Snarky Puppy

Ik ben één van die miljoenen mensen die Larnell Lewis’ magistrale drumcover van Enter Sandman zag vorige week:

Dat bracht mij naar Snarky Puppy, waar de man drumt. En naar de opname hieronder. Voor de duidelijkheid: dit is de allereerste keer dat Larnell Lewis dat nummer speelt. Dit was een opname en tegelijkertijd ook een soort auditie. Hij heeft alle nummers van het hele album geleerd op de vliegtuigreis naar de studio, op 7.5 uur tijd.

Ik kan mij zelfs niet inbeelden hoe het moet zijn om zoveel talent te hebben, en zo veel geoefend te hebben tot ge zoiets kunt doen.

En Snarky Puppy zit nu in mijn playlist ayup.

Dresden Files #3: Grave Peril

Neen, dit is ook nog geen goed boek. Maar vóór ik iets anders zeg, eerst wat statistiek:

In boek één heeft Harry Dresden drie keer “Hell’s bells” gezegd. In boek twee heeft hij 3² keer “Hell’s bells” gezegd. In boek drie was het 3³ keer “Hell’s Bells”.

Ik weet hoeveel woorden er in de boeken zitten. Een kleine berekening leert ons:

Tegen boek 11 zal het boek gewoon één langgerekte “Hell’s bells” zijn. Ik weet al waar ik naar uit kan kijken.

Ook in dit boek blijven vrouwen, voor het grootste deel, een werkpuntje voor Jim Butcher. Dit is een meisje dat Dresden om bescherming vraagt.

“All right,” I said. “If you want my protection, I want a few things from you first.”

She pushed back her asphalt-colored hair with one hand and gave me a look of pure calculation. Then she simply crossed her legs, so that the cut of her dress left one pale leg bare to midthigh. A subtle motion of her back thrust out her young, firm breasts, so that their tips pressed visibly against the fabric. “Of course, Mr. Dresden. I’m sure we can do business.” The look she gave me was direct, sensual, and willing.

Nipple erection on command—now that’s method acting. Oh, she was pretty enough, I suppose. Any adolescent male would have been drooling and hurling himself at her, but I’d seen acts a lot better. I rolled my eyes. “That’s not what I meant.”

Her sex-kitten look faltered. “It . . . it isn’t?” She frowned at me, eyes scanning me again, reassessing me. “Is it . . . are you . . . ?”

“No,” I said. “I’m not gay. But I’m not buying what you’re selling. You haven’t even told me your name, but you’re willing to spread your legs for me? No, thanks. Hell’s bells, haven’t you ever heard of AIDS? Herpes?”

Ahem ja. Het eerste waar de vroutjes aan denken is altijd sex. Yepyup. En de fascinatie met gespierde vrouwen blijft ook:

Susan had to bend down far over the fire to thrust a long candlestick’s tip down into the small flames. The orange light curved around the lean muscles of her legs in a fashion I found positively fascinating, even as wearied as I was.

Dit boek was iets minder clichématig dan de vorige twee. Het verhaal gaat over geesten, en dat ze plots supersterk geworden zijn, en dat het erop lijkt dat ze mensen met een band met Harry Dresden aanvallen. En het einde was niet wat ik er van verwacht had, en dat is alvast beter dan een einde dat ik helemaal kon voorspellen, zoals in de vorige twee.

Op naar nummer vier!

Dresden Files #2: Fool Moon

Ik blijf koppig volhouden, omdat er mij verzekerd is dat het beter wordt vanaf het derde boek. Of na het derde boek. Of tegen het zesde boek, de meningen zijn verdeeld.

Fool Moon was, voor alle duidelijkheid, opnieuw géén goed boek.

Jim Butcher en zijn vrouwenbeschrijvingen, het is wat:

She had olive skin, deep, green eyes, and a thin, severe mouth. She walked toward us with a sort of hard-muscled sensuality, moving like someone who is capable of being fast and dangerous when necessary.

Hij heeft iets met gespierde vrouwen ook:

A dark-complected woman, as tall as the long-faced blonde, but older, solid with muscle and moving with an animal surety, had come into the room from a back door.

Serieus:

And then there she was, a girl of elegant height, perhaps eighteen or nineteen years of age—gawky and coltish, all long legs and arms, but with the promise of stunning beauty to add graceful curves to the lean lines of her body. She was dressed in a pair of my blue jeans, cut off at the tops of her muscled thighs, and my own T-shirt, tied off over her abdomen. A pentacle amulet, identical to my own, if less battered, lay over her heart, between the curves of her modest breasts. Her skin was pale, almost luminous, her hair a shade of brown-gold, like ripe wheat, her eyes a startling, storm-cloud grey in contrast. Her smile lit up her face, made her eyes dance with secret fires that still, even after all the years, made me draw in a sharp breath.

Vrouwen zijn meestal feminine, wat ze ook doen. Ze lopen feminine, spreken feminine, hebben feminine handen, een feminine gezicht, yada yada. En heel soms zijn ze zowel feminine als muscular:

I took the moment to roll to my hands and knees and attempt to slip away unnoticed, but was brought up short by a pair of bare, muscular, feminine legs. My gaze followed the legs up, past the skirt, to a magnificently bare-breasted torso encircled by a wolf-pelt belt, and then to a face dominated by eyes made eerie by the lack of anything recognizably sentient in them.

Hij vlijft ook zichzelf en personage omschrijven en heromschrijven. Dit is Susan, die we nu al zeker een keer of tien omschreven hebben gekregen:

I was muttering to myself and deep in my own sleep-deprived thoughts when I bumped into a tall, lovely woman, dark of hair and eye, full of mouth, long of leg. She was wearing a tan skirt and jacket with a crisp white blouse. Her raven brows furrowed in consternation until she looked up at me, and then her eyes glowed with a sort of friendly avarice. “Harry,” she said, her lips curving into a smile. She stood up on her tiptoes and kissed my cheek. “Fancy seeing you here.”

En dit is Susan een paar pagina’s later:

She hurried over to me, and then I felt Susan’s warmth against me as she slid one of my arms over her shoulder and pressed up against my side. She was wearing jeans that showed off her long legs, and a dark red jacket that complemented her dark skin. Her hair was tied back into a ponytail, and it made her neck look slender and vulnerable. Susan felt soft and warm beyond belief, and smelled clean and delightfully feminine, and I found myself leaning against her.

Dit is hoe hij zijn houding in boek twee omschrijft:

I have what might be considered a very out-of-date and chauvinist attitude about women. I like to treat women like ladies. I like to open doors for them, pay for the meal when I’m on a date, bring flowers, draw out their seat for them—all that sort of thing. I guess I could call it an attitude of chivalry, if I thought more of myself. Whatever you called it, Murphy was a lady in distress. And since I had put her there, it only seemed right that I should get her out of trouble, too.

En dit was hoe hij zich in boek één omschreef, pro memorie:

Maybe my values are outdated, but I come from an old school of thought. I think that men ought to treat women like something other than just shorter, weaker men with breasts. Try and convict me if I’m a bad person for thinking so. I enjoy treating a woman like a lady, opening doors for her, paying for shared meals, giving flowers—all that sort of thing.

Eumja. “That sort of thing”.

Voor de rest een stereotiep verhaal over weerwolven, met verschillende soorten weerwolven dan wel — in dit boek zijn lycantropen en loups-garous en weerwolven niet gewoon andere woorden voor hetzelfde, maar specifieke dingen:

  • een weerwolf is een mens die magie gebruikt om zijn vorm naar die van ene wolf te veranderen
  • een hexenwolf is een mens die een deal met een magiër of een demon gemaakt heeft, een amulet of een riem of zo gekregen heeft en een wolf wordt als die zijn ding aandoet
  • een lycantroop is een mens die er als een mens blijft uitzien, maar een “spirit of rage” in zijn hoofd heeft, en, zich als een beest gedraagt (en sneller geneest, beter tegen pijn kant, etc.)
  • en een loup-garou is een mens die door iemand zeer machtig is vervloekt om een wolf te worden bij volle maan (en oh ja die vloek kan ook erfelijk zijn)

Tja. Netuurlijk is er minstens één van elke soort (en nog een vijfde soort, maar spoilers).

Het leest als een trein, ook en vooral omdat er zo enorm veel bladvulling staat dat diagonaal lezen echt wel meer een noodzaak dan een keuze wordt. Op naar het derde, zeker?

Blender

Het was tijd, vond ik, om eens wat moeite te doen om iets beter te leren kennen.

Ik heb jaaaaaaren geleden nog veel dingen gedaan met 3D Studio. Voor DOS. In euh begin van de jaren 1990. Gekraakte versies natuurlijk — incluis die versie die leek alsof ze werkte maar na een paar duizend bewerkingen heel uw mesh onherroepelijk om zeep maakte — joy!

Daarna overgestapt op 3D Studio Max op Windows, wat gedefeld in Softimage en veel later zelfs nog wat in Cinema4D.

Om de zoveel tijd keek ik ook wel eens naar Blender, maar het verschil in gebruiksvriendelijkheid tussen de vroegste versies van Blender en toen 3ds Max was echt te groot.

De afgelopen pakweg vijf zes jaar, als ik om de één of andere reden iets in 3D nodig had, was het wél Blender, maar echt serieus verdiepen was er nooit echt bij. En dus was het altijd veel gegoogle om de kleine prutsen te doen die ik nodig had, en dan weer lang niets.

Ik wou eind vorige week een eenvoudig ding in 3D hebben, en het stak mij enorm tegen dat ik Blender niet in de vingers had. En dus heb ik er een paar uur in gestoken. Met goed gevolg: het begint te komen. Principes blijven principes natuurlijk, maar het is de handeling van de keyboard shortcuts en de muis en de interface.

Vandaag heb ik zeker zes uur gewerkt aan iets en het was redelijk in orde, al zeg ik heb zelf: mijn bureau in 3D met propere textures en alles. Ik wou dat ik het kon tonen, maar ik had de laatste keer gesaved na drie kwartier en een paar uur later is Blender gecrasht.

Ik had niet minste goesting om het allemaal opnieuw te doen — dit is wat ik gesaved had. Ziet, ’t is een monitor die licht geeft in het donker. 🙂

Ik had het bureau opnieuw gedaan want het was niet goed gedaan (zie hoe de texturing fout gaat), en ik had met veel zorgvuldigheid nog twee monitors gemaakt die helemaal anders waren, en mijn micro, en mijn laptop, en mijn keyboard.

Ahem ja. Ook dat is dus een les die ik vergeten was van 3D-programma’s sinds 3D Studio: voortdurend saven. 🙂

Dresden Files #1: Storm Front

Hooooooooboy.

Dit was dus niet de serie die ik in mijn hoofd had. Ik dacht aan The Laundry Files van Charles Stross, spionageverhaal meets Lovecraftiaanse horror meets bureaucratie, in Engeland.

Dit is een soort privédetective maar dan een tovenaar, in Chicago. Ik was ervan overtuigd dat het boek geschreven was ergens midden de jaren 1980, zó ahem “niet meer van deze tijd” dat het proza is. Ik bedoel, dit is de introductie van één van de personages:

Karrin Murphy was waiting for me outside the Madison. Karrin and I are a study in contrasts. Where I am tall and lean, she’s short and stocky. Where I have dark hair and dark eyes, she’s got Shirley Temple blond locks and baby blues. Where my features are all lean and angular, with a hawkish nose and a sharp chin, hers are round and smooth, with the kind of cute nose you’d expect on a cheerleader. It was cool and windy, like it usually is in March, and she wore a long coat that covered her pantsuit. Murphy never wore dresses, though I suspected she’d have muscular, well-shaped legs, like a gymnast.

Dit van een ander personage:

She was a good-looking woman, in her mid-thirtysomethings. Ash blond hair that I thought must be natural, after a morbid and involuntary memory of the dead woman’s dye job. Her makeup was tasteful and well applied, and her face was fair, friendly, with enough roundness of cheek to look fresh-faced and young, enough fullness of mouth to look very feminine. She was wearing a long, full skirt of palest yellow with brown riding boots, a crisp white blouse, and an expensive-looking green cardigan over it, to ward off the chill of early spring. She had to be in good shape to pull off a color combination like that, and she did it.

Dit van een derde:

She was a woman of average height and striking, dark beauty, wearing a crisp business jacket and skirt, hose, pumps. Her dark, straight hair was trimmed in a neat cut that ended at the nape of her neck and was parted off of the dark skin of her forehead, emphasizing the lazy appeal of her dark eyes. […] She put an elbow on the counter and propped her chin in her hand, studying me through narrowed eyes and thick, long lashes. One of the things that appealed to me about her was that even though she used her charm and femininity relentlessly in pursuit of her stories, she had no concept of just how attractive she really was.

Dit van een vierde:

Her hair was a burnished shade of auburn that was too dark to cast back any ruddy highlights, but did anyway. Her eyes were dark, clear, her complexion flawlessly smooth and elegantly graced with cosmetics. She was not a tall woman, but shapely, wearing a black dress with a plunging neckline and a slash in one side that showed off a generous portion of pale thigh. Black gloves covered her arms to above the elbows, and her three-hundred-dollar shoes were a study in high-heeled torture devices. She looked too good to be true.

Ja, een beetje véél male gaze, ja. En hoe hij zichzelf omschrijft (nog los van het cringefest dat hij altijd zijn lange zwarte jas en koboibotten aan heeft, dat hij bovenmenselijk goed is in al wat hij doet en zó knap dat alle vrouwen voor hem vallen), heeft een beetje véél weg van een neckbeards gedacht van een nice guy:

Maybe my values are outdated, but I come from an old school of thought. I think that men ought to treat women like something other than just shorter, weaker men with breasts. Try and convict me if I’m a bad person for thinking so. I enjoy treating a woman like a lady, opening doors for her, paying for shared meals, giving flowers—all that sort of thing.

Vandaar dat ik dacht: dit is een artefact van een andere tijd. Want we moeten daar eerlijk in zijn: het is een slécht geschreven boek. Het plot is vederlicht, de personages bordkartonnen wandelende clichés, en misschien nog het meest aanstootgevend van alles: de magie in de wereld trekt op geen ouwe slets. Mensen die een intern consistent systeem à la Brandon Sanderson gewoon zijn geworden, gaan het hier zeer moeilijk mee hebben. Incluis het potjeslatijn, en of hij nu al dan niet een toverstaf nodig heeft, en hoe hij toverdranken maakt (ja, ook een liefdesdrank, zucht):

I unfolded a clean white cloth where I’d had a flickering shadow stored for just such an occasion, and tossed it into the brew, then opened up a glass jar where I kept my mouse scampers and tapped the sound out into the beaker where the potion was brewing.

Een zakdoek met een schaduw erin? Een confituurpot met het geluid van trippelende muizenvoeten? Aargh!

Over het plot, trouwens: in een goed detectiveverhaal (wat dit probeert te zijn), is er bij de ontknoping zoiets van “ah ja, verdomme, ik had het moeten weten”. Ik zeg niet dat alle “regels” gevolgd moeten worden, maar het is toch een goed idee om een zekere lijn in het verhaal te houden. Dit had er geen. Het waren kleine toneeltjes, het ene na het andere, zonder veel logische samenhang.

Ik zou dit heel graag gelezen hebben toen ik twaalf was, in de periode dat ik dacht dat het geschreven was.

Blijkt dat Jim Butcher een jaar jonger is dan mij, en dat hij dit boek schreef in — houd u vast — het jaar 2000. Ahem. Neen. Niet goed genoeg. Serieus.

Maar bon. Het was rap uit, en ik lees dat het in de volgende boeken echt wel veel beter wordt. Ik ben heel erg benieuwd of dat waar is. Als het na, I dunno, een boek of zes zeven niet beter is, stop ik ermee. 🙂

Dat was dan weer de week

Ik weet nu al niet goed meer waarom, maar ik ben de werkweek begonnen met één van de zwaarste gevallen van negatieve goesting in lange tijd.

Maar echt: quasi totale demotivatie, ge kunt het u vrees ik nauwelijks inbeelden.

De week is gedaan, en uiteindelijk viel ze wel mee. Ik heb wat quick & dirty scriptwerk losgelaten op wat echte, complexe gegevens om tot een prototype te komen — altijd een uitstekend idee, een designgedacht toetsen aan de werkelijkheid: dat doet soms heel rare dingen, en hoe meer de dingen raar zijn, hoe beter. Want dat wil zeggen dat ge nu al problemen tegenkomt die een designer die niét doet wat ge doet, nooit zou tegenkomen. En dat het dus misschien pas tijdens de ontwikkeling naar boven komt, of worst case ná ontwikkeling. Wanneer het véél duurder of soms zelfs onmogelijk is om er nog iets aan te doen.

(In mijn geval gingen we er van uit dat bij configuratieveranderingen één set van dingen gedeactiveerd werden en een andere set dingen in de plaats geactiveerd. Blijkt dat de dingen waarover we dachten dat het ging, niet alleen bij configuratiewijzigingen veranderen, maar ook voor een aantal andere redenen. En bovendien dat bij het veranderen van configuratie niet echt die dingen zelf, maar groepen dingen aan en af gezet worden. Groepen waar, om het gemakkelijk te maken, één of meer dingen kunnen in zitten of zelfs helemaal geen dingen. Ja, ik weet het: gekheid.)

En verder was er werk waar ik niet naar uitkeek, maar dat uiteindelijk wel meeviel. En collega’s bij klanten waar het echt wel aangenaam mee samenwerken was. En werk dat ik wat uit het oog verloren was maar dat volgende week eerste ding aan de beurt is.

En ander werk waar het eens te meer een gemak was dat ik van event listeners en css-gedoe en ander net iéts meer technische shenanigans afwist. En nog ander werk waar ik niet meer de enige ben die geconfronteerd moet worden met een hemeltergende leverancier — gedeelde smart is halve smart.

En dichter bij huis, dat we nu al aan het spreken zijn over een offerte voor de nieuwe voordeur en echt zicht lijken te krijgen op binnendeuren en schrijnwerk.

Oh, en dat ik een green screen gekocht heb en dat het daar wijs spelen mee is.

Allez ju. Een week dichter bij, euh, de zomervakantie? Kerstvakantie? Mijn pensioen?

Te rap gedaan, dedju

Ik dacht nog: ik kom wel een week toe met vijf boeken, maar neen dus. Het waren dan ook toegegeven maar dunne boekjes, voor het grootste deel.

Ik heb vorige weken een aantal nieuwe boeken gelezen, ik heb deze week een reeks gelezen, ik dacht: ik ga nog eens een reeks lezen, maar dan een die wat langer is. Ik heb er een aantal van gelezen, lang geleden, maar het is niet alsof ik er mij meer dan een vaag idee van onderwerp van herinner, dus het plan is: de onderstaande lezen, tot het mij tegensteekt.

Hey and on an unrelated note: ’t is weekend!!!!!

Murderbot: Network Effect

Hoezee! ’t is een Murderbot-boek. Geen novelle die op géén tijd uit is deze keer. Wel een boek dat op geen tijd uit is, deze keer. 🙂

Ik las in een review op NPR

if the first books were episodes in a four-part TV miniseries, then Network Effect is the feature-length movie with the bigger budget and scope

en ik ben het daar niet noodzakelijk mee eens. Dit zou gewoon een tweede seizoen van de tv-serie kunnen zijn. Voor een film staat het niet genoeg op zijn eigen poten: dit is géén boek om te lezen zonder de vorige vier gelezen te hebben.

Network Effect leest ook als een verhaal in hoofdstukken: een inleiding met een paar karakterinteracties met nieuwe mensen, dan een avontuur op een schip, dan het schip redden, en dan tegelijkertijd vechten op een ruimtestation en een planeet enerzijds en op een ander schip anderzijds, om dan op het einde iedereen samen te brengen om overal mensen te redden.

Murderbot blijft groeien, personages uit de vorige boeken komen terug (en hoe!), en het eindigt met een zowaar voorzichtige opening naar Echte (niet-romantische alhoewel een mens zou beginnen twijfelen) Vriendschap en Nieuwe Avonturen.

Er wordt niet veel aan worldbuilding gedaan, maar in de achtergrond is die er natuurlijk wel: voor zover te reconstrueren is uit het verhaal, moet er héél lang geleden één of meer niet-menselijke alien beschavingen geweest zijn. Daar zijn tegenwoordig alleen nog archeologische dingen van te vinden of achterblijfsels van materialen (ik stel mij vuilnisbelten voor binnen tienduizend jaar: abnormaal hogen concentraties plastiek en glas en andere stoffen die een mens niet zou verwachten, en waar wel iets mee te doen is op de vrije markt).

Geen idee of er veel geweten is over die aliens, maar die overblijfsels zijn ook niet zó zeldzaam, want er zijn zeer duidelijke officiële regels over wat er al dan niet mee mag gedaan worden.

Bij de mensen moet er een eerste golf van colonisatie geweest zijn, via wormholes, van een hele grote reeks werelden. En die moeten dan min of meer uitgepieterd zijn, want ze zijn (ik heb de indruk niet meer dan een eeuw of twee of zo later) gevolgd door corporaties die grotendeels de rol van regeringen overgenomen hebben in de Corporation Rim — ik vermoed dat dat een plaatsaanduiding is. En de Aarde is vergeten, zo lijkt het wel. ’t Is dus een beetje gelijk de wereld van Alien, maar dan eeuwen later, en met niet één Weyland-Yutani maar een heel aantal Weylands-Yutani.

Logischerwijs kunnen we dus uitkijken naar onder meer échte levende aliens, in één van de volgende boeken. Het kan niet echt anders, denk ik.

Ah ja, Network Effect is aangeraden, natuurlijk.

Zeer aangeraden.

Murderbot: Exit Strategy

Boek vier, maar eigenlijk is het gewoon het einde van een wat langer verhaal. Voor hetzelfde geld (wel, eignelijk niet: voor vee minder geld) had het gewoon één boek kunnen zijn.

Het was een degelijk einde, maar ik had er gelijk toch wat meer van verwacht.

Zoals dat veel van de shenanigans waar de antagonisten (anonieme bedrijven) zich mee bezig houden eigenlijk te maken hebben met achterblijfsels van niet-menselijke aliens van lang geleden, en dat ik toch ergens gehoopt had op wat meer zicht op die dingen.

Maar hey, ’t is een fijn einde, het sluit proper af, de personages (vooral Murderbot zelf natuurlijk) maken een fijne evolutie door, A++ would recomment.

Ook dit, trouwens, was weer de lengte van een degelijke lange televisieserieaflevering.

Het zou niet verkeerd zijn om hier een miniserie van te maken. Met pakweg acht afleveringen of zo, perfect voor Netflix of Prime.

Met een asexueel en androgyn hoofdpersonage, en géén romantiek of sex in de lucht maar wel voorzichtige openingen naar meer vertrouwen en vriendschap. Dat zou ook nog wat zijn.

En aangezien het ook voortdurend gaat over kijken naar series, zou het wel grappig zijn om series-in-de-serie te hebben. Een totaal camperige Space 1999-achtige versie van Rise and Fall of Sanctuary Moon, waar moet ik tekenen?

Hoe meer ik er over nadenk, hoe meer ik het een uitstekend idee vind. Een snelle zoek door het interwebs geeft mij niet direkt het gevoel dat het al in the works zou zijn, dus maak er misschien rap eens werk van, gasten.

Murderbot: Rogue Protocol

Op het einde van het vorige boek weet Murderbot wat er gebeurd is toen hij een hele stapel mensen heeft vermoord die hij eigenlijk had moeten beschermen. Het heeft te maken met wat een bedrijf daar op die plaats aan het doen was, en dat bedrijf deed misschien ook iets verdachts op een andere plaats, en dus besluit hij naar die andere plaats te gaan.

(Het wordt alsmaar moeilijker om iets te schrijven zonder spoilers, want het voelt opnieuw maar aan als hoofdstuk drie in een boek dat eigenlijk vier keer langer had kunnen zijn en alle vier de eerste boeken van de reeks had kunnen bevatten.)

Het is alsof Wells alle verschillende archetypes van robots achtereenvolgend aan het woord laat: dickiaanse twijfelende androïde (Murderbot), banksiaans Mind (ART), sexbot (hier en daar, terloops), en hier dan een aandoenlijke asimoviaanse robot die door zijn eigenaar behandeld wordt als iets tussen geliefd intelligent huisdier en vriend (Miki).

Dit boek was, in tegenstelling met het vorige, véél meer actie. En nog meer dan het vorige boek, waar Murderbot zijn intellectuele meerdere tegenkwam, heeft hij hier niet meer automatisch overal en altijd de bovenhand.

Murderbot zelf blijft groeien, in al zijn contacten met mensen en niet-mensen. En blijft sarcastisch, en droog, en grappig, en onzeker, en complex.

En op het einde van het boek, jawel: meteen verder naar het volgende.

“Programmeren”

We zijn op het werk bezig iets dat in vier dimensies bestaat (x, y, z en tijd) in twee dimensies te proberen wurmen. Geen projectie, maar letterlijk x, y en z proberen platslaan.

Dat is, nodeloos te zeggen, niet evident.

We hebben een manier gevonden waar we een ruime consensus van de gebruikers over gekregen hebben, maar ik had het tot nog toe aleen maar getekend met ofwel een uitgevonden configuratie, hetzij de gegevens van een plaats waar ze zeer zorgvuldig alles precies zó hebben opgebouwd dat het lukt, dat platslaan.

De volgende stap was dus: echte gegevens in het ontwerp steken. Dat was ook al niet honderd procent evident: tekstschermen een voor een open doen in een heerlijk ouderwetse (maar uitstekende) MOTIF-toepassing, de schermen “printen” naar mijn eigen emailadres, een voor een attachments openen en omzetten naar een lijst van ID’s en start- en einddata (en reden, en groepering).

Dan had ik de data, maar moesten die gevisualiseerd raken. Het had natuurlijk manueel gekund: start en eind omzetten naar x-waarde en breedte van een balkje, en in het midden van dat balkje het ID zetten.

Ik heb het ook manueel gedaan, voor een kleine subset van gegevens, om te zien of het zou werken. Ja, het zou werken. Maar met honderden en honderden blokjes: geen goed idee om het met de hand te doen.

“Programmeren” dan maar. Niets ingewikkeld, gewoon vertrekken van een lijst om er een svg-bestand van te maken: een paar lijnen javascript en ’t was gepiept.

Maar het is zoals in The Feeling of Power (mutatis mutandis, gezien het onderwerp): het gevoel van iets te kunnen, hoe simpel ook, waarmee stapels en stapels werk kan vermeden worden.

En ook: direct zien wat er nóg allemaal zou kunnen. Want mijn eerste exploratie met echte data brengt meteen problemen naar voor, dingen die we niet voorzien hadden maar wel in de data zitten.

En de eerste naïeve visualisatie kan veel verbeterd worden, ook algoritmisch en dus zonder menselijk gefutz. En eens dat er is, kunnen er nog binnen die blokjes heatmaps gemaakt worden (waar ik ook de data van kan krijgen). En dan kan het allemaal interactief gemaakt worden ook. En geprototypeerd. En alles.

…maar dán begint het kosten/batengewijs misschien niet meer zo interessant te worden, en moet het misschien wel aan échte programmeurs overgelaten worden.

Ik zou dat wel graag doen voor mijn werk, dat soort dingen. Gelukkig doé ik het tegenwoordig ook af en toe.

Murderbot: Artificial Condition

Dus, Murderbot noemt zichzelf Murderbot onder meer omdat weet dat hij ooit een hele hoop mensen dood heeft gemaakt die hij eigenlijk had moeten beschermen. Na die gebeurtenis is zijn geheugen gewist (maar niet helemaal, omdat een deel van zijn geheugen organisch is en niet echt wisbaar). Een tijd daarna heeft hij zijn governor module gehackt, waardoor hij niet meer gecontroleerd kan worden door het bedrijf dat zijn eigenaar is.

Op het einde van het vorige boek is hij eigendom geworden van het hoofd van een regering van een plaats waar intelligente andoïden zoals hij ook rechten hebben. Beperkte rechten, want ze hebben nog altijd een eigenaar, maar toch.

Murderbot kiest er meteen voor om niét mee te gaan met zijn nieuwe vrienden, maar terug te keren naar de plaats waar hij al die mensen had gedood, om er het fijne van te weten te komen.

Hij vraagt aan een leeg schip dat naar daar gaat of hij eventueel mee zou mogen gaan, en schets zijn verbazing als blijkt dat het een écht intelligent schip is. Gelijk, niet zomaar een schip met een bot aan het stuur, maar een serieus intelligent schip, grootteordes slimmer dan hem. Het schip, dat hij ART doopt (voor Asshole Research Transport), is een fijne mengeling van enorm intelligent maar ook nul ervaring in het echte leven, en het is serieus grappig en ontroerend hoe het schip leert omgaan met menselijke emoties door samen met Murderbot naar soaps te kijken.

Niet dat Murderbot zelf vreselijk goed is met menselijke emoties of zo, daar niet van.

Ook dit boek was eigenlijk maar een degelijke tv-aflevering lang, ook dit verhaal was uitstekend.

De auteur doet ook helemaal niet alsof het een alleenstaand boek is: het begint meteen na het einde van het eerste boek, en het eindigt met het derde boek helemaal in het vizier.

Murderbot: All Systems Red

Welwel, ik ben content. Het deed me enorm hard denken aan de robotverhalen van Asimov, maar dan vele keren beter.

En OK, dat is geen eerlijke vergelijking want Asimov begon meer dan 80 jaar geleden aan zijn robotverhalen, en het is dus logisch dat ze niet meer van deze tijd zijn. Maar toch: het fantastische The Bicentennial Man en de R. Daneel Olivaw-verhalen zindert hier door, in het conflict tussen robot en mens en vrije wil en parallellen met slavernij.

Het hoofdpersonage is een SecBot, een androïde veiligheisrobot met biologische onderdelen. Hij noemt zichzelf Murderbot, en de toon wordt al meteen gezet in de eerste paragraaf:

I could have become a mass murderer after I hacked my governor module, but then I realized I could access the combined feed of entertainment channels carried on the company satellites. It had been well over 35,000 hours or so since then, with still not much murdering, but probably, I don’t know, a little under 35,000 hours of movies, serials, books, plays, and music consumed. As a heartless killing machine, I was a terrible failure.

Het leven steekt hem tegen en hij kijkt vooral series — ik voelde al meteen een zekere band. 🙂

Ik vond het een zeer fijn boek. Boekje, eigenlijk, want de inhoud is zo ongeveer nét genoeg om een degelijke spannende televisie-aflevering uit te halen. Een novelette, dat ze zeggen.

Murderbot is getormenteerd en zit gewrongen tussen trouw aan zijn klanten en een algemeen gevoel van half constante paniek, half je-m’en-foutisme, en op het einde van het boek wordt de deur naar een vervolg zó opengezet, dat ik meteen na de laatste pagina aan het tweede boek begonnen ben. En qua worldbuilding is het ook helemaal in orde: ook daar shades of Blade Runner, echos of Alien, enorm veel dingen die ik al eerder las, maar fris genoeg gebracht om niet als afkijken maar als algemeen referentiekader te beschouwen.

Het smaakte naar meer, en laat dat nu net zijn waar er nog van is wegens nog drie korte en dan een langer boek!

Verbouwingen: het dak: perspectief!

We hebben vandaag samengezeten met architect en dakmens en mezelf, en besproken wat er allemaal gedaan zou kunnen worden en zou moeten worden.

In het kort: het regent binnen, omdat de antieke Boomse pannen niet goed aansluiten, en denk ik ook omdat het onderdak op geen slets trekt. En behalve dat het binnen regent, is de isolatie van het dak quasi niets, waardoor het in de winter koud is, maar vooral in de zomer ondraaglijk warm.

Dus: isolatie toevoegen, en nieuwe pannen op een wellicht nieuw onderdak. En nieuwe vensters in het dak steken, want die zijn nu oud en aan de ene kant veel te klein. En ook: veel minder dakdoorsteken hebben (aan één kant zitten er zeven buizen door het dak, waarvan een deel samen kan gevoegd worden en een ander deel niet meer nodig is). Moeilijkheid: het dak dat we nu hebben is letterlijk eeuwen oud, en dus scheef aan alle kanten. Ook moeilijkheid: het dak is moeilijk toegankelijk, vooral aan één kant, waar het buurhuis een verticale muur is.

Maar goed. Voor elk probleem zijn er oplossingen. We kunnen dingen naast de kepers nagelen zodat we een vlak oppervlak hebben om daarop isolerende platen te leggen en dan nog andere isolatie en dan pannen of zoiets, en dan gaat er nog iets moeten geregeld worden voor de goten en zo, en in het ideale geval doen we het allemaal in één trok met de voorgevel erbij.

Concreet: binnen een paar weken krijgen we wellicht een offerte (met zeer veel onzekerheden in wegens ha ja we gaan zéker verrassingen tegenkomen tijdens de werken). Voor de uitvoering van de werken: het is a priori niet 100% onmogelijk dat er eventueel in de loop van dit jaar nog zou kunnen gedacht worden aan beginnen.

We hebben dus een zeker perspectief. Een zeker. Perspectief.

Het plan voor deze week

Ik heb gisteren lang en hard gezocht naar dingen die ik deze week zou kunnen lezen. Childeren of Ruin en The Archive of Alternate Endings stonden voorlopig op de lijst, maar toen kwam ik een harde aanrader voor Network Effect tegen.

Dat is het vijfde boek in een reeks die al een tijd op mijn te lezen-lijst stond, The Murderbot Diaries. En dus is dit het plan geworden voor deze week:

Ik ga er geen race van maken of zo, ’t is écht niet de bedoeling om een boek per dag te lezen. Het is vorige week toevallig wel ongeveer zo uitgedraaid, maar ik ga er echt geen bewuste dwangneurosegewoonte van maken. 🙂