maandag 9 juni 2008 in Sonstiges. Permanente link | 11 reacties
Een mens is nooit te oud om te leren, ha! We waren bij mijn ouders voor vaderdag, en op wandel door den hof heb ik mijn vader getoond wat er in zo’n spuugbol zit:

Een spuugbeest, dus. Een cicade, die in zo’n bol spuug zit. Froghopper, zeggen ze in het Engels, en met goede redenen, zoals op de foto redelijk duidelijk te zien. Vieze beesten.
Mijn dag was goed, trouwens: een nieuw springstaartje gevonden!

En ik denk dat ik deze ook nog nooit gezien had—een minuskuul springstaarte aan de rand van een klein naakt slakje:

Deze had ik wel al gezien, denk ik. Alletwee, als ik me niet vergis. Maar ‘t kan ook zijn van niet:

(slechts een zaak van enkele uren vooraleer Frans Janssens me op Flickr komt zeggen wat wat is
)
En voor de rest: same old, same old. Ik had een kraamwebspin gezien met eitjes, maar ze was te ver om foto’s van te nemen en te snel weg ook. Onder een dakpan zat deze, een huisspin met eitjes:

Een pissebed met vreemde bleke voelsprieten en poten gezien, die in een nest met kolenbranders zat:


Kolenbranders, trouwens: zo lang geleden dat ik er nog meer dan één had gezien. En vandaag een heel nest, krioelend en wriemelend en in géén tijd weg onder andere stenen en takken, just like old times.
En een kevertje dat er een béétje als een lieveheersbeestje uitziet:

En een lieveheersbeestje (eentje dat normaal op dennen zit, als ik het me goed herinner, ‘t kan zijn dat ik me vergis):

En nog een lieveheersbeestje:

En een vlieg:

En nog een vlieg:

En nog een vlieg:

En meer snuitkevers dan men een stok naar kon schudden:

zondag 1 juni 2008 in Sonstiges. Permanente link | 2 reacties
Feest uw ogen: een Armadillidium vulgare. Open…

…en toe:

En een huisspin van een onbekend merk:

‘t Is nog een kleintje, maar dat wil niet zeggen dat het er niet vervaarlijk kan uitzien (vooral van dicht, dan):

Ik ben er trouwens helemaal uit, van spinnen herkennen. Geen flauw idee wat deze twee zijn, al zou ik zeker de eerste wel moeten kennen want ik heb er al foto’s van gemaakt ooit (klik vooral voor het detail: ál die oogskes!):

Oh kijk, een jongsken:

Zowat overal dicht aan het oppervlak of onder karton zitten er emelten. Kijk hier, een emelt en twee miljoenpoten:

Emelten zijn vies, trouwens:

De bladluizen, trouwens, waar ik het nog al eens over had? Dit zijn zo ongeveer de enige die ik nog kon vinden:

Bewaakt door mieren:


…maar de grote hoop van de bladluizen is opgevreten door de tientallen lieveheersbeesten en lieveheersbeestenlarven.



Helaas, de ene smeerlapperij is weg (bladluizen), maar de andere komt pas goed op:


zaterdag 3 mei 2008 in Sonstiges. Permanente link | Eén reactie
Een miljoenpoot die vanonder een uitgetrokken stuk onkruid kwam gelopen.

Een springstaartje.

Een bladluis in de klimroos tegen het achterhuis.

Een baby-spinnetje eet een bladluis op.

Een baby-hooiwagen onder de klimop.

Het wordt allemaal weer wakker, me dunkt.
zaterdag 29 maart 2008 in Sonstiges. Permanente link | 5 reacties
Ah kijk, dat moet lukken. Ik dacht even dat er genoeg zon op de koer zou zijn om foto’s te nemen van zonnende insecten, maar helaas: tegen dat ik al het gerief op de camera gevezen had en mijn schoenen aan had, was het te laat.
Weer grijs en winderig en koud. En laat dat nu eens slecht weer zijn om foto’s van insecten te trekken, zeker?
Afijn. Verder experimenteren met het fototoestel, dan maar. Met bladluizen, die altijd dankbaar zijn qua onderwerp.

Kijk, een desktopachtergrond! (bekijk vooral in ‘t groot)

En mijn eerste kruisspin van het jaar, denk ik wel bijna zeker. Minuskuul klein en in de holte van een klimopblad:

En springstaartjes gevonden die ik nog niet op foto had:

Met een harige (euh, wassige) rug:

Gemist, vandaag: een mier die te snel wegliep, een paar zandloopkevertjes die te snel wegliepen, een zwart spinnetje dat te snel wegliep, en een bleek spinnetje dat te snel wegliep.
Zucht.
zondag 10 februari 2008 in Sonstiges. Permanente link | 8 reacties
Kijk eens wie er tegenwoordig ook weer bij is:

Mijn goede vriendin de Pisaura mirabilis ofte de kraamwebspin! Bekijk, en klik vooral voor het grotere formaat:

De pissebedden zijn natuurlijk nooit weg geweest, zoals deze Platyarthrus hoffmannseggi (oude bekenden)—om een idee van de schaal te krijgen: die gapende holte is een gangetjes ter doorsnede van een mier.

Een ker of ik-weet-niet-hoeveel groter, deze twee:

Wat ik me afvraag, trouwens: zijn dit twee verschillende soorten pissebed? Of is het een grote pissebed met een jongsken ernaast?
En kijk, een springstaartje op de recyclagebak:

woensdag 25 juli 2007 in Sonstiges. Permanente link | 5 reacties
Charles was hier, en hij heeft zijn TC-201 even achtergelaten. Een 2x teleconverter, eigenlijk niet verschikkelijk veel meer dan een vergrootglas dat tussen lens en fototoestel gevezen wordt.
Terug naar de middeleeuwen! Alles manueel! Zo wijs! En mijn fototoestel wordt er nóg meer een kerstboom mee!

Fantastisch, dat wel. Maar o zo frustrerend ook. Kijk, allemaal ongecropte foto’s met precies dezelfde instelling, dus ‘t is te zeggen foto’s waar ik niets van afgeknipt heb en waar alle onderwerpen zowat op dezelfde grootte te zien zijn.
Om een idee van de afmetingen te geven, twee dingen waar iedereen zich zo’n beetje een beeld kan vormen van de schaal: een mier en een pissebed.


Zo. Met dat in het achterhoofd, nog een aantal gewillige slachtoffers vandaag.
Een mij verder onbekend springstaartje:

Een onooglijk klein schattig blauw iridescerend springspinnetje:


Maar het is verdorie niet allemaal koek en ei. Om te beginnen, en meteen al te zien als de foto’s op volle grootte staan: aan meer dan f/32 en met die 2x teleconverter is diffractie een enorm probleem.
En als ik tot f/11 verminder (of vermeerder, ‘t hangt ervan af hoe ge’t bekijkt), dan is de depth of field zo ongeveer niéts meer:

Maar goed, dat is niet anders dan zonder die teleconverter, en eigenlijk ook wel par for the course.
Waar ik geen rekening mee gehouden had, is dat het schier onmogelijk wordt om te focuseren: de zoeker wordt zó donker, dat ik voor die mierenfoto’s hierboven zowaar een zaklamp moest zoeken. Er komt zodanig weinig licht door die hele buis dat zelfs met de relatief klare zoeker van de D200 er praktisch niets te zien was aan de hand was aan de andere kant van mijn toestel.
En daardoor heb ik deze foto gemist:

Een springstaartje dat op een klein slakkenhuisje zat (jawel, slakken hebben haar, inderdaad). Ik dàcht dat ik het in ziht had, maar er was een takje voorgesprongen. Dju! Een springstaart die ik nog niet had, ongekend duidelijk ook, in focus, maar een tàk ervoor.
Er zijn oplossingen voor die donkerte, natuurlijk—een betere zoeker, een pilootlichtje, tralala—maar ‘t is niet ideaal. En aan die vergrotingen zit ik wel pàl op het onderwerp, dus moet ik echt wel beginnen klooien met het licht van de flash ook.
Oh, dilemma, dilemma, dubio, dubio.
dinsdag 12 september 2006 in Safari. Permanente link | 6 reacties
Alle wilde, wilde plannen voor tussenstukken en voorzetstukken, voor balgen en belichtingen ten spijt: in een eerst stap voor het voor de hand liggende gekozen: nog een 6T erbij.
Zo’n 6T, dat is gewoon een soort vergrootglas met twee lenzen, dat van uw fototoestel een bijziend fototoestel maakt, en dat u dan ook toelaat om van wat dichterbij te fotograferen. En als het van dichter gefotografeerd is, dan staat het beest er groter op, ah ja, da’s logisch.
Het verschil… een geparasiteerde bladluis met één 6T:
…en dezelfde geparasiteerde bladluis met twee 6T’s erop:

Groter, groter, inderdaad. Niet dramatisch veel groter. Maar toch: een duidelijk verschil.
Mijn droom van goeie foto’s van springstaarten komt dichterbij:

…maar ik zal toch nog veel boterhammen moeten eten. Of beter: ik ga toch eens dringend moeten investeren in betere belichting, want met mijn lens op f/40 zoals hierboven verlies ik gewoon teveel detail.
En als er iets is dat foto’s van kleine beesten nodig hebben, dan is het wel detail.

zondag 19 maart 2006 in Safari. Permanente link | Geen reacties
Zo. De oogst vandaag: gene vetten. Een paar foto’s (zonder flits) van nog eens een Tomocerus vulgaris—waren alle springstaartjes maar zo groot:

…en een mier in de plantenbak:

…en wat minuskuul mos op de koer:

zaterdag 18 maart 2006 in Safari. Permanente link | Geen reacties
Het was alweer een eeuwigheid geleden dat ik nog eens de tuin ingetrokken was met de macrolens.
Ik doe dat nochtans bijzonder graag, maar ‘t was er gewoon niet meer van gekomen. Rugpijn, te koud, geen gemakkelijk te bereiken levende beesten, te nat, te donker, te moe: altijd wel een excuus.
Vannamiddag, na de (zelfgemaakte!) gehaktballen in tomatensaus met frieten: de AF-S DX Zoom-Nikkor 18-70mm f/3.5-4.5G IF-ED op de D70 gevezen, daarop de Nikon 6T en dààrop Nikon SB-29, en niet zonder enige trepidatie de koer op.
Het plan: een aantal oude getrouwen zoeken en fotograferen.
Mijn eerste halte: de pot ondertussen halfverwaarloosde en verhoute salie. Daar zitten sinds jaar en dag dwergcicades op, wellicht van het merk Eupteryx. Dat is trouwens de reden dat ik die salie niet snoei en trim: ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om die beestjes hun leefwereld helemaal weg te knippen. Een beetje moeten zoeken, maar uiteindelijk vond ik er twee onderaan één blad, en een andere in een knop:

Een paar millimeter oude vriend, lijkt het wel. En toepasselijk dat dit net mijn eerste macrofoto is sinds maanden.
Volgende halte: de “border”. ‘t Is te zeggen, de rand van het grasperk tegen de muur. En zeer snel nog zo’n oude getrouwe tegengekomen—het kleine zandloopkevertje Asaphidion flavipes:

Dat liep in de buurt van een dikke dikke rups, van een mij onbekend merk:

Ik ga dit tuinsafariseizoen proberen meer foto’s te maken met een aanduiding van grootte erbij. Misschien print en plastificeer ik wel zo’n papiertje met millimeters erop, kwestie dat ik me zelf ook anders geen voorstelling meer kan maken achteraf hoe groot iets nu precies was.
Het beest hierboven heb ik nog eens naast een stuk van 1 cent gefotografeerd:

…maar bon. Verder op zoek naar oude bekenden: naar de koer zelf, ‘t is te zeggen, naar de stenen. Een random steen omgedraaid, en jawel hoor:

Tomocerus vulgaris, één van de grotere springstaarten in onze contreien. Ik had ook mijn eerste Entomobrya multifasciata sinds twee jaar in de smiezen (snoezig!), maar helaas: foto mislukt. Niet scherp genoeg.
Voor de rest onder diezelfde steen, en ook qua usual suspects een topper: een onbekend klein spinnetje.

Volgende halte: de dakpannen die opgestapeld liggen boven de stapel stenen. Die liggen daar expliciet als schuilplaats voor huisspinnen en pissebedden, en jawel:

Een kleine, jonge, nog wat bleke geelgestipte kelderpissebed (Oniscus asellus), met als ik me niet vergis een mijt (dat zwart ding met rode poten) ernaast.
En onder de onderste dakpan, deze Tegenaria:

Het was koud genoeg dat ze er niet meteen vanonder muisde, dus ik heb er op mijn (realtieve) gemak een paar foto’s onder verschillende omstandigheden van kunnen maken: zoals hierboven zonder flits, en mét flits:

Compare and contrast the relative depths of field, en ook wel de verschillende sfeer die de ftwee oto’s uitademen.
Het beestje liep wat verder naar de snelbouwstenen, meteen een kans om nog wat foto’s te pakken met een andere atmosfeer:

En wat geëxperimenteer met de reflectie van de ringflits:

Een geslaagd half uurtje. Wordt vervolgd.
zaterdag 12 november 2005 in Safari. Permanente link | Geen reacties
‘t Was al weer een tijdje geleden, maar ik ben nog eens met de macrolens de tuin ingedoken.
‘t Is een koude novemberdag, en zó enorm veel leeft en beweegt er niet meer in de tuin, maar toch een primeur:

Een aantal naakte slakken nét uit het ei gekropen, en daarnaast een aantal nog niet uitgekomen eitjes. Ik had uiteraard al eitjes gezien, en uiteraard ook naakte slakken, maar ik had er tot nog toe geen idee van hoe die beesten er uitzien als ze net uit het ei komen.
Ach, en voor de rest the usual suspects. Dwergcicades links en rechts:

Zoals het hele jaar door, welig tieren / de Tomeceren:

Tomocerus vulgaris, één van de grootste en ook wel mooist iridescerende springstaarten van het land.
En uiteraard ook onze vrienden de huisspinnen:

Tegenaria atrica, azzik me niet vergis: yer bog standard common house spider, maar daarom niet minder mooi.
Leg een paar pannen boven elkaar in een rustige hoek van de tuin of de koer, en ‘t is gegarandeerd prijs: heel het jaar door huisspinnen.
O, en ook een Vieze Beeste™ in een opgerold blad van de klimroos:


Volgende keer zo lang niet meer wachten: ik heb de krabspin in de klimroos al gemist, dedju.
foto tuinmacro springstaart slak rups