De laatste

donderdag 17 april 2008 in Sonstiges. Permanente link | Eén reactie

De foto’s van in Miami overgezet op de thuiscomputer: dat ging gelukkig gemakkelijker dan verwacht. Ik had mijn foto’s op de laptop met Lightroom 2.0 beta bewerkt, en op de echte computer had ik nog maar 1.3. Sinds gisteren is dat 1.4.1 (al is het wéér van kapot op de downloadplaats bij Adobe), en de libraries zijn niet backwards compatible.

Gelukkig was het maar een zaak van de wijzigingen te synchroniseren naar de dng-files, en dan de dng-files te importeren over het netwerk.

En hopla: alles zat erin, met wijzigingen en sterretjes en crop en dingen. Een groot gemak.

Zangers

It never worked

We zijn de laatste morgen nog naar een hotelletje in de buurt gaan kijken, het Biltmore:

Zwembad van het Biltmore Hotel

Ergens een eetkamer in het Biltmore

Miami Biltmore

En we zijn langs de dinosaurussententoonstelling in het Science Museum gegaan. Niet heel erg veel skeletten (al is dat relatief, ik schat een twintigtal en allemaal prachtig bewaard), maar wel indrukwekkend.

Chinese dinosaurs

Chinese dinosaurs

Meesterplan, deel twee

dinsdag 15 april 2008 in Sonstiges. Permanente link | 4 reacties

Het is hier nu 3u30, dinsdagmorgen.

Binnen een uur of twee ga ik een uurtje in bed liggen, en dan naar het Science Museum voor de tentoonstelling over Chinese dinosaurussen.

En dan naar het vliegtuig, en dan veertien of vijftien uur vliegen en toekomen ergens in de namiddag op woensdag, en dan de trein naar Gent, en dan de bus naar huis, en dan een opleiding geven, en dan naar bed, en dan naar het werk donderdagochtend.

Sounds like a plan.

Bijna gedaan

maandag 14 april 2008 in Sonstiges. Permanente link | 3 reacties

Vandaag nog sessies, en dan vanavond mijn valies pakken. Dat zal nog iets helemaal anders zijn: in het gaan had ik er meer in gestoken dan ik nodig zou hebben, omdat de valies niet vol zat en alles aan het rammelen was.

In het terugkeren, ah, hum. Te beginnen met stukken koraal en schelpen, en spekken, en speelgoed voor de kinderen, en vanalles: ik ben er een beetje bang voor.

En dan nog de breekbaarheid van de dingen, of beter: de lekbaarheid. Ik heb dingen met zeep en dergelijke: wie weet krijg ik daar wel problemen mee op de luchthaven!

Pre-conference workshop

zaterdag 12 april 2008 in Sonstiges. Permanente link | Eén reactie

Grmbl. Grmbl grmbl grmbl.

Zonet een hele dag workshop over Information Architecture 3.0 meegemaakt. Door Peter Morville (dé! van het lemurenboek en het ijsberenboek!) gedaan, en met allemaal collegae informatie-architectuurderers in de zaal.

Pas op, interessant hé, daar niet van, absoluut wel interessant. Maar dan wel interessant voor mensen die niet echt iets afweten van IA en dingen. Kijk, oordeel zelf (16.5 MB PDF). 

Niet verwacht dat ik dat nog eens snel zou zeggen, maar: ik vond het allemaal te praktisch, en ik zou daar graag een paar theoretische modellen tussen gezien hebben. Of, natuurlijk: een heel stuk méér praktisch, en met echt uitgediepte case studies. Of, wat ook had gekund: meer passie, Morville de ooit-bibliothecaris aan het woord over waar hij van wakker ligt. Of nog: meer visie, Morville (dé!) over waar volgens zijn kennis en ervaring IA naartoe ziet gaan.

Meer focus, meer diepgang, meer vlees aan de benen, zoiets. Maar in alle geval: niét een tour d’horizon van IA voor beginners.

Afijn. Een mens mag niet met teveel verwachtingen naar dergelijke dingen gaan, vermoed ik.

En als ik naar CHI was geweest, was het misschien allemaal té theoretisch.

Morgen beter.

Prpf

vrijdag 11 april 2008 in Sonstiges. Permanente link | 4 reacties

Ho, kijk nu: ik kan zelfs geen pap meer schrijven.

De dag is nochtans zeer eenvoudig verlopen: opgestaan om iets voor zeven, foto’s van gisteren proberen te bewerken, met Koen en Mieke in de auto gesprongen (Bart had al een pre-conference workshop vandaag) en naar de Everglades gereden.  

Everglades

Even overleg of we naar het noorden zouden gaan dan wel naar het zuiden van de Everglades; uiteindelijk is het Noord geworden, en hebben we er op zo’n platte boot met een grote ventilator gezeten.

De meneer die ons vervoerde zag eruit als een gevaarlijke ontsnapte gevangene en deed een verhaaltje dat hij wellicht al een keer of duizend gedaan had, over hoe hij ons zijn backyard toonde, en hoe hij de stoute bezoekers in het water zou schoppen en zo, maar het was eigenlijk wel duidelijk dat hij er mee inzat.  

Gids

Hoe het waterniveau veel te laag is voor de tijd van het jaar, en dat het eigenlijk helemaal niet zo goed gaat met de Everglades. Wat we eigenlijk ook zelf wel een beetje in het snotje hadden, want ik denk niet dat helemaal normaal is dat er kilometerslang na elkaar niet anders dan dode boomstronken langs de weg staan:

Dode bomen

Um, ja. En voor de rest is het wel iets anders om echte alligators in het echte wild te zien, as opposed to alligators in een zoo.

Die beesten kunnen blijkbaar zo hoog springen als ze lang zijn—en er zaten er van meer dan twee meter lang. Creepy!

Alligator

Alligator

En de Everglades zijn geen moeras maar wel de traagst stromende rivier te wereld, die vol staat met gras. Dat ge’t weet.

Daarna zijn we naar Key Largo gegaan, en hebben we er een toer op de zee gedaan met zo’n boot met een glazen bodem, een, hoe heet het, zeeziekmaakmachine.

Ook daar: het is echt iets anders om echte stingrays en barracuda’s en murenes en dingen in het echt te zien, as opposed to in een aquarium.

En dan hebben we twee en een half uur op de Atlantische Oceaan gezeten, is iedereen niet echt zeeziek maar dan toch wel serieus queasy geworden. Beeld u in een boot, op volle zeer, die heksentoeren uithaalt, rechts, links, op, neer, ronddraaien als een tol, om welbepaalde stukken koraalrif in het vizier te houden en van tijd tot tijd ook specifieke beesten te achtervolgen; beeld u ook in dat in die boot kleine venstertjes heeft in de bodem, en dat men dus zonder enig referentiekader naar die vensters aan het kijken is, die dan nog eens een sterk perspectiefvervormd beeld geven: ik moet er geen tekening bij maken, zeker?

Ik had kauwgomijs gegeten—smurfenblauw, taste of superbazooka, met echte bollen kauwgom erin—en ik heb alles binnengehouden, maar het had geen uur meer mogen duren.

De zwangere jongedame heeft daarentegen wel haar ziel uit haar lijf gekotst, en daarmee wisten we meteen waarom de boot vóór het vertrek rondomrond proper gespoten moest worden.

En dan zijn we naar huis gereden over Interstate 1: zonder enige overdrijving op dat stukje tussen Key Largo en Miami, zéker een stuk of vijftien Wendy’s en evenveel Taco Bells gezien, wel dertig Animal Clinics, en voor de rest eigenlijk in het algemeen: om de tien kilometer nog eens dezelfde winkels van dezelfde mensen.

Akelig.

We zijn er een Wallmart tegengekomen: daar waren we al een tijd naar op zoek, om speelgoed te kopen. Voorwaarde was dat het alleen maar dingen zouden zijn die niet in België te krijgen zijn. En ik moest Reese’s Butter Cups kopen en zo. The upshot: ik ga denk ik een nieuwe valies moeten kopen, zó enorm veel heb ik ondertussen al bijeengekocht.

En dan zijn we in een Taco Bell gaan eten omdat Koen absoluut in een Taco Bell wou gaan eten. Het was bleh, maar ik verwachtte niet meer. En vanaf vandaag eet ik alleen nog maar fruit en sla, denk ik. Genoeg ongezond gegeten voor de rest van het jaar.

(foto’s morgen, wegens, inderdaad)

(en ik ga er niet meer over zagen, maar ik ben zeer, zéér blij dat dit de laatste free range dag was en dat morgen de conferentie voor ‘t echt begint: het is nu echt serieus op het randje van het bleiten, met mijn rug)

 

Kamerplanten

vrijdag 11 april 2008 in Sonstiges. Permanente link | Eén reactie

Oh, nog zoiets over tropische klimaten: wij hebben in België zo van die ficussen staan, smerige planten die niet liever doen dan miserabel zijn, met allemaal uitvallende bladeren en “oh, oh, ik word mishandeld en ik krijg niet genoeg licht en water zie mij zielig staan doodgaan”, en ons schuldgevoelens geven en alles.

Hier staan die smeerlappen gewoon open en bloot, te groeien alsof er geen morgen meer is:

Ficus

‘t Is dus niet alsof ze niet kunnen groeien, ‘t is gewoon dat ze niet willen, de schurken.

En pas op, dat zijn dan nog alleen de ficussen! De yucca’s doen het nog viezer:

Yucca

Niets te zien behalve een onnatuurlijk grote yucca? Niets te zien? Serieus? Kijk van dichterbij!

Yucca

Ogen! Tentakels! ‘t Is een cthulhuoïde!

Nu ook met foto’s

vrijdag 11 april 2008 in Sonstiges. Permanente link | 12 reacties

Ik wil maar even meegeven dat het een nachtmerrie is om foto’s op het internet te krijgen, hier in Miami. De belangrijkste boosdoener is niet eens het internet of zo, nee: het is gewoon de computer!

Om te beginnen: als ik zo’n kaartje van 4 GB foto’s op de computer wil krijgen, dan moet dat via USB 1.0. USB 1 is geen USB 2, en dus duurt het gemakkelijk een paar uur—jawel, een. paar. uur—voor alles erop staat. Het is niet alléén dat het een oude, trage USB-dink is, maar ook dat het een relatief trage computer is.

Dat is geen enkel probleem als het om teksten te typen is of om op het interweb te surfen en dingen, dat is wel een probleempje als het om beelden van vijftien megabyte of zo gaat. Enfin ja, gisteren was ik dus een beetche moetches en een beetche slechtekes, en ben ik in slaap gevallen voor ik de foto’s op Flickrdr had gekregen.

Vanmorgen had ik ze ergens tussen zeven en negen wel in orde gekregen, maar nog niet ge-uploaded. En bij deze dus wel. Dus, without any further adieu: de foto’s van gisteren, en dan meteen ook die van vandaag, als het nog lukt.

Kijk, deze is zelfs nog van eergisteren:

Ijsemmer met cola

Mijn redding op de hotelkamer! Een ijsemmer, een lade vol blokjes Vanilla Zero en Cherry Zero, en gratis ijs verder op de gang! Machtig goed!

Ik had even gespeeld met de gedachte dat ik die 48 blikjes zou in mijn valies steken en meenemen naar België, maar gezien ik ondertussen al een volledige valies vol cadeaus heb, ben ik mijn Cola wijselijk aan het opdrinken, ijsemmer per ijsemmer.

Afijn. De foto’s van gisteren, dus. Om te beginnen, Ocean Drive en de Art Deco-wijk. Een hele wijk, een kleine duizend huizen, allemaal Art Deco. Op een handvol na allemaal lelijk en gebouwd op de meest El Cheapo-wijze die men zich kan inbeelden, maar het totaalbeeld is meer dan de moeite waard:

Ocean Drive

Miami

Ocean Drive

Ocean Drive

Ocean Drive

Ocean Drive

De voorkant, Ocean Drive, is vooral hotels en dure winkels en zo. De achterkant, Lincoln Avenue, is vooral dure winkels en eethuizen. De straten tussen Lincoln en Ocean zijn vooral goedkopere winkeltjes. Makes for an interesting contrast.

Lincoln Avenue

Lincoln Avenue

Lincoln Avenue

Lincoln Avenue

Lincoln Avenue

Meer bedelaars dan ik gedacht had, om de één of andere reden: mensen die u aanklampen met een variant op “hey buddy, i’m homeless”. Nee, dan deze, die eigenlijk helemaal niet zo slecht zat te rappen (en niet te vergeten: grappig ook nog):

Lincoln Avenue

Next up: Miami Beach. Tja. ‘t Is een strand hé. Veel zand, veel zon, veel water, veel mensen. Mooie strandcabines:

Miami Beach

Miami Beach

Veel meneren die zichzelf net iets te serieus nemen—deze meneer sjokte aan nul komma vijf per uur voorbij, man-boobs a-quiverin and a-shakin:

Miami Beach

En ook wel mevrouwen die geen pijn deden aan de ogen. Niet echt zo enorm veel verblindend mooie, maar toch genoeg dat ik niet verdoken moest opgesteld staan, en zonder recht te staan van waar ik zat, foto’s kon nemen:

Een mevrouw op het strand

Miami Beach

Miami Beach

Hey, ik moest toch iéts doen terwijl Bart en Koen en Mieke aan het plonzen waren en ik op hun gerief aan het passen was?

De foto’s van het Seaquarium ga ik hier niet posten, trouwens. Als Louis ze zou zien, zou zijn hart breken.

Radgebraakt

donderdag 10 april 2008 in Sonstiges. Permanente link | 5 reacties

Ha, kijk: mijn rug heeft mij ingehaald. Ik ben in het hotel teruggekomen, direkt in bed gekropen met pillen tegen de pijn, en er een uur of acht later pas weer uitgekropen.

We hebben gisteren nochtans niet echt veel acrobatieën uitgehaald, maar blijkbaar was het gewoon een beetje teveel.

Maar goed.

Miami Beach gedaan gisteren, en Ocean Drive,en de art deco-huizen aldaar. Ik mag dan wel eens lachen met Amerika, en dat de oudste huizen minder oud zijn dan de raamkozijnen op ons huis, maar dat was wel indrukwekkend.

In de jaren 20 heeft een tornade zo ongeveer heel Miami Beach platgelegd, en dan hebben ze het helemaal herbouwd in art deco-stijl. Niet zoals bij ons, een huisje hier en daar en wat art deco-accenten links en rechts, maar een hele wijk, bijna duizend huizen en hotels en winkels, allemaal gebouwd tussen 1923 en 1943, allemaal in amerikaanse art deco.

Mighty impressive, echt waar.

En dat de panden individueel gezien allemaal eigenlijk spuuglelijk zijn en dat de bouwkwaliteteit gruwelijk slecht is, doet daar eigenlijk geen afbreuk aan. En in het donker moet het helemaal in orde zijn, denk ik: met neon en verlichting en alles.

We hebben de buurt op en neer afgelopen, en dan zijn we op het strand gaan liggen. De collega’s zijn in de oceaan gaan zwemmen, ik had mijn boek mee en dus kon ik niet. En de conversatie rond mij was te interessant om niet te blijven liggen: drie jongeren die het hadden over hun seksuele exploten, die op alles en iedereen op het strand commentaar aan het geven waren, en die hun laatste veroveringen in detail aan het uitleggen waren.

Ik had mijn notaboekje moeten meenemen, want het was echt wel de moeite. In de zin van If I’d a known she wasn’t fourteen I’d a never hit it en een hilarische comedy of errors-vertelling van de jongste van de drie, die eindigde met Bitch was goin “don’t slap it around, fool, stick it in!”—so I stuck it in good. Bitch was yellin her head off.

Ik had eigenlijk niet verwacht dat de mensen in het echt ook spreken als levende clichés van op het interweb.

O ja, we zijn op onze art deco-wandeling ook langs de winkels gegaan: Lincoln Road, de achterkant van Ocean Drive, is zo’n beetje gelijk de Veldstraat maar dan in Art Deco en met naast mooie winkels ook veel brolwinkels en terrassen en restaurants. Serieus gezellig, eigenlijk, en de moeite van de omweg waard.

Het middageten hebben we overgeslaan, wegens dat we een laat ontbijt hadden gedaan op Ocean Drive: we zijn met een ijskreim op weg gegaan naar Key Biscayne. Het plan was niet helemaal duidelijk, behalve dat we naar een speelgoedwinkel wilden om speelgoed te kopen voor de kinderen.

Op weg naar daar bleek in de gids dat er een Seaquarium is met manatees! en dus moesten we daar eerst naartoe, dat spreekt. De gids is al een paar jaar oud, en de prijs bleek veel meeer te zijn, en er kwam zoals overal in Amerika blijkbaar ook nog eens taks bij (what’s up with that?), maar niet getreurd: we hebben manatees gezien.

En dolfijnen, en een orca, en haaien, en wilde pelikanen (waaronder één wilde pelikaan die de bekbuidel van een andere kapotgebeten heeft om de vissenkop die erin zat te pakken te krijgen), allemaal vissen, krokodillen, zeeschildpadden: whee!

De speelgoedwinkel, waar we dan een uur of twee later naartoe gingen, bleek trouwens een gewonen kleine winkel te zijn die nét gesloten was. Stom.

Nu moeten we dus nog altijd een grote speelgoedwinkel of een Walmart vinden. Voor de kinderen hé! De kinderen! Niet voor ons!

Om de dag af te sluiten zijn we in een Braziliaans steakhuis gaan eten, Porção. Het concept hadden we niet direkt door, we moesten eerst side dishes gaan halen (sushi, muntgelei, sla, paella, paté, don’t ask), en dan kwam er iemand langs die vroeg of we frieten, rijst, gebakken bananen of zwarte bonen moesten hebben.

Mhu? Wat?

Onze ober was weer maar eens zo’n theoretisch Engelstalige, maar deze keer was het nog vervelender: behalve geen kin, had de man ook een parodie-van-film-homo-lispel. Bijna volledig onverstaanbaar, met andere woorden.

Maar bon, het concept: iedereen krijgt een jeton met een rode kant en een groene kant. Als de groene kant naar boven ligt, krijgt men bij de volgende keer dat er iemand met een spies vol slees langskomt, vlees. Wat dat vlees ook moge zijn: sirloin, kippenharten, worst, lam, om het even wat.

De obers komen dan met zo’n enorm roodgloeiend zwaard waar het sissend vlees op zit, ze dumpen dat op uw tafel (vlekken makend en vet spattend op uw kleren), en sliederen het vlees eraf op uw bord.

En ze kijken u verkeerd aan als het niet snel genoeg gaat. Toen we tegen één van die viezerds met een koptelefoon op drie keer na elkaar “no, thank you” hadden gezegd (neen, geen cola meer voor het moment, neen, geen water meer voor het moment, neen, geen nieuw vlees voor het moment) schoot die in een vlammende colère: “no thank you no thank you no thank you? you gonna say no thank you to the bill too?”

Jezus.

Het dessert was een emmer vol vanillecrème en chocolademousse, en nog vóór de tafel afgeruimd was, stonden ze er al met de rekening.

Het moet snel, snel, snel gaan. Even blijven zitten zonder noodzakelijk iets te doen is duidelijk not done in die restaurants. En het was er nochtans verschrikkelijk duur.

Maar hey, we gaan niet klagen: we hebben goed gelachen, vooral die keer toen de ober Koen’s nog niet eens lege glas Ice Tea wegnam en er een glas Cola voor in de plaats zetten.

[foto’s zet ik er vanavond bij, nu vertrekken naar de Everglades!]

Let’s have ourselves a wonderful day now, okay?

woensdag 9 april 2008 in Sonstiges. Permanente link | 18 reacties

Vandaag in het kort: naar Fort Lauderdale gereden, bijna vermoord door een halfnaakte mevrouw, een burrito gegeten waar een Afrikaans vluchtelingenkamp een weekend op zou kunnen overleefd hebben, bijna afgeperst en gewurgd door een Zwarte Gangsterneger.

School bus

Oh, maar eerst een dienstmededeling:

Beste Amerikaanders,

Ik ben vanmorgen, voor zover ik kan zien als ik voorbij reflecterende oppervlaktes passeer, niét uit de hotelkamer gestapt met mijn “hallo ik ben eenzaam en ik zou graag aangesproken worden”-hoed op.

Als u zich niet kunt inhouden om te knipogen en te knikken, dan ga ik daar nog niet meteen opmerkingen over maken, maar ik wens écht niet uw opinie te horen over het weer, mijn fototoestel, of de wereld in het algemeen.

Het moment dat ik uw mening wil, zal ik er om vragen. Zullen we dat afspreken?

Nee maar, ‘t is toch wel waar zeker? We lopen hier rond, en om de zoveel tijd worden we aangesproken. In Fort Lauderdale aan het water: een tiep in een boot naar Bart en mezelve, So which one takes the better pictures? The Canon or the Nikon? Bart had een Canon rond zijn hand gewikkeld, en ik een Nikon, vandaar veronderstel ik de vraag.

Ik ben niet van slechte wil, dus ik zeg in het weglopen toch iets terug tegen die mens. It’s not the camera, it’s the lens, of zoiets. Een normaal mens denkt dat daarmee de uitwisselng voor bij is, en we zijn toch al weg aan het lopen, maar nee: GOTTA LOVE THAT RED RING!! keelt die mens onze ruggen toe.

Ja, en? En?

Als ik een vergelijking tussen Nikon en Canon wil, dan zal ik het internet wel eens uitprinten, beste anonieme miljonair op uw vijftigmeteryacht in Fort Lauderdale.

Afijn.

Manatees!

We zijn vandaag dus naar Fort Lauderdale geweest. Fort Lauderdale wordt ook wel Het Venetië Van Amerika genoemd, omdat het zoals Venetië een vergane glorie is die enkele eeuwen het centrum was van een handelsimperium, en dat het vol staat van middeleeuwse gebouwen die langzaam in een moeras aan het zinken zijn.

Of zo. We hadden geluk, namelijk: net naast de parking waar we de auto achterlieten, was het oudste huis van de hele stad. Gebouwd in 1901.

Het oudste huis van Fort Lauderdale

Maar kom, maar kom. Ik ben een zaag. Las Olas Boulevard, zo’n straat met allemaal kleine boetieken en restaurants, is het eerste niet ongezellige dat ik hier in de Verenigde Staten gezien heb, en Riverwalk was ronduit indrukwekkend: allemaal verschillende soorten palmen en mangroven en bloemen en dingen, met wandelpaden en, o ja: overal water en honderden en honderden boten en yachts erin.

Las Olas

En er liepen overal hagedissen rond, en er zaten allerlei insekten maar daar heb ik niet van dichtbij naar gekeken anders zou ik me slecht gevoeld hebben dat ik mijn macrolens toch niet meegenomen had.  

Lézard

En ik heb Bart een Lynndie England kunnen laten doen, wat eigenlijk veel minder grappig is dan ik het vind, vooral omdat Bart niet wist wat een “Lynndie England doen” is. Maar dus kijk, Mangrove met Bart, en inzoomen op het groot beeld om de Lynndie te zien:

Bart doet een Lynndie England

Gaan eten in The Cheesecake Factory. Een Burrito, ik zweer het u, als hij geen twee kilo woog, woog hij niets. En dan nog een bord apart met bruine bonen en guacamole en salsa en andere vegetarische nonsens.

Burrito

Ik was vast van plan om een cocktail te drinken, en op het eerste zicht zag een Strawberry Creamsicle er niet slecht uit.

Strawberry Creamsicle

Dat bleek een liter aardbeienmilkshake te zijn, met een halve bus slagroom erop, en vodka en amaretto erin.

Joy.

En nog zo’n les geleerd trouwens, na drie halve liters Cola Light: frisdrank wordt gewoon bijgevuld als het glas leeg is. Als men er geen meer bij wilt, dan moet men zijn glas een derde vol laten staan.

(Ja, ik weet dat ik ook de refill had kunnen weigeren, maar dat riskeer ik me niet meer. In de restaurants spreken ze geen Engels, namelijk.)

Naar huis gebeld, en de kinderen aan de lijn gekregen. Ze waren naar Man Bijt Hond aan het kijken. Zelie klinkt veertien aan de telefoon. Ze missen mij niet, denk ik. Mijn hart is gebroken.

Na het eten: gezworen dat ik nooit meer iets bestel waar er “grande” of “monster” of “large” of “big” op staat. En dan zijn we aangezet naar Fort Lauderdale Beach. Het was aan het regenen geslagen: bedriegtenboel! Zijn dát nu tropische klimaten? Grijze lucht en geen halfnaakte vrouwen op het strand?  

Jesus saves

Afijn. We hebben schelpjes geraapt, ik heb wat foto’s gemaakt: een meeuw, nog een meeuw, een dikke mevrouw in het water, Bart die foto’s neemt, Mieke die niet graag gefotografeerd wordt, een meneer die pootjebaadt, dat soort dingen.

Die dikke mevrouw is de halfnaakte vrouw die me bijna vermoord had, trouwens. Behalve dat ze enkel technisch halfnaakt was, in die zin dat zo ongeveer de helft van haar vlees zich niet in haar badpak bevond. En dat ze mij niet echt bijna vermoord heeft, maar wél een bijzonder boze blik wierp in de richting van mijn vierhonderd meter verder staande be-telelensde zelf.

KGB_1012

Naar huis gereden, maar ondertussen wel gestopt in de lokale GB: kleine adeautes gekocht voor de kinderen, en twee kartonnen worsten met blikjes Coke Zero: twaalf Vanilla Coke Zero, en twaalf Cherry Coke Zero. Toen weterug in het hotel waren, bleek dat er op de gang een gratis ijsmachinedispensatiemachine staat: de ijsemmer gevuld, en nu heb ik dus heerlijk koude Cola—Cherry Coke is niet slecht, maar Vanilla Coke, daar zou ik mijn dagen mee kunnen vullen.

‘s Avonds nog naar een restaurant op zoek gegaan, maar het is hier allemaal dood in Miami om acht uur ‘s avonds. Al wat er nog open uitzag, was de Iron Sushi wat verder van het hotel. Gerund door, jawel, nog meer dames en heren die slechts in theorie Engels spreken.

En dan naar het hotel terug, en nog een avond van Comedy Central—zo’n goeie zender dat dat is: stand up, en dan Daily Show, en dan Colbert Report, en dan Lewis Black’s Root of All Evil, en nù Lewis Black’s Carnegie Hall Performance. Zo goed! Over een optreden van Aerosmith met N*Sync en Britney Spears (“the trifecta from hell”):

But I was lucky. I had a spoon in my hand. I put it in my ass.

You ask why? To distract myself from the pain. If I’m gonna hurt that much, I’m gonna do it to myself.

Oprah calls that empowerment.

Lewis Black is snel op weg om mijn favoriete comedian te worden.

Meneer met gebogen rug

De gangster die me wou wurgen, trouwens, da’s nauwelijks gelogen: een dikke zwarte medemens die niet content was dat ik zijn auto aan het fotograferen was. Ik vond het wel leutig, een geblindeerde cadillac met een achterkant vol zilveren doodshoofden, maar ik had niet gezien dat er nog allemaal zwarte medemensen in zaten. En dat, terwijl ik aan het focuseren was—dju toch, waarom blijft die auto niet stil staan?—de massiefste van de hoop uitgestapt was en naast mij was gaan staan.

“What you takin a picture of my wheels for, player?” moest die mens weten. “Well, er, I sort of thought it looked cool, you know?”was niet het juiste antwoord, want hij wou plots geld hebben. En hij keek even boos als de dikke mevrouw van daarnet—al is alles relatief: zo is eenzelfde boze blik van 400 meter ver minder erg dan op armsafstand.

Ik heb al glimlachend gezegd dat, euh, sorry, ik er toch geen geld voor over had. En dan ben ik rustig weggestapt, met mijn beste vriendelijke grijnslach op beau fixe vastgevezen. En zo kon ik dit toch nog schrijven.

Bart en Mieke

Toegekomen

dinsdag 8 april 2008 in Sonstiges. Permanente link | 10 reacties

Ha! Ik zit naar Comedy Central te kijken, naar gewoon de echte Daily Show, niet gedownload of niets. En straks naar The Colbert Report, en daarnet naar Futurama.

We zijn net terug van wezen eten, in zo’n ‘n all you can eat-ding in zo’n mall die tot een stuk in de nacht open is. Zo’n grill die zegt Chileens Argentijns te zijn, en daar vooral mee gelijk heeft dat ze er vooral Spaans spreken.

Vlees

In heel Miami voor zover we het al gezien hebben na een namiddag, trouwens: ongeveer alle richtingaanwijzers en legendes in Engels en Spaans, na de standaardkanalen op TV een resem Spaanse, mensen op straat (tot een roedel op de fiets bereden politie) die Spaans spreken… weird.

Eenglees spoken

Oh, de mensen spreken wel Engels hoor. ‘t Is te zeggen: ik vermoed dat ze in theorie dezelfde taal spreken die ik denk te spreken, maar in de praktijk valt dat allemaal veel minder uit. Toen ik in dat restaurant dacht proactief te zijn en een extra grote Cola Light bij te vragen, liep dat even in de soep.

– I’m sorry, could I have a large Diet Coke with my menu?

– An long what?

– Large. Coke. Diet Coke.

– A long? You wanna long?

– Erm. No. Diet Coke. Big. Additional. Extra. Another Diet Coke, with the menu. A big one.

– Long??

– No, sorry. A big coke. Diet coke.

[ik sla een hele hoop steeds genanter wordende stukjes misverstand over]

– You wanna soda with the menu?

– Er, yes.

Ik heb het opgegeven: niet doenbaar om de juffrouw te doen begrijpen wat ik wou.

Yoga

Voor de rest: het ziet er hier een degelijk hotel uit. Dicht bij vanalles (voor zover iets dicht kan zijn in Miami, ‘t is hier allemaal zeer groot op zeer veel verschillende niveaus, en er is een monorail), aan het water, en propere kamers.

Kamer

Het toekomen in Amerika was een belevenis: een uur staan wachten om eenentwintig man te zien verwerkt worden door de douane (vingerafdrukken, eikes), en dan de bagage gaan afhalen en bij het verlaten van de bagagehal en het niet meteen terugvinden van het nodige papier uitgescheten worden door de numskull van dienst. Enfin ja. En twintig meter later zat er nog een beklakte medemens op een stoel, die nog eens hetzelfde papier moest zien.

Vlieghaven

De vliegtuigreis was, tja, een lange vliegtuigreis. Elf uur op een vliegtuig met achter u een koppel Italianen die er elf uur over gedaan hebben om een speenvarken te kelen, of zo klonk het toch. Arno, zo heette het schat-ik-driejarig kreng, maakte er een sport van om recht te staan in zijn stoel en met volle kracht op de hoofden vóór hem te meppen (Basta, bellissimo, basta!). En dan neer te zitten en het tafeltje op en neer te klappen (Hihihihi Arno, bellissimo Arno, basta!). En dan, om geen enkele aanduidbare reden (of het zou moeten zijn dat mijn steeds ingewikkelder en geraffineerder plannen om het akelige kereltje en zijn ouders—een neurotische moeder en een mafieus uitziende vader met zo’n hoofdomvattende (kots) modieuze zonnebril—permanente schade toe te martelen ook werkelijk toekwamen in zijn besnotneusde hoofd) te beginnen kelen.

Kelen: beeld u in de fluittoon van een een fabriek, maar dan langer, met meer volume, en ettelijke keren hoger van toon. Iieeeeeeee!! ieeeeee!!! ieeeeeee!!! iiiiieeeee!!!

En dan dus elf uur aan een stuk.

De reis van Brussel naar Rome viel trouwens wel mee, behalve dat ik een drilbooraandoening heb gekregen wegens net boven de nokkenas te zitten of zo, in alle geval een plaats waar het non-stop vibreerde. En dat ze bij het aankomen en weer naar Amerika vertrekken vreemde vragen stelden.

– Why’d you leave?

– Business?

– No, why are you leave-a?

– I’m leaving for, erm, Miami?

– No, sir. Why are you leave eeng. A?

– Oh! “Where are you living?”

– Yes-a. Why’d you leave?

– Gent, Belgium.

Oh, en ja: het metaal in mijn rug doet tegenwoordig wel degelijk de alarmen afgaan. Daar ben ik tevreden mee, het is tenminste een compensatie. Want na de reis is mijn rug kapot. En andere dingen ook.

Eek. Het is nu 1u02, zegt mijn uurwerk me. En 7u02, zegt mijn computer me.

Als ik het nog pakweg een uur uithou, kan ik naar huis bellen. Maar misschien doe ik dat best niet: ochtendroutines zijn zo al moeilijk genoeg.

Bijna vertrokken

maandag 7 april 2008 in Sonstiges. Permanente link | 3 reacties

Morgen moeten wij met drie het vliegtuig nemen om stuk! in! de! morgen!, zó vroeg dat we eigenlijk om iets na vier uur ‘s morgens al aan de vliegtuigbalie moeten staan.

Het gemakkelijkste was dus om vanavond al naar Brussel te gaan, en dan daar om vier uur de taxi te nemen. En zo zit ik op het werk in de bibliotheek. Nog drie uur te gaan, en de opgevers die nu gaan slapen zijn, zullen ook wakker zijn.

Vanavond kan ik het nog een nacht uitstellen: slapen in een slecht bed—waarbij “slecht” gedefinieerd is als “niet het mijne” en ook wel “zo’n bed waar ik met al dat metaal in mijn rug en een nog altijd verbrijzelde ruggenwervel niet echt goed in vrees te slapen”.

Ik ben er eigenlijk niet echt gerust in, tien dagen niet in mijn eigen bed slapen. Om nog niet te spreken van tien dagen niet in mijn eigen trekzetel of mijn eigen goeie bureaustoel zitten. Om nog niet te spreken van andere dingen waar ik u het leven niet mee lastig val.

Om, nog het moeilijkste van al, nog niet te spreken van tien dagen zonder Sandra en de kinderen te zitten. Was dat al ooit eens gebeurd, zo lang aan een stuk? Ik denk het niet.

Zelie heeft al beloofd dat ze haar on-line dagboek gaat bijhouden, ik zal ze elke dag bellen, en zo ongeveer mijn eerste aankoop wordt een webcam, dat we mekaar kunnen zien.

Want aan het ritme dat Anna groeit, tegenwoordig, zal ik ze niet herkennen als ik terugkom, denk ik.

Miami ho!

dinsdag 5 februari 2008 in Sonstiges. Permanente link | 7 reacties

Op 7 april om 6u25 nemen we met een paar man van het werk de vlieger naar Rome, en van daar naar Miami. De vliegtuigtiketten zijn bevestigd, en ik kreeg daarnet nog een mail van de baas van het Hyatt Regency dat hij persoonlijk dolletjes verrukt is dat ik in zijn hotel zal blijven slapen.

We gaan naar de Information Architecture Summit 2008: ‘t was dat of CHI 2008 in Firenze, dit jaar.

Miami! Van de gelijknamige CSI en van de gelijknamige Vice! Van de, euh, Florida Keys, en van de alligators, en van de Everglades, en, euh, tja. Uitgepraat.

We gaan daar een paar dagen op voorhand zijn, en misschien zal er tussendoor nog wel een dag over zijn, en zeker links en rechts wat uren en avonden: iemand? enig? idee? wat we zeker niet mogen missen? Ik heb mijn zinnen een beetje gezet op lamantijnen, maar behalve dat?

Het internetnet zal niet veilig zijn, de volgende weken.

Oh, en for the record:

Manatee

I, for one, welcome our new manatee overlords.

Het jaar mag beginnen

vrijdag 25 januari 2008 in Sonstiges. Permanente link | 2 reacties

Hoho. De laatste nieuwjaarsreceptie van het jaar, vanavond: op het werk in Brussel. En daarvoor: kick-off van een project, in Antwerpen (akelige stad). En daarvoor: interne kick-off van datzelfde project, in Brussel.

Ik heb mijn mid-afternoon-slaapje op de trein gemist, tussen 17u45 en 17u35, en dat was de finale nekslag: doodop.

Maar! Vanavond van niet minder dan twee van de organisatoren het programma doorgemaild gekregen van de Information Architecture Summit in Miami, en het ziet er interessant genoeg uit om naartoe te gaan. Wahey!

Vriendjes

Zoek

<insert standard disclaimer>

Alles wat hier staat is mijn eigen opinie. Het wordt niet nagelezen of goedgekeurd door mijn werkgever voor het on-line komt, en ik bied geen enkele garantie voor kwaliteit of correctheid.

Mijn werkgever is het niet noodzakelijk eens met wat ik schrijf, en het spreekt vanzelf dat hij dan ook op geen enkele wijze aansprakelijk kan zijn voor wat ik hier publiceer.

Ter info

Eén van mijn e-mailadressen is michel [at] zog punt org. Normaal gezien antwoord ik daar, buiten de kantooruren, onmiddellijk op.

Valideert, in principe: css & xhtml.
Gemaakt met WordPress.
Syndicatie: Entries (RSS) en commentaar (RSS).



ISSN 1780-1338