Eten!

We zijn met vrienden gaan eten, en telkens als we dat doen, zeg ik tegen mezelf ik dat we dat veel meer zouden moeten doen. Het was bijzonder zeer lekker, in 50 fifty op 100 meter van onze voordeur.

Aperitiefhapjes, en dan iets fantastisch lekker met makreel en gebrande komkommer en granita van komkommer en stukjes groene appel en radijs en gepofte dacht ik boekwijt.

En dan schelvis met pompoen en een preistronk en grijze garnalenmayonaise.

En dan varkenswangen met witte kool en bloemkool met aardappelchips en hazelnoot. En dan parelhoen met krokante peterseliewortel en gemarineerde raap en beukenzwammen.

En als dessert iets verrassend niet-zoets met pompelmoes-rozemarijnijs en een crème van karnemelk met partjes pompelmoes.

Ik doe dat normaal gezien nooit, maar ik heb deze keer wel mijn telefoon bovengehaald om foto’s te maken. Helaas blijft het maar een telefoon, natuurlijk, en zijn de lichtomstandigheden niet ideaal. Maar alla.

Resource planning

Ik ben data aan het masseren. Ik krijg (na veel gedoe) lijnen met uren toegewezen aan personen voor taken die een begin- en einddatum hebben. Dus bijvoorbeeld:

TaakVan…Tot…PersoonUur
Veldstudie1/12/20218/12/2021Joris16
Veldstudie1/12/2021 8/12/2021 Geert16
Concept10/12/202120/12/2021Joris35
Concept10/12/2021 20/12/2021 Geert35
Detailontwerp1/1/202231/1/2022Joris60
Grafisch ontwerp17/1/202231/1/2022Piet30

Nu wil ik weten hoeveel van die mensen hun tijd is ingeboekt op weekbasis, als we er van uitgaan dat ze 38 uur per week werken. (En ja, ik weet dat ik daarvan de vakantiedagen en andere afwezigheden nog moet van aftrekken, maar da’s maar een detail.)

Zeer rap getekend ziet dat er zo uit, als ik het in de tijd uitzet met de weeknummers:

Ja, het zou allemaal veel gemakkelijker zijn als de data zouden overeenkomen met weken, maar dat is niet het geval. En ja, als er staat “16 uur werk te doen tussen 1 en 8 december” wil dat niet echt zeggen dat die 16 uur gelijkmatig verdeeld moeten worden over alle beschikbare dagen. Iemand zou kunnen beslissen om dat op twee dagen te doen helemaal in het begin of helemaal op het einde, of zelfs op de eerste dag en de laatste dag, maar bon, een mens moet ergens beginnen.

Het eerste dat ik moet doen, denk ik, is kijken hoeveel werkdagen er tussen begin en einde zijn per taak. Dat geeft dan het volgende:

  • Joris
    • Veldstudie: 6 werkdagen om 16 uur te doen, of 2.67 uur per dag
    • Concept: 7 werkdagen om 35 uur te doen, of 5 uur per dag
    • Detailontwerp: 21 werkdagen om 60 uur te doen, of 2.86 uur per dag
  • Geert
    • Veldstudie: 6 werkdagen om 16 uur te doen, of 2.67 uur per dag
    • Concept: 7 werkdagen om 35 uur te doen, of 5 uur per dag
  • Piet
    • Grafisch ontwerp: 11 van dagen om 30 uur te doen, of 2.73 uur per dag

Dan kijk ik voor elk van die taken hoeveel van de dagen in welke week vallen:

  • Joris
    • Veldstudie: 6 werkdagen van 2.67 uur per dag, 3 in week 48 en 3 in week 49
    • Concept: 7 werkdagen van 5 uur per dag, 1 in week 49, 5 in week 50, 1 in week 51
    • Detailontwerp: 21 werkdagen van 2.86 uur per dag, telkens 5 in week 1 tot en met 4, en dan nog 1 in week 5
  • Geert
    • Veldstudie: 6 werkdagen van 2.67 uur per dag, 3 in week 48 en 3 in week 49
    • Concept: 7 werkdagen van 5 uur per dag, 1 in week 49, 5 in week 50, 1 in week 51
  • Piet
    • Grafisch ontwerp: 11 werkdagen van 2.73 uur per dag, 5 in week 3 en 4, en dan nog 1 in week 5

De dagen per week per taak per persoon geeft dat in een tabel:

…en vermenigvuldigd met het aantal uur per dag per taak, en dan opgeteld en bekeken als percentage van de beschikbare tijd, krijgen we wat ik wil, namelijk dit:

Dat geeft mij direkt een idee dat Joris en Geert in week 50 al voor 2/3 volgeboekt zijn, en dat op dit moment niemand iets ingepland heeft in week 52 en dus in principe iedereen helemaal beschikbaar is voor andere dingen.

Hoor ik u zeggen dat dergelijke dingen eigenlijk gewoon uit onze planningssoftware zouden moeten rollen? Ha, wel, inderdaad. Maar helaas, dat doen ze niet.

Want in de realiteit is het nog wat complexer dan dit: er lopen uiteraard veel projecten door mekaar, en zoals gezegd is het niet zeer realistisch om pakweg 16 uur gepland werk over zes werkdagen uit te smeren in zes stukjes van 2.66 uur — maar wat het pas echt lastig maakt, is dat de projecten waarin de taken zitten ook nog eens een waarschijnlijkheid kunnen hebben.

Dus dat al die uren eigenlijk op de één of andere manier moeten gewogen worden: als we maar niet 100% zeker zijn dat een project zal verkocht worden, dan mogen we die uren niet als 100% zeker verkocht beschouwen — anders zou iedereen altijd totaal overboekt zijn.

We kunnen het ook niet maken om de mensen pas in te plannen als het project 100% verkocht is, want dan hebben we geen zicht op welke soorten profielen er in mogelijks wanneer gaan moeten ingezet worden, wie er wanneer dreigt overbevraagd te worden, wat voor soort mensen we wanneer wellicht moeten aannemen, dat soort dingen.

De exacte manier waarop die weging gebeurt, daar kan nog over gediscussieerd worden: één manier is om pakweg alles dat minder dan 65% waarschijnlijkheid heeft niet mee te tellen (een gewicht van 0 te geven, dus). Een andere manier is dat alles wel degelijk zijn echte gewicht krijgt, dus dat een project van 1 miljoen euro dat maar 10% waarschijnlijk is evenveel weegt als een project van 200.000 euro dat 50% zeker is of als een project van 100.000 dat 100% zeker is.

Oh, en dan wordt het ook nog wat complexer omdat taken niet noodzakelijk aan één persoon toegekend zijn. Het kan zijn dat een bepaalde taak bijvoorbeeld aan twee mensen is toegekend, en dat die zelf de vrijheid hebben om te beslissen hoe ze de tijdverdeling gaan doen: 50 uur toegekend aan twee personen is niet noodzakelijk 25/25, het kan ook 10/40 zijn.

Oh en ook: het kan goed zijn dat taken al begonnen zijn, wat de dingen ook wat complexer maakt. En er is een bestaand onderscheid tussen gepresteerde uren, zelf ingeplande uren, en niet ingeplande uren die nog moeten gedaan worden. En dan die vakantiedagen.

En het eindresultaat zou vlot en degelijk moeten werken, en idealiter gemakkelijk simulaties en what-ifs moeten kunnen doen. Dus als ik ergens een eindcijfer krijg (zoals hierboven, 66% van een voltijdequivalent al volgeboekt), dan wil ik kunnen zien wat dat precies betekent. Waar dat cijfer vandaan komt. Welk project, en welke taak. Zodat ik eventueel kan ingrijpen. Stel dat iemand overboekt is, of dat een bepaalde taak gewoon niet kan uitgevoerd worden in de beschikbare tijd. Is het beter om iemand toe te voegen aan de taak? Soms kan dat, bij veldstudies bijvoorbeeld, maar vaak moet er kennisoverdrachttijd toegevoegd worden, en zitten we met een mythische manmaand. Of is het beter de taak wat langer te laten lopen, of vroeger te laten starten als het nog niet begonnen is? Wat is daar dan het effect van op andere projecten?

Aargh. Ik heb zó goesting om daar een degelijke analyse voor te schrijven en een ontwerp te maken en dat door een groep degelijke ontwikkelaars te laten ontwikkelen. Ik ben er zéker van dat stapels consultancybedrijven daar content mee zouden zijn.

Ongeluckige voyagie van ’t schip Batavia nae de Oost-Indien

De volledige titel is veel langer (zie voorblad) en typisch zeventiende-eeuws, maar dat is wellicht omdat het een boek uit de zeventiende eeuw is.

Ik was van plan één dezer Batavia’s Graveyard te lezen, en in voorbereiding daarvan dacht ik dat het geen slecht idee was om eens te zoeken naar bronmateriaal over de meest moorddadige muiterij ooit. En jazeker, het boek staat integraal en proper leesbaar op archive.orgwhat a time to be alive!

Hele stukken zijn min of meer letterlijk dag na dag “geen nieuws, we zijn nog altijd aan het varen”:

May be an image of text

…maar het is ook een verhaal van muiterij, moordpartijen, seksslavernij en alles!

En het einde wordt de slechterik gestraft:

No photo description available.

Hiëronymus Corneliszoon is op 1 oktober 1639 naar Robbeneiland gebracht, eerst zijn handen afgehakt en dan opgehangen. Gerechtigheid is geschied!

Want het was echt wel een slechte mens: persoonlijk heeft hij niemand doodgedaan, maar er zijn onder zijn schrikbewind wel meer dan 120 mensen vermoord geraakt.

Dat “niet persoonlijk zelf” trok hij trouwens ook helemaal door tot en met verkrachting: hij had Lucretia Jans als seksslavin ingelijfd, maar dat verliep niet volgens plan. Zegt Cornelisz over de zonden waar hij haar tegen haar wil to gedwongen heeft: “Het is waar, gij hebt er geen schuld toe, want ge hebt wel twaalf dagen bij mij in de geweest voor ik mijn goesting van u kon krijgen.” En dat hij ten einde raad tegen zijn handlanger David van Zeevanck klaagde dat hij zijn voornemen (verkrachting dus) goedschiks noch kwaadschiks kon uitvoeren. Waarop Zeevanck haar heeft moeten bedreigen met de dood.

  • Zeevanck: Ik hoor klachten over u!
  • Lucretia: Waarom?
  • Zeevanck: Omdat gij niet vrijwillige doet wat de Commandeur wil dat ge doet, maar ge moet nu kiezen of delen. Ofwel de weg van Wybrecht Claes te gaan [dood, dus] ofwel doen waarvoor wij de wijven in leven hebben gehouden.
May be an image of text

Ik blijf erbij: wat fantastisch dat we dat allemaal kunnen lezen.

Den hof: statusupdate

Ik ben wel content van de status van den hof, zo naar de winter gaand:

…maar ik heb toch besloten dat ik externe hulp ga inroepen. Er zijn een aantal dingen waar ik mij niet helemaal zeker over voel, en er zijn een aantal dingen die ik lichamelijk niet kan doen. En dan is het een goed idee, denk ik, om er een professional bij te halen.

Wat ik weet dat ik zou kunnen doen, maar dat ik liever door iemand laat doen die écht weet waar hij mee bezig is: de japanse esdoorn in vorm knippen. De boom heeft op dit moment gewoon te veel takken en ik zou graag hebben dat er onderaan ook wat meer licht is — de stekelnootjes beginnen er onder te lijden.

Dan zijn er ook nog de klimachtige planten: de roos, de vuurdoorn, de witte regen en de clematis. Die moeten allemaal op verschillende manieren (a) bijgeknipt worden, (b) degelijk voedsel krijgen en (c) klimondersteuning krijgen. Voor de witte regen moeten er draden gespannen worden, voor de clematis moet er een klimrek in de hoogte bijkomen, voor de roos moet er een klimrek in de hoogte en de breedte bijkomen (en moet ze, vrees ik, eerst bijzonder zwaar bijgesnoeid worden), en ik weet niet goed wat er met de vuurdoorn moet gedaan worden.

En tenslotte zijn er de bomen in potten. Ik heb twee wilgen en een esdoorn, die ik graag zou willen houden en niet te groot laten worden. Ik heb ook twee van de ontelbare spruiten van vlinderstruiken in een pot gezet, waarvan ik me afvraag of ik ze zou kunnen kweken tot iets niet te groot en toch nog zeer bloemachtig. En dan heb ik een nu binnenstaande er zeer triestig uitziende perzische zijdeboom, die onlangs toekwam per post, bij het uitpakken al zijn blederen bleek verloren te zijn, en die ik de winter zal binnen houden.

Bomen in potten in een klein tuintje: ik vermoed dat het allemaal wel kan — ik bedoel, bonsai zijn ook maar bomen in potten die genadeloos in vorm gemarteld worden — maar ik zou toch graag wat advies hebben. Het zullen ongetwijfeld variaties zijn op “zorg voor goede drainering” en zo, maar toch.

En dan zouden de kruidenook moeten aangepakt worden — hopelijk overleeft de tijm deze keer wél meer dan twee winters, en hopelijk is er nog iets te doen aan mijn laksheid om de salie te snoeien (ze was bijna helemaal dood in de lente, en ik heb wat er alsnog teruggroeide tegen het einde van de zomer gewoon laten staan in plaats van het bij te snoeien, en nu ligt het helemaal uit elkaar in plaats van een bosje te vormen. En misschien zou er wel iets kunnen in de plaats gezet worden van de schoenlappersplanten, want dat zijn toch eigenlijk maar lelijke dingen, die bovendien weigeren te bloeien.

Duuzd dingen te doen. En een beetje hulp nodig om het te structureren, dat is het.

Paper Girls v1-v6

Ik lees Brian K. Vaughn graag. Dit was geen uitzondering. En de tekeningen zijn ook machtig schoon.

Het is 1988 en vier twaalf jaar oude meisjes — paper girls, zoals paper boys maar dan vrouwelijk, die kranten verdelen vanop de fiets — komen op iets tegen dat er op het eerste zicht als aliens uitziet, maar eigenlijk tijdreizigers zijn.

Ze geraken betrokken in een oorlog doorheen de tijd, met aan de ene kant ruwweg mensen die zeggen dat er niet aan de tijdslijn mag gemorreld worden, en aan de andere kant ruwweg mensen die zeggen dat het niet verkeerd is om iedereen een zo goed mogelijk leven te geven, zelfs als dat wil zeggen dat er een beetje gemoost wordt met de tijd.

Het is spannend en ontroerend en het zit ingenieus in mekaar, en het is van harte aangeraden.

Total Eclipse

Een oude cover van op het internet wegens te leeg om een foto te nemen van mijn eigen exemplaar.

Er was een discussie over boeken over aliens en iemand zei dat dit een klassieker was, en ik herinnerde mij vaag dat ik dat gelezen had. Ik ging kijken of ik het staan had in de bibliotheek en jazeker. (Uiteraard heb ik het dan digitaal gelezen, ik ben geen barbaar.)

Geschreven in 1974 en hoboy, het is echt wel jaren-1970. Er is één ruimteschip dat sneller dan het licht kan gaan, en mensen hebben één planeet ontdekt waar honderdduizend jaar een beschaving eventjes heeft gebloeid. Drieduizend jaar, om precies te zijn, en dan hopla weg.

Er worden wetenschappers naar de planeet gestuurd om onderzoek te doen, en in het begin van het boek is het net de tweejaarlijkse aflossing van de wacht. Maar misschien is het wel de laatste aflossing, want ook aan boord is een soort karikatuur van een kolonel uit een kolonelsregime, die in naam van de Verenigde Naties komt kijken of er geen gevaar dreigt van het werk dat er gedaan wordt.

Na de landing blijkt al snel dat er inderdaad geen gevaar dreigt, en verdwijnt de kolonel weer. Waardoor het boek geen antagonist meer heeft, en verzandt in eindeloze discussies en expositie.

Uiteindelijk komen ze er achter wat er gebeurd is, en waardoor de hele beschaving op geen tijd helemaal teniet ging.

Het kwam voor de lezer niet als een verrassing. En de ontknoping van het boek ook niet. Het was zeer, zéér jaren-1970, met wat psychedelische uitlopers van de jaren-1960 en wat voorschaduwing van het doemdenken van de jaren-1980. Ik geef het boek twee sterren op vijf, en dat alleen uit nostalgie omdat ik me herinner dat ik het vroeger goed vond. Maar eigenlijk is het dat niet waard.

Wijn

We hadden teambuilding met het werk. Eén van de dingen die we gedaan hebben tijdens de teambuilding was een wijn- en chocolade food pairing masterclass.

Dat zijn veel dure woorden om te zeggen dat een uitstekende chocolatier, Anton Van de Maele, en een uitstekende sommelier, Jeroen Ascoop, samen hebben gezeten om pralines te maken die bij zeer specifieke wijn passen en omgekeerd. De chocolade heb ik aan mij moeten voorbijgaan — nieren, weetwel — maar de wijn heb ik wel gedronken.

Ik ben geen mens die wijn drinkt, door de band.

Maar wél uitstekende wijn geproefd. En, voor de allereerste keer in mijn leven: ik heb er zelfs besteld.

Miserie! Ik zou het allerliefst besteld hebben bij de fijne mens die de workshop deed, maar die levert niet aan huis! ’t Is wreed hoe een mens geconditioneerd is door de coolblues en de bol.coms en de takeways.be van deze wereld.

Ik heb dan maar gezocht naar de wijn die ik wou bij iemand die wél aan huis levert, en daar besteld. Het was bijzonder moeilijk te achterhalen hoe dat precies zou gebeuren, zowel de levering als de betaling, want de algemene voorwaarden en zo stonden op een pagina die niet meer op het internet was, maar hey. Bevestingsmailtje, en dan vanmorgen een telefoon.

Dat mijn drie flessen wijn nog op voorraad zijn, dus dat het geen probleem zal zijn.

Euh, en hoe wordt dat dan geleverd?

Ah ja, maar levering? Wij zitten niet op het einde van de wereld, weet ge wat, komt er zelf om. En belt een uurke op voorhand om te kijken of we er zijn, want we zijn een magazijn en geen winkel.

Ahem ja.

Getting Off: One Woman’s Journey Through Sex and Porn Addiction

Ik las dit boek wegens, ah ’t zal wel zijn: sex!

Dat, en ook dat het van overal aangeraden was als een boeiend en ontroerend en meeslepend boek over verslaving — waarvan sex en porno maar één uiting zijn.

Ik kan daar zeer kort over zijn: neen. Het was niet boeiend, het was niet meeslepend, het was niet ontroerend, en er komt al bij al zeer weinig sex en porno aan te pas.

Een zeer rijke vrouw flittert van continent naar continent, heeft veel sex met veel mensen, en vindt zichzelf dan in de new age-dinges. Ho hum.

Naast al de andere dingen die dit boek niét was, was het één ding wel, en da’s onvergeeflijk: saai.

Noumena #2: Truth of the Divine

Ik had deel één hiervan gekocht om een mij nog altijd onduidelijke reden. Pre-ordered ooit eens, en dan stond het plots op mijn Kindle. Dit heb ik ook ge-pre-ordered. Ik heb de redenen daarvoor wél nog staan: niet omdat ik het eerste boek uitstekend vond, of eigenlijk zelfs goed. Wel omdat ik mij afvroeg wat er zou gebeuren. En dat het wel eens had gekund dat het vervolg beter geschreven was dan het eerste boek. En omdat er ergens wel goeie concepten in zaten.

Is dit veel beter? Ik denk het niet.

Het is iets beter geschreven. Hoofdpersonage Cora heeft een “fusion bond” met een alien, ’t is te zeggen dat ze op de een of andere manier empathisch verbonden zijn. In de maatschappij van de alien is zo’n bond voor het leven. Cora heeft een resem zaken aan de hand met haar — ongetwijfeld een paar lijnen letterwoorden en andere diagnoses, en dat wordt niet meteen geholpen door de miserie dat de alien waarmee ze verbonden is, ook al onherroepelijk kapot is in zijn hoofd. Ze is de enige vertaalster voor wat de aliens zeggen, maar het voelt absoluut niet aan alsof dat eigenlijk belangrijk is. En dan neemt ze ontslag uit die functie, en ook dat heeft weinig gevolgen. En dan komt er een nieuwe alien geland op aarde, en doen we een doorslagje van wat er in het eerste boek gebeurde. Er is ook een boyfriend die op allerlei onwaarschijnlijke manieren precies de juiste persoon op de juiste plaats is, en oh ja natuurlijk is hij Bruin en moslimachtig, en oh ja natuurlijk is hij onnoemelijk knap en slim en zo rijk als de zee diep is, en eurgh ik word er moe van, vooral omdat zijn verhaal eindig op het einde van dit boek.

Truth of the Divine leest eigenlijk vooral als één lange zaag- en klaagstonde van Cora. Aangenaam lezen? Neen, niet echt. Het begint met een voorwoord, een soort waarschuwing van de auteur aan de lezer: ik ben dat beginnen lezen maar ik heb het voor de rest overgeslagen — het gaf vooral de indruk van (1) kijk eens wat voor uitstekende schrijver ik ben en (2) pas op trigger warnings en dit boek zal heel zwaar worden.

Er is véél te zeggen over de onderwerpen waar het boek over gaat, maar het lijkt alsof Lindsay Ellis blijft steken in platitudes en expositie. En dat ze zichzelf veel te serieus neemt. De titel, Truth of the Divine, is daar een perfect voorbeeld van. Ik zou van ver noch van dicht weten waarom dit precies de titel zou moeten zijn. Het slaat op een dertien-in-een-dozijn-dingetje over “the divine” en “God” en bladiebla, dat praktisch niets met het verhaal te maken heeft.

Ik ben nog altijd benieuwd naar het vervolg van het verhaal hé, daar niet van. Maar het zou vele tientallen keren beter geweest zijn als Ellis er een degelijke schrijver had bijgenomen om haar ideeën neer te pennen. En ik ga het derde boek niet kopen. Zó benieuwd ben ik nu ook niet.

Uit nieuwsgierigheid ben ik gaan kijken naar de reviews op Goodreads, en kijk: ik ben het helemaal eens met deze review.