Michel Vuijlsteke's weblog

Tales of Drudgery & Boredom.

Categorie: Sonstiges (pagina 1 van 441)

The Rains of Castamere

Ik ben geen amateur van gedichten en liederen in boeken — Hey dol! merry dol! ring a dong dillo!Ring a dong! hop along! Fal lal the willow!Tom Bom, jolly Tom, Tom Bombadillo! nog aan toe — maar als er één ding is van het hele Song of Ice and Fire dat nog beter is dan ik het mij ooit had kunen voorstellen: The Rains of Castamere mét muziek erbij.

Zo gaat het in het boek:

And who are you, the proud lord said, that I must bow so low?
Only a cat of a different coat, that’s all the truth I know.
In a coat of gold or a coat of red, a lion still has claws,
And mine are long and sharp, my lord, as long and sharp as yours.

And so he spoke, and so he spoke, that lord of Castamere,
But now the rains weep o’er his hall, with no one there to hear.
Yes now the rains weep o’er his hall, and not a soul to hear.

Een beetje achtergrond: Tytos Lannister wou de vriend van iedereen zijn. De Reynes samen met de Tarbecks rebelleerden tegen de Lannisters, en dat was minstens ten dele zegens de lamme goedzakkerij van Tytos.

Tywin Lannister, de zoon van Tytos, gedegouteerd door de houding van zijn vader, trekt er met drieduizend infanterie plus kruisbogen en vijfhonderd cavalerie op af, verslaat eerst de Tarbecks (en steekt hun kasteel in brand), en verslaat dan de Reynes.

De Reynes zaten in Castamere, een grotendeels ondergronds kasteel dat eigenlijk een stuk van hun uitgebrbeide zilver- en goudmijnen was. Tywin beval alle ingangen af te sluiten met rotsen en steen, en verlegde dan een rivier zodat alle driehonderd Reynes verdronken. Het kasteel op de oppervlakte stak hij in brand.

Nobody fucks with the Jesus Tywin. En dus vandaar de tekst: the proud lord  is Lord Roger Reyne of Castamere, met een rode leeuw op een zilveren veld als blazoen (in a coat of red) terwijl de Lannister een gouden leeuw op een rood veld hebben (a coat of red). En de rains verwijzen tegelijkertijd naar de Reynes en het feit dat ze in een “regen” verdronken zijn.

In Game of Thrones heeft Ramin Djawadi er ongelooflijk fantastische muziek bijgezet.

In de eindgeneriek van Blackwater, de negende aflevering van seizoen 2, horen we het Bronn eerst zingen, en dan komt er over de eindgeneriek deze versie door The National:

Op die manier weten we waaraan we ons mogen verwachten tegen dat het Red Wedding is. En nog wat later, bij de trouw van Joffrey, speelt zowaar Sigur Rós het nummer. Hier in de achtergrond, als een soort depressieve minstrelen, en hier in het proper met goede klank:

En kijk nu wat er tegenwoordig de ronde doet van het internet: Serj bloody Tankian, live. Ik zou geld geven voor een degelijke opname, ik.

Van Halen (maar niet dié Van Halen)

Ik kwam in een boek dat ik aan het lezen ben een naam tegen die mij totaal vreemd was, maar waar ik meteen door geïntrigeerd was: Juan Van Halen y Sarti.

De “Van Halen” in zijn naam slaat op het stadje Halen in Limburg, tussen Diest, Herk-de-Stad, Lummen en Geetbets. Rond 1300 verhuisde Giovanni de Mirabello, een rijke handelaar uit Asti in Piëmont, naar Vlaanderen. Zijn familie was al een paar decennia zwaar bezig met financiën, en Giovanni was samen met zwaartepunt van de zaken naar Vlaanderen verhuisd. Dat, en dat hij redelijk wat leningen lopen had bij het graafschap Vlaanderen.

Hij kocht samen met zijn broer Manfredo heelder landerijen in de buurt van Halen, met ondermeer een kasteel-met-slotgracht, en ze begonnen zich Heer van Halen te noemen.

De zoon van Giovanni, Simon, trouwde in 1324 met Isabella van Lierde, een natuurlijke dochter van de Graaf van Vlaanderen. Hij kreeg de titel van Baron, en werd in 1339 zelfs landvoogd van Vlaanderen.

Eeuwen later zitten de Van Halens in stapels landen verspreid, onder meer ook in Spanje.

Juan Van Halen y Sarti (1788-1864) is de zoon van Antonio Lucas Van Halen en Francisca Sarti Castañeda. Antonio Lucas (°1760) is de zoon van Jan Van Halen, geboren in Weert in Limburg in 1702 en naar Cadiz verhuisd, en van Brigid Murphy y Wadding, geboren in Cadiz in 1724 maar dochter van twee rijke Ierse handelaars.

Maar het leven van Juan Van Halen y Sarti! In 1803 verlaat hij zijn geboortestad Cadiz als kadet in de Spaanse Armada, en zit hij onder meer in Cuba en Mexico.

Tijdens de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog (1808-1814) staat hij eerst aan de kant van de Fransen en helpt hij Koning Joseph Bonaparte van Spanje naar Frankrijk vluchten in 1813. In 1814 loopt hij over naar de Spanjaarden, vervalst hij de handtekening van een Franse maarschalk om bevelhebbers van een reels forten te doen geloven dat de oorlog gedaan is zich over te geven. In 1815 haalt zijn voorgeschiedenis hem in en hij wordt ter dood veroordeeld.

Hij ontsnapt in 1817 en vlucht naar Sint-Petersburg in Rusland, waar hij er in slaagt kolonel te worden in het Caucasus-dragonderregiment. Hij blijft een jaar vechten in Georgië tot Tsaar Alexander I hem te liberaal vindt en hem naar het Oostenrijkse Front stuurt. In 1821 is hij terug in Spanje, om te vechten in de revolutie tegen Koning Ferdinand VII.

Die revolutie mislukt, en Van Halen vlucht naar de Caraïben. Hij woont drie jaar lang in Cuba, maar doet ook zaken in New York en Philadelphia. In 1830 keert hij terug naar Europa, om te vechten in de Belgische Revolutie. Daarna neemt hij een brigade Belgen mee om te vechten aan de kant van de Portugese Liberalen tegen Koning Miguel I, en dan tegen de Carlisten in Spanje die Carlos V van Bourbon en nageslacht weer op de troon wilden heisen.

In 1833, na de dood van Koning Ferdinand VII, verhuist hij weer naar Spanje, maar als zijn vriend Generaal Espartero verbannen wordt naar Engeland in 1843, verhuist hij mee. Hij keert pas in 1854 weer terug naar Madrid, en overlijdt in 1864, vreemd genoeg, in zijn geboortestad Cadiz.

Maar serieus. Zó een leven.

MICROSOFT IS KAPOT!!!

Nee maar serieus:

outage

OneDrive is naar de zak! Het is vanmiddag al begonnen, heb ik de indruk: ik heb drie keer volgens mij dezelfde file doorgemaild, maar dat bleek twee keer de verkeerde te zijn.

Een bestand met dezelfde naam, maar wel een vorige versie: zeer vies, vooral omdat ik er eentje naar een klant gestuurd heb, en dat dat niet de bedoeling is, niet-affe zaken naar klanten sturen.

Enfin, geen potten gebroken, maar toch.

Vanavond kom ik thuis en wil ik verder doen aan iets waar ik gisteren op een andere computer aan begonnen was, en lap: niets. OneDrive zegt dat hij aan het inloggen is.

Neen dus. Want ook op de website van OneDrive lukt het niet om in te loggen:

oh noes

Het is een Wreed Gemakt tot het de soep indraait, die hele In De Klaaaauwd.

Enfin, bij Microsoft zijn ze er alvast van op de hoogte, ’t is te hopen dat het niet te erg is.

status

Kleine kindjes worden groot

Hoe machtig schoon is dit niet?

Het laatste jaar van de school van Zelie, met Zelie er dus ook bij. Eén voor één foto’s van wat ze vroeger dachten dat ze zouden worden. De verwachtingen zijn ondertussen ’t schijnt wel hier en daar wat bijgesteld, maar serieus: hoe schoon is dit niet?

Tekenen en rechte lijnen

Ik had ooit eens ergens gelezen dat iemand die kan tekenen, een lijn tekent zonder lat en die zit er recht uit, zelfs al is ze niet recht. En dat iemand die niet kan tekenen, een lijn tekent met een lat, en die ziet er scheef uit, zelfs al is ze recht.

Ik kan niet tekenen. Ik vind dat spijtig, want ik zou het wel graag kunnen.

’t Is te zeggen: ik kan natuurlijk wél tekenen. Iedereen kan tekenen. Tekenen is een kwestie van oefenen. Bijna tien jaar geleden, op mijn vorig werk, konden we ’s middags tekenles volgen. Met oefeningen van “teken een tekening af, maar dan omgekeerd”. Of “teken dingen zoals ze zijn, niet zoals ge weet dat ze zijn” — zie de details van dit legospeelgoed, bijvoorbeeld:

2970591208_1cf2521cde_b

De methode was die van Betty Edwards, Drawing on the Right Side of the Brain. Leutig en wijs en alles.

Maar: veel werk. Ik heb het lang volgehouden, alle dagen iets tekenen. Tientallen keren mijn linkerhand. Stapels computermuizen en -kabels en Colaflessen en kroonkurken.

En jawel, het ging alsmaar beter, maar er waren zo enorm veel andere dingen te doen ook. En dus deed ik het niet meer.

Het enige dat ik tegenwoordig nog teken, is stukken interface en andere diagrammen, op papier, op whiteboard en digitaal.

Maar dat dan wel zeer veel keer per dag en per week. En dat gaat bijna zonder nadenken.

Ik ga niet zeggen dat het magistraal of uitstekend of zoiets is, maar er is wel iets van aan, van die rechte lijnen die niet echt recht zijn.

Neem dit diagram (tekst geblurd wegens euh ja werk), dat ik vorige week op het whiteboard tekende:

Print

’t Is dus niet alsof ik daar eerst een kladversie van getekend heb en dan meticuleus overgezt: ’t was gewoon een soort brainstormen-op-whiteboard.

Dat overgezet digitaal, geeft dit:

digitaal

Akkoord, geen groot meesterwerk, en ’t is ook niet alsof het massief complex is of zo, maar ’t presenteert wat het moet presenteren, en met wat uitleg erbij is het relatief duidelijk ook.

En het is zo ongeveer 100% hetzelfde als wat er uit de losse pols uitkwam, kijk maar met de twee boven elkaar:

Print

Ik vind dat dus magisch, zelfs al heb ik het zelf gedaan.

Taalkaarten

Van al de dingen die we thuis hadden, was ik het allermeest gefascineerd door kaarten waarop stond waar welke talen gesproken werden.

Prachtige grote kaarten, met fantastisch mooie kleuren, enorm gedetailleerd, en enorm fascinerend. Kaarten zoals hier.

Maar dit soort kaart had ik nog niet gezien. En hoe fantastisch is deze wel niet? De afstanden tussen de talen en de aantallen mensen die ze spreken in kaart gebracht (klik voor detail):

lexical-distance-among-the-languages-of-europe-2-1-mid-size

Meer details alhier, en op de kleurkeuzes en de mij tegenstekende kleurvelopen na, zou ik dit enorm graag op massief formaat uitprinten en aan de muur van mijn slaapkamer hangen. Als ik een muur van mijn slaapkamer had waar ik ’s nacht naar zou kunnen kijken. 🙂

[Voor de inhoud van de kaart zelf, zie deze kritiek en een antwoord.]

Ziekte slaat toe!

Het was een weekend met wat minder kinderen: Jan en Louis waren allebei op hun eigen scoutsweekend vertrokken.

GISystem.svgJan was zondag vóór de middag terug, Louis na de middag. Jan zonder problemen, Louis met een zwaar verstuikte vinger aan zijn schrijfhand, en met een onbestemde ziekte.

Z heeft ook een onbestemde ziekte, maar ’t zal wel iets buikgriepachtigs zijn, gezien de symptomen.

Vrijdagavond ambetant, zaterdagavond ook ambetant, zaterdagnacht zichzelf van kop tot teen en het hele bed ondergekotst. En een beetje later nog eens. En dan zondag nog een paar keer, en mededelingen van diarree en dingen.

Zucht. Dat zijn van die akelig besmettelijke dingen, dus. En ik kijk er écht niet naar uit dat er meer dan één kind geveld wordt.

Ik houd nu al mijn vingers gekruist dat het morgen over zal zijn, want anders moet ik thuisblijven om er op te passen, en het is echt niet het moment om niet naar het werk te gaan, zoveel dingen dat er te doen zijn.

Gekrijs

Sorry aan de hele buurt die vier uur aan een stuk het gekrijs van een varken ergens in het midden van zijn slachting moest aanhoren.

Het was een kind dat geen zin had om zich om te kleden ’s avonds en dat dan maar met overdagkleren aan naar bed is gestuurd.

lawijd

En dat dan geen zin had om stil te zijn maar liever luid krijste. En dat dan in een andere kamer in een ander bed is gestoken, en daar helemaal geen vrede mee nam.

Excuus.

Ik wou dat ik kon zeggen dat het niet meer zal gebeuren.

Zelfs als het goed is, is het niet goed genoeg

Loonkloof, las ik in de mail die De Standaard mij stuurde, smalst in België.

Wat een uitstekend nieuws, dacht ik. Ik dacht dat het anders was, maar blijkbaar toch niet. Ik dacht dat de kloof tussen de meest verdienende mensen en de minst verdienende mensen er alleen maar groter op werd. Dat dat iets was waar de ene kant van een politiek spectrum over juicht (de markt werkt! hoera! pay peanuts get monkeys! trickle-down economics!) en dat de andere kant betreurt (motor van ongelijkheid! herverdelen die handel! de maatschappij is maakbaar!).

De gemiddelde comentaarder heeft genoeg aan de titel om een opinie te vormen, maar par acquit de conscience heb ik toch maar eens doorgeklikt.

people-146996_1280Blijkt dat het niet over de loonkloof tussen arm en rijk gaat, maar over de kloof tussen man en vrouw.

Ik dacht dat daar al niet te veel meer over moest gezegd worden in België, dat het grotendeels verschillen in beroepen zijn, deeltijds dan wel voltijds werken, lengte van loopbaan, effect van zwangerschappen, en dies meer.

 

Waarom mensen deeltijds werken of minder betaald werk doen of loopbaanonderbreking nemen, da’s een andzere zaak. Vrouwen en zwangerschap, rollenpatronen, allemaal dingen.

Maar in gelijke omstandigheden, grosso modo, vedienen man en vrouw gelijke bedragen, dacht ik.

En ja, dus. ’t Is zelfs nog anders:

Bij de nieuwe generaties werknemers zijn de verschillen in opleidingsniveau verwaarloosbaar, of ze zijn zelfs omgekeerd. Sommige hoogopgeleide beroepscategorieën, zoals de rechtspraak of de medische sector, zijn al jaren aan het vervrouwelijken. Eurostat-cijfers voor België tonen aan dat de loonkloof in de openbare sector zelfs al omgekeerd is: mannen verdienen er minder dan vrouwen. In de privésector is dat alleen het geval voor werknemers die jonger zijn dan 25 jaar.

Hoera? Juich? Toeters en trompetten?

Nee hoor:

Dat wil niet zeggen dat alle verschillen verdwenen zijn. Doordat vrouwen vaker deeltijds werken dan mannen, liggen hun inkomsten vaak lager, ook al zijn de lonen op zich even hoog.

Ze verdienen even veel, ze zitten gemideld in duurder betalende jobs, maar ze werken minder en dus krijgen ze minder geld.

Schandalig. Ik stel voor dat daar snel iets aan gedaan wordt.

[En ja, ik weet dat niet alle personen (m/v) met even volle goesting ervoor kiezen om voltijds dan wel deeltijds te werken, en dat er moet gekeken worden naar werk + huishouden, en alles. Maar toch.]

Krak is het geluid van gebroken dromen

Wat is iets waar jij een krak in bent, maar dat niemand weet of dat je nog nooit op je blog hebt gedeeld?

Eurgh… zullen we er dan maar meteen het lemma oplichterssyndroom bijhalen? Er gaan namelijk niet veel dagen voorbij dat ik me niet afvraag wanneer de mensen het gaan doorhebben, en dat het allemaal niet meer zo hoeft.

Zeker dat, er zijn een paar dingen die ik denk redelijk te kunnen doen, maar het blijft toch een verhaal van somewhat of a jack of a couple of trades, master of absolutely none.

Wat ik wel heel graag doe, is prutsen en nadenken tot ik iets een beetje kan of voldoende snap.

Prutsen, eigenlijk, dat is wat ik het beste doe. Zoals een wolkje maken in Illustrator, bijvoorbeeld, toen ik vandaag een tekening van op het whiteboard wou omzetten in ’t proper:

decision

Ik ben ook heel goed in uitstelgedrag. En doen alsof ik een expert ben over allerlei, al durft met de jaren de grens tussen doen alsof en het echt zijn wel soms eens vervagen.

Ontkenning is niet alleen een rivier in Egypte

035ostrich_468x538Wat doe je als je een slechte dag hebt om die toch een beetje beter te maken? En heb je eigenlijk vaak slechte dagen?

Ik heb meer slechte dan goede dagen. Er zijn niet veel dagen dat ik mezelf en de wereld rond mij niet teleurstel. Dat ik op de één of andere manier door mijn eigen mand val.

Maar dat hoeft geen probleem te zijn. Het geheim is: veel dingen doen. Nooit stilstaan en nadenken. Altijd een boek bij de hand hebben voor als er ergens moet gewacht worden. Altijd een podcast of audioboek op de telefoon als er moet op de fiets gezeten worden.

’s Avonds alleen gaan slapen als ge zó moe zijt dat er maar een seconde of tien zit tussen het afsluiten van de telefoon of de Kindle en dromenland.

En dan in geval van onvermijdelijke slechte dromen: zo snel mogelijk iets anders doen. Lezen, luisteren, hersenloze activiteit.

Nooit stilstaan en nadenken, da’s mijn grootste levenstip. Niets vervelender dan het zwarte gat van ’s nachts wezenloos naar het plafond liggen staren. Of zelfonderzoek, godbetert.

En hoe zit dat bij u, eigenlijk?

Making a small parts vise

Zot.

Kijk zeker tot het einde, wanneer de man het ding gebruikt om een tandwiel te maken. Met de hand, ja.

Quickies

Wat is je favoriete recept dat je in vijftien minuten of minder kan klaarmaken?

Oh, gemakkelijke vraag. Ik kook vaak zowel voor mij als voor zes kinderen en Sandra, en dan moet het al eens vooruit gaan.

Met veel voorsprong: spaghetti aglio e olio:

23245051334_f50a37595a_b

Niet het klassieke recept, maar wel met ajuin erbij:

  • 1 grote ajuin of twee kleine, niet te fijn gesneden
  • laten zacht worden in olie
  • spaghetti opzetten
  • een paar tenen look in fijne schijfjes snijden, of gewoon met de microplane raspen
  • olie bijkappen, en hetzij verse peperoncini, hetzij piment d’espelette, hetzij wat er ook anders aan de pikants in huis is, bijdoen
  • niét zo lang laten opstaan dat de look bitter wordt
  • een beetje spaghettiwater bij de olie doen om het koken te stoppen
  • spaghetti in de rapte uitlekken, bij de rest kletsen
  • hey presto!

Wat ik er niet bij doe: parmezaan, en peterselie.

Merci, Jan

Je favoriete leraar en waarom net hij/zij? Welke invloed had hij/zij op jou?

Er is geen competitie. Mijn leraar Engels en Nederlands in de derde Latijn-Wiskunde, Jan Van Herreweghen (of was het zonder n? ’t is ook al dertig jaar geleden).

Hij was om te beginnen een uitstekend goede leraar. Het derde jaar Latijn-Wiskunde, toen, dat was het eerste jaar dat we Engels hadden. Het handboek Engels was die naam niet waard: een pamflet op groot formaat, met een blinkende kaft, knullige jaren-1970 tekeningen en leerstof voor beginners. Maar gelijk, écht beginners.

Ik tekende op elke pagina met mijn fijne Rotringpen allemaal peetjes bij, en spraakbalonnetjes, en illustraties. Jan Van Herreweghen had voor elke bladzijde wel tien of vijftien bladzijden extra cursus gemaakt.

Met grammatica, woordenschat, fonetiek, zegswijzen. Niét gemakkelijk. Veel. Ging het op het blad in het boek over Amerika, dan hadden we het in de ‘stencils’ (zoals dat toen heette, al waren het al járen fotokopieën) over the abolition of slavery, bijvoorbeeld.

Ik had op de lagere school al wat Engels gehad, en ik las met een handwoordenboek bij de hand Engelse computertijdschriften, maar in de twee jaar bij Jan Van Herreweghen heb ik Engels geleerd.

Hij was meer dan een uitstekende leraar. Er kon ook mee gesproken worden. Niet tijdens de les — dan was het les, en moest er opgelet worden — maar daarbuiten was hij altijd  beschikbaar voor advies.

Geen touchy-feely-gedoe, maar rechttoe rechtaan, no nonsense. Een goeie gast. Ik was toen niet de beste leerling (euh, zeer verre van, op allerlei mogelijke vlakken), maar hij bleef er in geloven.

Hij was ook ongelooflijk grappig. In de allereerste les die ik ooit van hem kreeg, op een Jezuïetencollege in de jaren 1980 om de context te situeren, was er iemand nog voor de les begon met een Pritt-ding aan het spelen in plaats van op te letten. “Steek die plakpenis weg”, zei de leraar, en de toon was gezet voor de rest van het jaar.

Zijn Engels was van het mooiste — perfect van uitspraak en niet geaffecteerd. Bij momenten haalde hij een eigen soort gekuist Gents-Nederlands boven. Hij rookte cigarillo’s: er was toen nog een rokerslerarenkamer. Hij maakte episch lange examens Nederlands met illustraties en bonusvragen.

Het was de enige leraar die ik ooit schreef (in de tijd dat er nog geen internet was, papieren brieven) om te zeggen hoeveel hij mij geleerd heeft, en hoe graag ik hem had.

Het was ook de enige leraar die ik graag als vriend zou gehad hebben.

Hij is overleden, vijftien jaar geleden. Ik heb er veel spijt van dat ik hem niet beter kende. En ja, ik weet dat ik hem ongetwijfeld idoliseerde, maar toch.

En bij u?

Onthechting in mijn rugzak/manbag

Wat zit er momenteel allemaal in je handtas (of manbag/rugzak voor de heren)?

Tot nog niet zo lang geleden liep ik elke dag met een rugzak rond waarin een computer en voeding en muis, en minstens één boek, en een tablet, en een telefoon, en een fototas met een fototoestel en minstens één extra lens plus flash, en daarnaast vaak ook een plastieken zak met apart drank voor op het werk (Cola Light, geen aardige dingen), en een dikke dikke portefeuille vol kaarten en gerief en een soort eindmorene aan souvenirs van voorbije jaren, en dan nog een Moleskine en een pen, en opladers en kabels allerhande.

Sinds een tijdje is dat ferm verminderd. Dit is (alles) dat ik op mijn persoon heb, in het slechtst mogelijke geval — als ik met de computer op baan ben:

Een telefoon, een Microsoft Surface met kabel en keyboard, een Kindle, géén portefeuille maar wel een Visa-kaart, een maaltijdchequekaart, mijn identiteitskaart en bibliotheekkaart. Geen geld, of het zou per toeval moeten zijn. Geen bankkaart, want die ligt ergens in huis en ik weet niet waar. Geen portefeuille wegens te zwaar.

Oh, en niet op de foto maar wel op zak: mijn sleutels. Op stap zit de computer in een boekentas van Thule waar ik zeer content van ben wegens licht en stevig en alles.

En uzelve?

Oudere berichten

© 2017 Michel Vuijlsteke's weblog

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑