Ilse is verontwaardigd, Bruno doet onderzoek.
Het is nochtans niet zo moeilijk.
Voor de volledigheid en om te beginnen: in mijn ene Ons Kookboek uit 1985 staat vol-au-vent in de inhoudsopgave, verwijzend naar pagina 100, “Kippepasteitjes (vol-au-vent)”. In mijn andere Ons Kookboek uit 1999 staat het er niet meer in. Kippenpastei staat er wel nog in, op pagina 325. Wat ik erger vind, is dat “koninginnehapje” er ook niet meer in staat.
Maar alla. Onwards naar de geschiedenisles.
Kijk, dit zijn twee vol-au-vents:

Het zijn twee vol-au-vents. Ik had kunnen zeggen “dit is vol-au-vent”, maar dan zou ik enkel in België en in Zwitserland zeker zijn begrepen te worden.
In België en in Zwitserland wordt “vol-au-vent” gebruikt voor wat men in Frankrijk bouchée à la reine (koninginnenhapje) noemt. En een bouchée à la reine zit in een vol-au-vent.
Maar!
Een bouchée à la reine is helemaal niet noodzakelijk wat wij een vol-au-vent noemen in België! En de oorspronkelijke bouchée à la reine zat zelfs helemaal niet in een vol-au-vent.
*
* *
Eerst waren er “taarten” (“pies” in het Engels) gemaakt van pâte à foncer (korstdeeg, fonceerdeeg). Pâte à foncer, wegens gebruikt om een vorm mee te bekleden (pour foncer un moule). Een vorm bekleden en dan een deksel erop, zoals bij onderstaande steak and kidney pie:

(Fonceerdeeg en kruimeldeeg — pâte à foncer en pate brisée — zijn trouwens eigenlijk niet hetzelfde: fonceerdeeg bevat geen eieren, kruimeldeeg wel.) (Al zegt mijn Escoffier van niet, hmm.)
Maar goed. Het gaat hierboven om grote taarten. Een vorm, bekleed, vulling erin, deksel erop, klaarmaken, in stukken snijden om te verdelen. Een pastei, in het Schoon Nederlands. (Pastei, jawel. Pastei is in de eerste plaats gevuld baksel en pas in de tweede plaats paté, volgens Van Dale).
Er waren ook “bouchées”, kleine taartjes die “in één hap” binnen te spelen waren. Het lijkt me logisch dat men al sinds jaar en dag kleinere taartjes maakte, maar de term “bouchée à la reine” zou afkomstig zijn van Marie Leszczynska (1703–1768), de vrouw van Lodewijk XV.
Een bouchée (Ã la reine), dat is een klein taartje met vlees of vis in een saus. Stukjes, eigenlijk, wegens klein taartje. Een pasteitje, in het Nederlands.
Niét noodzakelijk wat wij “koninginnehapje” noemen, iets met kip, maar om het even wat.
De vol-au-vent, die is uitgevonden door Marie-Antoine Carême (1794–1833). Wat hij deed, was pasteien maken met bladerdeeg in plaats van met kruimel– of korstdeeg. Pasteien, met andere woorden, die zó licht waren dat ze met de wind zouden wegwaaien.
De vol-au-vent is dus het doosje-met-een-deksel, en dat doosje kan gevuld worden met vanalles: zo staan er in mijn Escoffier (Le guide culinaire, 1903) wel vijftien verschillende vol-au-vents, onder meer Vol-au-vent de cervelle de veau, Vol-au-vent de filets de sole présidence, Vol-au-vent à la financière, Vol-au-vent de quenelles merlan cardinal, Vol-au-vent de morue.
En het kippenpasteitje, dat wij kennen als koninginnenhappje of vol-au-vent, waar staat dít bij Escoffier?
Ha. Dat staat onder bouchée à la reine. En Escoffier steekt het niet in een vol-au-vent, maar in een bouchée.
Een vol-au-vent is voor Escoffier een bladerdeeg van 2cm dik waarop een willekeurige vorm gezet is, waarrond het deeg, lichtjes schuin naar buiten, uitgesneden wordt. 3 Ã 4 cm van de rand wordt met een mes een lijn getrokken om het deksel aan te duiden. In de oven, deksel eraf, uithollen, klaar.
Voor Escoffier is een bouchée daarentegen bladerdeeg van slechts 8mm dik, waarin cirkels van 7 cm diameter gestampt zijn, met daarin (maar niet tot helemaal op de bodem) cirkels van 3,5 cm voor de deksels.
En wat zit er dan in de bouchée van de bouchée à la reine? Escoffier steekt er bijna precies in wat wij er ook in steken: een salpicon van kippenborst, champignons en truffels, met een sauce allemande (velouté [roux met kalfsbouillon], kippenbouillon, kookvocht van champignons, eigeel, muskaatnoot, citroensap, peper, boter). Een kipsfricassé in zure eiersaus, dus*.
Maar hij voegt er ook aan toe dat er vroeger meestal gecremeerde en gepureerde kip in zat.
En nu zit ik met een beeld in mijn hoofd van een pastei van dertig centimeter doorsnede, gemaakt van zwaar kruimeldeeg, en gevuld met een tot puree vermalen kip.
Brrr.
* Alhoewel: een salpicon is geen fricassée. Een fricassée is specifiek van bereiding maar de grootte van de stukken maakt niet echt uit, een salpicon kan zowat vanalles zijn van bereiding maar de stukken zijn zeer specifiek kleine stukken gesneden.
Het verschil trouwens tussen een fricassée en een blanquette: bij het eerste wordt het vlees kort afgebakken zonder te bruinen en verder in de saus gekookt; bij het tweede wordt het vlees eerst gekookt, dan afgegoten en dan komt de saus erbij.