbidden; maar die voor de rest Zuid-Frankrijk had kunnen zijn.

Neem die poëzie en in het audioboek het zingen (oh God, het zingen) er dan maar bij, ‘t valt uiteindelijk allemaal mee.

[van op Boeggn]

Gelezen: Lolita

dinsdag 24 februari 2015 in Boeken. Permanente link | 7 reacties

LolitaJaja, schaam op mij, ik had dit nog niet gelezen.

Um. Wat kan ik zeggen dat nog geen duizend keer vóór mij gezegd is, en beter, door mensen die er meer van weten dan ik?

Een meesterwerk. Bijna niet te bevatten dat Engels niet Nabokov’s moedertaal is. Een heel boek over een pedofiel en een twaalfjarig meisje, en hun uitdrukkelijk zeer seksuele relatie, zonder ook maar één vuil woord. Bij momenten hardoplachend grappig, bij momenten schrijnend triest, bij momenten verstillend pakkend. Volledig geschreven vanuit het standpunt van Humbert Humbert, een Europese émigré in de VS, sinds zijn jeugd geobsedeerd door “nymphets”, een bepaald soort prepuberale meisjes.

De man had een kleine erfenis opgedaan van een ver familielid, had zich gevestigd in een slaperig dorpje en was er op slag verliefd geworden op Dolores Haze, Lolita. Hij trouwt met haar moeder om er toch maar dicht bij te zijn, beschrijft minutieus wat hij doet om ze toch maar te kunnen aanraken, wat er van seconde tot tot seconde gebeurt als ze op zijn schoot kruipt, hoe onmogelijk zijn liefde wel is — en dan komt de moeder in een ongeluk om het leven.

De eerste avond dat hij alleen is met Lolita, geeft hij ze een slaapmiddel en denkt hij ze te kunnen bepotelen in haar slaap: blijkt dat ze nog wakker is, en verleidt zij hém. Waarna ze twee jaar lang de hele Verenigde Staten rondzwerven, van motel tot motel, van de ene naar de andere attractie.

Hij controleert al wat ze doet — geen contact met vreemden! — en geeft ze enkel zaken in ruil voor seksuele diensten: neen, géén gezonde relatie. Maar omdat alles vanuit één standpunt geschreven is, van een toegegeven zieke mens (niet alleen die pedofilie, ook allerlei depressies en achtervolgingswaanzin), is het absoluut niet duidelijk is wat de realiteit is. En is Lolita voor ons even mysterieus is als voor Humbert: in hoeverre is zij slachtoffer en prooi, in hoeverre controleert zij eigenlijk Humbert en heeft ze haar lot in eigen handen?

Had ik al gezegd dat het ongelooflijk mooi geschreven is? Het is sensueel mooi van taal, met woordspelingen en allusies en alliteraties en over-en-weer tussen Frans en Engels; het speelt met de vorm van het boek, dat als een dagboek begint en dan een soort biografie wordt en dan een huis clos-achtig ding, en dan een road movie en dan een actiefilm, en dat allemaal in een raamvertelling met een voorwoord van een fictief personage en een nawoord van de echte auteur, maar dat daarom niet noodzakelijk minder fictief zou zijn.

Al wie dit nog niet zou gelezen hebben: niet twijfelen.

Oh ja: ik ga graag eens kijken naar de één-ster-reviews op Amazon, voor de boeken die ik lees. Dit stuk uit een review van ene J. Cooper was voor hem een hoofdreden om het boek slecht te vinden. Ik kan begrijpen waarom, zelfs al ben ik het er 100% mee oneens. Voor de volledigheid en bij wijze van waarschuwing dus:

I was also irritated by the use of language. There’s a difference between writing with a large vocabulary and beating the reader over the head with it. I felt as though I was watching Nabokov doing verbal gymnastics when I had merely asked him to tell me a story. Though I was able to understand the English, despite the use of more complicated words than are needed, I cannot speak French and it is ridiculous to intersperse an English language book with French phrases. It’s a prime example of Nabokov’s arrogance. All of this hampers the flow of the book.

[van op Boeggn]

Gelezen: The Inimitable Jeeves

vrijdag 20 februari 2015 in Boeken. Permanente link | Eén reactie

InimitableIk ben niet zo erg als Stephen Marche, die dit boek honderd keer las, maar ik heb het zeker al een keer of zes zeven gelezen. En het is waar: het is als een perfect zittende zetel in een perfecte kamer op een perfect moment.

The Inimitable Jeeves lezen is ergens zijn waar het fijn verblijven is. Ik las het vóór ik de serie op tv zag, maar na de eerste drie minuten Jeeves & Wooster was het natuurlijk was het onmogelijk om mij Bertie Wooster als anders dan Hugh Laurie voor te stellen, en Jeeves als Stephen Fry.

En zo lees ik nu P.G. Wodehouse met een amalgaam van Fry & Laurie in Blackadder, in A Bit of Fry and Laurie en uiteraard in Jeeves & Wooster. Wat het allemaal nog aangenamer om lezen maakt.

Elf verhalen en verhaaltjes, waar Bingo Little, Wooster’s beste vriend, verliefd raakt op alles wat rondloopt, met onderhuidse conflicten over paarse kousen en rode cummerbunds tussen Wooster en Jeeves, tante Agatha die Wooster degelijk getrouwd wil zien, de oom van Bingo die hem geen geld wil geven en waar Wooster telkens moet tussenkomen, de twee neven van Wooster die vandalenstreken uithalen, enfin ja, elf verhalen waarin Jeeves altijd aan het langste eind trekt en Wooster niet.

En van ganser hart aangeraden. Om te lezen, te herlezen, en opnieuw te herlezen.

[van op Boeggn]

Gelezen: Ash: A Secret History

vrijdag 13 februari 2015 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

ash-a-secret-historyIk was nog aan het lezen in Outlander, toen ik plots zin had om Ash: A Secret History te herlezen. Het was al een tijd geleden, maar ik herinnerde me wel dat het een bijzonder goed einde had, en daar was ik na Outlander toch wat naar op op zoek.

Het boek werkt op twee verhalen: enerzijds is er de vertaling van een reeks vijftiende-eeuwse manuscripten, en anderzijds is er een raamvertelling in brieven naar elkaar van en naar de vertaler. Die van verbazing in verbazing valt: terwijl hij aan het vertalen is, lijkt het alsof de realiteit rond hem verandert. Waar hij in het begin gewoon een geactualiseerde vertaling van welbekende laat-middeleeuwse historische documenten aan het maken is, blijken die documenten plots hetzij verdwenen, hetzij geherclassificeerd als veel latere pastiche, of als fictie. En tegelijkertijd vinden archeologen artefacten uit het verhaal terug — dus het verhaal lijkt tegelijkertijd meer en minder “echt gebeurd” te zijn.

Het onderwerp van de documenten is Ash, een weesmeisje dat zich opwerkt tot condottiere van een behoorlijk groot huurlingenleger. Na een proloog over haar jeugd, komen we op het recent ontdekte “Fraxinus me fecit”-document uit, dat wellicht rond het einde van Ash’s leven moet geschreven geweest zijn, hetzij door Ash zelf, hetzij gedicteerd door haar.

Ash en haar compagnie worden ingehuurd om een missie uit te voeren voor de Graaf van Bourgondië, maar als ze in Italië toekomen blijkt er een invasie begonnen te zijn. Carthago, ‘t is te zeggen, de Visigothen die in Carthago een soort Romeins Rijk met Islamachtige invloeden maar dan Ariaans hebben opgebouwd, hebben twintig jaar lang gepland voor een grootschalige invasie van Europa. De leider van hun leger, de Faris, blijkt zo ongeveer een tweelingzus van Ash te zijn. Die, net zoals Ash, stemmen hoort die haar tactisch advies geven.

Stukje bij beetje komen we te weten dat het verhaal zich blijkbaar in een alternatieve realiteit afspeelt, waar niet alleen de Visigothen duizend jaar langer dan “bij ons” een going concern waren, maar waar Christus ook een Romeinse centurio was die Mithras aanbad (Christus Viridianus / Christus Imperator, zoon van Augustus, aan een boom genageld door Tiberius), waar Noord-Afrika tot pakweg 500 veel vruchtbaarder was dan bij ons, waar er een onbestemd iets mis ging waardoor er al eeuwen geen paus meer is in Rome, en waar mensen tot op zekere hoogte “mirakels” kunnen doen.

Het had even goed gewoon alternatieve geschiedenis kunnen zijn, maar het is meer dan dat: er zit een dosis science fiction in ook, en zowaar een beetje Star Warsachtig messianisme. Het had zonder gekund, ongetwijfeld; dat het er in zit, maakt er een speciaal boek van. En het maakt het einde mogelijk, dat ik zowat één van de meer voldoening schenkende eindes van een boek vond, en bij herlezing nog steeds vind.

[van op Boeggn]

Gelezen: Outlander

dinsdag 3 februari 2015 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

OutlanderIk was zeer te spreken over Outlander, de tv-serie: ik ben een totale push-over voor romantische series, en qua romantisch was Outlander bijzonder zéér romantisch te noemen.

Claire Beauchamp, een verpleegster van 28 op het einde van de Tweede Wereldoorlog, trekt met haar man, die ze op zes jaar tijd nauwelijks gezien heeft, naar de Highlands van Schotland voor een soort tweede huwelijksreis. Haar man, Frank Randall, heeft recent een passie voor genealogie opgedaan, en gaat op zoek naar gegevens over zijn verre voorouder, ene Jack Randall.

Op een ochtendlijke uitstap naar een plaatselijke cirkel met menhirs wordt Claire op de één of andere manier 200 jaar terug in de tijd gecatapulteerd. Ze komt er in een Schotland terecht waar de slag bij Culloden nog niet gebeurd is en de clans dus nog bestaan en macht hebben. En zowat de eerste persoon die ze ziet, ‘s nachts in het bos, is Jack Randall, die er precies uitziet zoals Frank Randall. Helaas: die blijkt zijn bijnaam van Black Jack ruimschoots te verdienen, wegens al meteen poging tot verkrachting.

Ze wordt gered door een bende Schotten, die niet goed weten wat te denken: is zij een spion? voor de Engelsen? de Fransen? Maar wat doet ze daar dan in het bos, alleen en gekleed in een soort licht nachthemd?

Claire bewijst snel dat ze nuttig kan zijn, met haar jarenlange ervaring van oorlogsverpleegster, en als ze haar gastheren ook nog eens waarschuwt dat er op een bepaalde plaats mogelijks een Engels garnizoen zou in een hinderlaag kunnen zitten (dat had Frank haar verteld, 200 jaar later), nemen ze ze mee naar het kasteel van hun clan. Alwaar ze al snel de lokale dokter wordt.

De tv-serie volgt het boek redelijk dicht, met soms heelder scènes letterlijk overgenomen, maar ik vind de serie tot nog toe beter dan het boek.

Het boek is, en we gaan daar niet lastig over doen, niet enorm ver van een stationsroman. Verhaal en wereld en personages okay, maar laat dat vooral niet te veel de al dan niet omfloerste seksscènes in de weg staan! Hoofdpijn? Slecht geslapen? Kom hier dat ik op uw tepels zuig! Bijna net vermoord? Tijd voor a roll in ze hay!

Waar het in het boek allemaal enorm vanzelfsprekend lijkt te gaan, toont de tv-serie veel beter hoe verwarrend het voor Claire allemaal is, en hoe onduidelijk — de mensen die Gaelic spreken rond haar, waar ze geen woord van begrijpt, hoe ze zich uitgesloten voelt, hoe ze zoekt naar motivaties voor zaken en niét meteen de juiste uitleg vindt: allemaal veel en veel beter in de serie. Die ook zijn tijd veel meer neemt dan het boek: acht afleveringen van een uur voor ongeveer de helft van het eerste boek.

Het heeft er ook mee te maken, denk ik, dat waar Sam Heughan (Jamie) helemaal precies zoals zijn karakter in het boek is, Catriona Balfe een andere Claire neerzet in de serie dan in het boek: meer geconflicteerd, meer genuanceerd, intelligenter. Ik heb de indruk dat Claire-in-het-boek 85% van haar hersenen kwijtgeraakt is als er een mogelijkheid is dat ze in bed kan duiken met Jamie: bij Claire-op-televisie heb ik die indruk nooit.

Ik denk dat ik even stop met de boeken. Er zijn nog zeker zeven vervolgboeken op Outlander, maar ik wacht even af wat de serie mij brengt.

 

[van op Boeggn]

Gelezen: The Black Count: Glory, Revolution, Betrayal, and the Real Count of Monte Cristo

zaterdag 31 januari 2015 in Boeken. Permanente link | Eén reactie

The Black CountAlexandre Dumas père, de schrijver van onder meer Le Comte de Monte-Cristo, was half zwart. Dat zat wel ergens in mijn onderbewustzijn, maar ik had nooit echt nagedacht over wat dat precies betekende.

Ik was er altijd van uitgegaan dat “Dumas grand-père” wel ergens een zwarte mevrouw zou gevonden hebben, in de kolonies of zo. Blijkt: niets van dat — het was de vader van de schrijver die zwart was! En meer nog: het leven van de man is nog boeiender dan dat van d’Artagnan en de graaf van Monte Christo samen!

Alex Dumas, de vader van Alexandre Dumas-de-schrijver, was de zoon van een weggelopen zoon van arme adel, die in het binnenland van Saint-Domingue (het latere Haïti) op de vlucht was voor de authoriteiten, en er met opeenvolgende (zwarte) vrouwen vier kinderen kreeg. Als zijn ouders en zijn oudere broer gestorven zijn, keert de vader van Alex terug naar Frankrijk. Het geld voor de oversteek haalt hij op door zijn vrouw en kinderen als slaven te verkopen. Alex koopt hij even later terug, maar de drie anderen zullen sterven als slaven.

Nog voor de Franse Revolutie was er al een beweging om slavernij af te schaffen (die op dat ogenblik niet eens met huidskleur vereenzelvigd was), en op het grondgebied van Frankrijk, precies op het moment dat Alex Dumas er terechtkomt, was het helemaal mogelijk voor een “kleurling” om een degelijk leven op te bouwen. Wat hij dan ook doet: hij blijkt een uitstekende paardrijder en zwaardvechter te zijn, en is helemaal aanvaard als aristocraat in Parijs van de jaren 1770.

En dan hertrouwt zijn vader, en gaat de geldkraan dicht. Alex Dumas gaat op zijn 24ste in het leger, als gewone voetsoldaat bij de dragonders. Waar hij aan sneltreinvaart carrière maakt: een paar jaar later is hij de facto leider van een regiment van een duizendtal “gens de couleur”, en dan baas van een heel leger, en dan van een nog groter leger, en dan is hij plots de hoogst geplaatste niet-blanke persoon in een Europees leger ooit, tot op vandaag.

Oh, en dat is nog maar het begin van de avonturen, want dan komt hij in het vizier van Napoleon, die jarenlang veel lager van positie was dan hem, maar nog steiler opmars maakt. En neen, het is blijkbaar echt géén goed idee om zonder al te veel omfloersingen uw gedacht te zeggen tegen Napoleon.

Lees het boek vooral zelf, maar in het kort: het verhaal van de Edmond Dantès, dat is eigenlijk het verhaal van Alex Dumas. Behalve dat het nog minder een happy end heeft.

[van op Boeggn]

Gelezen: The Last Ringbearer

vrijdag 23 januari 2015 in Boeken. Permanente link | Eén reactie

ringbearerEen andere vertelling van Lord of the Rings, dit. Het uitgangspunt is dat de geschiedenis geschreven wordt door de winnaars — en dat Lord of the Rings zoals neergeschreven door Tolkien niet veel meer is dan een na-de-feiten-verheerlijking van één zijde in een conflict dat veel ingewikkelder was dan simpelweg goed versus kwaad.

Een aantal zaken op voorhand: een “orc” is wat mensen uit het Gandalf-kamp de mensen van Mordor noemen, het is geen apart ras of zo. Dwergen bestaan niet, draken bestaan niet (al weet iedereen wel iemand wonen wiens grootvader draken zou gezien hebben), Sauron is gewoon Sauron IV, koning van Mordor. Mordor zelf is één van de grote beschavingen, op de rand van een industriële revolutie, en naast bijvoorbeeld de enorm belangrijke handelsnatie Umbar — terwijl Rohan en Gondor in vergelijking maar armetierige koninkrijkjes zijn, waarvan de heersers in middeleeuwse toestanden en bijgeloof leven.

Mordor zat met een ecologisch probleem: klimaatwijzigingen hadden het land uitgedroogd, en fouten in irrigatieplannen hadden de oppervlakte verzilt. Daardoor waren ze afhankelijk van handel voor hun overleven. Omdat hun groeiende cultuur van wetenschap en innovatie ze tot een bedreiging voor de Elfen maakte, zagen die laatste hun kans om de handelsroutes dicht te nijpen en zo Mordor in de tang te nemen.

Elfen zijn magische wezens, ‘t is te zeggen: de wereld van de Elfen is magisch, hun wereld was in contact met onze wereld, zij zijn naar hier gekomen. Ze zijn met niet veel, maar ze hebben veel macht, die ze bedreigd zien door de wetenschap-gebaseerde mensen van Mordor. Koppel dat met een imperialistische en oorlogsgezinde Gandalf, en het geeft een volledig ander beeld dan wat uit Lord of the Rings naar voor komt.

Aragorn is één van de dozijnen Dunedain uit het noorden, min of meer rovershoofdmannen die allemaal beweren af te stammen van een mythische koning Isildur. Hij wordt volledig gestuurd door de Elfen en Gandalf, krijgt instructies om Boromir te vermoorden en later Denethor, neemt zogezegd de macht over in Gondor maar is eigenlijk een pion van de échte machthebber, een drieduizend jaar oude Arwen die een relatie met Aragorn ziet als iets tussen pedofilie en bestialiteit.

De Nazgûl zijn een groep mensen uit Mordor, steeds wisselend maar altijd met negen, die hun leven geven om magie uit Mordor te houden en hun beschaving een kans te geven om zich te ontwikkelen zonder de invloed van elven. De Ring zelf is bijna irrelevant: het was niet meer dan een afleidingsmaneuver om Mordor tijd te geven, eens duidelijk was dat Gandalf en de elfen een Endlösung aan het voorbereiden waren, om een leger op te bouwen voor een soort preëmprieve blitzkrieg.

Wat mislukt: Aragorn sluit een pakt met het is niet duidelijk wie om ondode krijgers te leiden, Mordor wordt verslaan, de elven vallen Mordor binnen en houden er grote kuis. Al wie een opleiding heeft, wordt geëlimineerd, doodseskadadrons zuiveren het land van alles wat ook maar ruikt naar wetenschap.

Faramir en Éowyn worden een zijspoor gezet onder min of meer huisarrest in Ithilien, en de elven beginnen Umbar te infiltreren, met plannen om hun klauwen in Khand en Harad te slaan.

In die context komen we Haladin en Tzerlag tegen, twee orcs (een medicus en een soldaat) op de vlucht in Mordor. Ze redden Tangorn, een Gondoriaanse edelman die een genocide niet zag zitten, en samen doden ze Eloar, de zoon van een hooggeplaatste elf.

Waarop Haladin gecontacteerd wordt door een stervende Nazgûl, met een opdracht om de wereld van de elfen en die van de mensen van elkaar te scheiden.

Spannend, boeiend, jammer genoeg bij momenten echt niet zo goed vertaald uit het Russisch, maar: helemaal de moeite waard.

En ook: wegens copyrighthistories met de mensen van Tolkien, gratis on-line te vinden.

[van op Boeggn]

Zoek

<insert standard disclaimer>

Alles wat hier staat is mijn eigen opinie. Het wordt niet nagelezen of goedgekeurd door mijn werkgever voor het on-line komt, en ik bied geen enkele garantie voor kwaliteit of correctheid.

Mijn werkgever is het niet noodzakelijk eens met wat ik schrijf, en het spreekt vanzelf dat hij dan ook op geen enkele wijze aansprakelijk kan zijn voor wat ik hier publiceer.

Ter info

Eén van mijn e-mailadressen is michel [at] zog punt org. Normaal gezien antwoord ik daar, buiten de kantooruren, onmiddellijk op.

Valideert, in principe: css & xhtml.
Gemaakt met WordPress.
Syndicatie: Entries (RSS) en commentaar (RSS).



ISSN 1780-1338