Een gemak

Ik heb de boeken op papier gekocht, ik vind dat het dus geen probleem is als ik ze ook digitaal ergens, euh, vind.

En eens ik de boeken digitaal heb, is het natuurlijk gemakkelijk om er dingen mee te doen. Zoals bijvoorbeeld tellen hoeveel keer een woord voorkomt, of het aantal unieke woorden tellen.

Wat een enorm gemak, dat er notebooks in VS Code zitten:

Dat geeft mij het aantal unieke woorden in elk van de 36 Gor-boeken — een totaal van Bijna vierentwintigduizend bladzijden (23.858 om exact te zijn) — op 3.5 seconden. Zot.

Nog meer informatie?

De meest voorkomende woorden zijn (in volgorde) the, I, of, to, and, a, in, she, it, her, not, was, he, you, is, had, that, be, as, on, my, me, with, for, are, slave, at, would, from, his, have, then, they, were, but, or, do, been, asked, master, we, there, this, no, their, by, so, what, might en will.

Allemaal voor de hand liggende woorden — op nummer 26, tussen are en at: slave. En op plaats 40: master. Ja, ’t geeft een beetje een idee waar de auteur van wakker ligt.

…maar dan bedacht ik ineens, bij het bekijken van die meest voorkomende woorden, dat mijn simpel script van hierboven veel té simpel was. Op plaats 39 van alle woorden staat “asked”, dat 21.716 keer voorkomt in de 36 boeken. Maar dat is niet alles: er is ook nog “ask” (plaats 1124), “asking” (3993) en “asks” (9844). Dat geeft de indruk dat er meer woorden zijn dan er eigenlijk gebruikt worden.

Gelukkig is het gemakkelijk om daar een mouw aan te passen: Natural Language Toolkit to the rescue! Ik pak de lijnen in de tekstbestanden, haal er de woorden uit en lemmatiseer ze, ’t is te zeggen, ik haal er het stamwoord uit. Dat maakt van “I am asking you if he was eating” eerst ['I', 'am', 'asking', 'you', 'if', 'he', 'was', 'eating'] en dan ['I', 'be', 'ask', 'you', 'if', 'he', 'be', 'eat'].

Op die manier kom ik op een wat meer correcte inschatting van hoeveel woordenschat in elk boek van de Gor-reeks gebruikt wordt: de blauwe lijn hieronder, as opposed to de grijze lijn die ik daarnet had. Niet dat het uiteindelijk een groot verschil geeft, want de verhoudingen blijven quasi precies gelijk, maar ’t is toch correcter:

John Norman gebruikt trouwens in totaal 31.878 verschillende woorden in zijn 36 boeken. Dat is iets meer dan Shakespeare — op het internet lees ik dat hij er 31.534 zouden gebruikt hebben in zijn werk, maar als ik precies dezelfde methode op Shakespeare’s verzameld werk loslaat, kom ik zelfs maar op op 26.608 woorden. Het is me d’er eentje, John Norman.

De langste woorden in de Gor-boeken, als ik samengestelde woorden ook meereken, zijn trouwens “at-least-temporarily-inaccessible”, “possibly-looking-for-a-switching” en “hands-behind-the-back-of-the-neck” en “hands-behind-the-back-of-the-head”. Tja.

En er zit ook een propere verdeling in de woorden, qua lengte:

Een mens moet er niet bij stilstaan dat dergelijke dingen vroeger met de hand gedaan werden. Tellen hoeveel woorden er in een boek zijn en zo.

Incidentally

Het was mij niet opgevallen in het eerste boek, omdat het al met al nog redelijk beperkt bleef en niet altijd als inleiding voor een discursus gebruikt werd:

  • Interestingly enough, the word for meat is Sa-Tassna, which means Life-Mother. Incidentally, when one speaks of food in general, one always speaks of Sa-Tassna.
  • I would have given my name as Tarl Cabot of Ko-ro-ba, or, more simply, as Tarl of Ko-ro-ba. The Lower Castes, incidentally, commonly believe that the names of the High Castes are actually use-names and that the High Castes conceal the real names.
  • It is interesting, incidentally, that in the Gorean language, the word for stranger is the same as the word for enemy.

Maar in de volgende boeken is het vaak het begin van een ellenlange uitleg over dingen die eigenlijk weinig of niets met het verhaal zelf te maken hebben.

  • The purpose, incidentally, of the brief garment of the female slave is not simply to mark out the girl in bondage but, in exposing her charms, to make her, rather than her free sister, the favoured object of raids on the part of roving tarnsmen. (volgt een les sociologie en klederdracht)
  • Chronology, incidentally, is the despair of scholars on Gor, for each city keeps track of time by virtue of its own Administrator Lists. (volgen drie bladzijden over tijdsrekening en kalenders)
  • I was told, incidentally, that the language of the Priest-Kings does possess more morphemes than English but I do not know if the report is truthful or not, for Priest-Kings tend to be somewhat touchy on the matter of any comparisons, particularly those to their disadvantage or putative disadvantage, with organisms of what they regard as the lower orders. (volgt een cursus fonologie)
  • Their basic mathematics, incidentally, begins with ordinal and not cardinal numbers, and the mathematics of cardinal numbers is regarded as a limiting case imposed on more intuitively accepted ordinalities. (meer over wiskunde bij aliens)
  • Incidentally, Gorean coins are not made to be stacked and accordingly, because of the possible depth of the relief and the consequent liberties accorded to the artist, the Gorean coin is almost always more beautiful than the machine-milled, flat, uniform coins of Earth. (volgt een cursus vergelijkende numismatiek)
  • The nose ring, most often, is worn by a slave. These rings, incidentally, those for the ears and for the nose, do not serve simply to bedeck the female. They also have a role to play in her arousal. (volgt een les erogene zones)

Ik vind het enorm grappig hoe Norman zich niet kan inhouden om mensen een uitleg te geven. Zoals deze klassieker:

“It will be a convenience for me to have a name for you,” I said.

“Yes, Master,” she said.

“You are, ‘Feiqa’ ” I said, naming her.

“Thank you, Master,” she breathed, elated, ‘Feiqa’ is a lovely name. It is not unknown among dancers in the Tahari.

Other such names are ‘Aytul’  ‘Benek’, ‘Emine’, ‘Faize’, ‘Mine’, ‘Yasemine’ and ‘ Yasine’. The ‘qa’ in the name ‘Feiqa’, incidentally, is pronounced rather like ‘kah’ in English. I have not spelled it ‘Feikah’ in English because the letter in question, in the Gorean spelling, is a ‘kwah’ and not a ’kef’. The ‘kwah’ in Gorean, which I think is possibly related, directly or indirectly, to the English ‘q’, does not always have a ‘kwah’ sound. Sometimes it does, sometimes it does not; in the name ‘Feiqa’ it does not. Although this may seem strange to native English speakers, it is certainly not linguistically unprecedented. For example, in Spanish, certainly one of the major languages spoken on Earth, the letter ‘q’ seldom, if ever, has the ‘kwah’ sound. Even in English, of course, the letter ‘q’ itself is not pronounced with a ‘kwah’ sound, but rather with a ‘k’ or ‘c’ sound as in ‘kue’ or ‘cue’.

I gathered my shield and weapons from the grass near us, where they lay with my pack. I slung my helmet over my left shoulder. I set my eyes to the southeast, away from the high gray walls of Samnium.

“Fetch my pack, Feiqa,” I said.

Fantastisch.

Mijn hypothese was dat hij het na een paar boeken beu zou zijn om stapels en stapels worldbuilding te doen, en dat het gebruik van “incidentally” dus wel zou afnemen. Een hypothese is er om te testen, en dus ben ik de boeken allemaal afgegaan. 🙂

Neen dus. We blijven dingen bijleren, en dingen bijleren. Deze is van boek 29:

Gorean, incidentally, is written “as the bosk plows,” which requires an alternating laterality, the first line read from left to right, the second from right to left, and so on.

Ongelooflijk, dat we 28 boeken lang niet wisten dat Goreaans boustrofedon geschreven werd!

Maar kijk, als ik een grafiekje maak, is het wél alsof hij het op een bepaald moment opgegeven heeft. Het gaat gemiddeld alsmaar naar boven met de “incidentally, ” — maar dan in 2011, bij het dertigste Gor-boek, verandert het plots helemaal voor de laatste zeven boeken.

Misschien zag John Norman het niet meer helemaal zitten. Misschien was de wereld genoeg omschreven. Of misschien (de samenzweringsdenker in mij) is dat wel een aanduiding dat het dan plots slechter is beginnen gaan met hem. In 2011 werd hij 80 — zou het hetzelfde kunnen zijn als bij Agatha Christie, dat min of meer kan aangetoond worden wanneer dementie begint toe te slaan?

De woordenschat wordt in ieder geval niet minder rijk met de leeftijd, als ik tel hoeveel unieke woorden er in elk boek staan:

Het leven is: stukje bij beetje alles kwijtraken

Het is gedichtendag, hoezee. Ik heb er geen idee van waarom het in Vlaanderen en Nederland op de laatste donderdag van januari valt. Waarom Behoud de Begeerte ervoor koos om aan te sluiten bij de Landelijke Gedichtendag en niet bij de wereldwijde gedichtendag van de UNESCO op 31 maart, maar bon.

Ik las vanmorgen op de facebooks bij Kelly, à propos vergelijken met anderen, naar aanleiding van Wordle:

Ik las daar onlangs een goed boek over. “The gap and the gain”, van Dan Sullivan en Benjamin Hardy. ⁠

Hun tip? Always measure backwards. In plaats van op het blad van een ander te kijken, kijk je altijd naar van waar jij komt. Dan zit je sowieso in the gain, en niet in de kloof tussen waar jij zit en waar een ander zit. Of waar je volgens een of andere perfectionistische fantasie zou moeten zijn. ⁠

Ja natuurlijk, goeie tip: in plaats van te kijken wie het grootste stuk taart gekregen heeft, gewoon bedenken dat het even goed géén taart had kunnen zijn. Of gestolde erwtensoep.

Maar tegelijkertijd ook: neen. En op verschillende manieren:

  1. Plus est en vous. Ik weet dat het niet gezond is, maar ik vind dat het soms echt nodig is om u te meten aan het beste dat mogelijk is. Als we op het werk iets maken, dan denk ik nooit “mja, ’t is toch al beter dan het vroeger was”. Dan denk ik altijd aan alle andere voorbeelden van waar het veel en veel beter gedaan is. Ik heb altijd in mijn hoofd: daar moeten we naartoe. En zolang we daar niet zijn, is het eigenlijk niet goed genoeg.
  2. Vaak — meestal — is het vanaf een bepaald moment gewoon op veel vlakken bergaf. En soms — vaak — is het vanaf een bepaald moment gewoon te laat om daar op welke manier ook nog iets aan te doen. Dan is het redelijk kut om always backward te measuren. Ik hoor u zeggen “kies dan andere dingen om te measuren, gelijk ‘berusting’ of ‘maturiteit’ of zoiets”. En dan denk ik “jaja”.

Maar dus over dat laatste, het onvermijdelijk bergaf gaan, moest ik meteen denken aan de prachtige woorden dispossession by attrition, in het fantastische An Undoing World van de Klezmatics. Ik weet dat ik het hier al stapels keer gepost heb, maar hey, ’t is gedichtendag, en als dit geen gedicht is, weet ik het ook niet meer.

Nog buiten de elk jaar meer prangende inhoud — vluchtelingen, weetwel — is het gedichttechnisch zo leutig, met al die alliteraties en dink. En de tekst van Tony Kushner is is dan ook nog eens op heerlijke muziek gezet, what’s not to love?

By the time we’re done with dancing
Elsewhere darling you’ll be glancing
And the night’s a river-torrent tearing us apart
Merely melody entwined us
Easily the ties that bind us
Break in fibrillations of the heart
Don’t cry out or cling in terror
Darling that’s a fatal error
Clinging to a somebody you thought you knew was yours
Dispossession by attrition is a permanent condition
That the wretched modern world endures

You drift away, you’re carried by a stream
Refugee a wanderer you roam;
You lose your way, so it will come to seem:
No Place in Particular is home
You glance away, your house has disappeared
The sweater you’ve been knitting has unpurled
You live adrift, and everything you feared
Comes to you in this undoing world

Copper-plated, nailed together, buffeted by ocean weather
Stands the Queen of Exiles and our mother she may be
Hollow-breasted broken-hearted watching for her dear departed
For her children cast upon the sea
At her back the great idyllic land of justice
For exilic peoples ponders making justice private property
Darling never dream another woman might
Have been your mother
Someday you may be a refugee
A refugee, who’s running from the wars
Hiding from the fire-bombs they’ve hurled;
Eternally a stranger out-of-doors
Desperate in this undoing world

Mother for your derelicted
Children from your womb evicted
Grant us shelter harbor solace safety
Let us in!
Let us tell you where we traveled
How our hopes our lives unraveled
How unwelcome everywhere we’ve been

Wordle

Ik ben een laatkomer, voor Wordle. ’t Is nog maar een week of twee dat ik er alle dagen naar op zoek ga. In het begint in de loop van de dag eens, tegenwoordig gewoon meteen na middernacht.

Het is nog geen middernacht nu. ’t Is nog een paar minuten wachten:

Ik ben ook niet de enige in huis: zowel Zelie als Sandra doen ook mee, iets na middernacht. ’t Is natuurlijk maar “gewoon” Lingo, dat op duuzd televisiezenders uitgezonden is geweest geworden, maar er is iets verbindend aan het deit dat heel de wereld elke dag maar één keer kan spelen, en dat iedereen hetzelfde woord heeft.

En dat er geen tijdsdruk is:

Nog drie minuten.

Nog twee minuten.

Nog één minuut.

Tadzam!

Ding ding ding:

Wordle 222 3/6

⬛🟩⬛⬛🟩
⬛🟩🟩🟩🟩
🟩🟩🟩🟩🟩

Nog 23u en 56 minuten. 🙂

Gor #5: Assassin of Gor

Ik was dit boek beginnen lezen aan een slakkentempo: hier een paar pagina’s in de zetel, daar een paar pagina’s in bed. Ik ben er aan begonnen op 16 januari en ik heb het uitgelezen op 25 januari, dat geeft u een idee.

Maar dat wil eigenlijk niets zeggen over hoe ik het gelezen heb: het eerste pakweg derde tussen 16 en 25 januari, terwijl ik nog een stuk of vijf andere boeken ook aan het lezen was, en terwijl ik ook een reeks televisieseries gekeken heb die ik vorig jaar gemist had.

En dan het tweede derde in één ruk diep in de nacht van 25 januari.

Zó spannend! Zó goed! Dit is veruit het beste boek in de reeks tot nog toe.

Tarl Cabot is vermoord. Kuurus de moordenaar, van de kaste van de moordenaars, gaat naar de stad Ar om de moord op Tarl Cabot te wreken.

Maar eigenlijk — spoiler warning! — is Kuurus gewoon Tarl Cabot zélf. Die in opdracht van de Priester-Koningen komt kijken wat er aan de hand is in Ar, de grootste stad van Gor. Er is een slavenhandelaar die meer en meer invloed krijgt, die heelder contingenten ontvoerde vrouwen van de Aarde aan het trainen is, en waar de Priester-Koningen van vermoeden dat hij een agent is van de aliens waar zij al miljoenen jaren tegen vechten.

Vella — Elisabeth uit het vorige boek — doet zich voor als een Goreaanse slavin en werkt van binnenuit, terwijl Tarl zich als een gast en minofmeerbodyguard van de slavenhandelaar voordoet.

Ar is enorm duidelijk vooral op Rome geïnspireerd. Logisch: het is al eeuwen en eeuwen dat de Priester-Koningen aardlingen ontvoeren, de gebruiken van Ar zijn gewoon door échte Romeinen begonnen. Er zijn gladiatorengevechten, er zijn races op tarns die spannender zijn dan het beste dat in Ben Hur te zien was. Er zijn een hele reeks fijne personages, er zijn zowaar vrouwen met agency, en zoals ik al zei: het is machtig spannend. En een zeer schoon einde.

John Norman blijft John Norman, uiteraard. De world is al meer dan goed gebuilt, maar hij blijft enorm lange discursussen doen als het eigenlijk niet echt nodig is. Is er een slavin in een slavenhalsband? Hierzo, meer informatie over sloten op Gor:

The small, heavy lock on a girl’s slave collar, incidentally, may be of several varieties, but almost all are cylinder locks, either of the pin or disk variety. In a girl’s collar lock there would be either six pins or six disks, one each, it is said, for each letter in the Gorean word for female slave, Kajira; the male slave, or Kajirus, seldom had a locked collar; normally a band of iron is simply hammered about his neck; often he works in chains, usually with other male slaves; in some cities, including Ar, an unchained male slave is almost never seen; there are, incidentally, far fewer male slaves than female slaves; a captured female is almost invariably collared; a captured male is almost invariably put to the sword; further, the object of slave raids, carefully scouted, organized and conducted expeditions, is almost always the acquisition of females; commonly one cylinder is struck, its bridges sealed off, its compartments broken into and ransacked for gold and beauty; the men of the compartment are slain and the women stripped; those women who do not please the slavers are slain; those that do have the goods of the compartment tied about their necks and are herded to the roof, with whip and slave goad, either to be bound across tarn saddles or thrust bound into wicker slave baskets, covered and tied shut, carried beneath the great birds in flight; sometimes, after only a quarter of an Ahn, before adequate reinforcements can be summoned, the slavers depart with their booty, leaving behind a flaming cylinder; slavers can strike any city but they are particularly a scourge to those cities which have not trained the tarn, but depend on the ponderous tharlarion.

Een reis duurt misschien wel een maand? Ho! Tijd voor een korte uitleg over de kalender op Gor:

It was one day to Thentis by tarn, but in the wagon we knew the trip would take perhaps the better part of one of the twenty-five day Gorean months. There are twelve twenty-five day Gorean months, incidentally, in most of the calendars of the various cities. Each month, containing five five-day weeks, is separated by a five-day period, called the Passage Hand, and every other month, there being one exception to this, which is that of the last month of the year is separated from the first month of the year, which begins with the Vernal Equinox, not only by a Passage Hand, but by another five-day period called the Waiting Hand, during which doorways are painted white, little food is eaten, little is drunk and there is to be no singing or public rejoicing in the city; diring this time Goreans go out as little as possible; the Initiates, interestingly enough, do not make much out of the Waiting Hand in their ceremonies and preachments, which leads one to believe it is not intended to be of any sort of religious significance; it is perhaps, in its way, a period of mourning for the old year; Goreans, living much of their lives in the open, on the bridges and in the streets, are much closer to nature’s year than most humans of Earth; but on the Vernal Equinox, which marks the first day of the New Year in most Gorean cities, there is great rejoicing; the doorways are painted green, and there is song on the bridges, games, contests, visiting of friends and much feasting, which lasts for the first ten days of the first month, thereby doubling the period taken in the Waiting Hand. Month names differ, unfortunately, from city to city, but, among the civilized cities, there are four months, associated with the equinoxes and solstices, and the great fairs at the Sardar, which do have common names, the months of En-’Kara, or En-’Kara-Lar-Torvis; En-’Var, or En-’var-Lar-Torvis; Se-’Kara, or Se-’Kara-Lar-Torvis; and Se-’Var, or Se-’Var-Lar-Torvis.

En ja, de casual meer dan extreme mysoginie blijft natuurlijk wat ze was:

Elizabeth’s knot was a fifty-five turn knot. Mine was fifty-seven.

She had threatened to invent a knot with more than fifty-five turns but when I had threatened to beat her she had yielded to reason.

Maar dat kan de pret niet drukken. Ik had gehoord dat het vanaf boek zes ongeveer helemaal de dieperik in gaat. Ik ben benieuwd.

Weer coronavrij!

Onze jongste had Covid-19 (geen idee welke variant). Ze is een week in haar kamer opgesloten, er vanochtend weer uitgekomen, en dat was dat: we zijn weer allemaal vrij van besmettelijke ziekten.

Ze is natuurlijk ook uit haar kamer gekomen, met een mondmasker, om haar eten te komen halen, maar we hebben het gemak dat er op het tweede verdiep een douche en een toilet is en ook dat het een tiener is en dus dat er niet zo enorm veel reden was om buiten te komen.

Voilà. Zo kunnen we er weer een beetje tegen. In de klas van de jongste zoon zijn er gelijk dertien of zo die het hadden, maar hijzelf — ondanks zijn nogal serieus sociaal leven — heeft het niet gehad. En niemand anders hier.

Vingers gekruist dan maar, zeker?

Een verse start

Het voelt aan alsof het pas morgen weer gewoon werk is: ik was er in december niet, en mijn naaste collega was uit met een medische aangelegenheid. Maandag is hij terug, en dan gaan we denk ik gewoon weer verder zoals de afgelopen bijna vier jaar.

Het zal bijna twee maand geleden zijn dat we nog echt samengewerkt hebben. 🙂

Afijn. Op het programma voor volgende week: allerlei dingen afwerken en opstarten voor klant A en een belangrijke workshop voor klant B.

Voor klant A zijn er zoals elke week een reeks vaste meetings (ma/wo/vr development discussion & alignment, een wekelijkse meeting op woensdag en twee andere op donderdag, een biweekly op woensdagochtend, een vierwekelijkse confcall op vrijdag), en daarnaast een stand van zaken op maandag, een workshop op dinsdagochtend en een priority check op dinsdagmiddag. In principe is er elke dag ook stand-up, maar daar ga ik niet altijd naartoe wegens teveel andere meetings. En uiteraard komen er ongetwijfeld een hele reeks ad hoc meetings bij ook.

Voor klant B is er een dry-run en een wekelijkse statusmeeting op maandag, de workshop op dinsdag, en dan zien we wel verder.

Daarnaast nog een meta-meeting over het werk dinsdagavond en een design clinic woensdagnamiddag.

Ik heb nog een uur of tien in totaal over, in stukjes en beetjes tussen de meetings door, om nietvergaderwerk te doen. 🙂

Lupin

Ik was vorig jaar niet naar televisie aan het kijken, dus ik heb veel gemist. Ik ben een beetje aan het inhalen: vandaag twee seizoenen van Lupin gezien. Maar zo goed.

Van de boeken heb ik er maar een paar gelezen, maar de televisieserie uit de jaren 1970: daar heb ik denk ik alle afleveringen van gezien, of dan toch bijna. Ze werden een paar jaar nadat ze ’s avonds getoond werden (eerste seizoen in 1971, tweede seizoen in 1973 -1974) heruitgezonden. Ik weet niet precies wanneer het was, maar ik vermoed ergens rond 1980. Ik was in alle geval zeer onder de indruk.

De nieuwe Lupin is helemaal anders, maar echt wel zeer goed. Content dat ik het gezien heb.

Bah

Ik voelde vannamiddag iets kriebelen op mijn hoofd. Allergie aan de shampoo? Nee, dat zou niet een paar dagen na de shampoo plots komen opdagen. Allergie aan de regen misschien, omdat ik vandaag voor het eerst in eeuwen nog eens regen op mijn hoofd heb gehad?

Nu, eerlijk gezegd: het kriebelde vannamiddag en dat was dat, veel meer zou ik er niet aan gedacht hebben — waren het niet dat het vanavond weer kriebelde. En veel.

Ik ben de afgelopen twee jaar, voor de duidelijkheid, bij niemand in de buurt geweest. En toch, toen ik naar de badkamer ging, de luizenkam bovenhaalde en door mijn haar haalde, zat die stampvol luizen.

Maar serieus. Hoé zelfs?

Ik heb gelukkig niet zo enorm veel haar dat het veel werk is om er helemaal door te gaan met de luizenkam. Wat ik dan ook gedaan heb. Tot er geen enkel spoor meer te vinden was van wat dan ook dat in de verte aan luizen deed denken. Overmorgen opnieuw. En om de twee dagen, zeker twee weken. De natkammethode ftw.

Bah. Bah. Bah.

Papieren boeken

Ik koop bijna geen enkel papieren boek meer. Ik heb een bibliotheek met duizenden papieren boeken, maar ik kan mij niet meer herinneren wanneer ik nog eens een boek op papier heb gelezen. Of wacht, toch: ik was begonnen aan Revolusi vorige jaar, maar ik zag het na een half hoofdstuk niet meer zitten en ik ben dan maar op e-book overgestapt.

Ik zeg “e-book”, en een mens zou dan denken “Kindle”. Ik heb uiteraard een Kindle, meer dan een paar zelfs, verdeeld over het hele huishouden. Maar nu ik alleen maar thuis meer lees (as opposed to vroeger op weg van en naar het werk), lees ik voornamelijk op mijn telefoon.

Het scherm is ruim goed genoeg dat ik er geen pixels op zie, en vooral: het is klein genoeg om met één oog te kunnen lezen zonder dat ik veel moeite moet doen. Ik zie namelijk zó slecht, dat ik zonder bril geen boek kan lezen met twee ogen. En ik heb het altijd al aangenamer gevonden om te lezen zonder bril dan met.

Maar toch bekruipt mij soms de goesting om boeken op papier te hebben. Soms omdat het gewoon beter is of omdat ik de boeken wil hebben in plaats ze ergens in een min-of-meer-DRM-achtige omgeving te hebben. Kookboeken, degelijke uitgaven van comics, hardcovers van reeksen die ik al lang volg, dat soort dingen.

Mijn vader had een veelvoud van de boeken die ik heb. Ze staan nog altijd thuis, duizenden en duizenden en duizenden boeken. Voornamelijk paperbacks; het leek soms alsof hij er elke dag wel minstens één kocht. In die uitgebreide collectie waren er reeksen boeken die enorm opvielen: van Edgar Rice Burroughs stonden alle Tarzan-boeken er, en alle Barsoom-boeken. Een hele reeks Jules Verne. En natuurlijk meer dan honderd Bob Morane-boeken van Henri Vernes. Hele planken vol boeken met precies dezelfde rug, in witte (Burroughs) of gele (Bob Morane) paperbacks, of in blauwe hardcovers (Verne).

Ik heb alles van Burroughs en Verne gelezen, maar niet meer dan denk ik een paar tiental Bob Moranes gelezen: de boeken konden niet op tegen mijn vader. Als we klein waren kon mijn vader hele verhalen improviseren, stemmen incluis, waar Bob Morane en Bill Ballantine (inclusief Schots accent) het uitvochten met L’Ombre Jaune (chineesachtige stem) en vooral Roman Orgonetz (oosteuropeesachtig accent), met tussenkomsten van de listige Miss Ylang-Ylang (vietnameesachtig accent).

De meest uitgebreide reeks in mijn bibliotheek is wellicht Discworld, waarvan ik alle 41 boeken in huis heb. Ik heb natuurlijk ook nog stapels andere reeksen staan, maar zelfs Discworld is niet zo herkenbaar als Verne, Bob Morane en Burroughs waren: het gebeurt gelijk niet meer, dat boeken decennia aan een stuk min of meer hetzelfde design aanhouden.

En dus heb ik besloten om daar iets aan te doen. Ik heb op eBay voor 35 dollar een hele reeks Gor-boeken gekocht. Ik wéét dat ze slecht en vrouwonvriendelijk en pulp en al wat ge wilt zijn: het kan mij niet schelen.

Ik heb nu nummers 1 tot en met 13 en 15:

Die met de gele rug zijn de mooiste, wegens meest sobere covers:

Alle boeken zijn in bijna-perfecte staat. Nummer 1 tot en met 7 zijn herdrukken van 1981-82, maar de andere zijn (en ik had dat absoluut niet verwacht) gewoon eerste drukken!

Het spreekt vanzelf dat ik nu bijna niet anders kan dan de reeks vervolledigen. Ik heb er al 14, er zijn er nog 22 die volgen. Helaas hebben de latere boeken in de reeks de prachtige opmaak van 8-15 hier niet gevolgd.

Als ze ooit ergens voorbij komen, koop ik dus nog eens de zeven eerste met deze covers:

Want de covers die ik nu heb, vind ik niet zo 100% proper. Pas op, ze hebben wel iets, maar het ziet er mij toch iets té goedkoop uit:

Ja, ik zou ook op zoek kunnen gaan naar eerste drukken — maar daar zijn de covers ook niet naar mijn goesting:

Brr, garish.

Maar bon, deze heb ik nu dus al (ik heb er geen foto’s of scans van genomen, deze had ik nog van tinternet ik heb er in de rapte wat scans van genomen en opgekuist in Photoshop):

Dan zijn er ook nog deze die niet onmogelijk te vinden zijn op eBay, al zijn ze niet zo goedkoop te krijgen als mijn eerste haul:

Maar dan is het gedaan met de gelijkvormige covers. Er redelijk wat heruitgaven geweest, maar zeg nu zelf, die zijn toch allemaal gatlelijk in vergelijking met de originele cover?

De volgende reeks van twaalf zou ik graag met deze covers hebben, van de eerste paar uitgaven:

En helaas, helaas, de laatste vier boeken hebben deze afgrijselijke covers gekregen. Het is bijzonder spijtig dat een reeks die tot en met boek 32 prachtige schilderijen van Gino d’Achille en Boris Vallejo hadden, nu plots zo’n degoutant lelijk geklieder krijgen. Bah, bah, bah.

Gor #4: Nomads of Gor

Deel vier, en ik vroeg mij af hoe het verder zou gaan na zo’n totale paradigm shift als in Priest-Kings of Gor, waar iets dat 100% min of meer standaardfantasy leek te zijn, plots met aliens en alles is.

Wel: er was een probleem met het nest van de priesterkoningen, en de koningin is dood, en dus moest Tarl Cabot op zoek naar een ei, dat bij die nomaden zou zijn.

En dat is dus wat hij doet in dit boek: op zoek gaan naar een ei bij de nomaden. Die helemaal anders van maatschappij zijn als de andere mensen op Gor. Natuurlijk nog altijd vrouwonvriendelijk en zo, maar toch ook helemaa een eigen manier van de dingen organiseren.

Uiteraard is Tarl ongelooflijk goed en slaagt hij er meteen in om het vertrouwen te winnen van één van de belangrijkste mannen van de enorme groep nomaden, en integreert hij zich meteen ook goed en alles. Er komt ook zowaar een nieuwe persoon van de Aarde in de buurt: Elizabeth Cardwell, een secretaresse uit New York die naar een jobinterview op weg was, en wakker werd op Gor.

Uiteraard dat ze een slavin wordt, uiteraard dat ze verliefd wordt op Tarl en beseft dat het veel veel beter is voor haar in het algemeen om een slavin te zijn met een degelijke meester.

Maar hey, gegeven het genre en de reeks en de verwachtingen: geen slecht boek. Ik heb me geen moment verveeld.

Misschien is dat ook wel omdat ik kan genieten van worldbuilding for the sake of worldbuilding. Heeft hij het over de Wagon Peoples en hun tijdsberekening, dan wordt dat meteen een hele uitleg:

The Wagon Peoples war among themselves, but once in every two hands of years, there is a time of gathering of the peoples, and this, I had learned, was that time. In the thinking of the Wagon Peoples it is called the Omen Year, though the Omen Year is actually a season, rather than a year, which occupies a part of two of their regular years, for the Wagon Peoples calculate the year from the Season of Snows to the Season of Snows; Turians, incidentally, figure the year from summer solstice to summer solstice; Goreans generally, on the other hand, figure the year from vernal equinox to vernal equinox, their new year beginning, like nature’s, with the spring; the Omen Year, or season, lasts several months, and consists of three phases, called the Passing of Turia, which takes place in the fall; the Wintering, which takes place north of Turia and commonly south of the Cartius, the equator of course lying to the north in this hemisphere; and the Return to Turia, in the spring, or, as the Wagon Peoples say, in the Season of Little Grass. It is near Turia, in the spring, that the Omen Year is completed, when the omens are taken usually over several days by hundreds of haruspexes, mostly readers of bosk blood and verr livers, to determine if they are favourable for a choosing of a Ubar San, a One Ubar, a Ubar who would be High Ubar, a Ubar of all the Wagons, a Ubar of all the Peoples, one who could lead them as one people.*

Oh, en dat sterretje op het einde is inderdaad een voetnoot, waar dan nog eens uitgebreid wordt:

A consequence of the chronological conventions of the Wagon Peoples, of course, is that their years tend to vary in length, but this fact, which might bother us, does not bother them, any more than the fact that some men and some animals live longer than others; the women of the Wagon Peoples, incidentally, keep a calendar based on the phases of Gor’s largest moon, but this is a calendar of fifteen moons, named for the fifteen varieties of bosk, and functions independently of the tallying of years by snows; for example, the Moon of the Brown Bosk may at one time occur in the winter, at another time, years later, in the summer; this calendar is kept by a set of coloured pegs set in the sides of some wagons, on one of which, depending on the moon, a round, wooden plate bearing the image of a bosk is fixed. The years, incidentally, are not numbered by the Wagon Peoples, but given names, toward their end, based on something or other which has occurred to distinguish the year. The year names are kept in living memory by the Year Keepers, some of whom can recall the names of several thousand consecutive years. The Wagon Peoples do not trust important matters, such as year names, to paper or parchment, subject to theft, insect and rodent damage, deterioration, etc. Most of those of the Wagon Peoples have excellent memories, trained from birth. Few can read, though some can, perhaps having acquired the skill far from the wagons, perhaps from merchants or tradesmen. The Wagon Peoples, as might be expected, have a large and complex oral literature. This is kept by and occasionally, in parts, recited by the Camp Singers. They do not have castes, as Goreans tend to think of them. For example, every male of the Wagon Peoples is expected to be a warrior, to be able to ride, to be able to hunt, to care for the bosk, and so on. When I speak of Year Keepers and Singers it must be understood that these are not, for the Wagon Peoples, castes, but more like roles, subsidiary to their main functions, which are those of the war, herding and the hunt. They do have, however, certain clans, not castes, which specialize in certain matters, for example, the clan of healers, leather workers, salt hunters, and so on. I have already mentioned the clan of torturers. The members of these clans, however, like the Year Keepers and Singers, are all expected, first and foremost, to be, as it is said, of the wagons namely to follow, tend and protect the bosk, to be superb in the saddle, and to be skilled with the weapons of both the hunt and war.

Het vrouwonvriendelijke aspect dan: Tarl Cabot wordt meer en meer een echt Goreaan. Dit is een typische interactie met Elizabeth — die, ter herinnering, iemand is van zijn eigen planeet:

“You are free,” I said firmly.

“I shall try to keep it in mind,” she said.

“Do so,” I said.

“Do I make you nervous?” she asked.

“Yes,” I said.

She had now picked up the yellow sheet and, with a pin or two, booty from Turia probably, fastened it gracefully about her. I considered raping her. It would not do, of course.

“Have you eaten?” she asked.

“Yes,” I said.

“There is some roast bosk left,” she said. “It is cold. It would be a bother to warm it up, so I will not do so. I am not a slave girl, you know.”

I began to regret my decision in freeing her.

Her eyes were looking at me over the rim of her bowl as she drank. “It is said,” she remarked, her eyes mischievous, “that any man who frees a slave girl is a fool.”

“It is probably true,” I said.

“You are nice, Tarl Cabot,” she said.

She seemed to me very beautiful. Again I considered raping her, but now that she was free, no longer a simple slave, I supposed that it would be improper. I did, however, measure the distance between us, an experiment in speculation, and decided I could reach her in one bound and in one motion, with luck, land her on the rug.

Ahem ja.