Het was al lang geleden dat ik iets echt gegeten had — ha! van vorig jaar geleden, in fact, als ik de foie gras ergens in de namiddag van 1 januari niet meetel – en dus heb ik vanavond in de rapte iets klaargemaakt. Ik vond dat het bijzonder meeviel, dus kijk: recept voor tien-minuten-spaghetti.
Um, behalve voor desserten als het echt nodig is, kook ik zonder hoeveelheden, maar ‘t wijst zichzelf uit. De ingrediënten:
- Kubusjes Gandahesp.
Ik heb een stuk hesp gekregen voor nieuwjaar, daaar heb ik twee schellen van een halve centimeter of zo van afgesneden en er blokjes van gemaakt.
- Stukjes Brie de Meaux.
Brie de Meaux is een kaas die al zó gemaakt wordt sinds vóór Karel de Grote, en dat is meer dan 1200 jaar geleden. Het is zo ongeveer de beste kaas ter wereld, en ik heb er teveel van thuis, ik krijg hem niet op. Degoutant, maar ik krijg gewoonweg niet zoveel binnen tegenwoordig, en het plan om dat na nieuwjaar op te eten met de familie is blijkbaar, merkte is enkele dagen later, mislukt. Een wigje afsnijden, ontkorsten (shame! maar ‘t is voor in saus en enkel voor een accent) en in blokjes doen.
- Look.
Ik heb één teentje genomen, een goeie stamp gegeven met het plat van mijn snijmes, en het vel ervan gehaald. Niét in minuscule stukjes snipperen! Dat wordt pokkebitter als het te warm wordt, en het is deze keer toch maar voor wat smaakaccent.
- Room.
Um, Light van een normaal merk, dacht ik.
- Spaghetti.
Ik wou iets snels, dus het zijn capellini geworden. In het echt zou ik dikkere nemen.
- Peper.
Witte peper, that is. Uit een molen. Als dat er niet is: zwarte peper uit een molen. En als dat er niet is, euh, panikeer. En geen zout, in ‘s hemelsnaam: er zit er al genoeg in de hesp.
- boter
- olijfolie
Bereiding:
De spaghetti koken, een kleine drie minuten in mijn geval. Ruim wat boter laten smelten met een beetje olijfolie en de look erbij, al roerend. Als de boter noisette wordt, de look eruit vissen en de blokjes gandahesp erin pleuren en laten warm worden en een beetje krokant. Blussen met room, de blokjes camembert erbij, omroeren, en de spaghetti erbij smijten. Alles goed onder mekaar roeren, kruiden met (veel, yum!) peper.
Liever wat natter? Meer room of minder laten uitkoken. Liever wat droger? Minder room, meer laten uitkoken, of bijvoorbeeld parmesaan strooien nadien.
Ah, en het is Gentse spaghetti want alle ingrediënten komen uit Gent: de Gandahesp is een lokale specialiteit, iedereen aangeraden; de brie komt van bij Michel Peeters, beste kaaswinkel van verre omstreken (wat zeg ik, maître fromager affineur!); de peper komt van bij Vidts, één van de beste kruidenwinkels alhier; en al de rest komt van bij De Spar om de hoek, de Drie Musketiers: de meest sympathieke Spar die ik ken.
Ik heb soms de neiging om in publiek dingen te beloven om mezelf te verplichten iets te doen dat er anders nooit van zou komen.
Toen we een tijdje geleden redactievergadering van Gentblogt hadden en Ilse er ons op wees dat het de Week van de Smaak was en of we daar niet iets zouden rond doen, hebben we allemaal beloofd één of meer artikelen te schrijven over eten.
‘t Is ondertussen al mooi geweest op Gentblogt—al de revue gepasseerd: Portobello’s met kruidenvulling, Gentse Waterzooi, Konijn met veel streekproducten, Risotto met varkensvlees, Choucroute (van Sandra! met foto’s van mij! :)), Gentse Mastellen (van, euh, min of meer toch, mijn neef Carlo!), Pompoensoep en Gentsche Mokken.
Morgen, als het in de planning van de planner van dienst past: hutsepot!
Ik heb uiterst goeie herinneringen aan de hutsepot van mijn grootmoeder, maar ik denk niet dat ik er de afgelopen twintig jaar zo nog gegeten heb, hutsepot.
Hutsepot is geen stoemp! Stoemp is uitstekend, maar hutsepot, dat zijn geen gestampte patatten, awoert!
Hutsepot is, voor mij toch, eerder een bouillon met wintergroenten en vlees erin. Veel vocht, grote stukken die wel zacht zijn maar niet tot moes gekookt. En geen shenanigans met exotische ingrediënten of zo. Eerlijke dingen van bij ons, hoera!
…maar, erm, ik had er geen flauw idee van hoe zo’n hutsepot klaar te maken. Geen enkel recept dat ik vond, leek op wat ik me herinnerde van toen ik klein was, dus ik heb maar iets geïmproviseerd. Zalig de onnozelen!
Eerst naar de slager. Onze vaste slager als we ons vlees niet in de Colruyt betrekken: Neyrinck, aan het Sluizeken. Gevraagd naar varkensstaarten en -oren en -poten, maar er waren alleen nog maar poten. Verder: spiering, en lamsribben, en lamsnek, en voor de kinderen wat worst, en een stuk runds-kweet-niet-meer-wat, enfin, een kleine vier kilo vlees van varken, lam en koe.

Dan naar de groentenwinkel—Bayram, uiteraard—voor seasonal stuff: een stapel rapen, pastinaak, savooikool, grote ajuinen, een paar kilo patatten. Uiteindelijk had vanalles gekund natuurlijk, maar ik ben geen groot fan van prei in hutsepot dus dat kwam er zeker niet in.
Alles samen op tafel gelegd: 31 euro ingrediënten. Een kleine tien kilo, schat ik. Géén geld!

Het klaarmaken zelf heeft niets om handen. Stap één: ajuin in grote stukken snijden en in de pot zo’n beetje laten stoven. Hoeveel ajuin? Euh, ‘k weet niet. Ik had er vier heel grote.

Het principe van het vlees in de hutsepot is eenvoudig-men-kan-niet-meer: al het vlees in de pot leggen, en dan gewoon bedekken met water. Ik moet eerlijk zijn en toegeven dat ik me niet herinner dat mijn grootmoeder varkenspoten in haar hutsepot deed, maar het leek me zó authentiek dat ik er niet aan kon weerstaan. Geef nu toe:

Er ging nogal redelijk veel water in de pot, en dat was al meteen een beetje zo van oeps, ga ik wel genoeg plaats over hebben:

O! Ja, wat ik er wel in wou maar in eerste instantie vergeten was: wortelen en verse spruiten. Ik heb er Sandra alsnog moeten om sturen. Ah ja, ik moest wel, want ik was ondertussen al bezig.
Toen ze terugkwam met the goods heb ik nog een laatsteminuut groepsfoto gedaan, minus het vlees en de ajuin die al stonden te sudderen:

Kids these days weten van niets meer, maar in mijn tijd was een schuimspaan dus nog een schuimspaan. ‘t Is te zeggen: was een schuimspaan een ding dat gebruikt werd om het schuim van het eten te, arhem, spanen. Als er confituur gemaakt werd, dan moest het schuim daar van gehaald worden, en dat gebeurde met een lepel, maar als het vlees van de hutsepot op stond, dan werden de grote middelen bovengehaald, en was het van schuimspaantjen.
Zoals elk zichzelf respecterend gezin hebben wij ook een aantal van die dingen liggen, uiteraard. Maar zoals bij wellicht veel gezinnen, worden onze schuimspanen tegenwoordig voor allerlei nieuwlichterijen gebruikt—voedsel uit woks vissen, gnocchi en -achtige pastadinges uit het kookvocht halen, weettewel.
Maar goed, ik dus met schuimspaan in de aanslag, heelder visioenen van massa’s lichtbeige schuim met lui uit elkaar spattende vetblazen, dat ik dan bij bakken zou kunnen afromen… nee dus. Misschien was het vlees magerder dan het vlees in mijn herinnering, maar er kwam niet echt veel schuim op:

Hey, bedenk ik net: misschien is het omdat ik er geen mergpijp in gedaan heb! Was dat niet, dat er mergpijp in hutsepot moet? En dat die er dan na verloop van tijd, zo als de hutsepot wat aan het afkoelen is, nog voor hij definitief verwarmd werd, uitgevist werd en het merg uitgelepeld op een boterham met veel peper en zout opgegeten werd? Djutoch, ‘t zal voor een volgende keer zijn!
Maar goed. In alle geval. Het vlees zat een klein uur in, en het volk was ondertussen al toegekomen (niet voor de hutsepot, die is voor morgen, maar wel voor de kaasschotel), dus ik ben aan de groenten begonnen. De savooikool in stukken:

…en de rest gepeld en geschraapt en gekuist, en in grove stukken gesneden. Alles zo ongeveer een beetje dezelfde grootte, maar zo nauw steekt het natuurlijk niet. Mijn bedoeling was om niets (behalve de savooi uiteraard) te hebben dat tot moes kookt. Zacht ja, moes nee.
Na verloop van tijd had ik een halve tafel vol groenten, en zag het er minder en minder naar uit dat ik alles in de pot zou krijgen:

Ter elfder ure trouwens nog beslist niet alle rapen erin te doen: alleen ongeveer evenveel rapen als aardappelen, zo’n kilo of drie.
Nu, euh, zelfs zonder alle rapen en mét veel duwen, was het inderdaad serieus potje-vol met al die groenten in de nochtans denk ik grootste pot van Le Creuset die er te vinden was:

…maar niet getreurd: er gewoon de wok omgekeerd op gezet, en rustig laten compacter worden. Uiteindelijk is een stuk van die groenten de savooikool, en dat reduceert tot praktisch niets meer. En die andere harde groenten, dat zet zich wel.
Inderdaad: een uurtje later was het allemaal wat ingezakt, en kon er een gewoon deksel op. Ik heb het dan nog een beetje laten staan tot alle groenten zacht genoeg naar mijn goesting waren, en dit is de toestand waarin de hutsepot de nacht ingaat:

Ik heb er al een stuk raap en een stuk aardappel van binnengesmikkeld, en ik moet zeggen: het smaakt precies zoals ik het mij herinner van driekwartleven terug.
Morgenmiddag om 12u wordt het vuur weer zachtjes opgezet, en een half uurtje of zo later beginnen we te eten.
Joechei!
Gisteren trifle gegeten. Trifle is lekker, en gemakkelijk zelf te maken. Duizend-en-één variëteiten!
Een kom half vullen met cake (in grote stukken gebroken hotelcake is ruim voldoende, of een stapel madeleinekes), en eventueel koekjes naar smaak (anything goes, zelfs speculoos). Daar wat drank over gieten naar smaak—ik ben zelf niet vies van porto, of crème de cassis, of zelfs bessenjenever (in a pinch). Daar eventueel wat eventueel opgewarmde confituur (aardbeien bijvoorbeeld)over gieten.
Daarboven een goeie zak rood fruit uitgieten, bijvoorbeeld van die ontdooide diepvriesdinges—ik neem graag een halve grote zak frambozen en een halve grote zak gemengd rood fruit, en beetje uitgelekt maar niet te: het moet wel sappig blijven maar niet té.
Dààrboven niet al te dikke vanillecrème, of voor wie authentiek wil zijn: custard.
En dan de koelkast in.
En dan de dag erna opdienen met een vette lek crème fraîche op.
Mmmmm.