Cfr. de madam

woensdag 29 maart 2006 in Kinderen. Permanente link | Eén reactie

Terugblik – nummer 4. Zo doen de professionelen dat.

Het verschil tussen kattebelletjes as-it-happens en een beredeneerd verslag.

Mijn madam moet meer schrijven. Goeie zaak dat ze een weblog heeft.

Bijna alhaast

maandag 27 maart 2006 in Kinderen. Permanente link | 16 reacties

Allez ju, ‘t is nu dat verdriet: ze gaan de pijn niet meer kunnen weghalen wegens alsdat het negen centimeter is, en het kindje klaarzit om te bevallen.

De monitor huilt zacht

‘t Was wel vreemd, de weeën registreerden niet op het toestel, en nu is het bijna bevalling.

12u08: Ze hebben in de rapte nog een beetje verdoving bijgestoken tegen de pijn bij het persen—niet dat het helpt blijkbaar, want Sandra zit een beetje te creveren, maar bon. Nog een half uurtje of zo?

12u23, de vroedvrouw: “we gaan dan eens op ons gemak naar de verloskamer gaan hé—meneer, als g’een kodak wilt meenemen…?”

12u24: ‘t is van slijmpropken; en van volledige ontsluiting, en het kindje zit goed. We zijn er eens mee vandoor. :)

Spot the trend

maandag 27 maart 2006 in Sonstiges. Permanente link | 3 reacties

Kijk, voorweeën:

02u55 – 03u00 – 03u09 – 03u13 – 03u20 – 03u23 – 03u30 – 03u34 – 03u38 – 03u42 – 03u47 – 03u51 – 03u55 – 03u59 – 04u03 – 04u07 – 04u10 – 04u13 – 04u16 – 04u19 – 04u22 – 04u25.

Tijden

Ik denk dat we eens gaan aanzetten naar het hospitaal zie.

In alle geval—de wieg staat al klaar.

Klaar voor gebruik!

See you, as they say, on the other side. :)

Zes

maandag 27 maart 2006 in Kinderen. Permanente link | 21 reacties

Euh. Om de zes minuten, en ze duren twee minuten. Maar wél nog voorweeën.

Mijn moeder uit bed gebeld, en we zijn nu aan het afspreken wat en hoe. Probleem 1: de kinderen morgen naar school krijgen. Probleem 2: naar het hospitaal geraken.

Nummer 2 lukt wel nog, desnoods met een taxi of zo.

Nummer 1 is iets lastiger. En daarvoor moeten we dus een beroep doen op mijn ouders. Wat bij deze gedaan is.

‘t Vervelende is dat het nu nog ùùùren kan duren eer we naar het hospitaal moeten, maar bon, we zijn er alvast helemaal klaar voor.

Nu nog mijn werk van maandag afwerken, en meenemen op de computer, en we zijn volledig gezet.

Mja

zondag 26 maart 2006 in Kinderen. Permanente link | 11 reacties

‘t Is altijd moeilijk om het onderscheid te weten tussen niet-echt en echt, maar als het gaat van 23u33 – 23u39 – 23u45, dan lijkt dat toch wel in de buurt te komen van voor ‘t echt.

Um, en dat Sandra eens een badje gaat pakken. En dat we daarna wel zullen zien.

update: …of toch niet. ‘t Is gelijk weer gestopt. Zo ziet een mens maar: hoegenaamd geen zin om in die zaken overhaast te werk te gaan. :)

Tien

zondag 26 maart 2006 in Sonstiges. Permanente link | 5 reacties

Het is in tijden als deze altijd fijn om uw madam dingen te horen zeggen als “ik denk dat we vertrokken zijn”, en ook wel “om de tien minuten”.

En ook zaken zoals “ik ben nog niet aan het puffen, dus zó erg kan het niet zijn”.

:D

Afijn, voor de zekerheid, mocht het zover zijn: ons bed proper weer opmaken, dat als er iemand komt slapen, ze tenminste in een proper bed liggen. En dan zetten we ons aan het time van de voorweeën. Of weeën. Of wat dan ook.

Niet dat we panikeren of zo hoor: het zou hoegenaamd niet vreemd zijn als het weer allemaal weg trekt, en dat er dan nog een paar dagen helemaal niets gebeurt.

Aftellen

zondag 26 maart 2006 in Sonstiges. Permanente link | Eén reactie

We zijn nu echt wel ernstig aan het aftellen: de ene voorwee na de andere. Nog geen regelmaat of zo, en ook niet sneller dan om de paar uur of zo eens, maar toch.

Het wordt dan ook tijd om de checklist af te lopen…

De valies voor in het hospitaal: klaar.

Doopsuiker en recipiënten en dingen: gemaakt, gevuld, en klaar voor verhuis.

Evacuatieplan uit Brugge voor mij: ik laat bij elke verplaatsing, zelfs binnen het gebouw, aan Sandra weten waar ik te bereiken ben. En Peter-de-collega-van-Sandra komt tegenwoordig met de auto uit Gent, als het dringend is, zou hij me kunnen voeren—zodat ik er op pakweg drie kwartier kan zijn in plaats van op anderhalf uur.

De kaartjes: eerste versie van de tekeningetjes ontvangen. We hebben nog wat opmerkingen, maar het zou kunnen dat ze niet meer kunnen doorgaan wegens tekenaar niet in het land—dan doe ik zelf wat aanpassingen.

Adreslijst voor de kaartjes: vervolledig ik van zodra ik tijd heb, vanavond of morgen.

Kind erkennen: oei! Moet nog gebeuren! Het kan wel nog na de geboorte, dan moeten we met drie gaan, maar toch.

Terugblik – nummers 2 en 3

zondag 26 maart 2006 in Kinderen. Permanente link | 2 reacties

Naar aanleiding van dittem en ook van dittem

Nummer twee

Toen Sandra van Louis moest bevallen, was mijn werk op vijf minuten te voet van thuis en tien minuten te voet van het hospitaal.

Ik zat, op het moment dat Sandra naar het hospitaal moest gaan, in een vergadering op het werk. Een vervelende vergadering, herinner ik me, met vervelende mensen, over een hekel probleem. Iets met geld, meen ik me te herinneren, maar meer dan dat staat me nu niet meteen meer bij.

In ieder geval was het wel de fijnste afsluiter van een vergadering ooit: “mijne heren, het spijt me maar ik ga u moeten laten—mijn vrouw is op dit ogenblik aan het bevallen”.

Naar huis gestapt, met mijn broer en Sandra mee naar het hospitaal gereden, en daar dan ùùùren aan een stuk zitten wachten tot er uiteindelijk echte weeën waren en we tot epidurale over konden gaan.

Helaas: Louis reageerde niet goed op de epidurale, en ik herinner me van de hele bevalling vooral dat ik en eeuwigheid lang de monitor met de hartslag en de weeën in het oog heb gehouden. Op en bepaald moment was het zelfs zo dat ze er zodanig weinig gerust in waren, dat ze een hartslagmonitor op zijn hoofd hebben gestoken.

Maar behalve dat is het allemaal bijzonder snel gegaan. Ik herinner er mij (vrees ik) niet veel van de details, behalve het indrukwekkende beeld op het einde, toen dokter gynaecoloog tot aan de elleboog in mijn madam verween.

Nummer drie

Een groot gemak bij de geboorte van Jan: geen last met afspraken over hoe naar het hospitaal te geraken en wie hoe naar waar zou komen—ik lag al een kleine drie weken vóór de geboorte zelf in het hospitaal.

En voor de rest had ik er al over geschreven:

Fijn voor mensen met een slecht geheugen, zo’n weblog. :)

Terugblik 1

vrijdag 3 maart 2006 in Kinderen. Permanente link | 2 reacties

Lees eerst dit.

Toen Sandra zwanger was van onze eerste, Zelie, heb ik gelijk het elke goeie vader betaamt, meteen alle boeken en internetsites erop nageslaan. Dat ik wist wat er op elk ogenblik aan de hand zou moeten zijn tijdens de zwangerschap en de bevalling.

Ik had een kalender voor de hele zwangerschap. Zo van “nu is de baby zó groot”. En van “nu is het zó gesteld met het libido van de zwangere vrouw”. Jaja, een voorbereid man is er meer dan één waard en zo.

Maar toch: op het moment zelf er eigenlijk niet bij stilgestaan dat het misschien niet meteen het allerbeste idee is om negen maanden zwanger naar de bierfeesten te gaan. Laat staan nadarhekkens versleuren, achter fietsendieven lopen of de nacht door staan dansen op de Gibson Brothers.

En zodus, anderhalve dag of zo nadat we met ons allen uit volle borst Quéééé serààà miiiihi viiida! mee aan het schreeuwen waren, hadden we prijs.

Ondanks de boeken: er weer niet bij stilgestaan dat het geen goed idee is om met gebroken waters en weeën in het vooruitschiet met de auto te gaan rijden—in het algemeen zeggen ze zelfs dat de partner beter ook niet rijdt, omdat dat van de antratie vaak mis dreigt te lopen.

Ik kan me niet herinneren dat we het echt zwaar in detail gehad hebben over al dan niet epidurale, maar de consensus was uiteindelijk “eerst eens proberen zonder”. Euh. Nooit meer dus. We hebben een paar uur doorgebracht tussen arbeidskamer en gang en badkamer (ik kan me nu niet meteen herinneren of Sandra in dat bevalbad geklommen is of niet), maar na zeven centimer ontsluiting bleef alles urenlang zoals het was. En was het enige verschil nog de graad van vermoezeling van mijn rechterhand.

Epidurale dan alsnog laten steken: we moesten met twee op Sandra gaan zitten om haar ruggengraat immobiel te houden, want zij was aan het kronkelen van de weeën, leute!

Eens die epidurale er was, verliep het weer allemaal volgens plan en zaten we op praktisch geen tijd in de verloskamer. Voor het relaas aldaar verwijs ik u graag naar Sandra, met die precisering misschien dat als ze zegt

de vroedvrouw die meeduwde zittend bovenop mijn buik

…dat dat redelijk letterlijk te lezen is: de vroedvrouw klom boven op Sandra, en stampte met haar volle gewicht op Sandra’s buik. Ik ben zelfs niet bereid te zweren dat ze niet met haar twee knieën op die buik aan het duwen was.

Griezelig! En dan denkt een mens dat die baby’s voorzichtig moeten behandeld worden of zo… trr.

Voor de rest was ik eigenlijk veel minder onder de indruk dan ik gedacht had te zullen zijn. Het was daar verschrikkelijk warm in de verloskamer. Er stond een venster open waar ik van tijd tot tijd eens wat verse lucht ging happen. De dokter is er natuurlijk alleen maar helemaal op het einde bij, en toen hij mij naar het venster ging gaan

Mijn eerste gevoel als ik Zelie zag? Zoveel haar! En ook wel: niet zo lelijk als ik gedacht had, maar dat ik niet wist of dat de trotse vader was die sprak of niet.

En ook wel: eigenlijk voel ik hier niet veel bij, ben ik wel normaal? Het heeft bij alledrie de kinderen bij mij geduurd tot ze de eerste keer glimlachten (en het echt meenden, de eerste maanden zijn die glimlachen maar grimassen), dat ik er een echte band mee had.

Na de geboorte was het, euh, vreemd. Sandra lag inderdaad leeg te bloeden in haar bed—dat is toch wat ik één van de verpleegsters op vanuit de kamer in haar telefoon hoorde sissen: “nee, hij moet direkt komen want die madam ligt hier dood te bloeden”. En ik zat in de zetel naast het bed met een twee uur oude Zelie in mijn armen.

Telkens een verpleegster om na te kijken het deken van het even ophefte, werd de plas bloed dieper en dieper, en toen ze uiteindelijk met het bed naar de operatiezaal wegrolden, klotste het bloed zo op de grond. Indrukwekkend.

En Sandra zei mij inderdaad met een zeer negentiende-eeuwse glimlach “zorg goed voor onze dochter hé”.

En daar zat ik dan. In de zetel. Te kijken op een langzaam opdrogend bloedspoor. Zonder enig nieuws over de operatie of wat dan ook.

Twee uur of meer aan een stuk. Tot een verpleegster mij, na wat aandringen, wist te zeggen dat de operatie gelukt was.

Achteraf zijn we te weten gekomen dat het een bloedvat was, dat in de lengte opengebarsten was.  Zoiets dat “nog maar twee keer voorgekomen is dat wij weten”.

En achteraf achteraf zijn we te weten gekomen dat dàt vaak een standaardomschrijving is: als ze zouden zeggen dat het vaak voorkomt, komen ze misschien wel nalatig over, maar als ze zouden zeggen dat het nog maar één keer of godbetert nog nooit zou voorgekomen zijn, zouden we ze misschien wel kunnen verdenken van onkunde.

Niet dat wij klagen: de mensen in het AZ Sint-Lucas zijn door de band (op één verpleegster na of zo, op drie bevallingen tot nog toe) allemaal bijzonder behulpzaam, uiterst professioneel en bijzonder sympathiek. En we zijn ook bijzonder content van onze gynaecoloog—al verdient die mens met ons, op die eerste complicatie na dan, eigenlijk wel zijn brood niet: alles verloopt zo normaal als maar kan zijn, zowel zwangerschap als bevalling.

En wij (Sandra en ik) blijven er, vrees ik, alleen maar heel erg nuchter bij. Het mysterie van de geboorte, het innig mooie samenzijn: hm. Het grote “wauw”-gevoel uit de boekjes, de golven liefde en moeder/vader-gevoel die zogezegd over u zouden moeten spoelen bij de aanblik van ons pasgeboren kind: euh, nee.

Zoals ik zei: voor mij is dat er voor onze drie kinderen tot nog toe alleen maar gekomen als het licht aanging. Ouders weten waarover ik het heb: ergens in die eerste maanden is er een heel erg korte periode waarin de klomp gekapt met een pamper plots een echt kindje wordt.

Zelie, drie maand oud

Het is het ogenblik dat ze voor het eerst echt lachen. Het moment dat er echt een persoontje binnen het lichaampje zit en niet enkel een bundel reflexen.

Daarvóór zie ik de kinderen ook wel graag, maar nà dat punt zou ik er moorden voor begaan.

Vriendjes

Zoek

<insert standard disclaimer>

Alles wat hier staat is mijn eigen opinie. Het wordt niet nagelezen of goedgekeurd door mijn werkgever voor het on-line komt, en ik bied geen enkele garantie voor kwaliteit of correctheid.

Mijn werkgever is het niet noodzakelijk eens met wat ik schrijf, en het spreekt vanzelf dat hij dan ook op geen enkele wijze aansprakelijk kan zijn voor wat ik hier publiceer.

Ter info

Eén van mijn e-mailadressen is michel [at] zog punt org. Normaal gezien antwoord ik daar, buiten de kantooruren, onmiddellijk op.

Valideert, in principe: css & xhtml.
Gemaakt met WordPress.
Syndicatie: Entries (RSS) en commentaar (RSS).



ISSN 1780-1338