Michel Vuijlsteke's weblog

Tales of Drudgery & Boredom.

Tag: restaurant

Met vrienden op restaurant gaan eten, check

Veel meer dan dat moet het niet zijn: met het hele gezin wakker worden om kwart voor twaalf, Dominion gespeeld met Louis en Zelie en Jan (gewonnen, hiep hoi!), en dan rondgelummeld tot ’s avonds tot er Bezoek Uit Gent kwam, en dan aan het strand gewandeld (voorbij de kinderen die de WTV-animatie-Croky Chips-Belewaerde-Gene Thomas-Wim Soetaer-experience aan het meemaken waren), en dan op restaurant gaan eten. 

Praktisch onderaan ons appartementsgebouw: Het Komfoor, fonduerestaurant. We waren met negenen, en we hebben vanalles een beetje gepakt. Vistempura, en fondue bourguignonne, en gemengde dinges. Met frieten en sla en sauzen à volonté. 

Sandra vond het interieur een mengeling van teveel stijlen, ik vond dat net niet. En vriendelijke mensen, lekker eten (niet dat er met blokjes vlees en vis enorm veel mis kan lopen, natuurlijk): geslaagd, noem ik dat. 

Spaghetti

Ik ben een kieskeurige mens, als het op spaghetti aankomt.

Gisteren zijn we met de kinderen gaan eten: met zessen op stap gaan op een feestdag en pal op de middag zonder reservatie binnenstappen in de Progès is blijkbaar geen goed idee. De Malatesta was dicht—nog maar eens, zijn die mensen eigenlijk ooit nog open?—gelukkig zagen ze het in de Twilight nog zitten.

We mochten zelfs op het eerste verdiep gaan zitten, ver weg van de andere mensen.

Twilight

Kleurstiften en papier waren mee, dus de kinderen waren in eerste instantie wel rustig (wijzelf ook, want we waren alletwee ook aan het kleuren — gezellig dat wij zijn in den uitgang, ge hebt er geen gedacht van).

Besteld: Sandra waterzooi, Jan en Anna kinderspaghetti, Zelie tagliatelle met zalm, Louis tagliatelle met scampi en curry, ik een spaghetti carbonara.

Dit is wat ik kreeg:

Carbonara

“Dit is alles wat een mens van een carbonara kan verwachten! Ziet er heerlijk uit,” is wat Pieter-Jan Viaene er op de Flickr-pagina over zei.

Ik was helemaal niet van plan om er iets over te schrijven, en ik was het eigenlijk al een beetje vergeten, maar die reactie bracht het weer allemaal terug.

Het zag er perfect uit, maar het was niet te vreten, namelijk.

We gaan niet lastig doen over de definitie van een echte carbonara: of er al dan niet room aan te pas komt bijvoorbeeld. Als ik carbonara maak, dan is dat zonder room: mager spek bakken in een beetje olijfolie, al dente spaghetti in de pan gooien met look, fijngeraspte parmesaan of pecorino en geklutst ei, goed mengen, zwarte peper en parmesaan/pecorino erop, hopla klaar.

Wat ik kreeg in de Twilight, was helemaal verkeerd. OK, er zat room bij. Dat is ook een carbonara-recept, en daarom niet minder goed. Maar dan moet het wel geen roomsoep worden. Al little goes a long way, een die bord bijna-vol met room is niet zo smakelijk.

Het spek dan. Ik kon zo niet meteen smaken of het spek van bij ons was of authentieke pancetta, maar dat maakte gewoon helemaal niets uit, want het waren geen bijna-krokant gebakken reepjes of blokjes. Nee: kruimels gezooid spek, zo klein dat ze evengoed vermoesd hadden kunnen zijn. Zelfs de peterselie had meer textuur.

De peterselie laat ik trouwens buiten beschouwing: ik heb dat niet graag, als ik bakkenvol peterselie gestrooid vind op mijn eten heb ik al meteen geen zin meer om te eten. Daar ben ik waarschijnlijk uitzonderlijk in, het zij zo.

Maar! Edoch! De spaghetti zelf!

Als ik spaghetti vraag, dan weet ik wat ik vraag. Ik vraag geen spaghettini, en ik vraag zeker geen capellini. Een wat dikkere, ruwere spaghetti is ideaal. Maar wat kreeg ik? Inderdaad: ultra-dunne spaghetti. Die misschien à point was toen hij uit het water gehaald werd, maar door het extra bakken in de roomsoep op het randje van moes was geworden.

Combineer dat met die flintertjes gezooid spek, en de room—door de fijne en te zachte pasta viel die nog meer op—en het werd meer een bord vol vettig, weeïg-zoetig overgeefsel dan de spaghetti carbonara waar ik zo naar uitkeek.

Jammer, toch wel.

Plek plek

Zo, dàt was nog eens lang geleden: naar de Japanner geweest (Amatsu, lekker maar niet om achterover van te vallen, ik ga nog eens teruggaan voor de grote sushi-schotel) tot we er buitengekeild werden, daarna naar den Aba-Jour voor cocktails!, daarna naar De Hel voor vanalles maar vooral Vlaamse Koffie, daarna naar Bal Infernal maar die was al toe en dus naar het Krochtje maar dat was ook al toe, en dus maar geëindigd in L’Heure Bleue voor bier en Irish Coffee en rode en witte Porto, en dan naar huis want het is schaamtelijk om nog op café te zitten als het al licht is buiten.

Hoe, uitgaan? Niets uitgaan! Dat past allemaal in het plan voor de aanpassing van de jetlag maandag!

Ideeëncoherentmakerman

Wat ik graag doe, heb ik vandaag gemerkt, is stilletjes naar mensen luisteren die aan het spreken zijn met elkaar (of tegen elkaar, of over elkaars hoofden, of naast elkaar, maakt niet uit), en daar dan allerlei dingen uithalen en er een synthese van maken.

Onlangs was er een meeting waar ik zoiets gedaan had, en ik was helemaal verbaasd dat ik blijkbaar een helemaal andere meeting had meegemaakt dan een collega. Dat was nog al gebeurd: dat voor één persoon een meeting over vanalles en niets ging zonder echt duidelijke lijn erin, allemaal losse ideeën zonder rode draad—maar dat ik er een behoorlijk coherent verhaal van had gemaakt in mijn hoofd.

Snel! Daar een naam op plakken en in mijn job skills zetten!

Op een minder aangename noot: ik ben recent tegen een overschatten van beschiikbaarheid en een onderschatten van complexiteit aangelopen. Het was al lang geleden, maar dat maakt niets uit: dat is hoegenaamd niet fijn, en ik voel er mij helemaal niet goed bij.

Op een daarentegen wél meer aangename noot: ik heb onlangs iets afgewerkt waarvan ik niet had durven hopen dat het goed zou afgewerkt raken. Soms verbazen de mensen mij. Serieus: who’d a thunk? In september 2006 schreef ik over mijn droomjob, en ondertussen doe ik dat gewoon.

Oh, en vanavond was een mooie, mooie dag, zoals er meer zouden moeten zijn. Eerst goed nieuws van mijn advokaat in een rechtszaak. En dan ((zeer) lekker) gaan eten. We hebben (écht) gesproken en dan zijn we in alle gezelligheid naar het station gereden. Ik ben op het perron van de voorlaatste trein naar Gent een vriend tegengekomen die ik al lang niet meer had gezien (schandalig, die we écht meer zouden moeten zien) en we hebben bijgebabbeld op de trein. In Gent heb ik de taxi genomen naar huis en een fijn gesprek gehad met de man aan het stuur terwijl we door een feëriek mooi Gent reden met mist en vrieskou en honderden mensen op straat. En thuisgekomen: goed nieuws van mijn vader uit het hospitaal.

Morgen is de laatste dag van het werk dit jaar: dan zet ik de minder aangename noot van drie paragrafen geleden recht, hoop ik uit de grond van mijn hart, en dan gaan we anderhalve week vakantie tegemoet.

Het leven is het waard om te leven.

Gök vs. Akdeniz

Meestal zit er bij mij zodanig veel tijd tussen twee restaurantbezoeken dat ik tegen de volgende keer al vergeten ben hoe het de vorige keer was, maar door omstandigheden kon ik deze week twee keer buitenshuis gaan eten.

Dat overkomt me niet zo vaak, en omdat ik toch kon kiezen waar, besloot ik een vergelijkend onderzoek te doen tussen Gök en Akdeniz, twee Turkse restaurants die broederlijk naast elkaar staan aan het Sluizeken.

Maandagavond in Akdeniz een Mezze en een Adana Kebab. Vrijdagmiddag in Gök ook een Mezze en een Adana Kebab. In Gök is er de keuze tussen een pikante en een niet-pikante Adana, die in Akdeniz is gewoon een echte (en dus pikante). Twee keer precies hetzelfde besteld, met andere woorden. Voor de objectiviteit: köfte met moussaka vergelijken zou op niets slaan, natuurlijk.

Locatie

Akdeniz: lang, smal, donker, gezellig.
Gök: groot, breed, licht, modern.

Toen we binnenkwamen bij Gök zat er een vrouw te roken aan de tafel naast die waar wij neergepoot werden. Ze was gelukkig aan het weggaan, anders waren wij alsnog weggegaan.

De muziek in Gök stond naar mijn aanvoelen storend luid, maar dat kan er ook aan gelegen hebben dat we relatief dicht bij een luidspreker zaten.

In Akdeniz zaten we in het begin van het restaurant, met als voordeel dat het er wat lichter is, maar als mogelijk nadeel dat er meer passage is.

Winnaar op punten, maar ‘t is wel persoonlijk: Akdeniz. Ik heb het liever gezellig en donker dan licht en modern.

Voorspel

Akdeniz geeft, ongevraagd, een schaaltje met pepers en kaas en olijven, en een mand vers (of in ieder geval warm en knapperig) brood.

Gök geeft geen amuse-gueules.

Duidelijke winnaar: Akdeniz.

Primo piatto

Meze is (zijn?) voor mij het ideaal voorgerecht bij den Turk: geen enorm grote verrassingen, maar gewoon (her)kennismaking met oude bekenden.

Vreemd genoeg zaten er bij Gök van die grote garnalen bij de traditionele tarama, bonen, chili’s, dolma en op yoghurt gebaseerde sla. En ook koude gegrilde courgettes met yoghurt (?) erop.

De porties bij Gök waren misschien iets groter, en er was meer variëteit dan bij Akdeniz, maar de tarama was te zout en die courgettes waren gewoon weird. Warm had ik het begrepen, maar koud leek het op een heel dikke naakte slak die een onfortuinlijke dood gestorven was en dan in schijfjes gesneden.

Het voordeel van meze is dat je kan laten liggen wat je niet echt graag hebt, en dat je niets mist.

Gök-Akdeniz: gelijkspel.

Hoofdschotel

Ik eet graag Adana kebab. Lamsgehakt, eigneijk redelijk vet, met niets meer dan zout en rode pepers, op zo’n zwaardachtige spies gegrild boven (idealiter) houtskool. Met een salade van tomaat en ajuin en peper en yoghurt en allemaal goeie dingen, en meer moet dat niet zijn.

Bij Akdeniz: zeer in orde. Mals gehakt, stevig gekruid, lekker slaatje. Ik had twee stuks kebab kunnen eten maar er was er maar één.

Bij Gök: jammer maar helaas. Daar waren er twee stukken, en ik wou dat er maar één was. Uitgedroogd en niet lekker, helaas. De enige reden, vrees ik, waarom ik het binnen gekregen heb, is omdat er orzo met tomatensaus onder lag, waarmee ik het gehakt toch nog enigszins kon bevochtigen.

Het hoofdgerecht was goedkoper bij Gök dan bij Akdeniz (€ 8,50 tegen € 9) en er was er méér van bij Gök dan bij Akdeniz, maar toch: Akdeniz vond ik overduidelijk de beste van de twee.

Bediening

Geen klachten. De mensen achter de toog in Gök begonnen op een bepaald moment een zware en luidruchtige discussie, wat voor sommigen een probleem zou kunnen zijn, maar dat ik—duidelijk in een milde bui—niet zozeer onder vervelend dan wel onder couleur locale klasseerde.

Uit een vroeger leven herinner ik me dat we ooit met alle collega’s van het werk bijna twee uur in Gök hebben zitten wachten op ons eten, maar dat is lang geleden en doet er hier dus niets toe.

Gelijkspel dus.

Conclusie

De score: 4–2 in het voordeel van Akdeniz. ‘t Zal nog lang duren voor ik Gök nog eens probeer. Of het zou moeten zijn dat ik ergens een specialiteit gemist heb.

Volgende in de rij: Özgem? Faki?

© 2019 Michel Vuijlsteke's weblog

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑