Ik had vandaag een meeting om 9u, dan een meeting om 10u en dan een meeting om 15u. Ik was om 8u45 op mijn werk, fris en monter en klaar voor de meeting — en dan zag ik dat mijn computer niet in mijn rugzak zat. Of ’t is te zeggen: het zou kunnen dat mijn computer in mijn rugzak zat of niet, maar ik had mijn rugzak in alle geval niet mee.
Zucht.
En 15 minuten is juist 15 minuten te weinig om over en weet te kunnen rijden naar huis, dus ’t is een leencomputer geworden van bij de collega’s van support. (Merci, collega’s van support!)
De leencomputer was een oude computer en ook een trage computer. Hij begon om 8u50 aan de automatische installatie van alle nodige software (om de één of andere reden te beginnen met Notepad++) en tegen 16u had hij net zijn tweede item afgewerkt (Microsoft Teams). Ik vermoed dat er nog een resem andere dingen zou bijgekomen zijn als ik nog een dag of twee de computer in mijn bezit had gehouden, maar hij is vanavond teruggegeven dus ik zal het nooit weten!
Ik kon ook geen andere software installeren dan wat er automatisch op kwam wegens geen admin op dat toestel, ik wist geen enkel van mijn wachtwoorden want mijn password manager was niet geïnstalleerd, en dus was het voor de rest van de dag werken met Office.com en niets anders dan dat.
Ik heb een medisch gerief nodig ’s nachts. Dat medisch gerief een stuk van 100 centimeter lang, maar 100 centimeter is niet zó lang als een mens in bed ligt.
Dus doe ik al sinds laar en dag een soort zelfgemaakte constructie met duct tape om er een 200 centimeter lang stuk van te maken. De duct tape ligt bovenaan het kastje van de badkamer, uit het zicht.
Normaal gezien.
Ik moet vandaag een nieuwe constructie bouwen en de duct tape is weg! Niemand weet waarnaartoe, en er zijn geen winkels om nieuwe te kopen.
Maar! Blijkt dat ik een nieuwe doos gerief gekocht had, en dat die doos materiaal bevat dat weliswaar dezelfde naam heeft, maar volledig anders is!!! Niet alleen zijn alle onderdelen anders van uitzicht en werking (waar ik niet content over ben) maar het ene onderdeel van 100 centimeter is nu 140 centimeter lang.
Da’s dus 40 centimeter meer, akkoord, maar het onderdeel ziet er ook ongelooflijk goedkoop uit. Pff. On verra ce qu’on verra, zeker?
Ik heb mijn kandidatuur opgestuurd voor iets, maar ik heb geen flauw idee wat er nu gaat gebeuren. Het is met selecties en al dat de mogelijke kandidaten onderscheidt is een kort antwoord op twee vragen — ik vind dat eigenlijk gelijk een loterij, met dat verschil dat er veel minder mensen zijn die voor de prijs gaan.
Het is al zeer zeer lang geleden dat ik iets dergelijks gedaan heb. Als ik het haal, zal het met sociaal doen zijn! Dagen aan een stuk!
Ik heb nog een verslag af te maken, maar ik ga het maandag doen. Nem.
’t Is al bijna acht weken geleden dat het nieuwjaar was. Al 17.6% van de werkdagen dit jaar gedaan. Of nog maar, natuurlijk, ’t hangt ervan af hoe ge het bekijkt.
Tijd, misschien, denk ik, om eens te kijken waar en hoe ik vakantiedagen neem. Dit was ooit het plan:
Dat zou willen zeggen dat ik maandag aan week 8 van de tien zou beginnen tot ik een week vakantie heb. Het jaar is dan
8 weken werk, vakantie
4 weken werk, vakantie
3 weken werk, vakantie
5 weken werk, vakantie
17 weken werk, vakantie
Ik ben een beetje bang van die 17 weken, moet ik eerlijk zeggen. (Jaja, luxe, ik weet het, ik weet het.)
Ik wou een video (van mezelf, wegens zelf voor betaald lang geleden) downloaden, maar er zat DRM op. Wat een gedoe!
Uiteindelijk is het alsnog gelukt, met een combinatie van python, een geëmuleerde Androidtelefoon op mijn computer, een server op die telefoon en dan deze fijne tool om het DRM-gedoe op die geëmuleerde telefoon te capteren.
Het zou allemaal zo moeilijk niet moeten zijn gedomme.
De velo is terug! Er was geen probleem mee, ’t was de transfo die de snok moet omzetten naar iets dat de pile aankan, die om zeep was.
Dat heeft mij 141 euro gekost, wat veel geld is, maar ongetwijfeld minder dan wat het mij zou gekost hebben als er iets in de velo zelf kapot was geweest — een zeer grote opluchting. En nu kan ik weer gezwind de stad rond geraken zonder te moeten rekenen op openbaar vervoer, joechei!
Vanmorgen al naar de buurt van de Watersportbaan gegaan, en dan naar de Sterre, en vanavond nog naar Wondelgem: ik moet er niet aan peizen wat dat geweest was zonder elektrische velo.
Ik doe om de zoveel tijd eens verder aan een spelletje dat ik de AI in de buurt laat maken, tot hij vastloopt in zijn geheugenlimiet.
Ik zou het zelf kunnen maken, natuurlijk, en soms kan het ook gewoon niet anders omdat hij niet uit geraakt aan wat ik wil dat hij doet, maar ’t is echt wel geestig om te schaduwboksen met een computer.
Vandaag wou ik een beginscherm maken, hij begreep écht niet hoe te doen wat ik wou doen dat hij deed. Dus heb ik het maar zelf gemaakt, in of all things TheDraw:
Ik had kunnen mijn best doen en een conversiescriptje gemaakt hebben (of laten maken) om die schermen in te lezen, maar ik heb het gewoon rap met de hand gedaan:
Tee hee. Dat is dan voorlopig dit geworden in het spelletje zelf:
Alles wat op het scherm staat is trouwens wegens redenen grafisch, getekend met deze spritesheet, waar ik langer over gedaan heb om hem te maken dan ik wil toegeven (het was met manueel inlezen van een windows-.fon-bitmapfontbestand, en dat was minder evident dan ik gehoopt had dat het zou zijn:
Nog te doen:
Manier van bewegen herbekijken (ik heb nu gewoon A* gepakt, maar dat is mij wat te efficiënt — op lage levels te voorspelbaar, op hoge levels te moeilijk). Het spel dat ik namaak doet het zeer simpel: als de speler in line of sight is (binnen een bepaalde radius), gaat de vijand er naartoe. Als de speler niet zichtbaar is, doet de vijand een random move. Dat vind ik nu toch een béétje te dom, dus iets tussen de twee.
Exploding blocks toevoegen: in latere levels zorgen die ervoor dat de duwblokken kunnen vernietigd worden door ze in onverplaatsbare blokken te duwen. Dat lijkt niet zo erg, maar op den duur maakt ge daarmee uw eigen munitie helemaal schaars.
Sentinelgeneratie is niet (meer) in orde, moet ik ook herbekijken.
Het welkomstscherm verder bewerken, dat de details van levels niet meer op nieuw scherm komen maar daar getoond worden (zoals ik in TheDraw getekend had).
Eens denken aan uitbreidingen, gelijk tunnels of teleporters, of echte ontploffingen die een radius hebben, of een pauzeknop die kan opgepikt worden, of een pacman-achtige “nu kan ik vijanden opeten”-modus, zwartwitmogelijkheid (of amber, of groen, of ‘Paperwhite’), of allerlei geluid erbij doen, of een “echte” grafische modus, of…
DUUZD mogelijkheden. En ondertussen ziet het er wel al echt bijna helemaal uit zoals het in mijn geheugen zat. Soms zelfs beter.
Soms kan ik er mijn hoofd niet rond krijgen hoe klein mensen denken. Visie? Termijn langer dan de kortst mogelijke termijn? Buiten het eigen kleine kamertje kijken naar het grotere beeld? Neuh, doen we niet aan mee.
Engagementen houden? Gedane beloften nakomen? Denken over uw eigen reputatie? Neuh gast, doe maar gewoon, da’s al zot genoeg.
We hebben wat we hebben en we weten wat we weten en we zijn bang van de rest want dat is allemaal verandering, oh ho ho.
Ik had dit boek jaren geleden in de “ooit eens te lezen, dan eens”-stapel gezet, en ik had geen flauw idee waarom ik er niet aan begonnen was.
Ondertussen weet ik het weer:
The Lies of Locke Lamora (2006)
Red Seas Under Red Skies (2007)
The Republic of Thieves (2013)
The Thorn of Emberlain, (real soon now™)
The Ministry of Necessity (wellicht meteen daarna)
The Mage and the Master Spy (zeker nog dit decennium)
Inherit the Night (komt er ook ongetwijfeld nog)
Op de cover staat ook een quote van George R.R. Martin, als een soort slecht voorteken over schrijf- en publicatiesnelheid.
Maar kijk, het boek stond op mijn Kindle en ik ben er toevallig in beginnen lezen en wohow wat een boek helemaal in mijn wheelhouse. Het deed mij heel de tijd denken aan Jack Vance, wat alleen maar goed kan zijn.
Heel in het kort gaat het over een dief, Locke Lamora, die liegt om te dieven. Al heel zijn leven, eerst als weeskind op zichzelf, later als kleuter opgenomen in een Dickensiaanse dievenkolonie tot een paar jaar later zijn te grote creativiteit als het op misdaad aankomt het einde van die carrière betekent.
Hij wordt door de locale Fagin verkocht aan een blinde priester van een tempel. Die een zware stap vooruit blijkt te zijn in het dievenecosysteem.
Het verhaal nu gaat over een zoveelste grote slag die Lamora en zijn companen, de Gentlemen Bastards uit de naam van de serie, plegen. Het verleden komen we te weten in flashbacks. Er is veel gebeurd tussen het flashbackverhaal en nu, onder meer een vrouwelijke compaan die de liefde van zijn leven was, die er niet meer is, en het schielijk komen te gaan van de blinde priester die ze alles geleerd heeft.
Ergens op de achtergrond is er een verdwenen beschaving ook, waarvan alleen de monumenten onvernietigbaar blijven bestaan — het is een verhaal in een wereld die ergens tussen Song of Ice and Fire en Discworld aanvoelt, maar met meer details.
Ik was bijzonder gecharmeerd. En maar een beetje kwaad dat vier van de zeven boeken in de reeks er nog niet zijn.
Ik kwam met de velo thuis donderdag en hij was bijna leeg, dus ik steek de prise in. Geen reactie. Normaal gezien moet de lucht uitgaan en moet hij beginnen opladen.
Ik kijk of de prise wel goed in zit — ja. Nu is het gat van de prise in de gang euh een beetje kapot, dus ik met velo en al naar de keuken. Daar ingestoken. Geen effect.
De prise zelf is een beetje verbogen, dus ik pak een andere draad met een betere prise en steek die in de transfo — geen effect.
De trieste conclusie daagt: de laatste keer dat mijn jongste zoon ermee gaan rijden is, was de velo van boven tot onder volledig doorweekt. Maar serieus: een plas van ettelijke liters in de gang, het was die ene ochtend van de Sneeuwstorm In Het Land.
Sinds een vorige keer was diezelfde zoon het rubberen afsluitdopje op het batterijgat van de velo kwijtgeraakt. Mijn hypothese: er is vocht in het batterijgat geraakt of vuiligheid of iets en dat houdt het opladen tegen.
Zucht.
De velo dus dan maar naar de velomaker gedaan om te zien wat er aan kan gedaan worden. Wie weet hoe lang ben ik hem kwijt, dedju?
En volgende week moet ik bijna alle dagen naar mijn werk en ik zit zonder vervoer. Te voet? Een uur? Of met één of ander openbaar vervoer? Of de weg van de minste –Uber– weerstand?
Ik ga tegenwoordig van faculteit naar faculteit op het werk om te spreken met mensen.
Het is eens iets anders dan in de cocon van mijn eigen departement te blijven, en het is zo wijs om te zien hoe enorm veel er allemaal gebeurt op het werk.
Het is grappig, het is spannend, het is aangrijpend en ontroerend, het is mooi.
Geen spoilers wegens redenen, maar de algemene setting is een soort zombie-apocalyps, waar om een onbekende reden de toxoplasmose die in een groot deel van de menselijke bevolking leeft, ze plots moorddadig gemaakt heeft.
Of eigenlijk: ongelooflijk kwaad op alles en iedereen, en vandaar moorddadig. En gelukkig niet intelligent — het hoofdpersonage lokt bijvoorbeeld ettelijke stapels zombies (of ‘wraths’, zoals hij ze noemt) de dood in door aan de andere kant van een kanaal of rivier Vengaboys te spelen waardoor ze zo kwaad worden dat ze blindelings in het water lopen.
Een vreemd goed boekje, dit. Uitgelezen terwijl ik aan het koken was.
Het concept is gemakkelijk uit te leggen: Ben Stone, een agorafobische man van nog geen dertig met morbide obesitas, moet uit zijn appartement geëvacueerd worden om zijn been te laten amputeren wegens gevolgen van diabetes.
Hij weegt 273 kilo en geraakt de deur niet meer uit, laat staan dat hij de lift zou kunnen gebruiken. Dus moet de voorgevel eraf en zal hij met een kraan naar beneden gebracht worden.
…en dan breekt, for all intents and purposes, de zombie-apocalyps uit. Voor zover hij weet overal ter wereld, maar zeker in zijn buurt en van wat hij kan zien uit het venster en als hij met zijn drone rondvliegt: mensen zijn plots enorm agressief geworden en niet voor welke rede dan ook vatbaar, zijn elkaar beginnen aanvallen en gaan niet dood, zelfs al eten of drinken ze niet.
Stone zelf zit ook met een probleem: hij heeft geen eten meer. Gelukkig wel water, en vitamines. En dus begint hij te vermageren.
Het boek geeft afwisselend het verhaal vóór en na de apocalyps: we zien hoe het zo ver is gekomen, en wat er daarna gebeurt. Ik vond het, zoals ik zei, vreemd goed.
Er is ook een vervolg, dat ik ga lezen, maar het kan helemaal op zich staan ook.
Het tweede boek eindigde met zó een cliffhanger dat ik diréct begonnen ben aan deel drie. En dat was eigenlijk een redelijke anticlimax.
Ja, het is bijzonder ingrijpend wat er gebeurd is, maar uiteindelijk komt het ook niet zeer hard dramatisch over, gelijk. Ik had het zelfs moeilijk om in het boek te geraken, wat vreemd is omdat het gewoon hetzelfde verhaal voortzet dat ik niet kon laten liggen.
Dit heeft een paar dagen geduurd, met soms zelfs stukken waar het mij niet enorm hard kon schelen — een stuk van het verhaal is zelfs begot een zoektocht, met eiland na eiland waar telkens een soort Opdracht Van De Week is: het voelde helemaal aan alsof Yarros voor een televisieserie aan het schrijven was, een soap zelfs, met wekelijkse cliffhangers.
Maar bon, naar het einde van het boek begon het weer wat aan te trekken, en jazeker: nog een cliffhanger op het einde. Nog een jaar of zo voor boek vier, en dan nog eens voor boek vijf, zeker?