Gelezen: Les royaumes barbares en Occident

woensdag 24 juni 2015 in Boeken. Permanente link | 2 reacties

coumert-dumezil-les-royaumes-barbares-en-occidentEr zijn geen zekerheden meer! Ze pakken ons alles af, de wetenschap!

Handen omhoog wie géén fantastische herinneringen heeft aan die prachtige Duitse hangkaarten vroeger in de klas, van Entwickelung des Römischen Reiches en Vergrößerung des Frankenreichs von 481-814, en meest boeiend van al de kaart van de Völkerwanderung, met allerlei pijlen die vertrokken uit het diepste van de steppen van Centraal-Azië, op de voet gezeten door de Hunnen, en dan in grote troepenbewegingen over honderden jaren heen Europa overspoelden, soms opsplitsend, soms weer tesamen komend, Ostrogoten, Wisigoten, Vandalen, Longobarden, Sueven, Franken en anderen, voorbij het Iberisch schiereiland en tot in Carthago.

Met horden wildemannen die nauwelijks worden tegengehouden door de Romeinse limes, en die ze dan uiteindelijk in golven overspoelen en Rome ten gronde richten:

Völkerwanderung

Wel, blijkbaar: niets van dat alles. Er is geen echt spoor van massale volksverhuizingen, en ze hebben ons allemaal blaaskes wijsgemaakt. Kort door de bocht: vanaf de renaissance was het de gewoonte om de barbaren de schuld te geven van het ondergaan van het West-Romeinse Rijk, en waren de barbaren de slechteriken. En dan kwam de negentiende eeuw en was iedereen plots nationalistisch, en was het helemaal in om de oorsprong van de Europese natiestaten te zoeken in de volksstammen van lang geleden.

Terwijl die grote volksstammen eigenlijk helemaal geen coherente gehelen waren, maar eerder losse verbanden van mensen die sterke leiders volgden en nu eens ‘Hunnen’ waren omdat de baas een Hun was, en dan eens ‘Gothisch’ omdat het goed stond om Gotisch te zijn, en dan weer ‘Franken’ of ‘Alemannen’ omdat ze met een grote groep samen onder een nieuwe leider optraden.

Zeker dat er identiteiten en talen en culturen achter die namen zaten, maar blijkbaar dus meer zo’n beetje hetzelfde scenario als bij het ontstaan van het Frans: kip-en-eigewijs eerst de kip (de groepering) en dan pas het ei (de identiteit). Stapsgewijze ethnogenese, waarbij de politieke en ideologische constructie zeer zwaar primeert op het genetische of genealogische.

Een (zeer) summier overzicht van de paar eeuwen rond 476, dat kort maar duidelijk doet aanvoelen hoe complex de situatie was, en hoe onmogelijk het is om in het algemeen te spreken van barbaarse invallen — wegens alsdat de Romeinen en de ‘barbaren’ meer mét elkaar dan tegen elkaar werkten, en het op den duur zeer moeilijk was nog te weten wie een zuivere Romein was en wie niet.

Fijn boekje om eens een avond te lezen.

(Ik geef trouwens met enige schaamte toe dat ik dit enkel bij de hand genomen heb omdat er één van de auteurs Dumézil was, en ik dacht dat het Georges Dumézil was. Bleek dat het Bruno Dumézil was, een verre neef. Ah well.)

 

[van op Boeggn]

Gelezen: The Martian

vrijdag 19 juni 2015 in Boeken. Permanente link | 4 reacties

The Martian‘t Was al heel lang geleden dat ik met zoveel plezier een boek gelezen heb. Geen existentieel geëmmer, geen existentiële angst, geen diepe gedachten over de zin van het leven, eenzaamheid, het mens-zijn of wat nog: gewoon recht door zee Jongens & Wetenschap-science fiction.

Astronaut Mark Watney geraakt na een ongeluk alleen achter op de planeet Mars. Het ziet er naar uit dat hij ten dode is opgeschreven: niet voldoende zuurstof, water of voedsel, en geen kans op een reddingsmissie.

Volgen 384 bladzijden probleemoplossen en spanning. En grappig bovendien.

Er komt een film van, ergens in oktober 2015, geregisseerd door Ridley Scott en met Matt Damon in de hoofdrol, en dat zal ongetwijfeld leutig zijn, maar lees nu alvast het boek: van harte aangeraden.

[van op Boeggn]

Gelezen: The Buried Giant

donderdag 18 juni 2015 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

The Buried GiantSoms valt het mee, en soms valt het tegen, aangeraden boeken.

En soms is het niet duidelijk of het aan het meevallen dan wel aan het tegenvallen is.

Dat was bij Kazuo Ishiguro’s laatste worp het geval. Ishiguro is de mens van Remains of the Day en ja, zijn naam is Japans maar hij woont al van zijn jeugd in Engeland en zijn schrijven is Brits.

Ik wist niet waar mij aan te verwachten, en als het begint in Engeland in de jaren pakweg vijfhonderd, met een Brits dorp waar iedereen aan chronisch geheugenverlies lijkt te lijden, dacht ik in eerste instantie dat het iets Logan’s Run of The Village-achtig zou worden. Een plaats waar mensen niet weten dat ze in afzondering van de wereld leven, kunstmatig dom gehouden, yada yada.

Maar dan bleef het allemaal maar aanslepen, en zag het er naar uit dat het zich écht in vroegmiddeleeuws Engeland afspeelde. Een oud koppel, Axl en Beatrice, die zich net zoals iedereen in hun dorp zeer weinig dingen herinneren, weten wel nog dat ze elkaar zeer graag zien.

Volgt een duistere historie over al dan niet een kaars mogen hebben ‘s nachts, en een vage herinnering die ze hebben aan een zoon die ze hadden maar die er nu niet meer is, en na veel over-en-weer-getwijfel trekken ze er op uit, samen in een vreemde wereld.

Ze komen een vreemde krijger tegen, Wistan, en wat later een jonge kerel, Edwin, en de ondertussen blijkbaar zeer oude Gawain.

Iedereen blijft maar vanalles vergeten, en op een bepaald moment dacht ik ha! Ishiguro is hier een Memento aan het uithalen, we gaan in het boek vooruit, maar in het verhaal achteruit!

Een paar bladzijden later was duidelijk dat het niet zo was, maar ondertussen bleef het boek zich maar moeizaam voortslepen, van episode naar episode. Werd duidelijk dat het vergeten een betovering was die over het land uitgesproken was, door wellicht Merlijn om het land in vrede te houden. En jaaa, ik had ondertussen door dat er een keuze gemaakt moest worden tussen vergeten en in vrede leven, of zich herinneren en (mogelijks) in oorlog leven, en tussen vergeten en elkaar graag zien uit gewoonte, of zich herinneren en (misschien) elkaar nog liever zien wegens gegrond in ervaring, maar mogelijks ook elkaar niet meer graag zien wegens wat er allemaal gebeurd is in het verleden.

Dat lag er op den duur nogal dik op, vond ik.

Ik dénk dat veel mensen het een mysterieus en ontroerend boek zullen vinden.

Mijn hoofd is net iets te cynisch, vrees ik. Mijn referentiekader voor Arthuriaanse zaken is zo ongeveer 30% John Boorman’s Excalibur:

en 30% Monty Python and the Holy Grail (“who are the Britons?”)

…en dan pas de klassiekers (met natuurlijk T.H. White op kop, gevolgd door waarschijnlijk De Rode Ridder, ha!).

Waardoor ik dus heel het boek met klepperende kokosnoten in mijn hoofd zat, en de mist die doet vergeten in mijn hoofd zachtjes Anál nathrach, orth’ bháis’s bethad, do chél dénmha intoneerde.

En nog veel, véél erger dan dat: de stemmen van Axl en Beatrice kreeg ik van pagina één niet meer uit mijn hoofd. Want mijn hoofd had Ishiguro’s oud-achtig aandoend Engels en plechtstatige intonaties vervangen door het gedodder van Henry Crum en Minnie Bannister.

You can’t get the wood, you know. Mmbuddy.

[van op Boeggn]

Gelezen: How to Lie with Statistics

zaterdag 13 juni 2015 in Boeken. Permanente link | 4 reacties

How to Lie with StatisticsHet was denk ik fijne collega Jan die mij er op wees dat Bill Gates How to Lie with Statistics aanraadde. Een klassieker, uiteraard. En natuurlijk had ik het al gelezen, meer nog: ik heb een oude vierdehandse papieren versie in huis.

Gekocht op een markt ergens, ettelijke jaren nadat ik het ontdekt had tijdens een vakantiejob in de bibliotheek van het Europacollege, waar het gezellig in de afdeling Economie stond, tussen de lijvige boekwerken over econometrie en andere dingen waar mij het zweet van uitbreekt.

Uit nostalgie heb ik het vandaag tusendoor nog eens herlezen. En ja, dat lukt, tussendoor herlezen: het is zeer, zeer kort. De 142 bladzijden in grote letters zijn doorspekt met leutige tekeningen, helemaal in jaren-1950-stijl. Et pour cause, wegens alsdat het boekje al van 1954 dateert.

Nostalgie, en niet veel meer dan dat vrees ik: het is leutig, maar iemand die ook ooit maar een half oog heeft laten vallen op iets dat met datavisualisatie, statistiek of gelijkaardige te maken heeft, zal niet echt veel bijleren.

Dit kan helpen voor een snelle introductie, maar degelijke handboeken statistiek hebben de volledige inhoud hiervan tegenwoordig in de eerste paar hoofdstukken staan.

[van op Boeggn]

Gelezen: The Expanse 5: Nemesis Games

vrijdag 12 juni 2015 in Boeken. Permanente link | 3 reacties

Corey_NemesisGames_HC“Zullen we anders eens een paar karakters wat uitdiepen?”, zal de ene helft van James S.A. Corey tegen de andere helft gezegd hebben, en zo gezegd, zo gedaan.

In deel vijf van de Expanse-reeks moet de Rocinante gerepareerd worden na de Spannende Avonturen van het vorige boek, en terwijl James Holden bij zijn schip in de buurt blijft en onderzoek doet naar mysterieus verdwijnende ruimteschepen, gaan de drie andere leden van het kernteam elk hun eigen weg. Naomi naar iemand uit haar verleden in The Belt ergens, Amos naar iemand uit zijn verleden op Aarde, Alex naar iemand uit zijn verleden op Mars. *KUCH* totaal niet geforceerd of niets *KUCH*

De drie bezoeken lopen alledrie anders af dan de mensen zelf het hadden verwacht of gehoopt, de drie bezoeken geven ons allemaal achtergrondinformatie waarmee de karakters wat uitgediept worden, en het is bij momenten spannend, en leest allemaal zeer vlot weg.

Wat té vlot, vind ik, want uiteindelijk gebeuren er op de achtergrond verschrikkelijk ingrijpende dingen, die bij mij nooit echt helemaal veel impact hebben gemaakt. Mutatis mutandis leest het als iemand die zijn oud lief gaat bezoeken en oh ja, ondertussen valt er een atoombom op zijn stad en staat het land in brand, maar hey, niemand uit zijn direkte omgeving gaat dood dus zo enorm erg is het niet.

De achtergrond, da’s een soort rebellie / burgeroorlog / opstand / reeks terroristische aanslagen door (op het eerste zicht) radikale Outer Planet Alliance-mensen, die het niet pikken dat Aarde en Mars hen tot de schroothoop van de geschiedenis veroordeelt.

Op het eerste zicht, want MacGuffin van dienst is andermaal de protomolecule, en in een epiloog wordt nog maar eens ten overvloede duidelijk dat ja, we het volgende boek ook zullen moeten kopen, als we ooit hopen te weten wat er eigenlijk aan het gebeuren is.

Ik hoop alleen van ganser harte dat de heren James S.A. Corey (pseudoniem van Daniel Abraham en Ty Franck, FYI) weten waar ze naartoe aan het gaan zijn. Dat we hier met andere woorden te maken hebben met iets als The Gap Cycle (op voorhand gepland afgesloten geheel) en niet met iets als Lost (machtig interessante premisse en uitstekend begin, monumentale clusterfuck wegens “laten we het allemaal eens uitvinden terwijl we bezig zijn en mysteries en cliffhangers schrijven waar we zelf niet van weten wat ze betekenen”).

Zucht ja. Ik houd het op “pulp, maar leesbaar”.

[van op Boeggn]

Gelezen: Indo-European Linguistics: An Introduction

donderdag 11 juni 2015 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

Indo-European-Linguistics-An-Introduction-by-James-ClacksonTgo ja, hoe gaan die dingen? Ik had een boek gelezen en ik begreep het niet allemaal maar ik vond het wel zeer wijs om lezen, en dus dacht ik: ik zoek er nog eentje over het onderwerp.

Het internet heeft me Indo-European Linguistics: An Introduction van James Clackson aangeraden, en het internet had daar gelijk in. Knippety-plakkety uit het voorwoord:

Do we need another introduction to Indo-European linguistics? Since 1995 four have been published in English (Beekes 1995, Szemerényi 1996, Meier-Brügger 2003, Fortson 2004) and the ground seems to be pretty well covered. This book, however, aims to be an introduction of a different sort. Whereas the works mentioned give up-to-date and (usually) reliable information on the current thinking on what is known in Indo-European studies, here the aim is to present rather areas where there currently is, or ought to be, debate and uncertainty. Whereas previous introductions have aimed for the status of handbooks, reliable guides to the terrain presented in detail, this one aspires more to the status of a toolkit, offering up sample problems and suggesting ways of solving them. The reader who wants to know the details of how labio-velar consonants developed in Indo-European languages or the basis for the reconstruction of the locative plural case ending will not find them here; instead they will be able to review in detail arguments about the categories of the Indo-European verb or the syntax of relative clauses. The result is that this book has shorter chapters on areas such as phonology, where there is now more general agreement in the field, and correspondingly longer sections on areas which are passed by more summarily in other introductions.

Yepyep. Nog meer dan bij Fortson gaan er hier dingen helemaal over mijn hoofd, maar daar staat tegenover dat er ook enorm veel wijze en boeiende en interessante dingen in staan.

Na een korte inleiding volgen een paar gebalde hoofdstukken (Phonology, Morphophonology; Nominal morphology, Verbal morphology) waar ik me meer aan het zinken dan aan het zwemmen voelde, maar de laatste twee dikke hoofdstukken (Syntax en Lexicon and lexical semantics) alleen waren de prijs van het boek waard.

En nu, verdorie, zou ik meer willen weten en er meer willen over lezen. Heb ik goesting om op zoek te gaan naar Dumézil en dingen.

Maar een mens moet weten waar zijn grenzen liggen. Ik denk niet dat het goed zou voelen. Ik zou eigenlijk dat eerste boek nog eens moeten grondig lezen en helemaal proberen begrijpen.

Even terug naar fictie, denk ik.

[van op Boeggn]

Gelezen: Indo-European Language and Culture: an Introduction

dinsdag 9 juni 2015 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

Indo-European Language and CultureIk was in een ander boek aan het lezen, en daar werd gesproken over Indo-Europees, en dat het boek van Benjamin Fortson de moeite waard zou zijn.

Niét gelogen.

Dit is een machtig interessant werk. Zeer grote stukken gingen helemaal over mijn hoofd. Niet omdat het niet duidelijk was of onvolledig, maar zuiver omdat ik het boek gelezen heb als een boek, terwijl het even goed (of beter, eigenlijk) als een cursus gelezen kan worden. Ik vermoed dat mensen die dit moeten studeren op de universiteit niet enorm veel verder moeten zoeken om een uitstekende uitvalsbasis te vinden voor alles wat Indo-Europese taal en cultuur is.

Het begint met het boeiende verhaal van de reconstructie van (proto-)Indo-Europees, de taal, de cultuur, de regio van oorsprong, en gaat dan op alle takken van het Indo-Europees in. Met telkens voldoende informatie om meer dan op weg te zijn, een geannoteerde literatuurlijst, een lijst van termen zeker te onthouden en oefeningen en mogelijke examenvragen.

Ik ben er redelijk gerust in dat als ik dit als handboek had gelezen en er een paar maand over gedaan had in plaats van een paar dagen, ik ernstig veel zou geweten en onthouden hebben over de materie.

Ter illustratie: oefening één van hoofdstuk één:

Memorize the names of all the branches of the IE family, and the names and filiations of the extinct languages in figure 1.1

Een oefening in het midden, over Latijn:

Based on §13.13 and your knowledge of PIE and Latin sound changes, into which of the four conjugations would the following PIE athematic verbs have fallen?

  1. *bleh1-ti ‘weeps’
  2. *bheh2-ti ‘speaks’
  3. *neh1-ti ‘sew’

…en de laatste oefening van het laatste hoofstuk:

Imagine that you are the proud discoverer of a hitherto unknown ancient IE language belonging to a hitherto unknown branch of the family. Your task is to report your discovery to the scholarly world. Describe your language, including at least the following information:

  1. The date of the texts) you have found and the place of discovery;
  2. The outcomes of all the PIE sounds — consonants, vowels, and diphthongs – in your language. Include at least two sound changes that are conditioned, ie., that happened only in particular phonetic environments (some of the conditioned sound changes that weve talked about are rhotacism in Latin, umlaut in Germanic, Verners Law, and palatalization. Be sure to specify what the phonetic environments were (beginning of a word, between vowels, before a front vowel, wordfinally, etc. etc.);
  3. The outcomes of these PIE forms: *ph2tḗr ‘father’, *mātēr ‘mother’, *bhrātēr ‘brother, *su̯esór ‘sister’, *pods, *ped ‘foot’, *mūs– ‘mouse’, *kwel- ‘to turn’, *h3erbh- ‘transfer’ to another sphere of ownership’, *k̂léu̯os fame, *u̯lkwos ‘wolf’, *̑gheimōn ‘winter’, *sneigwh ‘snow’
  4. A brief description of the nominal system, including: what cases are preserved; what numbers; what genders; the general fate of athematic and thematic nouns;
  5. A brief description of the verbal system, including: what tenses are preserved; what numbers; the general fate of athematic and thematic verbs, of the aorist, and of the perfect;
  6. The paradigm in the singular and 3rd plural of the descendant of *h1es- ‘be’ in the present tense, *bher- ‘carries’ in the present tense, and *u̯oide ‘knows';
  7. A sample text in your language of a dozen words, including at least half that have an IE etymology and are different from the ones you give in (3) above;
  8. Some brief remarks about the culture, mythology, society, etc. of the people that spoke your language.

Serieus. Als ik gelijk vijfentwintig jaar jonger was, ik ging dit meteen studeren.

De tweede helft van het boek, waar de takken van het Indo-Europees apart besproken worden (niet alleen de vroegste vormen maar ook meer recente, trouwens), is trouwens hoofdstuk per hoofdstuk te lezen, en hoofdstuk per hoofdstuk machtig interessant. Met telkens geschiedenis en uitleg over de taal(familie), hoe ze geëvolueerd is uit het Proto-Indo-Europees (in fonologie, morfologie en syntax), met een overzicht van de verschillende talen in de familie (geschiedenis, grammatica, zwaar geannoteerde voorbeelden), en literatuurlijst.

Zeer zeer wijs. En een fijn boek om in huis te hebben qua naslagwerk.

[van op Boeggn]

Gelezen: HHhH

woensdag 3 juni 2015 in Boeken. Permanente link | 2 reacties

hhhh-laurent-binetZoho: ik had Jonathan Strange & Mr. Norrell gelezen, opgemerkt dat ik het bijna ongelooflijk vond dat het een debuut was, en daarop zei Gerrit dat hij HHhH ook een sterk debuut vond.

Meer dan dat heb ik niet nodig, en met dank aan de geneugten van het digitaal kopen: naar de winkel gegaan, klikety-klik, hopla, instant gratification.

Gerrit had geen ongelijk. Ik vind het niet ongelooflijk dat het een debuut is — het leest fris en onbevangen, tegelijkertijd pretentieloos en op een charmante manier net wel heel pretentieus — maar ik heb er zeer van genoten.

HHhH staat voor Himmlers Hirn heißt Heydrich: het brein van Himmler is Heydrich. Heydrich is een bepaald akelig mens, die het schopte tot baas van het SS-Reichssicherheitshauptamt (waar onder meer ook de Gestapo onder viel), die de Kristallnacht organiseerde en achter de Nacht van de Lange Messen zat, die verantwoordelijk was voor de Einsatzgruppen (SS-doodseskaders, hoezee), die de Wannseeconferentie voorzat (die van de Endlösung), en die op het einde de baas was Bohemen-Moravië.

Daar pleegden Tsjechoslovaakse spionnen een aanslag op hem, en hij stierf kort erop aan een ontsteking.

Laurent Binet schrijft het verhaal van de aanslag op Heydrich. En terwijl hij dat verhaal schrijft, schrijft hij het het verhaal van het schrijven van het verhaal van de aanslag op Heydrich. Ja, het soort postmoderne nonsens en zelfbewuste dinges waar ik normaal gezien al op voorhand zenuwstuipen van krijg.

Maar het is, zoals ik zei, zó charmant en eenvoudig gebracht, dat ik er helemaal voor val. Serieus, neem nu een opmerking als deze, nadat hij het had over Emanuel Moravec en de sluiting van de scholen en universiteiten ten voordele van sportkampen:

Ce discours m’inspire trois remarques :

  1. En Tchéquie comme ailleurs, l’honneur de l’Education nationale n’est jamais aussi mal défendu que par son ministre. Antinazi virulent à l’origine, Emanuel Moravec est devenu après Munich le collabo le plus actif du gouvernement tchèque nommé par Heydrich, et l’interlocuteur privilégié des Allemands, bien davantage qu’Emil Hácha, le vieux président gâteux. Les livres d’histoire locale ont pris l’habitude de le désigner sous le terme de « Quisling tchèque », du nom de ce fameux collaborateur norvégien, Vidkun Quisling, dont le patronyme, par antonomase, signifie désormais « collabo » dans la majorité des langues européennes.
  2. L’honneur de l’Education nationale est bel et bien défendu par les profs qui, quoi qu’on puisse en penser par ailleurs, ont vocation à être des éléments subversifs, et méritent qu’on leur rende hommage pour cela.
  3. Le sport, c’est quand même une belle saloperie fasciste.

Right on. :)

Ik heb er geen enkel idee van in hoeverre het auteur-personage een pose is. Is hij écht zo anachronistisch Tsjechoslovaaks nationalistisch/nostalgisch? Als hij karikaturen neerzet (Himmler, pakweg), is dat omdat hij niet beter kan of omdat hij niet anders wil? Is het allemaal écht, zijn ‘sociaal incapabele Michiel’-schtick, of doet hij maar alsof? Ik had er tijdens het lezen vragen over, maar het stoorde me niet genoeg om me tegen te steken.

Binet schrijft hoe hij jaren en jaren aan een stuk obsessief alle mogelijke documentatie heeft verzameld, hoe hij twijfelt aan de manier waarop hij het verhaal moet schrijven, hoe hij wanhoopt dat het hem niet zal lukken, wat hij aan het doen is, bijna hoofdstuk per hoofdstuk en soms paragraaf per paragraaf:

Cette scène n’est pas forcément très utile, et en plus je l’ai pratiquement inventée, je ne crois pas que je vais la garder.

Het klinkt meer gekunsteld dan het is: de stem van de auteur evolueert mee met het boek. Ik heb de indruk dat het in het begin meer gaat over details en methodologie, dat het daarna naar kritiek van andere schrijvers en zelftwijfel overgaat, tot hij ergens voorbij de helft ‘beseft’ wat hij aan het doen is:

Je crois que je commence à comprendre : je suis en train d’écrire un infra roman.

…en dat hij op het einde in dialoog gaat met zijn personages, ze aanmoedigt, bijna van plaats met hen verwisselt en finaal uit de weg gaat en het verhaal zelf laat gebeuren.

Spannend en ontroerend ook, zelfs al weten we van het begin hoe het zal eindigen. En verrekt ingenieus: er moet een hele stapel informatie in ons hoofd geduwd worden, van interne Tsjechoslovaakse politiek over appeasement, de structuur van Nazi-Duitsland, het verloop van de oorlog, tot de structuur van spionage- en verzetsnetwerken en de levens van uiteindelijk bijna-onbekende partisanen.

Dat die hele infodump mét zijn metaverhaal helder en bijzonder aangenaam leesbaar blijft, is meer dan een verdienste.

Aangeraden!

[van op Boeggn]

Gelezen: La naissance du français

zaterdag 30 mei 2015 in Boeken. Permanente link | 2 reacties

NaissanceIk wist niet goed wat te verwachten van dit fascikuul uit de reeks Que sais-je? — ik vermoedde dat het iets even beknopt en van een even hoge informatiedensiteit als het boekje over het Manicheïsme zou worden, maar niets was minder waar.

Bernard Cerquiglini schrijft leutig. Hij leest zichzelf ook graag, denk ik, of tenminste: hij schrijft het graag in een stijl die als ‘iéts uitgebreider dan telegramstijl’ kan omschreven worden. Dit is hoe hij het heeft over de overgang van enkel-gesproken-taal naar geschreven-taal:

Quand apparaissent les premiers textes, tout modestes qu’ils soient, des formes sont lisibles, ou reconnaissables sur le parchemin, le soleil de l’écriture, en son aurore, éteint les étoiles de la reconstruction. La mise en écrit du français n’est toutefois pas tenue pour une étape ni une rupture : le français est finalement « attesté », on possède enfin quelques documents sur l’état de langue, ce qui assoit les hypothèses. Tout au plus on le signale en note, et on convoque les philologues. Car pour la linguistique historique, ces documents ne sont pas fiables. Copiés, recopiés, filtrés par les habitudes latines des scribes, ces textes ne renvoient pas directement à la langue de la pratique quotidienne (et le moyen qu’ils le fissent ?), à cette parole vraie que la linguistique historique incessamment recherche. Il convient donc de critiquer ces documents, de leur faire rendre raison de la parole enfouie qu’ils recèlent, de faire surgir ce qui, parfaitement et originellement, fut. C’est le travail de la philologie, archéologie de l’origine, qui vient curieusement reconstruire là où l’on pouvait enfin se passer de reconstruction.

Ik kan mij inbeelden dat het voor veel mensen lastig of zelf onaangenaam zou kunnen overkomen, maar ik heb dat graag.

Het duurt denk ik tot de helft van het boek voor het eerste stukje proto-Frans valt. Daarvoor gaat het over de manieren waarop er gezocht werd naar de geboorte van het Frans, en de discussies tussen verschillende scholen.

En eens het over het eerste Frans gaat, zitten we meteen in 842 met de Eed van Straatsburg (historische context, aanleiding, inhoud), en voor we het goed en wel beseffen, is het boek gedaan.

Samenvattende these voor Cerquiglini, die zich daarvoor baseert op beter gedocumenteerde analoge situaties met het Italiaans: in tegenstelling tot wat ons op school wijsgemaakt is, is het moderne Frans niét ‘de taal van het Isle-de-France’ die zich als een soort inktvlek over de rest van het territorium heeft uitgebreid en in de loop van 1000 jaar de andere lokale dialecten verdrongen heeft. Neen, zegt hij, ‘het Frans’ is, al van zijn allereerste prille begin in 842, een gemaakte taal. Met elementen van verschillende dialecten, maar die ontstaan en gegroeid is als neergeschreven lingua franca, en dus géén geschreven neerslag van een ooit bestaande taal is.

Het ontstaan van het Frans is een politieke daad, zegt de man. Huh. Ik zou er eigenlijk meer over willen lezen, nu. Boeiend boekje.

[van op Boeggn]

Gelezen: Le manichéisme

dinsdag 26 mei 2015 in Boeken. Permanente link | Eén reactie

ManichéismeSnel! Wat zegt u “manicheïsme”? Iets met gnostisch gedoe, iets met dualisme, iets rond Perzië in de derde eeuw, gesticht door Mani, en veel verder kwam ik ook niet echt.

Een mens kan dan Wikipedia en andere navlooien, maar als het kan: altijd een goed idee om er een Que sais-je? tegen aan te smijten. Dat is handig en beknopt (128 bladzijden, niet meer, niet minder), dat is goedkoop, dat is meestal redelijk state of the art, en dat is wat men noemt ‘haute vulgarisation': het behandelt zijn lezers niet gelijk kleine kinderen.

Bij mijn ouders stonden er hele reeksen van die ik enorm graag las (hello, compendium aan nutteloze feiten in mijn hoofd); Le manichéisme is boek nummer 1940 van de ondertussen meer dan 4000.

Tardieu houdt het sec: een biografie van Mani, een overzicht van zijn werken, de organisatie van de Kerk, een overzicht van de theologische mythologie. Zeer opvallend: géén nadruk op het gnostische en het dualisme waar manicheïsme later min of meer sysnoniem van werd, maar wel op de manier waarop Mani tot zijn wereldbeeld kwam, en op de rijke inhoud en esthetiek.

Enorm boeiend, hoe Mani uit een joods-christelijke sekte, met enorm veel invloeden van overal — van boeddhisme tot zoroastrisme, van apokriefen uit Oud en Nieuw Testament — een volledig eigen godsdienst maakt. Met een volledig en zeer zorgvuldig uitgedokterd systeem van rangen en standen, van ritussen en gebruiken.

Een godsdienst om alle bestaande godsdiensten te vervolledigen, waar Mani zelf de sluitsteen van de profeten is. Met nadruk op ascese, eerlijkheid, en schoonheid. Hij vond een prachtig schrift uit om zijn boeken in te schrijven, hij tekende en schilderde, zijn mythes zijn meer poëzie dan theologie.

En hij had enorm veel succes: van Noord-Afrika (Augustinus was eerst een manicheïst!) en Rome tot in China waren er bloeiende Kerken van Mani.

Tardieu gaat niet verder dan een beknopte tijdlijn van het manicheïsme na Mani, en ik had ook graag meer voetnoten gehad in plaats van een (toegegeven, degelijke) bibliografie op het einde, maar behalve dat: zeker meer dan de moeite waard voor een regenachtige namiddag ergens.

[van op Boeggn]

Gelezen: Jonathan Strange & Mr. Norrell

vrijdag 22 mei 2015 in Boeken. Permanente link | 5 reacties

strangeHet boek speelt zich af in een alternatieve versie van onze wereld, waar magie bestond en nu (begin de jaren 1800) bijna helemaal verdwenen is. Er zijn nog wel tovenaars, maar het zijn theoretische tovenaars, die ongeveer evenveel met magie te maken hebben als vrijmetselaars met mortel. Praktische tovenaars bestaan niet meer, of dat denken de meeste mensen tenminste.

Een paar honderd jaar geleden verdween John Uskglass, The Raven King, die 300 jaar lang Koning was van Noord-Engeland, de Elfenwereld en een Derde Wereld (misschien wel een stuk van de Hel, misschien iets anders) — en met hem verdween langzaamaan de echte magie uit de wereld.

Tot nu: Mr. Norrell, een vreemde eenzaat met een enorme bibliotheek, heeft zichzelf over tientallen jaren magie geleerd. En niet veel later inspireert hij Jonathan Strange, in uitzicht en karakter zowat zijn volledig tegenbeeld.

Norrell verhuist naar Londen en begint er voor de regering te werken, en Jonathan Strange wordt zijn leerling. Volgen avonturen in de Napoleontische oorlogen, esbattementen met ontvoeringen door elfen, eeuwenoude voorspellingen die uit lijken te komen, en voortdurend op de achtergrond: The Raven King.

Norrell wil hem het liefst doen vergeten door de wereld, Strange het omgekeerde, maar hoedanook: over en onder en achter alles lijkt John Uskglass te zitten.

Meer dan de moeite waard. Er is tegenwoordig een tv-reeks van, die op het eerste zicht van de eerste aflevering redelijk dicht bij het origineel zit. Kijken!

En behalve dat: dit is een boek dat ik nu al voor de derde keer lees, en voor de derde keer zou ik willen dat het nog niet gedaan was. Een debuutroman, maar wat voor één. Wellicht niet voor iedereen (het komt op het allereerst gezicht wat oubollig over, en met voetnoten die soms hele bladzijden lang zijn), maar ik vind het fantastisch goed.

[van op Boeggn]

Gelezen: The Master and Margarita

woensdag 29 april 2015 in Boeken. Permanente link | 2 reacties

master-and-margaritaHebt ge dat ook soms, zo van die halve paniekaanvallen van “aargh al die klassiekers die ik eigenlijk zou moeten gelezen hebben maar die ik nog niet gelezen heb”?

Ik anders wel, om de zoveel tijd. En als een boek omschreven wordt als “Many critics consider it to be one of the best novels of the 20th century, as well as the foremost of Soviet satires”, dan is dat voor mij voldoende om op de lijst ‘dan eens te lezen, dan’ gezet te worden.

Het valt niet altijd mee, van die boeken die enorm goed gevonden worden, maar deze keer wel. Er staat meer dan een mens wil weten op de Wikipediats; het punt is: ik heb het graag gelezen, het verhaal van de Duivel die naar de USSR komt, verweven met het verhaal van Pontius Pilatus en zijn schuldgevoel.

Ik ben content dat ik nog naar de Sovjetunie gegaan ben vóór het einde van het communisme: dat maakt dat ik er mij alsnog wat meer in kan inleven, de histories van buitenlands geld en achterdocht en verlinking.

Neen, leutig boek. Oh, en goed ook, veronderstel ik.

[van op Boeggn]

Gelezen: Wandering Earth

woensdag 22 april 2015 in Boeken. Permanente link | 2 reacties

wandering earthSnel, wat hebben deze drie fragmenten met elkaar gemeen?

“Standing under the summit of a tall, white mountain, she declared that this new kingdom would be known as ‘Realm of the White Mountain’,” he said grandly.

“Our civilization, let’s just call her ‘the God Civilization’, existed long before Earth was born.”

It had become the Curse 2.0. The original creator of the Curse 1.0 now became known as “Curse Progenitor” and the IT-archeologist who update the code was tagged as “Curse Upgrader”.

Drie keer schoolvoorbeelden van waar ik me toch redelijk aan gestoord heb in Wandering Earth, een verhalenbundel van Cixin Liu: expositie, expositie, expositie, en “deze gebeurtenis/persoon/ding, die de naam ‘gebeurtenis/persoon/ding X’ kreeg, …”.

Akkoord dat dat tweede typisch Chinees is, waarschijnlijk omdat er dan in de plaats van ‘gebeurtenis/persoon/ding X’ een ideogram staat dat de gebeurtenis/persoon/ding aanduidt in de rest van het verhaal en dat zonder die uitleggende context niet te begrijpen zou geweest zijn, maar het komt te veel voor, en te nadrukkelijk. Zowat alles wordt omschreven, en dan ‘genoemd’. Ik denk dat een goede vertaler dat zou achterwege gelaten hebben.

Blijft over: expositie, expositie, expositie. Cixin Liu schrijft sciencefiction met wetenschap van de jaren-nu, maar verhaaltechnisch voelt het allemaal zeer amateuristisch aan. Show, don’t tell is niet aan hem besteed: is er bijvoorbeeld een ruimteschip op weg naar de Aarde om de planeet op te vreten, dan komt er eerst een gezant van een al opgegeten planeet (die ettelijke pagina’s lang alles wat er met zijn planeet gebeurde van naaldje tot draadje uitlegt), en dan een gezant van het ras dat de Aarde zal verwoesten (die naar de Verenigde Naties trekt, en daar nog eens ettelijke pagina’s aan een stuk het verhaal over doet).

De verhalen zelf vind ik ook, mja, oubollig. Een reuzengroot ruimteschip komt aan, één man zwemt (!) naar waar het ruimteschip zweeft, krijgt in ik-weet-niet-hoe-lange lap tekst een volledige geschiedenis van de samenleving van het ruimteschip, en dat is dat. Een virus begint onschuldig en eindigt als een beschavingseindigende artificiële intelligentie. Een soort fabel van technologische mieren en technologische dinosaurussen, die eindigt in wat al van het begin doorgetelefoneerd was: de uitroeiing van de dinosaurussen 65 miljoen jaar geleden.

Zucht ja: doorgetelefoneerde verhalen. Ik had soms de indruk dat ik een slechte Aster Berkhof aan het lezen was die een oude Asimov aan het navertellen was in een De Beste Vlaamse SF Van Het Jaar 1979-bundel.

Niet dat de ideeën slecht zijn, verre van. Maar ik persoonlijk zou de helft van de verhalen in Wandering Earth laten vallen, en de andere helft ofwel tien keer korter in een “hier, dit zou nog eens een idee zijn voor een wijs boek”-powerpoint gezet hebben, ofwel tien keer langer in een “hier, een volledige wereld die we samen aan de hand van een aantal personages gaan ontdekken” geschreven hebben. En niet met telkens die ellendige alwetende verteller die letterlijk vertelt in de richting van een luisteraar in het verhaal, zonder de minste interactie.

Neen. Niet content.

Ik ben er met te veel verwachtingen aan begonnen, vrees ik. Ik zou dit heel graag gelezen hebben in 1979, ongetwijfeld. Maar anno 2015 is het me te gemakkelijk en te oppervlakkig.

[van op Boeggn]

Gelezen: Pnin

donderdag 9 april 2015 in Boeken. Permanente link | 2 reacties

PninIk zit al sinds gisteren met Pnin in mijn hoofd. Arme Pnin.

Pnin is een karikatuur van een mens, kaal, te gespierd bovenlijf, dunne beentjes, vrouwelijke voeten. Pnin spreekt een vreemd soort Engels, vol Russische constructies, en Franse en Duitse klanken. Pnin wordt geleefd, door zijn ex-vrouw, door zijn collega’s aan de universiteit.

His life was a constant war with insensate objects that fell apart, or attacked him, or refused to function, or viciously got themselves lost as soon as they entered the sphere of his existence. Pnin is belachelijk, en hij beseft het zelf niet.

Aan de oppervlakte is dat de indruk. Het boek is een reeks vignetten, die in schuifjes gepubliceerd werden in The New Yorker, en dan aan elkaar geschakeld werden voor het boek: Pnin neemt de verkeerde trein, Pnin huurt een kamer, Pnin komt zijn ex-vrouw tegen, Pnin is op bezoek bij andere Russische émigrés, Pnin geeft een feest.

Een reeks bijzonder grappige vignetten — die Pnin toch! is telkens de ondertoon — maar gaandeweg lijkt het alsof er een zeer ongelijke strijd aan de gang is. Pnin wordt door de verteller neergezet als een karikatuur, maar door de kieren van het verhaal komt er een andere mens tevoorschijn, en wordt het alsmaar duidelijker dat de verteller niet erg te vertrouwen is.

De verteller is een smeerlap, die ik verdenk van een afrekening met Pnin. Waar Humbert Humbert uit Lolita achter zijn zelfopgebouwde façade een sléchte mens is,  blijkt Pnin een in-goede mens te zijn.

Zijn ex-vrouw zadelt hem op met haar zoon uit een tweede huwelijk, en Pnin doet zijn uiterste best om hem te helpen: ontroerend, hoe hij voor zijn eerste bezoek een boek gaat kopen en een voetbal, en als dan blijkt dat de zoon niet graag voetbalt, loopt hij snel naar boven, steekt hij de voetbal weg en geeft hij hem geld in de plaats. De verteller gebruikt de episode als een illustratie om nog eens door te drukken hoe onhandig Pnin wel is (hij breekt half de kamer af terwijl hij die voetbal wegsteekt), maar wat blijft hangen, is de ontroering.

Hij is ook niet zo’n kluns als de verteller hem neerzet: als hij bij zijn Russische vrienden is, is hij plots geen belachelijke nar meer, maar een geliefde, gesofisticeerde en zelfs sportieve man, helemaal in zijn element.

En door en achter alles heen is Pnin ook een dieptragisch figuur, zelfs al blijft hij fundamenteel optimistisch van inborst: zijn eerste grote liefde kwam om in een concentratiekamp (en daar is hij nog altijd niet over); hij trouwde met een vrouw waar hij stapelverliefd op was, maar die hem niet graag zag (en hij is er nog altijd verliefd op).

Een zeer vreemd boek: ik heb enorm veel moeten lachen toen ik het las, en achteraf bleef vooral een vaag gevoel van droevige nostalgie achter.

Ik lees dat Pnin even terugkomt als professor in Nabokov’s Pale Fire. Ik weet al wat op mijn leeslijst te zetten.

En als Pnin nog niet op uw “te lezen”-lijst stond: doen, en wel meteen.

[van op Boeggn]

Gelezen: The Three-Body Problem

zondag 5 april 2015 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

Three BodyIk lees niet graag vertaalde boeken. Als een vertaler niet heel, héél goed is, kan die zelfs een uitstekend boek kapotmaken.

Het is hoedanook al moeilijk om een goede vertaling te maken, maar een boek uit een volledig andere cultuur vertalen, brengt nog een resem andere problemen met zich mee. The Three-Body Problem (三體) is deel één in een trilogie van China’s wellicht meest bekende sciencefictionschrijver, en we kunnen er korte metten mee maken: ik vind het alvast zeer goed vertaald.

Soms is er in de tekst zelf ingegrepen (met instemming van de auteur), en er zijn soms voetnoten nodig om de specifieke context uit te leggen, en de vertaling balanceert tussen vlot Engels en toch ergens de nodige vervreemding van een niet-Engels origineel. Zeer fijn.

Twee hoofdpersonages in het verhaal: Ye Wenjie, astrofysicus en dochter van een tijdens de Culturele Revoluytie geëxecuteerde wetenschapper, en Wang Miao, een onderzoeker in nanotechnologie.

Ye wordt eind de jaren 1960 verbannen naar een houtkapgebied. Ze raakt er gedegouteerd van de vernietiging van de natuur, leest The Silent Spring, dat haar vriend Bai Mulin naar het Engels aan het vertalen was, en ondersteunt hem als hij een vlammende brief naar Beijing stuurt over de ecologische gevolgen van de ontbossing.

De regering is niet zo opgezet met de brief, en Bai steekt het helemaal op Ye. Die normaal gezien in de gevangenis zou vliegen (of erger), maar met haar wetenschappelijke achtergrond krijgt ze de keuze: gevangenis, of de rest van haar leven in een supergeheime wetenschappelijke basis. Redelijk teleurgesteld in de mensheid, kiest ze redelijk vanzelfsprekend het tweede.

In de nabije toekomst plegen een hele reeks vooraanstaande wetenschappers en onderzoekers zelfmoord. Wang Miao raakt in het onderzoek betrokken: blijkt dat een game een belangrijke rol speelt. The Three-Body Problem, een soort simulatie van een beschaving op een planeet die nu eens gewone dagen en seizoenen kent, en dan weer chaotische periodes van onvoorspelbare zonsopgang en -ondergang, met soms volledige verbranding of bevriezing van de planeet tot gevolg.

Terwijl Wang het spel speelt en alsmaar verder raakt — uiteindelijk komt hij er achter dat het om een planeet in een systeem met drie sterren gaat — blijkt dat er iets mis is met een aantal natuurwetten op Aarde. En ziet Wang plots een countdown op foto’s die hij neemt. En iets later, ziet hij diezelfde countdown in zijn gezichtsveld. En wordt hem gevraagd om te stoppen met zijn onderzoek in nanotechnologie; door wie precies: niet duidelijk.

Een fijn boek van klassieke harde sciencefiction. Het was al heel lang geleden dat ik er nog zo eentje gelezen had.

Wachten op de vertaling van deel twee en drie, verdorie. Met aliens en al!

[van op Boeggn]

Zoek

<insert standard disclaimer>

Alles wat hier staat is mijn eigen opinie. Het wordt niet nagelezen of goedgekeurd door mijn werkgever voor het on-line komt, en ik bied geen enkele garantie voor kwaliteit of correctheid.

Mijn werkgever is het niet noodzakelijk eens met wat ik schrijf, en het spreekt vanzelf dat hij dan ook op geen enkele wijze aansprakelijk kan zijn voor wat ik hier publiceer.

Ter info

Eén van mijn e-mailadressen is michel [at] zog punt org. Normaal gezien antwoord ik daar, buiten de kantooruren, onmiddellijk op.

Valideert, in principe: css & xhtml.
Gemaakt met WordPress.
Syndicatie: Entries (RSS) en commentaar (RSS).



ISSN 1780-1338