Gisteren deed ik zoals gewoonlijk de GFT-bak bij mijn ouders open, een mens weet nooit of er iets interessants in te vinden is.
En inderdaad:
Nee, ik heb het niet over die motmug, maar wel over die witter korreltjes. Even uitzoomen:
In het midden een motmugje (2.5 mm) die toevallig op de pupa van de één of andere vlieg zit (ca. 5 mm), en daar helemaal rond: witte dingetjes-in-slijm. Van ver leek het op heel heel fijne risotto, en werkelijk héél de GFT-bak was er vanbinnen mee bedekt:
…maar bekijk dat van dichtbij, en je ziet at het allemaal bewegende beestjes zijn, en bekijk het nog meer van dichtbij, en je ziet dat het bewegende zeer vreemde beestjes zijn:
I don’t know about you, maar ik tel daar toch wel acht poten. En acht poten, dat zijn spinachtigen voor mij. Mijten en zo, gelijk deze rode fluweelmijt:
…maar waar de mijt hierboven gemakkelijk 2.6 mm groot is, zijn deze twee kerels maar zo’n 0.6 à 0.8 mm groot:
Colour me officially puzzled.
O, en als ik het toch over mijten en mogelijke mijten heb: ik dénk dat ik mijn allereerste met mijten geparasiteerde insect gefotografeerd heb. Voor zover ik zie, heeft deze nogal anemische mug op een berkenbload een paar extra passagiers:
Denk ik toch:
Als er ergens acarologen zijn die uitstluitsel kunnen geven: graag.
En ook, uiteraard: dringend dringend tijd, altijd maar meer dringend tijd eigenlijk, voor die betere belichting. De diffractie op f/40 weetuwel.









