Netwerkshenanigans

Mijn jongste zoon heeft, toen het nog kon, lang en hard gewerkt. Colruyt, beenhouwerij, voor dag en dauw opstaan en in de frigo werken. Preparé maken, dingen marineren, cordon bleus.

Met het geld dat hij verdiend heeft, heeft hij kleren gekocht die hij wou hebben, maar het grootste deel ging naar een computer gaan. Dat is uitgesteld en uitgesteld tot gisteren. We hebben een computer samengesteld en laten bouwen, en met wat geluk komt die nog deze week toe.

De computer komt op zijn kamer, waar er één probleem is: netwerk. De wifi gaat tot boven maar ’t is maar spotty soms. Jan wil al lang netwerk via kabel — en het geluk wil dat bij het vervangen van alle bedrading in ons huis ik er op stond om in elke kamer een ethernetuitgang te hebben, verbonden met een kabel die tot beneden in de schakelkast ging.

Vandaag geprobeer: kabel van Telenetdoos naar ethernetsplitter en dan naar de al meer dan twintig jaar tegen het plafond opgerolde kabels, en aan de andere kant op de tweede verdieping: kabel in het ethernetgat naar een ethernet-USB-ding en dat in de laptop. Ping aangezet, netwerkscherm aangezet, en kijken of het lichtje begint te branden, ping antwoordt en netwerkscherm zegt dat er netwerk is.

Er zijn op dit moment ethernetgaten in het wc beneden, het achterhuis, in de living, het wc boven, de kamer van Anna en de kamer van Jan. Dat zijn zes ethernetgaten. Op het gelijkvloers zijn er negen kabels die uitkomen in de schakelkast. Dat is omdat er ondertussen een aantal gaten verdwenen zijn: in de living was er minstens één extra gat dat ondertussen achter pleister en kasten zit, de gaten in de badkamer en in onze slaapkamer zijn samen met de muur verdwenen.

Ik heb alle negen kabels geprobeerd, en niets werkte. Bleek, verdomme, dat de kabel tussen de Telenetdoos en de splitter kapot was. Die kabel vervangen, getest of de splitter wel werkte, en opnieuw geprobeerd: niets. Dammit.

Het zou kunnen dat de aansluiting in Jan’s kamer niet in orde is, maar ik vrees eigenlijk dat er iets verkeerd gaat tussen het gelijkvloers en de tweede verdieping, met de kabels. Die kabels hebben een hele tijd tijd zo gelegen, toen we begonnen met de verbouwingen:

…en ik vrees dat dat te strak opgespannen was, en vooral te hard in de vloer geklopt met ijzeren beugels, en waarschijnlijk ook wel te veel op gelopen door de mensen die de verbouwingen gedaan hebben toen.

En door onszelf, hoe voorzichtig we ook waren. Want de vloer is er pas meer dan vijf jaar later op geplaatst:

Dammit, dus. Ik ben er bijna van overtuigd dat die kabels zijn. Of minstens die ene kabel.

Dus wordt het wifi voor de nieuwe computer boven. Gelukkig heb ik een wifikaart in mijn desktop zitten die ik er kan uitvijzen en aan Jan geven. Maar toch. We zullen moeten investeren in nieuwe wifibakskes, want dat is ook maar niets tegenwoordig, met al die andere wifi bij de buren en alles.

It never stops.

Raffles

Geen flauw, maar dan ook niet het minste idee hoe ik er plots aan moest aan denken: Raffles. Lord Lister. Lord William Aberdeen. Gentleman-dief in de traditie van Arsène Lupin. We hadden daar thuis twee boeken van. Grote boeken, ’t is te zeggen formaat A4 of meer. Paperbacks, blinkende kaft, ik schat reproducties uit de jaren 1970 van dingen die oorspronkelijk in een gelijkaardige vorm in een krantachtig formaat moeten verschenen zijn in pakweg de jaren 1920. Het zag er in alle geval allemaal zeer Edwardiaans uit, met houtsneden en alles.

Ik weet van ver noch van dicht waar de verhalen over gingen. Arsène Lupinachtig, met een beetje Sherlock Holmes / Lestrade-achtige vibe ook. We leven in de toekomst tegenwoordig, en dat wil zeggen dat ik nu ook weet dat Lord Lister wel degelijk Raffles is, maar alhoewel zeer geïnspireerd door, niet de eerste Raffles was.

Zot.

Ik vermoed dat het helemaal onleesbaar zou zijn, als ik het nu zou lezen.

Ik vraag het mij eigenlijk af: zouden veel van de dingen die ik las als ik klein was, nu onleesbaar zijn. De Vijf vond ik zelfs als kind als slecht (en vooral slecht vertaald — ik herinner me een heel boek waar iets dat als “staatsieparaplu” vertaald was een belangrijke rol speelde, en dat ik er geen ruk van begreep), maar er waren dingen die ik wél goed vond.

De Bob Morane-boeken van Henri Vernes (waar ik mij vooral van herinner hoe mijn vader de slechteriken naspeelde in de auto, van L’Ombre Jaune over Roman Orgonetz maar vooral een hilarische Callaverde).

Of de (Franse vertalingen van) de Tarzan- en de Pellucira- en de Barsoom-boeken van Edgar Rice Burroughs.

Ik ben nu zo oud geworden, en ik kan mij eigenlijk niet inbeelden hoe ik ooit tijd had om zó veel boeken te lezen.

Volgend jaar ga ik weer veel boeken lezen in plaats van alleen maar series te kijken.

Back to reality

Ik heb het allemaal gevolgd, natuurlijk, de presidentsverkiezingen. Van dichtbij, want dat kan tegenwoordig. CBS en NBC en CNN en Fox deden live, en voor de ontspanning tussendoor ook switchte ik regelmatig eens over naar Paula White en Kenneth Copeland en gelijkaardigen.

Tijdens de verkiezingsnacht ben ik niet achter mijn bureau blijven zitten maar heb ik het in mijn bed gevolgd, vooral via David Pakman, omdat die het over en weer zappen tussen zenders en bronnen serieus goed deed.

Het is die nacht niet gebeurd, maar ondertussen wel, dat Biden president-elect is geworden. Wat ik vooral fascinerend vind, is hoe de houding van de mensen online veranderde het moment dat CNN en later CBS en AP en al de rest besloten dat het genoeg was geweest in Pennsylvania, en dat Trump het daar nooit meer zou halen, en dus in het algemeen niet meer zou halen.

De belachelijkheid van die hele Trump. De zieligheid ook.

En dat dit is hoe het voorlopig eindigt:

Op de parking van een klein bedrijf, tussen een mortuarium en een porno-winkel, tussen een brandblusapparaat en een gele waterslang.

Omdat de Trumpcampagne aangekondigd had dat er een persconferentie zou zijn in het Four Seasons, maar dat het hotel daar geen zin in had, of geld op voorhand vroeg, en dat Trump het niet over zijn hart kreeg om te zeggen dat hij zich vergist had en dat het in een ander hotel was.

En dus maar een plaats zocht met dezelfde naam als het hotel, en uitkwam op een bedrijfje met de naam Four Seasons Landscaping.

Heerlijk.

Filmavond

Het wordt allemaal moeilijker, met alsmaar groter wordende kinders. Ik kan mij bijna niet meer herinneren wanneer we nog eens allemaal samen een film bekeken hebben.

OK, nee, ’t is niet waar: ik kan het mij wel herinneren. Het was deze zomer op vakantie, toen we samen Hamilton hebben bekeken.

Maar het was al enorm lang geleden daarvóór, en sindsdien is het niet meer gebeurd. Tot dit weekend! Vanavond hebben we School of Rock bekeken, en morgen kijken we naar Mulan!

Met twee van de vier weliswaar, wegens alsdat de oudste twee werk te doen hebben voor hun Hogere Studies.

Ah well. Later misschien eens. Dan. Ooit. Wie weet.

Het laatste loodje

Het was eerst een meeting over slot swapping en dan was het een gesprek over een salespresentatie voor twee mogelijke klanten en dan was het spreken over tijdsbesteding en dan was het tekenen en documenteren van slot swapping en dan nog een rapport maken met 38 pagina’s vol met grafieken zoals dit

…maar dán was het gedaan! Vakantie! Tien dagen! Hoezee!

Verkiezingen

Het is niet duidelijk of Trump gewonnen heeft of niet, op dit moment.

Ik zei al een tijd dat er geen enkele battleground state was waar Biden zó veel voorsprong had dat het onmogelijk was dat Trump zou winnen, en het ziet er naar uit dat het aan het worden is wat iedereen wel intellectueel voor mogelijk hield maar nooit visceraal. Voor de duidelijkheid: dat die strontslingerende primaat in het Witte Huis na vier jaar zelfs maar in de buurt komt van een overwinning, is een kaakslag voor de Amerikaanse natie.

De Verenigde Staten hebben verloren, zelfs als Biden alsnog president zou worden. Want dan komt hij aan het hoofd van een land waar de senaat nog altijd republikeins is en hem dus in alles zal tegenwerken, waar de economie om zeep is, waar er voorlopig geen einde in zicht is voor Covid-19, en waar alles zó hopeloos gepolariseerd is, dat niéts kan lukken.

Ik wens hem dat eigenlijk niet toe.

Clone Wars

Er zitten hier en daar serieus wat filler episodes tussen, maar in het algemeen: ik ben aangenaam verrast.

Ik had hier en daar wat afleveringen zien passeren op TV, maar dat was de versie met afgrijselijke Nederlandse stemmen, en daar kan ik niet meer dan tien seconden naar kijken.

De beste afleveringen (of beter, reeksen afleveringen, waar ze twee-drie-vier delen van één verhaal vertellen) vind ik eigenlijk beter dan sommige films. In seizoen 4, de reeks Darkness on Umbara / The General / Plan of Dissent / Carnage of Krell, om er maar één te noemen. Het verhaal draait rond clones en verraad, en ’t is echt uitstekend.

De existentiële angst van soldaten die allemaal klonen van één persoon zijn maar toch andere persoonlijkheden ontwikkelen, die letterlijk gefokt werden om soldaten te zijn, nooit iets anders gekend hebben en geen idee hebben wat ze zullen doen als de oorlog ooit gedaan is, die twijfelen tussen blinde gehoorzaamheid en vrije wil, tussen identiteit en serienummer: fantastisch.

(Alleen spijtig dat ze niet consequent grijs zijn gebleven in de behandeling van de Generaal, maar er op het einde een stereotiepe Schlechte Schlechterik van gemaakt hebben — hem houden als ‘jedi die clones gewoon als objecten en akannonnenvlees beschouwt’ zou véél interessanter geweest zijn.)

Een ervaring

Soms zijn er van die moeilijke online meetings.

Onlangs was er een waar één van de mensen aan de andere kant van de lijn niet Engels als moedertaal had. Dat is meestal het geval in meetings waar ik in zit, maar afhankelijk van de moedertaal kan het Engels, alhoewel feitelijk juist, soms zeer ahem idiosyncratisch van uitspraak zijn. Combineer dat dan met een slechte verbinding, en met (vermoed ik) iemand die een pullover aan had gedaan maar die dan over zijn hoofd had getrokken, en voor de zekerheid zijn microfoon in een kom pannenkoekendeeg gelegd had: moeilijk.

Het hielp ook niet dat het onderwerp redelijk technisch was, en in de grond ging over een toepassing ontworpen voor een 4K-scherm, maar die dan geschaald getoond werd via VNC op een computer met de resolutie van een patat. Ik zat daar dan, met mijn eigen 4K-scherm, te kijken naar een geschaald, hakkelig, onleesbaar beeld en te luisteren naar een nauwelijks reconstrueerbare stem.

Meer dan twee uur aan een stuk.

In de tweede helft van de vergadering was er wel debat, en dat verlichtte het een beetje. En uiteindelijk was het wel nuttig. Maar: zeer, zeer vermoeiend.

Om halftwaalf had ik al het gevoel dat ik een volledige dag gewerkt had.

Oeps vergeten

Om de zes weken ga ik naar het hospitaal. En op het einde van de ingreep maak ik dan een nieuwe afspraak voor binnen zes weken.

Ik ben dat de vorige keer vergeten doen, en nog goed dat ik nu in mijn agenda keek om te zien hoe lang het geleden was, want het was vijf weken geleden. Maandag bellen voor ene afspraak in de loop van de week. Hopen dat het lukt.

Als het niet lukt, is het geen onoverkomelijk probleem, maar het mag toch niet al te veel tijd meer wachten ahem. Het langst dat het al ooit geweest was, was tien weken, en dat was écht te lang.

Pizza

Eens te meer uitstekend van The Lincoln Project:

De titel en het begin lijkt misschien helemaal niets speciaals, maar natuurlijk verwijst het aan honderd per uur naar Pizzagate en QAnon en gelijkaardige klaptrap. En is het perfect om de Trump-kiezer binnen te trekken.

Om dan zowat het meest familievriendelijke van alle Lincoln Project-filmpjes te zijn.

Heerlijk.

Onvoorziene gevolgen van thuis werken

Ik werk nu al sinds maart voltijds thuis. Als het aan mij ligt, doe ik nooit nog iets anders dan dit. Ik ben productiever, ik voel mij beter, ik verlies geen tijd.

In al die tijd was er één project waar het zeer misschien beter was geweest om allemaal samen in een kamer te zitten — maar als ik er wat meer over nadenk, zelfs daar zou het ook gegaan zijn als we allemaal samen in een virtuele kamer hadden gezeten.

En dus zit ik al maanden en maanden thuis. In mijn peignoir en sletsen, 98% van de tijd (2% van de tijd zijn het meetings met mensen die ik niet goed genoeg ken om in peignoir toe te spreken en die er op staan om mét camera te vergaderen).

Om anderhalve maand moet ik het huis uit om naar het hospitaal te gaan, en dan is het altijd raar om weer schoenen aan te doen. Want sletsen: dat went enorm. En mijn voeten zijn nog nooit zo zacht geweest en zonder eelt als nu.

’s Nacht in bed wrijf ik regelmatig eens aan mijn voeten.

Een groot, groot gemak

Ik heb vandaag nog maar eens veel geschreven voor het werk.

Dat is dan dingen tekenen op mijn eigen computer, kijken naar verschillende toepassingen die draaien op een server waar ik via een client naartoe op een computer waar ik via een andere client naartoe ga.

Het blijft mij verbazen hoe fantastisch goed sommige van die remote desktop-dingen werken. Seamless copy-paste van beelden is zó hard een levensredder, ge kunt u dat niet inbeelden. Tot vóór ik naar mijn eigen klant-werk-laptop kon gaan met een remote desktop, was het:

  • naar toepassing gaan op klantwerklaptop
  • daar screenshot pakken of export van data doen
  • screenshot naar mezelf mailen op de werkmail
  • naar andere computer gaan, werkmail opentrekken, screenshot downloaden en verder mee werken
  • bewerkt scherm exporteren
  • mailen naar mezelf op de klantmail
  • terug inloggen op klantwerklaptop die tegen dan al lang weer in slaap is gevallen
  • mail opensleuren, attachment downloaden
  • Confluence opendoen, tekst schrijven, afbeelding uploaden

En als er een minuskuul ding verkeerd is, zoals dat meestal gebeurt, is het helemaal opnieuw te doen.

Maar nu!

  • screenshot nemen op remote desktop
  • afbeeldingen maken of bewerken op mijn computer
  • screenshot nemen op mijn computer
  • plakken in de Confluence die open staat op de remote desktop, waardoor het beeld daar naar de server geüpload wordt, en klaar

Toch fantastisch als de technologie niet in de weg zit.

(En nee, ik heb niet eens een fundamenteel bezwaar tegen Confluence. Sue me.)

Aftellen

’t Is niet dat ik mijn werk niet graag doe, verre van. De projecten zijn interessant, de collega’s aangenaam, de omstandigheden goed. Het is ook niet alsof ik afgebeuld wordt: het is druk, elke dag is volgeboekt met werk, maar de deadlines zijn haalbaar en de eisen hoog maar niet onmogelijk.

Dat neemt niet weg dat ik er naar uitkijk om eens wat langer dan een weekend geen werk te doen. Mijn agenda zegt mij: nog deze week, en dan vier dagen volgende week, en dan heb ik tien kalenderdagen verlof.

Ik ga daar nu eens zo hard van genieten, ge kunt u dat niet inbeelden.

Interesting times

Ik ben oprecht benieuwd hoe mensen binnen tien, twintig jaar gaan spreken over wat we dit jaar aan het meemaken zijn, met de Covids. Zoals ik ook benieuwd ben hoe het zal aflopen met de Verenigde Staten na vier (of acht, wie weet) jaar Trump.

Zou het nu een moment zijn waar er allerlei dingen kantelen? Of toch nog niet? Gaan ze binnen een jaar of dertig zeggen dat wat erin in 2020 gebeurde eigenlijk maar de naschokken waren van wat er een paar jaar vroeger gebeurde? Of juist dat het maar het prille begin was van wat er later volgde?

En dichter bij in de tijd: wat zou er in 2021 allemaal gebeuren? Spannend, wel.