Racisme

’t Is eigenlijk wel grappig — of misschien is het eigenlijk wel triestig. Ik lees al zo lang op het internet discussies rond gender en huidskleur en andere dat ik heelder discussies van begin tot einde kan voorspellen.

Zoals meestal is het niet zwart of wit maar zeer zeer grijs, in die discussies. Maar nuance, dat pakt niet zo hard. Noch aan de ene, noch aan de andere kant. (En trouwens, het concept dat er een ene en een andere kant is, is al op voorhand een verkeerde framing.)

Gisteren in de auto hadden we het even over het interview met Sabrine Ingabire in De Morgen. Ingabire houdt het standaard-discours dat op het internet al jaren aan de gang is, en kom daarmee in botsing met mensen die niet het equivalent van een master in gender en diversiteit heeft.

Gotcha-dingen zoals “zwarte mensen kunnen niet racistisch zijn”, komen voor de gemiddelde mens als totale nonsens over, bijvoorbeeld — terwijl het mits een totaal aanvaarde herdefinitie van “racisme = discriminatie + macht” wél klopt. Mutatis mutandis is een turnleraar die een kind van veertien voor de hele school belachelijk maakt omdat hij de Coopertest niet goed genoeg deed een verwerpelijke pester, maar als datzelfde kind een briefje doorgeeft met een karikatuur van die leraar géén verwerpelijke pester.

Daar kan een slechte mens mee spelen, natuurlijk. Want mits herinterpretatie (of net niet) en contextualisatie (of net niet) kan álles kwetsend of verkeerd zijn. Het kan duidelijk gemeend racisme zijn, of als het goed bedoeld is maar gewoon ongemakkelijk verwoord (denk ‘allochtoon’ zeggen anno 2020), dan is het een micro-agressie en moet de persoon beter weten. En als de persoon dan vraagt “euh hoezo sorry ik bedoelde niets slecht”, dan krijgt ze gemakkelijk een “ik ben er niet om het u te leren” of “zoek het zelf maar op”.

Pak bijvoorbeeld als een iemand zegt tegen iemand anders “ik vind u echt wel sterk”, misschien om te zeggen “ik bewonder u”. Hoe kan dat verkeerd begrepen worden? Zó kan dat verkeerd begrepen worden:

Als ze tegen mij zeggen: ‘Sabrine, jij bent zo’n sterke vrouw’, dan past dat bijvoorbeeld in een cliché van zwarte vrouwen als ‘sterk’. Amerikaans onderzoek toont aan dat zwarte vrouwen minder pijnstillers krijgen en vaker sterven aan complicaties tijdens de zwangerschap. Dat heeft niet enkel te maken met slechtere gezondheidszorg, maar ook met het koloniaal geïnspireerde ‘geloof’ dat wij beter tegen pijn kunnen.

“Veel zwarte vrouwen in mijn omgeving zijn in afschuwelijke omstandigheden bevallen, omdat dokters hun pijnklachten niet serieus namen. Zo kunnen zelfs schijnbaar positieve of onschuldige stereotypes psychisch en fysiek leed veroorzaken, en bijdragen tot ongelijkheid en onveiligheid.”

Tjaha.

Dat is op twee paragrafen en niet eens subtiel gegaan van iemand die bewondering uit naar iemand die zwarte vrouwen vergelijkt met wilde beesten die minder pijn voelen.

(Het pijnlijke is dat het ook not done is dat een man tegen een witte vrouw zou zeggen “ik vind u echt wel sterk”, want dat is om een totaal verschillende reden fout: het impliceert verwondering dat zelfs een vrouw soms haar mannetje kan staan — een beetje zoals zeggen “zeg, gij kunt nog goed Vlaams hé?” tegen een Belg met migratie-achtergrond.)

En ik lach dat dus niet allemaal categoriek weg hé. Absoluut niet. De grond van de zaak is dat sommige mensen, nog vóór ze iets gezegd of gedaan hebben, veroordeeld worden. Een jonge vrouw versus een oudere man in een consultancy-situatie. Een jongen met grootouders uit Turkije versus een meisje met alleen West-Europese voorouders als er een kot moet gehuurd worden. Een zwart versus een wit kind dat wild speelt in de speeltuin.

De grond van de zaak is dat het voor veel mensen enorm moeilijk is om zich daar iets bij voor te stellen: dat is die privilege-discussie. De relatieve vanzelfsprekendheid waarmee alles gaat bij sommige mensen in tegenstelling tot bij andere mensen: probeer het u maar eens in te beelden: élke interactie moeten beginnen met een achterstand, bij élke nieuwe persoon die ge tegenkomt dat onbewuste vooroordeel moeten proberen weg te werken.

Ik weet niet hoe het opgelost kan worden. Ik leef in dubio: enerzijds hoop ik dat het allemaal vanzelf verdwijnt op een paar generaties tijd (maar dan moet ik maar naar Amerika kijken of eigenlijk gelijk waar ter wereld om mijn hoop de kop ingeslagen te zien worden), en anderzijds hoop ik dat het allemaal veel meer expliciet zal worden en dat de gedachten dan wel eens zeer snel zouden kunnen keren. Dan denk ik aan hoe relatief snel de gedachten over homo-huwelijk veranderden (maar besef ik ook zeer hard dat die veldslag absoluut nog niét beslecht is).

Ik weet het echt niet, dus.

Maar wat ik wél vrees (in de volle wetenschap dat niemand op mijn opinie zit te wachten en dat ik als witte hetero cis man op jaren geen recht van spreken heb over veel zaken): met veralgemeningen als in dat interview zal het niet lukken. Op het neerbuigend patroniserende af: alleen maar problemen vaststellen, de indruk geven te weigeren oplossingen aan te reiken of er zelfs maar over na te denken, en iedereen die niet in uw denkkader zit schofferen, dat brengt geen zoden aan de dijk. En het is objectief contraproductief wegens alleen maar koren op de molen van Welbepaalde Klootzakken.

(En ja, alle argumenten tégen wat ik in bovenstaande paragraaf schreef, ken ik ook. Zucht.)

Doe mee met de conversatie

2 reacties

  1. “met veralgemeningen als in dat interview zal het lukken”

    Bedoel je “zal het NIET lukken”? Want dat is de inhoud van de rest van die paragraaf. Tenzij ik het verkeerd lees.

Laat een reactie achter

Zeg uw gedacht

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.