Nikon doet eens een telelens

donderdag 12 juli 2012 in Foto's. Permanente link | 3 reacties

Ik denk dat het moet zijn omdat ik ooit eens een Nikon heb getest, maar ik krijg van tijd tot tijd nog eens een persbericht van hen binnen. 

Het blijft hopen op een equivalent van Canon’s MP-E 65mm (klik, klik), maar dit klinkt, aan de volledig andere kant van de schaal, toch ook behoorlijk indrukwekkend:

Nikon kondigt vandaag aan dat het een nieuw supertele-objectief met vaste brandpuntsafstand heeft ontwikkeld, als aanvulling op de serie full-frame (FX) NIKKOR-objectieven. Het 800 mm AF-S-objectief, met een groot diafragma van f/5.6 en VR (vibratiereductie)-systeem, is volledig compatibel met het autofocussysteem van alle Nikon-camera’s in FX-formaat en werd ontwikkeld om de NIKKOR-serie met supertele-objectieven verder te versterken. Het objectief beschikt over de langste brandpuntsafstand van alle NIKKOR-autofocusobjectieven en is speciaal ontwikkeld met sport-, nieuws- en natuurfotografen in gedachten. Naast zijn superieure optische prestaties is het objectief ook bestand tegen stof en waterdruppels.

Ahem ja. Klik voor detail:

D4 R147 for DA

Kwaad op foto’s

zaterdag 28 april 2012 in Sonstiges. Permanente link | 2 reacties

“Photoshop”, zeg ik dan maar uit gemakzucht, maar ik bedoel eigenlijk: aargh wat word ik nijdig van foto’s met lelijke halo’s op, waar onoordeelkundig een vieze high pass-filter  op gegooid is (Photoshop) of veel te veel aan de Clarity-schuifbalk geschoven is (Lightroom), of wat het equivalent ook moge zijn in Aperture en andere. 

Zo’n foto die eerst dit was:

KGB 4957

en die dan vijftien seconden later dit wordt:

KGB 4957 3

Of zoals de hele reeks foto’s van Gui Polspoel in het weekblad van De Standaard. Foto’s die er zo uitzien:

Polspoel1

Maar die ik alleen maar kan zien als dit:

Polspoel2

Enfin, ‘t kan zijn dat ik er overgevoelig aan ben hoor, maar ik krijg het ervan. Gnn. 

(En voor iemand het zegt: ja, ik weet dat het irrationeel is, ‘t is een techniek gelijk een andere en iedereen is vrij om het mooi te vinden of niet. Maar ik krijg het er dus van.)

Een week met een Nikon D700

zondag 18 april 2010 in Sonstiges. Permanente link | 8 reacties

Ik kreeg vorige week van de mensen van digicamshop.be een Nikon D700 te evalueren. Het heeft een week geduurd voor ik er warm voor liep, maar nu vind ik het bijzonder jammer dat ik het toestel moet teruggeven.

nikond700_front

Ter situering: ik heb al een paar jaar Nikon-fototoestellen. Een D70, en dan een D200, en dan een D300. De D300 is gestolen geraakt, en ik ben echt wel in de markt voor een vervanger.

Met fototoestellen is het zoals met computers: een upgrade naar een beter model voelt eventjes wow aan, en –tenminste als het een goed toestel is—voelt het heel snel terug normaal aan. Heb je niet de indruk dat er eigenlijk veel verschil is ten opzichten van vroeger.

Het is pas als je dan terugkeert naar het oude toestel, dat het enorm opvalt wat het verschil is. Dat is trouwens ook één van de redenen dat ik tegenwoordig zo weinig foto’s maak: ik was zó content van mijn D300 dat het echt vies aanvoelde om terug te keren naar de D200.

Dus. Ik met die D700. De Nikon D700 is een full-frame camera met een FX-sensor, ‘t is te zeggen dat de sensor 36×24 mm is, waar de DX-sensor van de D300 23.6×15.8 mm is. De resolutie blijft hetzelfde, allebei ongeveer 12 megapixels. Wat dat wil zeggen, is dat de twaalf miljoen pixels van de D700 betere pixels zijn dan die van de D300.

Vergelijk het met emmers om regenwater te vangen, maar in plaats van emmers pixels en in plaats van regenwater licht: een grotere sensor zorgt ervoor dat elk beeldpunt meer licht kan vangen. Meer licht is minder ruis, is diepere kleur, is beter beeld.

Nu, da’s mooi in theorie, maar wat merkt een mens daarvan?

Het allereerste dat ik ervan merkte, is dat veel van mijn lenzen niet meer werkten: lenzen die geoptimaliseerd zijn voor DX-sensoren, die geven op een (grotere) FX-sensor aleen maar in het midden van de foto een goed beeld . Het hangt een beetje af van de lens: de ene wordt helemaal vaag aan de rand en is niet meer scherp te krijgen, de andere geeft een scherpe zwarte cirkel, nog een andere geeft een heel (heel) erg zwaar vignet.

Jan

‘t Is te zeggen: dat doen ze als je de D700 manu militari zegt om alsnog een foto over de hele sensor te nemen. Standaard neemt hij namelijk alleen maar een foto van het midden als er zo’n DX-lens op zit.

Dat wil dan zeggen dat je met een DX-lens op een D700 plots maar een 5 megapixel-camera meer hebt: niet zo fijn, dus. Versta mij niet verkeerd: 5 is ruim voldoende voor veel toepassingen, maar toch.

Johan

De foto hierboven is met een 18-200 mm gemaakt (DX): lage resolutie, en zelfs met die automatische crop is er nog vignettering in de hoeken.

Deze foto is met een 30 mm f/1.4 gemaakt (ook DX, maar hier niet automatisch gecropt): in het praktisch volledig donker, en toch nog 1/20 (aan 1000 ISO). En het vignet stoort niet écht.

Louis

…maar bon, ik heb het toestel voornamelijk getest met wél FX-lenzen: een standaard 50mm f/1.8, zowat de goedkoopste lens die ik heb, een 70-180 mm f/4.5-5.6 en een 80-400 mm f/4.5-5.6.

In het begin van de week was ik wat teleurgesteld: mijn vorige Nikons, daar kon ik bij wijze van spreken met mijn ogen dicht foto’s mee maken. Zo’n full frame, dat verandert dus elke lens. Een breedhoek wordt breder, een telelens wordt minder tele, een macrolens wordt minder macro.

Foto’s met de 80-400 waren degelijk, maar op een DX-sensor is 400 mm ongeveer 600 mm, en dus leek het erop dat ik niet zoveel kon inzoomen:

Jan voetbal!

Als er minder licht is, voelt zo’n grote sensor fantastisch aan, vooral ‘s morgens en ‘s avonds: dat zuigt licht naar binnen. Maar met veel licht had ik het moeilijk om niet overbelicht te zijn:

Op straat

Een kwestie van gewoon worden, vermoed ik. En dat ik al andere Nikon’s gebruikt heb, speelt ongetwijfeld ook mee: de D700 is in het gebruik zo ongeveer precies hetzelfde als de D300: ligt uitstekend in de hand, alle knoppen zitten op de plaats waar ik ze verwacht te zitten – vandaar dat het verschil in foto’s met lenzen die ik al jaren ken, zo opvallend was, wellicht.

…maar de laatste paar dagen daagde het plots wat voor fijn toestel het eigenlijk wel is, en wat ik er allemaal zou kunnen doen.

Ik kreeg wat voeling met de 50 mm:

Bearnaise

Vrijdagsmarkt

Depth of field

Die kleuren! Die scherptediepte!

En dan gisteren, doorslaggevend: foto’s op een huwelijksfeest, in het quasi-donker. Met een goedkope lens, zonder flits uiteraard, en aan meer dan 1000 ISO.

Openingsdans

An

De foto hierboven, bijvoorbeeld: 2000 ISO. En kijk eens naar het gebrek aan ruis in het beeld op 100%! Serieus degelijk, noem ik dat.

Wat moet er nog gezegd worden? Dat de batterij het verdomd lang uithield: een hele week foto’s getrokken met een batterij die niet eens volledig opgeladen was.

Dat het focussen een enorm gemak is met de 51 focuspunten. Dat de zoeker enorm groot en helder is, net zoals het LCD-scherm achteraan.

Dat de tilt sensor leuk is: hij zegt u wanneer uw toestel waterpas staat en wanneer niet – handig om een rechte horizon te hebben.

Dat ik Live View eigenlijk niet gebruikt heb.

Dat het toestel van ergonomie en vastnemen en stevigheid en van interface, zowel qua knoppen op het toestel als qua menu’s fantastisch is (al kan het zijn dat ik bevooroordeeld ben wegens jarenlange Nikongebruiker).

Dat ik het een bijzonder lichte camera vind, en dat ik er in het echt misschien toch wel een extra grip zou aanhangen.

Dat ik het fijn vond om tethered shooting in Lightroom 3 te doen.

*
*    *

Ik ben in de markt voor een betere Nikon.

Een D700 zonder lenzen kost net onder 2000  euro. Een D300s kost zo’n 1300 euro. Als ik nu zou beginnen met fotografie en ik zou het geld op zak hebben om een camera te kopen, zou ik niet twijfelen en die D700 kopen. Mijn week met een Sony Alpha 850 en vooral mijn week met de D700 hebben me bijna helemaal overtuigd om full frame te gaan.

Ware het niet…

Ik denk dat ik nog eens een D300s wil testen: vooral omdat die D300s filmpjes maakt, en de D700 niet. Dat van die filmpjes zal, denk ik, voor mij in absoluut niet doorslaggevend zijn, maar ik wil het toch eens aan den lijven ondervonden hebben dat het inderdaad niet echt zo fantastisch is. Ik ken mezelf: anders zou ik het mij eeuwig blijven doorsteken.

Oh, en ook: ik heb genoeg lenzen om een overstap naar een ander merk weinig verantwoord te maken. En ik heb genoeg DX-lenzen waar ik aan gehecht ben en die te duur zouden zijn om door FX-lenzen te vervangen om een keuze voor FX niet meteen voor de hand liggend te maken.

Wat me misschien alsnog naar de D300(s) drijft.

Wordt, met andere woorden, vervolgd.

Een week met een Sony A850

dinsdag 16 maart 2010 in Sonstiges. Permanente link | 8 reacties

Oeioei, ik was dat helemaal vergeten zeggen: ik heb een tijdje een Sony α850 in handen gehad. Met een Zeisslens erop, een 24-70 mm f/2.8.

Een week of zo gehad, en to-taal halsoverkop verliefd op geworden.

ZURTOP-LG

Ik ga er niet enorm veel woorden aan vuil maken: ik ben, wegens een hele zak vol Nikonlenzen, een Nikonmens, maar als ik op wereldreis zou gaan en ik zou een nieuwe camera moeten kopen, dan zou ik meer dan twee keer nadenken over die A850.

De specificaties van het toestel zijn online te vinden, maar wat niet in cijfers te vatten is, is hoe ongelooflijk dat het licht binnenzuigt. Een full-frame camera, met zo’n grote sensor, en dan nog eens met in-camera beeldstabilisatie, en dan nog eens met een schrikkelijk goede lens als die Zeiss: machtig.

Dit bijvoorbeeld, met één losse hand getrokken aan het station, in het bijna-donker:dampoort

…en klik vooral eens door om het beeld in het groot te zien. Alle 24 megapixels ervan. Vier-en-twintig megapixel, gestabiliseerd, met een sensor die fotonen vreet, en een uitstekende lens: ik heb mij een week in de hemel gewaand.

Op tstraat

Oh, en met zo’n full frame is een breedhoek ook écht een breedhoek, dat deed heel erg raar aan voor iemand die kleinere sensoren gewoon is. Een foto van iemand die alleen verlicht wordt door een computerscherm, vanop ongeveer anderhalve meter afstand genomen, wordt dan zoiets, aan 1/13, f/2.8, 70 mm – en 2000 ISO:

ben 

De A850 doet geen filmpjes, neen. Dat heb ik geen moment gemist. Hij doet ook geen Liveview (of hoe het ook heet bij Sony): je moet door de zoeker kijken om foto’s te nemen, het scherm is er niet voor bruikbaar. Ik heb daar niet wakker van gelegen: in een toneelzaal is zoiets enorm storend, in de zon is het onbruikbaar. Eén ding miste ik dat mijn helaas gestolen D300 wel had: meer focuspunten.

Maar dat zou het zowat moeten zijn. Enorm degelijk toestel, enorm fijn om mee te fotograferen. En het ligt enorm goed in de hand, en de bediening is degelijk maar eenvoudig, én het kost niet eens zo enorm veel: minder dan 1700 euro voor het toestel zonder lens. (De eerlijkheid gebiedt mij erbij te zeggen dat de lens waar ik minstens even verliefd op werd als op het toestel, minstens even duur is. Maar zo is dat met goede lenzen: vaak duurder dan het fototoestel.)

Heel erg jammer dat ik druk aan het werk was en dat er geen tijd was om foto’s te nemen: ik had er graag eens mee op stap geweest in de natuur of aan de zee.

Ik heb het ding met pijn in het hart teruggegeven.

Disclaimer-of-sorts, voor de zekerheid: met dank aan Sony die mij het toestel meegaf, en dat ik hier niet voor betaald word of zo, en dat het deze keer zelfs niet eens via een reclameregie of PR-bureau ging, maar dat ik toevallig in de buurt was. Oh, en dat ik positief ben, jawel, maar dat er één dezer nog een "een week met" met een Sony-product komt, en dat ik daar niét positief over ben, dus neen, ‘t is geen uitgekochten boel.

Encyclopedia of Life & Flickr

zaterdag 13 september 2008 in Sonstiges. Permanente link | Eén reactie

Kijk nu.

Encyclopedia of Life, daar ben ik al een tijdje op aan het wachten. Er zullen binnenkort ook foto’s van gewone mensen aan toegevoegd kunnen worden, zeggen ze al denk ik ruim een jaar.

Sinds vandaag kan het ook in het echt: via Flickr. Hoe?

  1. Maak u lid van deze groep.
  2. Ga naar de foto die u graag op EOL zou zien.
  3. Zorg ervoor dat hij een licentie heeft die verspreiding toelaat: ofwel public domain, ofwel één van de Creative Commons-lecties CC-BY, CC-BY-NC, CC-BY-SA of CC-BY-NC-SA.
  4. Zet er de juiste tags bij:
  5. Graag, maar niet verplicht: voeg de juiste locatie toe, via de ingebouwde Flickr-weg, of met geo:lat en geo:long-tags.

Hoplaboem! Ergens begin volgend jaar komen ze dan, na goedkeuring en nakijking, op Encyclopedia of Life en is uw naam voor de eeuwigheid.

Foto’s *trekken* is het halve werk

woensdag 10 september 2008 in Sonstiges. Permanente link | 8 reacties

Of ik zou moeten zeggen: kan het halve werk zijn.

Onlangs was er iets te doen in de stad. Ik zou gegaan zijn, maar toen kon ik niet wegens dingen te doen. Ik was er niet, maar mijn fototoestel wel. In de handen van iemand die nog nooit vanzeleven mijn fototoestel of de lens erop in handen had gehad.

De foto’s, vrees ik, waren, euh, voor verbetering vatbaar. Nee, ik ben te positief: ze waren écht niet goed. De fotograaf zei dat ook, en hij had gelijk.

En toch, toen de foto’s ter beschikking gesteld werden van het publiek, waren de commentaren redelijk unaniem lovend.

Wel, kijk, ik ben daar ook een beetje content van. Niet één foto waar niet hard aan gesleurd is, aan curves en effecten en contrast en exposure en witbalans geduwd en getrokken. Niet één van de hele reeks is niet gecropt en gedraaid, het staat bol van de verloopfilters en de weggecloonde hoofden of handen, er is noise geremoved dat het geen naam heeft… het zwaardere werk, quoi.

De twee foto’s waar ik het meest content over ben, zijn een compleet overbelichte foto die niet alleen de hele Lightroom-panoplie over zich heeft gekregen, maar dan nog eens helemaal van kleur bijgewerkt is. En een foto die lijkt alsof hij zo bedoeld is, maar eigenlijk niet meer dan een kleine hoek van een veel grotere foto is, waar voor de rest één grote overbelichte vlek op stond waar een verlicht podium kon vermoed worden.

Zou dat eigenlijk geen mooi onderwerp voor een wedstrijd zijn? Een reeks van pakweg vijfitg slechte foto’s — objectief slechte foto’s, gewoon een fototoestel in handen van een willekeurig persoon geven en zeggen “kijk niet door de zoeker, loop wat rond en draai wat aan de knoppen en trek kom de minuut of zo een willekeurige foto” — ergens in raw-formaat ter beschikking stellen, en dan vragen aan vrijwilligers om er een raaks van vijf uit te puren?

Ik zou Photoshop verbieden: dus geen montages of dergelijke. Enkel Lightroom of Adobe Camera Raw of Aperture en dergelijke. Croppen, curves, kleurencorrectie et c’est tout.

Ik dénk dat dat interessant zou worden.

Foto’s voor Dirk Braeckman

dinsdag 5 februari 2008 in Sonstiges. Permanente link | 5 reacties

Zelie en Louis hadden een opdracht meegekregen:

  • Maak een zelfportret zonder dat je zelf op de foto staat,
  • of maak een foto van een droom,
  • of maak een foto als toerist in je eigen huis.

Vannamiddag het fototoestel aan de kinderen gegeven, en kijk…

Zelie heeft een (toeristen)portret van Jan gemaakt, in drie stukken: hoofd, midden, en voeten.

Jan 1

Jan 2

Jan 3

…en Louis heeft een zelfportret gemaakt zonder dat hij er zelf op staat:

Zelfportret 1

Zelfportret 2

Zelfportret 3

Yup.

Casio Exilim pro EX-F1

zaterdag 26 januari 2008 in Sonstiges. Permanente link | Eén reactie

Euh.

Zéstig frames per seconde. Rechtstreeks naar DNG.

EX-F1_Overview

Euh. Wadde?

Teleconverter

woensdag 25 juli 2007 in Sonstiges. Permanente link | 5 reacties

Charles was hier, en hij heeft zijn TC-201 even achtergelaten. Een 2x teleconverter, eigenlijk niet verschikkelijk veel meer dan een vergrootglas dat tussen lens en fototoestel gevezen wordt.

Terug naar de middeleeuwen! Alles manueel! Zo wijs! En mijn fototoestel wordt er nóg meer een kerstboom mee!

D200+TC201+70-180+6T+6T

Fantastisch, dat wel. Maar o zo frustrerend ook. Kijk, allemaal ongecropte foto’s met precies dezelfde instelling, dus ‘t is te zeggen foto’s waar ik niets van afgeknipt heb en waar alle onderwerpen zowat op dezelfde grootte te zien zijn.

Om een idee van de afmetingen te geven, twee dingen waar iedereen zich zo’n beetje een beeld kan vormen van de schaal: een mier en een pissebed.

Lasius niger

Pissebed

Zo. Met dat in het achterhoofd, nog een aantal gewillige slachtoffers vandaag.

Een mij verder onbekend springstaartje:

Springstaart

Een onooglijk klein schattig blauw iridescerend springspinnetje:

Minuskuul springspinnetje

Minuskuul springspinnetje

Maar het is verdorie niet allemaal koek en ei. Om te beginnen, en meteen al te zien als de foto’s op volle grootte staan: aan meer dan f/32 en met die 2x teleconverter is diffractie een enorm probleem.

En als ik tot f/11 verminder (of vermeerder, ‘t hangt ervan af hoe ge’t bekijkt), dan is de depth of field zo ongeveer niéts meer:

Lasius niger

Maar goed, dat is niet anders dan zonder die teleconverter, en eigenlijk ook wel par for the course.

Waar ik geen rekening mee gehouden had, is dat het schier onmogelijk wordt om te focuseren: de zoeker wordt zó donker, dat ik voor die mierenfoto’s hierboven zowaar een zaklamp moest zoeken. Er komt zodanig weinig licht door die hele buis dat zelfs met de relatief klare zoeker van de D200 er praktisch niets te zien was aan de hand was aan de andere kant van mijn toestel.

En daardoor heb ik deze foto gemist:

Springstaart op slakje

Een springstaartje dat op een klein slakkenhuisje zat (jawel, slakken hebben haar, inderdaad). Ik dàcht dat ik het in ziht had, maar er was een takje voorgesprongen. Dju! Een springstaart die ik nog niet had, ongekend duidelijk ook, in focus, maar een tàk ervoor.

Er zijn oplossingen voor die donkerte, natuurlijk—een betere zoeker, een pilootlichtje, tralala—maar ‘t is niet ideaal. En aan die vergrotingen zit ik wel pàl op het onderwerp, dus moet ik echt wel beginnen klooien met het licht van de flash ook.

Oh, dilemma, dilemma, dubio, dubio.

Neen! Af! Niet doen!

maandag 26 maart 2007 in Sonstiges. Permanente link | 12 reacties

Fc_1_bIk was een paar dagen geleden op eBay verzeild geraakt, vraag mij niet waarom want ik weet het niet.

En toen deed ik, zoals ik wel meer doe als ik toevallig op eBay terechtgekomen ben, een opzoeking naar lenzen voor Nikon en naar blaasinstrumenten die mij zouden kunnen interesseren.

En toen had ik, voor ik het wist, een biedingsproces lopen op een Nikkor 50mm f/1.2. Niet de noct-versie, die is onbetaalbaar—dat gaat tot boven de 1000 euro—maar de gewone versie. Totaal manueel, bijna nutteloos eigenlijk, maar ik was zwaar onder de indruk van de resultaten die Joannes er vorige week meer gehaald heeft. Als ze voor rond de € 150 zou gaan, zou ik er meteen op springen.

En wat de muziek betreft: ik vrees dat ik het zal moeten uitleggen morgen aan mijn madam. Enfin ja, ze zal het wel lezen natuurlijk. We zijn namelijk een blaasinstrument rijker: een bijna nagelnieuwe sopraansaxofoon. Voor ocharme honderd euroots plus achttien euro verzendkosten.

Voor de rest van het jaar: afblijven, Vuijlsteke.

Raadseltje – oplossing

maandag 5 maart 2007 in Sonstiges. Permanente link | 4 reacties

De oplossing van het raadseltje: diffractie.

‘t Was nochtans niet moeilijk, nog maar een paar dagen geleden had ik gelinkt naar Feynman over optica.

Als licht door een heel kleine opening geduwd word, dan verspreidt het zich, en krijg je een diffractiepatroon: op de ene plaats versterken de “stralen” zich, op de andere heffen ze elkaar op, en in plaats van duidelijke lichtpunten, krijg je lichtcirkels met halo’s in concentrische ringen errond.

Netto-effect: een onscherp beeld, met pixels die er vreselijk veel groter uitzien dan ze eigenlijk zijn.

Waardoor het paradoxaal genoeg zo is dat je aan f/5.6 een scherper beeld hebt dan aan f/18, en dat het beeld aan f/40 gewoon erwtensoep is als je het van dichtbij bekijkt.

Ter illustratie, dezelfde foto’s als vorige keer, maar zonder crop en kleiner.

Aan f/5.6: zeer weinig scherptediepte, maar wat scherp is, is zeer scherp.

f/5.6

Aan f/40: perfect, als je er niet van zeer dichtbij op gaat kijken:

f/40

Aan f/13: min of meer in orde voor een groot deel van de foto.

f/13

Oplossing: foto’s nemen aan pakweg f/11, en waar nodig focus stacking doen, bijvoorbeeld met CombineZ. Maar om foto’s te kunnen nemen aan f/11 heb ik een lichtbron nodig die minder sterk is dan de SB-29 die ik heb. Of mijn SB-29 omzwachtelen met papier en zo.

Eén dezer, één dezer.

Zó dicht!

zaterdag 26 augustus 2006 in Foto's. Permanente link | 2 reacties

…en toch zo veraf. Toen we daarnet aan het wandelen waren, kwamen we voorbij zo’n bloemachtig ding (ik ben geen grote plantenkenner :)) dat vol zat met vliegen: zweefvliegen allerhande, vleesvliegen, bloemenvliegen, vanalles.

Ik doe wat elk normaal mens zou doen in dergelijke omstandigheden: de lens van zijn fototoestel vijzen, de macrolens bovenhalen, de macrolens op het fototoestel vijzen, de ringlflits op de macrolens, en foto’s nemen.

En voor de honderdtwaalfenveertigste keer zit ik bij het bekijken van de foto’s te vloeken.

Ringflits, zelfs op 1/4 van de snelheid en manueel zo zwak mogelijk ingesteld: veel te krachtig. Gevolg: ik moet op f/40 foto’s nemen, want sneller dan 1/250 weigert de D200 als de flits eraan hangt. Gevolg: al is die 70-180 echt wel een goeie lens, zelfs daar is f/32 tot f/40 echt wel een beetje des Guten zuviel, en zit ik met scherpteproblemen. Of beter: wazigheidsproblemen. Ik zou liever f/20 aan 1/1000 of zelfs nog meer flits en dan aan belachelijke snelheden genre f/8000 fotograferen, vleugels in vlucht en zo, maar dat lukt dus niet.

De ringflits is een ouder model, van het type dat ze elke week zonder enig nut gebruiken op CSI. Een ander flitssysteem dringt zich op, maar dan ben ik meteen vele minder mobiel. Of anders toch die nieuwe ringflits met twee satellieten? Ik denk dat het dat zal worden, in tandem (tridem?) met een D800 die ik per radio aanstuur.

Andere limiet waar ik zó dicht op zit en toch zó veraf: vergroting. Elke keer dat ik foto’s bekijk, vloek ik dat ik details niet beter kan zien, kleinere beesten niet beter kan fotograferen, facetten niet duidelijk genoeg kan onderscheiden in ogen, haartjes niet scherp genoeg zie… aaargh!

‘t Is echt een verslaving, vrees ik, macrofotografie.

Landschapsfoto’s, daar kan men met om het even welk toestel en een redelijke breedhoeklens propere dingen mee doen.

Portretfotografie, daar kan men met een goeie portretlens en redelijke belichting propere dingen mee doen.

Productfotografie, daar kan met met een goeie macrolens en een degelijke lichtinstallatie (een paar witte dozen van creimnaglas bijvoorbeeld) ook propere dingen doen.

Natuurfotografie van vogels en dassen en herten en zo: een goed statief, een goeie telelens, camouflagekledij en veel geduld, en alles wordt mogelijk.

Concertfotografie, daar is een degelijke (eigenlijk: uitstekende) lens ook voldoende om prachtige resultaten mee te halen.

Misschien hebben fotografen van sterren en planeten ook wel zo’n probleem: met een telescoop, goeie software en een webcam hebben ze voldoende materiaal in huis om degelijke foto’s te maken–maar het kan altijd beter, en scherper, en helderder, en nóg beter. En er zijn altijd betere telescopen, en betere software te schrijven, en dingen.

Maar bloederige macrofoto’s van kleine beesten, en vooral kleine beesten in het wild en dus niet in een nagebootste omgeving in de studio: lenzen, statieven, belichting, nog belichting, voorzetlenzen, extensies, tubes, adapters, … aaargh!

En het kan altijd beter en altijd scherper en altijd is er méér dan wat er op de foto te zien is.

Frustrerend, ik moet het u niet zeggen.

Rauw V: archivering

zondag 9 april 2006 in Foto's. Permanente link | 16 reacties

Dure woorden, Digital Asset Management (DAM). Maar “foto’s beheren en omschrijven en klasseren zodat ze later gemakkelijk terug te vinden zijn zelfs al staan ze niet meer op uw hard disk” bekt niet meteen zo gemakkelijk.

Een korte zijsprong: Peter Krogh, waar sommigen behoorlijk lyrisch over zijn, is ongetwijfeld een sympathieke kerel en schrijft inderdaad goeie en interessante boeken. Maar hij heeft een wel heel erg nauwe band met Adobe. Dat doet me soms twijfelen aan de honderd procent objectiviteit van sommige van zijn keuzes. Al heeft Adobe (op dit ogenblik nog) geen DAM-product, ik denk niet dat ik de enige ben op wie zijn schrijven soms overkomt als “hoe gebruik ik het best Photoshop en Bridge en Adobe Camera Raw om DAM te doen”.

Ik ben het overigens ook niet eens met zijn bucketsysteem—meer daarover in een volgende entry.

Maar sta me toe eerst even met iets meer nuance terug te komen op DNG.

DNG is een versie van TIFF, door Adobe in september 2004 uitgebracht als voorstel van oplossing voor de miserie met raw-bestanden.

Die miserie is dat alle cameramakers zomaar wat aanmodderen met hun formaten, die niet of niet voldoende documenteren, de formaten alle vijf voet zomaar wijzigigen, de verwerkingssoftware niet open maken en/of vol bugs steken—vraag maar aan om het even wie een programma maakt dat raw-files moet kunnen inlezen wat voor soep het is.

Ik had DNG al langer in het snotje, maar zelfs toen het programma waarin ik tot nog toe mijn DAM doe een kleine maand na de aankondiging van DNG zei ook met DNG om te kunnen, zag ik er niet meteen het punt van.

Bovendien zijn er, zoals Steven zei, ook wel ersntige bedenkingen bij het hele concept-DNG—al geldt hier ook wel mutatis mutandis de boodschapper/boodschap-bedenking die ik bij Krogh maakte: zo geeft Barry Pearson een punt-voor-punt weerlegging van het artikel in kwestie, maar hij is dan weer een DNG-proponent, en zo blijven we bezig. :)

[Technisch: voor zover ik het begrepen heb is de crux van de zaak het volgende: het is op dit ogenblik praktisch niet mogelijk voor derden—bijvoorbeeld Bibble—om eigen raw-verwerking die niet dezelfde "formules" als ACR volgt in DNG op te slaan. Dus stel dat bijvoorbeeld Bibble, wat niet ondenkbaar is, een betere manier vindt dan Adobe Camera Raw om het raw-mozaiek om te zetten naar een beeld, waardoor meer detail of betere kleuren uit hetzelfde beeld gehaald kan worden, dan kunnen die decoderingsinstructies niet noodzakelijk in het DNG-bestand opgeslagen worden. Het is alsof DNG enkel de mogelijk zou bevatten om instructies als optellen en aftrekken op te slaan, maar dat derden ook rotaties zouden willen opslaan. Wat op dit ogenblik niet kan via de SDK. Wel via een command line tool, wat hoop geeft voor de toekomst.]

Hoedanook: sinds 2004 is DNG-ondersteuning er enorm op vooruit gegaan, wat niet verwonderlijk is aangezien de juggernaut Adobe erachter zit, maar toch is het niet allemaal rozengeur. Bibble doet niet mee, PixVue en Directory Opus’ Raw Viewer ook (nog) niet, Microsoft niet, Picasa niet, dus: waarom zou ik een NEF-bestand omzetten naar een DNG-bestand? Als NEF al lastig is, is DNG dan niet nóg lastiger?

Wel, ik denk dat ik sinds kort (vandaag) een argument heb gevonden om DNG te gebruiken. Ik ben op het moment IView Media Pro 3 zo grondig mogelijk aan het testen [mijn bemerkingen volgen later deze week].

In de veronderstelling dat ik vooral Adobe Camera Raw (ACR) zou gebruiken om raw-bestanden te bewerken, én in de veronderstelling dat ik IView zou gebruiken voor DAM, kan ik een vervelend probleem omzeilen dat me al een tijd tegenstak. Kijk, zo ziet een willekeurige directory er in Adobe Bridge uit:

Bridge

Drie raw-files uit de D70, waarbij die dingetjes rechtsonder het beeld misschien wel het belangrijkste zijn:

Bridge-klein

…icoontjes die aanduiden dat dit beeld in ACR aangepast is (en in het bovenstaande geval ook gecropt). De wijzigingen die in ACR doorgevoerd werden, werden in een afzonderlijke XMP-file gestoken, en op basis daarvan kan Bridge reconstrueren hoe het gewijzigde bestand er uit moet zien.

Dat kan IView niet, en het gevolg is dat het daar dit geeft:

Iview-dng0

Vooral in de twee eerste beelden is het duidelijk te zien dat er een enrm verschil is. IView kan de raw-files uit mijn D70 lezen, kan ook de andere metadata (rating met sterren, auteur, omschrijving, …) inlezen, maar kan uiteraard niet de kleur– en andere wijzigingen die ik doorgevoerd heb in ACR reconstrueren. En dus krijg ik in IView een vertekend beeld van mijn foto’s.

Nu blijkt dat als ik mijn D70–raw-bestanden omzet naar DNG nadat ik er in ACR wijzigingen op doorgevoerd heb, dat IView die files wél goed kan zien:

Iview-dng

Ik weet niet precies waarom dat is, en ik vermoed dat het iets te maken heeft met een degelijke jpeg-thumbnail die erin gesmeten wordt of zo, maar in ieder geval: dit is pretty compelling.

Als ik mijn normale workflow doorloop, IPTC-gegevens invullen, correcties met RawShooter voor simpele dingen (die verlies ik dan wel) en correcties met ACR voor de heavy duty-dinges, en dan helemaal op het einde van de rit de bestanden naar DNG omzet, dan hoef ik enkel de ingrijpend in het beeld zelf gewijzigde files (dus waarbij ik in Photoshop inhoudelijke beeldmanipulaties gedaan heb) afzonderlijk bij te houden. En dan kan ik in alle andere gevallen (waar het enkel om kleurcorrecties, cropping, en om toevoeging van IPTC-data gaat) NEF+XMP omzetten naar één DNG, en ook in mijn DAM-programma zien wat ik wil zien.

Interessant.

Het omzetten naar DNG zelf gebeurt met het gratis tooltje dat bij Adobe te downloaden is, en dan is het enkel nog te kiezen op welke manier ik ga omzetten:

Dngconv

Er zijn drie mogelijke opties:

  • compression of niet: ik zie geen enkele reden om géén compressie te gebruiken. Dit aanvinken maakt van het eindresultaat een kleiner bestand, zonder enig kwaliteitsverlies (vergelijk het met een zip-file maken van het beeld)
     
  • raw-beeld opslaan of lineair beeld: “raw” is het onbewerkte mozaiek van rode, groene en blauwe kleurreceptoren op de sensor van de camera met hoeveel fotonen ze elk opgevangen hebben (zie ook hier voor een schema van het moziek waarvan sprake). “Lineair” wil zeggen dat het DNG-bestand al een geïnterpreteerde versie van dat mozaiek zal bevatten. Niet aangeraden, om twee redenen: ten eerste maakt dit een véél groter bestand, en ten tweede: “demosaiceren” is een éénrichtingstraat—geen garantie dat er geen informatie verloren gaat.
     
  • origineel raw-bestand bewaren of niet: voor de paranoide mensen onder ons. Omdat lang niet alle DNG-formaten helemaal gedocumenteerd zijn, kan het altijd zijn dat er bij de conversie naar DNG informatie verloren gaat. Elke camerafabrikant steekt bijvoorbeeld een hele hoop nonsens in MakerNotes, met voor verschillende types camera dingen als met welke lens de foto genomen is, of panorama modus aan stond, waar de focus was, etc. — en wil het toch wel zijn dat die MakerNotes in DNG zo’n beetje rondgehusseld worden. :)
    Maar dus goed nieuws: zélfs als alles zou mis lopen, dan nog kan men in de DNG-file het oorspronkelijke raw-bestand laten zitten, en dat later met de converter er weer uit distilleren:

Extract

Uiteindelijk blijft er dus maar één vraag over bij de keuze van omzettingsparameters: het origineel bijhouden of niet?

Er is wel degelijk een risico op dataverlies, vergis u daar niet in. Zélfs, zie ik, met de gewone “standaard” Nikon D708 NEF-bestanden. Voor zover ik kan nakijken, worden alle MakerNotes mooi en volledig overgenomen, maar het beeld is niet hetzelfde na conversie naar DNG. Is dat een enorm groot probleem, dat dataverlies? Ik weet het niet. Oordeel zelf—dit is een stukje van 550 op 300 pixels geknipt uit het origineel:

Origineel

…en dit is hetzelfde stukje uit het DNG-bestand:

Dng

Enorm veel verschil is er niet echt, maar er is er wel. Zet ik de twee versies tot op de pixel gealigneerd boven elkaar in twee lagen in Photoshop, en zet ik de bovenste laag op “difference”, én voeg ik dan een adjustment layer aan om het verschil nog te accentueren, dan krijg ik dit te zien:

Verschil

Overal waar het niét zwart is, is er een uiterst zeer miniem klein verschil tussen de twee bestanden. Zó klein dat het eigenlijk niet zichtbaar is.

Mijn gedacht? Het kan me niet echt schelen dat er zo’n verschil is. Mischien dat ik van idee verander als ik een D200 heb en er blijken meer en ingrijpender verschillen te zijn, maar voor het ogenblik zit ik er niet mee in.

Want er is eigenlijk nog één ding: hoe groot worden die DNG-bestanden?

In een tabelletje, met voor de leute en ongelovige thomassen de verschillende jpeg-groottes die Photoshop in zijn save as produceert erbij, het gemiddelde van tien willekeurige raw-bestanden (“C” staat voor “compressed”, telkens met de grootte in kilobyte en een vergelijking in percent met de grootte van raw-bestand-met-XMP erbij):

bestandstypegrootte (KB)% raw
JPG [kwaliteit 0]1924%
JPG [kwaliteit 1]2174%
JPG [kwaliteit 2]2765%
JPG [kwaliteit 3]3016%
JPG [kwaliteit 4]3486%
JPG [kwaliteit 5]4138%
JPG [kwaliteit 6]5099%
JPG [kwaliteit 7]52210%
JPG [kwaliteit 8]68213%
JPG [kwaliteit 9]89116%
JPG [kwaliteit 10]123923%
JPG [kwaliteit 11]183234%
JPG [kwaliteit 12]293254%
NEF + XMP 5410100%
DNG raw [C] 464886%
DNG raw + origineel [C] 9996185%
DNG raw12193225%
DNG raw + origineel17541324%
DNG lineair [C]20378377%
DNG lineair + origineel [C]25726476%
DNG lineair36108667%
DNG lineair + origineel41456766%

Tja. Ik vind het hallucinant dat je met groottes tussen minder dan tweehonderd en meer dan veertigduizend K zit, maar uiteindelijk: realistisch gezien blijven er maar twee opties over.

Bij omzetting naar gecomprimeerde DNG zonder behoud van het originele bestand, krijg je een iets kleiner bestand: 85% van het origineel. Kies je ervoor om het origineel te behouden, dan kom je (duh!) op ongeveer 185% van het origineel.

Ik persoonlijk blijf nerveus dat ik uit zo’n omgezette DNG geen NEF meer zou kunnen trekken.

Misschien is de oplossing wel om de bestanden van de camera binnen te trekken, te sorteren, te bemetataggen, die dan naar off-line (of near-line) backup te sturen, en dan om te zetten naar DNG, en voor de rest met ie DNG te werken in DAM? Misschien wel, ja. Maar ik denk niet dat ik het zo ver laat komen: mijn opslagruimte is, parallel met mijn budget, ook maar beperkt, en ik zie het niet zitten om voor elke gigabyte foto’s nog eens een extra gigabyte mee te slepen “just in case”.

Dus bij wijze van conclusie: ondanks mijn initiële scepticisme tegen DNG, denk ik dat ik voorlopig wel eens zou durven het volgende te doen:

  • de overgrote meerderheid van de run of the mill-foto’s in DNG zetten
  • de “belangrijke” foto’s—dingen zoals die van de geboorte van Anna—zet ik voor de zekerheid in DNG met het origineel erbij [één caveat emptortje wel: foto's met mijn Fisheye Nikkor getrokken moeten in NEF of embedded behouden blijven, anders kan Nikon Capture ze niet meer de-fisheyen.]

…en wel om twee en een halve reden:

  1. door de band is het DNG-bestand kleiner en win ik dus plaats
  2. DNG heeft een hoge-kwaliteit gerenderde versie van de eventueel bewerkte en gecropte foto, waardoor beheer in pakweg IView gemakkelijk wordt
  3. [en ik ben van die vieze XMP-sidecar-bestandjes af—opgeruimd staat proper]

Rauw II: relativiteit

vrijdag 7 april 2006 in Foto's. Permanente link | 6 reacties

Een dooddoener misschien, maar ik zie er lang niet genoeg over geschreven staan: het heeft geen enkele zin om te spreken over “de” jpeg-versie van een raw-beeld.

Een jpeg-versie van een raw-beeld is altijd gemaakt in functie van een hoop factoren—om er maar een paar te noemen: uitzicht en medium en controle. Een eenvoudige analogie. Stel dat je een foto hebt die je in zwart-wit wil hebben, bijvoorbeeld deze van een sympathieke weblogger-verkleed-als-Raspoetin:

Mezelf als rasputin in kleur

Beeld u in dat het kleurbeeld het raw-bestand is, en het zwart-witbeeld de jpeg—ik doe het zo omdat het aanschouwelijker voor te stellen is.

Uitzicht

Je kunt van één raw-bestand een hoop verschillende kleurenbeelden maken. Dat is hetzelfde als met de omzetting van kleur naar zwart-wit:

gewoon gedesatureerd – alle kleur uit het beeld gehaald en naar grijswaarden omgezet:

Gewoon gedesatureerd

meer blauw en groen – door middel van de channel mixer het blauw en het groen méér, en het rood negatieve invloed geven op het eindresultaat:

Meer blauw en groen

Twee andere beelden, maar wel van dezelfde bron vertrokken. Is er één juist en één fout? Nee. Zijn dit de enige twee mogelijkheden? Nee.

Medium

Hoe zal het beeld gereproduceerd worden? Als het enkel voor het beeldscherm is, kun je bepaalde dingen doen, als het op papier zal zijn, kun je andere dingen doen, voor doek gelden nog andere regels, voor projectie nóg andere,  enzoverder.

Stel dat je die tweede versie van hierboven op stevig glanzend papier wil laten afdrukken, dan ga je de foto wellicht gewoon zó kunnen gebruiken. Maar als je die foto op slecht kwaliteit zeer inktabsoberend recyclagepapier gaat afdrukken, op een inktjetprinter, dan ga je waarschijnlijk iets dergelijks moeten afdrukken:

Veel lichter

Stel dat je dat tweede beeld van hierboven op een t-shirt zou willen drukken, en je hebt maar één kleur, dan zou je bijvoorbeeld dit kunnen nemen:

Één kleur

En hou er natuurlijk ook rekening mee dat als je iets naar een krant stuurt, het er met een raster uit gaat komen, en dat het exacte raster óók van enorm belang is voor het eindresultaat, als je het allemaal zelf in handen wilt houden. Hieronder een voorbeeld van één oog met een typisch 100 lpi-raster aan 1200 dpi (klik voor het volledig beeld):

Halftone oog

Controle

De olifant in de kamer, waar iedereen nogal vaak helemaal rond kijkt, is dat we tegenwoordig veel vaker niet de minste controle hebben over hoe foto’s er uiteindelijk gaan uitzien.

Photoshop en anderen geven ons allemaal de indruk dat we het allemaal in de hand hebben, met kleurprofielen en -temperaturen hier, en gamma en slidertjes tot op de pixel aldaar, maar de realiteit is helemaal anders.

Wie heeft dit nog niet meegemaakt: je maakt een mooie foto, spendeert redelijk wat tijd om het contrast en de kleur goed te krijgen, haalt er de ruis uit en steekt er meer scherpte in, uiteindelijk ben je er helemaal tevreden van en dan…

  • bekijk je de foto op een degelijke moderne LCD-monitor nadat je alle correcties op een oude versleten CRT-monitor hebt gedaan (of vice versa)
  • bekijk je de foto die je ‘s nachts thuis met sfeerverlichting naast de monitor hebt bewerkt, ‘s middags met de gordijnen open en de TL-buizen aan 
  • wordt het beeld gebruikt in een powerpointpresentatie in een slecht verduisterde zaal
  • wordt de foto gebruikt op de voorpagina van een rapport afgedrukt op een vijf jaar oude kleurenlaserprinter, die denkt dat rood eigenlijk beter oranje is en blauw er beter uitziet met een paarsige tint
  • blijkt de fotoboer er doodleuk een “automatische fotoverbeteraar” op losgelaten te hebben, waarodoor de mooi subtiele tinten plots carnavalesk geworden zijn, het donkergrijs allemaal dichtgelopen zwart en het lichtgrijs allemaal wit
  • blijkt dat de internetwinkel die de foto’s in een boekje afdrukt, eigenlijk de foto’s in CMYK gerasterd afdrukt, waardoor je oranje en fris groen en helblauw plots jaren Luftwaffe-camouflagekleuren geworden zijn

Nee: de enige manier waarop je foto’s min of meer op een voorzienbare wijze kunt laten verschijnen, is als je àlles zelf in handen hebt.

En dan heb je bijvoorbeeld ernstige kleurcalibratie nodig, met een echte kleurenkaart die je fotografeert bij elke photoshoot en een voortdurend gecalibeerde monitor en een gecalibreerde printer en een gecalibreerde foto-afdrukker. Dan heb je ook een goeie monitor nodig, met de juiste temperatuur, en een goeie omgevingsverlichting, en moet je echt wel weten wat je doet, moet je bijna meer afgaan op curves dan op je eigen ogen.

Maar zolang dat niet het geval is, maak ik me geen illusies: ik trek mijn foto’s in raw, laat ze ook in raw staan, en doe zelfs niet de moeite om mijn jpeg-versies op hoge resolutie bij te houden.

Ik schrijf ze weg als sRGB voor algemene Flickr-consumptie, en zorg ervoor dat ze er daar min of meer naar mijn goesting goed uitzien. De raw-files houd ik bij, en de XMP-files (of .rws voor RawShooter, of .bib voor Bibble) houd ik ter informatie bij.

En àls ik ze ooit ga afdrukken, dan zal ik me dàn wel zorgen maken. Dan begin ik gewoon van nul af aan met de originele raw-files, en zorg ik ervoor dat ik een hele stapel testafdrukken op voorhand doe, zodat ik weet hoe en waar ik aan wat moet sleuren in Photoshop om iets te krijgen dat er dan wel op papier goed zal uitzien, maar zeer waarschijlijk op het scherm niet meer.

Nieuw speelgoed

dinsdag 14 februari 2006 in Foto's. Permanente link | 3 reacties

‘t Moet niet altijd groot en duur zijn, het fotomateriaal. Nieuw ten huize alhier: een ML-L3 afstandsbediening—groot gemak voor insectenfoto’s, groot gemak voor foto’s met lange sluitertuid die zouden verbrod worden door aan het toestel zelf te staan duwen.

En een Tiffen circulaire polarisatiefilter. Zo’n ding om aan te draaien dat de kleur van de blauwe hemel dieper maar en dat reflecties elimineert. Een blauwe hemel heb ik nog niet gezien sinds het ding in mijn zak zit, maar dat van die reflecties is wel spectaculair.

Vanop precies dezelfde plaats en zonder flash of zo, gewoon met een halve draai aan de filter:

Polarisatie 1 Polarisatie 2

Wei-eird!

Ik kijk er naar uit om dat op het vijvertje vóór het MIAT te gaan uitproberen, van zodra het wat warmer wordt.

fotografiegeriefshopping

Vriendjes

Zoek

<insert standard disclaimer>

Alles wat hier staat is mijn eigen opinie. Het wordt niet nagelezen of goedgekeurd door mijn werkgever voor het on-line komt, en ik bied geen enkele garantie voor kwaliteit of correctheid.

Mijn werkgever is het niet noodzakelijk eens met wat ik schrijf, en het spreekt vanzelf dat hij dan ook op geen enkele wijze aansprakelijk kan zijn voor wat ik hier publiceer.

Ter info

Eén van mijn e-mailadressen is michel [at] zog punt org. Normaal gezien antwoord ik daar, buiten de kantooruren, onmiddellijk op.

Valideert, in principe: css & xhtml.
Gemaakt met WordPress.
Syndicatie: Entries (RSS) en commentaar (RSS).



ISSN 1780-1338