Zo schrijf ik een persbericht

donderdag 7 maart 2013 in Sonstiges. Permanente link | 15 reacties

Ik kreeg vanmiddag een persbericht binnen, via de redactie van Gentblogt. Zoals elke dag, want er worden stapels persberichten naar Gentblogt gestuurd, voor vanalles en nog was. 

Persberichten zijn een raar beestje: eigenlijk is het de bedoeling dat zo’n ding rechtstreeks kan gecopy-pasted worden in een krant, en dat zie je dan ook meer dan vaak gebeuren. Gewoon, woord voor woord en zin voor zin.

Ik beeld mij daar dan bij in dat een persbericht is wat een speech was honderd jaar geleden. En net daarom vind ik het eindeloos fascinerend om die dingen te proberen begrijpen. 

Hier komt het:

“Riante onkostenvergoeding voor 7 Gentse OCMW-topambtenaren”

Zeven topambtenaren van het OCMW van Gent krijgen vanaf dit jaar een riante onkostenvergoeding voor dienstverplaatsingen die ze nooit doen. Dat werd met goedkeuring van de OCMW-voorzitter Rudy Coddens (sp.a) beslist.

Het is nogal wiedes dat wanneer personeelsleden kosten maken in het kader van hun dienstbetrekking, dat deze vergoed worden. Vele personeelsleden van het OCMW van Gent doen nu eenmaal regelmatig een dienstverplaatsing met hun eigen vervoermiddel en het OCMW vergoedt hen daarvoor. Aan het begin van elk jaar wordt op basis van de dienstverplaatsingen in het verleden, een kilometercontingent per werknemer afgesproken. Dat gaat van 300 km tot 2.000 km per jaar en dat komt neer op een jaarlijkse bijkomende vergoeding van 100 tot 660 euro. Een aanvaardbaar bedrag.

Maar, zeven topambtenaren van het OCMW van Gent krijgen een onredelijk groot forfaitair – ze moeten hun kilometers dus nooit bewijzen – kilometercontingent van 24.000 km tot 30.000 km toegewezen. Dat komt overeen met een bijkomende belastingvrije vergoeding die schommelt tussen 8.000 en 10.000 euro per jaar. Omgerekend krijgen deze topambtenaren dus bovenop hun wedde een vergoeding van 660 tot 825 euro per maand, een surplus ongeveer ter waarde van een leefloon voor een alleenstaande. Dat is totaal buiten proportie aangezien ze met dergelijk kilometercontingent verondersteld worden om dagelijks 100 tot 125 km aan dienstverplaatsingen te doen. En dat grote aantal kilometers doen ze – voor alle duidelijkheid -niet.

Pittig detail ter vergelijking, zelfs de bodes van het OCMW van Gent die dagelijks een ronde doen van alle OCMW-sites rijden niet meer dan ongeveer 70 km per dag. Het is dus zeer onwaarschijnlijk dat die 7 OCMW-topambtenaren, die toch het gros van de tijd in hun kantoor horen te werken, die kilometers effectief zouden rijden.

Terzijde, maar daarom niet minder belangrijk, is te weten dat de Gentse OCMW-topambtenaren wel eens verplaatsingen voor derden doen (voor bijvoorbeeld de VVSG, Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten). Die kosten worden in de regel al door die derde vergoed. Dat kan dus geen element zijn in het vaststellen van dat overmaatse kilometercontingent, laat staan aanleiding geven tot een dubbele onkostenvergoeding.

“Het geeft een wrang gevoel dat in tijden van schaarste het OCMW van Gent zo kwistig met de middelen omspringt”, zegt OCMW-fractievoorzitter voor de N-VA, Ronny Rysermans. “Maar niet alleen dat, dat het OCMW van Gent enerzijds een beleid voert om het gebruik van de wagen zo veel mogelijk te vermijden, en anderzijds kilometervergoedingen uitdeelt aan de topambtenaren voor kilometers die nooit gereden worden, is op zijn minst merkwaardig te noemen”, besluit Ronny.

Bon, om te beginnen, los van alle doorschijnende retorische trucjes, de eigenlijke informatie in dit persbericht: zeven ambtenaren van het OCMW in Gent krijgen een forfaitaire kilometervergoeding van 660 tot 850 euro per maand

Ik weet niets van de grond van de zaak af, maar mijn eerste vraag als ik dat zou horen, zou zijn: 

“forfaitaire kilometervergoeding”, is dat niet gewoon een belgicisme voor “een stuk loon extra, omdat we vinden dat die ambtenaren dat waard zijn, maar dat het wegens de stroeve barema- en andere regels onmogelijk is om die mensen een ook maar ergens marktconform loon te betalen”?

Ik zou mij ook afvragen wat het totale loon is van die ambtenaren, hoe dat zich verhoudt tot hun verantwoordelijkheden en bevoegdheden, en of er daar ergens een probleem is.

Hypothetisch, als de voorzitter van het OCMW niet (sp.a) achter zijn/haar naam had staan maar (N-VA), en als al de rest hetzelfde was gebleven, zou je misschien ook een persbericht kunnen schrijven met de elementen:

  • goede ambtenaren worden onderbetaald
  • de erfenis van decennia PS-staat Belgique is de reden dat wij relatieve hongerlonen moeten geven aan cumulards, en quand tous les dégoûtés s’en vont, il ne reste que les dégoûtants
  • wegens groen fundamentalisme kunnen we zelfs een standaard-extralegaal voordeel als een bedrijfswagen niet meer geven!
  • de erfenis van paarse reglementitis uit het verleden zorgt ervoor dat onze enige “uitweg” iets absurds is  als een kilometervergoeding voor kilometers die nooit zullen gereden worden
  • tijd voor een grondige herevaluatie van de verloning van ambtenaren, en de efficiëntie en motivatie van dit onmisbaar onderdeel van ons Vlaanderen, los van de oekazen van vakbonden en andere ons-kent-ons-clubjes
  • misschien moeten we de taken van het OCMW wel gewoon aan privé-ondernemingen geven, want zo kan het niet meer

Hypothetisch, zeg ik wel, want ik weet écht niet hoe het zit. Maar mijn punt is: na het lezen van het persbericht hierboven weten we dat ook niet. N-VA klaagt een symptoom aan, maar zegt niets over de context of de oorzaak of de oplossing van een eventueel probleem. 

Gaat het om ambtenaren die teveel betaald worden? Moet geld anders besteed worden? Is er verspilling? Het zou mij verbazen als dat niet zo zou zijn. God weet dat een instelling die decennia lang door dezelfde groep mensen gerund wordt, niet noodzakelijk een garantie is dat de beste persoon altijd op de juiste plaats zit, ahem. Maar zég dat dan. Met man en paard: “7 hoge ambtenaren worden teveel betaald voor het werk dat ze maar doen, en wij stellen voor om daar dít aan te doen”. Maar neen.

Het persbericht is één feit waarvan de het fijne niet weten, omgeven door populismen en bij gebrek aan betere Nederlandstalige term weasel words. En nonsens, ook: in het stukje “dat het OCMW  enerzijds een beleid voert om het gebruik van de wagen zo veel mogelijk te vermijden, en anderzijds vergoedingen uitdeelt voor kilometers die nooit gereden worden, is op zijn minst merkwaardig te noemen” is, op de keper beschouwd, vooral de redenering van de schrijver op zijn minst merkwaardig te noemen. 

En nog los van dat is het een typevoorbeeld van het bos en de bomen (nog maar eens een  vind ik geen betere term voor het Engelse “bikeshedding“): tijd verliezen aan dingen die in het grotere beeld niets betekenen, maar waar erg druk over kan gedaan worden. 

Met een budget van weliswaar vele tientallen miljoenen euro’s maar dat toch nooit genoeg zal zijn voor alles, met wezenlijke problemen bij grote groepen van de bevolking, met een hele reeks harde en moeilijke keuzes te maken, ben ik vooral op zoek naar een visie. Een beeld van de toekomst, van waar we naartoe moeten. In de verschillende verkiezingsprogramma’s vorig jaar stonden allerlei verschillende visie — ja, zelfs bij N-VA, als je voorbij de bakken venijn las. 

Maar neen. We moeten het hiermee doen. 

Nee, serieus…

dinsdag 8 augustus 2006 in Internet. Permanente link | 20 reacties

Zo “discussiëren” over het internet, da’s toch maar een rare zaak.

Als ik tegen mensen die ik ken over iemand iets zeg als “zo nen homo, maat”, dan is het redelijk duidelijk dat ik niet wel zeggen dat die mens de griekse beginselen toegedaan is. Net zoals iemand die op een welgemikte “da ne spast, maat” wordt getrakteerd, ook wellicht geen cerebrale parese zal hebben.

Redelijk duidelijk, ook op het internet, denk ik toch.

Hetzelfde geldt als ik zeg dat honden dom zijn en stinken. Ik ben een kattenmens: als ik kan kiezen tussen een kat als huisdier en een hond, dan zal ik altijd voor de kat kiezen, zelfs als dat de meest gemene kat is en de liefste hond. Ik ben uiteraard niet tégen honden. En ik vind ze uiteraard niet écht allemaal dom, en ze stinken natuurlijk niet écht allemaal.

Het internet het internet zijnde, is dàt al niet meer zo duidelijk. De meeste mensen zullen wel begrijpen dat als ik zeg Eskimo’s zijn fuckers en ze stinken, dat dat om te lachen is, maar blijkbaar zijn er heel veel mensen die het moeilijker hebben als het over honden gaat: lighten up, mensen.

…maar soms is het voor niémand meer duidelijk wanneer het om te lachen is en wanneer niet. Kijk, is dit om te lachen?

als ik zoals meneer vuilstekende rotte tomaten laat rondslingeren in mijn tuin kan ik ook veel beestjes fotograferen. een goede raad aan meneer vuilsteken is zijn achtertuin wat proberder te houden; zijn buren zullen hem hiervoor dankbaar zijn. vuile rat

Mijn naam verkeerd schrijven, de allusies op “vuil” (waf waf, dié had echt nog nóóit gehoord!), afsluiten met “vuile rat”… ik heb er geen probleem mee, het raakt me niet echt, maar was het bedoeld om te lachen? Of was het een poging te kwetsen?

Geen idee. En ik denk dat niemand het kàn weten buiten de schrijver van de reactie zelf.

Het is met ruzie maken net zoals met oorlog: eens het vechten niet meer in persoon moet gebeuren, eens je de vijand niet meer eigenhandig de strot moet oversnijden c.q. de darmen uit het lijf stampen, dan pas wordt het mogelijk om op grote schaal miserie te kweken.

Niet dat ik van die mini-achtentwintig-uur-stormpjes in de wat-heet-blogosfeer wil vergelijken met oorlog, maar toch.

Herinner u deze episode: half denken dat het ruzie is en half niet weten wat gedacht. Fast forward een paar uur, en we hadden een meeting-in-‘t echt voorgesteld. Een maand later in ‘t echt elkaar gezien, en de rest, zoals men zegt, is geschiedenis.

Het punt?

Communicatie over het internet, het lukt nog niet goed. Het internet als geschreven communicatie, brieven, romans, gazetten en zo: dat gaat. Daar zijn geplogenheden voor. Afspraken.

Als Tessa Vermeiren schrijft, dan is het duidelijk wat ze bedoelt. Niet moeilijk: het had net zo goed in de “echte” Knack kunnen staan, het is zuiver magazinetaal. Zonder negatieve of positieve bijklank hoor: het is een stuk dat op zich staat, je hoeft er mevrouw Vermeiren niet voor te kennen of je de rest van Knack niet te lezen om het te situeren, behalve misschien in zeer ruime zin.

Als ene “Zeveraar” schrijft (in mijn richting, naar aanleiding van ik die Stijn Meuris een grote meneer, begenadigd schrijver en wellicht ook journalist vind, maar een idioot als hij zomaar poneert dat alle sciencie ficiton per definitie flut is):

Eerst overreageren op een terechte en eigenlijk grappige reactie van Meuris, en dan zeggen dat het maar voor de grap is. Ik vind dat een beetje makkelijk. Het draagt ook absoluut niks bij, en ‘t is niet bepaald constructief en stoer om een gewaardeerd artiest op nerdiaanse wijze te kloten. En ik heb het al langer helemaal gehad met de mateloze en domme arrogantie van sommige zogenaamde A-listbloggers.

En ach, wat die Gentenaren betreft: volgens mij kampen ze met een minderwaardigheidscomplex of zo. Dat klit ook samen als een ordinaire bende straatboefjes. ‘T is mij al van voor het internet bestond duidelijk dat ze niet tegen Antwerpenaren kunnen. Klein-provinciale afgunst tegenover de metropool zekerst? Gewoon negeren, want ‘t stad is van A.

…dan is het zéér eenvoudig om daar meteen in polemiek tegen te gaan: jamaar het was écht voor de grap! Allez ziet ge niet dat ik al meteen daarna gezegd had dat het voor de grap was en dat ik zijn standpunt begreep! En ik ben helemaal niet zo’n zogenaame A-listblogger! En wie zijt gij om te zeggen! En jamaar! En! Euh!

…maar dat is voorbij gaan aan de [ ;-) ] die achter zijn comment staat, en aan de voorafgaande en ongetwijfeld ernakomde commentaren op de entry bij Clopin, en, vooral, voorál, aan Frank, de mens achter ZonderZever, die het honderd procent zeker ironisch bedoelde. [echt waar, daar komt geen giswerk aan te pas, 't is zwart op wit per e-mail gezegd en alles dus dat er nu geen één Gentenaar op die mens zijn dak zit!]

Ik mag hopen dat iedereen het ondertussen door heeft dat niemand het echt kwaad meent in die hele mini-mini-controverse? Toch? Dat ik hoop dat Stijn Meuris het even tongue in cheek zei als ik?

*
*   *

Enfin, bon. Niet dat het daarmee opgelost is, het ruimere probleem natuurlijk. Ik ben niet van plan om al wat ik schrijf in volzinnen in te kleden, met inleiding, context en uitleg erop en eraan.

En dus zal het onvermijdelijk wel nóg boel zijn, ooit.

Misschien een beter systeem van emoticons? Of zoiets?

Geschreven al luisterend naar: The Beatles – Anthology 2, disc 1 – And Your Bird Can Sing

Plumbing new depths

zaterdag 24 juni 2006 in Kinderen. Permanente link | 4 reacties

Of: scaling new heights, natuurlijk.

‘t Was niet genoeg dat Sandra en ik soms via tinternet communiceren, ‘t is nu ook al zover met mijn dochter. :)

Slap

donderdag 9 maart 2006 in Sonstiges. Permanente link | 10 reacties

‘t Is vaak balanceren op een slap koord: laveren tussen bescheidenheid en zelfvertrouwen.

De ene zijn bescheidenheid is de andere zijn valse bescheidenheid.

De ene zijn bescheidenheid is een andere zijn onzekerheid.

De ene zijn bescheidenheid is een andere zijn typisch-Vlaamse kneuterigheid.

De ene zijn bescheidenheid is de andere zijn arrogantie.

En uiteraard…

De ene zijn zelfvertrouwen is de andere zijn misplaatste zelfvertrouwen.

De ene zijn zelfvertrouwen is de andere zijn zelfoverschatting.

De ene zijn zelfvertrouwen is de andere zijn typisch-Hollandse (of Amerikaanse, vul maar in) dikkenek.

De ene zijn zelfvertrouwen is de andere zijn arrogantie.

Ik wil maar zeggen: als je wéét dat er iets is dat je wel kunt, en misschien wel beter dan de gemiddelde mens, maar je weet van jezelf dat je het eigenlijk niet écht goed kunt, naar je eigen normen dan, en je zegt dat dan ook… hoe vermijd je dan dat dat als valse bescheidenheid, kneuterigheid, onzekerheid gezien wordt?

Hoe maak je mensen duidelijk dat als je zegt “dit is echt niet zo goed wat ik hier gedaan heb” dat je dan niet aan het vissen bent achter complimenten? Dat je ook niet bedoelt dat het slécht is, want dat is het niet, maar wel dat het volgens jouw eigen normen beter zou moeten kunnen?

En als je, conversely, weet dat er iets is dat je echt wél goed kunt, en dat ze u op dat vlak echt niets moeten wijs maken, en dat de over-overgrote meerderheid van de mensen die je tegenkomt er in vergelijking met jou niéts van afweet… hoe vermijd je dan dat dat als “stoefen”, dikkenekkerij, arrogantie gezien wordt?

Hoe maak je duidelijk dat als je zegt “dit is hoe het zou moeten”, dat je wel open staat voor suggesties en dat je bereid bent om op alle vragen te antwoorden, maar dat het uiteindelijk zal neerkomen op “dit is hoe het zou moeten omdat ik zeg dat het zo moet en ik weet het beter dan jullie”? Dat dan dan niet wil zeggen dat die anderen allemaal idioten zijn, maar dat jij gewoon toevallig beter bent dan hen, toch zeker op dàt vlak?

Of nog zoiets: één van de eerste stomme regeltjes die ze u in de school voor verkoopstechnieken aanleren, is dat als iemand u zegt “pas op, ik doe het niet voor het geld hé, maar…”, dat dié het zeker wél voor het geld doet. Dat iemand die zegt “ik ben natuurlijk niet de specialist, maar…”, dat dat iemand is die van zichzelf denkt dat hij wél een specialist ter zake is.

Als er dan ergens in een situatie ruwweg twee keuzes zijn, en door die twee keuzes voor te leggen kan het niet anders dan lijken alsof je de andere partij voor het blok zet, hoe maak je dan duidelijk dat dat niet is wat je wil doen? Dan zeg je vermoed net niet “neem dit vooral niet op als een dreigement of als een ultimatum, maar…”?

Ik weet het niet hoor. Ik vraag het me maar af.

Ah ja

maandag 12 december 2005 in Sonstiges. Permanente link | 4 reacties

Nu da ‘k eraan denk: passeert gij eens langs de Colruyt om cola light? Anders wil ik ook wel gaan naar de GB aan de Dampoort—en moet ik dan iets anders nog meepakken?

Ik zal vroeg thuis zijn trouwens, maar ‘t is vanavond wel van vergadering voor Gentblogt trouwens (voor ‘t geval ik zou vergeten zijn dat te zeggen).

[@wannes: zielige mensen, wij? Ha! zie hoe we niet eens meer communiceren via commentaar maar wel via trackback! de toekomst! haha!]

metacommunicatie

Sign of the times

maandag 7 november 2005 in Werk. Permanente link | Eén reactie

Terug op het bureau. 1 New Missed Call, zegt mijn telefoon me.

En mijn Outlook, zelfs al heb ik er tijdens de week vakantie de belangrijkste dingen van gelezen?

Te lezen boodschappen

Tja.

Vriendjes

Zoek

<insert standard disclaimer>

Alles wat hier staat is mijn eigen opinie. Het wordt niet nagelezen of goedgekeurd door mijn werkgever voor het on-line komt, en ik bied geen enkele garantie voor kwaliteit of correctheid.

Mijn werkgever is het niet noodzakelijk eens met wat ik schrijf, en het spreekt vanzelf dat hij dan ook op geen enkele wijze aansprakelijk kan zijn voor wat ik hier publiceer.

Ter info

Eén van mijn e-mailadressen is michel [at] zog punt org. Normaal gezien antwoord ik daar, buiten de kantooruren, onmiddellijk op.

Valideert, in principe: css & xhtml.
Gemaakt met WordPress.
Syndicatie: Entries (RSS) en commentaar (RSS).



ISSN 1780-1338