Babylon 5, gedaan

Zo. ’t Heeft langer geduurd dan ik dacht dat het zou duren, omdat ik toch even een pauze wou nemen wegens de intensiteit van het alles — maar ik ben door de vijf seizoenen Babylon 5 geraakt.

Het had heel goed gekund dat het na vier seizoenen gedaan was geweest, maar uiteindelijk hebben ze nog een vijfde seizoen gekregen. Dat moet ongelooflijk raar geweest zijn: het was altijd al de bedoeling om een verhaal te vertellen op vijf jaar tijd, en dan moeten ze het op vier jaar doen, en dan krijgen ze uiteindelijk toch nog een seizoen bij.

De 22ste aflevering van seizoen vier lag klaar in de schuif, om het allemaal proper af te sluiten, maar uiteindelijk hebben ze de eerste aflevering van het nieuwe vijfde seizoen in de plaats gezet, en hebben ze die laatste aflevering op het einde van het vijfde gebracht.

Dat gaf geen problemen, want het was altijd al de bedoeling om te eindigen met een aflevering twintig jaar in de toekomst.

Het probleem natuurlijk is: wat doen met een volledig seizoen als alle grote punten eigenlijk al opgelost zijn op het einde van het vierde seizoen? Turns out: er was echt wel genoeg te doen. Ik was content van het vijfde seizoen, zelfs al ging het soms een heel andere richting uit dan de vorige seizoenen. Ik ben het, voor de duidelijkheid, niet eens met de opinie van sommigen dat het niets meer waard was. Pak bijvoorbeeld het einde van twee van de belangrijkste personages, Londo en G’Kar: dat was al láng voor het einde getoond, en toch bleef het boeiend tot op de laatste aflevering.

En de laatste twee afleveringen waren om de zakdoek bij boven te halen. Gelijk serieus: ik heb er een hele prop opgevouwen wc-papier bij volgebleit. Zo triestig. Maar ook: zo schoon.

Heel hard aangeraden, Babylon 5.

De kapotmakerder

Ik heb mij vandaag aan een toepassing gezet waar mensen al een tijd aan het ontwikkelen aan zijn.

Ik heb zeer (zeer) veel dingen gevonden die niet werken zoals ze zouden moeten werken. Dingen die kapot gaan als ge de toepassing precies zo gebruikt. Dingen die niet werken zoals afgesproken was dat ze gingen werken. Dingen die wel werken zoals afgesproken, maar waar zó voor de hand liggende dingen dat ze niet van naaldje tot draadje omschreven waren blijkbaar niet genoeg voor de hand lagen wegens dat ze er niet in zitten.

En dan hebben we het natuurlijk niet over de dingen die er nog niet in zitten, de dingen die er eigenlijk zouden moeten in zitten, of de dingen waar ik nu van bedenk dat het eigenlijk wel goed zou zijn dat ze er zouden in zitten.

Zucht.

UX, het is wat. En ook: zucht, QA, het is wat. En ook: zucht, oog voor detail, het is wat.

Een aardige droom

Ik heb een droom gehad die wel uren leek te duren.

De details zijn al heel ver weg, maar het kwam er op neer dat ik met een hele reeks andere mensen naar Amerika was gereisd.

We hadden allemaal rugzakken en kleine computertassen, en we kwamen toe in New York. Van daar vertrokken we met de trein naar ergens anders, maar omdat de trein echt wel nu vertrok, moest ik zonder mijn rugzak op de trein. En in mijn rugzak zaten al mijn belangrijke dingen, van geld over papieren tot computer.

En dan ging het ellendig lang over de spanning van op een trein zitten zonder ticket of identificatie of geld, en niet weten hoe ik het uit zou gelegd krijgen als er mij iemand zou vatten.

Brr. Het klinkt niet zo erg, maar het was enorm griezelig.

Parasieten

Intellectueel wéét een mens dat natuurlijk, dat er in vis bijna altijd parasieten zitten. Het is iets anders om het mee te maken.

We hebben gisteren uitstekende lotte gegeten. Op een bepaald moment voel ik gelijk een andere textuur in mijn mond. Ik haal het stuk er uit, en jawel: een stuk vol paarsroze wormpjes. Ik kijk naar het stuk dat op mijn bord ligt: een opgerolde paarsrode worm. Ik telde er, op een stuk van pakweg vier centimeter op twee op twee, minstens vijf.

Ik heb een groot glas water gedronken om de wurgneigingen te onderdrukken, proper de rest van mijn vis opgegeten, en niéts gezegd tegen mijn disgenoten.

Ahem ja.

De tweede golf

Het is nog niet helemaal duidelijk of het echt helemaal zal doorbreken. Er zijn in alle geval nu in Gent al meer gevallen dan er ooit gemeten waren (maar er werd vroeger natuurlijk niet zoveel gemeten als nu (alhoewel, er wordt nu toch al een tijd veel gemeten (en de percentages gaan ook naar boven (of toch voor zover ik begrijp)))). En binnenkort gaan misschien wel de ziekenhuisaantallen ook naar boven, en daarna misschien wel de dodenaantallen.

Hopelijk niet, maar een mens weet het niet zeker natuurlijk.

Ik zag deze visualisatie op het interwebs, en ik vond ze wel interessant:

Ze is natuurlijk ook wat verraderlijk, want (1) de cijfers staan er pas in vanaf juni, toen we op een dieptepunt zaten, waardoor ze misschien erger lijken dan ze zijn en (2) de cijfers zijn voor héél België en niet voor pakweg enkel Gent, waar de situatie veel erger is en (3) het gaat enkele om gevallen en niet ziekenhuisopnames of doden, maar daarover zie boven.

Iemand op de Facebooks zei:

En wat gaan we daar aan doen? Twee mondmaskers boven elkaar opzetten ? 3 meter afstand houden? De bubbel van twee en half? Komaan virologen, vertel het ons in de studio.

Ik word daar een beetje moedeloos van, van zo’n uitspraak, die van een nochtans zeer intelligente mens komt. Natuurlijk zijn dat geen oplossingen. Maar het probleem onder de mat schuiven zoals de algemene tendens zo’n beetje lijkt te zijn, is ook geen oplossing.

Mijn antwoord was:

Ik zou het niet precies weten, maar als ze het aan mij vragen: een beetje redelijkheid en gezond verstand?

Niet met stapels mensen samen komen, een mondmasker als ge wél met veel mensen samen komt. En datzelfde maar nog voorzichter in de buurt van kwetsbare mensen?

En uiteraard: belachelijke maatregelen afschaffen, en zowel paniekzaaierij (denk avondklok in Antwerpen) als totterdoodrelativatie (denk open brieven) vermijden.

Het probleem met veel mensen: het valse dilemma. Het is ofwel “draag een mondmasker terwijl ge alleen aan het joggen zijt”, ofwel “mondmaskers zijn zever Bill Gates en Soros betalen Van Ranst om daar daar 5G in te steken”. Of, even erg: het op die manier karikaturiseren van de positie van de “andere kant”.

Redelijkheid en gezond verstand gasten.

Ik begrijp dat niet, het kind met het badwater weggooien.

Als het goed afloopt

Het was al met al wel fijn: er was een interface-concept dat niet goed zat. En dan had ik een voorstel van een beter concept. Maar dan zeiden de ontwikkelaars dat om dit uit te voeren, ze iets anders niet zouden kunnen uitvoeren.

Ik was daar niet echt van overtuigd, en ik was van plan om dat ook te verdedigen. Pak dat de ontwikkelkost van wat ze voorzien hadden 50 was, dan dachten zij dat de kost 100 zou worden, maar denk ik zeker te weten dat het pakweg 40 zou zijn.

En dan legde ik iets later de situatie telefonisch uit aan een collega, en tijdens het uitleggen bedacht ik –hang on! wacht eens even!– dat mijn oplossing nog kon vereenvoudigd worden. En dat de ontwikkelkost dan niet eens meer hetzelfde zou zijn, maar pakweg 30 in plaats van de oorspronkelijke 50.

Vandaag hadden we daar een korte opvolgvergadering over met analyst en product owner, en het is allemaal in orde gekomen, met een duidelijk plan van hoe we het gaan doen voor MVP en een duidelijk plan van waar het zou kunnen naartoe gaan in een volgende versie.

Kleine dingen die een mens content maken, zo op het einde van een drukke werkweek. En dan is het nu tijd voor het weekend.

Amerika, maar niet echt Amerika

Dit is zó een ongelooflijk nummer.

Ik weet ook wel dat de meeste mensen er een lofuiting aan Amerika in zien, en dat is het uiteraard ook (“everywhere around the world, they’re coming to America — everytime that flag’s unfurled, they’re coming to America”).

Maar het punt van het nummer zit voor mij in het begin:

We’ve been traveling far
Without a home but not without a star
Only want to be free
We huddle close
Hang on to a dream

On the boats and on the planes
Never looking back again

Home, don’t it seem so far away
Oh, we’re traveling light today
In the eye of the storm

Home, to a new and a shiny place
Make our bed, and we’ll say our grace
Freedom’s light burning warm

Dat is de essentie. Mensen die naar een nieuwe thuis moéten, omdat ze er nu geen meer hebben. En of dat nieuw thuis Amerika of pakweg hier is: het van een nachtmerrie naar een verhoopte droom gaan.

En het zou ons allemaal kunnen overkomen, dat we moeten vluchten.

Ik moest er aan denken, want ik zag dit in de krant:

Twaalfduizend mensen zitten daar in de miserie. Wij zijn in Europa met honderden miljoenen. België is bereid twaalf kinderen op te vangen. Ik kan niet anders dan mijn hoofd schudden.

En dan de commentaren. “Terug naar eigen sturen a.u.b.” zegt Erwin De Meyer. “Goe bezig, eerst de kinderen en dan de andere 30 familieleden per kind om de reden van gezinshereniging” zegt Kristoff Mignon. “De Oosteuropese landen hebben de opinie van het volk beter begrepen en nemen GEEn vluchtelingen op !” weet Christophe Heyndrickx. “Dat zijn er dan 12 te veel waar wij langer kunnen voor werken. Hier is armoede en mensen genoeg.” vindt Maria Wijnants. Natascha Van den Broeck vraag “Euh, hebben we geld teveel?” Erwin Veltjen opinieert: “weer 12 winnaars van ‘win for live’ zonder ticket te moeten kopen wij zullen wel bijdragen aan de fratsen van de regering”.

Ik moet mezelf blijven voorhouden dat die mensen niet boosaardig zijn maar slecht geïnformeerd, beïnvloed en bang. Maar ik heb het er wel moeilijk mee.

Wij zijn Europa. Wij zijn niet Amerika, maar we zijn wel het ‘America’ van het nummer van Neil Diamond. Of dat zouden we tenminste moeten zijn.

Nog één van die dagen

Ik heb ingepland wanneer ik waar ga aan werken deze week. Ik doe dat elke week voor de volgende twee weken, en meestal komt wat er maandag stond redelijk tot helemaal in de buurt van wat dan op vrijdag de realiteit blijkt geweest te zijn.

Deze week was er al wat gefrontload op maandag en ging het op dinsdag wat later worden, dus had ik besloten om ook wat later te beginnen op dinsdag. Om 11u om exact te zijn.

Er was een meeting intern en dan een meeting met klanten. De meeting met klanten was interessant want ze waren een ander idee toegedaan dan wat wij eigenlijk als een goed idee zien. Ik begrijp waar ze vandaan kwamen, maar conceptueel was het echt fout, en volgens mij ook in ontwikkeltijd niet minder werk dan hoe ik het zag.

En dus een aanschouwelijk voorstel gemaakt. Het is geen raketwetenschap, dat weet ik wel, maar het is geestig om doen: een idee zo aanschouwelijk mogelijk maken om te proberen het verkocht te krijgen. Ik hoop dat het idee er door komt. We zien wel.

Verder een lezing op het werk. Dit was de blurb:

Enterprises are behind many of the systems that run our planet: governments, healthcare, finance, big tech, you name it. Can we design them to be more useful for people, and more successful in creating a positive impact?

In this webinar, Milan will introduce Enterprise Design, an emerging practice aiming to do just that. This requires going beyond the typical scope of design for better products or services and looking at the enterprise itself as both the environment to reshape and the material to design with.

In particular, participants will learn about the “double systems approach” to enterprise innovation and transformation by design:

Enterprise Design as applied Systems Design: the enterprise as a subset of actor relationships and dynamics in an ecosystem, and our intervention space

Building Enterprise Design Systems: instead of solutions for problems, providing change-makers with tools to design “their” parts of the enterprise for overall coherence and success

Ik heb hier en daar interessante dingen gehoord, en het onderwerp is in ieder geval iets dat mij zeer hard interesseert, maar ik bleef al met al op mijn honger zitten.

Ik heb er wat last mee, designers (of het nu UX of service of systemic of enterprise design is) die binnenkomen, leren, luisteren, een heel traject doorlopen, iets bedenken, alleen of in cocreatie, en die er dan vandoor zijn.

Een idee hebben, dat kunnen wel meer mensen. Een idee hebben en dat tot een goed einde brengen in de realiteit, niet alleen in een rapport of een presentatie, dat is een ander paar mouwen.

Een ander paar mouwen dat ik heel hard mis, vaak.

Het is allemaal goed en wel om tekeningen te maken en zo, maar ik vrees dat er veel te vaak een enorm gebrek aan niet-design-domeinkennis is. In veel andere vergelijkbare branches is dat niet het geval, heb ik de indruk. Een architectenbureau moet iets weten van materialen en stabiliteit. Een modeontwerper moet ook iets weten van materialen en anatomie.

Het soort designer dat ik ben, kan blijkbaar een complexe supply chain management toepassing maken zonder ook maar iéts van softwareontwikkeling te weten. Of een Bol.com hermaken zonder iets te moeten weten van pakweg supply chain management. Ik dácht het niet, nee.

Enfin bon. Ik ga er dan nog eens over nadenken. En al.

Dune nog!

Kijk kijk, ’t was te denken. Er is ook een vergelijking waar de miniserie van 2000 ook bij staat:

“Godmiljaar ja, nu dat ’t ge ’t zegt”, is mijn eerste reactie. Het komt allemaal terug, die miniserie. De fluo-ogen die ze gelijk van Innocent Blood (mmmmm, Anne Parillaud *droomt weg*) haalden maar dan digitaal in plaats van practical effects. De shields die ze zelfs niet proberen doen hebben. William Hurt die een degelijke Leto was (maar niet zo degelijk als Jürgen Prochnow of als Oscar Isaac). Paul die helemaal fout was. En dat de tweede reeks, die Dune Messiah en Children of Dune in één stak veel beter was dan de eerste.

En mijn tweede reactie is dat ik minder en minder begrijp waarom Villeneuve de gom jabbar veranderd heeft. Die zou moeten op het einde van een vinger zitten, niet een aparte naald zijn. :/

Dune

Ik kan moeilijk uitleggen hoeveel ik van Dune houd.

Ik heb de film van David Lynch gezien vóór ik de boeken las, en sommige personages blijven voor altijd wat ze bij Lynch waren: Feyd, Liet Keynes, Jessica, Piter De Vries, Yueh, de Shadout Mapes, Stilgar, Thufir Hawat en natuurlijk Paul, zelfs al was Kyle MacLachlan tien jaar te oud voor de rol.

Zendaya is nu al mijn nieuwe Chani geworden. Idem met Dave Bautista als The Beast Rabban en Stellan Skarsgård als Vladimir Harkonnen.

Wat een wereld dat wij in leven, dat er een Dune voor een nieuwe generatie gemaakt wordt. (Sorry, miniserie, ik heb u helemaal bekeken en zelfs geapprecieerd, maar er is niéts blijven hangen.)

En kijk eens hoe fantastisch dit is:

Allez ju, we kunnen aan het weekend beginnen

’t Is 22u40 op zondagavond en hoera, ’t is weekend! Lange dagen geweest, wel:

Ik heb een beetje hoofdpijn nu. En morgen is het meeting om 8u15, dus vroeg uit bed.

Sandra is een Sociaal Leven aan het hebben buitenshuis, Louis is een sociaal leven op het interwebs aan het hebben, Jan en Anna liggen in bed dat ze morgen op tijd naar school geraken, Zelie zit in Duitsland op intensief Duits taalbad.

Ik ga mij in mijn bed leggen, denk ik.

De zaterdag die geen zaterdag was

Positief nieuws eerst: ik ben elke dag van de week stipt om 9u beginnen werken. Dat wil zeggen dat ik elke dag van de week tot 8u45 in mijn bed kon blijven liggen.

Minder positief nieuws: als ik mijn dagelijkse tijdsindeling van 9u tot middernacht bekijk, ziet die er zo uit:

En ’t is zoals a-l-t-i-j-d met dergelijke zaken: ge werkt veel aan iets, met veel verschillende mensen, en dan bekijkt ge wat er eigenlijk gedaan is, en lijkt dat allemaal zo weinig werk.

Zucht.

Maar hey: we zijn zaterdag zeer laat, en het ziet er naar uit dat het in de loop van morgen in orde zal komen. En ’t was eigenlijk wel aangenaam werken vandaag, zo de helft van de tijd samen op een document zitten met de camera’s aan. Gedeelde smart en halve smart en zo.

Maar vólgende keer zal het niet zo zijn. Volgende keer zeker. Zeker waar. Echt zeker. Beloofd waar. 🙂