Gelezen: Ultima

vrijdag 19 december 2014 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

UltimaOh boy. Het vervolg op Proxima, en het combineert alles wat me stoorde aan dat eerste boek met een hele reeks andere akelige dingen.

Situatie: op Mercurius waren kernels gevonden, een soort oneindig-achtige energiebron. Een groep kolonisten werden naar Proxima Centauri gestuurd. Dan werd er een soort deur gevonden op Mercurius, die naar Proxima Centauri leidde. En dan, euh, gingen er mensen over en weer, en zo heel veel maakte het niet uit: een paar generaties later was er een soort wereldoorlog tussen China en de VN, en pats boem, Mercurius werd vernietigd en de tijd werd precies gereset, met een reeks mensen die op een planeet terechtkwamen waar ze in het Latijn begroet werden.

Einde van boek 1.

Boek 2 gaat verder op dat elan, opnieuw in een soort irritante accordeon-verhaalstijl. Nu eens wordt een verhaal dat op vier paragrafen kon verteld worden, uitgesmeerd over tientallen bladzijden en ettelijke dagen/weken verhaaltijd, dan weer wordt er in één zin over jaren of decennia gegaan.

Maar nog veel irritanter dan dat, en nóg irritanter dan de personages van bordkarton, is de manier waarop met alternatieve geschiedenis omgegaan word. Zonder veel van het verhaal te verklappen, worden er regelmatig nieuwe alternatieve geschiedenissen opgestart, en dat is a-bo-mi-na-bel slecht gedaan.

Op het einde van het eerste deel werden een aantal mensen verwelkomd op een random planeet in het universum ergens door Romeinen. Tot daar toe, dat het Westromeinse Rijk niet gevallen is. Tot daar toe dat dat is omdat Claudius overtuigd werd om niet Brittanië te veroveren maar Germania te onderwerpen. Okay dat de Aarde verdeeld wordt tussen het Romeins Rijk, de Chinezen en de Brikanti, een soort alliantie van Kelten en Vikings. Ik wil zelfs mijn disbelief zo ver suspenden dat de mensen in die alternatieve tijdslijn rond de jaren 1400 de ruimte in geraakten.

Maar niet okay dat die Romeinen 23 eeuwen na Caesar nog altijd klassiek Latijn spreken. Niét okay dat de hele maatschappij een karikatuur is van de late Republiek, compleet met geïdealiseerde cursus honorum, patriciërs en plebejers en slaven, met bijvoorbeeld Grieken die vooral “dokters” zijn. Niét okay dat er nog altijd klassieke legioenen zijn, die elke avond na hun dagtaak een kamp bouwen en vechten met gladius en pilum — zelfs als dat in de ruimte gebeurt. Niet okay dat de mensen in het echte leven geen computers, geen auto’s, geen gemechaniseerde vervoermiddelen, geen televisieschermen hebben maar alles doen met abacussen, paard en kar, en projectie van dia’s.

Want tegelijkertijd met dat voor-middeleeuws leven zouden we dan moeten geloven dat ze ook enorme schepen kunnen bouwen waar honderden mensen op een paar dagen tijd van Aarde naar Mars mee geraken, kunnen landen en weer opstijgen. Nee: nonsens.

En breek mij de bek niet open over wat de auteur doet met Inca’s, in nog een alternatieve tijdslijn. Alsof een melkwegomvattend rijk zou kunnen beheerd worden door letterlijke quipucamayocs met letterlijke quipu’s van letterlijk touw. Be-la-che-lijk. En enorm nefast voor het verhaal zelf.

Het verhaal zelf, dat écht geen overschot had. Dat samen te vatten was op die voormelde vier paragrafen, en dat enorm hard meh was.

Begin niet aan Proxima, en wie toch al door Proxima geraakt was: begin niet aan Ultima. Bleh.

[van op Boeggn]

Gelezen: House of Chains

zondag 14 december 2014 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

House of ChainsAls het op nietsdoenvakanties aankomst, zijn er wat mij betreft boekenleesvakanties en tv-kijkvakanties. Deze vakantie is een tv-kijkvakantie, veel boeken komen er dus niet aan te pas.

Wél deel vier van Malazan Book of the Fallen uitgelezen. In heel erg veel stukjes en beetjes, en dat was misschien niet zo enorm hard een goed idee: ‘t is naar Erikson-gewoonte complex, en alle vorige boeken moeten in uw hoofd zitten, en ge moogt geen moment de aandacht laten verslappen.

Ik had het boek tien of zo jaar geleden al gelezen, en dat hielp: het is bij momenten waarlijk schoon en ontroerend. Spannend? Niet aangehouden. Veel vaart? Ook niet echt voortdurend.

Zoals bij het vorige boek, en bij de volgende boeken, heeft het weinig of geen zin om zelfs maar te beginnen proberen in detail te vertellen waar het over gaat, wegens een dramatis personæ van ettelijke bladzijden lang, een behoorlijk complexe wereld, en een verhaal dat op verschillende continenten, in verschillende tijdsgewrichten en dimensies plaatsvindt.

Niet het beste boek van de reeks, maar niet overslaanbaar voor wie zoals ik de tien boeken wil (her)lezen. En zeer de moeite waard, voor wie zoals ik dit soort boeken graag leest.

[van op Boeggn]

Gelezen: Galápagos: A Novel

donderdag 27 november 2014 in Boeken. Permanente link | 3 reacties

GalapagosMisschien, dacht ik, heb ik gewoon een slecht boek genomen. Misschien was Mother Night, dat ik nog niet gelezen had, gewoon een minder werk van Vonnegut. Een jeugdzonde.

Mischien, dacht ik, moet ik gewoon eens een boek herlezen waar ik me van herinner dat ik het goed vond. Enter Galápagos, het boek waar ik een sprongetje van maakte toen ik zag het dat beschikbaar was bij de papierenboekenverhandelaar.

Het was al te lang geleden om me de details te herinneren, ik wist alleen nog de premisse: het verhaal wordt verteld door een geest, een miljoen jaar in de toekomst. De hele mensheid is uitgestorven behalve de afstammelingen van een aantal schipbreukelingen van een toeristencruise naar de Galápagos-eilanden, en die afstammelingen zien er na een miljoen jaar niet meer menselijk uit: eerder een soort zeehonden, met gestroomlijnde lichamen en flippers in de plaats van armen en handen.

In de onsterfelijke woorden van Mr. Horse:

Show, don’t tell” is blijkbaar niet aan de man besteed: het is bladzijde na bladzijde van saaie, saaie, saaie expositie. Ook hier wordt de moraal van het verhaal helemaal op voorhand gegeven (alles is de schuld van die verdomde grote hersenen van de mensen), en ook hier wordt die moraal er pagina na pagina in gestampt.

Tussen 1961 (Mother Night) en 1985 (Galápagos) heeft Vonnegut blijkbaar wel een bijscholingscursus “hoe maak ik mijn boeken nóg minder interessant” gevolgd: het hele boek door wordt er een asterisk gezet bij de personages die ergens in de volgende hoofdstukken gaan sterven.

Enfin ja, niet dat het veel uitmaakt, want de personages doen er niet toe. Iedereen gaat toch dood.

Een scholier zou er allerlei “interessante” thema’s in kunnen terugvinden, van parallellen met de Bijbel, het Aards Paradijs, Adam en Eva, yada yada. Op school zou er ongetwijfeld een “boeiende” discussie kunnen zijn met vragen over moraliteit, maatschappij, bla die bla. Een leraar zou mij wellicht kunnen uitleggen waar precies de “satire” in dit “satirisch meesterwerk” zit.

Ik zit niet op school. Ik vond dit een rotslecht, door en door slecht, inslecht boek.

 

[van op Boeggn]

Gelezen: Mother Night: A Novel

woensdag 26 november 2014 in Boeken. Permanente link | Eén reactie

Ik vond Kurt Vonnegut fantastisch goed toen op op school zat. Slaughterhouse Five, Sirens of Titan, Cat’s Cradle, het sprongetje van contentement dat ik maakte toen ik zag dat er nieuwe was, Galápagos.

En toen kwam ik vorige week dit filmpje van hem tegen:

En bedacht ik, tijd om die mens nog eens te herlezen.

Weeeeellllllll… you can’t go home again, zoals ze zeggen.

mother-nightIk had Mother Night dacht ik niet gelezen, maar het werd mij aangeraden, en dus hey waarom niet. In Mother Night schrijft Howard W. Campbell in een gevangeniscel in Israël, terwijl hij wacht op zijn proces wegens oorlogsmisdaden. Hij heeft veel misdaan waar iedereen van weet, als een soort hoofdpropagandist voor de Engelstalige wereld tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar hij heeft ook veel goede dingen gedaan waar bijna niemand van weet, door in zijn radio-uitzendingen gecodeerde boodschappen uit Duitsland naar de geallieerden te sturen.

Ik had Vonnegut gewoon dicht moeten laten, dan zou het bij een goede herinnering gebleven zijn. Het moet zijn dat ik een allergie heb opgedaan aan dit soort literatuur of zo, want ik werd al vanaf de eerste hoofdstukken (hoofdstukjes) kregelig. Die alleswetende verteller, die eindeloze metafictionele gimmicks van “ik zeg u op voorhand wat er gaat gebeuren, en zie, het gebeurt ook echt, neenee, kijk!, zie!, hiér gebeurt het”, ik word daar lastig van.

En oh kijk, we krijgen al helemaal in het begin een moraal mee: “We are what we pretend to be, so we must be careful about what we pretend to be.” Dankuwel, maar ik ben geen klein kind dat bij de hand geleid moet worden en alles van naaldje tot draadje uitgelegd moet krijgen. Oh wat nu? Krijg ik écht diezelfde moraal pagina na pagina er quasi letterlijk ingestampt? Ugh, nee. Nee bedankt.

De samenvatting staat hier. De wereld vind het wellicht een uitstekend boek, ik vond er niets aan en ik heb er spijt van dat ik het gelezen heb. (Sorry Iannis.)

[van op Boeggn]

Gelezen: The Skystone

dinsdag 25 november 2014 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

SkystoneMoh kijk nu, een reeks die ik ongetwijfeld al lang geleden graag gelezen had, maar waar ik nog nooit van gehoord had, terwijl het wel degelijk een reeks is die ik zou moeten kennen.

‘t Gaat over de vijfde eeuw, het einde van het Romeinse Rijk in het Westen, en meer specifiek over het einde van de Romeinen in Engeland. Met als vertrekpunt: als Koning Arthur en de Ronde Tafel en alles echt zouden gebeurd zijn, hoe zou dat dan realistisch in zijn werk kunnen gegaan zijn?

De verteller is Publius Varrus, primus pilus van Caius Britannicus, die zowat de laatste grote klassieke Romeinse Generaal in Engeland is. Varrus is een elitesoldaat en van vader op zoon een uitstekende smid, maar net zoals Britannicus beseft hij meer en meer dat hij eigenlijk in de eerste plaats een Brit is en geen Romein.

De skystone uit de titel is trouwens een ijzermeteoriet, waar ongetwijfeld in één van de volgende boeken Excalibur zal van gemaakt worden.

‘t Is niet alsof het literatuur is of zo, maar wel wijs.

[van op Boeggn]

Gelezen: Proxima

zaterdag 15 november 2014 in Boeken. Permanente link | Eén reactie

ProximaEen kat in een zak. Een kat in een verdomde zak. Kijk, dit is de blurb van het boek:

The very far future: The Galaxy is a drifting wreck of black holes, neutron stars, chill white dwarfs. The age of star formation is long past. Yet there is life here, feeding off the energies of the stellar remnants, and there is mind, a tremendous Galaxy-spanning intelligence each of whose thoughts lasts a hundred thousand years. And this mind cradles memories of a long-gone age when a more compact universe was full of light…The 27th century: Proxima Centauri, an undistinguished red dwarf star, is the nearest star to our sun – and (in this fiction), the nearest to host a world, Proxima IV, habitable by humans. But Proxima IV is unlike Earth in many ways. Huddling close to the warmth, orbiting in weeks, it keeps one face to its parent star at all times. The ‘substellar point’, with the star forever overhead, is a blasted desert, and the ‘antistellar point’ on the far side is under an ice cap in perpetual darkness. How would it be to live on such a world? Needle ships fall from Proxima IV’s sky. Yuri Jones, with 1000 others, is about to find out…PROXIMA tells the amazing tale of how we colonise a harsh new eden, and the secret we find there that will change our role in the Universe for ever.

Sounds pretty good, right? Stephen Baxter schrijft regelmatig wel eens een goed boek ook, dus ik dacht: kopen, en lezen, die handel. Ik dacht dat een hele tijd geleden, en tegen dat ik aan het boek geraakte was ik al lang de blurb hierboven vergeten, en was het bij “colonisatie van Proxima Centauri” gebleven.

Maar goed ook, want zelfs de naam van het personage is fout in de blurb: het is Yuri Eden. En alhoewel zowat alle elementen van de blurb terugkomen in het boek, ligt het accent helemaal anders.

Dat van die “tremendous Galaxy-spanning intelligence” komt maar heel even voor, heel cryptisch, in dacht ik één hoofdstukje van een paar paragrafen en dan nog hier en daar een kleine hints. Het grootste deel van de aktie speelt zich rond twee personages en twee plaatsen af. Yuri Eden (niet zijn echte naam) is een man van lang geleden, die 80 jaar ingevroren werd door zijn ouders en wakker werd in een radikaal veranderde politieke context: de “Age of Heroics” was voorbij, en in plaats van grote dure projecten te doen om te proberen allerlei zaken te veranderen of tegen te houden (de overhitting van de planeet met grote zonneschermen in de ruimte, bijvoorbeeld), wordt de tering naar de nering gezet en is er een soort status quo tussen VN aan de ene kant en China aan de andere.

De VN heeft het grootste deel van de Aarde, de maan, Venus en Mercurius, en China heeft een stuk Aarde en Mars en alles daar voorbij. China heeft duidelijk het overwicht dus — tot er op Mercurius een mysterieuze energiebron gevonden wordt, “kernels” die lijken mini-wormgaten te zijn die energie afgeven als ze op de juiste manier bestraald worden.

Op Mercurius woont Stef Kalinski, tweede hoofdpersonage. Zij is getuige van het vertrek van een schip naar Proxima Centauri, met aan boord Yuri Eden en een zootje van een paar tiental misdadigers en andere ongewensten, die op Proxima Centauri c gedumpt gaan worden om er een reeks kolonies te bouwen.

Daar had ik het al meteen lastig mee: akkoord dat het een parallel is met Australië en zo van lang geleden, maar waarom in ‘s hemelsnaam zou men de hoop van de mensheid, op de lange termijn, in handen leggen van een groep om allerlei verschillende redenen veroordeelde mensen? Die dan nog eens nul motivatie hebben, behalve “in leven blijven”?

Het resultaat is niet moeilijk te raden: de kolonisten worden in kleine groepjes gedumpt op verschillende zeer ver van elkaar verwijderde plaatsen op de nieuwe planeet, en alvast in de groep waar Yuri in zit, loopt het zeer snel zeer verkeerd. We volgen uitgebreid en in detail hoe ze hun wereld verkennen, wat ze leren, hoe het met de interpersoonlijke relaties zit (iedereen behalve Yuri zelf sneert voortdurend naar elkaar, zeer teleurstellend), en hoe ze uiteindelijk tot een min of meer stabiele situatie komen. Dan zijn we tién jaar later.

Oh ja, en dit was eigenlijk de derde expeditie naar Proxima Centauri: de eerste was een traditionele expeditie met één mens en een schip vol embryo’s (presumed lost) en de tweede was een soort Von Neumannachtige AI (Angelia, gebouwd door de vader van Stef Kalinski, presumed lost).

Ondertussen in het zonnestelsel ontstaan er steeds meer strubbelingen tussen de VN en China, die ook willen meegenieten van die kernels, en ontdekken mensen op Mercurius een soort luik in de grond. Onder de grond, miljarden jaar oud, en met een afdruk van menselijke handen erop. Stef legt er haar handen op, en hey presto! plots heeft ze een tweelingzus bij, en behalve Stef is er niemand die beseft dat die tweeling er niét altijd geweest is.

Daar zitten we denk ik aan ongeveer een derde van het boek, en wordt het allemaal intrigerend: er zijn aliens, er is iets dat luiken in de wereld plaatst, er wordt aan manipulatie van de realiteit gedaan, de robot die de kolonisten kregen om ze te voorzien van voedsel en recyclage blijkt bewustzijn en intelligente te hebben, we leren dat er drie massieve AI’s op Aarde zijn, minstens één van die (presumed lost)s zijn niet lost (presumably): fijn, dus.

…en dan lost het boek de verwachtingen niet echt in. Plots schiet de tijd tien jaar vooruit, en nog eens twintig, en dan besluiten een aantal mensen om een reis te maken en wordt die reis van meer dan twee jaar op een hoofdstuk afgewerkt: bijzonder oneven, allemaal.

En op Aarde gaat het allemaal ook in stroomversnellingen, en gebeuren er verschrikkelijke dingen zonder dat het echt zeer belangrijk aanvoelt (al is het dat wel, in het verhaal), en voor we het weten is het het (bijna karikaturaal Doctor Who-achtige) einde van het boek, en besef ik plots zeer hard: damned, dit was deel één, en ik ga het vervolg moeten lezen.

Nee, een kat in een zak dus. En ik ga het vervolg wel lezen, natuurlijk, maar ik ben niét content.

[van op Boeggn]

Gelezen: Le Comte de Monte-Cristo

zondag 9 november 2014 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

montecristoVraag mij niet waarom ik dit herlezen heb. Ik herinner me vaag dat ik het zeer indrukwekkend vond toen ik het een eeuw geleden las, en ik zal wel iets gedacht hebben als “in de rapte eens lezen, tussen twee andere dingen door”.

Ahem ja. Dit is een lang boek. Serieus: een te lang boek. En het is echt wel wijs om lezen, maar dan toch wel vooral als een tijdsdocument — want echt literatuur zou ik het niet durven noemen.

De personages zijn meer dan karikaturaal, het verhaal is bij momenten zó ongeloofwaardig dat het ongewild humoristisch wordt, en de voorafschaduwingen zijn zo voorafschaduwend, dat er bijzonder weinig verrassingen te rapen zijn.

In het kort: Edmond Dantès heeft alles om gelukkig te zijn: hij heeft een beetje geld gespaard, hij staat op het punt om kapitein van een schip te worden en hij staat op het punt te trouwen met de mooie Mercédès. Danglars, die met Dantès vaarde, is jaloers. Fernand, een visser, is verliefd op Mercédès.

De dag voor Dantès’ trouw schrijven Danglars en Fernand samen met de dronken Caderousse (een buurman die de vader van Dantès woekerrentes vraagt) een brief als zou Dantès een Bonapartist zijn (zéér not done in 1815). Dantès wordt gearresteerd op zijn verlovingsfeest, en ondervraagd door Villefort, de substituut van de procureur.

Villefort is een royalist, maar ziet in eerste instantie niets zwaars aan de hand met de loze beschuldiging , tot blijkt dat Dantès wel degelijk een brief op zich heeft: het was de stervenswens van zijn kapitein dat hij die brief zou bezorgen aan de Noirtier. Noirtier is een hardcore Bonapartist en — hier komt de clou! — de vader van Villefort, die Noirtier de Villefort geboren is.

Daarop smijt Villefort Dantès meteen in de gevangenis, zonder enige vorm van proces, in het Château d’If, de maximum security prison van die tijd, op een rots in de zee een paar kilometer voor de kust van Marseille. De brief zorgt ervoor dat Villefort op de hoogte is van de nakende terugkeer in Frankrijk van Napoleon en geeft Villefort meteen een zware promotie.

Dantès blijft jaren in eenzame opsluiting in het Château d’If, Ondertussen sterft de vader van Dantès, geraakt Fernand aan macht en geld door zowat iedereen voor wie hij ooit gewerkt heeft te verraden aan hun vijand, is Villefort na de tweede terugkeer van de monarchie na Waterloo procureur des konings, wordt Danglars een rijke bankier, en trouwt Fernand met Mercédès die het opgegeven heeft te wachten op Dantès.

Als Dantès op de rand van zelfmoord staat in de gevangenis, hoort hij lawaai dat blijkt een collega-gevangene te zijn, abbé Faria. Faria is belezen, intelligent, weet van geneeskunde en scheikunde af, leert Dantès talen en wetenschap, en samen reconstrueren ze hoe de vork in de steel zit met Danglars en Fernand en Caderousse en Villefort.

Tien (tien!) jaar na hun ontmoeting en veertien jaar na zijn gevangenzetting, slaagt Dantès erin te ontsnappen. Faria heeft hem vanalles geleerd, en ook en vooral verteld waar er een immense schat begraven ligt, op het eiland van Montecristo.

…en dan begint de wraak van Dantès. Eén voor één verschuift hij pionnen, tot hij uiteindelijk iedereen die hem gevangen gezet heeft, kapot heeft gemaakt. De zaken worden een beetje gecompliceerder omdat al die mensen getrouwd zijn en ook kinderen hebben: alleen daardoor is Dantès geen allesvernietigende wraakengel, maar enkel bijna-allesvernietigend.

Kluten en esbattementen, moord, vergiftiging, vermommingen, personages die blijken personages uit lang vervlogen verledens van elkaar te zijn, drama, melodrama, pathetiek, avontuur, duels, subterfuge: dit is geen boek, dit is een telenovela.

Zoals ik zei: wel leutig om lezen, maar dit is écht iets dat beter tot zijn recht komt in een tv-serie, denk ik.

[van op Boeggn]

Gelezen: Memories of Ice

maandag 20 oktober 2014 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

memories-of-iceHet kabbelt voort en het kabbelt voort, en soms weet een mens niet meer goed in welk deel van welk continent we nu precies zijn, maar hoofdstuk na lang hoofdstuk worden de personages echter en echter, en dan bam! zijn we aan vier vijfden van het boek begint de actie, en dan is het een onneerlegbaar boek.

Drie boeken zijn we ver, en nu pas wordt het min of meer een beetje duidelijk wat er allemaal aan het gebeuren is achter de schermen.

Opnieuw een boek vol oorlog, en nog meer dan in de vorige boeken zien we verschillende perspectieven: van verschillende generaties goden over quasi-onsterfelijke wezens over generaals en high mages tot toevallige helden en soldatenvoetvolk.

Mensen en wezens die goed doen en slecht doen, met motivaties en achtergronden, niet te zwart-wit, zeer bijzonder goed. De enige reden om dit niet te lezen zou zijn omdat het veel werk is — een goeie drieduizend bladzijden voor de eerste drie boeken — maar de laatste paar honderd bladzijden alleen al maken het allemaal meer dan waard.

[van op Boeggn]

Gelezen: Kitchen Confidential: Adventures in the Culinary Underbelly

zondag 12 oktober 2014 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

51TTRIkEQ7L._SL300_Anthony Bourdain is een sympathieke mens. ‘t Is te zeggen: hij komt over als een echte mens, op zijn televisieprogramma’s die ik voor zover ik kon, allemaal bekeken heb.

Ik had Kitchen Confidential ook al een tijd geleden gelezen, maar toen ik onlangs op Audible terechtkwam op zoek naar iets anders, kwam het in mijn recommendations — ik vermoed omdat ik het boek op Amazon gekocht heb, jaren en jaren geleden, maar wie weet was het wel omdat ik net een paar kookboeken gekocht heb bij Amazon.

Nu eens noir, dan weer stream of consciousness, dan pure poëzie, en dan hilarisch, en dan schrijnend: het verhaal van een rijkeluiszoon die verliefd wordt op eten, vakantiejobs in restaurants doet, en uiteindelijk uit nijd naar de koksschool gaat en professioneel chef wordt.

Maar niet vooraleer hij de hele voedselketen van de restaurantwereld doorlopen heeft, hectoliters drank verzet heeft, containers sigaretten, een cocaïne- en heroïneverslaving opgedaan en verslagen heeft, en een heel spoor van failliete restaurants achter zich heeft gelaten.

Dit is een boek dat iedereen die ooit met eten of met restaurants te maken heeft, zou moeten lezen.

[van op Boeggn]

Gelezen: Deadhouse Gates

woensdag 1 oktober 2014 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

Deadhouse GatesDeel twee van de tien, en dat het vooruit gaat.

Het lezen, bedoel ik dan, niet het verhaal: dit is een soort zijstap voor een paar personages van het vorige boek; voor zover ik me herinner, worden de verhalen van boek 1 en 2 weer opgepakt in boek 3.

In de Zeven Steden is een revolutie op til (met een soort profetes en woestijnstammen, shades of Fremen en Muad-Dib), de meest populaire generaal van het keizerrijk is buiten de wet gesteld, adel wordt massaal verscheept naar dwangarbeid in de mijnen.

De verschillende plotlijnen overlappen nauwelijks, en alles vindt door elkaar plaats:

  • Icarium, een onsterfelijke uitvinder die regelmatig stukken tijd verliest, is op zoek naar iets, maar hij weet niet naar wat. Zijn compagnon en vriend Mappo, ook onsterfelijk, moet er eigenlijk voor zorgen dat Icarium zijn geheugen niet terugvindt. Ze geraken terecht in een oorlog tussen D’Ivers en Soletaken, twee soorten shapeshifters (de eerste kunnen de vorm van veel beesten tegelijk aannemen, zoals een zwerm vliegen of een roedel honden, de tweede kunnen in één ding veranderen, zoals pakweg een draak), en ze komen daarbij in de buurt van Iskaral Pust, een krankzinnige (enfin vermoeden we toch, wie weet) priester.
  • Coltaine is de leider van het 7de Leger van het Malazanrijk. Hij probeert zijn leger, en duizenden vluchtelingen erbij, te voet naar de andere kant van het continent in veiligheid te brengen. Daarbij wordt hij voortdurend achtervolgd door een numerische overmacht, tegengewerkt door de adel die ook bij die vluchtelingen zit, en verliest hij stapels volk aan de woestijn. Duiker, ex-soldaat en tegenwoordig keizerlijk historicus, vergezelt het 7de na een tijd.
  • Felisin Paran, jongste zus van de Paran in het vorige boek, geraakt in de mijnen terecht. Cue schrikkelijke scènes van verkrachting en verslaving en verminking en alles. Zij wordt vergezeld van Heboric, een ex-hogepriester (zonder handen) van de oorlogsgod Fener en Baudin, een soort straatvechter die Felisin in bescherming lijkt te nemen, tegen haar goesting. Alles is tegen haar goesting, trouwens, na voormelde verkrachtingen en verslavingen en verminkingen: bepaald ambetante madam, die Felisin.
  • En dan zijn er nog een paar personages van het vorige boek: Apsalar, die terug wou gaan naar haar geboortedorp en geëscorteerd wordt door veteranen Kalam en Fiddler, en door loverboy-slash-dief Crokus.

Begint het al wat te duizelen? Tja. Dat is denk ik de situatie na een bladzijde of honderd, en dan gaat het nog wat meer loos, met personages en situaties en achtergronden en alles.

Het wordt er allemaal niet beter op, vrees ik, naarmate de reeks verder gaat. Erikson slaagt er hier meer in om zijn personages leven te geven — met Felisin, Kalam en Duiker als uitschieters — en zijn wereld voelt nog altijd even enorm goot en enorm gedetailleerd en enorm geschiedenisvol aan als in het vorige boek. Wat minder geforceerde expositie misschien zelfs, en dat komt dan weer de personages ten goede.

Ontroerend, ook, vaak. In de kleine dingen: een compagnie soldaten in het 7de, nauwelijks omschreven, maar die in een paar scenes helemaal levend wordt; flitsen achtergrond die heelder personages plot in perspectief brengen; de manier waarop een schoothond omschreven wordt.

Ja, aangeraden natuurlijk. Maar niet voor mensen die niet graag puzzelen, en ook niet voor mensen met een slecht geheugen en/of weinig verbeelding.

[van op Boeggn]

Gelezen: Gardens of the Moon

maandag 22 september 2014 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

Gardens of the MoonVijf jaar geleden zei ik “note to self: dingend herlezen” over de Malazan-boeken. Ik heb dat toen niet meteen gedaan, omdat de reeks nog niet af was.

Niet dat ze nu wel af is, het is zo’n grote wereld dat er stof voor een bibliotheek boeken is, maar toch: Erikson’s Malazan Book of the Fallen, dié reeks is ondertussen met het tiende boek, The Crippled God in 2011, wel afgelopen.

Toen ik las dat er een fictionary voor George R.R. Martin uitkwam, moest ik er aan denken dat er voor Malazan al een hele reeks bestond, en toen zag ik dus dat dat tiende boek al een tijd uit was, en hey, besluit genomen.

En zo is het eerste boek uit, Gardens of the Moon. Een boek dat niet meer in medias res kon beginnen als het een vtm-journalist was die op de lopende band van een worstenfabriek gedumpt werd: er is een rijk, er is een keizer die afgezet is, er is een nieuwe keizerin, er zijn legers, er zijn anciens in dat leger, er is tovenarij, er zijn allerlei rassen, er is geschiedenis men kan niet meer, er zijn goden en ascendanten, er zijn voorspellingen, er is… aargh.

Erikson zegt in zijn inleiding bij de heruitgave dat hij even gespeeld had met de gedachte een échte inleiding te schrijven om het allemaal wat duidelijker te maken, maar het dan uiteindelijk toch maar niet gedaan heeft: mensen die Gardens of the Moon lezen, zijn er ofwel meteen wég van, ofwel lopen ze er meteen van weg.

Ik ben van de eerste soort, dus duidelijk. Géén boek om diagonaal te lezen, maar wel om van te genieten.

Korte inhoud geven is onbegonnen werk — wie graag Joe Abercrombie leest, wie graag Song of Ice and Fire leest, wie graag puzzelt tijdens het lezen: denk geen seconde na, en begin aan Gardens of the Moon. Na een paar hoofdstukken wordt wel duidelijk of het uw ding is, en als het uw ding is: na de 768 bladzijden van het eerste boek zijn er nog 10.379 bladzijden vervolg.

[van op Boeggn]

Gelezen: What If? Serious Scientific Answers to Absurd Hypothetical Questions

maandag 15 september 2014 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

What IfAl een tijdje onbestwiste bestseller bij Amazon.com, en terecht. Randall Munroe van XKCD is een fijne mens, die fijne dingen maakt, ergens in het brandpunt van wetenschap, humor en ontroering.

(Wie XKCD niet kent: klik voor een aantal van zijn meer uitgebreide dingen. En volg anders gewoon xkcd.com elke dag.En XKCD Explain voor als het niet meteen duidelijk is.)

What If? geeft, zoals de titel zegt, serieuze antwoorden op absurde vragen. Vragen zoals: van hoe hoog moet ik een biefstuk naar beneden gooien om het gebakken op de vloer te zien terechtkomen? Wat zou er gebeuren als één mol (de maateeinheid) mollen (het beest) op één hoop zouden gesmeten worden? Is het mogelijk een jetpack te maken met de weerslag van machinegeweren? Wat zou er gebeuren op een planeet zoals beschreven in Le Petit Prince? Wat gebeurt er als al mijn DNA in één keer verdwijnt? Welke mens was ooit het verst van alle andere mensen verwijderd, en was hij/zij eenzaam?

Een heel boek vol, maar ongeveer twee derde verscheen al vroeger op het internet, en er verschijnen er nog regelmatig bij. Ik heb het boek meer gekocht omdat ik Randall een sympathieke kerel vind, dan om die bijkomende inhoud. En om hem iets terug te geven voor al die fantastische jaren XKCD.

Niet dat het niet aangeraden is, maar de bijkomende inhoud op zich is wat te licht om de prijs van het boek te verrechtvaardigen, voor wie de rest al gelezen had. Voor wie de rest nog niet gelezen had, en al was het een beetje interesse voor wetenschap heeft: niet nadenken, en kopen.

[van op Boeggn]

Gelezen: Intertwingled: Information Changes Everything

zaterdag 6 september 2014 in Boeken. Permanente link | 2 reacties

IntertwingledAls Peter Morville, de man van het ijsbeerboek, van Ambient Findability en van Search Patterns, een nieuw boek legt, dan is een mens in de branche zowat verplicht naar Amazon te trekken, het zonder veel nadenken te bestellen, en het te lezen.

Had ik dat maar niet gedaan. Het verbaast me niet dat deze verzameling pagina’s self-published is door ‘s mans Semantic Studios, want het trekt op niets.

Wát een irritant boek. Het leest alsof er geen eindredacteur aan te pas is gekomen, alsof het ternauwernood gepland was (pijnlijk, voor een informatie-architect), de lay-out is slordig, de illustraties kneuterig, overbodig en lelijk, en van toon lijkt het nog het meest op een bijzonder vervelend zelfhulp-boek. Zonder het aspect “hulp”, dan wel.

Er gaat bijna geen pagina voorbij of er wordt genamedropped, gehint naar hoeveel enorm belangrijke klanten hij wel heeft, hoe goed hij is in alles wat hij doet (lopen, fietsen, geld verdienen, op natuurexpeditie gaan), en dat alles in een soep zonder houvast, in een enorm vermoeiende stream of consciousness. En niet het goede soort stream of consciousness, het soort dat u meesleept: self-indulgent, rambling, incoherent.

Hij weeft voortdurend heen en weer tussen zijn persoonlijke leven (dat me geen zier interesseert, zijn levenslessen zijn van een enorm verregaande banaliteit), zijn professionele ervaringen (waar hij nooit genoeg in detail gaat, maar nét genoeg zegt om de indruk te geven dat hij een soort superman is die altijd gelijk heeft), een soort vage roodachtige draad over een trip naar een eiland met elanden en wolven, Readers Digest quotes van boeken die hij gelezen heeft, en een bijna lachwekkend soort boeddhisme-voor-beginners.

De indruk die ik ervan krijg, is van een consultant die enorm hard gewoon is dat iedereen naar hem luistert, en die zich een aantal niveaus intelligenter voelt dan mij. En daar graag blijft de nadruk op leggen.

Wanneer hij niet copy-pastet van elders (de helft van het boek lijken wel quotes), spuit hij platitudes die ongetwijfeld interessant klinken na een paar glazen teveel, maar die bij nader nadenken eigenlijk niets willen zeggen. Een voorbeeld, en ik had er honderd kunnen geven:

In 1941, Jorge Luis Borges, a blind Argentine librarian, wrote an amazing story, The Garden of Forking Paths, about a book and a labyrinth containing “an infinite series of times, a growing, dizzying web of divergent, convergent , and parallel times… all possibilities.” This use of analogy to connect the forks of space and time is poetic, irresistible, and recursive. In 1991, Herbert Simon, the polymath pioneer of artificial intelligence and decision theory, wrote “I have encountered many branches in the maze of my life’s path, where I have followed now the left fork, now the right . The metaphor of the maze is irresistible to someone who has devoted his scientific career to understanding human choice.” [78] It’s a powerful metaphor, but all maps are traps.

While divergent paths may seem obvious in hindsight, they aren’t easy to see in advance. All of our decisions are made without a complete understanding of the options and consequences; not that we don’t try. Our brains routinely imagine choices and outcomes, and when the possibilities are too fuzzy, we stall. We muddle around in a state of productive procrastination, and while muddling can be hard to defend, it’s precisely the right thing to do. We must buy time to find our way, because the relationships between choice, action, and cognition are far messier than we like to admit; and once we step from the handle to the tine, there’s no going back. Perhaps the utensil that affords the wisest decisions isn’t a fork but a spork.

Never mind dat Borges in 1941 nog niet blind was, en dat ik hem, ahem, nét iets anders zou geïntroduceerd hebben dan als “a blind Argentine librarian” — Perhaps the utensil that affords the wisest decisions isn’t a fork but a spork?? En voor de slechte verstaander is het zelfs geïllustreerd:

fork

Ja, illustraties. Een afbeelding zegt meer dan duizend woorden of zoiets in die zin, zeker? Voor iemand als Morville verwacht ik dan toch wel dat hij iets beter kan dan knullige Word-diagrammen met Comic Sans:

sw

En zou het niet ergens een goede regel zijn dat een illustratie ook moet illustreren, ‘t is te zeggen, iets toevoegen aan de tekst? Kan iemand mij zeggen wat de toegevoegde waarde van dit ivoorbeeld zou kunnen zijn?

run bike swim

of van dit, een paar bladzijden later?

moral circle

En oh ja: naast Comic Sans is Morville blijkbaar een enorm grote fan van lelijke clipart:

river
perception

En als er dan eens een afbeelding is die misschien iets had kunnen verduidelijken, is het gewoon konte-verkeerd. Ik bedoel maar — wat moet een mens hieruit begrijpen?

ads

Met wat puzzelen kan een mens min of meer snappen dat bij een zeer goede user experience  de ad revenue zeer laag is, en bij een zeer slechte user experience ook, en dat er ergens een middenweg is tussen user experience en ad revenue, maar ik begrijp vooral dat ik geen advies aan James Morville ga vragen als het aankomt op iets duidelijk te maken met een illustratie.

Nee, zeer teleurgesteld in dit boek.

Niet aangeraden.

Ik ben kwaad op mezelf dat ik hier geld voor gegeven heb. Ook al omdat ik het had moeten weten: zijn workshop op de IA Summit in Miami in 2008 vond ik ook al niets, en ik was niet de enige. ‘t Is de laatste keer dat ik mij laat vangen.

[van op Boeggn]

Gelezen: The Expanse 4: Cibola Burn

donderdag 4 september 2014 in Boeken. Permanente link | 7 reacties

Cibola Burn“(En ‘t zou mij ook niet verbazen dat er een film of zo van komt.)” schreef ik vorig jaar, en kijk: ondertussen is Expanse al een semi-franchise geworden: er is een bestelling voor dacht ik negen boeken en is er sprake van een film en een tv-serie.

Helaas: het is er aan te lezen.

Niet dat dit geen onderhoudend boek is dat ik op een dag uitgelezen heb, niet dat ik er spijt van heb dat ik het gelezen heb, en niet dat ik de volgende boeken plots niet meer zou kopen of lezen, maar: dit voelt meer als een routine-procedural aan dan de vorige drie boeken.

Ik heb de indruk dat we van dit kaliber nog gemakkelijk een aantal boeken zouden kunnen krijgen: ergens een conflict met wortels in de tegenstellingen Aarde/Mars/Outer Planet Alliance, James Holden en zijn kompanen komen er aan, één of meer eendimensionale onredelijk slechte slechteriken, hier en daar een personage dat een beetje meer uitgediept is kwestie van tearjerk-momenten te kunnen hebben en op het einde winnen James Holden en kompanen, dat alles doorspekt met een paar glimpsen van verdwenen aliens, een paar glimpsen van het standpunt van andere niet-echt-verdwenen aliens, en een paar glimpsen Realpolitik uit de cenakels van de macht op Aarde/Mars/Outer Planet Alliance.

Het was hier namelijk precies zo:

  • De mensheid heeft sinds kort toegang tot duizenden Aarde-achtige bewoonbare planeten.
  • Een aantal mensen van de Outer Planets (belters genaamd, gewoon om in ruimtestations te werken op en rond asteroïden, manen, planetoïden etc. verder dan Mars) hebben een land grab gedaan op een planeet die zij Ilus noemen.
  • Royal Charter Energy (RCE), een groot bedrijf van op Aarde, heeft van de VN een concessie gekregen om diezelfde planeet, die zij New Earth noemen, te exploiteren.
  • Conflict, want de belters waren er eerst. Gevolg: terrorisme-achtige dingen.
  • VN stuurt Jim Holden om te  bemiddelen.
  • Slechte slechterik van dienst Murtry, chef van de veiligheidsdiensten aan boord van de Edward Israel, het ruimteschip van RCE, is onredelijk slecht. De zaken escaleren.
  • Plots gebeurt er iets dat te maken heeft met aliens die al miljarden jaren verdwenen zijn.
  • <shenanigans ensue>
  • Happy end.

Het probleem met een serie waarvan het lijkt alsof de bedoeling is om er een lange serie van te maken, is dat sommige personages ineens plot armour krijgen: het wordt weinig waarschijnlijk dat hen iets ernstigs zal overkomen. Een redshirt kan nog wel opgevreten worden door een monster, maar Spock of Kirk niet, dat soort zaken.

Dat is nefast voor het leesplezier, als er voor de derde keer iemand dood/ziek/doodziek zou moeten geweest zijn, maar dat het om een de één of andere reden toch niet gebeurt. En nochtans heeft één van de twee helften van James S.A. Corey nauw samengewerkt met George R.R. Martin, een mens zou verwachten dat er niet zó enorm veel schroom zou zijn voor dergelijke dingen.

Maar alla. We gaan niet te hard zagen. Het is een fijn boek, en ik ga de vervolgen proper kopen, en ik ga dan ook naar de film en de serie kijken.

[van op Boeggn]

Gelezen: Er ist wieder da

zondag 31 augustus 2014 in Boeken. Permanente link | 5 reacties

Er ist wieder daIn de lente van 2011, op een braakliggend stuk grond in Berlijn, wordt Adolf Hitler wakker. De lucht is blauw, hij heeft hoofdpijn, zijn legerjas ruikt naar benzine, er is verdacht weinig luchtafweergeschut, er staan verdacht veel gebouwen nog recht.

Zo begint Er ist wieder da, met de echte Adolf Hitler die, 66 jaar na 1945, niet in de Führerbunker zit, maar in onze moderne wereld. Gedesoriënteerd, zonder partij, zonder leger, zonder macht — maar nooit zonder plan, en nooit onzeker. Een leider neemt beslissingen en staat achter zijn beslissingen. Een leider heeft een plan, en het plan van Hitler is hetzelfde als het was in 1919: het Duitse volk vooruit helpen.

De eerste persoon waar hij mee spreekt, is de eigenaar van een krantenkiosk, die hem ook onderdak geeft. Iedereen herkent Hitler, maar natuurlijk komt het in niemand op om ook maar een moment te denken dat het de echte is.

Een method actor die een typetje neerzet misschien, maar dan wel zó goed en zó raak, dat het niet lang duurt of hij krijgt een bijrolletje in een weinig bekeken tv-show van een derderangskomiek op een kleine zender.

En dan herhaalt de geschiedenis zich: Hitler charmeert, provoceert, maakt rake observaties, en krijgt succes. Op Youtube, op televisie, en in het echt.

Lees het in de mate van het mogelijke zeker in het Duits, ik kan me niet inbeelden dat het in andere talen half zo goed is: bij momenten hilarisch (Hitler in de Turkse droogkuis), bij momenten ontroerend (Hitler’s affectie voor zijn naaste medewerkers, en zijn ontreddering als zij droevig zijn), bij momenten pijnlijk (als een mens “euh ja, eigenlijk heeft hij wel ergens gelijk” zegt).

Ik had Hitler graag nog wat meer persoonlijke interactie zien hebben, want als dat gebeurde was het boek op zijn sterkst. Ik had hem ook graag minstens één keer zijn fundamentele zekerheid willen zien in twijfel trekken — alhoewel: zou het dan nog de echte Hitler geweest zijn?

All in all: leutige premisse, degelijk uitgewerkt, boeiend, niet te lang uitgesponnen, snel uitgelezen, stemt hier en daar tot nadenken, veel geglimlacht en soms ook gelachen: aanrader.

[van op Boeggn]

Vriendjes

Zoek

<insert standard disclaimer>

Alles wat hier staat is mijn eigen opinie. Het wordt niet nagelezen of goedgekeurd door mijn werkgever voor het on-line komt, en ik bied geen enkele garantie voor kwaliteit of correctheid.

Mijn werkgever is het niet noodzakelijk eens met wat ik schrijf, en het spreekt vanzelf dat hij dan ook op geen enkele wijze aansprakelijk kan zijn voor wat ik hier publiceer.

Ter info

Eén van mijn e-mailadressen is michel [at] zog punt org. Normaal gezien antwoord ik daar, buiten de kantooruren, onmiddellijk op.

Valideert, in principe: css & xhtml.
Gemaakt met WordPress.
Syndicatie: Entries (RSS) en commentaar (RSS).



ISSN 1780-1338