Op een one-on-onemeeting na vrijdag was vandaag de laatste dag voor de vakantie met geplande dingen op het werk.
Morgen en overmorgen weet ik wel wat gedaan — wat verder nadenken over dat document, bijvoorbeeld — maar het loopt toch op zijn einde.
En dan twee weken vakantie waar ik mijn uiterste best ga doen om geen seconde aan het werk te denken (gedoemd tot mislukking, weet ik nu al), en dan een augustus met eigenlijk wel heel veel werk te doen. Door spijtige omstandigheden is het niet gelukt om in de loop van mei en juni en tot nu een stuk van het eigenlijke werk te doen dat voorzien was om gedaan te worden; dat zorgt ervoor dat er onvermijdelijk dingen gaan moeten schuiven. Daarnaast lijkt het nu alsof iets dat half september voorzien was, in de praktijk naar half augustus verschuift, waardoor het ook allemaal niet evident is, maar hey.
Het is bijna vakantie.
En ik ga mijn uiterste best doen om geen seconden aan het werk te denken.
Een mens zou anders heel, héél lastig kunnen rondlopen. En dat mag niet de bedoeling zijn.

