Mijnheer, u bent een zielig personage.

U bent zo zielig dat ik bijna medelijden zou hebben met u.

Maar ik heb geen medelijden, mijnheer, want u bent een sinister kereltje. U bent het soort persoon dat in een bepaald genre griezelige boeken voorkomt, en waarvan men hoopt dat ze enkel ingebeeld zijn.

U past, mijnheer, onder verscheidene hoofdingen in het woordenboek. Ook onder verscheidene hoofdingen in een handleiding voor zielenknijpers, ongewijfeld, al is dat mijn domein niet.

Ik hoop, mijnheer, dat u zichzelf ooit tegenkomt. Dat u met uzelf geconfronteerd wordt. Misschien, kan u alleen maar hopen, is het toch niet waar wat u stilletjes eigenlijk weet: u bent een mislukking. Van geen tel. Irrelevant. Een voetnoot. Het kan niemand schelen wat u denkt of doet.

Een zielig figuur, mijnheer. U wordt uitgelachen, ook door de mensen waarvan u denkt dat ze uw vrienden zijn. U bent belachelijk.

Mijnheer: u bent dom en u stinkt. En ik heb al teveel woorden aan u vuil gemaakt.