Light from Uncommon Stars

De blurb zegt er dit over:

Good Omens meets The Long Way to a Small, Angry Planet in this defiantly joyful adventure set in California’s San Gabriel Valley, with cursed violins, Faustian bargains, and queer alien courtship over fresh-made donuts.

Ik zeg daarop: laat ons vooral niet overdrijven. Het heeft alleen met Good Omens te maken in de zin dat er een demon in voorkomt. En wat het gemeen heeft met het andere boek is de clichématigheid.

“Defiantly joyful” zou ik het ook niet meteen noemen. Het hoofdpersonage is Katrina, een transgender meisje dat wegloopt van huis wegens mishandeld. Ze speelt ook viool. En ze wordt toevallig ontdekt door de Beste Vioollerares Van De Hele Wereld, die eigenlijk een deal met een demon heeft gemaakt: ze krijgt zeven keer zeven jaar om zeven zielen van vioolspelers te verkopen aan de Hel. Oh, en ook toevallig komt de vioollerares een familie aliens tegen die donuts verkopen, en wordt ze verliefd op de moeder, die eigenlijk een ruimteschipkapitein is.

Het begint realistisch, met de bakken miserie die een transgender kan tegenkomen, maar het wordt bijna meteen een soort van orgie van wish fulfillment. Alles, maar dan ook alles gaat goed voor alle personages in het hele boek.

Niet dat het allemaal kommer en kwel moet zijn hé, maar ik zou toch een beetje meer realisme willen gezien hebben. En quasi letterlijke toverstaven om het allemaal beter te maken, dat is geen oplossing. En transgender of niet transgender kan me geen knijt schelen, maar niemand wordt content van een Mary Sue in de hoofdrol, laat staan een heel boek vol Mary Sues.

Het begint serieus te korten

Ik ga niet zeggen dat ik aan het aftellen ben, maar ik ben aan het aftellen. Nog vier dagen en ’t is vakantie:

En ik heb eigenlijk nog wel redelijk wat werk te doen. Er zullen hier en daar wat halve dagen vakantie werk worden (maar dan intern werk, geen werk voor de klant), waardoor mijn doel van “ik doe al mijn recup op dit jaar” alsnog niet zal gehaald worden, gedomme.

Stabiele API

Het is wel iets, als een toepassing zijn API stabiel houdt. Dan kunt ge daar gegevens uit krijgen en pakweg met Excel een rapport make en zonder problemen dat rapport blijven gebruiken, zeker dat de gegevens juist blijven.

Het zou enorm vervelend zijn als die API blijkt lichtjes veranderd te zijn, dat bijvoorbeeld wat vroeger als een string doorkwam nu plots een collectie blijkt te zijn. Of, ik zeg maar iets, dat een getal dat vroeger geaggregeerd werd nu plots gesplitst wordt maar de aggregatie niet meer beschikbaar is maar nu maar één onderdeel is in plaats van het totaal.

Ja, dat zou een enorm gemak zijn, als een API stabiel zou blijven. Wat een concept! Beeld u in dat mensen daarop zouden rekenen voor bedrijfskritische processen of zo!

The Ones We’re Meant to Find

Wat een prachtige cover.

En behalve dat: ook wel een goed boek. Een open einde, en dat zal niet iedereen content maken, maar een fijne reis om daar te geraken.

Er is een meisje op een eiland. Ze woont er alleen met een robot, die alleen maar definities van woorden kan geven en van “helemaal akkoord” tot “helemaal niet akkoord” als er statements gemaakt worden. Het meisje heeft geheugenverlies en ziet de wereld alleen in grijstinten. Naarmate de tijd vordert — ze zit er al drie jaar — krijgt ze meer en meer flarden geheugen terug. Ze heeft een zus, die ze absoluut wil vinden. Ze repareert het wrak van de boot waar ze wellicht mee gestrand is, maar lijdt weer schipbreuk. Ze maakt een vlot.

En dan komt er plots een jongen op het eiland, ook met geheugenverlies, die haar probeert te wurgen en dan bewusteloos valt. De volgende ochtend blijkt dat hij ook geheugenverlies heeft. Ze worden verliefd op elkaar.

In een andere verhaallijn, die door de eerste loopt, zijn we in een wereld die volledig vervuild is, waar aardbevingen en overstromingen het gevolg zijn van eeuwen vervuiling en ingrepen van de mens. Hier is het hoofdpersonage een meisje dat haar zus verloren is. Ze zijn de dochters van één van de architecten van enorme zelfonderhoudende en tegen het giftige milieu beschermde gebouwen, waar miljoenen mensen in leven en privileges gegeven worden op basis van hoe veel of hoe weinig iemand vervuilt of vervuild heeft — achterkleinkinderen van bazen van chemiefabrieken mogen het wel vergeten, bijvoorbeeld.

Dit meisje zoekt haar zus, die tegen alle regels in van hun toren hoog boven de wolken naar beneden ging en in de zwaar vervuild zee ging varen en zwemmen. Ze krijgt daarbij hulp van een hackerachtige jongen, die haar zus heeft geholpen haar link met het netwerk kapot te maken.

De twee zussen zijn dus op zoek naar mekaar. En de twee verhalen blijven parallel lopen tot ergens dicht bij het einde. En het einde is, wat ik zei, een open einde. Het rare is: ik weet niet eens welk einde ik zou willen. Maar ik blijf er wel over nadenken. Dit is één van die zeldzame boeken die ik eigenlijk meteen zou willen herlezen om te zien wat ik allemaal gemist heb.

Weekenduitstap

Er is een weekend gepland, al eigenlijk twee jaar of meer, met de maten van de quizploeg. Als het allemaal lukt, en als we allemaal een negatieve zelftest kunnen voorleggen, en als reizen nog mogelijk is, en als er geen lockdown is, dan gaan we in een enorme goed geventileerde bungalow allemaal op minimaal twee meter van mekaar zitten. Mogelijks wat wandelen, voor wie daar enorm veel goesting in zou hebben.

Geen enorme plannen dus, en zo veilig als redelijkerwijs mogelijk is voor een groepje gevaccineerde en negatief geteste mensen. Maar toch: zeer spannend om te zien of het zal lukken.

Alsnog een dag

Donderdag dacht ik — of beter, de hele week dacht ik — “ik ga naar één vergadering en daarmee doef”.

Maar dan was er wat voorbereiding, en dan was er de vergadering die iets langer duurde dan gedacht, en dan wist ik wat ik moest doen maar most dat zéker maandag 15u klaar zijn, en dacht ik “ik ga het gewoon nu doen in plaats van na het weekend, dan moet ik mij maandag niet haasten” en voor ge het wist, was het toch bijna drie uur betalend werk voor de klant en dan nog twee uur iets infrastructureels in orde krijgen, en dan nog een paar uur zoeken en doen op datzelfde infrastructurele ding op mijn leerbudget, en hopla eigenlijk een werkdag.

Zo gaat dat niet vooruit, overuren recupereren, natuurlijk.

Aftellen

Het begint serieus te korten, dat aftellen naar de wintervakantie. Nog donderdag en dan vrijdag één vergadering, en dan maandag tot donderdag, en dan maandag en dinsdag, en dan heb ik vakantie.

Een beetje een eenzame week volgende week wegens mijn fijne collega Johan niet aanwezig, maar hey, moeilijk gaan ook.

’t Is wel gemakkelijker om het hoofd er bij te houden als ge met twee aan het nadenken zijt tijdens een Teamsmeeting, maar alleen gaat ook. (’t Zal wel moeten gaan.)

Ik heb zo’n vermoeden dat het zeer snel zal gaan: er is serieus wat werk te doen en er zitten wat interne vergaderingen in de kalender ook, dat breekt de dingen ook altijd op. Oh, en ik moet ook nog wat ontwikkeling-slash-rapportering doen. En eens nadenken over wat een goede desktopcomputer zou zijn om op te werken (ik blijf steken op “genoeg geheugen, snel genoeg, genoeg opslag, en een degelijke videokaart waar ik minstens drie monitors rechtstreeks aan kan hangen”, maar da’s niet echt specifiek genoeg).

Goodreads Choice Awards 2021

Het is me daar weer een incestueus boeltje, bij Goodreads en hun awards. Nog meer dan andere jaren, heb ik de indruk dat er in sommige categorieën enorm veel enorm hard op mekaar trekkende boeken zijn. Neem de categorie “horror”. Deze drie boeken stonden letterlijk na elkaar genomineerd:

  • Bloodline, Jess Lourey
    Perfect town. Perfect homes. Perfect families. It’s enough to drive some women mad… In a tale inspired by real events, pregnant journalist Joan Harken is cautiously excited to follow her fiancé back to his Minnesota hometown. After spending a childhood on the move and chasing the screams and swirls of news-rich city life, she’s eager to settle down. Lilydale’s motto, “Come Home Forever,” couldn’t be more inviting. And yet, something is off in the picture-perfect village. The friendliness borders on intrusive. Joan can’t shake the feeling that every move she makes is being tracked. An archaic organization still seems to hold the town in thrall. So does the sinister secret of a little boy who vanished decades ago. And unless Joan is imagining things, a frighteningly familiar figure from her past is on watch in the shadows. Her fiancé tells her she’s being paranoid. He might be right. Then again, she might have moved to the deadliest small town on earth.
  • Cackle, Rachel Harrison
    All her life, Annie has played it nice and safe. After being unceremoniously dumped by her longtime boyfriend, Annie seeks a fresh start. She accepts a teaching position that moves her from Manhattan to a small village upstate. She’s stunned by how perfect and picturesque the town is. The people are all friendly and warm. Her new apartment is dreamy too, minus the oddly persistent spider infestation. Then Annie meets Sophie. Beautiful, charming, magnetic Sophie, who takes a special interest in Annie, who wants to be her friend. More importantly, she wants Annie to stop apologizing and start living for herself. That’s how Sophie lives. Annie can’t help but gravitate toward the self-possessed Sophie, wanting to spend more and more time with her, despite the fact that the rest of the townsfolk seem…a little afraid of her. And like, okay. There are some things. Sophie’s appearance is uncanny and ageless, her mansion in the middle of the woods feels a little unearthly, and she does seem to wield a certain power…but she couldn’t be…could she?
  • Comfort Me With Apples, Catherynne M. Valente
    Sophia was made for him. Her perfect husband. She can feel it in her bones. He is perfect. Their home together in Arcadia Gardens is perfect. Everything is perfect. It’s just that he’s away so much. So often. He works so hard. She misses him. And he misses her. He says he does, so it must be true. He is the perfect husband and everything is perfect. But sometimes Sophia wonders about things. Strange things. Dark things. The look on her husband’s face when he comes back from a long business trip. The questions he will not answer. The locked basement she is never allowed to enter. And whenever she asks the neighbors, they can’t quite meet her gaze… But everything is perfect. Isn’t it?

Grmbl.

Er zitten er wel een aantal tussen die ik wil lezen: All’s Well van Mona Awad, S.T. Gibson’s A Dowry of Blood, Chasing the Boogeyman van Richard Chizmar; Come With Me van Ronald Malfi. Ik denk dat ik ze op de lijst zet voor december.

Idem voor de categorie Science Fiction, waar het gelukkig niet zó erg is, maar waar er toch enorm veel op elkaar lijkende plots zijn:

  • Appleseed, Matt Bell: “explores climate change, manifest destiny, humanity’s unchecked exploitation of natural resources, and the small but powerful magic contained within every single apple”
  • Firebreak, Nicole Kornher-Stace: “Mallory is an orphan of the corporate war. As a child, she lost her parents, her home, and her entire building in an airstrike. As an adult, she lives in a cramped hotel room with eight other people, all of them working multiple jobs to try to afford water and make ends meet.”
  • The End of Men, Christina Sweeney-Baird: “Only men carry the virus. Only women can save us all. The year is 2025, and a mysterious virus has broken out in Scotland–a lethal illness that seems to affect only men. […] What follows is the immersive account of the women who have been left to deal with the virus’s consequences, told through first-person narratives.”
  • Girl One, Sara Flannery Murphy: “in this twisty supernatural thriller about female power and the bonds of sisterhood Josephine Morrow is Girl One, the first of nine “Miracle Babies” conceived without male DNA, raised on an experimental commune known as the Homestead.”

Jaja, boeken zijn altijd kinderen van hun tijd. Maar toch.

Waar het ook enorm opvalt hoe trendgevoelig de dingen zijn, is bij de covers van de misschien wel meest trendgevoelige van genres: Romance. Dit zijn covers van de genomineerden voor 2021:

Bijna allemaal illustraties met whimsical “handgeschreven” fonts en pastelkleuren. Vergelijk 2020, waar die trends ook al aan het opkomen waren, maar hoegenaamd niet voor elk boek, en waar de kleuren veel diverser waren:

En dan 2019, waar het bijna een andere wereld lijkt, die nog wat diverser is:

En dan terugkerend naar tien jaar geleden, in 2011, lijkt het wel een totaal andere wereld, met diametraal het tegenovergestelde van wat we nu hebben: geen enkele illustratie, geen vlakken pastelkleuren, allemaal foto’s:

Hier heeft ongetwijfeld iemand ergens een wetenschappelijke studie over gedaan.

Five Minds

’t Is een detectiveverhaal! In de toekomst!

In de toekomst staat de medische wetenschap zoveel verder dan nu dat mensen bij wijze van spreken eeuwig zouden kunnen blijven leven. Dat is natuurlijk niet mogelijk — er zijn niet genoeg grondstoffen, om maar iets te zeggen.

En dus is er een systeem bedacht: als mensen zeventien worden, krijgen ze de keuze. Ofwel kiezen ze ervoor om gewoon, zoals wij nu, te werken voor de rest van hun leven. Dan mogen ze zou oud worden als ze willen — maar ze zullen wel altijd op de één of andere manier moeten bijdragen aan de maatschappij. Ofwel worden ze in een androïde lichaam gestoken, dat niet hoeft te eten en drinken en dat niet zo vervuilend is, en krijgen ze 80 jaar leven in totaal. Ofwel kiezen ze ervoor om veel geld te krijgen en te kunnen doen wat ze willen, maar dan moeten ze dat wel doen binnen 25 jaar na hun zeventiende verjaardag: als ze 41 zijn, moeten ze onherroepelijk dood. Ofwel, en dat is het geval voor het/de hoofdpersonage(s) in dit boek, kiezen ze ervoor om met vijf in één lichaam te leven, waarbij elke persoon vier uur bewustzijn per dag krijgt, gedurende elk 25 jaar, met om de 25 jaar een nieuw lichaam. Dan leven ze allemaal samen 142 jaar.

Mensen kunnen niet aan hun lot ontsnappen, en er is geen ruimte voor onderhandeling eens de keuze gemaakt is.

De enige mogelijke manier om toch een beetje te morrelen in de marge zijn death parks, een soort niet-echt-pretparken waar mensen games kunnen spelen. Alle deelnemers aan een spel smijten hun overblijvende levenstijd in een pot, en die pot wordt verdeeld onder wie het spel wint. Wie verliest, verliest zijn levenstijd en dus ook logischerwijs zijn leven; vandaar dat de death parks vooral bezocht worden door mensen die aan het einde van hun leven zijn.

De hoofdpersonages van het boek hadden nog veel levenstijd over — meer dan honderd jaar, ze waren min of meer op het einde van hun eerste 25 jaar en op het moment gekomen dat ze een nieuw lichaam zouden moeten kiezen. De reden dat ze alsnog in een death park zaten: voor mensen als hen is er geen risico van dood-dóód te gaan, ze verliezen maximaal de overblijvende tijd van één leven. En dus is het de moeite waard om te proberen wat extra tijd te winnen, want extra tijd is geld, waarmee ze een volgend lichaam kunnen kopen met betere opties.

De vijf personen in het lichaam zijn allemaal zeer anders, en ze communiceren met elkaar via een soort emails. Er zijn conflicten, vooral dan met Sierra, die het lichaam ’s avonds heeft, en het voortdurend in gênante situaties achterlaat — dronken, of op plaatsen waar het niet echt veilig is bijvoorbeeld. Tot grote irritatie van Alex die haar opvolgt van 10 uur ’s avonds tot 2 uur ’s morgens.

En dan gebeuren er dingen die er lijken op te wijzen dat één van de vijf de andere vijf wil elimineren. En dan gaat één van hen effektief dood — iets dat normaal gezien niet zou mogen kunnen, maar blijkbaar wel mogelijk is. En wordt het een detectiveverhaal met vier verdachten, die elk om beurt aan het woord zijn.

Het concept is degelijk, de personages zijn onderscheiden en rijk, we komen dingen te weten uit het verleden. Ik vond het relatief lang spannend blijven, tot ik doorhad wat er aan de hand was.

Het concept was, vrees ik, interessanter dan de uitwerking. En de ontknoping was niet echt onverwacht.

The Phoenix Project

De ondertitel zegt wat dit is: A Novel about IT, DevOps, and Helping Your Business Win.

Een boek dat om het even wie die al was het in de verte met DevOps te maken te maken heeft (of heeft gehad), met een enorme grimlach van herkenning zal lezen.

Het verhaal: Bill, die al een tijd in IT werkt, wordt ontboden bij de grote baas, die hem vertelt dat Bill’s baas en de baas van Bill’s baas allebei het bedrijf verlaten, en dat Bill nu de positie van de baas van zijn baas zal krijgen.

In een bedrijf dat in de auto-onderdelensector zit, met verticale min-of-meer-integratie: ze hebben zowel de productie van de onderdelen als de verdeling als de verkoop en de kleinhandel in handen. Ook een bedrijf dat zijn beste tijd lijkt gehad te hebben: de concurrentie steekt ze links en rechts voorbij, de aandelen kelderen, en ze komen alsmaar negatie fin de vakpers.

Op de eerste dag dat Bill baas is, is het al meteen miserie: er is iets gebeurd ergens, waardoor allerlei cijfers niet meer correct zijn, en duizenden werknemers dreigen niet het juiste loon te krijgen. Wat er precies gebeurd is, is absoluut niet duidelijk: mensen zijn al een tijd bezig te prutsen aan het NAS waar data opgeslagen wordt, maar dat kan het eigenlijk niet zijn want het gaat maar om een klein deel van een database dat kapot is — dus kan het niet veel anders zijn dan dat iemand heeft iets gedaan met een database, maar ook daar weten ze niet wat of hoe of waarom.

Een typisch DevOps-probleem, dus.

Op de achtergrond (en redelijk direkt ook op de zeer expliciete voorgrond) is er The Phoenix Project: een project dat belooft allerlei dingen beter te doen, maar dat al jaren overtijd en miljoenen over budget is, en waar geen einde aan lijkt te komen. En dat beloofd is om klaar te zijn tegen zeer binnenkort, zelfs al weet iedereen op het terrein dat het nooit zal klaar raken op de manier waarop ze nu aan het werken zijn — om maar één ding te zeggen: ontwikkelaars, testers en productie werkt op verschillende infrastructuren, war wil zeggen dat elke deployment dagen en dagen kan duren.

Enfin bon. Lang verhaal kort: Bill en een aantal collega’s draaien alles om en slagen er in om het bedrijf weer op de rails te krijgen.

Ik heb niet enorm veel bijgeleerd. Wel een aantal dingen, maar niet enorm veel. Ik vrees ook dat de manier waarop dit boek geschreven is, mij op den duur enorm hard begon tegen te steken.

Dit is namelijk eigenlijk een intro voor mensen die DevOps willen doen ergens. Hoe er aan te beginnen, een paar best practices, een paar voorbeelden.

Ik zou het véél liever gehad hebben zoals Rapid Development: Taming Wild Software Schedules: voornamelijk theorie, maar hoofdstukken ingeleid en gebouwd rond voorbeelden die kleine kortverhaaltjes zijn, grotendeels in dezelfde wereld (of in een paar verschillende werelden).

In dit boek werd het serieus vermoeiend dat er een soort deus ex machina-figuur is, die als een Yoda-maar-dan-nog-mysterieuzer-en-verschrikkelijk-veel-irritanter om de zoveel tijd Bill wat snippets mysterieuze goede raad geeft. In de zin van “zoek naar de verschillende types werk en contacteer mij dan terug voor uw volgende gnomische les allez salut hé ik laat u verder ploeteren in de miserie en wie weet failliet gaan”.

Twee en een halve ster op vijf.

Den hof: alsnog nieuwe aanplantingen

Ik had mezelf voorgenomen om geen nieuwe dingen in den hof te zetten, maar hey, ’t is winter en vochtig: tijd voor nog eens een poging om mos bij te planten.

Mos is wijs. Mos is mooi. En onzen hof is er relatief ideaal voor, met zijn bijna altijd vochtig zijn.

Ik heb een hele zak mos verzameld bij mijn moeder:

…en dan heb ik die in de grond tegen de stenen gepoot waar ik hoop dat ze gaan aarden. Voor de duidelijkheid: ik heb alleen maar mos gezet waar ik zag dat er al mos aan het groeien was van de soort die ik er gezet heb. Dat heb ik ondertussen al meer dan door: ik ga geen mos zien groeien waar het geen goesting heeft om te groeien.

Het ziet er voor het moment allemaal nog wat kunstmatig uit, en het zou kunnen dat een groot deel het jaar niet overleeft, maar ik zie het eigenlijk wel positief evolueren: het mos dat ik er zetten groeide op een plaats die ongeveer precies dezelfde omgeving is — blakende zon als de zon schijnt, maar zeiknat als het vochtig is.

The All-Consuming World

Ach, ach, ach. Ik ging woorden aanstippen waarvan ik vermoedde dat de gemiddelde mens ze niet zou begrijpen, maar ik ben er na een tijdje eigenlijk mee opgehouden om het consistent te blijven doen:

Verdigris is something empyrean. The luciferin gland is being put to hard labor. Her rutilage comes through. Her systems are extravasating warnings. Lightening to the juvenile colors of recent echymosis. Her interior allometry. A feculent thing. The emollience of her presence. The concert halls colors elegiacally: phthalocyanine blue shadows, viridian luster, an oil painting drowned in the bathyal deep. A muttering hummadruz of discrete conscisousness. Her vision mottles with photopsia. Her hair a mix of keratin and mesoglea. She gets to her connate duty. The nociception department. She straight-up apostatizes the conceit. The diarthrodial joints. Milquetoast timbre. Six voices converging in stretto. Every phenome spat. Visual qualia inverts. In the process of mellification.

Ik denk dat ik van mezelf wel kan zeggen dat ik een behoorlijk ver boven het gemiddeld uitgebreide woordenschat heb in het Engels: wat ik niet begreep, was uit de context duidelijk (hummadruz, “a name coined in the 19th century for a strange humming noise heard in the country, usually in still summer weather, and with no apparent source”; rutilage, “glowing, shining, gleaming, glittering, with either a ruddy or golden light”; mesoglea, the tissue found in cnidarians like coral or jellyfish that functions as a hydrostatic skeleton; diarthrodial joint, a freely moving joint characterized by its mobility and joint cavity within a synovial membrane encased in the joint capsule) — maar ik vrees dat dit boek pijnlijk lastig om lezen is voor een groot deel van de potientiële lezers.

Het verhaal heeft niet veel om het lijf: ergens in een verre toekomst zijn er Minds, artificiële intelligenties die het niet hoog op hebben met mensen. Er zijn ook The Dirty Dozen, een groep van twaalf jonge vrouwen, die jaren aan een stuk (zeker 200, lees ik op een bepaald moment) allerlei opdrachten uitvoeren en gevechten hebben, onder leiding van Rita, die niet weinig manipulatief is.

Als ze dood gaan — en dat gebeurt meer dan veel — worden ze gewoon gecloond, wordt hun bewustzijn in het nieuwe lichaam gestoken, het nieuwe lichaam geüpgradet met allerlei wapens en cybernetische shizzle, en doen ze gewoon weer verder.

Tot veertig jaar geleden, waar er Iets Heel Ergs gebeurde en er een aantal van hen écht dood gingen. Gevolg daarvan was de een aantal andere van de Dirty Dozen er de brui aan gaven, en op verschillende manieren een ander leven opbouwden.

Maar nu blijkt dat één van die écht gestorven mensen niet echt écht gestorven is, maar al veertig jaar als een soort zelfreplicerend virus is blijven bestaan.

Volgt een schoolvoorbeeld van Putting the Band Back Together (waarschuwing, TVTropes-zwart gat). En dan nog wat andere clichés op een hoopje: de personages die plots they/them worden, op de één of andere manier mensen die al die eeuwen in de toekomst nog altijd kledij in vantablack dragen, de Minds die op de één of andere manier in de zeer verre toekomst allerlei twintigste-eeuwse dingen spuien (waarom niet 19de? waarom niet 25ste?), yada yada.

Ik was niet onder de indruk.

Sunstone vol. 1-5

’t Is van de meneer die Harleen tekende, maar van vroeger, toen hij nog alleen maar op DeviantArt zat. En ’t is van erotiek en BDSM en alles, maar niet van seks.

Pas op, ik heb daar a priori geen bezwaar tegen, dat het allemaal nét-niét blijft, daar niet van. Maar tgo ja. We zijn volwassen mensen, ik zou er ook niets tegen gehad hebben als het wat meer InCase zou geweest zijn dan dit.

Het verhaal: Lisa is een dominatrix, Ally 2 is een sub. Ze hebben allebei niet echt veel vrienden, ze hebben allebei dingen meegemaakt in het verleden maar niet echt enorm veel, en ze leren elkaar kennen op het interwebs. Waarna ze elkaar ook in het echt tegenkomen, met de insteek dat het enkel bij de BDSM zal blijven, en dat ze misschien wel vrienden worden op den duur maar niet meer dan dat.

Het wordt, uiteraard, wél meer dan dat. En omdat “eind goed, al goed” na boek drie wat te rap gedaan zou zijn, zijn er allerlei miscommunicaties en denken ze elk dat de andere het niet echt ziet zitten om méér te zijn dan enkel vrienden, en is het op het einde van boek 4 helemaal serieus grondig om zeep.

Spoiler warning: het loopt alsnog goed af. Niet écht een spoiler — een klein kind had het ook kunnen vermoeden aan het enkele feit dat er nog een vijfde boek is. En als er nog iéts van twijfel was, is die tegen het eerste derde van boek vijf helemaal weg.

Het is, al met al, wel een mooi verhaaltje. En mooie tekeningen ook. Niet zo mooi als die van InCase, en dat Šejić misschien ook wat andere lichaams- en gezichtstypes zou mogen verkennen, maar alla.

Er is nog een deel 6 en 7, dat het verhaal van twee andere protagonisten vertelt. Ik zal dat dan eens lezen ook.