De mensen van het hotel waren zo vriendelijk om ons een kaartje van Orléans te geven, waarop stond wat we zeker moesten zien.

We hebben dat dan maar allemaal in volgorde afgewerkt:

Statue de Jeanne d’Arc

Het meisje krijgt overal waar ze ooit geweest is in Frankrijk plaketten en standbeelden, ’t is dus maar normaal dat la pucelle d’Orléans in Orléans ook een standbeeld krijgt.

Hotel Groslot en zijn tuin

Een stadspaleis met een fijne tuin. Ik was onder de indruk van de massieve Ginkgo biloba. En van een stuk kapel dat ze naar hier verplaatst hebben nadat ze het origineel afgebroken hadden om er een overdekte markt te plaatsen.

Campo Santo

Vroeger de begraafplaats van de stad, afgeschaft 1786, in 1824 een graanhal gebouwd die een feestzaal werd:

…en in de jaren 1970 een parking, de feestzaak afgesmeten, er een proper (ahem) modern gebouw gezet en een ondergrondse parking. Wel weer een grasveld en geen asfalten parking meer, dat wel. (Het was gesloten toen we langskwamen, foto is door de tralies genomen.)

Kathedraal

We zijn niet naar binnen geweest wegens het was juist mis, maar het zag er wel een degelijke kerk uit van buiten.

Ook wel wijs, op het plein bij de kathedraal: een bronzen interactief standbeeld, letterlijk genaamd “De Vleermuis” (in het Vlaams!), van Johan Creten:

Place de Loire

Een plein met een reeks moderne gebouwen erop. Deed heel vreemd aan, want om er te geraken wandelden we door een reeks straten met allemaal oude houten gebouwen. Kijk, dit is het plein zoals het er van één kant uitziet:

En dit is wat het geeft als ge ronddraait:

Of in een panorama daarvan gemaakt:

…maar dit is de weg ernaar:

Weird. Maar wel wijs, op een manier: goed dat een stad niet versteend is, Brugge-gewijs.

Pont George V

Ah ja kijk, een brug over de Loire. ’t Zijn dingen. Er lag ook een boot in het water met de naam Inexplosible n° 22, ’t zag er een stoomboot uit en ik kan mij niet anders inbeelden dan dat de naam apotropaeïsch gekozen was, ha.

Rue Royale

Een lange straat. Moet wel leutig zijn als de winkels open zijn, dachten wij.

Halles Châtelet

Op het einde van een zijstraat van de rue Royale, een lelijke voorgevel, een slechte woordspeling en binnen: een grubby, goedkoop, lelijk amalgaam van winkels en winkeltjes in een modern gebouw dat in de plaats kwam van een charmantere voorganger (maar die kwam zelf in de plaats van een historisch stuk stad, waar alleen die voorkant van de Chapelle St. Jaques overblijft in de tuin van Hotel Groslot). Mogelijk hebben we het pittoreske en/of interessante en/of leutige stuk gemist, want we hebben maar één hoek van het ding gezien.

Maison de Jeanne d’Arc

Behold!

Ik moest letterlijk luidop lachen. Ik had mij ergens voorgesteld dat het het huis van de Jeanne d’Arc zou zijn — hoe implausibel dat ook moge zijn.

Neeneenee:

Het is een huis waar Jeanne d’Arc ooit eens tien dagen gelogeerd heeft, en het hele gebouw is gewoon in 1965 herbouwd alsof het van 1429 was. Mwaha.

Square Abbé Desnoyers

Euh ja, een mooi klein stadsparkje met mooie gebouwen rond. En met nóg een standbeeld van Johan Creten, Le Grand Vivisecteur, deze keer niet om op te klimmen maar wel om in te zitten.

…en dat was het dan voor Orléans. We hebben ongetwijfeld veel dingen gemist, ook omdat er musea gesloten waren, maar het is wat het is!