Michel Vuijlsteke's weblog

Tales of Drudgery & Boredom.

Category: Sonstiges (page 1 of 420)

Geld moet rollen

’t Is eens een experiment: zien hoe lang het duurt voor mijn kinders –en dan meer specifiek Jan, die al maanden op hete kolen zit– door hebben wat er gebeurd is. Ik ben zaterdag naar de bank geweest voor informatie over mijn aandelenoptiedingen.

Die dingen zaten bij de KBC, gezocht naar het dichtsbijzondste kantoor, en dat was het nieuwe kantoor van de KBC aan de Kouter. Helemaal terloops trouwens: wat een fijne inrichting van het kantoor, en wat een aangename mensen allemaal, van de mevrouw die me hielp in het begin tot de mevrouw aan het onthaal tot de beleggingsadviseur.

Lang geleden (‘k spreke van, oh, gemákkelijk dertig vijfendertig jaar geleden) waren we met de familie op de opening van het Gemeentekredietkantoor waar mijn oom vers directeur van geworden was, in Destelbergen. Bij het binnenkomen was het eerste dat mij opviel het glas: tien twintig centimeter dik, denk ik, aan de loketten. Voor de veiligheid, en dat ik mij daar meteen bankovervallers bij inbeeldde, die nog met geen bazooka’s er zouden kunnen in slagen om aan het geld te raken.

Een paar jaar geleden toen ik consultant mocht zijn bij bPoowst, waren ze daar net bezig met het overschakelen van volledig afgesloten loketten naar open loketten in proefopstellingen en in een aantal pilootkantoren. De redenering was iets in de zin van “die tussenschotten maken het onpersoonlijk, verhogen alleen maar de afstand met de klant, en het onveiligheidsgevoel wordt er ook niet beter door”.

Nog wat later, in de laatste evolutie van het ondertussen veel grotere nog nieuwere kantoor van mijn oom, waren er machines voor geldafhaling, een lokettenzaal voor de eenvoudige transacties, en (achter een glazen deur) een hele ruimte voor de meer complexe zaken.

En nu in het KBC-kantoor de logische evolutie: binnenkomen in een enorme, luchtige en open ruimte. Aan de ene kant een paar machines voor afhaling en storting en doordeweekse zaken, aan de andere kant: hier en daar een tafeltje met een laptop erop, een paar zithoeken, en achteraan een onthaaldesk met een soort salon plus koffiemachine erbij. En mensen die u ontvangen en vragen of ze kunnen helpen.

Sympathiek.

Mijn probleem uitgelegd aan de mevrouw die me ontving, die zei dat ik best een afspraak maakte, naar het onthaal gegaan voor een afspraak, en uiteindelijk meegegaan met een beleggingsadviseur die me kort de mogelijkheden heeft uitgelegd terwijl hij een afspraak voor dinsdag (gisteren dus) vastlegde.

Dinsdag teruggekeerd, een vriendelijke goeiendag gekregen van de mensen die ik vorige keer gesproken had, en een tweede beleggingsadviseur gesproken — even vriendelijk, sympathiek en professioneel als de vorige, trouwens. In het kort: ik kon ofwel iets kopen (aan een prijs die jaren geleden vastgelegd was) en ook meteen verkopen aan de prijs van vandaag, ofwel het ding zelf verkopen (de mogelijkheid om aan een vaste prijs te kopen en te verkopen tegen de prijs van de dag). Er is een verschil tussen de twee mogelijkheden, en er is wat verschil in de uiteindelijke geldsom die ik ervoor krijg, maar zo enorm veel was dat blijkbaar niet echt.

Hoedanook: het is verkocht, ik ben immens opgelucht, ik heb het ding op de website van De Tijd uit de portefeuille gewipt, en het zou drie bankdagen duren voor ik mijn geld zou zien. Logischerwijs (“het is een rare week deze week”, ah ha) vermoed ik dus dat het volgende week maandag wordt. En dan is het nog niet helemaal duidelijk hoe ik er aan zal kunnen, want ik heb alleen maar een ESOP-rekening bij KBC, en da’s een soort gratis technische rekening die alleen gebruikt wordt in het kader van een aandelenoptieplan maar waar geen kaart van is of netbanking waarmee geld kan afgehaald worden of zo. De mevrouw (ik moet mij zwaar inhouden om niet telkens “het meisje” te zeggen, ik zweer dat al die mensen gelijk zo oud als scholieren waren) ging het allemaal eens nakijken, in het slechtste geval loop ik met een envelop bankbiljetten buiten, en anders wordt het een zeer voorlopige rekening die ik dan meteen weer kan afsluiten.

Zeer lang verhaal kort (en we zullen dan wel zien of er ergens een kind tot hier gelezen heeft): normaal gezien heb ik volgende week wat geld in handen. Geld dat ik eerlijk verdiend heb bijna tien jaar geleden, waar al belastingen op betaald zijn, en waarvan ik altijd al gezegd had dat ik het ging spenderen aan nieuw computermateriaal. Na de inbraak bij ons thuis vorig in september zijn al onze laptops gestolen. Niet dat het nieuwe waren, op die van Louis na die hij met zijn eigen spaargeld gekocht heeft: het waren er van generaties oud. Maar sindsdien is er in huis één computer, die zeven of acht jaar geleden zeer degelijk was, maar die het nu heel moeilijk heeft, en één Macbook, die ook vierdehands is en het enorm moeilijk heeft.

En met vier kinderen die allemaal huiswerk moeten maken waar de school er helemaal van uitgaat dat ze dat op de computer zullen doen, is het absoluut niet evident. Vier basislaptops dus, als het financieel haalbaar is. En één degelijke vaste PC, als dat nog in het budget past. En als er dan nog geld over is: een degelijke broodrooster. Als het helemaal meevalt van geld: een combi-oventje om onze kapotte microgolf te vervangen.

Zie ons de economie steunen, jong.

Een kledingmysterie

Riddle me this:

Ik had vandaag een hemd aan waar dit etiket in zat. Ik heb geen flauw idee hoe ik aan dat hemd geraakt ben. Weird.

Volwassenheid bijna gelukt

Ik was zeer hard bezig te hengelen naar complimenten deze middag: op tijd opgestaan om naar de bank te gaan en een afspraak te maken (bijzonder vriendelijke mensen in de KBC aan de Kouter, trouwens). En dan nóg een afspraak gemaakt, en boodschappen gedaan in viér winkels waarvan één vol gerief dat ik wou kopen maar het toch niet gedaan heb, familie uitgenodigd om morgen te komen eten, én een cadeau gekocht voor Sandra. Okay, een cadeau voor ons allemaal wegens allemaal kruiden, maar toch.

Helemaal in orde dus, en zonder dat iemand er mij om heeft moeten vragen.

Een blik op de agenda, voor de zekerheid mondeling geconfirmeerd dat er niets meer te doen was vandaag, mijn battle dress afgedaan en in mijn peignoir gedoken, en een goed begin gemaakt aan de eigenlijke bedoeling van het weekend: vegeteren in de trekzetel.

Tot een half uur later, tring aan de deur. Ik was vergeten dat er een vergadering belegd was bij mij thuis.

Damned.

Rap weer in de battle dress gekropen, tafel opgeruimd, thee gezet, koeken bovengehaald, en een paar uur vergadering gedaan.

Serieus, een hele vergadering vergeten. Het staat ongetwijfeld in mijn agenda, maar ik vermoed dat het op een verkeerde maand of een verkeerd jaar staat. Tot zover volwassenheid. Niet dat het veel uitmaakt, want zelfs in tempore non suspecto, toen er van afspraak geen sprake was en ik nog een modelburger verbeeldde, bleef het schamper stil bij mijn familieleden.

Alsof dat allemaal maar normaal zou zijn of zo. Kch.

De traan ies altaad un beetche raazen

’t Was nog eens trein vandaag wegens lunchmeeting in Brussel.

Fijne meeting, daar niet van, maar Italianen die geen spaghetti met look en olie willen maken, én die dan een carbonara leveren die verdrinkt in de room: hm.

De trein zelf was, zoals meestal eigenlijk, fantastisch. In het gaan zat ik in de buurt van twee oudere dames. De ene had een bijzonder lang verhaal te vertellen, iets met haar schoondochter en hoe zij ze toch maar goed op haar plaats had gezet, iets met verbouwingen die niet goed genoeg gecoördineerd waren naar haar goesting en hoe dat symptomatisch was voor hoe zij de rest van haar leven aanpakte.

Zonder overdrijven: de hele rit van Gent Sint-Pieters tot Brussel Noord heeft ze de converstatie nagespeeld. Een duidelijk heel erg lange conversatie.

Er zijn geen aanhalingstekens in spreektaal, natuurlijk: nog fascinerender dan de inhoud van het gesprek was de vorm van de vertelling. Elke zin van de vertelster zelf begon met “kzè(ë)”, “ik zeg”. En dat “ik zeg” wordt desnoods twee, drie, vier keer herhaald als de zin te lang wordt. “Ik zegge, Mieke, ‘k zegge hoe ès da nui meuglijk, ‘k zegge hèwt dat toch in d’uuge”. En elk antwoord of futiel protest van de schoondochter krijgt één of meer “zegt ze” mee. Maar, en hoe machtig is dat: bijna nooit bij het begin van een zin, en lang niet zo vaak als die “ik zegge”: “Jamoarja, zegt ze, k’hê ‘k ik al genoeg wirk”.

Duimen en vingers. Een taalkundige heeft er wellicht termen en uitleg voor.

Op de terugweg was het dan weer aandoenlijk: twee studentes die elkaar nog niet zo lang kennen maar wel goed overeenkomen. Enfin, ik dénk studentes, maar ’t zouden eigenlijk even goed twee vorig jaar afgestudeerde scholieren kunnen geweest zijn. Het gesprek ging over jobopportuniteiten (“ja ’t is wel interessant werk maar mijn talen , dat is mijn zwak punt. In ’t Engels kan ik mij op den duur wel verstaanbaar maken, maar ze vragen ook Frans, en dat is een ramp”) en dan ging het over hun ogen.

De ene was bijziend, min 2,75 en min 3,25. Ze draagt al een bril van het tweede leerjaar. De andere was verziend, plus vier. Ze draagt al van haar drie jaar een bril, en ze had een lui oog. Ondertussen is ze al twee keer geopereerd aan haar oogspieren en is er in combinatie met haar bril niets meer van te zien. Behalve als ze haar bril afzet, dan kijkt ze op den duur weer scheel.

Ze hebben samen minutenlang gezocht naar de naam van dat ding waarbij de oogbol eigenlijk ovaal is, astyg… asmag… asmatisme? AH NEEN astygmatisme! Ze waren allebei stomverbaasd dat de andere dat ook bleek te hebben, ze dachten allebei al heel hun leven dat ze alleen op de wereld waren. Een zielsband werd geschapen.

Ze hebben mij ook een balpen geleend om mijn railpass mee in te vullen.

I need a bogel for the glotch

Kindergeld en N-VA

Het principe is duidelijk: nu hangt het kindergeld af van het aantal kinderen en de leeftijd van de kinderen, het is de bedoeling dat dat niet meer het geval zal zijn. Geef iedereen even veel, en dat zal dan voor ouders met één kind wat meer worden, en voor ouders met meer kinderen wat minder.

Ergens klinkt het logisch: waarom zou kind één minder kindergeld waard zijn dan kind drie? Aan de andere kant is het complete nonsens natuurlijk: een kind van zeven kost u stapels minder dan eentje van zeventien. En het kindergeld kan soms echt het verschil maken, en werkloosheidsval, en yada yada. Enfin bon, luide discussie, argumenten pro en contra, allerlei.

Wij hebben vooralsnog vier kinderen, dus ge ziet van hier dat het een redelijk verschil zou maken in het gezinsbudget, als ze allemaal eenzelfde (veel kleiner) bedrag zouden krijgen.

Maar kijk nu! Zegt N-VA over kindergeld: “Als het van ons afhangt zullen bijvoorbeeld gezinnen met vier kinderen morgen geen euro minder krijgen. Anders drijf je hen in de armoede. Alleen de kinderen die na de start van de hervorming, vermoedelijk 1 januari 2018 geboren worden, zullen onder het nieuwe systeem vallen.”

Huh. That’s kinda weird. Als niemand op dit moment er slechter aan toe zal zijn, wat zijn dan plots de argumenten tegen geworden? Dat in de toekomst mensen die veel kinderen willen, zullen gepenaliseerd worden ten opzicht van éénkindgezinnen?

Het klinkt wat raar uit de mond van iemand met zelf vier koters, maar ik weet eigenlijk niet goed of ik daar zo hard tegen kan zijn. Ja, veel kinderen is wijs, maar als je als gezin tussen hangen en wurgen zit, en je kiest dan nóg voor zeer veel kinderen, is dat wel een goed idee?

Aan de andere kant: is er geen slippery slope-argument te maken in de zin van “begin met gezinnen met meer dan één kinderen financieel te benadelen, en op den duur zitten we volop in eugenetica en sterilisatie om bestwil”?

Ik ga er eens hard over moeten nadenken, maar één ding is redelijk zeker, denk ik: als echt geen enkele bestaande situatie zal veranderen, en als het echt alleen voor toekomstige kinderen is, dan is er bijzonder veel lucht uit bijzonder veel “als ik er niet slechter van word, kan het mij niet schelen”-zeilen gehaald.

Hm.

Nu ook officieel een kapitalist

Jaren en jaren en jaren geleden toen ik voor een ander bedrijf werkte, was het de gewoonte dat we daar bonussen uitbetaald kregen op basis van het zakencijfer. Het systeem was heel erg eenvoudig en duidelijk: eens we voorbij break-even zijn, wordt alle winst bonus. Op het einde van het jaar wordt het bedrag in twee gedeeld: de helft gaat naar het bedrijf, en de andere helft wordt verdeeld onder de werknemers, evenredig met het loon.

Als er gewoon een bedrag bij het loon gestort wordt, dan gaat daar serieus vreselijk veel van af wegens belastingen allerlei, en dus was het logisch om te zoeken naar de meest voordelige manier om zo’n dingen te doen. Na wat zoeken is er toen collectief besloten om het met een aandelending te doen — de details weet ik niet meer, het enige dat ik mij denk te herinneren, is dat we dan op voorhand de belastingen op de verwachte winst moesten betalen, en dat het dus eigenlijk in de praktijk neerkwam op veel minder geld verdienen dan anders, met de belofte van ooit in de toekomst dan wel wat extra te hebben.

Helaas, helaas: ergens net nadat we die aandelendinges kregen, waren er bankencrisissen en allerlei, en is de aandelenmarkt zo’n beetje ingestort, en waren onze opties plots een stapel minder waard. You win soms, you lose soms, en ik had er eigenlijk zelden of nooit meer aan gedacht, aan die aandelen.

Tot ik een tijdje geleden een papieren brief kreeg om mij eraan te herinneren dat de termijn weldra over zou zijn, en ik ben gaan kijken hoe het er nu eigenlijk mee zat.

Ik heb mij van de weeromstuit een portfolio aangemaakt bij De Tijd, en dat ga ik nu elke dag bekijken. Griezelig: elke dag staat dat portfolio een paar honderd euro meer of minder. En nu ben ik bijna verlamd door stress: wat als het naar beneden begint te gaan? Zou ik dan niet beter verkopen voor het nóg minder waard is? En als het naar boven gaat? Zou ik dan niet beter verkopen voor het terug naar beneden gaat? Maar wat als het dan toch nog naar boven gaat?

Aaaargh!

Hierzo trouwens het grafiekje van het ding: de pijl is denk ik wanneer we ze gekregen hebben, van pech gesproken:

aandelen

Plinketto!

Niet goed voor recent doorboorde buikspieren, de laatste aflevering van Best of the Worst:

Twin Peaks

Soooooonnn.

En gedomme, die HD-versie van de afleveringen van lang geleden: hoe fantastisch ziet dat er niet uit, jong?

Het kan niet altijd meezitten

Varkenswangen. Wat er nog aan groenten in huis was. Wat aardappelen. Zelfgetrokken lamsfond van vorige maand. En lekker bier.

In theorie kan daar niets mee fout gaan.

Vanmorgen een paar uur opgezet, vanavond opgewarmd, en het rook heerlijk. Vlees smoutzacht, saus lekker ingedikt, groenten en aardappelen nog stevig.

Tot de eerste hap: het bier was blijkbaar géén lekker bier maar een soort mengeling van galblaasvocht en zwartgeblakerde suiker. Bitter! En slécht!

De hele stoofpot was dus oneetbaar. Bleh, bah, kak, en dergelijke. Het zal mij leren, koken met bier dat ik niet ken.

Harde porno

’t Is proper: we hebben vandaag naar Outlander gekeken, de oudste dochter en ik. Zó romantisch! Maar ook: sex! Blote wijven en blote venten!

Ge hadt mij moeten zien chill zitten normaal kijken maat. Totaal niet awkward.

Fuck “Oh ge zijt zo moedig!”

Er is weinig dat mij zó nijdig kan maken als mensen die mij zeggen dat ik ‘moedig’ zou zijn omdat ik een medisch probleem heb.

Neen, ik ben niet moedig, what the fuck. Er is iets aan de hand, en er is niet veel aan te doen, en het is niet alsof er veel moed voor nodig is om u aan een dieet te houden en de dag niet-bleitend door te brengen. Ik lijd geen afgrijselijke pijnen (okay, soms wel, maar hey, ook dat is niet zo’n drama), ik ga vooralsnog niet onmiddellijk doodstuiken, en wat er ook van weze: ik zie niet wat moed er mee te maken zou kunnen hebben.

’t Is niet alsof er veel andere nuttige manieren zijn om met zo’n dingen om te gaan behalve “hey, shit happens, we zullen wel zien”, toch? Ja, een mens zou kunnen zelfbeklag en geweeklaag en diepe depressie en watnog, maar wat voor zoden brengt dat aan de dijk? Life goes on, until it doesn’t. En ondertussen: nie neute, nie pleuje, verdomme.

(Wat wél mag: medelijden hebben en proberen mij beter te doen voelen door bijvoorbeeld nuttige cadeaus te geven om de miserie te verzachten, zoals daar zijn schone grote dinosaurussen of mooie dassen of andere nutteloze brol.)

Officieel oude vent

Ik ben al heel de tijd aan het windowshoppen voor dassen.

Dat wil, denk ik, zeggen dat ik nu ook officieel stokoud geworden ben. Dat, of hipster, natuurlijk. (Doen die tegenwoordig nog / alweer dassen, hipsters?)

You Can’t Stop the Music

Zo’n films maken ze niet meer meneer.

Vis (niet) voor herhaling vatbaar

Ik moest daarnet in het hospitaal zijn en dan dacht ik in het naar huis gaan, ik ga eens naar de kleerwinkel om nieuw grief. Al mijn zwarte hemden zijn te groot, al mijn gekleurde hemden zijn veel te groot, dus ’t is back to basics: ik ben direkt een hele stapel witte hemden gaan halen.

(Trouwens gemerkt dat er tegenwoordig gelijk alleen nog maar lelijke en saaie dassen verkocht worden in de winkels, awoert.)

Op de terugweg, omwille van de gezondheid en het voornemen zeker twee keer per week vis te eten, langs de visboer gegaan, en een lap van dit beest gekocht:

zeewolf-

De pancarte buiten de winkel riep mij toe: Verse Zeewolf! In de Kristalheldere Wateren van IJsland gevangen! Met een Bepaalde Prijs!

(ik kijk nooit naar de prijs van eten, da’s een zeer slechte gewoonte van mij, kweet, kweet)

Dat het aangeprijsd werd, dat wou voor mij zeggen dat het (a) ofwel niet altijd binnen is en dus de moeite om te proberen of (b) dat het speciaal goedkoop is vandaag en dat ik goede punten zal krijgen van het thuisfront. En ik kan mij niet herinneren dat ik recent zeewolf heb gegeten, dus een Krispetersiaanse win-win-win was niet ver weg!

Thuisgekomen en mijn veroveringen aan de betere helft gebriefd, en ’t was al helemaal fout: “toch niet in viswinkel X??!” Het bleek de verkeerde visboer geweest te zijn wegens dat het de Veel Te Dure Visboer was. Pff, een mens kan nooit goed doen.

Enfin goed, ik dus mijn lap vis klaargemaakt, gewoon in de pan, en wahey! Dat was zeer, zeer lekker. Vast en sappig en zeer lekker.

Tot het internet mij vertelde

According to scientific data, the Atlantic wolffish’s population has decreased drastically due to overfishing and bycatch. Bottom-trawling vessels also disrupt the wolffish’s rocky underwater habitat when they drag large nets across the ocean floor, with heavy weights holding the nets to the ocean bottom. The nets are indiscriminate in what they catch and the heavy weights and nets are harmful to the benthic terrain and its inhabitants. Recreational fishing has also threatened the survival of the Atlantic wolffish.

Meh. Ik zal geen zeewolf meer kopen, denk ik.

Maar wel nog dassen. Want een mens heeft nooit genoeg dassen.

Older posts