The Red Queen’s War #3: The Wheel of Osheim

Allez dan, dat is dan ook uitgelezen.

Het was een goed einde van een degelijke reeks.

Het hoofdpersonage is bijzonder veel gegroeid, en op een proper organische manier. Er zit een denk ik honderd pagina’s lange gevechtsscène in die geen moment verveelt. De fantasy en de science fiction wordt proper gemengd. En ik heb een beetje goesting om de vorige reeks van Mark Lawrence te lezen. Niet zò veel goesting dat ik er numeteen aan zou beginnen, maar het zal er wel van komen, denk ik.

Aangeraden? Ja, toch. Aangeraden.

Vier jaar later

Een mens verstaat er zich niet aan. Viér jaar heeft het geduurd, dat mijn boekenwebsite ondoenbaar traag was. Geen flauw idee waarom, geen fut om alles ten gronde helemaal opnieuw te doen, en dus ging ik alleen maar om de zoveel tijd eens kijken of het eventueel al opgelost was.

En schets mijn verbazing: het is wel degelijk opgelost geraakt. Ik heb de allerlaatste versie van WordPress eropgepleurd, en ’t was opgelost. Ongelooflijk.

Ik heb er al een paar boeken van 2021 ingestoken, en ik ben mij aan het afvragen of ik oudere boeken (die ik tussen zomer 2017 en eind 2020 gelezen heb) er ook zou in steken. Ik weet het niet. De completist in mij zegt van ja, de leeghanger in mij zegt van nee.

De site zelf is trouwens meer dan tien jaar oud, en gebruikt een theme dat ik zelf in mekaar gebokst heb, toen ik daar nog goesting in had. ’t Zou nu geen waar meer zijn.

Den hof, stand van zaken na de winter

Bon, ’t wordt tijd om te plannen voor den hof.

Hij heeft de winter beter doorstaan dan vorig jaar, maar ’t is wel nog altijd redelijk triestig van aanzicht:

De bodembedekkers hebben het grotendeels overleefd, ondanks de aanhoudende regen en het vriezen, maar er zal toch serieus veel nieuwe kruiptijm mogen groeien om de dode plekken te vullen. De “zachte” kruiden, denk ik, hebben het niet overleefd. Of het zou moeten zijn dat er alsnog dingen uit de grond zouden komen — ik wacht nog een tijdje af. De salie heeft vooral van het vriezen last gehad, maar ik dénk dat het in orde komt. En de lavendel heeft van niets last gehad, zelfs al was ik heel bang van de nattigheid.

De clematis is al aan week of twee aan het bloeien, de dommerik. In het perk achteraan links staan er allerlei dingen nog te leven, maar ook een hele reeks dingen waar ik niet van weet of ze in winterslaap zijn of dood. De Miscanthus komt zonder enige twijfel weer boven de grond, en de witter regen ook. Ik dénk dat de edelweiss dood is.

En ik ben denk ik 100% zeker dat zowel de peper als de tomaten echt schielijk zijn komen te gaan: ook daar was het vriezen de doodsteek.

Daar heb ik er nu al nieuwe voor staan:

Habanero’s, en twee massief grote tomaten: Noire de Crimée en Buffalo Steak F1. Ik ga ze denk ik niet in de grond planten maar in grote potten.

Volgende week eens beginnen plannen voor ’t echt.

The Red Queen’s War #2: The Liar’s Key

Mijn eerste gedacht toen ik het uit had, was dat er niet enorm veel gebeurt in dit boek, vergeleken met het eerste boek.

Maar uiteindelijk gebeurt er wel degelijk redelijk wat: er komen twee personages bij, ze reizen van het hoge Noorden terug naar de thuisstad van Jalan en dan naar Firenze, de bankhoofdstad van Europa.

En die Liar’s Key, da’s een sleutel van Loki, die alle deuren kan open doen. Waarmee Snorri de deur wil open doen waar zijn overleden vrouw en kinderen achter zitten, zelfs al vind iedereen dat een slecht idee.

De achtergrond van de wereld is ondertussen wel helemaal duidelijk: duizend jaar geleden voor het boek, vijftig jaar in de toekomst voor ons, hebben wetenschappers iets gedaan met de wereld waardoor magie mogelijk werd. En quasi gelijktijdig was er een atoomoorlog, die alleen overleefd is door mensen die op tijd in grote schuilkelders geraakten. Waar ze dan honderden jaren later uit kwamen.

Sommige mensen hebben de atoomoorlog overleefd buiten de schuilkelders, door hetzij zichzelf in computers te steken, hetzij als een soort magische geesten te overleven. Maar als de mensen weer tevoorschijn kwamen, werden die geestachtige mensen gevangen door de verhalen en mythes van de mensen, in zoverre dat ze zelfs vergaten dat ze eigenlijk ooit mensen geweest waren — vandaar dat er een letterlijke Loki bestaat, bijvoorbeeld.

Ik was opnieuw content van het boek. En cliffhanger op het einde — snel naar nummer drie!

The Red Queen’s War #1: Prince of Fools

Ik ben er achter, wat er aan de hand was met het boek waarvan ik meteen zag dat ik het gelezen had, maar dat ik er mij niets van kon herinneren, tot ik er aan begon en dan wist ik al meteen een paar dingen waarvan ik wist dat ze belagrijk waren, maar ik kon mij voor de dooie dood het einde niet herinneren.

Ik heb het eerste boek van de trilogie gelezen, toen het uitkwam, maar ik ben nooit aan het tweede of het derde begonnen.

Afijn. Eerste boek ondertussen uit en begonnen aan het tweede. Het was een degelijk boek en ik kijk er naar uit om de reeks helemaal te lezen. En dan over te stappen naar de andere reeks in dezelfde wereld — een wereld, als ik het goed heb, misschien duizend jaar na een wereldomvattende catastrofe, iets dat in-universum the day of the thousand suns heet.

Het verhaal speelt zich in een Europa af waar nog resten van oude beschaving bestaan, heropgebouwd nadat mensen een paar eeuwen geleden uit atomschuilkelders kwamen. Met hier en daar nog overblijfselen van de Builders, maar voor de rest vooral veel klassiek swords & sorcery.

Hoofdpersonage is Jalan, een verwende prins die op geen enkel moment riskeert het koninkrijk te erven van zijn briljante grootmoeder, de Red Queen van de naam van de serie. Hij wordt achtervolg door schuldenaren en vaders van vrouwen die hij vermoost, en uiteindelijk geraakt hij verstrengeld met Snorri, een viking die als slaaf verkocht werd, dan weer vrijgelaten werd, en nu terug naar het noorden wil om zijn vrouw en kinderen te vinden, die door een Schlechte Schlechterik zijn ontvoerd/vermoord/iets anders.

Goed geschreven, personages waar een mens om geeft, vechten en tovenarij, hints van verloren technologie (any sufficiently advanced technology is indistinguishable from magic is nooit ver van mijn gedachten), en zowaar nog humor ook.

Content dat ik het toch herlezen heb. En dat het mysterie van waarom ik er mij niet genoeg meer van herinnerde opgelost is.

Muizen

We hebben muizen in huis.

Niet “ik heb ooit wel eens een muis zien voorbijlopen in den hof” muizen, maar wel “ik hoor ze elke nacht in het plafond dingen opvreten” muizen. En ook “ik doe een schuif open in de keuken en er zit een muis rustig pasta te eten op de rand”. Of “ik durf de hagelslag niet meer te gebruiken omdat ik vrees dat hij vol échte muizenstront zit”.

Het probleem is dat ons huis onmogelijk totaal muisdicht te maken is: ze kunnen altijd via het dak binnenraken, en via daar kunnen ze in een centrale technische koker komen die van boven tot onder het huis loopt, en als ze dan onderaan zijn, dan zitten ze in de keuken, waar de kasten aan de achterkant niet allemaal dicht zijn maar tegen de (zo onregelmatig als iets) muur staan.

Zucht.

Alles dat nog niet in glazen of plastieken potten zat wegens voedselmotten, zal dus in potten gestoken worden.

En ik heb dan toch maar drie diervriendelijke muizenvallen gekocht nadat er ik een muis gewoon over de vloer van de keuken zag lopen. Het zijn onnoemelijk schattige beestjes, maar ik heb niet veel zin in muizenstront tussen al ons eten. En het geluid ’s nachts is soms om zot van te worden.

(Nee, een kat helpt niet echt. Ze vangt wel degelijk muizen, soms, als ze in den hof is en er loopt er een voorbij, maar nu zitten ze vooral in de muren en tussen vloer en plafond — daar kan geen kat bij.)

De eerste avond dat ik de vallen heb gezet, heb ik gedroomd dat ze de volgende ochtend barstensvol muizen van allerlei formaat zaten, maar tot nog toe geen succes. ’t Moet zijn dat ze noten en parmezaan niet graag eten. Of dat ze voorlopig content zijn met isolatiemateriaal en gipsplaat.

Al gelezen

Dilemma. Ik was op zoek naar een nieuw boek om te lezen — voorlopig even geen Harry Dresdens meer — en ik dacht, ik kijk maar eens naar mijn oude “te lezen”-lijst. Ergens bovenaan de lijst (die trouwens niet echt in de één of andere volgorde staat) zag ik staan Mark Lawrence, The Red Queen’s War: Prince of Fools, The Liar’s Key, The Wheels of Osheim.

Ik was niet ontevreden van Mark Lawrence’s Book of the Ancestor-trilogie, dus begon ik er dan maar aan. ’t Is te zeggen. Ik sloeg het eerste boek open en ik zag deze kaart staan

en ik dacht hola beer! Dit komt mij zéér verdacht bekend voor. Ik heb dit zéker al gelezen.

En dus dilemma. Herlees ik het? Of niet? Ik dénk van wel. Ik hoop dat ik er geen spijt van ga hebben.

Werk werk werk

Het kan verkeren: soms is het zeer ver zoeken naar motivatie, soms is het één van die weken waar een mens meer gedaan krijgt dan anders in maanden.

Deze week tot nog toe was het er een van de tweede soort. Dinsdag met ons getweeën beginnen ontwerpen om 9u ’s morgens en niet gestopt tot 14u38, en eigenlijk wel degelijk werk verricht. Vandaag van denk ik kwart na tien of zo tot kwart na één en dan weer van kwart na twee tot eigenlijk kwart voor zes rond dezelfde dingen gewerkt, eerst met twee en dan in presentatiemodus met een man of acht of zo.

Veel gedaan gekregen.

Ook –een mens is nooit te oud om dingen voor het eerst te doen– voor het eerst aan het werken aan een toepassing die zal moeten gebruikt worden op een groot 4K-scherm. Gelijk minimumhardwarevereisten. Dat is een beetje challenging als ge zelf maar een klein 4K-schermpje hebt waar alles op 150% getoond moet worden om minimaal leesbaar te zijn, maar hey: een groter scherm is rap aangeschaft natuurlijk. 🙂

Verder heb ik vier spreekbeurten voor te bereiden. Ik voel nu al aan dat dat avondwerk wordt.

Klara and the Sun

Wel wel wel, dát was nog eens een verschil. Na drie barslechte pulpboeken en drie pulpboeken die nog wel meevielen, achtig, een boek lezen van een Nobelprijswinnaar.

Pas op, ’t is niet omdat die mens een grote prijs gewonnen heeft dat ik daarom noodzakelijk zijn boeken goed ga beginnen vinden of zo — het vorige boek dat ik van hem las, The Buried Giant, vond ik zelf helemaal niét goed.

Dit was iets anders. Het speelt zich af in een niet nader gespecificeerde maar redelijk nabije toekomst, met genetische manipulatie en artificiële intelligente en allerlei grote maatschappelijke veranderingen wegend die dingen.

We zien de wereld door de ogen van Klara, een Artificial Friend. Ze is duidelijk (zeer) intelligent, heeft echte en diepe emoties, maar bijzonder weinig kennis. ’t Is niet alsof ze een verbinding met een internet heeft of een interne encylopedia, en dus bouwt ze haar eigen wereldbeeld op.

En dat is van een ontroerende schoonheid. Ze werkt op zonne-energie; in de winkel worden de AF’s geroteerd van plaats naar plaats en heel soms mag ze een tijdje in de etalage staan waar ze de zon kan zien. Ze heeft praktisch met niemand interactie, en ontwikkelt een eigen soort mythologie/godsdienst rond de Zon.

En dan wordt ze gekocht door een vrouw, voor haar dochter. En blijkt dat de dochter ernstig ziek is.

We weten alleen wat Klara weet, en dus wordt het maar met stukjes en beetjes duidelijk in wat voor een dystopische wereld we ons bevinden, en wat voor een keuzes de verschillende personages gemaakt hebben en maken.

Er veel meer over vertellen zou niet goed zijn. Het is een fascinerend boek. Over keuzes maken en loslaten, en wat het is om een mens te zijn en wat hoop en liefde zijn.

Ik zou het iedereen aanraden.

Er zijn nogal wat mensen — vooral uit de “echte sciencefictionlezer”-categorie die het een traag en onduidelijk boek vinden, die het een gebrek aan diepgang verwijten, die gemiste kansen tot maatschappijkritiek zien, die het allemaal veel en veel te clichématig vinden, met oude tropes die al totterdood verkend zijn, van I Robot tot, welja, Murderbot.

Ik vind dat mensen die de essentie niet vatten. Dit is geen alwetende verteller, dit is Charlie uit Flowers for Algernon, maar dan als hij een robot zou zijn die emotioneel intelligenter wordt, maar toch begrensd door zijn programmatie. Achtig.

Dresden Files #6: Blood Rites

Allez ju, weer maar eens een 3/5 sterren-boek. ’t Is niet alleen met mythologie en world building dat Butcher elke boek dingen toevoegt, maar ook in het opbouwen van zijn personages.

We komen in dit boek zowaar meer te weten over Dresden’s familie, te beginnen met zijn moeder, die bij zijn geboorte schielijk was komen te gaan.

Verder in dit boek: shenanigans bij de Witte Vampiers (dat is de emotionele soort — ze drinken geen bloed maar gevoelens). Een pornoregisseur met drie ex-vrouwen die bedreigd wordt. Een nest Zwarte Vampiers (van alle soorten in de Dresdenboeken de soort die het meest op die van Bram Stoker lijken) dat uitbreekt in de stad. En een ingehuurde kracht die blijkt eeuwen en eeuwen oud te zijn en bijzonder gevaarlijk.

Ja, ’t was niet verkeerd. Het was eens te meer zeer snel uit.

Maar ik heb het heel voorlopig even gehad met Dresden. Tijd voor wat afwisseling.

Blender, vervolg: de theorie en de praktijk

Het is wat, dingen bijleren.

Ik was een tijdje geleden naar Blender beginnen kijken. Het is een beetje verslavend, nieuwe dingen leren. En belangrijker: nieuwe dingen leren in de praktijk.

In theorie weet ik er allemaal redelijk veel van: als Louis (die 3D studeert) mij zou vragen hoe hij iets zou moeten doen, zou ik dat in algemene termen helemaal kunnen uitleggen — maar er is een enorm verschil tussen het in theorie weten en in de praktijk kunnen toepassen.

Ik heb een rudimentaire versie van mijn bureau gemaakt en daar in de rapte wat monitors en een klavier en een microfoon op gezet, en dan ben ik met licht beginnen spelen. Blijkt: sinds Blender filmisch kan renderen (met dacht ik 25 f-stops) is er een wereld van verschil met renderen naar sRGB, waar de dynamic range gewoon veel te laag was om er zonder veel valsspelen (met allemaal bijlichten links en rechts) iets realistisch in te maken.

Alles maken op ware grootte, en dan echte lampen hangen van een echt wattage, een echte ledstrip met ook een echte wattage, en een echte zon die enorm veel licht geeft en proper diffuse dingen doet in de ruimte: dat is fantastisch geestig.

Hetzelfde met modellen maken. Zelfs van het simpelste model ter wereld leert een mens bij. Dit is mijn laptopstand:

In het echt is het een strook metaal, afgerond aan de einden, omgeplooid, en dan een stuk plastiek waar het metaal onderaan in past. Maar hoe doe ik dat? Maak ik het profiel in zijaanzicht en extrude ik het dan? Of maak ik een lange strook met veel subdivisions en plooi ik dat dan om? Uiteindelijk heb ik dat gedaan. Wel niet met de hand, maar via een beziercurve. Dat werkte perfect zoals een mens zou verwachten dat het werkt.

Probleem nummer één, dat ik voorlopig niet opgelost heb gekregen, is natuurlijk dat dat stuk plastiek er veel te donker uitziet. In het echt zit dat vol reflecties, en zelfs met de juiste IOR komt het niet goed. Ik vermoed dat het voornamelijk ermee te maken heeft dat Cycles geen caustics doet. Ik heb eventjes gekeken naar LuxCoreRender, en dat deed in eerste instantie wel iets, maar voor dat ene kleine stukje plastiek was het mij nu wat te veel miserie.

Nee, dan die afgeronde einden. Dat zou veel en veel eenvoudiger moeten zijn, nee? Ik dacht in eerste instantie dat een bevel precies zou zijn wat ik wou, maar dat deed niet wat ik wou dat het deed:

…en dan begint de leute: zoeken en doen. Ik had direkt één manier gevonden om het er te doen uitzien zoals het zou moeten: een hele reeks edge loops en dan de edge op de hoek naar binnen verschuiven, maar dat is dus absoluut géén oplossing:

Er is natuurlijk een oplossing, ’t is gewoon zoeken tot ge ze vindt. Voorlopig ben ik op dit geëindigd:

Edge selecteren, ctrl-B en hopla, bevel op die ene edge. Het is wel destructief, wat ik gelijk spijtig vind. Maar wie weet kom ik nog wel iets beters tegen binnenkort.

Het is echt wel verslavend, dingen bijleren. Daarnet heb ik een van onze keukenstoelen nagemaakt:

En zelfs met (opnieuw) zo’n simpel model: weer dingen geleerd. Tranforms en dingen applyen vóór ge dingen zoals bevels en mirrors doet. Niét te vroeg dingen bij elkaar kletsen tot één groot object. Een zekere methodiek in uw UV maps steken.

Ah, als ik nu maar veertig jaar jonger zou kunnen zijn. 🙂

Dresden Files #5: Death Masks

Boek vijf, en het is ongeveer van dezelfde kwaliteit als boek vier, ’t is te zeggen: niet afgrijselijk slecht, maar ook verre van goed. Deze keer gaat het over onder meer de Lijkwade van Turijn, maar voor de rest is het maar een aflevering in een soapverhaal.

Jim Butcher slaagt er boek na boek in om alsmaar nieuwe voorheen nooit vermoede of zelfs maar half vermelde stukken wereld uit te vinden (een mens vraagt zicht af hoe lang dát kan blijven duren, alsmaar nieuwe enorm belangrijke geheime organisaties ten tonele rbengen), en tot nog toe is het nooit echt helemaal belachelijk.

Wat daarentegen wél belachelijk blijft, is “Harry Dresden en de vrouwtjes”. Het begin een béétje tegen te steken dat hij na vijf boeken altijd maar blijft herhalen hoe hij “chivalrous” is of “old-fashioned” of “chauvinist” omdat hij geen nee kan zeggen tegen vrouwen in nood.

Ook tegenstekelijk: dat Dresden altijd flauwe grappen maakt. Gelijk, zijn leven kan in de waagschaal liggen, de wereld kan de volgende minuut om zeep gaan, nog blijft hij domme opmerkingen maken. Pseudo-edgy, pseudo-in-crowd, pseudo-grappige opmerkingen. Er is sowieso al redelijk weinig suspension of disbelief, maar als hij zo in een spannend moment weer eens een idiote referentie naar iets dat we allemaal kennen maakt, is die disbelief totaal niet meer suspended.

En ook: er blijven alsmaar meer draaiende borden in de lucht gehouden worden: zijn vriendin die een halve vampier is geworden, de oorlog tussen de vampieren en de tovenaars, en nu ook nog eens de vampieren onderling.

Ik hoop dat er één dezer boeken toch een aantal van die dingen opgelost gaan geraken, want het begint een beetje vermoeiend te worden.