Geïnternaliseerd

We waren een paar dagen geleden iets aan het maken op het werk, fijne collega Johan en mezelf.

Ge kunt u moeilijk inbeelden hoe geestig het is om met twee dingen te ontwerpen. En ook: hoe geestig het is om twee oude mensen te zijn die samen aan het ontwerpen zijn. Terwijl we aan het tekenen zijn, maken we een hele reeks beslissingen en staan we er niet eens bij stil.

’t Is soms pas als we het bespreken met collega’s dat we zien hoe véél beslissingen er genomen zijn. En, oude mensen zijnde, kunnen we zelfs als we er niet bij stil stonden, nog altijd zeggen waarom de beslissingen genomen zijn: één woord in een label kan al het verschil maken, of een hoofdletter versus een kleine letter, of de spatiëring van dingen op een pagina, of de hiërarchie van dingen.

Allemaal dingen geïnternaliseerd, zeggen ze daartegen. Eén voordeel van ouder worden, dat.

Tomadn

Ik heb een week of twee geleden tomaten gezaaid, en ziet!

Het lijkt alsof de grond droog is, maar dat is niet het geval. Ze zijn alvast uitgekomen, de tomaten. De volgende stap is dus, denk ik, wachten tot de plantjes groot genoeg zijn om te verpotten naar individuele potten. En dan tot ze groot genoeg zijn om in volle grond te planten. Of in verrijdbare grote potten die ik elke dag water ga moeten geven, wegens niet genoeg plaats in den hof voor de tomaten.

Ik hoop at het allemaal in orde komt, ’t is de allereerste keer dat ik tomaten gezaaid heb. En pepers. Maar de pepers zijn nog niet uitgekomen, dedju. Hopen dat het alsnog gebeurt. Want als het niet gebeurt, blijf ik gewoon proberen. Pepers zijn wijs.

Op het schap

Ik ga niet veel tijd hebben om te lezen, vrees ik, maar ik heb alvast een lijstje gemaakt.

Om helemaal uit mijn comfortzone te komen: softporno! en kobois! Niet samen, maar in twee afzonderlijke boeken. De softporno omdat ik mij heel hard afvraag wat de lezers van Goodreads als beste Romance novel van 2020 beschouwen. En de kobois omdat Larry McMurtry onlangs gestorven is en ik daar niets van gelezen had.

Als ik daar door ben geraakt, keer ik terug naar SF en fantasy. Twee boeken van Hank Green waar ik goeie dingen van hoor, een trilogie van Scalzi en een paar losstaande aangeraden boeken.

Ik heb zo gelijk de indruk dat ik er wel ga geraken, aan mijn 52 boeken gelezen dit jaar. Ik zit nu al aan 37, ondank de toch wel drukke agenda.

…en nu ik er aan denk: wéér vergeten om Simenon en Carmiggelt op het lijstje te zetten. Op de volgende lijst, promis juré.

Emperor of Thorns

In het begin van het verhaal is Jorg tien. Hij loopt weg van huis, leeft vier jaar lang met een roversbende die hij zijn broeders noemt, en keert dan terug naar zijn huis. Waar hij niet welkom is. Waarop hij (elders) koning wordt. Nu is hij twintig en getrouwd.

Er is al meer dan een eeuw geen keizer meer maar honderd kleine koninkrijken. Om de vier jaar komen de koningen of hun vertegenwoordigers samen in wat vroeger Wenen was, om te proberen met een eenvoudige meerderheid een keizer te verkiezen.

In het derde boek, vertelt de titel ons, wordt Jorg keizer — of probeert hij het toch te worden.

Opnieuw verhalen in verhalen, en we komen opnieuw meer te weten over allerlei. Het is, net zoals in het laatste deel van de Red Queen’s War-boeken, een samenkomen van science fiction en fantasy. Ik dacht al een tijdje dat ik in de mot had hoe één van de plot points zou aflopen. Uiteindelijk had ik voor een deel gelijk, maar was ik toch nog enorm aangenaam verrast.

Een schoon einde van een schone trilogie.

King of Thorns

Ja, qua spoiler: Jorg Ancrath is koning geworden, zoveel maakt de titel al duidelijk.

Dit boek is beter dan het eerste. Het blijft raamvertelling, spelen met geheugen, over en weer gaan in de tijd. Onwaarschijnlijke gebeurtenissen, omdat Jorg vals speelt: hij komt dingen te weten en verbergt ze dan voor zichzelf. Hij kan er enkel op vertrouwen dat zijn vroegere zelf wist wat hij aan het doen was, maar de kost van wat hij doet is soms onnoemelijk groot.

Hij is géén goede mens, en hij omarmt dat volledig, maar tegelijk probeert hij ook voortdurend goed te doen op langere termijn, hoe slecht dat ook is voor de korte termijn.

Een fascinerend personage, een fascinerend verhaal, en ook ngo eens uitstekend geschreven. Ik zou het geloofd hebben als iemand mij zou gezegd hebben dat dit recenter is dan de twee andere trilogieën die ik van hem las. Kijk bijvoorbeeld hier, naar een aantal sterfscènes die niet in het boek staan omdat ze mogelijks te verwarrend zouden overkomen.

Sorren Hammerson, seventeen, arrow shot. Tellan slopes, below the Haunt.
Son of William and Sereh, raised in Northdean, Renar.

The arrow pinned him to the moment, and Sorren fell, knowing that for all his life he and the arrow had been racing toward each other.

He fell. His head bounced once and his helm clattered away. A last breath left in a crimson spray of surprise. Sound faded, bowstrings thrummed into silence, the sky bright and wide, filled everything. He had wanted to be a farmer. He had wanted Milly Turner. The sky narrowed to the gleam of her hair. Narrowed again. Gone.

De dood van een onbekende soldaat, een heel leven in twee kleine paragrafen. Ik vind dat machtig schoon.

Prince of Thorns

“Waarom niet?”, dacht ik. Ik vond de Book of the Ancestor-trilogie niet slecht en ook de Red Queens’s War-trilogie was niet verkeerd, dus waarom niet de trilogie lezen die zich in de wereld van Red Queen’s War afpseelt?

Ik zag op Goodreads wat echo’s van “afgrijselijk hoofdpersonage” en “verschrikkelijk boek”, dus ’t was met de nodige voorzichtigheid dat ik er aan begon.

Nergens voor nodig.

Dit begint alvast uitstekend: Jorg is tien jaar als zijn moeder en oudere broer vóór zijn ogen verkracht en vermoord worden. Hij kan zelf niets doen, hij zit vast in een giftige doornenstruik.

Hij overleeft het, maar er is iets kapot in hem. Van zodra hij kan, verlaat hij het kasteel waar zijn vader koning is, en trekt hij de baan op met een bende bandieten / rovers / moordenaars. Waar hij op een paar jaar jaar de leider van wordt.

Het verhaal wordt verteld met raamvertellingen en flashbacks allerhande, en het is ongemeen boeiend en spannend.

En Jorg Ancrath is een onvergetelijk hoofdpersonage.

Ik ben immens content dat ik meteen aan boek twee kan beginnen.

Vergaderingen

We hadden een vergadering met een groep mensen over onder meer dingen die we besproken hadden met een kleinere groep mensen op maandag en over dingen we besproken hadden met een grotere groep mensen vroeger.

Ik dacht, ik lijst eens op welke vergaderingen we allemaal hebben in dit ene project, en ik kwam op een reeks. Voor dat ene project alleen zeven verschillende soorten. Eentje een paar keer per week, twee elke week, twee om de twee weken, een soort wanneer het nodig is, een om de zes weken en een om de twaalf weken.

En daarnaast voor een zeer verwant project: een dagelijkse standup, een wekelijkse meeting, een tweewekelijkse grote meeting, en kleinere meetings om de zoveel tijd wanneer nodig.

Dat zijn dan twee projecten van de zes bij één klant.

Vergaderen vergaderen vergaderen. Ik doe dat echt wel graag.

Met muziek

Ik doe dat niet veel, weren met muziek op.

Vandaag moést het wel, wegens teveel lawaai in de buurt (vanmorgen) en familie die dingen op televisie aan het bekijken was die ik ook nog wou zien (vanavond).

En ja, die “(vanavond)”, die zou er normaal gezien nooit moeten geweest zijn — ik werk uit principe zo weinig mogelijk buiten de normale werkuren — maar de omstandigheden ’s morgens waren er écht niet naar om productief werk gedaan te krijgen, en dus had ik nog een paar uur in te halen.

Ik wou niet al te veel afgeleid worden en dus zette ik een lijst Burt Bacharach op. ’t Is toch wel ongelooflijk wat schone muziek die mens gemaakt heeft. Deze bijvoorbeeld, die kan ik niet voorbij laten gaan zonder hem minstens een keer of drie na elkaar te spelen:

Ik ben van een zekere leeftijd, en dit is zo één van die nummers die mij altijd terugkatapulteren naar toen ik klein was. Het nummer is uitgekomen toen ik 11 jaar was, en het zit dus in mijn hoofd van vóór ik bewust naar muziek luisterde. ’t Is om kapot te gaan van nostalgie, meneer.

The Alchemy Wars #3: The Liberation

Ahem ja, spoilers. ’t Is niet moeilijk te raden wat het verloop van het verhaal ongeveer is, als het eerste boek gaat over onderdrukte robots, het tweede boek de titel The Rising heet en het derde The Liberation.

Dus ja, in het tweede boek is er een opstand, en in het derde boek is er een bevrijding. Hoofdrolspelers zijn Nederland (wereldmacht, maakt en controleert robots), Frankrijk (een klein stukje land ergens in Canada, vooral sterk in chemie), en dan een aantal verschillende facties robots.

De grootste verdienste van het derde boek is dat het een degelijk einde van de reeks was en niét meteen voorspelbaar.

A++ would recommend.

En nu nadenken over het volgende boek dat ik zou lezen. Ik dacht even aan N.K. Jemisin’s The City We Became. Ik heb met haar Broken Earth-reeks gelezen in 2018, niet met veel plezier want is geen reeks om plezier bij te hebben als ge het leest, maar toch met veel voldoening. En als ik lees dat The City We Became gaat over verpersoonlijkte steden, dan moet ik direct denken aan Americon Gods-achtige toestanden, en daar ben ik wel voor. Maar als ik dan halve reviews lees (zeer tegen mijn gewoonte in, maar ik had twijfels), heb gelijk niet zeer veel goesting in een boek dat nogal prekerig over de people of colour en de lgbtq+ doet:

The characters didn’t clarify my ambivalence any. They felt familiar, only with over the top stereotypes. NYC, a homeless young brown-skinned gay man. Manny, our cold-blooded amnesiac Manhattanite of questionable ethnicity and gay leanings. Brooklyn, Black woman, who has re-invented herself, is taking care of the family, and being a successful leader. Queen, a new generation of emigrant, making her home in a tenement, building community and being a caretaker. Bronx, an aging artistic socially conscious lesbian Native. And must we? Oh yes, we must: Staten Island, the alienated white-skinned daughter of a police officer.

review van Carol op Goodreads

Mja. Ik snap het allemaal hoor, dat Amerika en kleur en afkomst en geaardheid en alles zeer belangrijk zijn, maar nu misschien even niet.

Even wat meer goesting in escapisme dan met mijn neus in de problemen geduwd te worden.

Spreekbeurt spreekbeurt

Ik deed dat absoluut niét graag, spreekbeurten geven op school.

En dan is het plots gekanteld: de laatste spreekbeurt waar ik een hekel aan had, was er een over hoe het al dan niet kinderen niet toegelaten-systeem in elkaar zat (“psychologische horror zou moeten kunnen vanaf 13 jaar, herinner ik me gezegd te hebben). De eerste spreekbeurt die ik wél degelijk voorbereid had, was er een over spreekbeurt over contactlenzen, waar ik het verschil uitlegde tussen harde en zachte en harde gasdoorlatende PMMA-lenzen, en wat er precies goed was aan dat polymethylmetacrylaat.

En veel later, toen ik al werkte, kregen we een uitleg over spreekbeurten geven van iemand die professioneel verkoper is, en die is mij altijd bijgebleven: hoe een spreekbeurt eigenlijk een soort ballet is, waar elke beweging normaal voorbereid is en niet-toevallig.

Sindsdien doe ik dat eigenlijk wel graag.

Vorige week heb ik er twee gegeven voor collega’s, eentje over React en eentje over OBS. Volgende week heb ik er geen gepland, maar de week daarna doe ik er weer eentje voor collega’s over Design Systems in een Lean UX-context, en dan eentje voor een virtueel auditorium aan de KUL over informele en formele designiteraties.

Spreekbeurten zijn wel geestig.

The Alchemy Wars #2: The Rising

Het zou gemakkelijk zijn om in het verhaal van de onderdrukte robots en de slechte Hollanders een allegorie te zien voor de onderdrukte slaven en zo, maar dat zou te gemakkelijk zijn.

Het zit er wel érgens in, natuurlijk, maar het is ook meer dan dat. Holland is in deze alternatieve wereld zo ongeveer meester van de hele wereld, te beginnen met heel Europa, waar iedereen Hollands spreekt. Dat allemaal, natuurlijk, gebouwd op de mechanisme mensen die onvoorwaardelijk trouw zijn aan de Kroon.

Om de zoveel zeer veel tijd is er eens een robot die kan ontsnappen aan het juk van Holland, en Jax is er zo één.

Fijne personages in het boek: Jax zelf natuurlijk, maar ook Bérénice, het hoofd spionage van het stervende Franse koninkrijk, en een hele reeks nevenpersonages.

Er is niet echt veel over te vertellen zonder spoilers, maar het is de moeite van het lezen waard. En voor één keer is het een boek waar de schrijver wél zijn best gedaan heeft om geen taalkemels meer te laten staan. Als er Frans of Nederlands gesproken wordt, is het correct. Nederlandse termen, die onvermijdelijk zijn in een wereld beheerst door Nederland, zijn juist.

Ik ben maar één fout tegengekomen, en dat was denk ik een kleine vergetelheid: de gestapo-agenten van Nederland heten verderers in de reeks. In het Nederlands noemen ze zich “tuinier”, zoals in “Tuinier Bell”. Maar om de één ofd andere reden staat er een V en geen T op een badge van Anastasia Bell, het overigens fantastisch slecht personage dat de hoofdtuinier is.

Jawel, aangeraden, alweer. Content dat ik geen slechte boeken meer gelezen heb de laatste tijd.

The Alchemy Wars #1: The Mechanical

Zes jaar geleden was ik zeer content van dit boek, maar tegelijkertijd ook zeer kwaad op mezelf dat ik aan boek één van een trilogie was begonnen waar nog geen boek twee en drie van bestond.

Dat is dus in 2021 geen probleem meer. ’t Is te zeggen, eigenlijk al sinds 2016, een dik jaar nadat ik het eerste boek gelezen had.

Ik was een heel stuk van dit boek vergeten, en het was aangenaam weer kennis te maken in de wetenschap dat ik gewoon verder kon lezen.

Ik heb er voor de rest niet méér over te zeggen dan wat ik er zes jaar geleden over zei. =)

Een nieuw bed! (bijna)

Ons bed was dringend aan vervanging toe, en dus hebben we een nieuw bed gekocht. Een nieuw frame, geen nieuwe lattenbodem, geen nieuwe matrassen. Die zijn nog allemaal in orde (enfin ’t is te zeggen, de lattenbodems moeten nieuwe stopcontacten krijgen want die zijn kapot, en we kunnen ons bed dus niet meer naar boven en naar beneden afstandsbedienen).

Het grootste probleem met het bedframe is dat het gewoon te klein is, of beter, niet hoog genoeg is voor de opgetelde hoogte van gemotoriseerde lattenbodem, gearticuleerd ding dat op de lattenbodem ligt en dikke matras:

Duuusss nieuw bedframe. De kamer in zijn geheel wordt heel donker (bijna-zwarte muren, donkergouden plafond, rode fluwelen gordijnen, zwarte kasten), het bedframe is ijzer en zwart en past in de kamer zoals ze zal zijn.

Vandaag is het ding geleverd. Eén persoon kwam alles installeren en dat was een beetje een misrekening, want het hoofdeinde weegt gelijk 80 kilo en geraakte uiteraard niet door de trap van het gelijkvloers naar het eerste. Met man en macht het ding via het venster naar binnen gesleurd, en terwijl ik zat te vergaderen heeft de meneer het bed in mekaar gestoken.

Toen mijn vergadering gedaan was, ging ik kijken, en ik was gelijk niet echt content want het zag er zo uit:

Zowel aan het hoofd- als aan het voeteneinde ontbreekt er nog een zwarte ijzeren band. Blijkt dat er de verkeerde gaten in geboord waren, of dat het bij het poederlakken fout was gelopen of iets in die zin. Oh, en de lattenbodem ligt ook een paar centimeters te veel naar voor of naar achter, omdat er een dwarsbalk zit waar de motor van het bed zit (we hadden het nochtans juist doorgegeven).

Nu ja, geen groot probleem natuurlijk. De meneer van het bed komt gewoon nog eens langs met een stuk waar nieuwe gaten in zitten, en hij zal dan meteen ook iets doen aan die dwarsbalk.

’t Zal wel niet meer voor deze week zijn.

En eigenlijk ook niet meer voor volgende week, of de week daarna.

En ook april zit al helemaal vol.

Dus misschien in mei.

Aaaaaaaaaaarrrrgggh.