Lest Darkness Fall

Een boek uit 1941! Een pionier van althist! 80 jaar oud maar nog absoluut uistekend!

Martin Padway, een Amerikaanse archeoloog, is in 1938 in Rome. Er slaat een bliksem in, en flits! hij bevindt zich in rome in het jaar 535. Italië wordt geregeerd door de Ostrogoten, en Paway weet dat het Oost-Romeinse Rijk tewege is te beginnen aan de Gotische Oorlog — hij kent Procopius zowat vanbuiten, dus hij heeft een degelijk idee van hoe het politiek zit bij de Goten en in Byzantium.

Knippenplak van op Wikipedia, en als dit niet voldoende reden is voor om het even wie om het boek meteen te lezen, weet ik het ook niet meer:

Padway’s first idea, after he concludes that it is no illusion and that he is truly in the past, is to make a copper still and sell brandy for a living. He persuades a banker, Thomasus the Syrian, to lend him seed money to start his endeavor. He teaches his clerks Arabic numerals and double entry bookkeeping. Padway eventually develops a printing press, issues newspapers, and builds a crude semaphore telegraph system utilizing small telescopes. However, his attempts to reproduce mechanical clocks, gunpowder and cannons are failures. He becomes increasingly involved in the politics of the state as Italy is invaded by the Imperials and also threatened from the south and east.

Ja, meer dan aangeraden natuurlijk. Omdat het zowat de grondlegger van een heel genre is, maar ook omdat het gewoon uitstekend goed is.

The Daevabad Trilogy 3: The Empire of Gold

Het einde van deel twee was een meer dan cliffhanger en alles was om zeep!

Deel drie is een vreemd boek. Ik vond het uitstekend, daar niet van, maar ik had de indruk dat het zeker 50% langer had kunnen zijn. De hoofdstukken worden telkens vanuit een ander standpunt geschreven, waardoor alle motivaties van niet-vertellers per definitie onbetrouwbaar zijn, en slechteriken noodzakelijkerwijs als bijna-karikaturaal overkomen.

Dara is een slechterik (massamoordenaar, all that jazz) maar hij krijgt ongeveer een derde van de hoofdstukken dus we weten precies waar hij vandaan komt.

Ik zou dat graag gehad hebben voor nog een paar andere personages. En voor een hele groep wezens die nu een beetje deus ex machinagewijs ten tonele komen.

Maar behalve dat: niet echt veel klachten.

Een degelijke trilogie. Eerste boek begint misschien wat traag, tweede boek uitstekend, derde boek degelijk, en een zeer goed einde.

The Daevabad Trilogy 2: The Kingdom of Copper

Ha, ’t is moeilijk iets te zeggen zonder het eerste deel te spoileren.

Drie hoofdkarakters: Nahri, weeskind uit Caïro dat blijkt allerlei krachten te hebben, Alizaydi al Qahtani (Ali), jongste zoon van de heerser van Daevabad, en Darayavahoush (Dara), enorm machtige djinn met een duister verleden als oorlogsmisdadiger.

Het tweede boek speelt zich vijf jaar na het eerste boek af. Dara is op het einde van het eerste boek gestorven, maar in een wereld waar de personages allemaal magische djinni zijn is zoiets uiteraard niet noodzakelijk definitief.

Ali is verbannen en bouwt een nieuwe leven op, Nahri is uitgehuwelijkt en probeert ook een leven op te bouwen.

Buiten Daevabad worden snode plannen gesmeed om de gevestigde orde, waar de Qahtani baas zijn, omver te werpen en de Daeva hun vroegere macht terug te geven. En wat dan gebeurt met de shafit (half-mens, half-djinn, veruit de grootste bevolkingsgroep in Daevabad), kan hen niet veel schelen.

Het is natuurlijk fantasy, maar het is moeilijk om geen vergelijkingen te trekken met de Echte Wereld, waar gebeurtenissen van eeuwen geleden nog altijd spelen, en waar het op elk moment kan ontploffen in pakweg het Midden-Oosten.

Politiek en magie, stammentwist en onderdrukking, familie en geschiedenis: ’t zijn interessante combinaties.

Beter dan het eerste deel. Benieuwd hoe het afloopt.

Gered!

Er was een krantenwinkel op de hoek van de straat van mijn middelbare school, waar de eigenaar geen probleem had om Vuile Boekskes te verkopen aan tieners. Jaja, ’t was de tijd dat er nog geen internet was. Ik durfde niet méér dan vanaf december 1986 maandelijks Playboy te kopen (voor de artikels natuurlijk), maar ik kwam er wel dagelijks voorbij zelfs vóór ik er durfde binenn te stappen.

En zo werd ik in schat ik 1983 een beetje verliefd op Pillow, die ik zag op de omslag van een bodybuildermagazine dat in de etalage lag. Ik durf het niet te zweren, maar het zou zo maar eens deze foto kunnen geweest zijn. Pillow was één van de eerste vrouwelijke bodybuilders die écht veel spieren hadden, jaren vóór Bev Francis het helemaal in het extreme trok en in Pumping Iron II het hele verhaal opgehangen werd aan het overduidelijke verschil tussen haar en Rachel McLish.

Een jaar of dertien geleden, op een avond dat ik niets anders te doen had, heb ik dan maar een pagina voor Pillow aangemaakt op Wikipedia. De pagina is rustig blijven bestaan en aangevuld tussen 2008 en 2018, en dan kwam er in april 2021 een wilde deletionist aan: een pagina die hem persoonlijk niet interesseert! Dat moet weg! Nomineren voor deleten!

Het is in twee keren moeten gebeuren, maar het verdict is Keep geworden. Niét evident, onafhankelijke bronnen vinden voor zó een niche-persoon (vrouwelijke bodybuilders rond 1980), maar ’t is gelukt. Yes.

update: jawel, ’t was wel degelijk dit beeld. De bewijzen zijn ernaar — dit is een scan van ergens binnenin Women’s Physique, september/oktober 1983 en duidelijk dezelfde shoot als wat er op de cover moet gestaan hebben:

Vaccin-afspraak

Sandra kwam vrijdagavond naar boven met de boodschap dat ze een mail had gekregen om een afspraak te maken voor een vaccinatie. Niet voor haar, maar voor mij.

Ahem. ’t Moet zijn dat ergens in een database haar emailadres op mijn dossier staat, wat een beetje vreemd is.

Maar goed, de mail zegt wel degelijk mijn naam, en ik ben wel degelijk een risicopatiënt en alles, dus alla. Klein foutje ergens.

Ik dus naar de link in de mail. Klein vergetelheidje bij de website:

Da’s zo van “niet vergeten deze tekst later dan in te vullen”, en dat dan in het Nederlands niet vergeten, in het Frans ook niet vergeten, misschien zelfs in het Duits het niet vergeten, maar het wel in het Engels vergeten. 🙂

Behalve dat is het allemaal redelijk voor de hand liggend, en had ik direkt mijn eerste afspraak binnen: dinsdag! Dat is morgen! al!

De tweede afspraak was iets lastiger: in eerste instantie, vrijdag, was er geen enkel tijdsslot meer beschikbaar op de drie dagen in juni en zat ik dus vast. Geen weg terug, geen weg vooruit. Zaterdag nog eens geprobeerd, zondag nog eens geprobeerd: no dice.

Er zat niets anders op dan vanmorgen naar de Stad te bellen en hulp te vragen. Par acquit de conscience toch nog eens geprobeerd vanmorgen, en yay! Stapels slots open in juni! Ik kreeg wel alleen maar een uit te printen ticket van die tweede afspraak, dus alsnog naar de Stad Gent gebeld. Gelukkig mag ik gewoon met die eerste mail en identiteitskaart afkomen en dat het dan in orde is, oef.

[Bleek natuurlijk dat ik wél een mail gekregen had, maar dat hij naar Sandra gestuurd was. Ahem.]

The Daevabad Trilogy 1: The City of Brass

Caïro, op het letterlijke einde van de 18de eeuw: het moet ergens 1798-1799 zijn, want de Fransen zijn juist toegestuikt in Egypte.

Nahri is een jaar of twintig. Ze heeft geen familie, bedriegt mensen om aan geld te geraken en droomt ervan om ooit op de één of andere manier dokter te worden. Dat bedriegen, dat is de ene keer handpalmlezen, de andere keer een genezing of zelfs een duiveluitdrijving.

Voor de duidelijkheid: Nahri gelooft daar allemaal niet in, maar ze heeft wel een talent. Ze kan mensen goed lezen, en bijvoorbeeld ook inschatten of ze echt ziek zijn of niet. Ze kan ook talen leren op een ik en een gij. Ze weet niet waar dat talent vandaan komt, ze weet alleen dat ze het altijd gehad heeft — al van haar vroegste herinneringen, als zesjarige wees in een weeshuis.

En dan doet ze één van die duiveluitdrijvingen, waarbij ze iets zingt in de taal die niemand anders dan zij spreekt. Eén van de enige dingen die ze zich herinnert van toen ze klein was. En komt er een djinn op af die haar meteen ook verdedigt tegen een paar slechte djinns en zombies.

Haar verdediger zegt haar dat ze eigenlijk thuishoort in Daevabad, een verborgen djinn-stad ver weg. Waar ze dan ook samen naartoe reizen.

En eens ze daar toekomt, blijkt dat zowel haar djinn als zij speciaal zijn, en komen ze terecht in een kluwen van politiek en geschiedenis en gedoe tussen onder meer de zes verschillende rassen van djinns en de halfbloed mens-djinns die als derderangsburgers behandeld worden.

Zeer aangenaam verrast, ik. Fijn boek.

Zoals altijd nadat ik een boek lees, kijk ik de reviews na. En zoals meestal ben ik niet teleurgesteld:

Een grote meerderheid 4 of 5 sterren en een gemiddelde van 4.11 sterren. Ik zou het dat ook geven.

Voor entertainment ga ik ook altijd kijken naar de 1-ster-reviews, en die stellen ook nooit teleur. Deze bijvoorbeeld vond het allemaal enorm saai en zegt onder meer

I mean, there were literal 300-WORD ESSAYS on what simple objects or rooms looked like. It described what a throne looked like in approximately 51038746 words??? That’s 5102938744 WORDS TOO MANY—you could literally say “the throne” and I’d imagine a throne. That’s it. That’s all it takes. Two words. You could even just describe it in ONE word, “throne”, and I’d still be able to imagine a throne!! Wow!!!

[…]

Are we really still pretending like we care?? In this economy???

Een andere is nog beter:

The dystopian world didn’t make sense. Usually there is a bad side and a good side. Then the bad side oppresses the good side. Easy.
In this book there are six groups, all who aren’t really good, but apparently one of these groups is worse than all the others and hates half humans.
Okay.
Then another of these groups is supposed to defend the half humans.
So far I can get behind this.
Except,
The defenders of the half humans slaughter them mercilessly, starve them, enslave them, rape them and steal their children.
Wait what.
And of course everyone hates regular humans.
So there is no good side?
And our Chosen One, Nahri, is a part of the group that hates the half humans? So she’s evil?
So who are we cheering for? Because at this point it could be the Daeva, the djinn or the half humans.

“Ik verwacht een goede en een slechte kant en dat zou het moeten zijn”, mwaha. Er zijn inderdaad minstens zes verschillende groepen, die elk hun eigen achtergrond hebben en in Daevabad in een ongemakkelijke vrede leven. De ene groep was ooit de meest machtige maar die is aan de kant gezet door een andere groep, diein eerste instantie het opnam voor de (half)mensen, maar in de loop van een kleine 1400 jaar is die tweede groep even erg geworden als de eerste groep was (en ook die eerste groep was eerst niet zo erg als hij in de loop van de eeuwen geworden was).

Ja jongens, de wereld zit soms niét zwartwit in mekaar.

Mexican Gothic

Zeg nu zelf: wat een prachtige cover. Alleen al dáárom zou een mens het boek willen lezen.

En ook omdat het de verrassende winnaar van de Goodreads Choice Awards 2020 in de categorie Horror was, en dat ik altijd bereid ben nieuwe dingen te leren kennen die andere mensen ook goed vinden. Al bewijst die award natuurlijk niet noodzakelijk wat dan ook — witness de 2020-winnaars die ik ondertussen ook gelezen heb:

Het zou me sterk verbazen dat dit het allerbeste horrorboek van 2020 zou zijn. Het verbaast me dan wel weer niet dat dit bijna dubbel zoveel stemmen haalde als het boek op de tweede plaats: hoofdpersonage vrijgevochten knappe jonge vrouw (die cover!), speelt zich af in Mexico in de jaren 1950 (“a Latinx take on the popular Gothic novel subgenre”), zowaar wat romantiek erbij.

Het is helaas allemaal wat voorspelbaar, en het zijn allemaal dingen die ik al vele vele keren elders béter heb gelezen.

Het is niet slécht hé. Een zes op tien of zo. Het had een gemiddelde aflevering van The X-Files kunnen zijn. Maar niet enorm veel meer. En dat stelt mij dan wel wat teleur, ja.

Potten toegekomen, maar helaas…

Kijkt kijkt, mijn (honderd!) nieuwe potten zijn toegekomen:

Euh ja, ik heb er helaas maar vijftien van gebruikt, daar aan de linkerkant van het beeld. En er staan nog een hoop tomatenplanten samen in een te klein potje, daar rechtsachteraan. Want nu is mijn potgrond op.

Ik heb dan maar 80 liter tomatenpotgrond besteld online. Hij komt dinsdag toe. Dan kan ik eens beginnen kijken of ik dingen van kleine potjes eventueel al naar wat grotere potten kan verplanten. En eens beginnen kijken naar nóg grotere potten om die dingen op de koer te zetten. En beginnen nadenken over een systeem van touwen om de planten te laten klimmen / recht te houden.

En ja, natuurlijk dat ik er veel te veel heb voor op onze koer. Een deel komt zeker bij mijn moeder in den hof. Ik zal er ook weggeven, denk ik (Sandra zegt dat ik er geld voor zou moeten vragen — ge ziet dat van hier, dat mensen geld gaan geven voor een tomatenplant die ze in de winkel voor een euro of zo kunnen kopen).

Voor de mensen die vinden dat de plantjes aan de linkerkant er wat slap bij staan: de foto is van net nadat ik ze geplant had. Zo zien ze er op dit eigenste moment uit, proper schoon recht de lucht in:

Poppy War 3: The Burning God

Boek één liep slecht af, boek twee liep zo mogelijk nóg slechter af.

In het begin van boek drie is Rin door zowat iedereen die ze ooit tegengekomen is verraden. En is het land zowat compleet om zeep.

Ik dacht dat als de eerste twee boeken het over Tweede Chinees-Japanse oorlog hebben (met niet één maar talloze bloedbaden van Nanking), dat het derde boek het over iets Communistisch-achtig zou hebben, en inderdaad: Rin beslist dat het niet van de adel en de krijgsheren zal komen, maar dat het van de grote massa van het volk zal moeten afhangen. Er zit zelfs een letterlijke Lange Mars in en ja, ik weet dat die in het echt chronologisch vóór de Chinees-Japanse Oorlog kwam.

Rin is een onsympathiek hoofdpersonage. We begrijpen waar ze vandaan komt en waarom ze haar keuzes maakt, maar ’t is bij momenten serieus érg, wat ze doet. Mao was ook geen sympathieke mens, en daar is ze duidelijk op geïnspireerd.

Diepgang, ontroering, spanning, een fantastische combinatie van psychologische en andere oorlogvoering die in het echt ook had kunnen gebeuren met fantasy en goden en zowaar zelfs draken: een uitstekende trilogie.

En dan zag ik de achterflap van het laatste boek en las ik dat de auteur dit schreef tussen haar 19 en 23 jaar, en ben ik immens benieuwd naar wat ze nog zal schrijven in de toekomst. Bijzonder indrukwekkend.

The Midnight Library

Het vorige boek eindigde zó deprimerend dat ik dacht: ik lees eens iets anders voor ik aan het derde boek begin.

The Midnight Library is een fijn boekje. Een beetje zeemzoeterig, een beetje oppervlakkig misschien, maar hey: het moet ook niet altijd allemaal zo diepgravend zijn.

Nora Seed heeft in haar leven een stapel beslissingen genomen die ze zich eigenlijk beklaagt: ze had kunnen blijven zwemmen en dan was ze misschien wel gelukkig geworden naar de Olympische Spelen gegaan. Ze had kunnen blijven muzikant zijn en dan was ze misschien wel gelukkig geworden en had ze succes gehad. Ze had kunnen studeren voor wat haar écht interesseerde in plaats van voor filosofie te gaan, en dan was ze misschien wel gelukkig geworden als glacioloog. Ze had kunnen blijven schrijven en dan was ze misschien gelukkig geweest. Ze had haar trouw niet op het laatste moment af kunnen geblazen hebben en dan was ze misschien gelukkig geweest.

Inderdaad ja: er zit een zekere constante in: Nora Reed is diepongelukkig, zit vast een doodlopend leven in een doodlopende job (waar ze in het begin van het boek trouwens net ontslagen wordt), en had zo veel anders kunnen doen.

[Kort intermezzo: zo wérkt het natuurlijk niet: er is meestal niet zoiets als één moment waarop het leven kantelt. Verkeerde keuzes zijn meestal lange aaneenschakelingen van géén belissingen nemen. En het is ook natuurlijk lang niet zo dat iedereen in potentie álles kan doen — de manier waarop Nora hier zowel in potentie een gevierd auteur als muzikant als olympische zwemmer had kunnen zijn is meer dan een beetje Mary Sue-achtig.]

…en dus beslist ze dan maar zelfmoord te plegen.

[Kort intermezzo twee: zo wérkt het natuurlijk ook niet noodzakelijk. Ik heb de indruk dat de beslissing “gho ja, ik pleeg dan maar zelfmoord” hier redelijk snel en weinig subtiel aangebracht werd.]

Tussen leven en dood, gaat het verhaal in The Midnight Library, is er een bibliotheek. In die bibliotheek staan ontelbaar veel boeken, die allemaal een ander levensverhaal vertellen tot op dat moment tussen leven en dood. Nora komt in die bibliotheek terecht en kan er aan de bibliothecaris vragen om in gelijk welk boek te stappen, en daar dan verder te leven — als ze wil.

Ze kiest leven na leven. Als olympisch zwemmer en internationaal rolmodel. Als gevierd glacioloog. Als wereldberoemde zangeres. Als allerlei verschillende uitkomsten van allerlei keuzes die ze maakte.

De vraag die weinig subtiel gesteld wordt, is: is ze in al die verschillende aflopen eigenlijk wel écht gelukkig? Zijn die andere levens écht beter?

Schaamteloos en verfrissend pretentieloos sentimenteel. Ik heb een grondige hekel aan pretentie, en ik ben te vinden voor sentimentaliteit. Ik heb dit graag gelezen.

Poppy War 2: The Dragon Republic

Deel één deed even denken dat het Harry Potter In China-maar-dan-niet-écht-China zou worden, maar het werd redelijk snel duidelijk dat het niet dát soort boek was. Dat het een hervertelling van de Tweede Chinees-Japanse Oorlog, maar dan alsof het honderd jaar eerder was in een andere wereld, met ook magie en sjamanen en alles.

Deel twee gaat op datzelfde elan verder. Het hoofdpersonage is een tiener, en dus verwacht een mens ergens dat er toch iéts van romance zou in de lucht hangen. Er zijn twee mogelijke kandidaten voor een relatie met Rin: één persoon die eigenlijk al dood is (maar dat belet niet noodzakelijk iets in boeken zoals dit) en één persoon die in boek één haar aartsvijand is (maar ook dat belet niet noodzakelijk iets).

Niets van: Rin is diep getraumatiseerd (zoals iemand die uit verdriet en woede een massamoordenaar werd wel eens kan worden), is totaal verslaafd aan opium, en sluit een pact met (de vader van) haar voormalige aartsvijand. Die man heeft het plan opgevat om de Keizerin van haar troon te stoten en het land om te vormen naar een soort democratie.

Hij hoopt daarbij hulp te krijgen van de Westerlingen.

Ik verklap niet veel als ik zegt dat ook dit boek niet zo goed afloopt. Maar ik vond het wél veel beter dan het eerste boek. Volwassener, en zonder dat mossel-noch-vis-begin: het is meteen duidelijk dat het menens is, en dat het niet om sprookjes gaat.

In blijde afwachting van potten

Mijn tomatenplanten groeien gestaag. Ik heb ze gezaaid in potten, en dan een week of zo geleden uitgeplant in afzonderlijke potten, en dit is hoe ze er nu uitzien:

Ik vind dat niet verkeerd. We gaan wel stokken moeten beginnen zetten want ze worden al wat groot. En ik heb ook grotere potten besteld: met wat geluk komen er tegen het einde van de week ten laatste honderd grotere potten toe. Geen echt idee wat ik daarna ga doen, want ik kan nooit vanzeleven al die tomatenplanten in den hof zetten, maar bon. We’ll cross that river when we get there hé.

Honderd potten, ja, want ik dacht dat ik met 50 ruim genoeg zou hebben maar neen dus. Ik heb nog een paar planten die samen een pot gebruiken die nog moeten verpot worden. Heel die hoop rechtsachteraan op deze foto:

Ik zal zo’n 70 à 80 tomatenplaten hebben, als ik het nu zo bekijk.

Sandra heeft de tomatensoorten gekozen, maar hoe meer ik er over nadenk, hoe meer ik twijfel aan de keuzen. Want elke plant geeft tomaten die er ofwel zó zullen uitzien (noire de crimée):

ofwel zo (buffalosteak F1):

En dat is gewoon per plant meer dan onze tuin aankan. Gnn. Ik zal er een paar van kunnen uitdelen, maar ik denk ook dat ik er bij mijn moeder in de tuin ga planten. En daar dan om de twee dagen of zo voor gaan zorgen. 🙂

Oh, en dan zijn er ook nog mijn habañero’s, die op precies dezelfde dag als de tomaten gezaaid zijn, maar die er nu nog maar zo uitzien:

Volgende keer zaai ik die smeerlappen al in januari, dedju.

Poppy War 1: The Poppy War

Yay, ’t is fantasy en yay! ’t is eens in een totaal andere soort wereld dan anders!

R.F. Kuang komt uit China, en schrijft een verhaal dat heel erg lijkt op Chinese geschiedenis.

Rin is een wees. Ze woont bij een koppel in het zuiden van het Nikara-rijk en wordt er net niet mishandeld. Ze dreigt uitgehuwelijkt te worden; om daaraan te ontsnappen neemt ze deel aan de Keju, een examen dat over het hele land gehouden wordt en waar kinderen normaal gezien gelijk tien jaar voor studeren. Zij doet het op twee jaar, en niet alleen slaagt ze, ze haalt de beste punten van de hele provincie.

So far so cliché.

Door haar hoge punten mag ze naar Sinegard, de beste school van het land, in de hoofdstad. Daar is ze zowat de enige die niet van adel is en moet ze vele keren meer haar best doen dan de anderen.

So far so still cliché.

Het is moeilijk een equivalente datum te plakken op het verhaal. In het begin van het verhaal had het even goed het equivalent van het jaar 100, het jaar 1000 of het jaar 1900 kunnen zijn: Nikara is een enorm land dat in zijn lange geschiedenis maar een paar keer echt verenigd is geweest; er is een nominale keizer(in) maar het zijn vooral strijdende krijgsheren die de macht hebben; er is dat Japan-achtig eiland in het oosten, steppenvolkeren in het noorden en Nikara is vooral zeer afgesloten van de buitenwereld.

En dan horen we, diep in het boek, dat er ver weg in het westen technologisch veel verder geavanceerde veel grotere blonde monotheïsten leven. En wordt het zeer snel duidelijk dat Nikara, ondanks zijn rijke geschiedenis en enorme trots, eigenlijk al eeuwen lang oorlog na oorlog verliest, en technologisch helemaal achter is ten opzichte van het westen. Dat brengt het allemaal naar voren, naar de moderne geschiedenis van China.

Ik had mij al voorbereid op een soort coming of age-gedoe met wat krachten leren en wat magie hier en daar, genre Harry Potter — maar neen! Zowat de eerste helft van het boek is de aanloop naar het eerste jaar en dat eerste jaar zelf, maar nog vóór we aan 50% van het boek zitten, is de hele situatie al ontploft, zijn er drie jaar opleiding voorbij en valt de Mugen-federatie (het equivalent van Japan) Nikara binnen.

De leraars van de school zijn allemaal generaals geworden, en oh ja: Rin is ondertussen een sjamaan geworden en kan met goden communiceren (ik vereenvoudig, het is veel boeiender in het boek). En we krijgen basically een hervertelling van de tweede Chinees-Japanse oorlog als die met technologie van honderd jaar eerder was gebeurd.

Ik had dat absoluut niet verwacht. Voor hetzelfde geld was dit Harry Potter In China geweest, met een boek per jaar en ontluikende romantiek en alles. Quod non, dus.

Ik vond het goed, maar nu ook niet ongelooflijk goed. Ik kijk wel uit naar het vervolg.

(En trouwens ook content dat het niet zoals sommige andere boeken van moderne Chinese auteurs is: het is wel degelijk in het Engels geschreven en niet van dat overduidelijk vertaald Chinees — ik kijk naar jullie, Liu Cixin en Ken Liu).

Blood and Ash 3: The ​Crown of Gilded Bones

Allez dan. Ik wist dat deel drie van de reeks uit zou komen, en de dag dat het uitkwam, heb ik het meteen gekocht. Het was die dag zelfs #1 in de hele Kindle store op Amazon, dat geeft u meteen een idee van hoe populair deze reeks en dit soort boeken is.

(Romance Novels zijn, denk ik wel zeker te weten, zo ongeveer de enige reden dat de hele boekenindustrie niet volledig failliet is gegaan. Het is onbeschrijflijk hoeveel van die dingen verkocht worden.)

Boek twee was beter dan boek één. Boek drie is niet beter dan boek twee. Eén en twee dreven grotendeels op de spanning van will they or won’t they, maar op het einde van boek twee is het meer dan zeer duidelijk dat ze wel degelijk zullen willen, meermaals, op verschillende plaatsen en manieren.

Ons sympathieke hoofdpersonage Poppy blijft maar meer en meer méér te zijn dan wat ze in het eerste boek en zelfs tweede boek leek te zijn, maar dáár zal tenminste een einde aan komen, want méér dan wat ze in het derde boek blijkt te zijn, kan gewoon niet.

Waar geen einde aan gekomen is, is aan de reeks. Dit boek eindigt, zoals het eerste en het tweede, op een cliffhanger. Gah. Ik dacht écht dat het afgelopen zou zijn, maar neen. Ik kan me niet echt inbeelden dat er over de rest van het verhaal nog een heel boek kan geschreven worden, maar bon. Dat gaan we dan later dit jaar wel zien, vermoed ik.

En dan nog een paar maand later, en nog een paar maand. Want Jennifer L. Armentrout heeft nu al aangekondigd dat de hele reeks zes boeken zal zijn. Tch.