…en van slaap gesproken…

Het is echt niet in orde. Ik zei om te lachen vrijdag “en nu ga ik 24 uur slapen, zo moe dat ik ben” — het zijn er geen 24 geworden, maar het scheelt niet veel.

Ik ben dit weekend twee halve voormiddagen, een halve namiddag en twee avonden wakker geweest. En het is iets na negen, en ik denk dat ik maar weer in mijn bed kruip.

Doodop. Bah.

Ik had een lijstje met dingen die ik nog had kunnen doen voor het werk, maar ik heb ze uiteindelijk niet gedaan. ’t Zal voor tijdens de werkweek zijn.

Copy paste dedju

Dingen die ge pas mist als ze er niet zijn: een werkend clipboard.

Ik maak een tekening op mijn thuiscomputer, ik maak een screenshot, ik ga naar een andere computer waar ik via met een remote desktop-ding meet verboden was, en ik plak die screenshot in een document op die andere computer.

Dat werkte gelijk anderhalf jaar lang zonder probleem. Vandaag probeer ik het, en het lukt niet. Het clipboard werkt op de remote computer, maar wat ik er op de remote in steek, komt niet op mijn eigen computers clipboard en vice versa.

Dat is zo irritant, ge kunt het u niet inbeelden. Ik moest negen beelden plakken op twee verschillende plaatsen (één keer in een document en één keer in een Jira), en ik moest dus negen screenshots naar mezelf mailen op mijn andere account, en dan van daaruit copy-pasten.

Bah. Bah, bah, bah.

Ik heb een hartsgrondige wens doorgestuurd naar de helpdesk: ik wil mijn shared clipboard terug.

46

Ik heb live naar de eedaflegging van Biden gekeken.

En ja, ik ben een sentimentele mens en alles, maar er waren traantjes. Wellicht omdat ik meer Amerikaanse dan Belgische media volg, maar miljard wat een opluchting, iemand die in volzinnen spreekt met de stem van de rede.

Ik vond de speech van Biden echt heel goed, ook. “Un-civil war” is er eentje die blijft plakken. En een welgemikte antimetabool is ook altijd goed: “Let us not lead by the example of our power, but by the power of our example”.

En dan die dichteres. Ik heb het doorgaans moeilijk met dat soort poëzie, maar het was wel heel indrukwekkend.

Nu wordt het wachten op het oordeel van de geschiedenis.

Onwerkelijk

De dingen nog te doen aan het huis, ze beginnen te slinken. Maar ’t is helaas wat strop op het moment.

We wachten op de schrijnwerker: eens die een paar kasten in elkaar gevijsd heeft bovenop de kasten die we nu hebben, zowel in de gang tussen badkamer en living en slaapkamer als in de slaapkamer zelf, én dat hij binnendeuren gezet heeft en chambrans — dan pas kunnen we beginnen behangen en schilderen.

Er moet ook nog iets gedaan worden aan de trekschakelaar, en aan de muren en het plafond in de badkamer en in de gang, maar dna is dat deel van het huis helemaal klaar.

Dan nog al de rest. Gevel, voordeur, dak, bladiebla. Ik heb zo de indruk dat het maar klaar zal zijn als ik op pensioen ben.

Week 2. Of 3?

Ik houd bij hoeveel overuren mensen doen op het werk. ’t Is te zeggen, ik houd dat niet bij, het programma waarin we uren registreren houdt bij hoeveel er gewerkt is en hoeveel uren er als afwezigheid ingegeven zijn, en dan haal ik dat uit dat programma, vergelijk ik dat met hoeveel uren er moeten gewerkt worden in een bepaalde week door een bepaalde persoon, en weet ik dus hoeveel meer er gewerkt is dan eigenlijk had moeten gewerkt worden.

En dat steek ik dan met de hand in de teller van beschikbare recup-uren.

Behalve die laatste stap die manueel overtypwerk is, is het allemaal semi-automatisch: duwen op een knop en er worden API’s bevraagd, in elkaar geschoven, en totalen berekend.

Wat fout liep. De weken in mijn rapport in Excel waren gelijk met één verschoven.

Blijkt, gedomme, dat 1 januari dat dit jaar op een vrijdag viel, en dat dat in in het uurregistratieprogramma in week 53 van 2020 was, maar volgens Excel in week 1 van 2021. En dat dus wat volgens de ISO-norm week 1 is, voor Excel al week 2 is. Enzoverder.

Natuurlijk zou Excel geen Excel zijn als er geen manier was om het goed te krijgen. Zonder moeite, zelfs: gewoon in plaats van =WEEKNUM([datum]) te gebruiken, =WEEKNUM([datum];21) doen. En dan komt alles goed.

Leve, andermaal, Excel.

WandaVision

Ik heb de eerste twee afleveringen gezien, en ik ben verkocht.

Ik vind het zeer, zeer, zéér goed tot nog toe.

Voor de duidelijkheid van het begrip: Vision, de partner van Wanda, is in Avengers: Infinity War doodgemaakt door Thanos. Gelijk, dood dood. Echt helemaal dood.

En aangezien hij dood was vóór Thanos met zijn vingers knipte om de helft van alle levende wezens dood te doen, is hij ook niet terug gekomen na Avengers: Endgame.

Scarlet Witch (Wanda) kon in de films niet zó enorm veel van toveren, maar in de comics is ze enorm sterk, en dat komt nu dus ook in de Marvel Cinematic Universe.

Reality warping, probability manipulation, time manipulation, energy and matter manipulation. Dat kan ze dus allemaal. Eigenlijk niet veel minder dan Thanos mét een infinity gauntlet.

Combineer dat met het overlijden van Vision — herinner u dat ze bereid was om de wereld te laten vergaan als het zou betekenen dat Vision niet zou doodgaan — en ge kunt u inbeelden wat dat zou kunnen geven.

Dat geeft dus WandaVision. En wat er gebeurt lijkt in eerste instantie raar en absurd, maar het is zó goed geacteerd dat ge na een keer of twee kijken echt wel doorhebt wat er aan de hand is.

Nee serieus: ik kijk uit naar het vervolg.

CV en portfolio en al

Ik ben mij tegenwoordig door tientallen (en tientallen en tientallen) CV’s en portfolio’s aan het worstelen, en ge kunt u niet inbeelden hoe enorm veel kwaliteitsverschil er is in die dingen.

Het gaat om een positie van designer, dus ge zoudt verwachten dat het er allemaal toch een béétje verzorgd zou uitzien. Helaas: de grote meerderheid zijn dingen waar ik het noch warm noch koud van krijg.

Er zitten er naar mijn goesting ook echt veel te veel rampologisch slechte tussen. En dan heb ik het dus niét over “het ziet er niet zo goed uit” — die steek ik in “noch warm noch koud”. Er was één CV waar ik letterlijk misselijk van werd, zo onleesbaar het was. Of dingen die zó vol spellingsfouten staan dat het ook bijna onleesbaar wordt.

Maar hier en daar zitten er parels tussen, waar ik spontaan gelukkig van word. Dat zijn er niet meer dan letterlijk een stuk of 5 op 100 –fantastisch van typografie, enorm grappig, en/of indrukwekkend van opmaak en illustratie– maar ze maken het wel de moeite waard.

In de portfolio’s is het ook niet altijd om vrolijk van te worden. Ik begrijp natuurlijk ook wel dat we met het type positie (junior designer) helemaal vissen in de vijver van de net afgestudeerden, maar toch. Er zitten zó veel mensen bij waar ik op het CV afgaand zeg “hey, klinkt interessant”, maar als ik dan naar het portfolio ga, dat ik helemaal afknap. Zo. Veel. Slechte. Photoshop.

Ook veel mensen die zeggen dat ze “websites maken”, maar dat dat dan eigenlijk gewoon afbeeldingen in templates steken is.

En soms zitten er soms ook fantastische dingen tussen, soms op de meest onverwachte plaatsen: daarjuist moest ik spontaan luidop lachen van een informatievisualisatie die ik zowel fantastisch gevonden als uitgewerkt vond (iets met het visualiseren van een reisweg aan de hand van de beats van de liedjes waar ze naar luisterde, en dan tegelijkertijd ook nog de gedachten die ze had en hoe ze over straat navigeerde — echt enorm goed).

Afijn. We zijn nu in het hakbijl-stadium. Ik zou eigenlijk van mijn hart een steen moeten maken en al waar ik niet 100% zeker van ben als “neen” moeten bestempelen, maar ik heb toch ook een reeks “misschien” staan die ik door iemand anders ga laten bekijken.

En dan het meest aangename stadium: in het echt spreken met mensen. Enfin ja, in het echt op de computer natuurlijk.

The Vast of the Night

Hm. Wat een vreemde film.

Ik begrijp het wel, dat mensen het uitstekend goed vinden en zo — de reviews zijn enorm lovend — maar ik zie het niet echt.

Leuke karakters, fijne geacteerd, fijne atmosfeer, maar het liet mij een beetje koud. Wat mensen als fantastisch gefilmd beschouwen, vind ik gelijk iets te doorschijnend gepikt.

Het is wel een prestatie, een hele film ophangen aan een verhaal dat op vijf minuten verteld kan worden en het niet saai maken. Dat dan wel.

Maar het had even goed gekund in een half uur Twilight Zone in 1959.

Ze houden mij voor de zot

Er was een filmpje over de nieuwe Bill & Ted-film. Ik was even beginnen kijken, maar dan bedacht ik: hang on! Eerst nog eens de eerste twee films herbekijken.

Ik kwam in de keuken, alwaar Zelie en Anna aan het konkelfoezen waren. Ik vraag, uit oprechte interesse, of zij misschien de Bill & Ted-films al gezien hadden. Ik was nog niet uitgesproken of Anna zei dat ja, ze de Bill & Ted-films gezien had.

Serieus? vraag ik, zowel Bill & Ted’s Excellent Adventure als Bill & Ted’s Bogus Journey?

Ja, zei Anna, gierend van het lachen, gisterenavond nog.

En Zelie ook op vloer van het lachen.

Maar allez, wat een toeval! zeg ik, en hebt ge dan ook de laatste in de reeks gezien, Bill & Ted Face the Music?

Ja, gibberde Anna. Jaja, gibberde Zelie.

En vondt ge het ook zo wijs? vroeg ik.

Ze lagen alletwee plat. Ja! Natuurlijk! Fantastisch! Ongelooflijk goed!

*
* *

Het is dus pas de dag erna dat ik te weten kwam dat ze natuurlijk geen van de drie films gezien hebben. En dat Anna dat gewoon zei om ten allen prijze het risico te vermijden dat ik meer zou vertellen over de films of godbetert dat ik ze zou verplichten om er bijvoorbeeld een trailer van te bekijken.

Ik heb slechte kinderen.

Waar kan ik ze nog inwisselen?

Vakantie? Wat vakantie?

Het is nog maar dinsdag en ik ben al helemaal vergeten dat ik ooit op vakantie geweest ben. 🙂

In principe had ik nog een aantal dagen recup ingepland deze week, maar ’t zal geen waar zijn — voor zover ik zie zullen er méér dan 38 uur gepresteerd worden, ha!

Het deed wel een beetje raar, zo vergaderingen met mensen die ik soms al een maand niet meer gezien had: alsof ik er eigenlijk nog niet helemaal bij betrokken was of zo.

Maar ook dat zal ongetwijfeld snel veranderen. ’t Zal deze week vooral van vergadering naar vergadering naar workshop naar workshop lopen zijn.