To Sleep in a Sea of Stars

Ik had hier veel goeds over gehoord. Ik had ook veel twijfels wegens Christopher Paolini, en dat ik ook gehoord had dat Eragon maar slappe kak was (neem Star Wars en gooi er een Tolkien-saus over, vervang X-Wings door draken en zo).

’t Was met echt veel twijfels dat ik er aan begon, ook al omdat het toch wel een kleine 900 bladzijden was, en als dat serieus zou tegensteken, zou ik kwaad worden op mezelf.

Hoofdpersonage van To Sleep in a Sea of Stars is xenobioloog Kira Navárez. Het verhaal speelt zich 250 jaar in de toekomst af, en dat mensen allerlei planeten bezocht hebben dankzij een warp space-achtig iets. Ze zijn welgeteld één teken van intelligent leven tegengekomen (een soort grote radiozender), maar geen enkele intelligente alien. Wel niet-intelligent leven, en dat is één van de redenen van xenobiologen als Kira werk hebben: om bij het koloniseren van nieuwe planeten te zoeken naar mogelijke problemen (in beide richtingen) met eventueel leven.

Tegen het einde van een routinejob ontdekt ze ruïnes, en wordt ze ‘geïnfecteerd’ door iets: heel haar lichaam (op haar gezicht na) is bedekt met een soort tweede huid. En redelijk snel blijkt dat het niet gewoon een kostuum is, maar een levend wezen met een bewustzijn.

Niets echt verrassend, inderdaad. Het boek zit stampvol dingen die we elders al gelezen hadden, met stukken Alien en stukken Event Horizon en een soort kruising van (Dune) Navigators en (The Ship Who Sang) Brainships en allerlei en vanalles. En ontelbaar veel letterlijke verwijzingen naar inspiratie, zucht. Een beetje mag wel, maar zo on the nose is wat overdreven: een planeet die Weyland heet (Weyland-Yutani, get it?), een ship mind die Bishop heet (Lance Henriksen zegt hallo).

Of wat te denken van deze slechterik die een beetje véél lijkt op Cthulhu:

Ctein. The great and mighty Ctein. It basked in the wash of heat from the nearby vent in the ocean floor, and its tendrils and feelers (too numerous to count) waved in gentle accord.

En veel meer cliché-Lovecraftiaans dat dit wordt het ook niet:

Things unseen. Fears that had no name, ancient and alien. Nightmares that revealed themselves only in a sense of wrongness and a twisting of fixed angles…

Maar goed. Het stoort niet écht.

En dat is het boek in het algemeen eigenlijk: het stoort niet. Het is niet echt traag, maar het is zeker ook niet flitsend. Het kabbelt vooruit zonder ooit echt helemaal stil te vallen.

Het enige dat wél anders had gekund: er gebeuren wereldschokkende dingen die het leven van miljarden mensen ingrijpend veranderen, maar de horizon van het boek blijft enorm eng — bijna claustrofobisch. In echte space opera verwacht ik tientallen vertelperspectieven, en een zeker gevel van schaal. Hier is het allemaal derdepersoon Kira en de mensen in haar onmiddellijke omgeving.

Niet slecht hé. Maar ook niet fantastisch goed.

Een

The Once and Future Witches

Het is het einde van de negentiende eeuw, en er zijn geen heksen meer. Er waren in de wereld van The Once and Future Witches vroeger wel echte heksen die echte magie deden, en vrouwen waren koninginnen en schrijvers en wetenschappers, maar ergens in de zeventiende eeuw is daar allemaal een einde aan gekomen, met massale heksenverbrandingen en mannen die het heft in handen hebben genomen.

Maar dit is het einde van de negentiende eeuw en de wereld ziet er min of meer uit zoals die bij ons was op het einde van de negentiende eeuw: industrialisatie, en het begin van de strijd om vrouwenkiesrecht. Er zijn hier en daar nog wat overblijfselen van magie, overgeleverd van grootmoeder op kleindochter: kleine spreuken om de melk niet te doen overkoken, om een paard rustig te krijgen, om planten beter te doen groeien.

Het verhaal draait rond drie zusters: Beatrice Belladonna, Agnes Amaranth en James Juniper, die elk op hun beurt om elk hun eigen redenen weggevlucht zijn van hun geboortedorp. Hun moeder is gestorven bij de geboorte van Juniper, en ze hebben heel hun jeugd rondgehangen bij hun grootmoeder, die geen échte heks was, maar er toch meer van afwist dan veel anderen.

Beatrice werkt in een bibliotheek, en probeert te vergeten dat ze op vrouwen valt. Agnes werkt in een fabriek (denk Triangle Shirtwaist Factory van omstandigheden, vóór de brand dan wel). En Juniper is net toegekomen in de stad, nadat ze hun vader heeft vermoord.

Op een zekere dag komen ze elkaar na jaren weer tegen, op het moment ze (samen? of Beatrice alleen?) zonder goed te weten hoe even het beeld van een toren hebben doen verschijnen in het midden van de stad.

Het gaat expliciet over gender en rechten en LGBTQ+ issues en ik vond het een magisch boek, met drie onvergetelijke hoofdpersonages. Meer dan veel traantjes geplengd. Meer dan veel aangeraden.

Altijd bijzonder grappig trouwens om bij boeken als dit, waar het zoals gezegd echt héél expliciet gaat over dingen waar men vijftien jaar geleden niet echt zo hard van wakker lag, naar de één-ster-reviews te kijken. Dan komt ge altijd de meest toxische commentaren tegen van mensen die vinden dat het niet genoeg is. Ik pik er at random eentje uit, van een persoon die er niet in geslaagd is het boek uit te lezen, maar wel pagina’s lang kan klagen:

The only reason I didn’t finish it was because it was actively making me uncomfortable and becoming a detriment to my mental health. […] As a non-binary person of colour, this book just reeked of white feminism. James Juniper is very much a “not like other girls” character, Agnes reminds me of a typical liberal white woman, and while Beatrice is the most “progressive” character —she is in love with a black woman and occasionally ruminates on the absurdity and inconvience that is racism— she is as interesting as cardboard. […] [niet mijn opinie, maar hey]

To set a book during the suffragette movement without addressing the blatant racism and transphobia that is prevalent among prominent suffragists, is to ignore the glaring elephant in the room. […] [dit is niet waar, het komt voortdurend aan bod]

The characters do make an effort to invite some black people, yet the prominent figure within their community, conveniently declines and therefore they are left with an all white association [totaal het omgekeerde van waar, zoals de persoon had geweten als die meer dan de helft van het boek had gelezen]

Ultimately, this book is a good reflection of my problems with most “feminist” books written by white women. I simply have no empathy for the woes of white women, particularly when their version of feminism is achieving the same privileges afforded to white men. [zucht]

Dit boek krijgt één ster, maar de onverholen rolbevestigende softporno van From Blood and Ash krijgt dan wel weer vier sterren. Ik word daar wat moedeloos van, van dit soort mensen.

Zoals het hoort, sluit de reviewer uiteraard af met een reeks trigger words. Ik doorstreep waar ze het fout heeft, dat ge zelf gewaarschuwd zijt:

TW // Child abuse, both physical and psychological; parental death; arrest and imprisonment; mind control; pregnancy and childbirth, including forced hospitalization; racism (not challenged); sexism; homophobia, both external and internalized; threat of sexual assault, averted; torture (mostly off-the-page, but alluded to); execution (attempted); child abandonment; major character death.

Ik had er nog een hele reeks trigger words aan kunnen toevoegen, trouwens.

The Last Emperox

Toen ik het boek juist uit had dacht ik “hey, niet slecht — en een beter einde dan verwacht”. En dan heb ik er een nacht over geslapen en dacht ik bij hernadenken dat er eigenlijk wel serieus wat mis is met het boek. Lees ik het nawoord van de auteur waar hij zich verontschuldigt bij zijn uitgever dat hij weer veel te laat was met zijn manuscript, en bedacht ik dat er inderdaad gelijk een iteratie te weinig is gegaan over het boek.

Het is een einde waarbij het deus ex machinagehalte bijzonder hoog is, namelijk.

Ende waarschijnlijkheidsgraad van sommige dingen wat lager dan zou mogen verwacht worden, eigenlijk.

Al met al niet slécht, verre van, maar het had veel beter gekund. Zou ik de reeks aanraden? Misschien niet. Misschien wel. Ik weet het niet. Als het space opera is waarvan het verhaal in twee of drie paragrafen uit te leggen is, dan denk ik dat er misschien wel te weinig gebeurt om echt goed te zijn.

Alla. In totaal drie en een halve ster op vijf. Da’s “degelijk” maar net niet “echt wel goed”.

Den hof: slecht nieuws / goed nieuws

Het was geen goeie winter, voor den hof. Veel dingen doodgeregend of doodgevroren, vrees ik. De lavendel heeft het ondanks de vele nattigheid overleefd, maar de anderhalve salie niet:

Op de grootste van de twee planten staan nog een klein beetje blaadjes, en er komt gelijk toch wat groens piepen ook, dus het zou kunnen dat er één gered is. Die kleinst ziet er wel mors- en morsdood uit. Ik laat hem voorlopig nog wat staan, een mens weet nooit.

Wat er ook helemaal dood uitzag, maar waar ik wel vertrouwen in had, was de witteregen. Die is inderdaad gewoon beginnen schieten:

De kruiptijm, die was helemaal in orde gekomen vorige zomer, en zag er na nieuwjaar nog degelijk uit, maar februari en maart waren zo’n beetje de doodslag. Dit was begin maart:

…en dit is hoe hij er nu uitziet, helemaal versmoord in de regen: nog wat slechter. Een ’t is niet dat er geen drainage is, maar op een bepaald moment houdt het natuurlijk wel op, in een tuin die volledig omgeven is door muren.)

Ik heb er een klein beetje hoop op dat het weer in orde komt, ook omdat het vorig jaar ook in orde gekomen is, maar toch. Triestig gezicht.

Wat zéker in orde komt, zijn de voegen van de tegels. Ik wéét dat veel mensen daar als zotten in zitten wieden om het onkruid er uit te krijgen, maar ik heb juist het omgekeerde: ik probeer er het juiste onkruid in te krijgen. Dit is hoe ik het graag heb — liggende vetmuur en een onduidelijk soort mos:

En op de rest van onze stenen is het vechten tegen de muurleeuwenbek, maar dat is een gevecht dat ik graag voer: na jaren proberen ben ik er eindelijk in geslaagd om die plant op onze koer te krijgen, en ik weet nu al dat ik er nooit meer van af ga raken. Ik had er deze week het eerste bloemetje van, en zeg nu zelf, wie kan hier kwaad op zijn?

Het groeit gelijk kool, het woekert voor vermoord, en het zaait uit gelijk niets: dat wil zeggen dat ik er gewoon handenvol kan uittrekken wanneer ze in de weg zitten, en dat ik er zeker van ben dat ze zullen terugkomen.

Als het wat droger en warmer is, ga ik mij eens serieus bezig houden met den hof dan. Dan.

The Consuming Fire

Space Opera hoezee!

In boek één stierf de keizer van het bekende universum en werd zijn dochter onverwacht zijn opvolgster, nadat de zoon van de keizer schielijk kwam te overlijden in een auto-ongeluk.

Het bekende universum is een hele groep werelden, bijna allemaal op onherbergzame rotsen en/of habitats, en één zeer verafgelegen planeet. Ze zijn verbonden met een soort hyperspace lanes, maar! Blijkt dat die hyperspace lanes allemaal gaan verdwijnen, binnen onafzienbare tijd!

En dat is redelijk dramatisch, want de miljarden en miljarden mensen die er zijn, leven voor 99% op plaatsen die volledig afhankelijk zijn van verschillende andere plaatsen (wegens een systeem van monopolies dat al duizend jaar in voege is, en niet te vergeten dat ze niet op planeten zijn maar op habitats die niet kunnen blijven overleven zonder wisselstukken die een halve melkweg verder gemaakt worden).

En dus zit de nieuwe keizer, Grayland II, met een probleem. En niet alleen dat: ze is misschien wel populair bij de mens op de straat, maar ze is absoluut onpopulair waar het telt — bij de grote Huizen (die met de monopolies). Ze probeert met man en macht verkocht te krijgen dat er écht een probleem is, maar niemand lijkt dat te willen snappen. Niet de Huizen, niet het Parlement, niet de Kerk.

Veel meer dan dat is er niet over te vertellen zonder spoiler, maar: het was andermaal onderhoudend, en op een paar uur uit. Benieuwd naar het derde boek. Ik vermoed dat er aliens aan te pas gaan komen. Of dat de Aarde (die hier al minstens meer dan duizend jaar totaal verloren is) er iets mee zal te maken hebben.

The Collapsing Empire

Ik weet soms niet waarom iets op mijn “te lezen” lijst staat. Hier was het ook van dat. Joahn Scalzi zei mij natuurlijk wel iets, maar ik kon me alleen Redshirts van herinneren gelezen te hebben. Neen, ook niet Old Man’s War, al zegt men dat dat goed is.

Ik dus maar begonnen aan Collapsing Empire, deel één van de Interdependecy-trilogie.

Het kwam me meteen bekend voor, en jawel, ik had het inderdaad gelezen. Toen waren deel twee en drie nog niet uit, nu wel natuurlijk. John Scalzi is geen George R.R. Martin, en dit is zeer verre van Song of Ice and Fire.

I stand by my previous opinion: onderhoudend. Niet vernieuwend, personages véél te competent, maar wel grappig om snel tussendoor te lezen. Op naar boek twee en drie, dus.

Peebrs

Kijk nu! Er komen zowaar twee kleine habaneroplantjes uit de grond! Het heeft lang genoeg geduurd. Ik wist dat het langer wachten was dan bij tomaten, maar dit heeft bijna een maand geduurd, begot.

Het blijft wat zoeken met water geven — ik ben altijd bang dat ze ofwel te veel ofwel te weinig krijgen, maar hey, de tomaten blijven proper groeien en zolang ze dat doen, maak ik mij niet té veel zorgen.

Het enige is dat ik die zaadjes best veel methodischer had gezaaid dan gewoon wat rondsprinkelen. Zoals ze nu zijn, staan de plantjes veel te dicht bij mekaar voor mijn goesting. Van zodra ze hun tweede koppel echte bladeren hebben, ga ik ze apart zetten denk ik. En dan zien hoe het verder evolueert. Als ze het overleven, weet ik nú al dat ik veel te veel tomaten heb voor onze minuscule tuin. 🙂

Lonesome Dove

Ik dacht, ik lees eens iets dat ik anders niet zou lezen: een western.

Wel.

Wat een boek.

Wat een personages. Het is zó goed dat ik geen zin heb om het vervolg of de prequels van te lezen (die allebei bestaan), zo perfect is het verhaal.

In het begin van het boek komen we Captain Augustus “Gus” McCrae en Captain Woodrow F. Call tegen, twee ex-Texas Rangers, die in Lonesome Dove, een vergeten Texaans gat aan de Mexicaanse grens, het Hat Creek Cattle Company and Livery Emporium uitbaten. Ze wonen samen Pea Eye Parker (vroeger hun korporaal, nu smid), met Deets (zwart, ook een voormalige Ranger) en met de 17-jarige Newt Dobbs (bijna zeker de zoon van Call, maar hij wil het aan niemand en zelfs niet aan zichzelf toegeven). Ze hebben ook Bolivar, een ex-Mexicaanse bandiet, in dienst als kok.

In het dorp Lonesome Dove is het meest opvallende personage de beeldschone Lorena Wood, de enige prostituee van het dorp. (Niet dat ze het enige memorabele personage is, want élk personage is memorabel in dit boek, van de meest tot de minst belangrijke — zelfs een personage dat het hele verhaal breindood in een coma doorbrengt, is niet tweedimensionaal).

Komt op een dag Jake Spoon toe, nog een voormalige Ranger, die per ongeluk een tandarts doodgeschoten heeft en op de vlucht is. Hij heeft het terloops over Montana, dat hij omschrijft als het beloofde land om een ranch te starten, en geeft zo Call het idee om met een kudde koeien de meer dan tweeduizend kilometer naar Montana mee af te leggen.

Gus McCrae ziet het in eerste instantie niet zitten, maar als hij beseft dat ze zullen passeren langs de plaats waar Clara Allen (de liefde van zijn leven, die hem bijna twintig jaar geleden heeft laten staan voor en saaie paardenverkoper) woont, geeft hij toe.

Ze verzamelen een troep cowboys (onder meer de Ierse broers Sean en Allen O’Brien, de pianist van het saloon Lippy Jones, en een hele reeks anderen — Dishwater “Dish” Boggett, Jimmy en Ben Rainey, Soupy Jones, Needle Nelson, Bill en Pete Spettle, Jasper Fant, Bert Borum) en ze zetten aan. Later vissen ze nog Po Campo als kok op, en geloof het of niet: elk van die personages zie ik zó voor mij.

De tandarts die doodgeschoten was, ws de broer van de sheriff, July Johnson. Die in een liefdeloos huwelijk zit met Elmira, een voormalige prostituee die eigenlijk terug wil naar haar ex-geliefde. Johnson zet aan om Spoon te vatten en neemt Joe mee, de zoon van Elmira (waar ze al heel zijn twaalf jaar absoluut niet in geïnteresseerd is). Het moment dat hij vertrekt, neemt Elmira de benen — en zet Roscoe Brown, de hulpsheriff, aan om July Johnson terug te halen.

Jake Spoon, die de aanleiding was voor de hele reis naar Montana, heeft geen zin om mee te doen, maar overtuigt Lorena Woods wel om met hem mee te gaan. Zij denkt/hoopt dat ze naar San Francisco zullen gaan en overtuigt hem ervan om minstens een tijdje lang mee te gaan met Call en McCrae en hun bende.

…en dat is zo’n beetje de setup.

In totaal een kleine duizend pagina’s, met niets menselijks dat hen vreemd is, en liefde, dood, verdriet, leven, melancholie, avontuur, en alles daartussen.

Ik vond het een ongelooflijk goed boek.

Pasen

Elk jaar rond Pasen en Kerstmis sta ik er bij stil, hoe weinig ik tegenwoordig leef op het ritme van de liturgische kalender, en hoe véél dat was als ik klein was.

Van de katholieke kleuterschool over de lagere school waar ik godsdienst volgde tot het jezuïetencollege in de middelbare school, en ook natuurlijk van elke week naar de mis gaan tot mijn pakweg dertien jaar, stond heel het jaar in het kader van ofwel naar Pasen toeleven, ofwel naar Kerstmis.

Adventskransen en veertigdagenperiodes en allerlei.

Tegenwoordig: niets meer. Niet dat ik er enorm van wakker lig, maar ik vind het ergens toch ook spijtig, zo voeling verliezen met een gemeenschap van mensen die hetzelfde gevoel hebben.

Sandra heeft chocolade gekocht, en op Paaszondag wordt die dan op tafel gelegd. Niet meer verstopt, want God weet waar die dingen dan allemaal zes maand later teruggevonden worden — of, realistischer, tegenwoordig: God weet hoeveel muizenfamilies we ermee voederen.

’t Is gelijk een vijfde kind

We hebben een phalaenopsis in huis. Sandra cadeau gekregen, maar Sandra en planten in potten, dat zijn twee verschillende dingen. (Als ge een plant hebt die ge maar niet kapot krijgt: stuur ze naar Sandra op, en binnen week is het ding zo dood als een zeer dooie pier.)

Dus ben ik aangesteld om het ding te verzorgen.

Elke week krijgen de wortels een paar minuten een volledig waterbad, laat ik ze zorgvuldig uitlekken en zet ik de plant dan weer terug op haar plaats.

Ze blijft vooralsnog leven, maar ik heb er wel veel stress van. Brr.

From Blood and Ash

Tja.

Wat kan een mens zeggen?

Het is pulp van de zuiverste soort, natuurlijk. En de auteur…de auteur heeft een…een speciale manier van…van schrijven.

Death…. Death always found a way in. Stop, I ordered myself as the general sense of unease threatened to swell. Tonight wasn’t about all the things I was aware of that I probably shouldn’t be. Tonight was about living, about…not being up all night, unable to sleep, alone and feeling like…like I had no control, no…no idea of who I was other than what I was.

En ja, de namen zijn belachelijk. Het hoofdpersonage heet Pennelaphe, haar hoofdbewaker en vaderfiguur heet Vikter, er is een (en het is niét grappig bedoeld) Prinses Analia, het speelt zich allemaal af in Masadonia (hoodstad Carsadonia), de slechteriken zijn Atlantians en er zijn ook wolven (een soort weerwolven) en vamprys (een soort vampieren) en er is een Dark One (een slechte slechterik) en er zijn craven (een soort zombies). Ahem ja.

Pennelaphe — Poppy in ’t kort — is een Maiden, die om in het begin van het boek onduidelijke redenen aan de Goden gewijd is. Ze woont in een stad die helemaal ommuurd is en omgeven door gevaarlijke dingen en beesten. Er is een graaf en een gravin die de stad besturen, en ze zijn allebei Ascended, ’t is te zeggen bijna onsterfelijk.

Er zijn mensen de zo’n ascension doen enerzijds, en anderzijds wordt elk tweede (of was het derde? of alletwee? geen idee meer) kind van elk gezin opgevorderd om in de tempel tot de goden te gaan bidden en nooit meer terug te komen naar hun familie.

Poppy is, om in het het begin van het boek onduidelijke redenen, blijkbaar vitaal bij die ascensie. Ze mag ook niemand zien en niemand mag haar zien: ze loopt heel de tijd in het wit gekleed rond en met een masker op.

Ze kent eigenlijk alleen haar bewakers (we zin interactie met voormelde vaderfiguur Vikter, die haar heeft leren vechten als de beste ninja, en met Rylan, die wat jonger is) en dan nog één goede vriendin.

In het begin van het boek muist ze er vanonder en gaat ze naar een lokale herberg-slash-huis van lichte zeden, gewoon om er eens uit te zijn en ook eens te leven.

The music was…it was like nothing I’d heard before. It was deeper, thicker. Slowing, and then speeding up. It was…sensual.

Dan ziet ze plots Vikter en vraagt ze aan de mevrouw van de herberg waar ze zich kan verstoppen. Komt ze in een kamer terecht waar –ge raadt het– een man was. En niet zomaar een man, maar de fantastisch knappe jonge Hawke, vers terug van monsters jagen buiten de stad. Die niet weet dat ze de Maiden is, uiteraard. En dan gebeurt dit!!

Senses hyperaware, I watched as Hawke stopped in front of me and lifted his hands, gripping the back of the hood with one. For a moment, I thought he might pull it back, and the charade would be over, but that wasn’t what he did. The hood only slipped back a couple of inches.

“I don’t know what kind of game you’re about tonight.” His deep voice was husky. “But I’m willing to find out.”

His other arm came around my waist. A gasp left me as he hauled me to his chest. This was nothing like the brief embraces I’d received from Vikter. I’d never been held by a man like this. There wasn’t an inch between his chest and mine. The contact was a jolt to my senses.

He lifted me up onto the tips of my toes, then clear off my feet. His strength was staggering since I wasn’t exactly light. Stunned, my hands landed on his shoulders. The heat of his hard skin seemed to burn through my gloves and the cloak and thin white gown I usually slept in.

His head slanted, and I felt the warmth of his breath on my lips. A tight tremor of anticipation coiled its way down my spine at the same moment my stomach dipped with uncertainty. There was no time for the two warring emotions to battle. He pivoted and strode forward with the same kind of feline grace I’d seen from him before. In a matter of a few stuttering heartbeats, he was guiding us down, his grip strong but careful, as if he were aware of his strength. He came down over me, his hand still behind my head, his weight a shock as he pressed me into the bed, and then his mouth was on mine.

Hawke kissed me.

Haar allereerste kus!!!

Enfin, lang verhaal kort, een tijd later wordt Hawke haar hoofdbodyguard en gebeurt er allerlei.

Het is op zich geen slecht verhaal. Ik bleef lezen. De romantische en seksuele spanning wordt zo ongeveer 80% van het boek opgebouwd, dan hebben ze één keer ahem geslachtsgemeenschap en dan zit het spel op de wagen qua het échte verhaal.

Ik ben er zeer snel doorgeraakt, ik heb mij geamuseerd met mijn verstand op nul, en ik kijk uit naar het vervolg.

Geïnternaliseerd

We waren een paar dagen geleden iets aan het maken op het werk, fijne collega Johan en mezelf.

Ge kunt u moeilijk inbeelden hoe geestig het is om met twee dingen te ontwerpen. En ook: hoe geestig het is om twee oude mensen te zijn die samen aan het ontwerpen zijn. Terwijl we aan het tekenen zijn, maken we een hele reeks beslissingen en staan we er niet eens bij stil.

’t Is soms pas als we het bespreken met collega’s dat we zien hoe véél beslissingen er genomen zijn. En, oude mensen zijnde, kunnen we zelfs als we er niet bij stil stonden, nog altijd zeggen waarom de beslissingen genomen zijn: één woord in een label kan al het verschil maken, of een hoofdletter versus een kleine letter, of de spatiëring van dingen op een pagina, of de hiërarchie van dingen.

Allemaal dingen geïnternaliseerd, zeggen ze daartegen. Eén voordeel van ouder worden, dat.