Gamcheon Culture Village is een voormalige sloppenwijk. In 2009 hebben ze besloten om er iets van te maken: elk huis in een pasteltinten geverfd, en overal kunst. Busan’s Machu Pichu en een rode draad van Le Petit Prince: het is bijna magisch.

Het moet ook een nachtmerrie zijn voor de inwoners als het stampvol toeristen loopt (nu viel het echt mee), en een nachtmerrie voor postbodes. Maar zo schoon.

Eervolle vermelding ook voor de meneer die een café vol zottigheid (en drie eenden) over drie verdiepingen heeft:

Wie zijn hand twee minuten lang in een ijsbaan kon steken, blijven bewegen en lachen, kreeg zijn drank aan halve prijs (mij gelukt, Sandra geen dertig seconden).

Na het dorp zijn we naar de grootste vismarkt van Korea getert, en euh ja, zeer groot dus. Wisselend van hygiëne soms, had ik de indruk, maar hey.

Zeer veel levende verse vis, ook. En krabben, en schelpen, en octopussen, en vanalles. Die ge kunt uitkiezen en dan ter plaatse laten dooddoen en klaarmaken — misschien doen we dat morgen wel eens.