Den hof: tomaten: ’t is gedaan (bijna)

Ik dénk dat dit de laatste tomaat is.

Volgend jaar zéker geen zo grote tomaten meer. En misschien wel helemaal geen tomaten meer. ’t Is te veel hartzeer, jong. Ik heb al drie tomatenplanten in potten een week of zo geleden in de GFT-bak gekeild, en vandaag hebben de drie in volle grond geplante exemplaren het tijdelijke voor het eeuwige gewisseld. Kijk, dit is waar ze stonden en waar ze nu zijn, de tomatenplanten:

Ik heb nog twee planten staan in grote potten, die niet helemaal 100% dood en/of aangetast zijn. Met een veel geluk geraken er zeer misschien nog een paar kleine tomaatjes min of meer rijp. We zien wel.

Het is trouwens werkelijk godgeklaagd hoeveel segrijnslakken er zijn dit jaar. Ik had het deksel van de GFT-bak even laten open staan, en dit is wat ik zag als ik het dicht deed:

O-ve-ral. En als het geen slakken zijn, moet ik maar een dood blad of een hoopje grond omdraaien of ik zie slakkeneieren:

Zucht.

Shatter Me #1.5: Destroy Me

Dit was beter dan het eerste boek. Korter ook, ’t is een novelle.

Spoilers wegens tja er is niets over te vertellen zonder spoilers. Op het einde van het eerste boek zat Juliette niet meer alleen in een gevangenis, maar zat ze in een legerkamp dat geleid werd door Warner, die het ene moment enorm wreed kon zijn (mensen door de kop schieten omdat ze eten stelen) maar het andere moment ook zeer menselijk (maar dan blijkbaar alleen met Juliette).

Lang verhaal kort, ze slaagt er in te vluchten met Adam, de jongen waar ze stapelverliefd op is. En ze doet dat door Warner te doen geloven dat ze hem graag ziet, en hem dan neer te schieten.

Dit is de kant van Warner. Die niét zo wreed blijkt te zijn als hij overkomt, en die met veel en veel meer trauma’s zit dan wie dan ook kon vermoeden.

Ik dacht op het einde van het eerste boek dat het onvermijdelijk was dat Juliette en Warner op de één of andere wijze bij elkaar zouden komen, maar ik was bang dat het een vies verhaal zou worden van “verliefd op slecht karakter” — met deze novelle zie ik het helemaal zitten. Ja, Warner is niet in orde, maar hij kan wel helemaal in orde komen.

Allez ju, op naar het tweede boek.

Shatter Me #1: Shatter Me

ShatterMe_RESHOOT-10.indd

Tja. Soms begint een mens aan iets, en is het na enige tijd niet echt duidelijk of het echt wel een goed idee was om er aan te beginnen. Dit is zoiets.

Dit is deel één van een reeks die al een tijd bovenaan mijn aangeraden dingen van Goodreads staat. Ik heb natuurlijk ook redelijk wat pulp en niet echt goede boeken gelezen (in het algemeen en dit jaar specifiek), dus ’t is niet dat die recommendations noodzakelijk zó goed zijn. ’t Hangt er misschien ook wat van af in hoeverre ze met mijn quotering rekening houden en niet enkel met het feit dat ik het gelezen heb.

Afijn. De tags zeggen Young Adult en Dystopia en Fantasy en Romance en Science Fiction Paranormal Fiction Young Adult Fantasy Supernatural

Shatter Me begint met Juliette, een meisje van zeventien dat in een gevangenis / gekkenhuis zit. Ze zit er al bijna een jaar en is de afgelopen drie jaar van hospitaal naar instelling naar onderzoeker naar dit gegaan. Haar probleem: als ze iemand maar eventjes aanraakt, doet ze die persoon verschrikkelijk veel pijn. Als ze iemand wat langer vasthoudt, gaat die dood.

Het boek leest als haar dagboek. Ze spreekt met niemand, maar ze moet een tijd geleden blijkbaar aan een notaboekje en schrijfgerief geraakt zijn, want ze spendeert haar dagen met schrijven. Schrijven zoals, beeld ik mij in, een angsty zeventienjarige in haar situatie zou schrijven. (Dit boek was het debuut van Tahereh Mafi, die 23 was toen het uitkwam, ik kan me inbeelden dat ze er aan begonnen is toen ze niet zó enorm ver van de leeftijd van het hoofdpersonage af was.)

Is dat soms wat irritant? Ja, dat is soms wat irritant. Zo begint het boek:

I’ve been locked up for 264 days.

I have nothing but a small notebook and a broken pen and the numbers in my head to keep me company. 1 window. 4 walls. 144 square feet of space. 26 letters in an alphabet I haven’t spoken in 264 days of isolation.

6,336 hours since I’ve touched another human being.

“You’re getting a cellmate roommate,” they said to me.

We hope you rot to death in this place For good behavior,” they said to me.

Another psycho just like you No more isolation,” they said to me.

They are the minions of The Reestablishment. The initiative that was supposed to help our dying society. The same people who pulled me out of my parents’ home and locked me in an asylum for something outside of my control. No one cares that I didn’t know what I was capable of. That I didn’t know what I was doing.

I have no idea where I am.

Tja. Het is een hoofdpersonage dat heel, heel hard in haar eigen hoofd zit.

En het is een boek met instaverliefdheid, wat ook niet altijd zo enorm goed is. En het is allemaal niet echt voorspelbaar in het algemeen, maar wel voorspelbaar in het specifiek: eens een grote lijn gekozen is of een groot plotpunt aangeboord is, is het enorm zeer duidelijk hoe het zal aflopen.

Oh well. De reeks heeft tien boeken en novelles. Hoe lang kan het duren voor ik er door ben? 🙂

Leertijd

Ik heb op mijn werk een leerbudget, ’t is te zeggen dat ik een vast percentage van mijn tijd kan/mag/moet doorbrengen met dingen bijleren.

Een groot gemak: zo ben ik aan mijzelf verplicht om elke week een blokje tijd opzij te zetten om iets te doen dat ik zou willen bijleren, of om te prutsen met iets dat ik ken om het nog wat beter te leren kennen.

Deze week heb ik geprutst met gegevens op een scherm krijgen. Meestal als ik iets wil datagevisualiseerd krijgen, trek ik mijn plan in Excel of PowerBI of iets dergelijks, of doe ik zeer belachelijk low-level dingen met html/js of python.

Of een combinatie van dingen — pak bijvoorbeeld deze abominatie, die een vies json-bestand inleest in python en er een nog vele keren viezer html-bestand van maakt. Maar het resultaat ziet er (op letterlijk vier pixels na) uit zoals ik wil dat het er uitziet, dus ik trek er mij niets te kloten van aan hoe ik er geraakt ben:

En ik wéét dat het allemaal op een betere manier zou kunnen, natuurlijk. Ik heb bijvoorbeeld hier en daar wel wat dingen met D3 gedaan, maar ook daar was het nooit echt zoals het zou moeten: brutekracht dingen manueel aanmaken in plaats van propere data binding te doen, pakweg.

Dus was mijn doel vanmorgen: ik wil een visualisatie die ik in mijn hoofd had vannacht op een relatief propere manier maken. Dit is wat ik om halfdrie met een slaapdronken vinger op mijn telefoon had getekend:

…en wat zoeken en prutsen verder had ik precies wat ik wou, met hoop en al maar een paar lijnen code:

Eerste een csv-bestand inlezen en voor elke lijn

  • eerst de datum uit de datum-plus-tijd halen
  • dan kijken de hoeveelste dag van het jaar die datum is en dat in een y-waarde steken
  • daarna de tijd uit de datum-plus-tijd halen
  • en kijken hoeveel minuten van middernacht die verwijderd is en dat in een x-waarde steken
  • en dan de duurtijd in minuten nemen en dat in een breedte-waarde steken

en dan

  • in een div met id container
  • een svg-element aanmaken
  • met een bepaalde breedte en hoogte
  • dan alle rechthoeken selecteren (het zijn er voorlopig nog 0) en koppelen met de data
  • daarna in de collectie rechthoeken gaan
  • en rechthoeken toevoegen
  • waarvan de x- en y-positie en breedte bepaald worden door de gegevens in de data
  • met een ingestelde hoogte

En hopla, het doet exact wat ik getekend had:

Akkoord, het is allemaal nog niet proper en zo, maar dat is naast de kwestie. Ik heb 2256 datapunten gevisualiseerd op de manier die ik wou. Al de rest is versiering en goldplating. En als het er op het einde van het jaar dubbel zoveel zijn, zal dat allemaal ook nog altijd werken.

(Als ik data van meer dan één jaar heb, zal ik wél aanpassingen moeten doen, maar dat zien we dan wel.)

Zoals altijd moet ik dan denken aan The Feeling Of Power. Asimov heeft het over een maatschappij waar computers al het rekenen doen, en mensen zich zelfs niet kunnen inbeelden dat zij ook zelf kunnen rekenen. Uiteraard is de situatie hier anders, maar het komt wel op hetzelfde neer: als meer mensen zouden begrijpen hoe sommige problemen kunnen opgelost worden door ze op te delen in alsmaar kleinere stukjes, tot de kleine stukjes doodeenvoudig op te lossen zijn, zouden we zó veel verder zijn in de wereld.

Neem bijvoorbeeld “ik heb 02/09/2021 22:23 als input en ik wil weten de hoeveelste dag van het jaar dat is”:

  • eerst wil ik alleen de datum hebben, dus splits ik “02/09/2021 22:23″ in twee, met ” ” (spatie) als splitsingsteken, en neem ik het eerste van de twee elementen
  • dat geeft mij de tekst “02/09/2021”
  • (ik had ook de eerste 10 karakters kunnen pakken, maar dan zou ik problemen krijgen als er bijvoorbeeld “2/9/2021 22:23” zou staan)
  • javascript kan daar niet automatisch een datum van maken, want het staat in dag/maand/jaar
  • dus splits ik “02/09/2021” in drie, met “/” als splitsingsteken
  • dat geeft mij een lijst met drie stukjes tekst: “02”, “09” en “2021”
  • en maak ik daar een nieuwe datum van, met het derde deel als jaar, het tweede als maand en het eerste als dag (in die volgorde)
  • (maar ik moet wel de tekstjes eerst omzetten naar cijfers)
  • (en de maand loopt van 0 tot 11, dus ik moet 1 aftrekken van het tweede ding)
  • het resultaat van al dat werk is dat ik een datum heb waar javascript iets mee kan doen, maar dan moet ik nog weten de hoeveelste dag van het jaar dat is
  • in een normaal jaar begint januari op dag 1, februari op dag 32, maart op dag 60, april op dag 91, enzoverder; in een schrikkeljaarkomt daar vanaf maart telkens één dag bij
  • dus kan ik weten welke dag van het jaar we zijn door een lijstje te maken van wanneer de maanden in een normaal jaar beginnen, en dan in dat lijstje het juiste getal op te zoeken voor de maand van de datum die ik heb, en daar de dag van de datum (min één) aan toe te voegen
  • en dan te kijken of het jaar een schrikkeljaar is, en de maand maart of later is, en in dat geval er één dag aan toe te voegen
  • (om te weten of dit jaar een schrikkeljaar is, moeten we kijken of het niet deelbaar is door vier (dan is het geen schrikkeljaar), en als het wel deelbaar door vier is, of het deelbaar is door 100 (in welk geval het géén schrikkeljaar is, tenzij het deelbaar is door 400).

Elk van die kleine kleine blokjes zijn bijzonder simpel, en eens het zo uit elkaar getrokken is, is het een kwestie van te kijken hoe de individuele stappen om te zetten naar code. Dat geeft dan bijvoorbeeld dit:

En ja, ik heb hiervoor code van hier en daar op het internet gepikt — het is niet omdat ik weet hoe ik het zou moeten doen als ik van niets begin, dat ik tijd ga verspelen als iemand al een perfect goede oplossing heeft gemaakt. Het belangrijkste is dat ik perfect begrijp wat de code doet, en dat ik niet blindelings dingen kopieer en dan pruts tot het min of meer werkt zoals ik denk dat het zou moeten werken. 🙂

(En ik ben zelfs te leeg om het aan te passen als het werkt, zelfs al zou ik zelf bijvoorbeeld die new Date(+dateArr[2], dateArr[1] - 1, +dateArr[0]) als het langere maar vind ik meer duidelijke parseInt(dateArr[2]) etc. gedaan hebben. Allemaal goed en wel dat javascript een string met een getal erin soms behandelt als een echt getal, maar ik vind dat maar vies.)

Of, om een ander voorbeeld van in-kleine-stukken-trekken-en-er-iets-mee-doen te nemen op basis van deze gegevens: stel dat ik niet een verloop over tijd wil zien, maar een soort heatmap van “wanneer zijn de gebeurtenissen gemiddeld op een dag”. Dan is dat, voor wie begrijpt wat hij aan het doen is en niet zomaar copypaste ergens “gantt-achtige chart in D3” opgezocht heeft, zo simpel als zeggen:

  • maak de individuele lijnen wat hoger
  • en zet ze allemaal bovenop elkaar
  • maar maak ze elk individueel erg doorschijnend

Dat geeft dan (met de kleur naar blauw veranderd in plaats van zwart), iets als dit:

Of een heatmap per week als ik het nummer van de week in de y-waarde zet in plaats van de dag van het jaar en de hoogte en de doorschijnendheid wat aanpas:

Of een heatmap per maand als ik de maand in de y-waarde zet en hoogte en doorschijnendheid opnieuw wat aanpas :

Magisch! 🙂

De volgende stap, als ik nog eens tijd en goesting heb, is het allemaal proper maken: werktijd en niet-werktijd aanduiden, het onderscheid tussen de maanden misschien, en nadenken over kleuren en typografie.

Dan eens.

(Ook hier trouwens: punten voor wie raadt wat de gegevens voorstellen.)

The Divine Cities #3: City of Miracles

Kijk nu: opnieuw een ander hoofdpersonage, deze keer Sigrud je Harkvaldsson, de viking-berserker-secretaris van het eerste boek (en de vader van de projectontwikkelaarster van de haven uit het tweede boek).

Opnieuw een tijdssprong: waar het eerste boek een jaar of vijf na het eerste was, is dit nog eens dertien jaar later. Sigrud lijkt geen haar veranderd te zijn. De laatste dertien jaar leeft hij verborgen, als houthakker of een ander zo anoniem mogelijk beroep. Hij heeft geen contact meer met Shara.

En dan hoort hij dat Shara vermoord is. Op een redelijk radikale manier: het hotel waarin ze verbleef, is zo ongeveer volledig opgeblazen.

Hij trekt op onderzoek uit, en ik ga géén spoilers doen, want het boek is veel beter zonder. Serieus: de blurb op de achterkaft en op pakweg Goodreads is zó spoilerachtig dat het niet meer leutig is.

Ik vond het een uitstekend boek, en het is wel degelijk een einde aan het hele verhaal. Een zeer schoon en zeer ontroerend einde: traantches gegarandeerd.

En ja, aangeraden, natuurlijk. Eén van de weinige boeken die ik dit jaar vijf sterren op vijf heb gegeven.

Relativiteit, en test

In het begin van de week dacht ik dat de week een eeuw ging duren en toen was het donderdagochtend en dacht ik dat de week al bijna gedaan was. En toen was het donderdagnamiddag en dacht ik dat de week al een eeuw bezig was en maar niet leek te eindigen.

En kijk nu: morgen is het vrijdag en is de week echt bijna gedaan. Het is soms ongelooflijk hoe relatief de tijd is.

Wat er ook ongelooflijk is, is hoe goed tegenwoordig computers stem kunnen herkennen. Al wat hierboven staat is gedicteerd, en al wat hieronder staat is ook gedicteerd. Ik lig gelijk een idioot duidelijk te articuleren tegen mijn telefoon, in mijn bed.

En hoe zot is het dat mijn telefoon terwijl dat ik aan het spreken ben allerlei dingen verbetert die ik daarnet gezegd had: dus ik zeg iets, hij denkt dat ik een ding gezegd heb op een bepaalde manier en dan spreek ik verder en beseft hij dat ik eigenlijk iets anders gezegd en gaat hij het retroactief verbeteren.

Ik weet gewoon nog niet goed hoe ik nieuwe paragrafen moet maken en zinnen moet eindigen. Het is te zeggen ik kan leestekens zeggen en dan voegt hij dat leesteken wel in maar niet elk leesteken. Verbeteren moet ook met de hand. Er zijn ongetwijfeld manieren om met stem te verbeteren, dat was vroeger ook zo bij pakweg dragon naturally speaking en de lernout en hauspie dingen van de jaren 1990, maar ik heb er geen idee van hoe het hier moet. Ik zal dan eens op het internet zoeken. (Wel onder de indruk dat hij lernout en hauspie kent, mijn telefoon van de jaren 2000.)

And it switches languages on the fly, so if I say something in English it just types what I’ve just said in English, zelfs als ik switch in the middle of een zin. Et quand je parle français il transcrit ce que je dis en français sans questions et sans problèmes.

Eens kijken hoe hij omgaat met Duits: Von hier und heute geht eine neue Epoche in die Weltgeschichte ein und ihr könnt sagen ihr seid dabei gewesen. En wat doet hij met gedichten? Once upon a midnight dreary while I pondered weak and weary over many a quaint and curious volume of forgotten lore while I nodded nearly napping suddenly there came a tapping as of someone gently rapping, rapping at my chamber door. This some visitor I muttered tapping at my chamber door only this and nothing more.

Zo. Dat lukte min of meer, behalve dan die ene ‘tis, en de nieuwe lijnen die er zouden moeten in zitten en de aanhalingstekens en dergelijke. (En ook hetzelfde verkeerd gespelde woord in de vorige zin want ik weet niet hoe ik manu militaru woorden moet spellen die hij niet begrijpt, of italics moet aanzetten en afzetten.) (Of haakjes open en dicht zetten.)

Maar behalve dat: Great succes! What a time to be alive!

p.s.: ik weet niet hoe het met andere mensen is, maar ik vind het veel moeilijker om mijn gedachten te ordenen als ik spreek, en dan zeker als ik zeer langzaam en zeer duidelijk articulerend moet spreken, dan als ik typ. Ik typ ook veel sneller dan ik kan spreken. En er is niet zoiets als copy paste van hele zinnen, of onderdelen van zinnen, terwijl ik aan het spreken ben. Dat wil dus zeggen dat ik een volledige gedachte moet gevormd hebben voor ik ze uitspreek. On s’explique forum public avec tajine un gros problème comment on s’explique de dans Skyrim. << Hola, hij heeft zich vergist van taal bij de vorige zin. Eerste keer dat mij dat overkomt. Een bank vooruit en een kus van de meester voor wie achterhaalt wat ik eigenlijk gezegd heb.

The Divine Cities #2: City of Blades

Hey, onverwacht maar wel wijs: boek twee heeft een ander hoofdpersonage dan boek één. Het hoofdpersonage van het eerste boek is nu een (hoge) ambtenaar geworden en doet niets meer op het terrein.

Hoofdpersonage nu, Turyin Mulaghesh, was een van de nevenpersonages uit het eerste boek. Zij was na de gebeurtenissen van boek één gepromoveerd tot generaal en hield dat net lang genoeg vol (een jaar of vier) tot ze op pensioen kon gaan. Ze heeft een duister verleden, probeerde iets uit haar jeugd goed te maken in haar jaren als volwassen soldaat, en wou niets liever dan op pensioen gaan aan een tropisch strand.

Blijkt dat pensioen toch niet zo mee te vallen: ze verdrinkt haar dagen in alcohol en voelt zich behoorlijk nutteloos.

En dan blijkt dat ze eigenlijk géén recht heeft op pensioen: een administratieve fout, ze heeft een paar weken te weinig gewerkt en zal dus terugvallen op haar vorige (veel lagere) loon waarmee ze zelfs haar tropische hut niet meer zou kunnen betalen. Er is wél een oplossing: ze kan een sinecure doen, een pro forma toer van een aantal legerbasissen, en op die manier de ontbrekende tijd ophalen.

Behalve dat de sinecure geen sinecure is. Ze wordt naar Voortyashtan gestuurd, waar lang geleden Voortya, de godin van oorlog, aan de macht was. Die godin is al eeuwen en eeuwen dood, maar er lijkt toch iets vreemd aan de hand te zijn — in de marge van een project om op de plaats van de verdwenen grootstad van vroeger een nieuwe haven te bouwen.

Andermaal een uitstekend boek, met fijne personages, en van harte aangeraden. Eigenlijk zou het verhaal hier kunnen stoppen, net zoals het eigenlijk ook had kunnen stoppen na het eerste boek, maar de wereld is zo uitgebreid dat er enorm veel mee te doen is. Die dode goden die misschien niet allemaal dood zijn, dat blijft fascinerend.

The Divine Cities #1: City of Stairs

Hoezee! World building! Fijne personages!

’t Is een fantasy-boek in een wereld met een volledig eigen gezicht, hoera! Het voelt als iets tussen koude oorlog en negentiende eeuw. Eén continent had tot voor een paar honderd jaar een reeks goden (Olvos, Kolkan, Jukov, Ahanas, Voortya, en Taalhavras) die de hele realiteit konden vervormen, een ander continent was een soort wingewest.

En dan gebeurden er gebeurtenissen, en lang verhaal kort: een persoon die de Kaj genoemd wordt, slaagt erin om de goden dood te doen. Wat meteen wil zeggen dat zowat alle mirakels van de goden (lang leven en gezondheid voor de onderdanen, mild klimaat, heelder fantastische steden), ook meteen verdwijnen.

Met over een korte tijd miljoenen doden tot gevolg. En dat het ene continent (met nu géén goden) totaal verarmd raakt, en onderworpen aan het andere continent, dat zich langzaam maar zeker in een industriële revolutie hijst.

Hoofdpersonage is Shara Thivani, een afstammelinge van de Kaj en een gevaarlijke en mysterieuze spion. Met een even gevaarlijke en mysterieuze vikingachtige bodyguard-secretaris, Sigrud. Zij komt toe in Bulikov, de city of stairs uit de titel, ex-heilige stad en hoofdstad van het continent met de goden, om de moord op Efrem Pangyui, een mentor en idool van haar, te onderzoeken.

Ik vond het zes jaar geleden toen ik het las net nadat het uitkwam goed, en ik vind het nu nog altijd goed. Ik keek toen uit naar een vervolg — het gemak is dat de reeks nu helemaal af is, met een tweede en een derde deel.

Waarom ik toch wat hoop heb voor Afghanistan

Vanmorgen stond dit prachtige beeld (van Marcus Yam bij de LA Times) in mijn gazet:

Familieleden die grafkisten naar een begraafplaats brengen in Kaboel, nu maandag. Ik tel één oude man, en minstens twaalf smartphones.

Afghanistan is een land waarvan de bevolkingspiramide er zo uitziet:

Ongeveer 46% van de bevolking is jonger dan 15. En behalve een jonge bevolking, is het ook meer dan ooit een stedelijke bevolking. In 2020 zitten ze op het niveau van subsaharaans Afrika eind de jaren 1980:

’t Is niet enorm fantastisch, en ’t is te hopen dat die knik na 1988 (toen Rusland zicht terugtrok) zich nu niet herhaalt, maar toch: kijk waar ze vandaan komen.

Een stedelijke bevolking, dat is toch iets anders dan een land vol nomaden. Infrastructuur is niet iets dat zomaar kan geïmproviseerd worden.

En hoe verschrikkelijk het ook mag zijn, dat de Taliban baas is — ze zijn nu ook officieel baas. Officieel baas zijn van een land, dat kan niet in isolatie. Ze hebben geld nodig, en the buck stops nu bij hen. Ze kunnen het niet meer op de vieze Westerse bezetter steken.

En alvast de Chinezen zien het ook zitten. Als Beijing has indicated it is keen to work with the Taliban to ensure stability and combat terrorism, dan denk ik in eerste instantie dat economisch imperialisme ook imperialisme is, maar tegelijkertijd vind ik dat misschien geen 100% slechte zaak. Als de Chinees zegt dat ze meer ingenieurs nodig hebben, dan kan ik mij zeer goed inbeelden dat de Taliban het plots veel minder een probleem zal moeten vinden dat vrouwen naar hoger onderwijs gaan.

En dan die smartphones in de foto. Zo’n 70% van alle Afghanen hebben een GSM, en een derde zit op sociale media. En ja, ik weet dat “toegang tot sociale media” even goed wil zeggen dat ze toegang hebben tot alle mogelijke fake news, en dat ze allemaal in hun eigen cocons van gelijkgestemden kunnen zitten — maar op zó een grote groep jongeren wil dat ook zeggen dat er onvermijdelijk contact met niet-gelijkgestemden is, en dat wie ook de macht heeft, niét zomaar alles kan zeggen. Want voor elk positief bericht zoals dit (hoe goed de Moedjahedien wel zijn in vergelijking met de vorige VS-gesteunde soldaten):

…kunnen er ook dingen in de andere richting gepost worden, en kan er gereageerd worden, en gedeeld, en getiktokt, en gechat en en georganiserd met mensen van over het hele land en de hele wereld (leve minofmeerdegelijke automatische vertaling!).

De duivel van de moderniteit is uit de doos, en geen Taliban die daar enorm veel aan kan doen.

Ik ben in een zeldzaam positieve bui vandaag, ik weet het.

Uprooted

Welwelwel, genomineer voor de Hugo en de World Fantasy Award in 2016, en de Nebula gewonnen in 2015, Locus, British Fantasy en Mythopoeic Fantasy Award gewonnen in 2016.

Vergissen al die mensen zich? Neen, ze vergissen zich niet. Ook dit is iets heel sprookjesachtig, ’t is te zeggen een verhaal dat gepokt en gemazeld is in de tropen van het genre, en ook dit speelt zich in een Pools-Litouws-grens-met-Rusland-context af. Geen elementen van Repelsteeltje deze keer maar stukjes Baba Jaga.

Agnieszka woont in een dorp waar om de tien jaar de Draak een meisje neemt om hem te dienen. De Draak waarvan sprake is geen échte draak, maar wel een machtige tovenaar die in een toren woont, en na die tien jaar laat hij de meisjes weer gaan, maar elk meisje verlaat telkens meteen het dorp.

De Draak zorgt ervoor dat het Woud tegengehouden wordt: een gevaarlijke plaats vol monsters, die vóór de Draak kwam al verschillende dorpen opgeslokt heeft.

Het is tijd om een nieuw meisje te selecteren, en iedereen is het er al jaren roerend over eens dat het Kasia zal worden: de beste vriendin van Agnieszka en het mooiste, moedigste, slimste meisje van het dorp.

Wat raadt ge? Jawel: het wordt Agnieszka.

De Draak blijkt niet te zijn wie Agnieszka dacht dat hij was, Agniezska niet wie de Draak dacht dat zij was, en het eerste deel van het boek is een charmante verkenning van hun relatie — die in één beeld samengevat wordt door LiberLibelula op DeviantArt:

Het tweede deel van het boek is helemaal anders van toon, maar –zonder spoilers is er weinig over te zeggen– zeker even goed.

’t Is van ganser harte aangeraden.

Spinning Silver

Ik heb de afgelopen tijd wel wat hervertelde sprookjes gelezen. Het ene al beter dan het andere.

Dit is min of meer iets met elementen van Repelsteeltje: Miryem is de de dochter van een Joodse geldschieter. Miryem’s moeder is de dochter van een zeer succesvolle (ook Joodse) geldschieter. Ze wonen in een onooglijk klein dorp, en Miryem’s vader is een redelijke mislukkeling: hij slaagt er maar niet in om het geld dat hij uitgeleend heeft terug te vragen.

Op een bepaald moment steekt dat Miryem zo hard tegen dat ze zelf de touwen in handen neemt, en haar gezin uit de armoede krijgt. Ze krijgt de reputatie dat ze zilver in goud kan veranderen, en dat komt op de één of andere manier ter ore van de koning van de Staryk.

Kleine omweg langs de worldbuilding: de wereld is een middeleeuwsachtig Pools-Litouws Gemenebestachtig land, waar in parallel de Staryk ook aanwezig zijn. De Staryk zijn een soort elf-achtige ijswezens die zelden gezien of gehoord worden, maar wel bijzonder krachtig en gevreesd zijn.

…en het is de koning van de Staryk die hoorde dat Miryem zilver in goud kan veranderen, en haar, Repelsteeltjesgewijs, drie opdrachten na mekaar geeft.

Spinning Silver is het verhaal van Miryem, en van prinses Irina die tegen haar zin uitgehuwelijkt is, en van Wanda, die een leven als enforcer van Miryem as een uitweg uit haar miserie ziet.

Ze hebben elk een eigen monster waar ze mee te maken hebben: de koning van de Staryk, een prins die meer dan alleen een mens is, en een dronken vader die zijn kinderen terroriseert. En geen van de drie zijn ze het typische meisje uit sprookjes.

Een fijn boek, goed geschreven, met degelijk personages, en een spannend verhaal. Meer moet dat niet zijn. Van harte aangeraden.

Monstress, Vol. 1-2

Wat een prachtige comic. Maar serieus: zo schoon getekend!

Het verhaal is bij de eerste lezing verwarrend — maar bij herlezen valt het allemaal wel mee.

De setting is iets Aziatisch-steampunfantasy-achtig, in een wereld met goden (of godachtige wezens) die verdwenen zijn (of lijken), en mensen, en half-mens-half-dieren (vos, leeuw, octopus, het kan allemaal), en niet te vergeten sprekende katten (met Nekomancers, die necromancie doen maar katten zijn, ahem).

Er is een oorlog geweest een tijd geleden, en Maika Halfwolf zoekt zich een weg in de wereld. Ze is haar familie en vrienden kwijt, alsook een stuk van haar arm. Maar in haar zit er iets dat verdacht lijkt op één van die verdwenen goden.

Het verhaal slingert over en weer tussen heden en verleden, er zijn interludia waar een kat met een stapel teveel staarten korte colleges geeft over stukken van de wereld, en in het tweede boek komen we meer te weten over Maika’s verleden, terwijl ze bij piraten zit.

Het is een belevenis. En boek één en twee wonnen elke de Hugo voor Best Graphic Story (2017 en 2018). Dus dat is ook iets.

Scam

Telefoon om 9u32, uit Engeland zegt mijn telefoon me. Een zekere Kenneth van een bedrijf met een zeer Amerikaanse naam, die mij vragen wou stellen in verband met financiële teenoftander. Op de achtegrond het geluid van overduidelijk nóg een stuk of tien Kenneth in verschillende stadia van al dan niet verhitte gesprekken met mogelijke slachtoffers.

Ik krijg veel te regelmatig van die telefoons, minstens een keer per week. Mijn reactie is altijd dezelfde: ik onderbreek de mensen-met-zwaar-Indisch-accent zo snel mogelijk en vraag hem waar hij mijn telefoonnummer vandaan heeft. Dan volgt er meestal een verward gebrabbel van “het zou van iets online kunnen zijn waar ge gezegd hebt dat ge in iets geïnteresseerd waart”.

En dan ben ik onverbiddelijk: ik zeg dat ik daar niet tevreden mee ben, dat we in Europa GDPR hebben, en dat ik het recht heb om precies te weten wie zijn zijn, waar ze mijn gegevens exact gehaald hebben, en waar ik specifiek gezegd heb dat ik graag per telefoon wil gecontacteerd worden.

Normaal gezien gaat de mens aan de andere kant van de lijn dan gewoon verder met zijn script, herhaal ik mijn vraag nog eens, en blijft hij verder gaan, en besluit ik met de eis om mij meteen van welke database ze ook gebruiken weg te halen, en mij nooit meer te bellen. En dan smijt ik de telefoon neer.

Vanmorgen was het zowaar beter: de mens aan de andere kant van de lijn zei na de tweede keer dat ik zei dat ik GDPRgewijs het recht had om te weten wie zij precies zijn dat hij zich zich verontschuldigde dat hij mijn naam zou schrappen uit de lijst.

Allez dan. Great succes. Tot binnen een paar dagen.

Unwind Dystology #4.5: UnBound

Ik was content met het laatste boek in de reeks, maar kijk: er was nog een achterkomertje. Unbound is een verzameling kortverhalen: twee verhalen met backstory van twee slechteriken, een verhaal uit het weeshuis waar Risa zat, een aantal verhalen van nevenpersonages en een aantal nieuwe personages, een paar verhalen van vóór en van tijdens en van na de boekenreeks.

Niet allemaal even goed, lang niet allemaal noodzakelijk, maar wel in zijn geheel een (zeer snel gelezen) leutige coda voor een goede reeks.

En dan nu tijd voor iets helemaal anders!

Uit!

Waar gaan we het schrijven: ik ben voor het eerst sinds het begin van de Globale Pandemie iets gaan drinken met maten!

Dat bleek gewoon iets te zijn zoals met mekaar babbelen op WhatsApp, maar dan wel dat ge geen attachments kunt doorsturen en uw beurt moet afwachten om iets te zeggen, en ook dat er voor de drank moet betaald worden.

Verder was het wel zeer wijs om iedereen nog eens te zien in het echt. 🙂