Verbouwingen: weer bezig!

Kijk nu!

De kasten in de kamer hangen allemaal aan mekaar vast! De ruimte aan de linkerkant wordt opgevuld met een strip zwart materiaal, nog geen idee hoe of wat precies, maar de bedoeling is dus: één kastenwand. Met boven deze kasten nog een reeks kastjes die we door een schrijnwerker zullen laten maken, met verzaagde deuren gelijk we nu hebben.

En ’t is verdomme niet alles!

We hebben een plafond in de badkamer!

Vandaag ook nog gedaan: gordijnreling geïnstalleerd in de slaapkamer. Misschien kunnen we daar één dezer zelfs gordijnen aan hangen, dat we niet meer om 5u ’s morgens wakker worden van het zonlicht!

Morgen wordt er verder gewerkt, en het zou zo maar even kunnen dat we dan een vloer zullen hebben in de badkamer en de gang. En misschien ook een muur. En wie weet zelfs al verlichting ook!

Gemiste kansen: Pilou Asbæk

In de lange rij afgrijselijkheden en misdadig gemiste kansen die op het conto van de de kiekens aan het hoofd van Game of Thrones te schrijven zijn, staat de manier waarop ze Euron Greyjoy verkloot hebben, ergens helemaal bovenaan.

Euron Greyjoy is een slechte, sléchte mens. Hij heeft er twee van zijn jongere broers regelmatig verkracht toen ze klein waren, en uiteindelijk heeft hij drie van zijn broers vermoord (tot nog toe, de vierde gaat er binnenkort ongetwijfeld aan). In een wereld waar kinslaying. Hij is er vast van overtuigd dat de regels niet voor hem gelden — welke regels dan ook. Hij beschouwt zichzelf als een God, en gedraagt zich ook als dusdanig.

The Forsaken is een hoofdstuk van een paar bladzijden lang uit het nog niet verschenen The Winds of Winter, en het is wellicht het beste hoofdstuk van alle hoofstukken van A Song of Ice and Fire.

Apocalyptisch.

Magistraal.

Euron is de antichrist in de wereld van George R.R. Martin. Absoluut angstaanjagend. Onberekenbaar. Gevaarlijk.

…en dan hebben ze een ongelooflijk goeie acteur, Pilou Asbæk, en dan maken ze van Euron Greyjoy een soort kruising tussen hofnar en Piet Piraat.

Zijn doel in de boeken is niet duidelijk, maar baas zijn over de hele wereld, die naar zijn beeld herschapen zal zijn, komt in de buurt. Zijn enige doel op televisie is in de onderbroek van Cersei geraken.

Het is om te bleiten zo erg.

Lees zéker The Forsaken trouwens. Zeker. Aeron, uit wiens standpunt het verteld wordt, is de ‘forsaken’ uit de titel, in de steek gelaten door de Verdronken God. Hij is de laatste overlevende broer van Euron, en hij is gevangen genomen na de Kingsmoot, waar de Iron Islanders Euron als koning gekozen hebben. En nu is hij gevangen aan boord van Euron’s vlaggenschip The Silence, samen met nog een hele reeks priesters van andere godsdiensten. The Silence, waar elk bemanningslid de tong uitgerukt is.

Nu al geen besef meer

Ik was er vanmorgen 100% van overtuigd dat het zaterdag was, maar het was al zondag.

Dat is geen goed teken, vermoed ik.

Ook geen goed teken: ik vind mijn schoenen niet meer. Ik weet zeker dat ik twee paar schoenen heb die bruikbaar zijn — wat zeg ik, bruikbaar? die nog nooit gedragen zijn! — maar ik weet van ver noch van dicht waar ze zouden kunnen zijn. Ze hebben maanden en maanden en maanden onderaan de trap gestaan in de keuken, tot Sandra zei dat ik ze écht moest opruimen, en nu weet ik niet meer waar ze zijn.

Nog een week om ze te vinden, anders ga ik op mijn sletsen op vakantie.

1 jaar hof

Zo zag het er uit op 11 juli 2019:

…en zo ziet het er uit vandaag:

De grondbedekking in het midden is rapper dan verwacht in orde gekomen, linksboven is nog a work in progress, rechtsboven ziet er nu wat schraal uit wegens dat ik net de donkere ooievaars­bek tot onderaan gesnoeid heb.

De ooievaarsbek was uitgebloeid, en de bladeren begonnen enerzijds bruin te worden en anderzijds wit van de meeldauw, dus ik heb het zekere voor het onzekere genomen en meteen alles weggeknipt.

Benieuwd of het kleine kattenkruid (Nepeta faassenii ‘Snowflake’) het gat zal opvullen — het grote kattenkruid (Nepeta faassenii ‘Six Hills Giant’) en de klokjesbloem (Campanula latifolia ‘Alba’) doen in alle geval nu al hun best.

…maar daar linksboven dus, daar gaan we toch eens moeten hard over nadenken. Met een beetje geluk zal het gras (pracht­riet, Miscanthus sinensis ‘Ferner oster’) volgend jaar voldoende uitgedikt zijn om wat meer volume te geven, en met nog wat meer geluk is de witte regen (Wisteria floribunda ‘Alba’) binnen nog een paar jaar er helemaal bovenuit en hopelijk wat naar rechts onder de vensters gegroeid.

Nu staan er tomaten en pepers, en ik weet niet echt of dat een groot succes is. Er staan twee soorten kleine vlambloemen (Phlox subulata ‘Purple Beauty’ en Phlox subulata ‘Amazing grace’) die heel mooi waren zo lang ze bloeiden, en die hopelijk zouden moeten uitbreiden en een tapijt zouden kunnen vormen, maar ik heb er niet echt een goed oog in. En er ook twee vlam­bloemen (Phlox paniculata ‘Logan black’) die wel mooi zijn, maar niet echt passen en die bovendien ook zwaar last hebben van meeldauw. Eén van de twee prachtklokjes (Campanula persicifolia ‘Alba’) is schielijk komen te overlijden. En de edelweiss (Leontopodium alpinum) zou met wat geluk volgend jaar weer moeten bloeien.

Yup, inderdaad: een zootje zonder rijm of reden. Rationalisatie dringt zich op. Op het einde van het seizoen neem ik beslissingen.

(En het geheel wordt nog gecompliceerd door de miserie dat Nephthys het daar als kattenbak beschouwt, en dat ze te oud is geworden om nog anders te leren, dus dat elke bodembedekker gedoemd is om weggekrabd te worden.)

Verder ziet de salie er nog altijd ongezond uit en veel te geel. Het zal er veel mee te maken hebben vrees ik, dat de salie ondersteboven vol zit met Eupteryx-dwergcicaden, en dat ik niet goed weet hoe ik daar iets aan kan doen. De bladluizen, by and large, worden onder de duim gehouden door een combinatie van zweefvlieglarven en spannen en lieveheersbeesten en oorbeesten, maar die dwergcicaden blijven in een zwerm op mijn salie zitten.

Ik doe ook mijn best om de salie wat compact te houden door ze om de zoveel tijd wat bij te snoeien, en dan ziet het er tijdelijk nog bruiner en geler uit, maar alla.

Rechtsonder staan er vier Japanse zegges (Carex morrowii ‘goldband’) waarvan er twee het goed doe en twee niet. En drie clematissen (Clematis armandii ‘Apple blossom’) die in de week of twee na planten enorm opgeschoten zijn, maar nu al een maand of meer gelijk niets meer doen, weird.

’t Is uitkijken naar volgend jaar, en het jaar daarna en het jaar daarna. Als ’t God belieft.

Acta fabula

’t Is vakantie!

Drie weken thuis!

Eindelijk!

Enfin ja, ’t is te zeggen: drie weken thuis na 121 dagen thuis gezeten te hebben waar ik welgeteld drie keer voorbij de voordeur gegaan ben, drie keer om naar het hospitaal te gaan voor verplichte bezoeken.

En dus binnen een week een week naar het buitenland. Hoe dichter het komt, hoe moeilijker ik het er mee heb.

The days are just packed

In het begin van de week zag de rest van de week er zo maagdelijk blank en eenvoudig uit, ge kunt het u niet voorstellen: vier dagen één ding en één dag een ander ding. En nu zijn we woensdag en is het al de tweede dag op rij dat ik moet vaststellen dat wat ik wou doen, niet gelukt is.

Nog een dag vergaderen morgen, en dan nog één dag om allerlei dingen klaar te krijgen, en dan is het vakantie. Een week of drie of iets in die zin: eerst een week thuis om mij mentaal voor te bereiden voor het buitenland, dan een week in het buitenland, en dan nog een week thuis om uit te rusten van het buitenland.

Ik kijk er niet echt naar uit, maar bon.

Maar bon.

Verbouwingen: status report

De kasten zijn gemonteerd in de slaapkamer:

Ze staan nog scheef want ze moeten nog aan elkaar en aan de muur vastgemaakt worden, maar ze staan er wel al. ’t Was bloed, zweet en tranen (of toch zeker zweet), want met een kapotte linkerhand en een kapotte rechterarm was het evident, maar hoera!

De verlichting is ook geleverd:

Meters en meters lang, klaar om tegen het plafond te vijzen, en zeer benieuwd wat het gaat geven van licht.

De werken zouden in de loop van volgende week herbeginnen. Ik weet niet precies wát er gaat gebeuren, maar in principe zou dit nog allemaal moeten gebeuren in de badkamer:

  1. verluchting in orde krijgen
  2. planken op de vloer
  3. bad plaatsen
  4. douche plaatsen
  5. WC zetten
  6. muur plaatsen
  7. deur installeren
  8. spiegelkast in elkaar zetten en ophangen

En in de badkamer en de slaapkamer en de gang:

  1. licht installeren
  2. afdekplaten en schakelaars
  3. deur installeren
  4. muren schilderen
  5. plinten
  6. plafond schilderen

’t Is dus niet dat er te weinig werk is dus, ha! Schilderen en behangen (in de slaapkamer) zal nog niet mogelijk zijn vermoed ik, maar in principe zou al de rest wel al kunnen, dus ’t is redelijk spannend.

M*A*S*H

Ik ben de elf seizoenen van M*A*S*H aan het bekijken.

Zo goed jong. Zo goed.

Ik had er natuurlijk wel hier en daar wat afleveringen van gezien, maar zo zonder lachband en onderbrekingen is het echt wel goed.

Ik had in mijn hoofd het gedacht dat het zeer gedateerd en seksistisch en zo zou zijn, met dokters en verplegers. Er is zeer veel casual sexism, zeker dat, maar het is absoluut niet zo erg als ik het mij herinnerde. En het heeft zeer veel mededogen in alle mogelijke richtingen, met uiteindelijk wel karikaturen, maar driedimensionale karikaturen.

Ik herinnerde mij bijvoorbeeld helemaal niet dat Hot Lips zovee l diepgang had als personage, of hoe Radar groeide over de serie. Seizoen drie, en dan nog acht seizoenen. Benieuwd of het even goed blijft. En hoe ze omgaan met een serie over een mobiel hospitaal in de Koreaanse oorlog, die langer duurt dan de oorlog zelf.

Geen trage computer meer

Mijn computer was hondstraag geworden. Maar echt, gelijk zó traag dat het ondoenbaar was. De druppel die de emmer deed overlopen, was dat het zelfs in emacs niet meer vooruit ging: als ge in een terminalvenster sneller kunt typen dan dat de terminal kan bijhouden, en als een programma dat geschreven is in de jaren 1970 het niet meer houdt, dan hebt ge een écht probleem.

Ik dus op zoek.

Geen malware of andere zooi op de computer. Ruimte genoeg op alle schijven. Niet enorm veel dingen open staan. Alle mogelijke extensies in Chrome afgezet. Chrome zelf niet meer gebruikt. Geen dingen in de achtergrond draaien.

Niets hielp.

…en dan ging ik kijken naar mijn page file: ik had daar een tijd geleden al eens problemen mee gehad, omdat die op een zeer trage harde schijf stond in plaats van op mijn SSD.

…en jawel: het was de page file. Ze stond op mijn SSD, dus dat is goed, en dat verklaart ook waarom ik geen thrashende harde schijven hoorde, maar: ze was 200 gigabyte groot, wat dus veel en veel te groot is. Vinkje aangezet van “Automatically manage page file size for all drives”, computer herstart, en alles werkt weer gelijk een lierken.

Oef. Ik zat al met “computer helemaal leeg maken en alles opnieuw installeren?” in mijn hoofd.

Marvel’s Agents of S.H.I.E.L.D., seizoen 7

Eén van de allerbeste seizoenen van de laatste jaren, het zevende seizoen van Agents of S.H.I.E.LD.

AGENTS OF S.H.I.E.L.D. – KEY ART (ABC)

Echt serieus: elke aflevering is al uitstekend geweest, die van deze week (zes) was enorm zeer goed, en het ziet er naar uit dat de aflevering van volgende week weer fantastisch wordt.

Ik vind het enorm spijtig dat het het laatste seizoen is, maar als dit de manier is waarop alle series eindigen, dan mogen er nog veel eindigen van mij. (Ja, ik kijk naar u, laatste vier seizoenen van Game of Thrones).

UNDER CONSTRUCTION

Ik heb ondertussen de laatste weken en maanden een aantal nieuwe websites gemaakt helemaal met de hand zijn, low tech, geen frameworkgedoe noch javascript noch css.

Ik vind dat wijs, zo’n beetje luddiet zijn. (Een beetje maar, want ik deploy mijn gerief naar een firebase-platform, editeer het met VS Code dat eigenlijk een website-in-een toepassing is, en houd alles ook bij op Github en alles.)

Niet dat ik zo ver wil gaan om te doen wat deze mens bijvoorbeeld doet, want wat hij als “dit is hoe ze het vroeger deden ha ha kijk eens hoe stom” voorhoudt, is niet hoe serieuze mensen websites maakten in de tijd. Pagina’s vol dansende baby’s en headbangende Beavissen en Butt-Heads, dat werd alleen gedaan op dingen zoals Geocities, waar het vulgum pecus zich uitleefde.

(En hoe hard mis ik dat, eigenlijk, mensen die gewoon uit liefhebberij pagina’s aanmaakten over hun huisdier, macramé, de Griekse oudheid, verbouwtechnieken, gelijk wat — in plaats van gelijk nu opinie-ejaculaties of foto’s met twintig hashtags op een voorgekauwd platform te zetten, maar bon, oude zaag schudt vuist naar jeugd, ik weet het.)

’t Is niet allemaal verkeerd wat daar staat natuurlijk:

  • Ik herinner mij levendig de discussies in 1996 met grote klanten of wede site voor 800 pixels breed dan wel 1024 pixels breed zouden maken.
  • Jawel, ik heb ook titels gemaakt in afbeeldingen:
  • sIFR heb ik mij nooit mee bezig gehouden, maar ik herinner me wel de miserie met de FOUT in de vroege dagen van CSS.
  • Er is niets mis met <table> als het goed gebruikt is. Het is zeker niet veel beter dan de <div>-en-clearfix-hel waar we vaak in zaten vóór flexbox en grid het leven eindelijk gemakkelijker maakten. (Die mens is trouwens de ergste viezigheid van het layout-met-<table>s-tijdperk vergeten: 1×1-afbeeldingen om alles te spatiëren!)
  • Flash was magisch. Ongelooflijk snel, en ongelooflijk krachtig, en ongelooflijk eenvoudig om ongelooflijk indrukwekkende dingen mee te maken. En door de combinatie van overal aanwezig te zijn en noodgedwongen toegang te hebben tot zeer low-level dingen van de computer was het ook een ahem problematisch ding, ja. Dat ook.
  • Er zijn niet zo enorm veel sitemaps meer tegenwoordig, da’s waar. Wellicht omdat we tegenwoordig betere navigatiepatronen hebben. Of zouden moeten hebben.
  • Guestbooks zijn ook verdwenen, of beter: ze zijn veralgemeend overal aanwezig. Facebook is niet veel meer dan één groot guestbook.
  • GIF-animaties zouden van vroeger zijn? Ha, ze zijn nog altijd overal, animated gifs.

…maar als er één ding is dat er vroeger wél was en tegenwoordig niet meer, is het wel een “under construction” notice.

Het is daar een beetje mee zoals de verschillende vormen van online chat tegenwoordig: vroeger was dat een activiteit waar een mens zich voor neerzette, om het dan een tijdje te doen en er dan weer mee op te houden. Vandaar ook dat er op het einde van een gesprek “ttyl” of “gtg” of een andere manier om salut te zeggen was. En dat als een mens naar het wc ging of naar de frigo om iets te drinken te pakken, dat we “brb” zeiden of iets in die zin.

Tegenwoordig is met elkaar spreken via een netwerk geen speciale aparte modus meer, maar voeren we allemaal eindeloze gesprekken met tientallen gesprekspartners, soms in real time, maar even vaak asynchroon. Er is niets vreemds aan een gesprek dat zich over de loop van uren of dagen afspeelt, en ’t is maar heel zelden dat mensen een gesprek echt formeel afsluiten.

…maar “under construction” dus. We gingen er vroeger van uit dat een website, of tenminsten een onderdeel van een website, een beetje gelijk een bouwwerf was: er is een moment dat het klaar is, maar vóór het klaar is, is het “in opbouw”.

Ik denk dat “under construction” min of meer is beginnen verdwijnen is met het opkomen van weblogs, pakweg in 1998: een weblog was duidelijk een ongoing conversation en geen boek dat op een bepaald moment afgesloten was.

…maar ik vind het wel zijn charme hebben. En dus heb ik op een paar van mijn statische websites een under construction-ding gezet. En ’t is toch wel wreed hoe de zaken veranderd zijn, dat dat tegenwoordig niet meer is dan  <div class="construction">Under construction</div> zetten en daar dan wat css op te plooien:

Under construction

De breedte op 100% zetten, de tekst horizontaal en vertikaal centreren, ervoor zorgen dat de lijnhoogte hetzelfde is als de dooshoogte, een herhalende linear gradient erop zetten die -45° gedraaid en afwisselend geel en zwart is, witte letters met wat extra spatiëring en in hoofdletters, en dan een hele stapel schaduw op die letter om te doen alsof er een lijn rond staat. De wereld is magisch.

Verkeerd verbonden

Dat was raar. We kregen op het werk een boodschap via het websitecontactformulier: iemand die vroeg of hij eens met iemand kon spreken, over beroepskeuzes en hoe UX/UI en ander design daar zou kunnen in passen.

Ik spreek wel eens graag met mensen, dus ik zei dat ik hem wel zou opbellen als mijn vergadering er op zat.

Vergadering was gedaan (spannend, ’t was een website verzetten van één adres naar een ander, dat kan altijd op interessante en onverwachte manieren fout lopen), ik neem mijn telefoon, ik bel.

Een Franstalige stem neemt op. Qu’à cela ne tienne, ik stel mezelf beleefd voor en vraag of Vincent (de mens die ik zou spreken) er was.

Ik kreeg een antwoord waar ik niéts van begreep. Maar serieus: een klankenbrij waar kop, staart noch watdanook anders aan te knopen was.

Ik herhaal mijn vraag, of ik Vincent kan spreken.

Stem aan de andere kant wordt zeer boos. Ik vraag om trager en duidelijker te spreken. Stem aan de andere kant wordt hysterisch kwaad. Ik begrijp half dat mij gevraagd wordt waarom ik bel.

Ik verontschuldig mij, zeg dat het een verkeerd nummer zal zijn, en leg af.

Ik kijk naar het nummer dat ik belde op mijn telefoon, zie 0473 39 9x xx staan, herlees het nummer in de mail en zie daar 339.xxx staan, bedenk “oh damn, ik heb 399 in de plaats van 339 gedraaid”.

Ik ben opnieuw, krijg dezelfde persoon aan de lijn. Die zelfs niet wacht tot ik iets zegt om te beginnen krijsen. Ik begrijp er weer geen snars van, vraag om alstublieft minder snel en duidelijker te spreken. Ik begrijp het nog maar half, maar plots begint de persoon aan de andere kant iets als een mantra te herhalen, en hoor plots dat hij een naam en voornaam wil. Ik zeg de naam die ik probeer te telefoneren, de persoon aan de andere kant wordt nog kwader en blijft een naam en voornaam vragen.

W e i r d .

Ik heb er mij zo snel als mogelijk van af gemaakt, gezegd dat het een eerlijke vergissing was, dat ik een nummer had gedraaid maar dat ik dacht dat ik een verkeerd nummer had gedraaid en dan een tweede nummer dacht te draaien, maar dat het hetzelfde nummer was en dus nog altijd verkeerd was (0473 39 9x xx en 0473 399 xxx, het kan iedereen overkomen) en sorry maar salut, ik zal die mens wel een mail sturen salut daag merci tchauwkes merci daaag.

*
* *

Die Vincent een mail gestuurd dat zijn nummer wellicht verkeerd stond in de mail en dat hij mij kon bellen.

Tien seconden later, telefoon. Ik heb zelfs geen tijd om hallo te zeggen: ’t is de vreemde meneer waarmee ik verkeerd verbonden was. Die mij weer een gezinsverpakking lettergrepen toekrijst waar ik niets van begrijp. Ik leg nog eens, zeer traag en duidelijk uit wat er gebeurde: eerlijke vergissing, nummer gekregen, nummer gebeld, dacht ik fout gebeld had en nummer opnieuw gebeld, duidelijk geworden dat het nummer zelf fout was einde verhaal.

Niét einde verhaal voor de mens aan de andere kant van de lijn. Dat hij wist wat mijn nummer was. Dat hij eiste dat ik zijn nummer zou verwijderen. Dat hij mijn naam en voornaam wou. Dat hij klacht zou neerleggen. Dat hij het allemaal niet vertrouwt. Dat ik anders nooit twee keer zou bellen. Dat hij NU mijn naam en voornaam wou omdat hij naar de politie zou gaan.

Zucht. Ik heb het een laatste keer vriendelijk uitgelegd en dan zonder veel pardon afgelegd.

Een minuut later belt die persoon mij wéér op.

Dan heb ik mij wél kwaad gemaakt. Serieus. Wat voor manieren zijn dat nu?

(Eén van de 9’s moest een 6 zijn, in het telefoonnummer, blijkbaar, trouwens.)