Fietslichten: Enkel Objectivering Zal Ons Redden

donderdag 13 december 2012 in Sonstiges. Permanente link | 14 reacties

Ik heb een nieuw project.

Volgens de tellingen van de politie rijden in Gent zo’n 20% van de fietsers zonder licht. De burgemeester zegt dat hij het gevoel heeft dat het veel meer dan 20% is, misschien wel de helft.

Oh, hoe de usual suspects daar op springen! Fietsers zijn des duivels, fietsers hier, fietsers daar. En ze rijden allemaal op het plankier! En de wetten gelden niet voor fietsers!

Natuurlijk dat die cijfers niet kloppen met wat de mensen denken dat de cijfers zijn. Om te beginnen: als er ergens een groep politie staat, gaan mensen die een slecht of geen licht hebben, misschien wel een andere straat inslaan. Daarnaast: schoolvoorbeelden van statistische problemen, hallo, iemand?

De plaats waarop de politie checkt, de plaats waar de mensen met kritiek op de resultaten van de politie naar fietsers kijken: als die al verschillen, dan kijken ze allebei naar verschillende soorten mensen (forenzen die elke dag een paar kilometer doen vs. studenten die een paar honderd meter fietsen, bijvoorbeeld, of schoolkinderen vs. ambtenaren pakweg).

Of nog: de fietsers zonder lichten vallen u meer op, en dus lijkt het alsof er meer zijn — een soort Baader Meinhoffenomeen, kijk, nog een fietser zonder lichten, en kijk, nog zo’n idioot!

Twee drie politietellingen op twee drie plaatsen, en dan extrapoleren naar heel Gent? Twee drie tijdstippen en dan extrapoleren? Enfin, een prof statistiek maakt er een examenvraag van waar van te snoepen valt. 

Ik rijd elke dag heen (rond 8u) en terug (rond 17u15) van centrum Gent via Visserij en Keizerspark naar Gentbrugge.

Mijn indruk, zonder het ooit geteld te hebben, was dat zo ongeveer 60% van de fietsen goed verlicht waren, 20% excuuslichten hadden (nauwelijks zichtbare LEDjes, aan het onderbeen of de schouder bengelende knipperlichtjes), en 20% niet verlicht waren. (Dat, en die ene flitsende witte ligfiets met zijn verblindende koplampen.)

Bruno had in januari ook zo’n gevoel

Over criminaliteit gesproken: van de talloze fietsers die ik ben tegen gekomen, reed ruim de helft zonder licht. En natuurlijk zijn het net die fietsers, die donker gekleed gaan (laat staan dat ze een fluovestje zouden aan hebben). Van de overblijvende helft, reed nog eens ruim de helft met excuuslichtjes. 

Vorige week heeft hij het dan ook effectief geteld, op hetzelfde traject:

Vorige week reed ik, toen het ‘s ochtends nog donker was, heen en terug van de stationsbuurt naar het UZ (in totaal een vijftal kilometer). Ik ben 97 fietsers tegengekomen (ik heb ze geteld, jawel). Daarvan hadden er exact 29 iets wat op een licht geleek (ik dacht 23 echte lichten, 6 excuuslichten die ge pas opmerkt als ge de fietser aangereden hebt). En bijna allemaal hadden ze dikke maar donkere wintervesten aan (ik heb 7 fluohesjes geteld).

 Dat is redelijk dramatisch, en nog erger dan zijn buikgevoel van januari dit jaar. In een grafiekje gezet:

Screen Shot 2012 12 13 at 23 22 06

…maar dat komt dus niet overeen met wat mijn aanvoelen was over “mijn” route. Logisch, natuurlijk: tussen station en UZ rijden er denk ik disproportioneel veel studenten met vaak aftandse fietsen, die zich allemaal onsterfelijk wagen. 

Terwijl mijn route behoorlijk gezapig is, met mensen die ofwel van relatief ver buiten Gent naar hun werk gaan, ofwel kinderen zijn die naar school gaan en die (hoop ik dan) beter zouden moeten opgevoed zijn.

De resultaten van twee tellingen: 

Screen Shot 2012 12 13 at 22 44 15

De eerste ’s morgens om 7u55, de tweede ’s avonds om 17u20. Bij elkaar geteld een volledig ander taartje, en  minder erg dan mijn inschatting — toch na twee tellingen:

Screen Shot 2012 12 13 at 22 44 34

(En jawel: de mensen die geen licht hadden, waren voornamelijk mensen die er studentachtig uitzagen.)

Ik ga dat eens blijven tellen, denk ik. Al was het voor mijn eigen plezier. 

Verkeersgeagresseerd

donderdag 14 juni 2012 in Sonstiges. Permanente link | 63 reacties

De Visserij in Gent, de helft daarvan is al sinds een tijd een fietsstraat.

Fietsers komen eerst en auto’s worden gedoogd, zo staat het denk ik op het verkeersbord. Eenrichtingsverkeer voor auto’s, tweerichtingsverkeer voor fietsers, en de auto’s moeten maar achter de fietsers blijven rijden als ze echt in die straat moeten zijn.

Want in principe moeten enkel bewoners er zijn, en zou er geen doorgaand verkeer mogen zijn. In de praktijk is het (uiteraard) een sluipweg voor onverlaten die niet graag in al te lange files staan, maar zelfs dan nog: de mensen hebben het ondertussen wel door dat het een fietsstraat is, en dat ze geen wilde toeren moeten uithalen.

Auto’s rijden er door de band hoffelijk en traag.

visserij

En omgekeerd ook: fietsers mogen in het midden van de straat rijden, maar als de auto’s niet lastig doen, dan laten we ze natuurlijk gewoon doorrijden, ‘t is niet dat fietsers speciaal lastig moeten gaan doen omdat er toevallig een auto rijdt in iets dat eigenlijk een fietsstraat zou moeten zijn.

Behalve.

Behalve als ik er eentje van vér hoor aanstuiven, verkwistend gas geven en versnellen van verkeersdrempel naar verkeersdrempel. Dan ga ik in het midden van de weg rijden. Nee maar.

Ik doe het al een tijd elke dag minstens twee keer, dat traject, en ik heb er nog nooit een probleem gehad. Andere mensen wel, lees ik hier en dar, maar ik dus nog niet. Ja, die paar keer dat er een kraan over de hele weg stond en er niemand nog door kon – maar zelfs dan: de laatste keer met een wegblokkeren hebben de werkmensen mijn (zware) fiets gewoon over de hindernissen getild, en zelfs zonder dat ik ook maar iets gevraagd had.

*
*     *

Vandaag reden Zelie en ik samen naar huis (ze was op mijn werk komen studeren: namiddag vrij wegens morgen examen Latijn), en het was van dattum.

Normaal gezien rijd ik ergens tussen 25 en 30 per uur, maar met Zelie was het eerder 17-18 (ja, ik heb zo’n kilometerteller-snelheidsmeter-thermometer-computer op mijn stuur, en ja, ik kijk daar de hele tijd op). Rustig aan het rijden, en achter ons hoor ik plots een auto luidruchtig optrekken.

Mijn reactie: pal in het midden van de straat gaan rijden.

De auto achter ons begint te claxonneren.

Mijn reactie: vertragen naar 10 kilometer per uur.

En dan gebeurt het plots allemaal tegelijk: de auto achter mij trekt op, en probeert mij van de baan te rijden. Ik moet wel uitwijken, krijg een stamp van de autospiegel tegen mijn elleboog, de auto schaaft langs mij, en ik lig er haast onder. Ik probeer mij in evenwicht te houden, tegelijkertijd roep ik hem iets in de zin van “ey, zót"!” na, én zwenkt een mevrouw die van de andere kant kwam naar het midden van de straat, waardoor hij wel moét remmen of hij overrijdt haar.

Ik doe teken dat hij zijn venster naar beneden doet: aaahhhh… het typevoorbeeld.

Impeccabel gemanicuurd, donkergebruind van ongetwijfeld vele skivakanties en zeiltochten, zwart haar naar achteren gekamd en in de gel gestoken, lichtblauw gestreept hemd met witte kraag, bordeaux das, donkerblauw duur kostuum, gouden kettinkje rond de linkerpols (nonchalant op het lederen stuur van de donkergrijze BMW gedrapeerd), Blackberry in de rechterhand, op de achterbank een paar dossiers van cliënten en redelijk voor-de-advocaat-uitziende publicaties.

– Mijnheer, gij hebt hier dus wél geen voorrang hé. Dit is een fietsstraat, auto’s die hier niet moeten zijn, moeten hier helemaal niet doorrijden.

– JAMAAR ZIE GIJ DAN NIET DAT IK AAN HET PARKEREN WAS?

– Parkeren?

– Euh ik wil zeggen MANEUVREREN! ZIET GIJ DAN NIET DAT IK AAN HET MANEUVREREN WAS?

– Allemaal goed en wel meneer, maar ik heb hier voorrang op u. Als ik voor u rijd, dan moet gij mij niet proberen opzij duwen. Ziet ge dat rood op de weg? Dat wil zeggen dat het hier een fietspad is, en dat gij uw manieren te houden hebt.

(Ondertussen aan de andere kant van de auto, die mevrouw: Ge moogt dat niet doen hé meneer! Dat mag niet hé! Ge weet toch dat dat niet mag hé!)

– JA, wel, IK HEB HIER EEN AFSPRAAK IN DE STRAAT!

– Dat kan mij ook niet veel schelen. Gij hebt u aan de verkeersregels te houden, pipo.

Waarna hij wegstuift aan veel te snel per uur, voorbij wel tien parkeerplaatsen.

Ik rijd erachter en ik haal hem in aan het kruispunt. Hij staat te pinken om af te draaien. “Awel? Ik dacht dat g’een afspraak had in de straat?” roep ik in zijn achterraam, dat nog altijd open staat.

Hij zet aan, karikaturaal agressief, en ‘t is dan dat ik zie dat ik met mijn linkerrem een lange diepe kras in zijn carrosserie getrokken heb, van de helft van zijn voordeur over zijn achterdeur tot in zijn achterkwartier.

Tja.

Gekkenwerk

donderdag 19 januari 2012 in Sonstiges. Permanente link | 26 reacties

Ha, wat Bruno zegt.

‘t Was vanmorgen echt geen goed weer, en met een bril op een fiets is het dan levensgevaarlijk: er rijden in het algemeen redelijk wat mensen zonder verlichting rond. Ik schat, totaal onwetenschappelijk, één op zes of zo, en van de vijf die wél licht hebben, schat ik even onwetenschappelijk dat twee of drie van de vijf met slechte verlichting rondrijdt.

Screen Shot 2012-01-19 at 19.10.52.png

Vaardig sofort een verbod uit op die neplichten die fietsers tegenwoordig dragen. Dat hangt dan op schouderhoogte, geraakt in plooien van kledij verzeild, en floep, de fietser is onzichtbaar (maar hij heeft wel een licht, zogezegd). Of nog erger: van die akelige knipperlichten. Fietser! Geen fietser. Fietser! Geen fietser. Fietser! Grrr, en met achterlichten is het nóg veel erger, dat rood is al helemaal onduidelijk.

Het was vanmorgen te donker en het regende te veel. Ik zag, vrees ik, niet genoeg om te zien of er veel of weinig fietsers zonder licht reden, maar ik was er wél bijna aan.

Ik heb geen fluo-vestje aan, maar wel een lichtgevende helm, fluo-handschoenen, een zeer sterk voorlicht en een zeer sterk achterlicht, dus aan mij lag het in ieder geval niet.

Nee, wat het was: een Italiaanse zot (of tenminste, een zot in een auto met een Italiaanse nummerplaat) die aan veel te snel per uur van de Vogelmarkt naar de Brabantdam reed. Om tien voor acht, in het donker, in de regen, zonder lichten.

Ik lag er echt bijna onder, nog een geluk dat ik goede remmen heb en redelijke reflexen.

Hoedanook: veel fietsers — vooral studenten, heb ik de indruk — zijn in het donker bijna compleet onzichtbaar. Ik rij niet met de auto, maar op zo’n elektrische fiets beweegt een mens redelijk wat sneller dan veel andere fietsen, en dan is het dus ook enorm gevaarlijk. Ik heb een tijd geleden een persbericht van de Gentse politie gelezen dat ze nu echt waar eerlijk beloofd écht streng zouden optreden, maar ik merk er niet echt veel van.

Controle fietsverlichting

Van mij mogen ze elke dag de buurt rond de Blandijnberg en de Sint-Pietersnieuwstraat patrouilleren en honderden boetes uitschrijven, elke dag, tot ze allemaal in orde zijn.

En voor de rest denk ik dat ik maar eens zo’n fluovest aandoe, voortaan, zelfs al is het niet verplicht. De kinderen hebben er ook altijd zo een aan, en Sandra ook, ik zie niet waarom ik zou achterblijven.

Agressie

zaterdag 24 maart 2007 in Sonstiges. Permanente link | 53 reacties

‘t Was aan de ene kant wel grappig, en aan de andere kant ook wel behoorlijk zielig, maar aan de grijpende hand eigenlijk bijzonder angstaanjagend en levensgevaarlijk, gisteren.

De situatie: we (Bruno, Tessa, Sandra, Hans, Ilse, Henk, Teun, mezelf) hadden net gegeten (Pitta, Esra, lekker). Wij stonden in de Steendam geparkeerd en we zouden met onze auto met Bruno en Tessa erin die van Henk en Ilse volgen waar Teun en Hans, en de GPS in zaten. Wij stappen in, rijden tot aan de Joremaaie waar Henk geparkeed stond, we wachten even tot hij uit de parkeerplaats rijdt, duiden aan (met pinkers en al) dat we gaan vertrekken, en op het moment dat zij passeren, schuiven we in.

Een tiep achter ons was het daar niet mee eens. Wilde gebaren, klaxonneren, handen met vingers in de lucht, enfin, de verkeersagressor quoi. Wij met vier; hilarieteit! Omdat de situatie zo belachelijk is: een paar honderd meter verder zijn we voorbij de Dampoort, en de mens rijdt nog altijd woest achter ons. Steekt ons voorbij, begint de auto te bekogelen met alles wat los ligt in zijn voiture.

Stremt het verkeer een beetje, doet hij aanstalten om uit te stappen. Zet het verkeer weer aan, hij die deur weer dicht. Wij: de slappe lach—zo’n gedrag is bijna te karikaturaal voor woorden. Tot we plots echt stil staan, en de kerel echt uitstapt, met zijn vuist Sandra’s raam probeert in te rammen, en de hele flank van de auto in deuken probeert te schoppen.

Ahem. Niet zo fijn.

We moesten naar Antwerpen, en het zag er een broekventje uit dat met de auto van zijn papa op stap was, dus we waren er wel gerust in. Alhoewel: we namen de oprit van Gentbrugge, en tot aan de oprit bleef hij ons op de hielen zitten. Bumperplakken. Wij toch een beetje ongerust, zo’n dingen zijn echt niet aan te raden op een drukke baan.

Gelukkig hebben we GSMs en fototoestellen, dus ik geef mijn machine door aan Bruno op de achterbank, en die trekt een aantal foto’s van de achtervolger, een mens weet nooit wanneer hij bewijze nodig zal hebben.

En jawel hoor: de autostade op, en de kerel blijft ons achtervolgen, een paar auto’s achter ons.

Tot een paar kilometer verder, dat hij gelijk een gek optrekt, van het tweede naar het derde rijvak, en ons probeert te couperen op het tweede. Zo echt: remmen dicht, goed voor een kettingbotsing. Wij uitwijken, hij over drie rijvakken slalommend ons af proberen snijden. Op de autostrade naar Antwerpen. Om 19u.  Gelukkig zag de mens die net achter ons reed en bijna in ons gat zat, dat het het kalf vóór ons was—hij stond net vollen bak op zijn rem op het ogenblik at onze achterligger naar het derde rijvak was moeten zigzaggen om ons te ontwijken.

En gelukkig is onze achterligger, een Mercedes die we in feite niet genoeg kunnen bedanken, naast die gek gaan rijden, heeft hij hem op het eerste rijvak gedwongen, en uiteindelijk blijkbaar tot bedaren kunnen brengen.

Maar voor hetzelfde geld waren we dus vier verkeersagressie-weekenddoden: als de vent een long rifle in zijn auto had liggen, ben ik er zeker van dat we over kogelgaten spraken.

No kidding.

update: CSI zijn trouwens leugenaars, slechte foto’s die onderbelicht zijn en niet in focus, krijgt men met de computer ook niet echt in focus.

Vriendjes

Zoek

<insert standard disclaimer>

Alles wat hier staat is mijn eigen opinie. Het wordt niet nagelezen of goedgekeurd door mijn werkgever voor het on-line komt, en ik bied geen enkele garantie voor kwaliteit of correctheid.

Mijn werkgever is het niet noodzakelijk eens met wat ik schrijf, en het spreekt vanzelf dat hij dan ook op geen enkele wijze aansprakelijk kan zijn voor wat ik hier publiceer.

Ter info

Eén van mijn e-mailadressen is michel [at] zog punt org. Normaal gezien antwoord ik daar, buiten de kantooruren, onmiddellijk op.

Valideert, in principe: css & xhtml.
Gemaakt met WordPress.
Syndicatie: Entries (RSS) en commentaar (RSS).



ISSN 1780-1338