Het wordt deze keer bijzonder gemakkelijk om te kiezen voor wie gestemd.

Vorige verkiezingen was het ook gemakkelijk, maar misschien wat té gemakkelijk. Toen was mijn regel: de eerste allochtone vrouw op de lijst van de socialisten.

Ik weet dat het verouderd is en zo, maar mijn eerste keuze blijft voor een partij, niet voor een mens. Voor de socialisten, ik.

Ik heb de afgelopen maanden het voorrecht gehad een paar mensen in de campagnes van wat dichter meegemaakt te kunnen hebben, en ik kan met een gerust hart wat meer geïnformeerde voorkeursstemmen doen. Meer dan één stem op eenzelfde lijst is mogelijk, en dus wordt het zeker al dit:

  1. Lien Braeckevelt. Niet wegens dit, maar des te meer wegens dit. En ook wel omdat ik ze in het echt wat heb leren kennen, de afgelopen bijna twee jaar, en behalve dat ik ze làng zo goed niet ken als Ilse, dat ik dit hier volledig kan beamen. Ik heb er alle vertrouwen in dat zij dat bijzonder goed zal doen, zoals zo ongeveer alles dat ik ze heb weten doen. 
     
  2. Els Van Eeckhaut. Om bijvoorbeel dit. Ik ken ze niet–een keer of twee goeiendag gezegd–maar ik vind het een sympathieke madam. En soms moet het niet meer zijn dan dat: een goed programma, en een goed gevoel.
     
  3. Daniël Termont, en niet op Frank Beke. Niet omdat ik Frank Beke niet goed vind, verre van. En ook niet omdat ik boos ben dat hij niet in ’t echt gaat zetelen, ook verre van. Maar wel omdat ik het fijn zou vinden dat in de verhouding stemmen lijsttrekker/lijstduwer er toch wel niet al te veel scheeftrekking is, dat Termont met toch een zeker mandaat de legislatuur tegemoet kan.
    En uiteraard omdat ik veel goeie dingen zie in Termont–haven en economie, verdorie niet de gemakkelijkste departementen, as good a preparation as any, zou ik zo denken.
     
  4. Lieven Decaluwé. Omdat ik vind dat hij uitstekend werk gedaan heeft de afgelopen jaren.

Voor de rest weet ik het niet. Ik hoor goeie dingen over Lieve Achten. En Cathy Plasman ook. Ik denk dat ik morgen zie.