Ik heb een hobby nodig

Ik heb mezelf voorgenomen geen heel jaar meer voor een scherm te zitten dit jaar. Het lukt, met wisselend succes. We zijn negen dagen ver en ik heb nog maar 70 afleveringen gezien. En ik ben in drie boeken tegelijk aan het lezen: Hannah Arendt’s Eichmann in Jerusalem: A Report on the Banality of Evil, Brandon Sanderson’s Rhythm of War en het eerste boek in de nieuwe Star Wars-dinges, The High Republic: Light of the Jedi.

Maar ik blijf tegelijk ook maar naar mijn scherm terugkeren.

Hoe meer ik erover denk, hoe meer ik goesting heb om peetjes te schilderen.

Warhammer 40K-peetjes, zoals mijn broer jaren geleden ook deed.

Ik ga denk ik wat verf kopen, een paar spuitbussen, en er dan eens aan beginnen. Volgende maand.

Kleine kinderen worden groot

Ik heb hier dus een zoon van zestien of zo rondlopen, en ik kan mijn hoofd daar maar matig gemakkelijk rond krijgen.

Hij heeft gewerkt als slager in de Colruyt toen dat nog ging, en met zijn geld heeft hij een computer gekocht. Gisteren kwam hij naar beneden met één van mijn oude monitors die ik hem gegeven had, omdat er iets mee aan de hand was.

Hij viel uit, of de kleuren gingen kapot, of ik weet niet goed wat.

En dus, zei zoon, ging hij een monitor kopen. Welke monitor? Geen idee. Dus wij naar Coolblue, “Coolblue’s keuze” aanklikken, sorteren van loge naar hoge prijs, een monitor zien die er degelijk uitziet, clickety click en hop, besteld.

Vandaag is de monitor toegekomen.

Ik blij ook dat zeer zot vinden.

De laatste en de eerste dagen

Ik heb eigenlijk nog bijna een week recup staan, maar ik weet of ik ze helemaal zal kunnen opnemen: er zijn echt wel dingen te doen op het werk en alles.

Zoals met de rest van het jaar is ook de vakantie zeer snel voorbij gegaan, en zijn de dagen en de weken in elkaar overgevloeid. Ik ben een beetje trots op mezelf dat ik toch een dag of tien helemaal géén werkmail bekeken heb.

Alla. Ik vermoed dat het einde van het jaar er weer zal zijn voor ik het goed en wel besef.

Wel wel wel

Ik zat wat naar livestream te kijken van het certificatieproces, bijna zeker dat het een lang uitgesponnen saai ding zou zijn, met een stuk of vijf zes zeven protesten, waar dan telkens 2 uur over gedebatteerd zou worden, met telkens onvermijdelijk verlies voor de republikeinen omdat ze geen meerderheid hebben, en dan uiteindelijk onvermijdelijke winst voor Biden.

Ik had daarvóór al zitten kijken naar de eens te meer waanzinnige speech van Trump, met een beetje het idee dat er misschien wel protest zou kunnen zijn, maar hey, ’t spel zat gewoon op de wagen.

Wel zot, dat we dat nu allemaal live kunnen volgen op de Youtubes en op Twitter — zo begon het een halve eeuwigheid geleden, en zo is het voorlopig geëindigd vanavond. ’t Zijn dingen.

Ik vraag mij serieus af hoe het zal aflopen. Met de mensen die daar binnendrongen, en met de beslissingen die genomen werden om daar zo weinig ordehandhavingsmensen te hebben.

Maar bon. Morgen ten laatste in de loop van de dag zullen die kiesmanstemmen gecerticifeerd zijn, en is er niets meer aan te doen. En gezien dat de twee Democraten in Georgia gewonnen hebben, zou het kunnen dat de Democraten iets gedaan krijgen onder Biden. ’t Is niet gezegd natuurlijk, want de filibuster blijft, en de Democraten zijn –zoals wel meer linkse of linksachtige partijen– de allerbesten ter wereld om zichzelf in de voet te schieten.

Oui shalle ci.

Interesting times, dat wel.

Dr. Who

Het spijt mij, maar ik heb het ook losgelaten. Dit is wat The Critical Drinker er van zegt:

En ja, dat klinkt inderdaad zeer red pill-achtig. Hij heeft het wel meer, dat hij zich kwaad maakt op geforceerde identity politics in allerlei.

Ik ben de laatste paar jaar serieus van gedacht veranderd over het onderwerp: waar ik ooit zonder enige twijfel alles wat maar naar positieve discriminatie rook zou opzijgezet hebben als gewoon ook discriminatie, ben ik er meer en meer van overtuigd geraakt dat er niet noodzakelijk iets mis mee is. Het is zoals Spock zegt: the needs of the many outweigh the needs of the few or the one.

Maar “niet noodzakelijk verkeerd” wil uiteraard ook niet zeggen “altijd en vanzelfsprekend goed”.

Ik ben afgehaakt bij The Timeless Children, de laatste aflevering van het dertiende seizoen van de nieuwe Dr. Who. De meest belangrijke fout die daar gebeurde: de hele achtergrond van Dr. Who is uit de doeken gedaan, van begin tot einde. Er is geen mysterie meer, noch over Dr. Who noch over Gallifrey noch over de Time Lords.

Dat is onvergeeflijk. Dat is schijten op alles wat Dr. Who al generaties lang is. Dat is een showrunner die niet weet wat hij doet en een schrijversteam zonder talent. Het is zoals het einde van Game of Thrones: het slaagt erin om al het voorgaande kapot te maken.

En dat ze dan nog eens alles hercasten naar Sterke Vrouwelijke Personages is misschien maar een detail, maar het is wel een irritant detail. Ik heb niets, maar dan ook helemaal niéts tegen een vrouwelijke Doctor Who. Absoluut niets. Maar het kan niet anders dan bewust zijn dat in Timeless Children zowat alle “goede” personages vrouwen zijn, Personen Van Kleur, of als het even kan vrouwelijke Personen Van Kleur. En quasi alle mannen bleh zijn. En dat is des Guten zuviel.

Er trouwens voortdurend op wijzen hoe fantastisch divers ge zijt, dat is de beste manier om er precies voor te zorgen dat het overkomt alsof het verschrikkelijk uitzonderlijk is dat er diversiteit is.

Ik hoop dat het ooit nog eens goed komt, met Doctor Who. Maar ik ben er bang voor. En ik ga niet naar de kerstspecial kijken. Ik kijk alleen nog als mensen die ik vertrouw mij zeggen dat het beter geworden is.

Droom

Ik was 38 of zo en ik was –zonder rijbewijs– met de auto van mijn grootmoeder gaan rijden, een bruine Renault R5. Naar Aalst, om geen aantoonbare reden.

Ik had hem geparkeerd op een plaats waar eigenlijk geen auto’s geparkeerd mogen staan: een soort pechstrook naast een oprit van een ringweg. En dan was ik gaan wandelen. Niet vreselijk ver, want er was gewoon niets te vinden van huizen of winkels.

En dan kwam ik iemand tegen — geen idee wie precies. We stapten terug naar de auto en bleek: de twee deuren waren er afgereden.

Ik wist direkt wat te doen: alle sporen van vingerafdrukken verwijderen. Dat de auto niet met mij in verband zou kunnen gebracht worden.

Dat was het begin van de droom. Van daar ging het bergaf: één lange opeenvolging van leugens en ontwijkingen en schijnbewegingen, allemaal om ervoor te zorgen dat niemand te weten zou komen dat ik met die auto gaan rijden was.

Maar ook heel de tijd met de wetenschap dat het onvermijdelijk ooit zal uitkomen, en dat ik niet méér kan doen dan dat onvermijdelijke zo lang mogelijk uitstellen.

Jaja, good times.

Wonder Woman 1984

Oeioeioei dat was een slechte film.

’t Was gelijk al zeer lang geleden dat ik nog zo’n slechte film gezien had. En zo spijtig ook, want allemaal goede acteurs (of toch tenminste er goed uitziende acteurs in het geval van Gal Gadot), en zo veel potentieel.

Hier en daar zaten er stukken in waarvan een mens kon zien dat er iets in had kunnen zitten, maar helaas.

Ik ben bijzonder content dat we met nieuwjaaravond samen naar Soul hebben gekeken in plaats van naar dit gedrocht.

Dat was dan 4000

Ik heb vorig jaar 4000 afleveringen van series gezien.

Dat zijn er gemiddeld bijna 11 per dag (10.9350, om exact te zijn). Ik heb dit jaar meer dan dubbel zoveel afleveringen gezien dan vorig jaar (2.21251 keer meer, om exact te zijn).

Veruit de meeste afleveringen zijn van het jaar 2020 zelf, maar ik keek naar afleveringen uit elk decennium sinds 1950 (dat waren 12 afleveringen van Twilight Zone). Ik zag geen enkele aflevering uit de jaren 1965-70, 1984-86 en 1988, dat wel.

Het belangrijkste wapenfeit, behalve dan dat ik 4000 gehaald heb, is dat ik nu alle afleveringen van Star Trek die ooit gemaakt zijn, gezien heb. Vorig jaar de originele serie en The NEct Generation, en dit jaar de 486 die ik nog niet gezien had. Ik heb ook alles van Star Wars gezien. En heel M*A*S*H*, dat veruit de reeks met de meeste afleveringen was die ik dit jaar zag — gevolgd door de Amerikaanse Office, en Twilight Zone (wat me achteraf serieus verbaasde, omdat het uiteindelijk toch maar over 1959-1964 gaat).

In een grafiekje:

(Als iemand benieuwd is trouwens: gegevens manueel bijgehouden in een tabel in een org mode tekstbestand in emacs; grafiekjes gewoon met Excel.)

En dat was dan 2020

Ik heb, op een paar dagen in juli dat we naar Frankrijk gegaan zijn en op een hospitaalbezoek om de zes à zeven weken, van maart tot nu binnen in mijn huis gezeten.

Er zijn op al die tijd drie vrienden langsgeweest (twee in juni, één in december), en een handvol vrienden van de kinderen. Op afstand.

Ik heb het geluk dat ik gewoon kon blijven doorwerken alsof er niets aan de hand was, en het bijkomende geluk dat mijn werk mijn bureaustoel en monitor van op het werk hier thuis heeft geleverd.

Ik weet natuurlijk wel dat het voor zeer veel mensen diepe miserie was, dit jaar. Mijn hart bloedt vooral voor de kinderen en de studenten die nu al hun tweede school- of academiejaar de mist in zien gaan — jaren die ze nooit gaan terugkrijgen.

Voor mij was het een fantastisch jaar. Alleen al de werksituatie:

  • slapen tot ik moet beginnen werken (as opposed to slapen tot kwart voor zes om dan de fiets de trein de bus of de metro te nemen om anderhalf tot twee en een half uur later te kunnen beginnen werken)
  • stoppen met werken en thuis zijn (as opposed to bus of te voet en en trein en fiets om anderhalf tot twee en een half uur later thuis te zijn)
  • vergaderingen vanuit het comfort van mijn bureaustoel (as opposed to fysiek aanwezig moeten zijn en interactie te moeten doen in persoon)
  • 90% van de tijd in peignoir kunnen doorbrengen en voor de rest een hemd, een plastron en een vest klaar hebben liggen (as opposed to elke dag kleren moeten aantrekken)

En in het algemeen: geen mensen moeten zien, nergens naartoe moeten (behalve dat hospitaal natuurlijk) — een droom die werkelijkheid geworden was. In die mate dat ik nu al wat nerveus word voor als het ooit op zal houden. Ik weet niet of ik het nog wil. Ik weet niet of ik het nog aan zou kunnen.

Ik wens mijn kinderen en al wie er behoefte aan heeft een terugkeer naar het normale, of toch zo normaal als het ooit nog mogelijk zal zijn. Zonder maskers maar met onbezorgd bezoek en mensen vastpakken en uitgaan en dansen en hele avonden en nachten babbelen en drinken op café of bij elkaar op kamers.

Maar ik wens het mijzelf niet toe. Ik wens mezelf een lockdown tot mijn pensioen. Als ik daar ooit geraak. En in voorkomend geval: er voorbij.

The Terror: Infamy

Ik vond The Terror zeer zeer goed, en het einde was zó degelijk en finaal dat ik mij niet kon inbeelden dat er een tweede seizoen van zou kunnen komen. Maar er was wel een tweede seizoen. Ik dacht in eerste instantie, aan de affiche, dat het op de één of andere manier het vervolgverhaal zou vertellen van een personage uit de eerste reeks, maar dan om de één of andere reden in Japan:

Neen dus. Het was gewoon een nieuw verhaal. Volgens min of meer dezelfde formule: neem iets dat echt gebeurd is, en steek er wat bovennatuurlijks in.

In dit geval: Japanners tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het begint op Terminal Island, een stukje Los Angeles waar veel eerste- en tweedegeneratie mensen uit Japan wonen. Gebeurt Pearl Harbor, en worden alle Japanners van Terminal Island (en enorm veel andere, over heel Amerika) in gevangenenkampen gestoken.

En dan een heel verhaal met een Japanse geest — een relatief clichématig verhaal naar Japanse normen, helaas. Iets dat ik al meer dan veel gezien heb, helaas.

Het hele seizoen was niet slécht, maar ook niet uitstekend. Spijtig, want er zat zoveel meer in. Er zaten ook uitstekende acteerprestaties in. Jammer genoeg niet van de hoofdrollen, wat misschien ook wel een beetje onfortuinlijk is.

Wie seizoen één goed vond, zal bij seizoen twee wellicht op zijn honger blijven zitten.

Dat doet mij denken aan True Detective. Ik vond het eerste seizoen fantastisch (al was dat vooral in het week na week kijken zelf en het proberen ontcijferen van waar het allemaal over ging, misschien niet zozeer in het algemeen op het einde, gezien al de dingen die onbeantwoord bleven), maar de verwachtingen waren zó hoog gespannen voor het tweede seizoen dat ik dat ergens na een aflevering of drie heb opgegeven.

Onterecht, zegt het internet mij, omdat seizoen twee niet eens zo slecht is, gewoon heel verschillend. En ook, zegt het internet, dat seizoen drie wél weer uitstekend zou zijn.

Misschien dat ik het dan eens bekijk, op mijn gemak, ergens in de loop van 2021.

Carnyx

Hoe boeiend is dit niet? Drie kwartier over de carnyx, een Keltisch instrument dat tweeduizend jaar niet meer gebruikt werd. Kan vijf octaven aan, kan zo stil spelen als het stilste instrument in een symfonieorkest en luider dan het luidste — om nog niet te spreken van de meest vreemde klanken die er uit te krijgen zijn. En had ik al gezegd dat de mens die het verhaal doet, dat op een ongemeend boeiende manier doet?

Voor wie een idee wil krijgen van hoe het ding klinkt, en zich wil inbeelden wat het moet geweest zijn om als Romeinse soldaat ergens in een mistig woud plots het geluid van een benden Kelten te horen afkomen:

Quiz!

Het was begot nog eens een Gentquizt-quiz. Dat was geleden van enorm lang geleden. Het ging met Toucan, een online platform dat eigenlijk wel fijn werkt voor dergelijke zaken. Iedere ploeg had een eigen bubbel, en de quizmaster kon dan presenteren en alles:

We zijn gedeeld tweede geworden, met 67 punten op 69: geen van ons wist van de Groene Delle af, en we konden ook niet op YUNGBLUD komen, de pleger van het nummer Candyfloss (waarvan we de titel mits een educated guess wel wisten).

Niet slecht, peins ik dan toch.

Forever

Het blijft mij verbazen hoeveel eigenlijk wel goeie series er gemaakt worden. Op aanraden van ikweetzelfsnietmeerwelk algoritme op Prime kreeg ik Forever voorgeschoteld.

Een premisse die al meer dan veel gedaan is, van wat er gebeurt met mensen nadat ze doodgaan, maar ’t is echt wel goed. Ik was een beetje bang toen ik Fred Armisen en Maya Rudolph zag dat het mogelijk te plat zou geweest zijn voor mijn smaak, maar neen: het is ingetogen en schoon, en ik ben er zeer content van (tot nog toe, ik zit aan de voorlaatste aflevering).

Ik denk ook niet dat het meer dan één seizoen zal zijn, en dat is best wel OK.

Verder zijn er nog vier dagen dit jaar, en neem ik mezelf voor dat ik nog 46 afleveringen van een serie bekijk. En dan begin ik dus weer boeken te lezen.

Bridgerton

Ik kon er niet naast kijken, toen ik Netflix opentrok: Bridgerton! Alleen al de aankondigingsbanner was genoeg om het te weten: dit is wellicht 100% mijn ding.

Kostuums, romantiek, vroege 19de eeuw, liefdesperikelen en hopelijk intriges: yay!

Het was helemaal wat het beloofde te zijn: schlock, cliché op cliché op cliché, een plot dat onmogelijk nóg voorspelbaarder kon zijn, dialogen waarvan niet alleen uw tenen maar uw hele voet en zelfs een stuk onderbeen spontaan van gaan krullen, geschiedenis waar niet eens meer een loopje maar eerder een marathon des sables mee genomen wordt — en ondanks dat alles: heerlijk.

Allemaal mooie mensen om naar te kijken, chemie die van de computermonitor spat als Regé-Jean Page en Phoebe Dynevor zelfs maar in elkaars buurt komen, en romantisch hé. Ik was content.