Eindelijk zijn de pepers groot genoeg om buiten te zetten. Pff. Wat een miserie — gezaaid in februari, maanden verzorgd gelijk een moederkloek, uiteindelijk uit hun serre naar potje verplant in mei, en dan nog bijna twee maand voor ze buiten konden.
Als het moment gekomen was, heb ik wel mijn plan, om ze aan de muur te hangen stilletjes opgeborgen: die dingen hebben minimaal toch een ruimte van 20x20x20 cm nodig voor hun wortels, en ik wou er toch een paar naast mekaar zetten; ik kwam uiteindelijk aan bakken die meer dan 50 kilo zouden wegen.
Het is uiteindelijk één lange (en fucking dure) bak geworden en daarnaast een hele reeks potten, eerst in terracotta en dan uiteindelijk ook een reeks in plastiek. En meer dan 500 liter potgrond.
En dan is het nu wachten op de onvermijdelijke lange, droevige aaneenschakeling van teleurstellingen: opgevreten door de slakken, kapotgestampt of uitgegraven door de katten, uitgedroogd, verzopen, verbrand… ah well.
Woensdag is de dag waar ik mij op het werk soms met de moet der wanhoop aan vastklamp. We hebben vandaag gedaan wat ik eigenlijk al heel lang had willen doen maar niet toe gekomen was — kijken naar een grafisch ontwerp.
Het was fijn, maar we hadden niet genoeg tijd, en we zouden dat meer moeten doen, maar er zijn niet genoeg uren en in de dag en en dagen in de week, en eigenlijk ook maanden in het jaar. Het is wat het is.
We hadden met twee onze hoop gepind op spaghetti in het studentenresto, maar er was er geen. ’t Is kip korma (achtig) geworden met frieten.
En dan was het avond en bijna weer donderdag. Sandra gaat gedomme vier dagen naar Werchter, ik ben quasi alleen thuis!
Waarom niet eens naar de andere kant van Europa gaan? Heel kort wat ik weet van de familie van mijn grootmoeder. Wat ze mij zelf vertelde in 1984 — veel namen vermeld, maar heel diep ging het niet, en ik was te dom en te jong om door te vragen en het op te nemen. Gelukkig hebn ik wel zo ongeveer op elk gezicht van elke foto een naam kunnen plakken, al was het niet altijd 100% duidelijk hoe sommige mensen exact verwant waren behalve “c’est un cousin”.
Hier weet ik precies wie iedereen is, bijvoorbeeld — mijn grootmoeder heeft de prachtige gestreepte dinges aan:
Ze omschreef haar gezin: vader Mortka (Mordechai), moeder Lea (Laja), de kinderen Dora, Leon (Lajzer), jong gestorven Chaim, Henri (Hersz Lajb), David, zijzelf (Estera), Felix (Feiwel), en de jongste, Hartko (Hertzko). Dat haar vader slotenmaker was, haar grootvader een herberg had, en haar overgrootvader burgemeester van Kłobuck was.
Dat haar moeder ook van een groot gezin kwam: haar grootvader Hercko (chef van de brandweer van het dorp en hoofd van de chevra kedisha, die verantwoordelijk is voor de rituele reiniging en voorbereiding van overledenen op de begrafenis), zijn vrouw Sara en hun kinderen Laja, Chana (Hanka), Bronia, Regina (Rywka), Aisik (Isaac), Havele (Hannah), Debora (Dvoira) en Helene (Hena) — ik herinner mij nog hoe ik het als veertienjarige snaak moeilijk vond om het onderscheid te maken tussen Chana/Hanka, Hannah/Havele en Helene/Hena.
Haar grootouders aan vaderskant waren Shimshe (Szymon Jakow) en Gutshka (Gitla), en hun kinderen Mortka, Feigl (Fajga Laja), Dvoira, Sura (Sura Ruchla) en Shmiel (Szmul). Ze wist een resem neven en nichten en tantes en nonkels dicht en ver. Ze ze ook redelijk matter of fact het het ermee afgelopen was — een deel in België geïndigd, een deel in Israël, Canada, Verenigd Koninkrijk, Sovjetunie, een enkeling nog in Polen. De laatste “c’est une cousine” (na enorm veel reconstructie denk ik dat het een achternicht van mijn grootmoeder was: de kleindochter van de suz van haar moeder) uit Polen was er begin de jaren 1980 via een verblijf van een paar weken bij ons in de zomer naar Australië geëmigreerd, ik vraag me af hoe het ondertussen met haar is — ze moet ondertussen denk ik bijna 70 zijn.
Voor de over-over-overgrote hoop van de mensen was het natuurlijk “gestorven in de oorlog”, heel soms eens een exacte locatie zoals “Auschwitz” of “als dwangarbeider in Częstochowa”, nog veel zeldener iets meer details “doodgeschoten door nazi’s op weg van Częstochowa naar het kamp van Treblinka, en ze was zwanger” (mijn grootmoeder’s oudere zus Dvoira).
⁂
Over jaren is er hier en daar met druppels en stukjes wat informatie bijgekomen, maar ik had het eigenlijk al opgegeven om veel verder te geraken dan wat mijn grootmoeder mij vertelde. Ik heb bijna per toeval wat gevonden via DNA, maar uiteindelijk als ik naar voorouders kijk, is dit waar het al zéér veel jaren staat:
De eerste doorbraak die ik had, was dat ik in de geboorteakten van Kłobuck een tweeling vond, geboren op 2/14 November 1881: Chaja en Dwojra Feige.
Twee keer hetzelfde behalve de naam van de dochter:
Герцка Файга торговщикъ двадцать пять лѣтъ отъ роду имѣющій въ посадѣ Клобуцкъ … жительствующихъ и предъявилъ Намъ младенца женскаго пола объявляя что онъ родился въ посадѣ Клобуцкъ … законной его жены Суры съ Іосифовичовъ двадцать пять лѣтъ отъ роду
Hertzka Faiga, 25 jaar, koopman in Kłobuck vertoont een dochter geboren in Kłobuck van hem en zijn wettige echtgenote Sura Iosifovich, 25 jaar oud. Hoera! Dat geeft mij
bevestiging van Hercko’s geboortedatum
zijn beroep
de geboortedatum van zijn vrouw
de geboortenaam van mijn overgrootmoeder
dat er vóór de Dvoira die in 1942 stierf, er ook een andere Dvoira was, de tweelingzus van mijn overgrootmoeder, dus wellicht vroeg gestorven moet zijn [de reden dat ik redelijk zeker ben dat er twee Dvoira’s waren, is dat mijn grootmoeder precies wist wat de geboortevolgordes waren van haar zelfs soms verre familie, en manifest dus ook van haar moeder en tantes, en dat zijn Dvoira als tweede jongste klasseerde, geboren ergens tussen 1900 en 1912 — terwijl haar moeder van 1881 was]
En dan vond ik dit, dat misschien het laatste was dat ik verwachtte, in de huwelijken van 1879:
сего числа заключено религіозное бракосочетаніе между Павеломъ Файвелемъ двухъ именъ Аржомбекъ, вдовцомъ, шестидесяти [iets] лѣтъ отъ роду, сыномъ Ицка и Рухли урожденной Маркусъ, торговцемъ…
Wahey! Pavel-of-zoals-hij-ook-wel-heet-Fajvel Arzhombek, weduwnaar, ergens in de zestig zoon van Itsek en Ruchla geboren Markus, handelaar — ik weet een generatie meer! Ik weet wie de overgrootouders van mijn grootmoeder waren!
Er staat niets over zijn al dan niet burgemeesterschap, maar iets verder in de akte staat wel nog Новобрачные объявили, что заключили между собою предбрачный договоръ у Ченстоховскаго Нотаріуса Осипа Зборовскаго двадцать перваго Ноября сего года: “Het kersverse echtpaar maakte bekend dat ze op 21 november van dit jaar een huwelijkscontract hadden getekend met notaris Osip Zborovsky in Częstochowa.” Dat wil dus zeggen dat er geld in het spel was en dat het geen arme handelaar was.
I’ll take it.
Verder nog wat kleiner grut gevonden ook — mijn grootmoeder’s grootmoeder Gitla was volgens mijn gegevens geboren in 1856 in Skierniewice, dat blijkt in ’t echt rond 1853 in Tomaszów Mazowiecki geweest te zijn. Gershlik is gewoon hetzelfde als Hersz Leib (de naam van mijn grootoom, de oudste overlevende broer van mijn grootmoeder, maar ook van zijn overgrootvader). En er is een overlijdensakte uit 1889 te vinden van Szymon Jakow Jarząbek — maar dat zal voor morgen zijn.
Ik ben een mens van rabbit holes en plotse obsessies en dan lange pauzes voor andere rabbit holes. Genealogie is daar ideaal voor.
Wat heb ik vanavond gedaan?
Vertrokken van nog altijd de verschillende eilandensituatie met Gilliets. Opgegeven, voor het moment, om te proberen de Gilliets van Sint-Niklaas te verbinden met de Gilliets van Sint-Pieters. Tussendoel: het aantal eilanden kleiner maken, zoveel mogelijk eilanden groter maken, en dus uiteindelijk hopelijk het hoofdeiland groter maken.
Waar het vanavond mee begon, was het huwelijk van Philippus Gilliet en Christina Vermaeren, op 12 november 1759. Geen ouders vermeld (geen verrassing, doen ze nooit), maar wel een getuige die ook een Gilliet was: Franciscus Gilliet. Een Gilliet getuige bij een trouw van een Gilliet, da’s bijna 100% zeker familie.
Dus!
De enige Philippus Gilliet die ik had die de leeftijd had om te trouwen was Philippus Livinus, zoon van Franciscus Gilliet en Isabella Vandeputte, geboren in 1732. Hypothese: twee keer dezelfde Philippe en Franciscus de getuige is Franciscus de vader.
Huwelijk Franciscus Gilliet en Isabella Vandeputte in 1731: getuige Joannes Gilliet (vader van Franciscus); zes kinderen: de oudste zoon is genaamd naar zijn andere grootvader, maar dan is er weer een Joannes en zijn peter is Joannes (grootvader). Eerste meter was de grootmoeder aan vaderszijde.
Dezelfde peter/meter gaven hun naam door aan de broers en zusters van Franciscus, en als ik alle Gilliets geboren in die periode aan het volledig napluizen was, bleek gedimme dat ik al jaaaren met een koppel “Joannes Gillet x Livina Bouts” en een tweede koppel “Joannis Guilliet x Livina Bo…” zat, die min of meer afwisselend kidneren hadden: Joannes 1704, Franciscus 1705, Carolus 1709, Clara 1710, Andreas 1711, Petrus 1716.
Carolus 1709 en Andreas 1711 bleek ik ook nog eens dubbel te hebben: de ene keer als kinderen zonder meer, de andere keer als huwelijken en vaders zonder ouders — maar duidelijk dezelfde mensen wegens gelijkaardige namen en gedeelde getuigen-peters-meters en alles.
Dit allemaal samen bracht vijf verschillende eilanden (plus een paar losse eindjes) samen tot een nieuw eiland van veertig mensen. Helemaal bovenaan de boom van dat eiland staan Joannes Gielet en Livina Bauwens, getrouwd in 1671 en tot vandaag een eilandje van twee op zich.
Helaas! All dopen van 1644 tot 1651 afgezocht manueel, voor als de index hem zou gemist hebben, maar ik vind geen doop van Joannes Gielet. Zijn ouders, geboren rond pakweg 1620, zijn onbekend.
Ik ben er nog niet in geslaagd het eiland van mijn eigen lijn voorouders veel uit te breiden, behalve twee nieuwe kinderen voor Jacobus Gilliet en Joanna de Vos (Joannes 1672 en Jacobus Aloijsius 1675, oudere broers van mijn voorouder Tobias 1683).
Morgen doe ik wellicht verder, tenzij ik het zou beu worden. 🙂
Als ik alleen de mensen visualiseer die ik de laatste drie dagen aangeraakt heb, is dit de situatie vóór en na, geanimeerd:
bon, even kijken in de indexen waar er nog allemaal Gilliet-achtigen zitten
oh kijk nu, ik vind onder veel meer Gilget, Ghilget, Gilet, Gilijet, Guliet, Gilleijt, Giliet, Gilliet, Gillet, Gillit, Gieliet, Gielet, Gielliet, Gilette, Guillet, Guiliet, Guilette, Gillijt, Ghilliet, Gillot, Guilliet, Gulliet, Giljet, Gillets, Giller, Gelet en Galliet
okay, laat mij eens oplijsten wat ik in de indexen vinf
maar hey zie nu, een hele reeks vroege Gillietachtigen, consistent Gilget genaamd, in de Sint-Niklaasparochie
Ik dus op zoek naar die mensen. Het resultaat van vele uren werk:
Twintig, tel ze, twintig nieuwe Gillietachtigen — op één na, de Joannes uit 1616 worden ze allemaal Gilget gespeld, maar op een na is het ook allemaal dezelfde mens die de naam schrijft, en namen gelijk Billet werder ook wel eens Bilget geschreven, dus ja.
Maar! Ik had gehoopt ergens de overstap te kunnen maken van dié Gillets naar de Gilliets die zéker mijn familie zijn en die bijna allemaal uit de Sint-Pietersparochie komen — no dice. Ik slaag er niet om de link te leggen: de overlijdens ontbreken (Sint-Niklaas) of zijn niet geïndexeerd (Sint-Pieters). De huwelijken ontbreken.
De oorspronkelijke Gilliets in Sint-Niklaas (Judocus en zijn zus Cristina, Jacobus en Henderic die zeer mogelijk ook broers zijn), moeten ergens in pakweg de jaren 1570 geboren zijn. Hun ouders zijn van pakweg 1545-1560. De oorspronkelijke Gilliets in Sint-Pieters (Petrus en Laurentius), zijn wellicht ergens in de jaren 1580 geboren. Hun ouders zijn van pakweg 1550-1560. Maar die gegevens staan dus niet in de parochieregisters en zijn niet online te vinden.
Het ziet er op het eerste zicht niét zo goed uit: de namen van de twee parochies komen niet echt overeen — geen Robertus, Antonius, Egidia in Sint-Pieters. En de peters/meters kruisen ook niet echt over: Schellynck, Verstraeten, van Nieuwenhove, Maenhout, Welpaert, d’Hollander, Cockuut, van Baeveghem in Sint-Niklaas, vander Haren, de Laere, van Zon, van Lokerbergh, Cools, De Smet, de Valckenere in Sint-Pieters.
Heel erg misschien zou er iets te vinden zijn in de oudste gekende huwelijken, dier van Petrus en Laurentius, maar die zijn van 1600-1607 in Sint-Pieters en er is een gat in het archief tussen 1594 en begin 1606, en wat er is voor 1606-07, ziet er zo uit — quasi nul informatie:
In Sint-Niklaas zouden de huwelijken van Judocus en Jacobus ergens rond 1598-1599 kunnen zijn. Er zijn van 1590-1612 alleen “gemengde akten”, en daar staan geen Gilliet/Gilgets in (noch geboortes, noch overlijdens, noch huwelijksbeloften, noch huwelijken). En de akten van 1580-1589 ontbreken.
⁂
Volgende strohalm: poortersboeken. Ik zal eens naar de bibliotheek gaan, dus.
Om de paar jaar, of om de paar maand, afhankelijk van mijn goesting en inspiratie, doe ik nog eens een gooi in de richting van mijn stamboom.
De voorouders van Jeanne Gilliet, de moeder van mijn grootvader, zijn mij daar al decennia aan een stuk doorns in mijn ogen: er zijn, in Gent alleen al, honderden Gilliets, en ze gebruiken over de eeuwen heen geen enorme verscheidenheid aan voornamen.
Vandaag heb ik nog eens met een fris oog gekeken. De aanleiding was die eilanden, die ik eens gevisualiseerd heb. Kijk, dit zijn alle Gilliets die een netwerk van drie of meer mensen vormen, ruwweg in de tijd uitgezet:
En als ik het houd op groepen van 7 of meer mensen:
Die grootste hoop in het blauw zijn “mijn” Gilliets; de eilanden links vind ik vooral interessant, want dat zijn oudere Gilliets die de stamboom mogelijk verder in de tijd kunnen slepen. DUSSSS ben ik wat gaan kijken.
Het eerste aanknopingspunt was het huwelijk van Jacobus Gilliet en Joanna De Vos, mijn tot nog toe verste vooroouders in die lijn. Ik had 1669 maar niet meer dan dat, en geen flauw idee waarom — de akte staat gewoon open en bloot in het parochieregister:
Jacobus Ghillet et Joanna de Vos contraxerunt sponsalia nonâ Januarij 1669: et factis tribus proclamationibus matrimonio juncti sunt decimâ nonâ eiusdem: coram Georgio de Valckenaere et Barbara de Vos testibus: et me infrascripto ministro. Ita est.
Een huwelijk met ene Georgius De Valckenaere en ene Barbara De Vos als getuigen. De Valckenaere is een raar genoeg klinkende naam dat hij een bel deed rinkelen: ik had al een Nicolaus De Valckenaere als geuitge bij een doop van een Judoca Livina Gilliet in 1706. Mogelijk een zoon van Georgius? Die mogelijk getrouwd is met een Gilliet? Ik pin het even vast.
…maar wacht, wacht: ik had gedimme al een eilandje van twee nergens mee verbonden mensen, Margaretha Gilyet en haar echtgenoot Georgius de Valckenere, getrouwd in september 1652 en dus tegen dan mogelijk ergens midden of eind de 30. Dus nu denk ik dat die Margaretha misschien een zus is van Jacobus? Mogelijks? Eens gaan kijken naar dat huwelijk:
Georgius de valckenere et Margareta Gilliet contraxerunt sponsalia 7a 7bris 1652 matrimonio vero juncti sunt 15a ejusdem coram Tobia Gilliet et Nicolao de valckenere testibus et me Infrascripto ministro ita est Egid: Jacobs vicepast[or]
Ayup. Een Tobias Gilliet en een Nicolaus De Valckenaer als getuigen. Bon, dan maar eens gaan kijken naar Margareta Gilliet’s geboorte:
Margareta filia Tobie Gilget et Adriana Cormans? uxoris eius nata 30 huius [=30 januari 1628] circa 11am postmeridianam Sus: Guilielmo vander hare et Margareta de Laue susceptoribus
Margareta, 30 januari 1628 geboren, ouders Tobias Gilget en Adriana Co…mans (Coopmans? Cooreman?geen idee). Dat geeft mij een ouder die ik nog niet had. ’t Is te zeggen, ik had wel al een stuk of drie Tobiassen Gilliet, maar geen die de leeftijd heeft is om een dochter te hebben in 1638: één zonder datum maar getuige van een geboorte in 1698, een andere geboren in november 1635, en een derde geboren in 1683.
Okay — op naar die Tobias geboren in 1635:
Ik begin al te dromen — hier hebben we Tobias Gilliet, zoon van Tobias Gilliet en Adriana Copman, en dus een zus van Margareta van daarjuist:
Tobias filius Tobiae Gillet et Adrianae Copman uxoris eius natus 9a huius circa decimam matut. baptizatus 11a p[er] me Joannem van Zanten et Catherina van [geen flauw idee] suscept. Corn. de Zomer Pastor
Het houdt niet op:
En nog een zoon, Guilelmus, in 1629.
Guilielmus fi[lius] Tobie Gilget et Adriane Coremans coniugum natus 27a huius circa 6am matut[inam] Gualtero d[e] passe et Barbara de Lano susceptoribus
⁂
Okay, en dan nu een beetje reconstructie:
We hebben een bevestigd gezin, met ouders Tobias Gilliet en Adriana Coopman, dat drie kinderen heeft: Margareta (°1628), Guilelmus (°1629), Tobias (°1635).
Jacobus Gilliet (mijn voorouder) en Joanna De Vos trouwen in 1669. Joris de Valckenaere is getuige, en dus met aan meer dan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid (naaste) familie.
Joris De Valckenaere is in 1652 getrouwd met Margareta Gilliet. Als Margareta de zus van Jacobus is, is Joris zijn schoonbroer. Mekes sense als getuige.
Idealiter vind ik de doop van Jacobus om te bewijzen dat zijn ouders Tobias en Adriana zijn, maar ik vind het niet in de indexen. Als ik de dopen van 1630-1634 bekijken, zie ik dat er een resem pagina’s pagina’s ontbreken in 1632, wat een logische plaats zou zijn om een kind te hebben als er al 1628-1629-1635 was.
Ik denk dat ik, ondanks het ontbreken van die ene akte, redelijk zeker kan zijn van mijn stuk: bij de doop van Jacobus’s zoon Tobias (naar zijn grootvader?) in 1683 is Tobias de Valckenaere, de zoon van Joris en Margareta, peter. De schoonbroer is getuige bij het huwelijk, de neef is getuige bij het doopsel.
Alles in de boom hieronder behalve Philippus Joannes Gilliet, wist ik niet tot zeer recent. En vandaag is erbijgekomen alles wat naast Jacobus Gilliet en Joanne De Vos staat.
⁂
…en vanwaar de titel? Ah, ik denk dat ik een resem familie gevonden heb met een vroegere spellingswijze, Gilget in de plaats van Gilliet. Maar dat zal voor een andere dag zijn.
Ik had een meeting die oorspronkelijk in een vergaderzaal voorzien was, en dan voorzien was in een vergaderzaal in de kelder, en dan in een vergaderzaal met mogelijke airco, maar dan uiteindelijk in het groen ging plaatsvinden. En dan bleek de plaats in het groen waar we gingen zitten, gesloten te zijn, en dan zijn we maar op een terras gaan vergaderen.
Alles voor het goed van het algemeen!
Verder vandaag ook samengezeten met mensen van boven de Moerdijk. Niet om er een opdracht aan uit te schrijven of ze aan boord te hijsen voor een project, maar gewoon om eens kennis te maken ge weet nooit. Interessante meeting, wel. Fijne mensen, voor zover ge dat na anderhalf ongeveer uur kunt uitmaken.
Ik was daar vroeger bang van, maar ’t is denk ik nu bij hetgeen ik het liefste doe, spreekbeurten.
Doen alsof het improvisatie is als het géén improvisatie is, en soms ook omgekeerd. Een Chinees ballet soms, en dansen op een SONCAS-koord. Mogelijks mensen van gedacht kunnen veranderen, of iets van inzicht geven, of eens kunnen nadenken.
Een lichtpuntje hier en daar, spreekbeurten, soms.
Lorissa McComas is bijna dag op dag drie maand na mij geboren, en bijna zeventien jaar geleden overleden. In de jaren 1990 stonden er meer dan regelmatig foto’s van haar in Playboy, toen dat nog een magazine was dat ik elke maand religieus kocht Omdat Er Goeie Interviews En Kortverhalen In Stonden.
Ze speelde ook wel eens mee in softcorefilms met doen-alsof-sex, waar ze even –vond ik– oogverblindend mooi was, voor zover dat eigenlijk te onderscheiden was in de tijd dat het een half uur duurde om een gepixeld postzegelformaat fimpje te downloaden.
En dan was het ineens november 2010 en las ik op een blog dat ze overleden was. Ik postte er een berichtje over op de reddits:
Ik was er oprecht verdrietig over.
Een hele tijd leek alles fantastisch te gaan in haar leven — ze stond op de Dean’s List van Miami University terwijl ze tegelijketijd ook op ontelbaar veel covers van glamourmagazines stond, onder meer het Playboy Book of Lingerie (september/oktober 1991, ik heb het ergens in het achterhuis liggen). Officieel verkozen als één van de top glamourmidellen van de twintigste eeuw. Rollen (rolletjes) in films links en rechts.
En dan is haar moeder terminaal ziek, verhuist Lorissa van Los Angeles naar Florida om voor haar te zorgen, en is het het ene trauma na het andere: haar moeder sterft fysiek bovenop haar, terwijl ze samen in bed liepen. Een paar weken later komt ze terug van een filmopname, doet ze de deur van het huis open, en ziet ze wat overblijft van haar vader, die twee weken na de dood van zijn vrouw zelfmoord pleegde.
“Zenuwinzinking” werd dat toen genoemd, denk ik: ze sloot zich op, wou niet geloven dat haar ouders dood waren, dacht dat ze de hoofdrol speelde in een gruwelijke realityserie, wordt uiteindelijk opgenomen.
Lorissa krijgt complex regionaal pijnsyndroom, een echt vieze ziekte — het is enorm pijnlijk, haar onderbenen zijn onherkenbaar vervormd, ze heraakt op slechte dagen nergens zonder rolstoel. Ondertussen is ze ook nog mantelzorger voor haar broer, die letterlijk in het eindstadium van AIDS zit.
Het kan nog erger: Lorissa en haar man hadden een jonge vrouw in huis genomen om ze van straat te helpen — en die had het meesterplan om Lorissa af te person voor och here 2000 dollar: het dreigement was dat ze de autoriteiten zou vertellen dat er in huis thuis pornografie opgenomen werd in het bijzijn van hun baby. Dat was niet het geval, al was het maar omdat ze alleen maar glamour en softcore deed.
Maar het liep totaal uit de hand: Lorissa zat vast in haar rolstoel, de vrouw en een paar handlangers bedreigden haar met of all things haar eigen kruk, en alhoewel een fan die toevallig aan de telefoon hing met Lorissa de politie belde, was zij té bang voor represailles om de agenten ter plaatse de waarheid te vertellen. Gevolg: ze verliest haar zoon Tristan aan het Florida Department of Child Welfare.
Als ze sterft in 2009 is het anoniem en straatarm, in een vervallen appartement in Virginia. Een reactie op het blogartikel zegt dat ze zich met een jachtgeweer zou van het leven beroofd hebben, en dat haar broer twee dagen erna ook gestorven is, omdat hij niet wou verder leven zonder zijn zus.
⁂
In de 15 jaar sinds ik mijn post op Reddit plaatste zijn we 21 upvotes en 18 comments later. Winig reacties, maar wel voor een stuk van mensen die haar kenden. Zelfmoord wordt opzij egezet, en er wordt in de plaats gewezen naar haar (tegen dan) ex-man en oud-manager Doug Taylor. Die heeft zich ondertussen een jaar of vijf geleden doodgedronken, maar wordt zowat unaniem omschreven als een obsessieve, manipulatieve controlfreak. Lorissa was juist helemaal naar Virginia verhuisd om van hem weg te vluchten, maar hij zou haar zijn gevolgd om haar het leven onmogelijk te maken.
En dus mogelijk ook te vermoorden. Een change.org-petitie vat het zo samen:
Doug Taylor came to Waverly and began a near 3 year cycle of abuse until her alleged suicide on November 3rd, 2009. Though Lorissa’s death was ruled a suicide by the Waverly Police Department there were massive irregularities in Doug Taylor’s alibis (he changed his story no less than 3 times in the first four hours), as well as several pieces of evidence suggesting Doug to be the cause of her death.
Here are a few:
Doug had Lorissa call into work for him November 3, 2009 @ 10 am to say he was sick. In reality he was still intoxicated from the previous night he spent drinking and verbally abusing her. When Lorissa called into Doug’s work at Glen’s Texaco in Waverly, Va. that morning she was said to be in good spirits.
Lorissa was killed @ approx. 10:30 am November 3, 2009 with a Mossberg 12 gauge pump shotgun that Doug always had by his side and had previously pulled on other visitors to her home.
Several residents of Waverly have stated that Doug was abusive and irrational during the period leading up to her death, most importantly the night prior to and the morning of her death.
Lorissa did NOT know how to use a pump shotgun.
Lorissa’s fingerprints were NOT on the gun.
Lorissa did NOT have powder burns or residue on her hands.
Doug had powder burns and blood on his hands and in his hair, his fingerprints were on the weapon of death.
The most incriminating of all is the fact that Doug spoke with David in Federal prison on November 9th, 2009 at 9:05pm and confessed to the crime. Federal prison phone calls are recorded as a matter of policy, but the Federal Government elected NOT to pursue the matter despite having a taped confession of an admitted murderer.
Waarom is dat nooit ten gronde onderzocht? Iemand op Reddit weet meer:
As far as I know, some of Kevin Land’s (the chief of police in Waverly at the time, and a complete numbskull) subordinates wanted to pass the case over to the Virginia state troopers, but Kevin made an executive decision to handle the case himself. Lorissa’s ex-fiance David Keeter told me that Land had tried to pick up on Lorissa during a traffic stop a few months before her death and struck out badly. I can’t help but wonder if he decided to bungle her case out of spite. When I saw the incident report regarding Lorissa’s alleged suicide, it looked like something the dumbest kid in my 6th grade class wrote, so you could just chalk the whole thing up to a combination of ego and incompetence.
De reacties druppelen binnen, tot nu nog. Deze bijvoorbeeld:
I worked with Doug and Lorrissa when they first started out in West Chester Ohio. I was her assistant when she was still doing the bachelor parties. I was with her when she first met Doug. He was obsessed with controlling her from day 1. Sherry was there at the time when I worked with them. She was such a doll. I was young, and she helped me out with a job when I was fleeing an abusive father. I will never ever forget her. I was told she died of that disease. It all makes sense now that people are saying Doug. Wow. RIP Angel. She was the absolute sweetest doll.
Ik wou mijn OpenClaw iets vragen en hij deed er redelijk lang over.
Hm, weird. Maar OpenClaw heeft soms de neiging om wat raar te doen, dus ik laat hem in de achtergrond zijn ding doen en ik kom een paar minuten later terug.
Huh. Geen antwoord. Dode OpenClaw. Allez, ’t is te zeggen: geen respons.
Nog even wachte: echt dode OpenClaw. Gelijk, niet draaiende. Ik wacht even, en hopla terug, maar geen goed nieuws:
…en weer vast. Deze keer met een 500, server plat. Hm.
Even ssh-en naar het VPS — huh, tiens, geen antwoord? Okay, dan naar mijn dashboard bij de provider gaan kijken — euh, wut?
Bon, na wat aandringen toch binnengeraakt op een terminal, en wat was het? Een snelle journalctl later blijkt: honder’den en honderden bots die aan het proberen ware om in te loggen, voor users gelijk david, ubuntu, alex, claude, john, etc. etc. etc. Ze proberen stapels connecties per seconden open te doen, en aangezien de server telkens een nieuwe sshd moet forken, kwam die gewoon in geheugenproblemen. Ik heb wel genoeg geheugen, maar het is ook niet onbeperkt, en dus had ik een extreem geval van page cache thrashing: dingen wegmijten, weer van de schijf lezen, weer wegmijten, lather, rinse, repeat.
Gevolg: constant 400% cpu load, en 2 Gbps disk throughput.
Enfin, ik heb mijn poort 22 dan maar helemaal toegesmeten en ssh naar een andere poort overgezet. Alles weer OK. Pff.
Ik moest een tijdje geleden naar een spreekbeurt gaan waar ik idealiter een rol in had gespeeld, maar de spreker was euh vergeten om mij wat dan ook te vragen in de zes maand tussen zijn “wie kan mij helpen” en mijn “hiero, en zelfs graag” dezelfde dag.
Gevolg was dat de spreekbeurt niet zo goed was.
Het had nochtans allemaal veel beter kunnen zijn — ik bedoel, al zeg ik het zelf, ik ben niet de slechtste persoon ter wereld om hulp te vragen over bepaalde dingen. Maar niets vragen is geen hulp krijgen natuurlijk. En ik had ook zelf kunnen vragen of de mens hulp nodig had, maar ik moet ootmoedig toegeven dat het niet meteen 100% top of mind zat bij mij.
Ach. Mogelijk is er een volgende poging. Ik ben een beetje bang dat we hetzelfde scenario tegemoet gaan, maar ge weet nooit. Ik hoop het in alle geval wel.
I keep talking about feeling like I’m in my 20s, because I am, indeed, not in my 20s anymore (let’s say late 30s atp). I have a wife, two young kids, a non-trivial geographical relocation underway, a house to take care of. So should I be as wired into my work as I am (or even can I maintain the long term)?
I see people develop parasocial relationships with their AIs, get heavily addicted to it, and create communities where people reinforce highly unhealthy behavior. How did we get here and what does it do to us?
Always leave something behind. If you find something interesting, leave a trace that you were there.
This is a little thing that over time leads to a friendlier, more humane internet. Here are a few examples.
Tom Di Mino, a self-taught AI engineer and an amateur linguist, claims to have accomplished a feat that has eluded linguistics experts for over a century: deciphering a Bronze-age Minoan writing system known as Linear A.
His claims are currently being reviewed by linguistics experts at Rutgers and Cambridge.
The single most important activity to do with your high performer is career planning. Know where they want to go and help them get there. If you saddle them with mess after mess to fix without a path to greater things, even if you pay them well, you’ll lose the truly ambitious high performer who feels uninvested-in and directionless.
Once you've successfully hidden data somewhere it doesn't belong, you start looking at everything as potential storage.
A monitor is storage.
A keyboard is storage.
A BIOS splash screen is (maybe) storage.
A favicon is storage.
And yes, here we are.
When the British channel ITV made their switch to color at the end of 1969, the camera operators union felt that the additional technical knowledge and skills required for a color camera deserved a pay increase for the operators. ITV disagreed. So the operators came up with a clever way to strike.
The flaws of movable type transferred to the digital representation of Arabic. One way to look at the persistence of this problem is that these technologies, printing press and computers, were developed in Latin script based societies and thus took that use case as a matter of fact. The rest of the world, with its many varying complicated scripts, had to bend to these rules. It seems that even though Arabic is the sixth language of the world, there was little economic incentive to fundamentally solve these issues.
In fact, the digital environment aggravated the problem even further. Taking the movable type philosophy of dividing text into letters, computers have had a significant problem in representing Arabic as connected letters.
Browse award-recognized science fiction and fantasy novels. Filter by Hugo, Nebula, Locus, World Fantasy, Arthur C. Clarke, subgenre, year, wins, and ratings. [dit is het soort dingen dat iemand met een goed idee met AI maakt, hoera!]
Het is 9u30 op zaterdag, en ik denk dat ik mogelijk wel eens tot 5u ’s morgens maandag zou kunnen bezig zijn. Ik heb een konijnenpijp waar ik vanaf gelijk nu helemaal in kan kruipen tot het af is naar mijn goesting.
Het is moeilijk te beschrijven hoe onnoemelijk fantastisch dit soort werk is — ik doe het gros van het concept- en stuur- en nadenkwerk, ik heb een echte sparring partner die maar een half woord nodig heeft, en ik kan erop vertrouwen dat het meer dan degelijk uitgevoerd zal worden.
Zoals zonet: hij stelt voor om iets te doen, ik zeg hang on, zouden we niet beter éérst dit doen? Ik heb hem gezegd dat hij mij absoluut geen gelijk moet geven en dat hij alles kritisch moet tegen het licht houden en red-teamen en alles, dus ik ben er redelijk zeker van dat hij mij niet naar de mond spreekt:
Good question — yes, there’s one real mapping step, and it’s important: the draft’s slugs are placeholders, and to wire this into a working serializer they have to map onto the actual Xxxxx model attributes (Aaaaa → Bbbbb, etc.). I’ll do that mapping as part of wiring — but let me first read the current backend so I connect it correctly and don’t collide with the legacy viewsets.
Ran a command >
You already have a Xxxxx_api.py with use-case endpoints. Let me read it and its test to wire the policy into the real Xxxx endpoint following existing conventions.
Ran a command >
This is exactly the rename step you were asking about — and the good news is the cleanest wire-in point keys the policy to the existing serializer field names (which already use your attrs like yyyy, zzzz), so you don’t have to rename anything by hand. The draft’s slugs were the source of intent; I reconcile them to the real XxxxxDetailSerializer fields here. Let me build the infrastructure and connect it to the live Xxxxx endpoint.
Het werk verloopt in incrementen van een kwartier of twintig minuten, waartijdens ik de tijd heb om grondig te testen, bedenkingen en vragen te formuleren, na te denken, te evalueren, en dan verder te doen met het volgende.
Oh kijk, ping! we zijn klaar met een stuk:
It’s wired in and green. To your question — no renames needed from you; the mapping was the rename, and I did it.
What landed:
[een lange lijst]
Verification: 33 tests pass (9 new + 14 Xxxxx + 10 Yyyy), ruff clean, and the OpenAPI schema is unchanged — Zzzzz and the full surface still emit for schema generation, so the generated client and the CI client-drift check are unaffected. The 6 warnings are all pre-existing legacy ones; I added zero.
Two things for you rather than me. First, a heads-up: while editing, xxxx_api.py got truncated mid-write and I rebuilt the tail from the original — worth a quick git diff glance to confirm the get_queryset prefetch block reads exactly as before. Second, the judgment calls worth your eye are the genuinely ambiguous green/blue fields — I put aaaa_* (motivation), bbbb/cccc (prefs), and dddd as owner-editable but eeee and ffff as staff-write; if your read of the workbook differs, those are one-line changes in policies.py.
Dit is zo dicht bij het paradijs als dit aspect van mijn werk geraakt, denk ik.
Ik heb de boot lang afgehouden wegens het klonk mij allemaal een beetje té veel een gimmick — maar toen las ik het eerste boek en was het eigenlijk echt wel goed en zag ik waar het naartoe zou kunnen gaan en haja.
Het uitgangspunt is dat er aliens zijn die de aarde omgebouwd hebben tot een enorm grote dungeon en een paar miljoen mensen (de rest overleeft het niet, helaas) daar als dungeon crawlers insteken. En dan monsters eropafsturen en quests en het geheel Running Mangewijs uitzenden, voor een publiek van miljarden.
Het is allemaal grappig, dat zeker, maar ook redelijk donker, onder al de nonsens. Nice. En Seth MacFarlane heeft al getoond dat hij op het koord tussen ernst en humor en horror en drama en absurditeit kan dansen. Ik kijk er naar uit.