Mwahaha.

De Lenovo Thinkpad X300 weegt minder dan de Macbook Air, heeft een even groot scherm maar hogere resolutie (1440×900 in plaats van 1280×800), heeft wél een batterij die kan verwisseld worden, heeft wél een ethernetpoort, heeft drie in plaats van één USB-dink, én een DVD-drive. En GPS.

Mwahaha.

Aside: de X300 is een schoon toestel, maar het verhaal van de X300 is één van de mooiste verhalen om aan te tonen wat het verschil is tussen Apple en al-de-rest.

David Hill’s originele visie voor de X300 was een toestel van maximum 25 cm breed en minder dan 3 cm hoog. Met een butterfly-keyboard zoals de Thinkpad 701–ik her er nog één gebruikt, en dat was een machtig toestel. En zonder uiterlijke tekenen van poorten of ingangen: die zouden enkel zichtbaar worden als het toestel opengeklapt werd.

Met andere woorden: matzwart, plat, niets zichtbaar aan de buitenkant–een design statement van formaat, en zowat de antithesis van wat Apple doet.

Als Steve Jobs aan et hoofd had gestaan van Lenovo, dan zouden de fabrikanten, de marketeers, de bouwers, de verkopers, allemáál op hun hoofd mogen gestaan hebben: het zou matzwart geweest zijn, en met niets zichtbaar aan de buitenkant.

Maar neen dus: het werd een lange rij compromissen. Met als ultieme insult to injury, vermoed ik, dat er op de bovenkant drie logo’s staan: het mooie ThinkPad-logo, het lelijke en veel te grote Lenovo-logo, en het nog veel lelijker EnergyStar-logo.