“Er is geen pagina waar ik mij niet erger,” schreef ik een paar dagen geleden. En ik vervolgde met “Nog goed dat de inhoud uitstekend is.”

Nu ik het boek eindelijk uitgelezen heb, ga ik dat licht nuanceren. In de plaats van “Nog goed dat de inhoud uitstekend is” zou ik eerder “En op de keper beschouwd, gaat vooral de ergernis mij bijblijven” schrijven.

Want ja, het stoort mij mateloos, het Nederlands-Nederlands in Geert Mak’s Grote Verwachtingen. Ik overdrijf bijvoorbeeld nauwelijk als ik zeg dat Mak om de paar paragrafen met name gebruikt. Dit is in hoofdstuk 9:

Hyper- maar dan ook hyperirritant.

Ik begrijp dat een Nederlander het volste recht heeft om in zijn eigen idioom te schrijven, maar ik zweer dat ik dit boek liever (om niet te zeggen gemakkelijker) zou gelezen hebben in een Engelse vertaling. Dingen worden niet verkocht, maar ofwel gaat het over “verkopingen” ofwel “staat het in de verkoop”. Het gaat er niet fel aan toe, het “gaat fel toe”. Men geeft niet toe maar “gaat om”. Men heeft er “de smoor over in”. “Herman Van Rompuy” wordt constanst als “Herman van Rompuy” geschreven — een klein detail ongetwijfeld, maar tekenend voor het Nederlandcentrisme van het hele boek.

En opnieuw: zijn volste recht. Maar wel teleurstellend.

Mak begint het boek met een verontschuldiging-slash-waarschuwing:

Bijna twintig jaar geleden schreef ik een boek over Europa in de twintigste eeuw. Het eindigde in 1999. Het schreeuwt om een vervolg: wat gebeurde er met de Europese wereld tijdens die turbulente start van de 21ste eeuw? Ik zou natuurlijk dolgraag meekijken over de schouder van de slimme geschiedenisstudent die in 2069, na een halve eeuw, over onze tijd een scriptie mag maken. Een vrolijk verhaal wordt het niet, vrees ik, maar zeker interessant. Zowel de Verenigde Staten van Amerika als, later, de Europese Unie konden immers worden beschouwd als grote historische projecten. Projecten waarmee vrije burgers probeerden het verloop van de geschiedenis in eigen hand te nemen in plaats van die te ondergaan. Projecten die hun oorsprong vonden in de idealen van de Verlichting, van de rechten van de mens, van vrijheid, gelijkheid en broederschap – ook internationale broederschap. Waar kwam de onttakeling van zoiets moois dan vandaan?

Mijn jeugdige historicus heeft, met zijn afstand in de tijd, een goed overzicht. Ik niet. Hij maakt me jaloers.

Een historicus heeft afstand nodig. En Geert Mak is hoedanook geen historicus maar een journalist. Grote verwachtingen is uiteindelijk niet veel meer dan een lange opsomming van feiten. Wie gemiddeld goed de actualiteit gevolgd heeft de laatste twintig jaar, zal hier weinig nieuws vinden. Zelden of nooit wordt er een conclusie getrokken, of analyse gedaan.

Blijft over: een samenvatting van het nieuws, gelardeerd met (zeer, zéér) veel uitdrukkelijke verwijzingen naar de gesprekken die Mak had met allerlei mensen over heel Europe. In die mate dat ik het vaak vermoeiend vond, als hij nog maar eens over één van zijn tientallen en tientallen internationale goede vrienden had.

Het boek is ruwweg per onderwerp opgesplitst (de aanloop naar en het begin van Poetin, 9/11 en nasleep, de uitbreiding van de EU, vluchtelingencrisis, het democratisch deficit in de EU, de bankencrisis, hoe PiS de baas werd in Polen, Griekenland en de Eurocrisis, etc. etc.) — niet echt iéts om vrolijk over te worden. Sommige onderwerpen worden zuiver chronologisch behandeld, andere springen meer over en weer. Hier en daar worden heel soms eens verbanden gelegd, maar dat is meer uitzondering dan regel.

Tussen de hoofdstukken laat Mak getuigen aan het woord. Boeiend en interessant, daar niet van. Aydin Soei, dochter van Iraanse vluchtelingen, opgegroeid in Kopenhagen en dan voor Deens racisme verguisd naar Amsterdam. Steven Seijmonsbergen, voormalige balansbeheerder bij Fortis. Anna Bikont, een Poolse die in de jaren 1980 en 1990 bij Solidarność actief was en als volwassene ontdekt dat ze Joods is. Dat soort mensen. (En ook Bart Somers zit er vreemd genoeg tussen, die ongehinderd en zonder tegenspraak een bijna griezelig zelfverheerlijkende tekst mag pennen. Ik vond dat ongepast.)

Ik heb meer dan een week gedaan over dit boek. Dat is niet mijn gewoonte, dat ik zó lang doe over een boek van och here 560 bladzijden. De verklaring is eenvoudig: het begon interessant, maar uiteindelijk was het lastig om lezen. Niet precies saai, maar ik kwam zó weinig dingen te weten die ik nog niet wist, het was zó weinig méér dan enkel een opsomming van feiten, dat ik meer en meer het gevoel had dat ik mijn tijd aan het verdoen was.

En het helpt dan natuurlijk niet als het zowat allemaal, van begin tot einde, onaflatend, voortdurend fatalistisch negatief en perspectiefloos is.

In de epiloog zit Mak op het einde van 2019 bij zijn oude vriend György Konrád.

We bespreken de populisten nu die in het Westen in opkomst zijn, de nationalisten en de romantici die terug willen naar de 19de eeuw. ‘Ze zwelgen in het verleden, maar ik ben bang dat ze tegelijk de toekomst zijn,’ zeg ik.

‘Ik denk het ook,’ zegt Konrád. ‘Dat soort mensen heeft de toekomst, zeker op dit moment. Maar alles gaat ook weer voorbij, dat leer je als je wat langer leeft.’

We zeggen wat, zwijgen dan weer, wat onhandig nemen we uiteindelijk afscheid: ‘Zullen we elkaar in dit leven nog zien?’

Europa zal zo doorgaan, ja, dat weet hij zeker. ‘Vallen, opstaan, langzaam wat leren. We zullen samenblijven – ja, tenzij externe machten dat verstoren.’ De grote steden, zegt hij, daar zal het gebeuren. ‘Ik ben geen nationalist, ik ben een urbanist. Urbanisme, dat is de basis voor het 21ste-eeuwse Europa.’

Een glimmer hoop? Een piste? Wordt dit verkend? Iets over l’Europe des régions misschien?
Nee, natuurlijk niet. Konrád had vroeger in het boek al bekend een er de kantjes van aflopend lid van de rondtrekkende jury voor “culturele hoofdstad van Europa” geweest te zijn, en hoe belachelijk doorgestoken kaart dat was. En ik zag aan het slinkend aantal resterende pagina’s dat ik in de buurt van de index en bibliografie kwam.

En zo eindigt het boek in zuivere anecdotiek en fatalisme:

‘Toch nog maar een cognacje?’

Om dan onderaan de pagina er aan toe te voegen.

György Konrád overleed op 13 september 2019

Zucht.

Doe mee met de conversatie

1 reactie

  1. Bedankt voor de opoffering om het boek te doorploegen, nu weet ik dat ik dit boek en zijn voorganger kan overslaan. Ik ben nu nét wel geïnteresseerd in analyses en verbanden, dat wordt dan een ander boek.

Laat een reactie achter

Zeg uw gedacht

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.