Gelezen: Gardens of the Moon

maandag 22 september 2014 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

Gardens of the MoonVijf jaar geleden zei ik “note to self: dingend herlezen” over de Malazan-boeken. Ik heb dat toen niet meteen gedaan, omdat de reeks nog niet af was.

Niet dat ze nu wel af is, het is zo’n grote wereld dat er stof voor een bibliotheek boeken is, maar toch: Erikson’s Malazan Book of the Fallen, dié reeks is ondertussen met het tiende boek, The Crippled God in 2011, wel afgelopen.

Toen ik las dat er een fictionary voor George R.R. Martin uitkwam, moest ik er aan denken dat er voor Malazan al een hele reeks bestond, en toen zag ik dus dat dat tiende boek al een tijd uit was, en hey, besluit genomen.

En zo is het eerste boek uit, Gardens of the Moon. Een boek dat niet meer in medias res kon beginnen als het een vtm-journalist was die op de lopende band van een worstenfabriek gedumpt werd: er is een rijk, er is een keizer die afgezet is, er is een nieuwe keizerin, er zijn legers, er zijn anciens in dat leger, er is tovenarij, er zijn allerlei rassen, er is geschiedenis men kan niet meer, er zijn goden en ascendanten, er zijn voorspellingen, er is… aargh.

Erikson zegt in zijn inleiding bij de heruitgave dat hij even gespeeld had met de gedachte een échte inleiding te schrijven om het allemaal wat duidelijker te maken, maar het dan uiteindelijk toch maar niet gedaan heeft: mensen die Gardens of the Moon lezen, zijn er ofwel meteen wég van, ofwel lopen ze er meteen van weg.

Ik ben van de eerste soort, dus duidelijk. Géén boek om diagonaal te lezen, maar wel om van te genieten.

Korte inhoud geven is onbegonnen werk — wie graag Joe Abercrombie leest, wie graag Song of Ice and Fire leest, wie graag puzzelt tijdens het lezen: denk geen seconde na, en begin aan Gardens of the Moon. Na een paar hoofdstukken wordt wel duidelijk of het uw ding is, en als het uw ding is: na de 768 bladzijden van het eerste boek zijn er nog 10.379 bladzijden vervolg.

[van op Boeggn]

Gelezen: What If? Serious Scientific Answers to Absurd Hypothetical Questions

maandag 15 september 2014 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

What IfAl een tijdje onbestwiste bestseller bij Amazon.com, en terecht. Randall Munroe van XKCD is een fijne mens, die fijne dingen maakt, ergens in het brandpunt van wetenschap, humor en ontroering.

(Wie XKCD niet kent: klik voor een aantal van zijn meer uitgebreide dingen. En volg anders gewoon xkcd.com elke dag.En XKCD Explain voor als het niet meteen duidelijk is.)

What If? geeft, zoals de titel zegt, serieuze antwoorden op absurde vragen. Vragen zoals: van hoe hoog moet ik een biefstuk naar beneden gooien om het gebakken op de vloer te zien terechtkomen? Wat zou er gebeuren als één mol (de maateeinheid) mollen (het beest) op één hoop zouden gesmeten worden? Is het mogelijk een jetpack te maken met de weerslag van machinegeweren? Wat zou er gebeuren op een planeet zoals beschreven in Le Petit Prince? Wat gebeurt er als al mijn DNA in één keer verdwijnt? Welke mens was ooit het verst van alle andere mensen verwijderd, en was hij/zij eenzaam?

Een heel boek vol, maar ongeveer twee derde verscheen al vroeger op het internet, en er verschijnen er nog regelmatig bij. Ik heb het boek meer gekocht omdat ik Randall een sympathieke kerel vind, dan om die bijkomende inhoud. En om hem iets terug te geven voor al die fantastische jaren XKCD.

Niet dat het niet aangeraden is, maar de bijkomende inhoud op zich is wat te licht om de prijs van het boek te verrechtvaardigen, voor wie de rest al gelezen had. Voor wie de rest nog niet gelezen had, en al was het een beetje interesse voor wetenschap heeft: niet nadenken, en kopen.

[van op Boeggn]

Gelezen: Intertwingled: Information Changes Everything

zaterdag 6 september 2014 in Boeken. Permanente link | 2 reacties

IntertwingledAls Peter Morville, de man van het ijsbeerboek, van Ambient Findability en van Search Patterns, een nieuw boek legt, dan is een mens in de branche zowat verplicht naar Amazon te trekken, het zonder veel nadenken te bestellen, en het te lezen.

Had ik dat maar niet gedaan. Het verbaast me niet dat deze verzameling pagina’s self-published is door ‘s mans Semantic Studios, want het trekt op niets.

Wát een irritant boek. Het leest alsof er geen eindredacteur aan te pas is gekomen, alsof het ternauwernood gepland was (pijnlijk, voor een informatie-architect), de lay-out is slordig, de illustraties kneuterig, overbodig en lelijk, en van toon lijkt het nog het meest op een bijzonder vervelend zelfhulp-boek. Zonder het aspect “hulp”, dan wel.

Er gaat bijna geen pagina voorbij of er wordt genamedropped, gehint naar hoeveel enorm belangrijke klanten hij wel heeft, hoe goed hij is in alles wat hij doet (lopen, fietsen, geld verdienen, op natuurexpeditie gaan), en dat alles in een soep zonder houvast, in een enorm vermoeiende stream of consciousness. En niet het goede soort stream of consciousness, het soort dat u meesleept: self-indulgent, rambling, incoherent.

Hij weeft voortdurend heen en weer tussen zijn persoonlijke leven (dat me geen zier interesseert, zijn levenslessen zijn van een enorm verregaande banaliteit), zijn professionele ervaringen (waar hij nooit genoeg in detail gaat, maar nét genoeg zegt om de indruk te geven dat hij een soort superman is die altijd gelijk heeft), een soort vage roodachtige draad over een trip naar een eiland met elanden en wolven, Readers Digest quotes van boeken die hij gelezen heeft, en een bijna lachwekkend soort boeddhisme-voor-beginners.

De indruk die ik ervan krijg, is van een consultant die enorm hard gewoon is dat iedereen naar hem luistert, en die zich een aantal niveaus intelligenter voelt dan mij. En daar graag blijft de nadruk op leggen.

Wanneer hij niet copy-pastet van elders (de helft van het boek lijken wel quotes), spuit hij platitudes die ongetwijfeld interessant klinken na een paar glazen teveel, maar die bij nader nadenken eigenlijk niets willen zeggen. Een voorbeeld, en ik had er honderd kunnen geven:

In 1941, Jorge Luis Borges, a blind Argentine librarian, wrote an amazing story, The Garden of Forking Paths, about a book and a labyrinth containing “an infinite series of times, a growing, dizzying web of divergent, convergent , and parallel times… all possibilities.” This use of analogy to connect the forks of space and time is poetic, irresistible, and recursive. In 1991, Herbert Simon, the polymath pioneer of artificial intelligence and decision theory, wrote “I have encountered many branches in the maze of my life’s path, where I have followed now the left fork, now the right . The metaphor of the maze is irresistible to someone who has devoted his scientific career to understanding human choice.” [78] It’s a powerful metaphor, but all maps are traps.

While divergent paths may seem obvious in hindsight, they aren’t easy to see in advance. All of our decisions are made without a complete understanding of the options and consequences; not that we don’t try. Our brains routinely imagine choices and outcomes, and when the possibilities are too fuzzy, we stall. We muddle around in a state of productive procrastination, and while muddling can be hard to defend, it’s precisely the right thing to do. We must buy time to find our way, because the relationships between choice, action, and cognition are far messier than we like to admit; and once we step from the handle to the tine, there’s no going back. Perhaps the utensil that affords the wisest decisions isn’t a fork but a spork.

Never mind dat Borges in 1941 nog niet blind was, en dat ik hem, ahem, nét iets anders zou geïntroduceerd hebben dan als “a blind Argentine librarian” — Perhaps the utensil that affords the wisest decisions isn’t a fork but a spork?? En voor de slechte verstaander is het zelfs geïllustreerd:

fork

Ja, illustraties. Een afbeelding zegt meer dan duizend woorden of zoiets in die zin, zeker? Voor iemand als Morville verwacht ik dan toch wel dat hij iets beter kan dan knullige Word-diagrammen met Comic Sans:

sw

En zou het niet ergens een goede regel zijn dat een illustratie ook moet illustreren, ‘t is te zeggen, iets toevoegen aan de tekst? Kan iemand mij zeggen wat de toegevoegde waarde van dit ivoorbeeld zou kunnen zijn?

run bike swim

of van dit, een paar bladzijden later?

moral circle

En oh ja: naast Comic Sans is Morville blijkbaar een enorm grote fan van lelijke clipart:

river
perception

En als er dan eens een afbeelding is die misschien iets had kunnen verduidelijken, is het gewoon konte-verkeerd. Ik bedoel maar — wat moet een mens hieruit begrijpen?

ads

Met wat puzzelen kan een mens min of meer snappen dat bij een zeer goede user experience  de ad revenue zeer laag is, en bij een zeer slechte user experience ook, en dat er ergens een middenweg is tussen user experience en ad revenue, maar ik begrijp vooral dat ik geen advies aan James Morville ga vragen als het aankomt op iets duidelijk te maken met een illustratie.

Nee, zeer teleurgesteld in dit boek.

Niet aangeraden.

Ik ben kwaad op mezelf dat ik hier geld voor gegeven heb. Ook al omdat ik het had moeten weten: zijn workshop op de IA Summit in Miami in 2008 vond ik ook al niets, en ik was niet de enige. ‘t Is de laatste keer dat ik mij laat vangen.

[van op Boeggn]

Gelezen: The Expanse 4: Cibola Burn

donderdag 4 september 2014 in Boeken. Permanente link | 7 reacties

Cibola Burn“(En ‘t zou mij ook niet verbazen dat er een film of zo van komt.)” schreef ik vorig jaar, en kijk: ondertussen is Expanse al een semi-franchise geworden: er is een bestelling voor dacht ik negen boeken en is er sprake van een film en een tv-serie.

Helaas: het is er aan te lezen.

Niet dat dit geen onderhoudend boek is dat ik op een dag uitgelezen heb, niet dat ik er spijt van heb dat ik het gelezen heb, en niet dat ik de volgende boeken plots niet meer zou kopen of lezen, maar: dit voelt meer als een routine-procedural aan dan de vorige drie boeken.

Ik heb de indruk dat we van dit kaliber nog gemakkelijk een aantal boeken zouden kunnen krijgen: ergens een conflict met wortels in de tegenstellingen Aarde/Mars/Outer Planet Alliance, James Holden en zijn kompanen komen er aan, één of meer eendimensionale onredelijk slechte slechteriken, hier en daar een personage dat een beetje meer uitgediept is kwestie van tearjerk-momenten te kunnen hebben en op het einde winnen James Holden en kompanen, dat alles doorspekt met een paar glimpsen van verdwenen aliens, een paar glimpsen van het standpunt van andere niet-echt-verdwenen aliens, en een paar glimpsen Realpolitik uit de cenakels van de macht op Aarde/Mars/Outer Planet Alliance.

Het was hier namelijk precies zo:

  • De mensheid heeft sinds kort toegang tot duizenden Aarde-achtige bewoonbare planeten.
  • Een aantal mensen van de Outer Planets (belters genaamd, gewoon om in ruimtestations te werken op en rond asteroïden, manen, planetoïden etc. verder dan Mars) hebben een land grab gedaan op een planeet die zij Ilus noemen.
  • Royal Charter Energy (RCE), een groot bedrijf van op Aarde, heeft van de VN een concessie gekregen om diezelfde planeet, die zij New Earth noemen, te exploiteren.
  • Conflict, want de belters waren er eerst. Gevolg: terrorisme-achtige dingen.
  • VN stuurt Jim Holden om te  bemiddelen.
  • Slechte slechterik van dienst Murtry, chef van de veiligheidsdiensten aan boord van de Edward Israel, het ruimteschip van RCE, is onredelijk slecht. De zaken escaleren.
  • Plots gebeurt er iets dat te maken heeft met aliens die al miljarden jaren verdwenen zijn.
  • <shenanigans ensue>
  • Happy end.

Het probleem met een serie waarvan het lijkt alsof de bedoeling is om er een lange serie van te maken, is dat sommige personages ineens plot armour krijgen: het wordt weinig waarschijnlijk dat hen iets ernstigs zal overkomen. Een redshirt kan nog wel opgevreten worden door een monster, maar Spock of Kirk niet, dat soort zaken.

Dat is nefast voor het leesplezier, als er voor de derde keer iemand dood/ziek/doodziek zou moeten geweest zijn, maar dat het om een de één of andere reden toch niet gebeurt. En nochtans heeft één van de twee helften van James S.A. Corey nauw samengewerkt met George R.R. Martin, een mens zou verwachten dat er niet zó enorm veel schroom zou zijn voor dergelijke dingen.

Maar alla. We gaan niet te hard zagen. Het is een fijn boek, en ik ga de vervolgen proper kopen, en ik ga dan ook naar de film en de serie kijken.

[van op Boeggn]

Gelezen: Er ist wieder da

zondag 31 augustus 2014 in Boeken. Permanente link | 5 reacties

Er ist wieder daIn de lente van 2011, op een braakliggend stuk grond in Berlijn, wordt Adolf Hitler wakker. De lucht is blauw, hij heeft hoofdpijn, zijn legerjas ruikt naar benzine, er is verdacht weinig luchtafweergeschut, er staan verdacht veel gebouwen nog recht.

Zo begint Er ist wieder da, met de echte Adolf Hitler die, 66 jaar na 1945, niet in de Führerbunker zit, maar in onze moderne wereld. Gedesoriënteerd, zonder partij, zonder leger, zonder macht — maar nooit zonder plan, en nooit onzeker. Een leider neemt beslissingen en staat achter zijn beslissingen. Een leider heeft een plan, en het plan van Hitler is hetzelfde als het was in 1919: het Duitse volk vooruit helpen.

De eerste persoon waar hij mee spreekt, is de eigenaar van een krantenkiosk, die hem ook onderdak geeft. Iedereen herkent Hitler, maar natuurlijk komt het in niemand op om ook maar een moment te denken dat het de echte is.

Een method actor die een typetje neerzet misschien, maar dan wel zó goed en zó raak, dat het niet lang duurt of hij krijgt een bijrolletje in een weinig bekeken tv-show van een derderangskomiek op een kleine zender.

En dan herhaalt de geschiedenis zich: Hitler charmeert, provoceert, maakt rake observaties, en krijgt succes. Op Youtube, op televisie, en in het echt.

Lees het in de mate van het mogelijke zeker in het Duits, ik kan me niet inbeelden dat het in andere talen half zo goed is: bij momenten hilarisch (Hitler in de Turkse droogkuis), bij momenten ontroerend (Hitler’s affectie voor zijn naaste medewerkers, en zijn ontreddering als zij droevig zijn), bij momenten pijnlijk (als een mens “euh ja, eigenlijk heeft hij wel ergens gelijk” zegt).

Ik had Hitler graag nog wat meer persoonlijke interactie zien hebben, want als dat gebeurde was het boek op zijn sterkst. Ik had hem ook graag minstens één keer zijn fundamentele zekerheid willen zien in twijfel trekken — alhoewel: zou het dan nog de echte Hitler geweest zijn?

All in all: leutige premisse, degelijk uitgewerkt, boeiend, niet te lang uitgesponnen, snel uitgelezen, stemt hier en daar tot nadenken, veel geglimlacht en soms ook gelachen: aanrader.

[van op Boeggn]

Gelezen: A Feast for Crows / A Dance with Dragons

maandag 25 augustus 2014 in Boeken. Permanente link | 5 reacties

FeastdanceFeastdance, A Feast with Dragons, A Dance for Crows: noem het hoe ge wilt. Wat het is, is hoe deel vier en vijf van A Song of Ice and Fire zouden moeten gelezen worden.

Het verhaal is bekend: GRRM was begonnen aan deel vier, en het bleef maar groeien, en groeien, en groeien, en iedereen werd ongeduldig, en het lukte maar niet om alles af te ronden zoals hij het wou afronden — en dus besloot hij maar om het boek in twee te splitsen.

Niet chronologisch in twee, want het grootste deel van boek vijf loopt parallel met boek vier. Ook niet thematisch, want de thema’s lopen over en door de twee boeken heen. Wel op basis van de personages, grotendeels. De afweging was: vertel ik in boek vier ongeveer de helft van het verhaal voor (bijna) alle personages, of (bijna) het hele verhaal voor ongeveer de helft van de personages.

Het is dat tweede geworden: het minste kwaad, dacht Martin. Begrijpelijke, maar vooral spijtige zaak, want de twee boeken zijn vele (véle) keren beter als ze samen gelezen worden.

Wie de boeken nog niet gelezen heeft, rep u naar hier om te leren hoe ze zouden moeten gelezen worden. Wie de boeken wél al gelezen heeft, haast u naar hier om te zien hoe Sean T. Collins (en Stefan, en vele anderen) de twee in elkaar gestoken hebben.

Ik kan niet zeggen hoe content ik ben van mijn ikweetnietmeerhoeveelste herlezing.

[van op Boeggn]

Gelezen: Rogues

maandag 11 augustus 2014 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

RoguesAls Gurm niet verder schrijft aan A Song of Ice and Fire, dan doet hij de laatste tijd vooral anthologieën met Gardner Dozois, heb ik de indruk.

En dan nog wel anthologieën zoals ik ze graag heb: cross-genre, met vanalles en nog wat nieuws erin, en met altijd wel minstens de hoop op een aantal goeie dingen: Dangerous Women heb ik onlangs gelezen, Old Mars en Songs of the Dying Earth staan al op mijn Kindle, en ik dénk dat de volgende die ik koop Warriors zal zijn.

Cross-genre anthologieën, da’s altijd een zak vol verrassingen: het kan even goed science fiction als fantasy als detective als wat dan ook zijn.

Het begint, vind ik, uitstekend, met Joe Abercrombie’s Tough Times All Over, over een pakje dat van eigenaar naar “eigenaar” naar “eigenaar” gaat, via diefstal, afpersing, verkoop en allerlei. Onderhoudend, op een “ik wou eigenlijk dat dit een veel langer verhaal was”-manier.

En dan gaat het op en af. Ik ben ondertussen al een paar boeken verder als ik dit schrijf, en het is me niet allemaal even hard bijgebleven. A Year and a Day in Old Theradane (Scott Lynch) wel: iets met hoe een hele straat gestolen moet raken, en hoe daar allemaal verschillende manieren voor gezocht worden tot er uiteindelijk één werkt. How the Marquis Got His Coat Back is Neil Gaiman in wat mindere doen, in de wereld van Neverwhere.

The Lightning Tree (Patrick Rothfuss) is een fijn stukje over Bast, uit de Kingkiller Chronicles. Now Showing is een redelijk silly SF-achtig verhaaltje van Connie Willis over cinema-multiplexen, dat leest alsof het geschreven is door iemand die in de jaren 1980 is blijven steken wat media en technologie betreft.

En het boek eindigt met een prequel van een prequel, door GRRM zelf: The Rogue Prince is een verhaal dat zich afspeelt net vóór The Princess and the Queen (dat in Dangerous Women stond), en dát was dan weer een jaar of honderd voor de gbeurtenissen in Game of Thrones. Ik zeg “een verhaal”, het is eigenlijk een pastiche van de neerslag van een geschiedenis zoals die door een maester zou kunnen genoteerd geweest zijn. Redelijk droog en academisch, dus.

Geen essential reading, dat laatste. En eigenlijk, als ik er zo over nadenk, geldt dat voor heel het boek.

[van op Boeggn]

Gelezen: The Manhattan Projects (1-20)

donderdag 17 juli 2014 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

The Manhattan Projects_001_pg000_frontcoverHoezodatzo, Manhatten Projects? Er is er toch maar één geweest, het R&D-project voor atoombommen tijdens de Tweede Wereldoorlog?

Ha, wel: Jonathan Hickman (Pax Romana, East of West, Nightly News, …) gaat ervan uit dat het ene Manhatten-project dat wij kennen maar een dekmantel was voor véél meer.

Extra dimensies! Alternatieve universa! Nazi’s en communisten! Krankzinnige wetenschappers! Psychopaten! Sprekende honden! Cyborgs! Aliens! The Manhattan Projects heeft ze allemaal, en het is dan nog eens bijzonder grappig ook.

Niet alleen grappig, maar gewoon goed geschreven — al moet ik moet er wel niet aan gedacht hebben om dit nummer per nummer en maand na maand te lezen, want Hickman neemt ruim zijn tijd om de wereld en de personages op te bouwen. Uitstekend getekend en machtig gekleurd, zeer aangeraden, hopla ge moest al op weg zijn naar Comixology.

The Manhattan Projects_001_pg025

(Het eerste nummer staat aan 73 eurocent, in de winkel zou een papieren versie u bij de drie euro kosten. Voor nummer 1-5 kost het op papier 12 euro, digitaal 5.91 euro. En ja, het is minder tastbaar, maar daar staat tegenover: het is zó enorm veel aangenamer lezen, op een tablet of op een computer in portretstand.)

[van op Boeggn]

Gelezen: God is Dead (1-14)

zondag 13 juli 2014 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

God is deadZeus stapt de Sint-Pietersbasiliek binnen, en hij is niet content.

Huitzilopochtli, Tezcatlipoca en Quetzalcoatl zijn terug op aarde, en de mensenoffers zijn terug van weggeweest. Odin en het Noorse pantheon zien het al helemaal zitten om de wereld te verdelen. Afrika is onderworpen aan Horus, Anubis en consoorten. En in Azië hebben Brahma, Shiva en Vishnu hun machtsbasis.

Ah, en ergens daartussen zitten ook nog mensen, en legers, en een groep wetenschappers die het godenprobleem wetenschappelijk willen oplossen — door zélf goden te maken, bijvoorbeeld.

Fijn idee. Bijzonder weinig voorspelbaar ook: alles en iedereen kan er van het ene op het andere moment aan gaan.

 

En daar wringt het. Soms gaat het té snel naar mijn goesting: figuren die ik toch graag een tijd zou hebben zien meegaan, krijgen vaak geen tijd om meer te zijn dan een snelle cameo. En in één flagrant geval kreeg een toch redelijk belangrijke god maar letterlijk één beeldje, gedomme.

Niet verkeerd, nee. Maar wel enorm veel gemiste kansen, in een soort poging om alles nóg sneller, nóg minder voorspelbaar (en met nóg meer geweld) te brengen.

P00011

[van op Boeggn]

Gelezen: Up in the Old Hotel

woensdag 2 juli 2014 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

up in the old hotelEr zijn van die auteurs en van die boeken die mij sprakeloos achterlaten van bewondering voor hun taal — Marguerite Yourcenar, Jack Vance. Er zijn boeken en auteurs die mij doen duizelen van de wereld en de personages en de verhalen die ze opbouwen — Martin’s Song of Ice and Fire, Erikson’s Malazan Book of the Fallen.

En dan is er zo’n Joseph Mitchell, die in moeiteloos en schaamteloos gewone mensentaal schrijft over echte plaatsen en echte mensen. In korte zinnen, to the point, matter of fact, met oog voor detail zonder het overzicht te verliezen. Die mij even doet denken dat ik dat ook zou kunnen, of zou gekund hebben, als ik maar was waar hij was toen hij er was.

Nonsens, natuurlijk.

Up in the Old Hotel is eigenlijk vier boeken: McSorley’s Wonderful Saloon (1943), Old Mr. Flood (1948), The Bottom of the Harbor (1960) en Joe Gould’s Secret (1965), en die vier boeken bevatten allemaal stukken die eerder in The New Yorker verschenen.

In McSorley’s Wonderful Saloon schrijft Mitchell over een New York dat zo ongeveer helemaal verdwenen is: profielen van sympathieke dronkaards, een ticketdame van een cinema, een kindgenie, een straatpredikant, zigeuners, een vrouw met een baard. Over Commodore Dutch, die toen hij jong was in de jaren 1880 een soort mascotte was van een plaatselijke gangsterbaas, en die sindsdien al heel zijn leven overleeft op ingangstickets voor een jaarlijks bal dat hij te zijner ere organiseert. Of Joe Gould, een man die ook op giften overleeft, en die in schrift na schrift al decennia lang een magnum opus schrijft, een mondelinge geschiedenis van de wereld, die ondertussen al vele keren zo lang als de Bijbel is. Of “John S. Smith of Riga, Latvia, Europe”, een oude man die de hele VS rondreisde, en die we enkel kennen van de honderden cheques die hij uitschreef, soms voor duizenden dollars, voor een kom soep of een warme maaltijd.

Het wonderlijke is, dat het allemaal echte mensen en plaatsen zijn, die toen ook al eigenlijk grotendeels voorbije glorie waren, maar dat er met het moderne internet toch nog allerlei van terug te vinden is. McSorley’s saloon bestaat nog altijd, zelfs al is de hele buurt er rond veranderd. Joe Gould, daar zijn foto’s van:

joe gould

En Commodore Dutch, die staat in al zijn glorie in de kranten van toen:

Commodore Dutch

Old Mr. Flood vond ik een lichte teleurstelling: Mitchell zegt expliciet dat het een waar verhaal is, in die zin dat de personages en de situaties die erin voorkomen amalgamen zijn van die die écht waren. Flood is een man die besloten heeft 115 jaar te worden, die al jaren een strikte seafoodtarian is, en die vooral zijn dagen lijkt te slijten met zijn beklag te doen over hoe het niet meer is zoals het vroeger was. Dat, en helemaal opgewekt worden als nog maar eens iemand uit zijn omgeving gestorven is.

The Bottom of the Harbor is een verdwenen wereld in een verdwenen wereld: allerlei vertellingen van en door de vissers en de inwoners van de eilanden in de haven van New York — die uiteraard alsmaar meer vervuild raakte en die tegen dat het boek verscheen wellicht praktisch geen eetbare vissen meer bevatte, laat staan oesters of andere schaaldieren. Meer dan alleen nostalgie, de gesprekken tussen Mitchell en Harry Lyons en twee vrienden van Lyons in The Rivermen: ze hebben het over alles en niets, en over de manieren waarop ze op rivierharing vissen, maar altijd en voortdurend is er het besef dat hun leven voorbij is en niet meer terug komt, en dat ze eigenlijk niet weten hoe ze hun leven nog zin moeten geven.

Joe Gould’s Secret keert terug naar Joe Gould — Professor Seagull — de man van de Oral History of Our Time. Het is veruit het stuk waar Mitchell zelf het meest op de voorgrond komt: Gould valt er van zijn ‘charmante excentriekeling’-voetstuk, Mitchell valt uit zijn rol van geëngageerde maar afstandelijke obesrvator.

Ik lees dat mensen dit het minst goede van de vier delen vonden: ik ben het er niet mee eens. Waar de andere verhalen open eindes hebben, en we kunnen dromen, eindigt dit met de dood van Gould. Geen ruimte voor verbloeming, geen plaats voor romantisering: met de voeten op de grond en verplicht geconfronteerd met de menselijkheid van het verhaal.

En meteen ook met al het voorgaande: op McSorley’s Saloon na, zijn alle personages ondertussen overleden. Ook Mitchell. Joe Gould’s Secret was zijn laatste boek, in 1964.

From 1964 until his death in 1996, Mitchell would go to work at his office on a daily basis, but he never published anything significant again. In a remembrance of Mitchell printed in the June 10, 1996, issue of The New Yorker, his colleague Roger Angell wrote: “Each morning, he stepped out of the elevator with a preoccupied air, nodded wordlessly if you were just coming down the hall, and closed himself in his office. He emerged at lunchtime, always wearing his natty brown fedora (in summer, a straw one) and a tan raincoat; an hour and a half later, he reversed the process, again closing the door. Not much typing was heard from within, and people who called on Joe reported that his desktop was empty of everything but paper and pencils. When the end of the day came, he went home. Sometimes, in the evening elevator, I heard him emit a small sigh, but he never complained, never explained.”

Machtig boek, van harte aangeraden.

[van op Boeggn]

Gelezen: Theremin (1-4)

vrijdag 20 juni 2014 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

Kijk, Theremin op de theremin:

Lees, over Lev Termen op Wikipedia. Stof voor enorm veel verhalen als we het op de historische gebeurtenissen zouden houden — en aanknopingspunten voor nog enorm veel meer verhalen als het niet écht echt moet gebeurd zijn.

Ik was dus redelijk enthousiast toen ik deze comic zag en de eerste pagina’s las. Op het einde van het eerste nummer zag ik het nog zitten, nummer twee viel nog mee, in nummer drie had ik gehoopt dat er toch een béétje mist zou opgehelderd worden, en in nummer vier waren ze mij kwijt.

Elementen die uit het niets naar voor komen (sprekende apen? echt?) die dan na een paar pagina’s weer weg zijn, okay, tot daar aan toe. Een volledig niet-lineair nummer 3, waar de lezer zelf alles bij elkaar mag puzzelen, bon goed. Gimmicky, maar alla. In nummer vier werd dan de vierde muur doorbroken en kwam de auteur van de comic zelf opgedraven. Zucht.

Ik lees op het internet dat men het grondbrekend briljant vond, ik vond het maar niets.

Uitstekend getekend bij momenten, daar niet van. En misschien dat het nog betert, maar aan het tempo dat de nummers verschijnen ga ik mijn adem niet inhouden.

Theremin V2013 #1 - The Red_ Time Between Time (2013_4) - Page 7

 

[van op Boeggn]

Gelezen: Fortunately, the Milk

woensdag 18 juni 2014 in Boeken. Permanente link | 3 reacties

Fortunately, the MilkMoeder moet naar een conferentie, een toespraak over hagedissen doen. Vader is alleen met de kinderen, en hij heeft een lijst gekregen van wat hij moet doen en niet mag vergeten: de kinderen moeten naar koor en orkest op zaterdag, vioolles woensdag, er zit avondeten in de diepvries voor elke dag dat ze weg is, de reservesleutel ligt bij de buren, maandag komt de loodgieter en niemand mag het toilet boven gebruiken tot hij geweest is, de goudvis moet eten krijgen. Oh, en er moet ook melk gehaald worden.

De eerste avond loopt het al een beetje mis: het ontdooien lukt niet zo goed, en dus gaan ze ze maar bij de Indiër en krijgen de kinderen chocomelk voor ze in bed kruipen.

Toen was er nog melk.

Zaterdagochtend is er géén melk meer, en dus gaat vader naar de kruidenier om de hoek om een fles melk.

Hij blijft even weg — misschien een kwartier, misschien twintig minuten — en als hij terugkomt, willen de kinderen natuurlijk weten waarom hij zo lang weg bleef. Was hij misschien blijven babbelen met iemand die hij kende en was hij de tijd uit het oog verloren?

Neen, natuurlijk niet. Hij had de fles melk gekocht en hij was op weg naar huis, en toen hoorde hij een geluid boven hem en dan werd hij plots door een vliegende schotel naar boven gezogen – gelukkig had hij de melk in de zak van zijn mantel gestoken.

Zo begint Fortunately, the Milk. Een meer dan herkenbare situatie: vader die kinderen iets wijs maakt. En dan niet opgeeft als er inconsistenties zijn (“hoezo, piranha’s in de zee? dat zijn toch zoetwatervissen”) maar er gewoon nieuwe dingen rond vertelt.

Aliens, piraten, een tijdreizende stegosaurus, een vulkaangod — ideaal om voor te lezen aan kinderen, denk ik: een fantastisch verhaal met prachtige tekeningen erbij (ik had de VS-versie vast met illustraties door Skottie Young van de Oz-comics).

[van op Boeggn]

Gelezen: Blindsight

vrijdag 13 juni 2014 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

BlindsightVerdomme, Peter Watts, kerel toch. Zo enorm veel goede ideeën, en zo enorm veel gemiste kansen om er goede boeken van te maken.

Om te beginnen, maar daar kan noch Watts noch dit boek iets aan doen: ik was Blindsight enorm hard aangeraden, en de eerste plaats waar ik keek, werd het boek als “Rifters: 4″ aangekondigd. Combineer dat met mijn (ongetwijfeld slechte) gewoonte om zo weinig mogelijk op voorhand te lezen over de boeken die ik ga lezen, en ik was ervan overtuigd dat ik best Rifters één, twee en drie ook las, vooraleer ik aan nummer vier begon.

Eén viel nog mee, twee niet echt en drie echt niet, waardoor ik al met wat achterdocht aan dit boek begon.

…en waardoor het des te harder aankwam toen ik na een bladzijde of vijf zes plots ging van “hey — ik héb dit al ooit eens gelezen!”.

Ik moet het boek ooit tot ongeveer de helft gelezen hebben, en dan opzij gelegd. Et pour cause. De op-het-eerste-gezicht premisse is recht uit Arthur C. Clarke (The Sentinel / 2001, Rama): plots komen er blijkbaar wellicht aliens toe, en er wordt een expeditie op poten gezet om op onderzoek te gaan.

Kleine twist: de expeditie bestaat uit een resem mensen die aangepast zijn of zichzelf aangepast hebben, en een vampier. Aanpassingen gaan van een halve hersenpan vol computer tot een soort super-synesthesie over een personage dat als “The Gang” bestempeld wordt omdat het eigenlijk een aantal verschillende personen in één is (in de toekomst is MPD geen syndroom of probleem maar een troef).

Ah, en de vampier is een mensensoort die eigenlijk een paar tienduizend jaar geleden uitgestorven is, die in zijn tijd een soort apex predator was, die jaagde op mensen, die in een soort winterslaap kon gaan, die allergisch was aan rechte hoeken en dergelijke — en die in de 21ste eeuw genetisch weer tevoorschijn was gemanipuleerd wegens zeer nuttig in sommige omstandigheden, waar hypersnel beslissingen moeten genomen worden en watnog.

Allemaal op een schip, in een soort gedehytrateerde vorm richting Oortwolk, ter plaatse gerehydrateerd en contact met de aliens. De aliens blijken in eerste instantie een soort zeer geavanceerde ELIZA te zijn: het is niet duidelijk of het om een computerachtig iets gaat waar ze mee communiceren dan wel met een buitenaardse intelligentie die zo anders is dat het communiceren moeilijk of onmogelijk is.

En dan komt het terrrrgend langzaam uit, wat er aan de hand is, en moeten we door pagina’s en pagina’s (en pagina’s en pagina’s) pseudo-interacties tussen personages die er geen zijn, allemaal spirograph-gewijs draaiend rond het centrale thema van het boek: enorm veel expositie over een ideetje, niet veel meer, over bewustzijn en intelligentie.

…en dan is het boek gedaan, en dan volgt, in appendix, het meest interessant stuk van het hele verhaal: Peter Watts die wetenschappelijke antecedenten en parallellen geeft, verwijst naar bronmateriaal, en in misschien twintig bladzijden duidelijk maakt dat hij betere ideeën heeft en betere research kan doen, dan hij boeken kan schrijven.

Het deed me denken aan Murasaki uit 1992, waar Poul Anderson met zijn hoed van wetenschapper op een hele wereld bouwde, die meticuleus omschreef, en daar collega’s Greg Bear, Gregory Benford, David Brin, Nancy Kress en Frederik Pohl op losliet, om er verhalen over te schrijven. Machtig goede auteurs allemaal, maar ik vond de world building stukken interessanter dan wat ze er uiteindelijk mee deden.

Jammer, van Blindsight. Ik heb ondertussen gelezen dat veel mensen op het internet het een meesterwerk vinden, maar ik was teleurgesteld.

 

[van op Boeggn]

Gelezen: Pax Romana

woensdag 28 mei 2014 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

Pax Romana V2007 #1 (of 4) - Destroy The Past. Create The Future. (2007_12) - Page 1In 2053 slagen wetenschappers aan het CERN erin om een techniek te ontwikkelen die reizen in de tijd mogelijk maakt. Of beter: die het mogelijk maakt om een bepaald volume te verplaatsen naar het verleden.

Het Vatikaan was één van de grootste geldschieters voor het onderzoek, en kardinaal Pelle, wetenschappelijk adviseur van paus Pius XIII, overtuigt de paus ervan om een kruistocht in de tijd te ondernemen. Het moment dat gekozen wordt, is 312: net voor de slag bij de Milvische brug, waar Constantijn Maxentius versloeg, al dan niet in hoc signo.

Het plan: een enorm warenhuis met een man of 5000 en goud en militair gedoe (van jeeps over helikopters tot satellieten en kernwapens) terugsturen in de tijd, en “een betere wereld maken”. Hoe precies, daar volgt een briefing over eens ze ter plaatse (ter tijde?) zijn. De expeditie zal geleid worden door Kardinaal Pelle (algemene leiding) en door een groep militairen/strategen/communicatiespecialisten onder leiding van brigadier-generaal Nicholas Chase, militair genie.

En dan, eens in 312 toegekomen, blijkt dat Pelle’s ambitie niet veel verder reikt dan contact opnemen met de lokale paus, het Romeinse Rijk maar vooral de struktuur van de katholieke kerk ondersteunen, en klaar zijn voor de Islam in de jaren 600 en de Hunnen wat later. Niét naar de goesting van Chase, die het veel ruimer ziet — en daar meteen naar handelt.

Pax Romana V2007 #1 (of 4) - Destroy The Past. Create The Future. (2007_12) - Page 3

 

Vier issues, een klein venster op het begin van een verhaal van vele honderden jaren, en eigenlijk wel wijs. Ik hoor dat er een TV-serie aan zit te komen. Ik houd mijn hart vast – de comic is bijzonder gestyleerd en abstract, bijna zonder decor, en dat pakt natuurlijk niet echt op scherm — maar als ze er het budget voor opzij zetten, zou het wel eens fantastische goed kunnen zijn. En jáááááren kunnen lopen, ook.

[van op Boeggn]

Gelezen: The Pro

dinsdag 20 mei 2014 in Boeken. Permanente link | Geen reacties

Garth Ennis, het is me d’r eentje.

In het kort: hoer wordt superheld. Watchmen, maar dan grappig. Probeer het te vinden, en lees. A good time will be had, gegarandeerd.

Een mysterieuze alien geeft een random hoer superkrachten, om te bewijzen dat in iedere mens potentieel en held zit die goed zal doen, etc., yada, yada.

De dame in kwestie vindt het in eerste instantie vooral fantastisch dat ze nu honderd keer zo snel en dus honderd keer zo veel blow jobs kan geven, wegens dat ze een kind te onderhouden heeft en huur te betalen.

En dan komt een nauwelijks vermomde Justice League aan, om ze te vragen lid te worden van  hun clubje superhelden:

The Pro V2002 #1 - The Pro. (2002_7) - Page 17

Geweld, sex, tegelijkertijd grappig, schrijnend en hartverwarmend. En het wordt wel héél moeilijk om nog standaard-superhelden-comics te lezen hierna.

[van op Boeggn]

Vriendjes

Zoek

<insert standard disclaimer>

Alles wat hier staat is mijn eigen opinie. Het wordt niet nagelezen of goedgekeurd door mijn werkgever voor het on-line komt, en ik bied geen enkele garantie voor kwaliteit of correctheid.

Mijn werkgever is het niet noodzakelijk eens met wat ik schrijf, en het spreekt vanzelf dat hij dan ook op geen enkele wijze aansprakelijk kan zijn voor wat ik hier publiceer.

Ter info

Eén van mijn e-mailadressen is michel [at] zog punt org. Normaal gezien antwoord ik daar, buiten de kantooruren, onmiddellijk op.

Valideert, in principe: css & xhtml.
Gemaakt met WordPress.
Syndicatie: Entries (RSS) en commentaar (RSS).



ISSN 1780-1338