Er zat helemaal op het einde van de keuken een klein kogelspinnetje op de muur. Helemaal verloren, ik vermoed dat het met iemand moet mee naar binnen gesukkeld zijn van op de koer.
Het was alweer een tijd geleden dat ik nog eens een foto van een beest genomen had (de rug wil niet mee, bukken is niet vanzelfsprekend), maar als er een spin in huis zit die ik nog niet op foto had, dan wil ik wel nog eens moeite doen:
Ik heb de dutsin, een gewone tandkaak (Enoplognatha ovata) als ik het goed heb, maar rap weer buiten gezet.
Over spinnen gesproken: vandaag op Reddit gelezen hoe spinnen zich voortbewegen – bio-hydraulisch, dus. Of zoals FUCKING_BUG_EXPERT het verwoordde:
Spiders don’t possess muscles like insects and other animals, but instead what some would describe as some weird ass hydraulic system; fluid is forced to extremities, sort of like having eight penises for legs and getting boners instantaneously to walk around.
Put that in yer pipes and smoke it, boys ‘n girls.
Een mens is nooit te oud om te leren, ha! We waren bij mijn ouders voor vaderdag, en op wandel door den hof heb ik mijn vader getoond wat er in zo’n spuugbol zit:
Een spuugbeest, dus. Een cicade, die in zo’n bol spuug zit. Froghopper, zeggen ze in het Engels, en met goede redenen, zoals op de foto redelijk duidelijk te zien. Vieze beesten.
Mijn dag was goed, trouwens: een nieuw springstaartje gevonden!
En ik denk dat ik deze ook nog nooit gezien had—een minuskuul springstaarte aan de rand van een klein naakt slakje:
Deze had ik wel al gezien, denk ik. Alletwee, als ik me niet vergis. Maar ‘t kan ook zijn van niet:
(slechts een zaak van enkele uren vooraleer Frans Janssens me op Flickr komt zeggen wat wat is )
En voor de rest: same old, same old. Ik had een kraamwebspin gezien met eitjes, maar ze was te ver om foto’s van te nemen en te snel weg ook. Onder een dakpan zat deze, een huisspin met eitjes:
Een pissebed met vreemde bleke voelsprieten en poten gezien, die in een nest met kolenbranders zat:
Kolenbranders, trouwens: zo lang geleden dat ik er nog meer dan één had gezien. En vandaag een heel nest, krioelend en wriemelend en in géén tijd weg onder andere stenen en takken, just like old times.
En een kevertje dat er een béétje als een lieveheersbeestje uitziet:
En een lieveheersbeestje (eentje dat normaal op dennen zit, als ik het me goed herinner, ‘t kan zijn dat ik me vergis):
En nog een lieveheersbeestje:
En een vlieg:
En nog een vlieg:
En nog een vlieg:
En meer snuitkevers dan men een stok naar kon schudden:
‘t Is nog een kleintje, maar dat wil niet zeggen dat het er niet vervaarlijk kan uitzien (vooral van dicht, dan):
Ik ben er trouwens helemaal uit, van spinnen herkennen. Geen flauw idee wat deze twee zijn, al zou ik zeker de eerste wel moeten kennen want ik heb er al foto’s van gemaakt ooit (klik vooral voor het detail: ál die oogskes!):
Oh kijk, een jongsken:
Zowat overal dicht aan het oppervlak of onder karton zitten er emelten. Kijk hier, een emelt en twee miljoenpoten:
Emelten zijn vies, trouwens:
De bladluizen, trouwens, waar ik het nog al eens over had? Dit zijn zo ongeveer de enige die ik nog kon vinden:
Bewaakt door mieren:
…maar de grote hoop van de bladluizen is opgevreten door de tientallen lieveheersbeesten en lieveheersbeestenlarven.
Helaas, de ene smeerlapperij is weg (bladluizen), maar de andere komt pas goed op:
Ah kijk, dat moet lukken. Ik dacht even dat er genoeg zon op de koer zou zijn om foto’s te nemen van zonnende insecten, maar helaas: tegen dat ik al het gerief op de camera gevezen had en mijn schoenen aan had, was het te laat.
Weer grijs en winderig en koud. En laat dat nu eens slecht weer zijn om foto’s van insecten te trekken, zeker?
Afijn. Verder experimenteren met het fototoestel, dan maar. Met bladluizen, die altijd dankbaar zijn qua onderwerp.
Kijk, een desktopachtergrond! (bekijk vooral in ‘t groot)
En mijn eerste kruisspin van het jaar, denk ik wel bijna zeker. Minuskuul klein en in de holte van een klimopblad:
En springstaartjes gevonden die ik nog niet op foto had:
Met een harige (euh, wassige) rug:
Gemist, vandaag: een mier die te snel wegliep, een paar zandloopkevertjes die te snel wegliepen, een zwart spinnetje dat te snel wegliep, en een bleek spinnetje dat te snel wegliep.
Helaas, helaas. De teleconvertor van Bruno past niet op mijn macro-lens. Nog goed dat ik het weet, want ik had er haast één gekocht.
Het ziet er naar uit dat ik een TC-201 nodig zou hebben als ik een teleconverter zou willen gebruiken. OF toch nog een voorzetlens erbij? I dunno, I dunno.
En anders: ik zou wel eens overwegen om een macro-ding voor mijn videocamera te kopen ook. Want in beweging hebben veel van die beesten ook wel iets aparts:
Dat was ons bad trouwens, dat stijf staat van waarschijnlijk veertig jaar nooit-geheremailleerd gebruik. Van zodra we geld hebben, komt er een nieuw. En nieuwe tegels. En een nieuwe vloer. En een nieuwe douche. En een nieuw toiler.
En dàn misschien eens een macro-filmcamera.
Alhoewel… foto’s blijven toch wel veel scherper:
Merk trouwens op hoe uitgeput dat het arme beestje was… helemaal geen protest als ik ze oppakte en buiten zette:
Meer dan een jaar geleden had ik er per toeval één gefotografeerd, zonder te weten wat ik eigenlijk te grabbelen had: een lijmspuiter.
Een subtropisch spinnetje, dat sinds een paar jaar ook bij ons te vinden is. In huis, welteverstaan, buiten overleven ze niet. Ze maken geen web, ze vangen hun slachtoffers door er een soort plakkerige lasso in zigzag over te spuiten. Vandaar ook het grote kopborststuk: lijmklieren en gifklieren en plakkerige giftige lijm.
Nooit gedacht dat ik ooit nog zo’n Scytodes thoracica zou te zien krijgen. Tot daarnet:
Oooo een spinnetche, onder een doodnormale bloempot op onze doodnormale koer:
Van deze huisspinnen zitten er heelder stapels in elk huis en op elke koer en in elke houtmijt of stapel dakpannen of stenen van het hele land.
Huisspinnen zijn zo mooie beesten van dichtbij: bijna gelijk luipaarden van tekening, en die óógjes! En kijk ook eens van dichtbij naar die lijn haartjes bovenop het hoofje: schat-tuh!
Marpissa muscosa, uiteraard. Ik wou een foto van boven nemen om de oogjes achteraan zijn kop te tonen, maar natuurlijk keek het beest rechtstreeks in de lens.
Echt waar de meest schattige van alle soorten spinnen, springspinnen.
Dàt deed raar: ik kreeg een tijd geen foto’s meer naar Flickr gestuurd.
‘t Zal wel aan hun gamma-trubbels gelegen hebben, maar toch… doet een mens twee keer nadenken als hij Flickr zó in zijn wereldbeeld ingebouwd heeft.
Afijn. Beesten. ‘t Is er twee keer per jaar de tijd van het jaar voor, en nu is dus één van die twee keer: spinnetjes!
Op één van onze ex-kerstbomen, ondertussen huizenhoog, zat het vol van deze kerels, ik vermoed één of ander soort vieze parasiet:
Kijk, hier is het koppetje te zien:
‘t Was een verbazend beweeglijk beestje, niet wat je er zou van verwachten op de foto: niet één van die luizig stilzittende ding met wasachtige, euh, uitwassen, die soms tegen de bladeren van kamerplanten aangeschurkt zitten en een teken zijn dat die plant rijp is voor de vuilbak.
Met een beetje geluk worden ze opgevreten door deze kerel, het viervleklieveheersbeestje (Exochomus quadripustulatus), te vinden op naaldbomen:
Ach, en vliegen: het blijven dankbare onderwerpen.
En kleine kevertjes ook, waarvan ik op geen duizend jaar zonder hulp de naam van terugvind:
Nóg beesten van dinsdag, en wel: spinnen en spinachtigen. Bekijk ze zeker ook eens in ‘t groot, er ziten een paar o zo schattige oogjes tussen!
Het zat relatief vol van krabspinnen in de brandnetels en het onkruid. Gewoon aan het rondkijken:
…of insekten aan het verorberen:
…of zelfs andere spinnen aan het opvreten:
Schattige spinnetjes. En die óógjes!
En van schattig en ogen gesproken: geef toe, veel schattiger dan dit mannetjes-Marpissa muscosatje worden toch echt niet gemaakt:
Of het zou moeten zijn dat ik nog eens een zebraspinnetje in de smiezen krijg. Helaas zijn die door de band véél sneller weg dan zo’n Marpissa, én zijn ze ook nog eens maar een derde zo groot, waardoor het wel erg moeilijk wordt om een goeie foto te maken met het materiaal dat ik maar heb.
En trouwens, op de plaats waar soms wel eens zebraspinnetjes te vinden zijn, zat dit vreemd meisje:
Spinnen, dat is genoegzaam geweten, zitten overal, en toen Jan zoals altijd afkwam met zijn plastieken stoeltjes, bleek dat in één van de stoeltjes wel drie van deze spinnetjes zaten:
Alledrie mooi verborgen in een holletje, schattig!
En dit was wel één van de dikste kogelachtige spinnen die ik in lange tijd gezien had:
En kijk, een hooiwagen met korte pootjes:
Alleen spijtig dat ik geen determinatiegidsen bij de hand heb, ze zien er nochtans allemaal redelijk bekend uit.
Alles wat hier staat is mijn eigen opinie. Het wordt niet nagelezen of goedgekeurd door mijn werkgever voor het on-line komt, en ik bied geen enkele garantie voor kwaliteit of correctheid.
Mijn werkgever is het niet noodzakelijk eens met wat ik schrijf, en het spreekt vanzelf dat hij dan ook op geen enkele wijze aansprakelijk kan zijn voor wat ik hier publiceer.
Ter info
Eén van mijn e-mailadressen is michel [at] zog punt org. Normaal gezien antwoord ik daar, buiten de kantooruren, onmiddellijk op.